Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 29 januari 2020 (ABRvS 201905484/1/A2): Awb, Wvw; verkeersbesluit, niet tijdig nemen besluit, belanghebbende (Rb Midden-Nederland 18/4577)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201905408/1/A2): Awb; schadevergoeding, bpl, geen onrechtmatig besluit
* 29 januari 2020 (ABRvS 201904121/1/A3): Awb, DHW, Gmw; intrekking DHW- en exploitatievergunning, café, belanghebbenden, APV, openbare orde, slecht levensgedrag
* 29 januari 2020 (ABRvS 201904107/1/R1): Awb, Wro; bpl, dienstencentrum, geluid
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903975/1/R1); Awb, Wro; bpl, mestplaat
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903906/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen loods met smeerput, strijd met bpl, bevoegdheid, kostenverhaal bestuursdwang (Rb Zeeland-West-Brabant 18/8336 en 19/956)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903796/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, snackbar, VNG-brochure, geur, Activiteitenbesluit (Rb Noord-Nederland 18/2063)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903768/1/R1): Awb, Wro; bpl, woning, voorwaardelijke verplichting, hoogstamboomgaard en amfibieënpoel, landschapsplan, omgevingsverordening
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903667/1/A1): Awb, Wabo; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen en aanpassen rijksmonument, dakkapel, aanvullende gegevens (Rb Midden-Nederland 18/3771)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903367/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen gebouwen, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Noord-Holland 18/912)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903283/1/R1): Awb, Wro; bpl, onderdoorgang/spoor, verkeersveiligheid, alternatieven, verkeer, Wnb/vleermuizen
* 29 januari 2020 (ABRvS 201903215/1/R1): Awb, Wro; bpl, hotel/sporthal/vergadercentrum, geluid, parkeren
* 29 januari 2020 (ABRvS 201902935/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering staken gebruik als hotel, strijd met bpl, geen zicht op legalisatie (Rb Amsterdam 18/3525)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201902414/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en beperkte milieutoets (OBM), windpark, vvgb, geluid, gezondheid, landschap (Rb Limburg 18/908, 18/889, 18/909, 18/910)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201902238/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen woningen, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Zeeland-West-Brabant 18/6435)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201901925/1/A1 en 201902122/1/A1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, overlast

