Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

  • 13 november 2019 (Hof Den Bosch 20-000500-17): WSr, WED, Wabo; leiding geven aan het opzettelijk overtreden van een vergunningsvoorschrift door grote hoeveelheden teerhoudend asfaltgranulaat (TAG) langer dan drie jaren op te slaan en het opzettelijk opslaan van TAG hoger dan 15 meter, zonder omgevingsvergunning, waardoor de werking van de inrichting is veranderd
  • 13 november 2019 (ABRvS 201904448/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van bpl, hotel, appartementen en ondergrondse parkeergarage, belanghebbenden (Rb Midden-Nederland 19/452)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201903079/1/A3): Awb, Arbowet; schorsing procescertificaat asbestverwijdering (Rb Limburg 19/592 en 19/593)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201902479/1/A1): Awb; invordering dwangsommen, permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl, bewijslast (Rb Gelderland 18/4513)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201902311/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, sportzaal, belanghebbende, bebouwde kom/procedure, welstand (Rb Rotterdam 18/2621)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201902065/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, geur, stof en geluid, paardenhouderij, plattelandswoning (Rb Overijssel 18/1484)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201901777/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, autoschadeherstelbedrijf, geen strijd met bpl, definitie garage (Rb Midden-Nederland 18/3336)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201901522/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranderen bedrijfspand naar appartementen en magazijn, procedure (Rb Limburg 18/1366)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201900860/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanpassing hotelpand, kelder, grondwaterstand, planregels/Mor (Rb Amsterdam 17/7311)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201900069/1/A1): Awb, Wro; handhaving, inpassingsplan (Rb Noord-Nederland 18/3192 en 18/3193)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201810332/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, staken bewoning (units) bedrijfsverzamelgebouw en verwijderen woonvoorzieningen, belanghebbenden, Bouwbesluit (Rb Noord-Holland 18/683, 18/481 en 18/495)

* 13 november 2019 (ABRvS 201810314/1/A2, 201810317/1/A2, 201810320/1/A2 en 201810326/1/A2) : Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico (Rb Overijssel 18/1171, 18/ 1225, 18/1226 en 18/1227)

  • 13 november 2019 (ABRvS 201810271/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor uitvoeren werkzaamheden op perceel, bouwstop/aanpassen van de gevels en het plaatsen van zonnepanelen op wagenberging (Rb Midden-Nederland 17/4960 en 17/5362)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201809920/1/R2): Awb, Wro; bpl, woning
  • 13 november 2019 (ABRvS 201809598/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding museum, privacy, bezonning (Rb Rotterdam 17/7150)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201809579/1/R1): Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, belanghebbende/Barro, bouwhoogte/vliegbasis
  • 13 november 2019 (ABRvS 201809086/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, bomenplant, parkeren, Bouwbesluit/relativiteit

* 13 november 2019 (ABRvS 201808994/1/A1, 201809328/1/A1 en 201900264/1/A1): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder

  • 13 november 2019 (ABRvS 201808631/1/R3): Awb, Wro; bpl, scheepswerf, bedrijfswoning, natuurwaarden, woonark, geluid, VNG-brochure

* 13 november 2019 (ABRvS 201808577/1/A1 en 201902272/1/A1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening

  • 13 november 2019 (ABRvS 201808369/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, planten boomgaard, geen aanlegvergunning nodig, gebruik gewasbeschermingsmiddelen/EVRM (Rb Zeeland-West-Brabant 17/5867 en 17/5869)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201808252/1/A1): Awb, Wbb; vaststelling bodemsaneringssituatie en instemming saneringsplan, afdeklaag stortplaats, stortlaag/meer dan 50% bodemvreemd materiaal, grondwater

# 13 november 2019 (ABRvS 201808106/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, planschade, omgevingsvergunning/omzettingsvergunning (Rb Den Haag 17/7034)

  • 13 november 2019 (ABRvS 201807098/1/R2): Awb, Wro; bpl, horeca, omgevingsvergunning
  • 13 november 2019 (ABRvS 201806768/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, staken bedrijfsactiviteiten, verhuur, uitgifte en inname aanhangwagens, strijd met bpl, overgangsrecht, zicht op legalisatie/VNG-brochure (Rb Rotterdam 17/5954)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201806424/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranderen gebouw naar drie zelfstandige woningen, kosten/herroeping, EVRM (Rb Amsterdam 17/6311)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201806355/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, opbouw op dakterras woning, strijd met bpl, welstand (Rb Den Haag 17/511)
  • 13 november 2019 (ABRvS 201806098/1/R1): Awb, Wro; bpl, buitengebied, reparatie, bestaande horeca
  • 13 november 2019 (ABRvS 201805209/1/A1): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning milieu, veehouderij, al lange tijd geen varkens meer gehouden/ombouw stal (Rb Den Haag 17/5781)

