Casus
Het bestemmingsplan voorziet in een herziening van het bestaande bestemmingsplan. Betoogd wordt dat in de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan ten onrechte alleen de stikstofdepositie ten gevolge van het houden van vee in stallen, en niet die van beweiden en bemesten, is onderzocht.

Rechtsvraag
1. Dienen bij een passende beoordeling ten behoeve van een bestemmingsplan ook de gevolgen van bemesten te worden betrokken?
2. Voorziet het bestemmingsplan in een toename van het aantal dieren dat wordt beweid ten opzichte van het bestaande planologisch legale gebruik van de gronden?

Uitspraak
1. Het feit dat de activiteit bemesten niet onlosmakelijk samenhangt met beweiden betekent dat de gevolgen van bemesten niet kunnen worden toegerekend aan de bestemmingsregeling die voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen voor agrarische bedrijfsgebouwen. Dit ligt anders bij een bestemmingsregeling die voorziet in ontwikkelingsmogelijkheden op onbebouwde agrarische gronden. Als het voorgaande bestemmingsplan niet in agrarisch grondgebruik voorzag en het nieuwe plan wel, moeten de eventuele gevolgen van bemesten wel worden onderzocht.

2. In het bestemmingsplan staat een stikstofregeling waarin is bepaald dat een toename van de stikstofemissie niet is toegestaan. Van een toename is volgens de regeling sprake wanneer de stikstofdepositie meer bedraagt dan de stikstofdepositie die in overeenstemming is met de natuurvergunningen die in bijlagen bij de planregels zijn opgenomen. Uit de overgelegde gegevens (onder meer de gecombineerde opgaven uit 2018 waarin is weergegeven hoeveel dieren er gemiddeld in 2017 werden gehouden en hoeveel van die dieren met weidegang werden gehouden), blijkt dat de natuurvergunningen nog niet volledig werden benut. Dit betekent dat het bestemmingsplan voorziet in uitbreidingsruimte, die passend moet worden beoordeeld.

Klik hier voor het volledige OGR artikel inclusief uitspraak