* 29 januari 2020 (ABRvS 201901874/1/R1): Awb, Wro; bpl, landgoed, Natura 2000-gebied, passende beoordeling, parkeren, wonen, agrarisch gebruik, provinciaal beleid
* 29 januari 2020 (ABRvS 201901539/1/A3): Awb; weigering ontheffing, houden en laten voortplanten van invasieve uitheemse soorten, minidierentuin, Unielijst
* 29 januari 2020 (ABRvS201901354/1/A1, 201901433/1/A1 en 201901438/1/A1): Awb, Waterwet; projectplan, noodoverloopgebied, relatie met bpl, hoeveelheid water
* 29 januari 2020 (ABRvS 201900997/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering, verhuur van recreatieverblijven voor arbeidsmigranten, strijd met bpl (Rb Limburg 18/1056)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201900826/1/A2, 201900831/1/A2, 201900837/1/A2, 201900838/1/A2, 201900868/1/A2, 201900874/1/A2 en 201900879/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Zeeland-West-Brabant 18/3204, 18/3203, 18/3195, 18/3198, 18/3199, 18/3206, 17/5311, 18/1619, 18/3066, 18/3207, 18/1618 en 18/3067)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201900368/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende
* 29 januari 2020 (ABRvS 201810265/1/A2): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, normale maatschappelijke risico, zelf in de zaak voorzien (Rb Limburg 18/179)
* 29 januari 2020 (ABRvS 201809138/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting café, openbare orde, steekincident, sluitingsduur (Rb Limburg 17/3849)
# 29 januari 2020 (ABRvS 201808219/1/R3): Awb, Wro, Wnb, Wabo; provinciaal inpassingsplan, vergunning/ontheffing en omgevingsvergunning voor bouwen, windpark, belanghebbenden, Chw, MER/locatiekeuze, Aarhus, noodzaak, provinciaal beleid, geluid, Arrest d’Oultremont, slagschaduw, gezondheid/voorzorgsbeginsel/Grondwet/EVRM, landschap, Barro, natura 2000/passende beoordeling, vogels, cumulatie, 1%-mortaliteitsnorm, weidevogels
* 29 januari 2020 (ABRvS 201808138/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, erfafscheiding, stedenbouwkundige aanvaardbaarheid, verkeersveiligheid
* 29 januari 2020 (ABRvS 201807377/1/R2): Awb, Wro; bpl, woonbestemming, overgangsrecht, geluidluwe gevel
* 29 januari 2020 (ABRvS 201807314/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbenden, Ladder/Bro, behoefte, lintstructuur/motivering, parkeren/CROW, tussenuitspraak
* 29 januari 2020 (ABRvS 201807055/1/R3): Awb, Wro; bpl, wonen en verblijfsrecreatie op voormalig agrarisch perceel, horeca, provinciale omgevingsvisie/licht, woon- en leefklimaat, geluid, zelf in de zaak voorzien
* 29 januari 2020 (ABRvS 201806732/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, serre aan café, brandveiligheid/Bouwbesluit, geluidsisolatie/aanbod maatregelen, welstand
* 29 januari 2020 (ABRvS 201806261/1/R1): Awb, Wro; bpl, noodoverloopgebied, relatie met projectplan, nut en noodzaak, alternatieven, inzet, overstromingskans, aanleg dijken/uitzicht, MER, Natura 2000/relativiteit
* 29 januari 2020 (ABRvS 201804041/1/A1): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder
# 29 januari 2020 (ABRvS 201801320/1/R3): Awb, Wro; bpl, bouwmarkt, m.e.r.-beoordeling, Ladder/Bro, kwantitatieve behoefte, leegstand, provinciale omgevingsverordening, verkeer(smodel)/CROW, externe veiligheid, Natura 2000, geluid/trilling
* 29 januari 2020 (ABRvS 201704741/1/A2): Awb, Wro; planschade, bedrijfswoningen, compensatie in natura (Rb Den Haag 16/4871)
# 28 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 18/2275): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, veranderen veehouderij, provinciale verordening, staldering, chemische combiluchtwassers, Wgv/Rgv, WUR, geurverwijderingsrendement, voorzorgsbeginsel
* 28 januari 2020 (CBb 18/2080, 18/2478, 18/2511, 18/2331, 18/2663, 18/2335, 18/2621, 18/2595, 18/2379, 18/2474 en 18/2627): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, EP, geen bijzondere omstandigheid, knelgevallenregeling, starter, peildatum
* 27 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1980, SHE 19/2042 en SHE 19/2507): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, hotel, Chw, behoefte, parkeren, windhinder, diervoederfabriek/geur(gevoeligheid), VNG-brochure, provinciaal geurbeleid
* 27 januari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/2394): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, cateringservice in loods, herhaalde aanvraag
* 24 januari 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6131 WET VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 24 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 18/3168 en SHE 18/3205): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitrit, supermarkt, belanghebbenden, geen strijd met bpl, verplaatsing laad- en losplaats, woon- en leefklimaat
* 24 januari 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/243 en 20/244): Awb, Gmw; vovo, bevel tot directe sluiting sportcomplex, APV, openbare orde, witwassen
* 24 januari 2020 (Hof Arnhem-Leeuwarden 21-005296-18): WSr, WED, Wnb: overtreding voorschrift, gebruik jachtgeweer, gronden hebben niet een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 40 hectare
* 23 januari 2020 (Rb Overijssel AWB 18/1121): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en milieu, veranderen pluimveehouderij, vvgb/Nbw, IPPC, belanghebbende, geluid, geur, BBT, volksgezondheid
* 23 januari 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5659 en HAA 20/146): Awb, Wabo, Wnb; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen/ontheffing, bouw ziekenhuis, vleermuizen
* 23 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1415 en SHE 19/1495): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken en milieu, windpark, wijzigingsverordening -wijziging begrenzing NNB/provinciale verordening, stiltegebied, Barro/compensatie, Natura 2000-gebieden/stikstof, landschap
# 23 januari 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/564): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen, Bomen Effect Analyses, APV, kronen/concurrentie/ziektes, noodzaak tot kap, vleermuizen
#! 22 januari 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 18/643): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, einduitspraak na eerder tussenuitspraak
* 22 januari 2020 (ABRvS 201906956/1/R3 en /2/R3); Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woning, gemeentelijk beleid, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, ecologie
* 22 januari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/2240 en AWB 19/2241): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, behoefte, stedelijke ontwikkeling, zonneladder
* 21 januari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1100): Awb, Wabo; handhaving, bouw zorghotel, landschapsmaatregelen, bouw ligt stil, geen overtreding planregels
* 20 januari 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/3022 WABOA, BRE 18/3161 WABOA, BRE 18/3162 WABOA, BRE 18/3163 WABOA, BRE 18/3164 WABOA, BRE 18/3165 WABOA, BRE 18/3166 WABOA, BRE 18/3167 WABOA, BRE 18/3168 WABOA, BRE 18/3170 WABOA, BRE 18/3171 WABOA en BRE 18/3190 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen, bouwen, afwijken bpl en maken uitweg, vitaliteitshotel, belanghebbenden, gemeentelijke visie, provinciale verordening, geluid, privacy, verkeer en parkeren
* 17 januari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/5923 en AMS 19/5591): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, minisupermarkt, strijd met bpl, behoefte, zelf in de zaak voorzien door sluiting op te leggen
* 16 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1811): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, bijgebouw als woning, perceel gelegen buiten bebouwde kom, Bor
* 16 januari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1043): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, hoveniersbedrijf, milieucategorie, motivering binnenplanse afwijkingsbevoegdheid
* 14 januari 2020 (Rb Gelderland 05/987761-15): WSr, WED, Wm; overtreding, afgifte proceswater aan co-vergister, afvalstroom vetverwerking, Euralcode
* 14 januari 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6258 WET VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, drugs, belangenafweging
* 14 januari 2020 (Hof Den Bosch 200.238.901/01): BW; ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning, onrechtmatige geluidsoverlast
* 14 januari 2020 (Hof Den Haag 200.235.163/01): BW; ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning, onrechtmatige overlast
* 10 januari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/91): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca in speelcasino, WOK/APV, Dienstenrichtlijn, vertrouwensbeginsel
* 10 januari 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 18/2882): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting woning, drugs
* 7 januari 2020 (Hof Amsterdam 200.236.765/01): BW; ingebruikname strook grond gemeente, streng criterium inbezitneming, stelplicht en bewijslast particulier, eigendomsverkrijging, verkrijgende verjaring
* 7 januari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 18/1986, UTR 18/1987 en UTR 18/1846): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, jongerenwoningen in voormalige zorgcentrum, geen strijd met beheersverordening, parkeren, leefbaarheid
* 18 december 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/3851 en AMS 18/3868): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afvoerpijp op aanbouw, pizzarestaurant, detailhandel, geen strijd met bpl, kruimelgevallenregeling
* 18 december 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/3662): Awb, Wabo; van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor bouwen, veranderen gebouw, vergunning binnen geldende beslistermijn geweigerd, geen dwangsom, ontvankelijkheid
* 18 december 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/3639): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, hotelkamers op begane grond van rijksmonument, geen vergunning, strijd met bpl
* 3 december 2019 (Rb Den Haag SGR 18/4379 en 18/4487 NATUUR): Awb, Wnb; faunabeheerplan, smienten, staat van instandhouding, afschotmortaliteit, compensatie, motivering
* 28 november 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/5764): Awb, Wnb; vovo, handhaving, diepboring, geen vergunning gebieds- en soortenbescherming , Natura 2000-gebied, geen significante gevolgen
* 20 juni 2019 (Rb Amsterdam AMS 17/7375): Awb, Gmw; handhaving, sluiting woning, exploderen gegooid projectiel, openbare orde, geen gedraging vanuit de woning