# 13 november 2019 (ABRvS 201803407/1/R3 en 201900085/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, windpark, maatwerkvoorschriften geluid, m.e.r.- beoordelingsplicht (Rb Rotterdam ROT 17/5126)

  • 13 november 2019 (ABRvS 201803268/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, pensionstalling paarden, vertrouwensbeginsel, minicamping, afwijkingsbevoegdheid, provinciale verordening, uitloop pluimveehouderij, tussenuitspraak
  • 13 november 2019 (ABRvS 201802786/3/R3): Awb, Wro; bpl, sporthal en kindcentrum, bouwhoogte, stemgeluid, m.e.r.(beoordelings)plicht, parkeren, evenementen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
  • 13 november 2019 (ABRvS 201801760/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, correctie, stikstofdepositieregeling
  • 13 november 2019 (ABRvS 201800975/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen beeldkwaliteitsplan, provinciale verordening, veerkeer, woon- en leefklimaat, spuitzone/maximale mogelijkheden
  • 13 november 2019 (ABRvS 201710453/1/R3): Awb, Wro; bpl, Wnb/relativiteit, beleidsregel strandpaviljoens, provinciale verordening
  • 13 november 2019 (ABRvS 201606653/1/R2): Awb, Wro; inpassings- en exploitatieplan, bedrijventerrein, belanghebbenden, PAS, Ladder/Bro, Natura 2000/relativiteit, Habitatrichtlijn/passende beoordeling, herstelmaatregelen, tussenuitspraak

* 12 november 2019 (CBb 18/988), 18/2254, 18/1056, 18/1051, 18/2136, 18/2278, 18/2293, 18/2952 en 18/2337) : Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, EP/geen buitensporige last, knelgevallenregeling

  • 12 november 2019 (EH C‑261/18): Niet-nakoming, bouw van een windturbinepark, geen voorafgaande milieueffectbeoordeling, dwangsom en betaling forfaitaire
  • 11 november 2019 (Rb Gelderland AWB 19/5543, 19/6169 en 19/6160): Awb, Wm; vovo, handhaving, geluidsoverlast van pannaveldje en speeltoestellen/-terrein, maximale geluidsniveaus, Activiteitenbesluit, maatregelen/sluitingstijden
  • 11 november 2019 (Rb Gelderland AWB 19/1561): Awb, Wro; planschade
  • 8 november 2019 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3623): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, stadsboerderij, geen aanvraag Wnb/vvgb, Bor
  • 8 november 2019 (ABRvS 201906515/1/A1 en /2/A1): Awb, Wabo; vovo/kortsluiten, handhaving, dwangsom, overtredingen, meerdere woonruimten in bedrijfswoning en bijgebouw, strijd met bpl, overgangsrecht, bewijslast (Rb Midden-Nederland 19/210)
  • 8 november 2019 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2335): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsommen, 20 overtredingen, bierbrouwerij, uitbreiding met destilleerderij, terras, openingstijden, air-trampoline, nieuw bestemmingsplan, begunstigingstermijn
  • 7 november 2019 (Rb Gelderland AWB 19/1187): Awb, Gmw; stilzwijgende instemming met aanleg uitrit, meldingstelsel/APV, geen besluit/geen sprake van rechtshandeling/niet op schrift gesteld, wetsaanpassing noodzakelijk
  • 7 november 2019 (EH C‑105/18 tot en met C‑113/18): Prejudiciële verwijzing, heffing op het gebruik van binnenwateren voor de productie van elektriciteit, producenten van hydro- elektrische energie die actief zijn in intercommunautaire stroomgebieden, kostenterugwinning voor waterdiensten, non-discriminatie
  • 7 november 2019 (EH C‑80/18 tot en met C‑83/18): Prejudiciële verwijzing, gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, financiering van het tarieftekort, belastingen waaraan enkel ondernemingen die elektriciteit produceren uit kernenergie zijn onderworpen, non-discriminatie
  • 7 november 2019 (EH C‑280/18): Prejudiciële verwijzing, milieueffectbeoordeling van bepaalde projecten, inspraak van het publiek in de besluitvorming en toegang tot de rechter, aanvang van de beroepstermijnen/aankondiging internet
  • 7 november 2019 (ABRvS 201905313/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, brandstofverkooppunt voor boten en schepen, geluidzone, woningen, geluidsgevoelige bestemmingen, 50 metergrens
  • 7 november 2019 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5137 WET VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning en portacabin, productie hennepolie, eigen (medicinaal) gebruik onvoldoende aannemelijk
  • 6 november 2019 (ABRvS 201906190/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, metaalbewerkingsbedrijf
  • 6 november 2019 (Rb Noord-Holland HAA 19/4133 en HAA 19/4134): Awb, Opiumwet; vovo/kortsluiten, handhaving, sluiting woning, drugs
  • 6 november 2019 (Rb Noord-Holland HAA 19/4327): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs

