De in de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) opgenomen uitzondering op de vergunningplicht op grond van de Wnb voor het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen is, gelet op de uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604), onverbindend.

Casus
Gedeputeerde staten hebben een verzoek om handhavend op te treden tegen het weiden van vee en het uitrijden van mest door een melkrundveehouderij afgewezen omdat dit op grond van artikel 3.1 van de POV is uitgezonderd van de vergunningplicht ingevolge de Wnb.

Rechtsvraag
Is de in artikel 3.1 van de POV opgenomen uitzondering op de vergunningplicht onverbindend omdat deze in strijd is met artikel 6 van de Habitatrichtlijn?

Uitspraak (buiten zitting)
De in artikel 3.1 van de POV opgenomen uitzondering op de vergunningplicht is, gelet op de uitspraak van de ABRvS van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604), onverbindend. Gelet op het feit dat het niet aan de melkrundveehouderij te verwijten is dat zij niet eerder een vergunning heeft aangevraagd, dient zij alvorens verweerder een nieuw besluit neemt in de gelegenheid te worden gesteld om binnen drie maanden een ontvankelijke aanvraag in te dienen.

Klik hier voor het volledige OGR artikel inclusief uitspraak