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 29 januari 2020 (ABRvS 201901539/1/A3): Awb; weigering ontheffing, houden en laten voortplanten van invasieve uitheemse soorten, minidierentuin, Unielijst
5.3.    Omdat de voor [bedrijf] belastende besluiten zijn gebaseerd op het besluit van de Europese Commissie tot het plaatsen van de soorten rode neusbeer en beverrat op de Unielijst, is van belang of hetgeen [bedrijf] aanvoert, meebrengt dat moet worden getwijfeld aan de geldigheid van dat besluit. In geval de Afdeling zodanige twijfel heeft, moet zij die geldigheid door middel van een prejudiciële vraag ter beoordeling voorleggen aan het Hof, aangezien een nationale rechterlijke instantie niet bevoegd is om zelf de ongeldigheid van een handeling van een instelling van de Unie vast te stellen. Dit volgt uit het arrest van het Hof van 22 oktober 1987, ECLI:EU:C:1987:452, (Foto-Frost), punt 20. In dit kader zal de Afdeling hierna de hoger beroepsgronden behandelen.
6.1.    De bevoegdheid van de Commissie om de Unielijst vast te stellen, volgens de in artikel 27, tweede lid, van de Verordening bedoelde onderzoeksprocedure, volgt uit artikel 4 van de Verordening. De gedelegeerde handeling waarop [bedrijf] doelt, is gebaseerd op artikel 5, derde lid, van de Verordening. Op grond van deze bepaling kan, volgens de voorwaarden in artikel 29, nader worden bepaald welk type bewijsmateriaal aanvaardbaar is en nader worden uitgewerkt aan welke criteria een risicobeoordeling moet voldoen.
…………..
6.5.    Op grond van het voorgaande heeft de Afdeling op dit punt geen twijfel aan de geldigheid van de Unielijst.
8.2.    Het betoog van [bedrijf] dat de plaatsing van de soort rode neusbeer op de Unielijst dusdanig gebrekkig is onderbouwd dat de Commissie moet worden geacht kennelijk buiten haar beoordelingsbevoegdheid te zijn getreden, slaagt niet. De Afdeling heeft ook op dit punt geen twijfel aan de geldigheid van de Unielijst.
9.2.    Het betoog van [bedrijf] dat de plaatsing van de beverrat op de Unielijst dusdanig gebrekkig is onderbouwd dat de Commissie moet worden geacht kennelijk buiten haar beoordelingsbevoegdheid te zijn getreden, slaagt niet. Ook op dit punt heeft de Afdeling geen twijfel aan de geldigheid van de Unielijst.