# 6 november 2019 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3025 en 19/3026): Awb, Wabo, Wm; vovo/kortsluiten, handhaving, dwangsom, afvalverbrandingsinstallatie, BBT, vergunningvoorschrift/emissie zoutzuur, Activiteitenbesluit/-regeling, begunstigingstermijn

  • 6 november 2019 (Rb Limburg AWB/ROE 18/601): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, plaatsen van een schietboom met kogelvanger, geluid, Handreiking Limburgs Traditioneel Schieten, akoestisch onderzoek, HMRI, beoordeling geluid
  • 5 november 2019 (Rb Midden-Nederland UTR 18/2353-T): Awb, Wro; planschade, motivering, tussenuitspraak
  • 5 november 2019 (Hof Arnhem-Leeuwarden 19/00010): Awb, AWR; leges omgevingsvergunning, aanvraag nieuwe vergunning, “geringe wijziging”, tarieventabel (Rb Noord-Nederland LEE 17/3599)

* 5 november 2019 (PG HR 17/05582 E, 18/05457 E en 18/05440 E): WSr, WED, Wm; conclusie AG, inzamelen niet bruikbare stookolie (bunkerolie), overbrengen/EVOA, afgifte/debunkeren, (gevaarlijke) afvalstof, rechtspraak EH

* 5 november 2019 (PG HR 17/04323 E, 17/04324 E en 17/04325 E): WSr, WED, Gww; conclusie AG, verzending varkensmest naar buitenland, Verordening dierlijke bijproducten, “grensboerenregeling”, geen sprake van “gronden van eenzelfde bedrijf”

  • 30 oktober 2019 (Rb Gelderland AWB 19/1690): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsgebouw met woning bij forellenkwekerij
  • 30 oktober 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/2416): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, exploitatie bed en breakfast, strijd met bpl, aantal slaapplaatsen/bedden
  • 29 oktober 2019 (CBb 18/2256): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, geen strijd met EP, motivering
  • 28 oktober 2019 (Rb Gelderland AWB 19/1727): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, gebouwen omzetten naar woning, planregels/bouw slechts mogelijk indien andere panden zijn gesloopt, Bouwbesluit
  • 11 oktober 2019 (PG HR 19/01447 en 19/01446): BW; ; conclusie AG, onteigening, bijkomend aanbod en doel onteigening, termijn waarbinnen bijkomend aanbod moet worden aanvaard
  • 9 oktober 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/1013): Awb, AWR; voorlopige legesvaststelling voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning
  • 9 oktober 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/7197): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroting supermarkt, strijd met bpl, beleidsregels, kernwinkelgebieden, Dienstenrichtlijn
  • 8 oktober 2019 (Rb Den Haag SGR 18/7535): Awb, Opiumwet, Wok; handhaving, sluiting internetcafé, drugs, geen vergunning
  • 8 oktober 2019 (Rb Den Haag SGR 18/7398): Awb; schadevergoeding, sluiting Opiumwet, causaal verband, geen dwangsom bij verzoek 8:88 lid 1 Awb
  • 1 oktober 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/3287 en 18/4072): Awb, Wro; planschade, drempel normaal maatschappelijk risico, zelf in de zaak voorzien
  • 26 september 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/4646): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting scooter- en bromfietsenwinkel, faciliteren van het doorverkopen van gestolen goederen, openbare orde
  • 24 september 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/1987): Awb, Mnw; aanwijzing als gemeentelijk monument, erfgoedverordening
  • 11 september 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/3224): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, logiesgebouw (short stay), erfafscheiding, overkapping, fietsenstalling en in- en uitrit, bedrijf/VNG-brochure, geluidgevoelig gebouw/Lib/relativiteit

6 augustus 2019 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/710 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, advies ecoloog

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 13 november 2019 (ABRvS 201904448/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van bpl, hotel, appartementen en ondergrondse parkeergarage, belanghebbenden (Rb Midden-Nederland 19/452)

