Een afbeelding van een neus

Een behoorlijk aantal beroepszaken, die STAB jaarlijks krijgt voorgelegd, heeft betrekking op het milieuaspect geur. Soms is het van belang om het tijdens het locatiebezoek de geursituatie ter plaatse indicatief vast te stellen. Onze collega, Cor Coenrady, doet dat door middel van een snuffelonderzoek (volgens bijlage G van de Nederlandse geurnorm NTA 9065). Bij zo’n snuffelonderzoek gaat hij op verschillende afstanden van het bedrijf (of industrieterrein) kijken of hij geur kan waarnemen. Dit gaat allemaal per fiets omdat bij verplaatsing per voet een kans op geurgewenning ontstaat, en verplaatsing per auto ook nadelen heeft.

Maar hoe weten we nu of de neus van Cor wel representatief ruikt? De Nederlands Technische Afspraak (NTA) 9065 geeft aan dat het wenselijk is om snuffelaars periodiek op hun reukvermogen te laten testen. Daar bestaat dus ook een officiële test voor. Hierbij wordt de geurgevoeligheid van een persoon in 3 verschillende sessies met behulp van een “olfactometer” in een geurlaboratorium vastgesteld. Naast de geurgevoeligheid (ruik ik het wel of niet?) leer je ook de vaardigheid om geuren te waarderen (is de geur aangenaam of niet?), te herkennen en de herkomst daarvan te bepalen. U kunt zich voorstellen dat herkenning belangrijk is als er op een industrieterrein meerdere bedrijven staan die geur emitteren. Cor heeft op dit vlak overigens al veel ervaring opgedaan, door jarenlange ervaring en regelmatig bezoek aan locaties met een bekende geur.

Op 22 februari 2019 heeft Cor zijn certificaat geurgevoeligheid ontvangen, en is daarmee de gecertificeerde neus van STAB.

Cor: “De ervaring dat mijn geurgevoeligheid tijdens een snuffelonderzoek in het veld beter wordt omdat je dan geconcentreerd over geur gaat nadenken is door meerdere metingen in het laboratorium bevestigd. Dit fenomeen is van belang bij de beoordeling van geschillen van bestuur inzake geur.”