* 29 januari 2020 (ABRvS 201900368/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende
2.1 …………………………..
Vaststaat dat [appellant] niet de eigenaar is van de in geschil zijnde gronden, maar dat de gronden eigendom zijn van de gemeente Altena. Door de raad is bevestigd dat met [appellant] sinds 2016 op ambtelijk niveau diverse besprekingen zijn gevoerd over het wijzigen van het geldende bestemmingsplan uit 2013. Bij die besprekingen zijn door [appellant] aangedragen alternatieve verkavelingen besproken, die voor [appellant] de mogelijkheid zouden bieden een bouwvlak te krijgen op de door hem gewenste gronden aan de waterkant. [appellant] heeft ontwerptekeningen laten vervaardigen op basis waarvan de door hem te realiseren woning in het ontwerpplan is ingetekend. Het gemeentebestuur heeft het ontwerpplan in procedure gebracht, waarin is voorzien in de bouw van die woning op de door [appellant] gewenste locatie. De raad heeft erkend dat [appellant] op grond van een ambtelijke toezegging als eerste in aanmerking zou komen voor koop van de gronden, zodra het bestemmingsplan onherroepelijk zou worden. Op dat moment zou een koopovereenkomst tussen de gemeente en [appellant] worden gesloten indien hij dan gebruik zou willen maken van de hem geboden optie. Eveneens heeft de gemeente op zijn verzoek een grondprijs genoemd, waarop [appellant] zijn plannen nader heeft uitgewerkt.

[appellant] kan zijn belang niet ontlenen aan een eigendomsrecht of ander zakelijk recht op de in geschil zijnde gronden. Ook kan hij geen belang ontlenen aan de afstand van het plangebied tot zijn woning. Toch kan hij als belanghebbende worden aangemerkt bij het bestreden besluit. De Afdeling heeft eerder overwogen in de uitspraken van 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2641 en 14 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8812, dat een koper, voordat het juridisch eigendom aan hem is overgedragen, onder omstandigheden een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang kan hebben. Uit de uitspraak van de Afdeling van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:187, volgt dat het hebben van een voorkeursrecht in combinatie met voldoende bijkomende omstandigheden ook grond kan opleveren voor het zijn van belanghebbende. Anders dan de raad stelt is in dit geval sprake van meer omstandigheden dan enkel een mondelinge koopoptie. Er zijn besprekingen gevoerd tussen [appellant] en het gemeentebestuur, die hebben geleid tot het ontwerpplan waarin de door [appellant] gewenste woning was opgenomen. Daarbij is door het gemeentebestuur aan [appellant] een voorkeurspositie gegeven wat betreft het kopen van de bewuste gronden tegen een bepaalde prijs. Gelet op dit samenstel van omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat [appellant] daarmee een concreet en economisch belang heeft bij het bestreden besluit en is hij ontvankelijk in zijn beroep.