8.3.    Naar het oordeel van de Afdeling staan de door SSLU omschreven effecten in een te ver verwijderd verband van de doelstelling van de SSLU. De opwekking van energie kan in algemene zin weliswaar van invloed zijn op de luchtkwaliteit, maar dit is afhankelijk van de wijze van energieopwekking. Bovendien zullen mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit zich met name voordoen in de omgeving waar de energie wordt opgewekt. De opgewekte energie kan vervolgens op een andere locatie worden ingezet. Daarom kan niet worden geoordeeld dat het energieverbruik in het gebouw rechtstreeks van invloed is op de luchtkwaliteit in de regio Utrecht. Dit betekent dat de door SSLU aangedragen belangen niet behoren tot de collectieve belangen die zij krachtens haar statuten in het bijzonder behartigt. De collectieve belangen van SSLU worden dan ook niet rechtstreeks geraakt door het besluit van 21 november 2017.

8.4.    Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat SSLU geen belanghebbende is bij het besluit van 21 november 2017. Het betoog faalt.

9.1.    Uit de hiervoor weergegeven passages blijkt dat De Klimaatpartij een politieke partij is. Tussen partijen is dit ook niet in geschil.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraken van 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9488, en 14 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1151) kan een politieke partij, in een geval waarin beroep openstaat voor belanghebbenden, niet opkomen ter bescherming van algemene en collectieve belangen, omdat zich daartegen de woorden “in het bijzonder” aan het slot van artikel 1:2, derde lid, van de Awb verzetten.

9.2.    Het betoog van De Klimaatpartij dat die jurisprudentielijn niet op haar van toepassing is omdat zij een zogenoemde ‘one-issue-partij’ is, slaagt niet. Daartoe is alleen al redengevend dat de onderwerpen klimaat, milieu en de daarbij volgens De Klimaatpartij noodzakelijke armoedebestrijding vanwege de veelomvattenheid van die onderwerpen niet kunnen worden aangemerkt als één focuspunt. Dat De Klimaatpartij zich met name voor de genoemde onderwerpen wil inzetten bij de behartiging van het algemeen belang, betekent daarom niet dat zij rechtstreeks in haar belang wordt getroffen door een besluit dat zich daarmee niet zou verdragen.

9.3.    De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat De Klimaatpartij geen belanghebbende is bij het besluit van 21 november 2017.

* 13 november 2019 (ABRvS 201902311/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, sportzaal, belanghebbende, bebouwde kom/procedure, welstand (Rb Rotterdam 18/2621)
8.1.     Het antwoord op de vraag of het perceel in de bebouwde kom is gelegen, is van feitelijke aard, van belang is of sprake is van concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon-of verblijffunctie heeft. De Afdeling verwijst in dit verband naar haar uitspraak van 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:450. De plaats van verkeersborden is daarbij niet van belang, evenmin de in de structuurvisie gebruikte aanduiding.

Er is sprake van ongeveer 15 tot 20 woningen in lintbebouwing langs drie dijkwegen in het buitengebied die samenkomen op een kruising, waartussen zich twee boerenbedrijven bevinden. Hoewel op enige afstand van elkaar gelegen vormen die woningen samen met de kerk, het verenigingsgebouw en een voormalig schoolgebouw een zodanige concentratie van bebouwing dat het gebied een overwegende woon- of verblijffunctie heeft. Dit betekent dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het perceel niet is gelegen in de bebouwde kom. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat het college in strijd met artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo heeft gehandeld doordat niet de uitgebreide voorbereidingsprocedure is toegepast.

Het betoog slaagt.
11.1.    De welstandscommissie heeft op 19 december 2017 een positief advies uitgebracht. In dit advies staat handgeschreven dat het bouwplan niet strijdig is met de redelijke eisen van welstand mits architectonisch zo abstract mogelijk met zo min mogelijk overstek in materiaal of detail en dat gezorgd dient te worden voor strakke lijnen over een grote lengte. In het besluit op bezwaar van 19 april 2018 is naar aanleiding van het bezwaar van [wederpartij] als voorwaarde opgenomen in het besluit dat de welstandscommissie wordt gevolgd in het kleur- en materiaalgebruik en detaillering. Daarbij wijs het college op de goedkeuring van het kleur- en materiaalgebruik en de detaillering van het bouwplan in het positieve advies van 29 maart 2018.

