Casus
Het bestemmingsplan ziet op de hele kern van Alphen aan den Rijn, het beoogt de bestaande situatie vast te leggen. Appellanten vrezen overlast te ondervinden van de evenementen die het bestemmingsplan bij de Zegerplas mogelijk maakt. Zij stellen dat er onvoldoende zekerheid is omdat de beleidsregels eenvoudig kunnen worden gewijzigd en dat de mogelijkheden tot het houden van evenementen onvoldoende is onderzocht, temeer nu er geen maximum is gesteld aan het aantal evenementen. Ook de geluidsbelasting is volgens hen ten onrechte afhankelijk gemaakt van beleidsregels.

Rechtsvraag
Blijkt uit de planregels voldoende duidelijk dat, zoals de raad ter zitting heeft toegelicht, op de locatie Zegerplas vooralsnog geen evenementen zijn toegestaan? Kan het bestemmingsplan voor wat betreft de toegestane geluidsbelasting bij evenementen verwijzen naar een beleidsregel?

Uitspraak
In het bestemmingsplan staat bij het maximale aantal evenementendagen aan de Zegerplas pro memorie. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat in het evenementenbeleid bij het aantal evenementendagen op deze locatie ‘nader te bepalen’ staat en dat dit betekent dat aan de Zegerplas nog geen evenementen zijn toegestaan. De Afdeling is van oordeel dat dit niet duidelijk blijkt uit de planregels in samenhang met de verbeelding.

Een dynamische verwijzing naar beleidsregels in een bestemmingsplan is toegestaan. Artikel 3.1.2, tweede lid, onderdeel a, van het Bro schrijft echter ook voor dat in de planregels wordt aangegeven ter uitoefening van welke bevoegdheid de beleidsregels worden gesteld. Dat is in dit geval niet aangegeven.

Overwegingen
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in bijvoorbeeld de uitspraak van 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8858, ligt het op de weg van de planwetgever om een beoordeling en afweging te maken of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt is aangewezen. Ook dient deze omtrent onder meer het toegestane aantal evenementen per jaar en de maximale bezoekersaantallen, voorschriften te stellen voor zover dat uit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid op een locatie van belang is. Deze beoordeling en afweging is een andere dan die op grond waarvan, in een concreet geval, voor een evenement al dan niet vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) wordt verleend. Regulering van evenementenvergunningen in de APV geschiedt immers met name vanuit het oogpunt van handhaving van de openbare orde, en waarborgt niet de vereiste planologische rechtszekerheid.

In dit geval heeft de raad in het plan onder meer regels gesteld over het toegestane aantal evenementen per risicoklasse en het maximumaantal personen. Voor zover appellant sub 3 en appellant sub 5 en anderen hebben aangevoerd dat voor de locatie Zegerplas noch in de planregels noch in het evenementenbeleid een maximum is gesteld aan het aantal dagen aan evenementen en bezoekers op de evenementen, stelt de Afdeling vast dat in artikel 38, lid 38.2, onderdeel a, van de planregels voor de locatie Zegerplas bij het maximumaantal evenementdagen, het maximumaantal op- en afbouwdagen en het maximumaantal personen pro memorie staat. De raad heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat in het evenementenbeleid over het aantal evenementendagen, op- en afbouwdagen en personen op de locatie Zegerplas ‘nader te bepalen’ staat en dat in dit plan op deze locatie derhalve nog geen evenementen zijn toegestaan. De Afdeling stelt vast dat dit niet duidelijk uit de verbeelding in samenhang gezien met de planregels blijkt. De in artikel 38, lid 38.2, onderdeel a, van de planregels opgenomen regeling kan met zich brengen dat een onbeperkt aantal evenementen op de locatie Zegerplas is toegestaan. Nu blijkt dat de raad niet heeft bedoeld op de Zegerplas al evenementen toe te staan, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Wat betreft het betoog van appellant sub 3 en appellant sub 5 en anderen dat de toegelaten geluidsbelasting ten onrechte afhankelijk van beleidsregels is, overweegt de Afdeling als volgt. In artikel 38, lid 38.2, onderdeel i, van de planregels is een zogenoemde dynamische verwijzing opgenomen naar de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot evenementen, thans het Evenementenbeleid Alphen aan den Rijn van 20 april 2017. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen is een dynamische verwijzing naar beleidsregels op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) in beginsel toegestaan. Evenwel overweegt de Afdeling dat, anders dan artikel 3.1.2, tweede lid, onderdeel a, van het Bro voorschrijft, in de planregel niet is aangegeven op de uitoefening van welke bevoegdheid artikel 38, lid 38.2, onderdeel i, van de planregels betrekking heeft. Gelet hierop is het plan in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 3.1.2, tweede lid, onderdeel a, van het Bro.

Klik hier voor het volledige OGR artikel inclusief uitspraak