* 29 januari 2020 (ABRvS 201810265/1/A2): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, normale maatschappelijke risico, zelf in de zaak voorzien (Rb Limburg 18/179)
7.4.    Dat de planologische ontwikkeling op 18 juni 1999 nog niet voorzienbaar was, sluit niet uit dat die ontwikkeling ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan paste in het gedurende een reeks van jaren gevoerd ruimtelijke beleid, zodat de schade in ieder geval gedeeltelijk in de lijn der verwachtingen lag. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:875) onder 9.1. De rechtbank heeft het verschil in beoordeling tussen de voorzienbaarheid en het normale maatschappelijke risico miskend. Daar komt bij dat in het bezwaarschrift, het rapport van adviesbureau Kraan & De Jong van 4 juni 2017, het beroepschrift en de schriftelijke uiteenzetting in hoger beroep niet is bestreden dat – naar het college heeft gesteld – de aanleg van de BPL en de daarbij behorende aan- en afritten en rotondes een normale maatschappelijke ontwikkeling is die paste in het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid. Dit rechtvaardigt de toepassing van een hogere drempel dan het wettelijk minimumforfait van artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro. Dat de aanleg van de BPL in het plangebied in strijd was met het oude planologische regime, brengt verder niet met zich dat, naar [wederpartij] in het beroepschrift heeft aangevoerd, de ontwikkeling niet in de lijn der verwachtingen lag.

Hoewel de planologische ontwikkeling, naar het college ter zitting van de Afdeling heeft erkend, naar haar aard en omvang niet in de ruimtelijke structuur van de omgeving paste, heeft het college in dit geval een drempel van 3 procent van de waarde van de woning, onmiddellijk vóór het ontstaan van de schade, mogen hanteren, omdat die ontwikkeling in het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid paste.

Het betoog slaagt.

# 29 januari 2020 (ABRvS 201808219/1/R3): Awb, Wro, Wnb, Wabo; provinciaal inpassingsplan, vergunning/ontheffing en omgevingsvergunning voor bouwen, windpark, belanghebbenden, Chw, MER/locatiekeuze, Aarhus, noodzaak, provinciaal beleid, geluid, Arrest d’Oultremont, slagschaduw, gezondheid/voorzorgsbeginsel/Grondwet/EVRM, landschap, Barro, natura 2000/passende beoordeling, vogels, cumulatie, 1%-mortaliteitsnorm, weidevogels
31.3.    Voor zover de Stichting en anderen betogen dat het voorzorgsbeginsel ertoe noopt dat nader onderzoek had moeten worden gedaan naar de gezondheidsrisico’s, overweegt de Afdeling het volgende. Onder meer in de uitspraak over het windpark De Drentse Monden en Oostermoer is geoordeeld dat het voorzorgs- en preventiebeginsel niet zover strekt dat provinciale staten op basis van publicaties, waarin slechts een mogelijk verband wordt gelegd tussen windturbines en gezondheidsklachten, van de vaststelling van het inpassingsplan hadden moeten afzien. In de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019 over windpark Greenport Venlo, ECLI:NL:RVS:2019:4210, onder 29-29.3, heeft de Afdeling aanleiding gezien nader in te gaan op het beroep op het voorzorgsbeginsel. Daaruit volgt dat voorzorg van betekenis kan zijn bij de door provinciale staten te maken afweging. Voor de betekenis die aan het voorzorgsbeginsel kan toekomen is in die uitspraak aansluiting gezocht bij de Mededeling van de Europese Commissie over het voorzorgsbeginsel (COM/2000/0001) van 2 februari 2000. In de uitspraak is – kort weergegeven – overwogen dat in de mededeling staat dat het voorzorgsbeginsel vooral van belang is voor risicobeheer. Vanwege (onzekere) risico’s kan uit voorzorg al dan niet worden besloten om maatregelen te nemen. Zoals ook de Europese Commissie stelt, is het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico primair een bestuurlijke taak.