Nu [wederpartij] in haar pleitnota in bezwaar heeft aangevoerd dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in paragraaf 3.2 van de Nota ruimtelijke kwaliteit kon het college niet volstaan met de enkele verwijzing naar het voormelde advies van 19 december 2017 en de goedkeuring van de detaillering op 29 maart 2018. Dat door [wederpartij] geen deskundig tegenadvies is overgelegd laat onverlet dat zij in bezwaar en beroep gemotiveerd heeft aangevoerd aan de hand van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit dat het advies van de welstandscommissie onvoldoende deugdelijk is onderbouwd.

Het betoog slaagt.

* 13 november 2019 (ABRvS 201902065/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, geur, stof en geluid, paardenhouderij, plattelandswoning (Rb Overijssel 18/1484)
2.2.    Niet in geschil is dat het perceel [locatie 1] in het bestemmingsplan “Buitengebied Holten, 1992” is bestemd voor “agrarische bedrijfsdoeleinden”, waarop één agrarisch bedrijf met twee bedrijfswoningen is gevestigd. Dit zijn de woningen aan de [locatie 2] en [locatie 1]. Evenmin is in geschil dat onder het thans ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Rijssen-Holten” de bestemming voor dit perceel “Agrarisch – agrarisch bedrijf” is geworden.

In 1991 is de woning aan de [locatie 2] in gebruik genomen door derden die niet bij het agrarisch bedrijf waren betrokken. Op grond van het overgangsrecht in artikel 32, onder b, van de planregels van het bestemmingsplan “Buitengebied Holten, 1992” mocht deze bewoning worden voortgezet. De woning bleef echter bestemd als agrarische bedrijfswoning. Anders dan [appellant] veronderstelt, is de woning aan de [locatie 2] op grond van dit overgangsrecht dan ook geen burgerwoning geworden. Slechts het gebruik van de agrarische tweede bedrijfswoning door burgers mocht op basis van de onder 3.1 vermelde overgangsbepaling worden voortgezet, ook al was dit gebruik in strijd met de in het plan daaraan gegeven bestemming.

In artikel 4, lid 4.4, onder 4.4.1, aanhef en onder k, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 4.4, onder 4.4.2, aanhef en onder b, van de planregels van het thans ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Rijssen-Holten” is bepaald dat de bewoning van een agrarische bedrijfswoning door derden die is ontstaan voor de vaststelling van het bestemmingsplan niet langer in strijd is met het bestemmingsplan. Hiermee is de woning echter niet tot burgerwoning bestemd. Alleen de bewoning van de agrarische bedrijfswoning door derden is op grond van deze bepaling toegestaan. Het overgangsrecht heeft geen betekenis meer voor dit gebruik.

Nu bewoning van de agrarische bedrijfswoning door derden op grond van het bestemmingsplan is toegestaan, is artikel 1.1a, eerste lid, van de Wabo op de woning van toepassing. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat ten tijde van het besluit op bezwaar van 21 juni 2018 de bedrijfswoning aan de [locatie 2] een plattelandswoning bij de landbouwinrichting op het perceel [locatie 1] is. Het college is hiervan terecht uitgegaan bij de (her)beoordeling van het handhavingsverzoek. Anders dan [appellant] veronderstelt, vereist artikel 1.1a, eerste lid, van de Wabo niet dat een woning in een bestemmingsplan expliciet als plattelandswoning wordt aangemerkt. Indien aan de eisen uit de bepaling wordt voldaan, is de woning een plattelandswoning en komt de woning dezelfde bescherming toe als een agrarische bedrijfswoning. Door deze bepaling is de bestemming van een woning leidend in plaats van de feitelijke situatie waar [appellant] van uitgaat.

* 13 november 2019 (ABRvS 201901522/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranderen bedrijfspand naar appartementen en magazijn, procedure (Rb Limburg 18/1366)
2.5.    De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo niet mogelijk is. Op grond van artikel 5, onderdeel 1, aanhef en onder c, van Bijlage II van het Bor, hoeft bij toepassing van artikel 4, onderdeel 9, het aantal woningen niet gelijk te blijven. [appellant] voert terecht aan dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 4, onderdeel 9, nu de afwijking van het bestemmingsplan bestaat uit het binnen de bebouwde kom gebruiken van bouwwerken, in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten. Voor zover het college stelt dat door het bouwen van de dakkapel het bouwvolume wordt vergroot, leidt dit niet tot een ander oordeel, nu de strijdigheid met het bestemmingsplan alleen betrekking heeft op de toename van het aantal woningen en niet het bouwen van de dakkapel. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de door [appellant] aangehaalde uitspraak van 7 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:378), heeft de zinsnede “eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten” alleen betrekking op bouwactiviteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Tussen partijen is niet in geschil dat het bouwen van de dakkapel niet in strijd is met het bestemmingsplan. Derhalve was het voor het college mogelijk om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, onderdeel 9, van bijlage II van het Bor, een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen, voor zover het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Gelet op het bepaalde in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, was op de aanvraag derhalve niet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing, maar de reguliere voorbereidingsprocedure. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

* 13 november 2019 (ABRvS 201900069/1/A1): Awb, Wro; handhaving, inpassingsplan (Rb Noord-Nederland 18/3192 en 18/3193)
6.4.    [appellant] heeft de ministers verzocht om preventief handhavend op te treden tegen TenneT ten aanzien van hetgeen is opgenomen in paragraaf 8.3.2. van de toelichting bij het inpassingsplan.

Anders dan de rechtbank heeft geconcludeerd, is de brief van 18 juli 2018, die een reactie inhoudt op dit verzoek om preventief handhavend op treden, te kwalificeren als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De brief houdt immers de afwijzing van het verzoek om preventief handhavend op te treden in en is daarmee gericht op rechtsgevolg.

Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte geconcludeerd dat de ministers het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 18 juli 2018 terecht niet-ontvankelijk hebben verklaard.

Het betoog slaagt.

  1. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij op het beroep van [appellant] is beslist. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [appellant] tegen het besluit van de ministers van 10 oktober 2018 alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen.
  2. De Afdeling stelt vast dat [appellant] de ministers heeft verzocht om handhavend op te treden tegen TenneT ten aanzien van hetgeen is opgenomen in paragraaf 8.3.2. van de toelichting bij het inpassingsplan. De betreffende paragraaf, met het kopje “Verwerving object”, heeft betrekking op het schadebeleid van TenneT in geval van verwerving van een object. Het schadebeleid is opgenomen in hoofdstuk 8 van de toelichting bij het inpassingsplan. Dat hoofdstuk ziet op de uitvoerbaarheid van het inpassingsplan.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:682) heeft de plantoelichting in zoverre betekenis, dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven indien de bestemming en de bijbehorende voorschriften waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk zijn.

aragraaf 8.3.2. van de toelichting bevat een beschrijving hoe TenneT te werk zal gaan bij verwerving van objecten, maar bevat geen juridische verplichtingen voor TenneT. De plantoelichting behoort niet tot de juridisch bindende onderdelen van het inpassingsplan en bevat derhalve geen bindende norm die kan worden overtreden en ten aanzien waarvan om handhaving kan worden verzocht.

Gelet op het voorgaande hebben de ministers het verzoek om handhavend op te treden bij besluit van 18 juli 2018 terecht afgewezen. De vraag of TenneT de nodige bekendheid aan het bestaan van de in paragraaf 8.3.2. opgenomen knelgevallenregeling heeft gegeven kan, anders dan waar [appellant] van uit gaat, in de onderhavige procedure niet aan de orde komen.

* 13 november 2019 (ABRvS 201809579/1/R1): Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, belanghebbende/Barro, bouwhoogte/vliegbasis
7.3.    Niet in geschil is dat het plangebied ligt binnen het obstakelbeheergebied van het militaire luchtvaartterrein Geilenkirchen, zoals bedoeld in artikel 2.6.4, vierde lid, van het Barro.

De Afdeling stelt vast dat artikel 2.6.4, derde lid en vierde lid, van het Barro algemeen verbindende voorschriften zijn. Ingevolge artikel 8:3, eerste lid, onder a, van de Awb kan tegen een algemeen verbindend voorschrift geen beroep worden ingesteld. Deze bepaling staat evenwel niet in de weg aan de mogelijkheid van exceptieve toetsing.

7.4.    De Afdeling overweegt verder dat artikel 2.6.4, derde lid en vierde lid, van het Barro regels stelt omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Het Barro is een algemene maatregel van bestuur. De bevoegdheid om krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de inhoud van bestemmingsplannen vloeit voort uit artikel 4.3, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 2.6.4, derde lid en vierde lid, van het Barro in strijd is met het legaliteitsbeginsel.

De enkele omstandigheid dat de in artikel 2.6.4, derde lid en vierde lid, van het Barro in samenhang bezien met artikel 16, eerste lid, van het Besluit militaire luchthavens gestelde regels voor bestemmingsplannen een uitwerking zijn van in het kader van de NAVO gemaakte afspraken, maakt niet dat er strijd is met een hogere regeling of een algemeen rechtsbeginsel.