31.4.    Provinciale staten hebben geen aanleiding gevonden om uit voorzorg met het oog op een goed woon- en leefklimaat van omwonenden een andere geluidnorm te hanteren dan die is neergelegd in het Activiteitenbesluit. Zij hebben geen gegronde reden aanwezig geacht om vanwege de geluidproductie te vrezen voor onaanvaardbare gevaarlijke gevolgen voor omwonenden.

Zoals in de uitspraak over windpark Greenport Venlo is overwogen, is deze standpuntbepaling een bij uitstek bestuurlijke politieke taak. De Afdeling kan beoordelen of provinciale staten in redelijkheid het besluit hadden kunnen nemen. De Afdeling kan niet een eigen oordeel in de plaats stellen van het oordeel van provinciale staten. Ter beoordeling van de Afdeling staat of het besluit van provinciale staten op dit punt berust op voldoende kennis over de relevante feiten en belangen, deugdelijk is gemotiveerd en geen onevenredige gevolgen heeft voor belanghebbenden in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

31.5.    Zoals hiervoor onder 31.2 reeds is overwogen, bestaat in de wetenschap geen eenduidig standpunt over het antwoord op de vraag of geluid van windturbines effect heeft op de gezondheid van mensen. Een directe oorzaak-effectrelatie tussen windturbinegeluid en gezondheid is blijkens het RIVM-rapport uit 2017 in de wetenschap – nog – niet gevonden. Tegen de achtergrond van deze stand van zaken in de wetenschap over effecten van (laagfrequent) geluid van windturbines op in de nabijheid van die windturbines wonende mensen, kan naar het oordeel van de Afdeling niet worden gezegd dat het standpunt van provinciale staten over de gevolgen van geluid voor de gezondheid niet berust op voldoende kennis over de relevante feiten en belangen dan wel niet toereikend is gemotiveerd.

31.6.    Over de monitoring van de gezondheidseffecten hebben provinciale staten naar voren gebracht daaraan uit zorgvuldigheidsoverwegingen medewerking te verlenen, maar niet omdat zij op voorhand risico’s voor de volksgezondheid zien. De monitoring maakt geen onderdeel uit van het inpassingsplan. De uitvoering daarvan ligt derhalve nu niet ter beoordeling voor aan de Afdeling.

31.7.    Voor zover de Stichting en anderen aanvoeren dat de vaststelling van het inpassingsplan in strijd is met de artikelen 21 en 22 van de Grondwet, wordt overwogen dat dit bepalingen zijn inzake sociale grondrechten. In artikel 21 van de Grondwet is neergelegd dat de zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. In artikel 22 van de Grondwet is neergelegd dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid. Zoals de Afdeling in onder meer haar uitspraak van 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2356, heeft overwogen lenen bepalingen inzake sociale grondrechten zich in beginsel niet voor rechtstreekse toetsing door de rechter. In dit geval is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die ertoe moeten leiden dat het bestreden besluit, in aanvulling op de toetsing aan de toepasselijke wetgeving, waaronder de Wro, desondanks in aanmerking komt voor rechtstreekse toetsing aan de artikelen 21 en 22 van de Grondwet.

31.8.    Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat de gevolgen voor de gezondheid onvoldoende zijn betrokken in de belangenafweging over het vaststellen van het inpassingsplan of dat provinciale staten het plan vanwege de effecten van windturbines op de gezondheid niet in redelijkheid hebben kunnen vaststellen.