De Afdeling acht daarbij van belang dat artikel 2.6.4, derde lid en vierde lid, van het Barro zich beperkt tot gebieden binnen het Nederlandse grondgebied die gelegen zijn binnen het obstakelbeheergebied van het militaire luchtvaartterrein Geilenkirchen.

Het voorgaande betekent dat geen grond bestaat voor het oordeel dat artikel 2.6.4, derde en vierde lid, van het Barro onverbindend is dan wel buiten toepassing moet worden gelaten.

Het betoog faalt.
7.6.    Gelet op de tekst van artikel 2.6.4, derde en vierde lid, van het Barro, is de Afdeling van oordeel dat de raad bij de vaststelling van het plan de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in het obstakelbeheergebied in overeenstemming dient te brengen met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens. De in artikel 3, lid 3.2.2, onder d, en artikel 3, lid 3.2.3, onder b, van het plan opgenomen bouwregels gelden voor onderscheidenlijk gebouwen en bouwwerken. Het begrip ‘object’ is ruimer dan de begrippen ‘gebouw’ en ‘bouwwerk’. Gelet hierop acht de Afdeling het niet onmogelijk dat andere objecten de ter plaatse toegestane hoogten, voortvloeiend uit de regels die gelden in verband met de invliegfunnel, overschrijden. De minister voert daarom op goede gronden aan dat in het plan ten onrechte geen regels zijn opgenomen die dat voorkomen.

Het betoog slaagt. Overigens is bij de behandeling van het beroep naar voren gekomen dat voor zover de raad vreest dat het aanpassen van de regeling tot de kap van bomen leidt, die vrees wat het in geding zijnde plangebied betreft ongegrond is gezien de aard van de bestemming en het terrein.

* 13 november 2019 (ABRvS 201806424/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranderen gebouw naar drie zelfstandige woningen, kosten/herroeping, EVRM (Rb Amsterdam 17/6311)
3.2.    Van herroeping als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is sprake als een ontvankelijk bezwaar leidt tot intrekking of wijzing van het primaire besluit. Dat is hier niet het geval. Het besluit van 17 april 2014 is niet als gevolg van het bezwaar van [appellant sub 1] ingetrokken, maar op verzoek van de vergunninghouder. Dat het besluit van 19 maart 2015, waarbij was beslist op de ingediende bezwaren tegen het besluit van 17 april 2014, door de rechtbank was vernietigd, maakt niet dat het besluit van 17 april 2014 onrechtmatig was en om die reden zou worden herroepen. De reden daarvoor is dat de rechtbank het besluit heeft vernietigd vanwege motiveringsgebreken. Motiveringsgebreken kunnen worden hersteld. Zoals de Afdeling al eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2686, is bij een verbetering van de motivering geen sprake van een herroeping in de zin van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Dat het college niet aan een verbetering van de motivering is toegekomen omdat de verleende omgevingsvergunning is ingetrokken, doet er niet aan af dat herstel van de motivering mogelijk zou zijn geweest. Dat het college naar aanleiding van de verleende vergunning van 15 september 2016 aan [vergunninghoudster] een e-mailbericht heeft gestuurd met daarin de vraag of zij vanwege de nieuw verleende vergunning de omgevingsvergunning van 17 april 2014 wilde laten intrekken, maakt ook niet dat de intrekking gelijk moet worden gesteld aan een herroeping. Het college heeft hiermee namelijk niet zich op het standpunt gesteld dat de omgevingsvergunning van 17 april 2014 onrechtmatig was verleend, maar slechts geïnformeerd van welke vergunning [vergunninghoudster] gebruik wilde maken.

Het voorgaande leidt ertoe dat het besluit van 17 april 2014 niet is herroepen vanwege een aan het college te wijten onrechtmatigheid. Het college heeft dan ook, anders dan de rechtbank heeft overwogen, terecht het verzoek tot vergoeding van de kosten in bezwaar afgewezen.

Het betoog slaagt.

# 13 november 2019 (ABRvS 201803407/1/R3 en 201900085/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, windpark, maatwerkvoorschriften geluid, m.e.r.-beoordelingsplicht (Rb Rotterdam ROT 17/5126)
8.4.    De Afdeling overweegt dat artikel 7.20a, eerste lid, van de Wm het bevoegd gezag, in dit geval het college, verplicht de maatregelen genoemd in de aanmeldingsnotitie als voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden. De aanmeldingsnotitie kwalificeert als een mededeling als bedoeld in artikel 7.16, vierde lid, van de Wm. In de aanmeldingsnotitie is als geplande maatregel het programma van instellingen opgenomen, genoemd in tabel 3.2 van de aanmeldingsnotitie. Het college heeft dit programma als voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden.