# 28 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 18/2275): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, veranderen veehouderij, provinciale verordening, staldering, chemische combiluchtwassers, Wgv/Rgv, WUR, geurverwijderingsrendement, voorzorgsbeginsel
Een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een varkenshouderij wordt geweigerd vanwege de gewijzigde emissiefactoren in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) per 20 juli 2018 voor chemische combiluchtwassers. Hierdoor kan de veehouderij na uitbreiding niet meer voldoen aan de geurnormen in de Wet geurhinder en veehouderij (artikel 3, vierde lid Wgv). Eiseres verzoekt de nieuwe Rgv onverbindend te verklaren. Daarom heeft de rechtbank ook de Minister van Milieu en Wonen laten deelnemen aan de procedure. Verder heeft de rechtbank de Stichting advisering bestuursrechtspraak als deskundige laten kijken naar de onderzoeken die de Minister ten grondslag heeft gelegd aan de wijziging van de Rgv. Gelet op het StAB-advies is de rechtbank van oordeel dat de steekproef in het WUR2 onderzoek niet voldoende representatief is om een geurverwijderingsrendement van een bepaald type combiwasser of het gemiddelde geurverwijderingsrendement van chemische combiwassers vast te stellen. Gelet op het totale aantal vergunde chemische combiwassers in Nederland is het aantal onderzochte combiwassers in het WUR 2 onderzoek simpelweg te laag. De Minister heeft mogen aannemen dat de combiwassers niet het geurverwijderingsrendement halen waar de oude Rgv van uit ging. Gelet op de technische complexiteit is de rechtbank van oordeel dat de Minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten de Rgv te wijzigen en uit voorzorg de geuremissiefactoren van combiwassers gelijk te stellen met die van enkelvoudige wassers. Hoewel een meer evenwichtige regeling nadrukkelijk de voorkeur verdient, kan de rechtbank begrijpen dat de minister het voorzorgbeginsel zwaar laat wegen, waarbij meespeelt dat de minister ter zitting heeft aangegeven dat hij streeft naar een spoedige aanpassing van de regeling. In de uitspraak oordeelt de rechtbank ook dat er geen aanleiding is om de Stalderingsregeling in de Verordening ruimte Noord-Brabant buiten toepassing te laten. Het beroep van de veehouder wordt ongegrond verklaard.

* 27 januari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1980, SHE 19/2042 en SHE 19/2507): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, hotel, Chw, behoefte, parkeren, windhinder, diervoederfabriek/geur(gevoeligheid), VNG-brochure, provinciaal geurbeleid
11.4  De rechtbank zal eerst beoordelen of het Silotel een geurgevoelig object is. De rechtbank gaat hierbij uit van de definitie in de Wgv. Dat volgt ook uit het Activiteitenbesluit milieubeheer dat in artikel 2.7a normen stelt voor geuremissies van bedrijven voor geurgevoelige objecten en dat in artikel 1.1 bij de definitie van geurgevoelig object aansluiting zoekt bij de Wgv. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in de uitspraak van 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:422) reeds geoordeeld dat de Wgv, gelet op de begripsomschrijving van een geurgevoelig object, alleen bescherming biedt aan personen tegen langdurige blootstelling aan geurhinder in gebouwen. De rechtbank is van oordeel dat niets in de weg staat aan een langdurig verblijf van personen in het Silotel. Er zijn geen beperkingen aan een verblijf opgenomen in het bestreden besluit wat betreft de duur ervan. Verweerder heeft het Silotel daarom terecht als een geurgevoelig object beschouwd. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de reeds genoemde uitspraak van de Afdeling waar recreatiewoningen ook als geurgevoelig object werden beschouwd.

11.5  Omdat niet wordt voldaan aan de richtafstand in de VNG publicatie zal verweerder moeten motiveren of de bedrijfsvoering en de ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf niet ontoelaatbaar worden belemmerd door het Silotel en of er een aanvaardbare leefomgeving denkbaar is bij het Silotel. Verweerder heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de Beleidsregel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de Beleidsregel daarvoor niet zelf hoeft vast te stellen. De rechtbank benadrukt dat de Beleidsregel vooral is geschreven voor de verlening van omgevingsvergunningen voor het oprichten, uitbreiden of wijzigen van inrichtingen met geuremissie, het wijzigen van voorschriften van een milieuvergunning of het stellen van maatwerkvoorschriften. Weliswaar staat in de toelichting van de Beleidsregel dat deze ook een invulling biedt van de ‘omgekeerde werking’, maar helaas biedt de toelichting geen verdere duidelijkheid over de manier waarop dit zou moeten gebeuren. De rechtbank kan zich voorstellen dat de Beleidsregel wel kan worden gebruikt bij het toestaan van planologische afwijkingen ten behoeve van bedrijven, maar ziet in de toelichting geen aanknopingspunten voor de invulling door middel van de Beleidsregel als er planologisch wordt afgeweken door het toevoegen van geurgevoelige objecten bij geurhinder veroorzakende bedrijven.