Ten aanzien van het betoog van XL Wind dat het college in strijd met artikel 7.20a, eerste lid, van de Wm, het uitgangspunt dat de feitelijke geluidproductie 2 dB lager is dan de garantiewaarden van de fabrikant als voorschrift aan de omgevingsvergunning heeft verbonden, overweegt de Afdeling het volgende. De Afdeling stelt voorop dat artikel 7.20a, eerste lid, van de Wm, een uitzondering vormt op de in artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht neergelegde hoofdregel dat aan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets geen voorschriften worden verbonden. De Afdeling wijst in dat kader op de in artikel 7.20a, eerste lid, van de Wm neergelegde bewoordingen “voor zover nodig in afwijking van andere wettelijke voorschriften”. Gelet hierop en mede gelet op de in deze bepaling neergelegde bewoordingen “bedoelde maatregelen”, dat terugslaat op het zinsdeel “maatregelen, bedoeld in artikel 7.16, vierde lid”, alsmede hetgeen hierover in de Memorie van Toelichting is opgenomen, is de Afdeling van oordeel dat met artikel 7.20a, eerste lid, van de Wm, is beoogd alleen die maatregelen als voorschrift aan een omgevingsvergunning te verbinden die in de mededeling als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, van de Wm zijn genoemd. Omdat zowel de aanmeldingsnotitie als het m.e.r.-beoordelingsbesluit geen indicatie bevatten dat de 2 dB geluidreductie als maatregel van belang is geweest om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen, is de Afdeling van oordeel dat het college deze maatregel ten onrechte als voorschrift aan de omgevingsvergunning heeft verbonden. Hierbij acht de Afdeling van belang dat het college ook heeft bevestigd dat de 2 dB geluidreductie niet te herleiden is tot de aanmeldingsnotitie en of het m.e.r.-beoordelingsbesluit, maar dat deze is gebaseerd op de verwachting dat met het programma van instellingen een winst van 2 dB wordt behaald, ingegeven door een analyse van de meetgegevens die XL Wind heeft aangeleverd.

Het betoog slaagt.

* 7 november 2019 (Rb Gelderland AWB 19/1187): Awb, Gmw; stilzwijgende instemming met aanleg uitrit, meldingstelsel/APV, geen besluit/geen sprake van rechtshandeling/niet op schrift gesteld, wetsaanpassing noodzakelijk
5 De stilzwijgende instemming is geen rechtshandeling en is ook niet op schrift gesteld. Zij is dus geen besluit. Bezwaar maken is dan ook niet mogelijk. Verweerder heeft dat ten onrechte niet gezien. Hij had het bezwaar van eisers niet in behandeling mogen nemen. Hij had het bezwaar van eisers daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren. Hij had eisers er op moeten wijzen dat zij hun bezwaar aan de burgerlijke rechter kunnen voorleggen. Want die rechter is bevoegd als rechtsbescherming op grond van de Awb niet mogelijk is.

  1. In zijn conclusie van 12 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4116) bepleit de Staatsraad Advocaat-Generaal om desondanks in dit geval een stilzwijgende instemming gelijk te stellen met een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit om een lappendeken in de rechtsbescherming tegen te gaan.
  2. De rechtbank volgt dit pleidooi van de Staatsraad Advocaat-Generaal niet. Een lappendeken is zeker onwenselijk, maar die is er al bij de bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Zeker voor de burger is het stelsel niet erg overzichtelijk. Hetzij de gemeentelijke wetgever onderkent het probleem en wijzigt de Apv zodanig dat er voorzien wordt in een op schrift gestelde instemming die op rechtsgevolg is gericht. Hetzij, en dat is ingrijpender, de Awb laat het besluit als toegangspoort tot de bestuursrechtelijke rechtsbescherming los en kiest voor een stelsel waarin al het publiekrechtelijk handelen en nalaten door de bestuursrechter kan worden beoordeeld. Het is niet aan de rechter om tegen een wettelijke bepaling in te gaan.

8. Het beroep is gegrond, het besluit op bezwaar wordt vernietigd en daarvoor in de plaats zal de rechtbank het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat de rechtbank er niet aan toekomt om te beoordelen of zonder noodzaak een openbare parkeerplaats verloren gaat met de aanleg van de uitrit. De burgerlijke rechter zal dat doen indien eisers besluiten hun bezwaar aan hem voor te leggen.