* 17 januari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/5923 en AMS 19/5591): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, minisupermarkt, strijd met bpl, behoefte, zelf in de zaak voorzien door sluiting op te leggen
4.5  Wanneer er sprake is van een overtreding, zoals hier naar het oordeel van de rechtbank het geval is, moet verweerder overgaan tot handhaving. Dit volgt uit de beginselplicht tot handhaving. De belangrijkste uitzondering hierop is als sprake is van concreet zicht op legalisatie. In het omgevingsrecht kan dat er zijn wanneer er een ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt op grond waarvan de activiteit is toegestaan of wanneer er een aanvraag ligt om een omgevingsvergunning die volgens verweerder verleend kan worden. Dit is allebei niet het geval in deze zaak. Er ligt geen aanvraag (meer) voor een omgevingsvergunning om te mogen afwijken van het bestemmingsplan en een nieuw bestemmingsplan is op dit punt niet in de maak. Met eiseres is de rechtbank dan ook van oordeel dat er geen concreet zicht op legalisatie aanwezig is. Ook is geen sprake van andere bijzondere omstandigheden die maken dat in dit geval van handhaving moet worden afgezien.

5.1  Dit betekent dat de rechtbank het beroep gegrond verklaart en het bestreden besluit vernietigt. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit, omdat verweerder er blijk van heeft gegeven niet te willen handhaven en niet zelf zal overgaan tot het aanschrijven van SPAR om de SPAR city te sluiten. In dat kader bepaalt de rechtbank dat het huidige gebruik van het pand aan de Nieuwe Doelenstraat 55 als minisupermarkt, to go-winkel, buurtwinkel of SPAR city door SPAR wordt gestaakt door sluiting van de winkel binnen één week na de datum van deze uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om een dwangsom te verbinden aan overschrijding van deze termijn, aangezien ervan uit wordt gegaan dat SPAR ditmaal wel navolging geeft aan de uitspraak van de rechtbank, dan wel dat verweerder daadwerkelijk tot handhaving overgaat indien dit niet het geval blijkt te zijn.

* 20 juni 2019 (Rb Amsterdam AMS 17/7375): Awb, Gmw; handhaving, sluiting woning, exploderen gegooid projectiel, openbare orde, geen gedraging vanuit de woning
3.6.  Zoals overwogen in het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat uit de hierboven genoemde jurisprudentie volgt dat de in artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet neergelegde sluitingsbevoegdheid ook ziet op niet drugsgerelateerde verstoringen van de openbare orde en voorts dat voor het toepassen van die bevoegdheid is vereist dat sprake is van gedragingen vanuit de woning of vanuit het bijbehorende erf. Niet in geschil is dat de [projectiel] is ontploft in het portiek van de woning en dat dit schade tot gevolg heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat deze handeling en ontploffing zonder meer kan worden aangemerkt als een ernstige verstoring van de openbare orde en dat het gelet daarop begrijpelijk is dat verweerder het nodig achtte in te grijpen en de veiligheid en rust in de straat te herstellen. Dat betekent echter nog niet dat verweerder reeds daarom bevoegd was tot toepassing van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet.

3.7.  Van een gedraging vanuit het bij de woning behorende erf is hier geen sprake. Uit genoemde jurisprudentie van de Afdeling volgt dat verweerder bevoegd is een woning te sluiten als sprake is van gedragingen vanuit de woning of vanuit het bijbehorende erf waardoor de openbare orde wordt verstoord. Verweerder is in beginsel niet bevoegd een woning te sluiten in de hier aan de orde zijnde omgekeerde situatie, waarin de verstoring van de openbare orde het gevolg was van een [projectiel] die is gegooid naar de woning of bijbehorende portiek. Dit is geen gedraging vanuit de woning of het bijbehorende erf, maar een gedraging van buiten de woning of het bijbehorende erf. De rechtbank is verder van oordeel dat het niet relevant is dat de [projectiel] is geland op de grond in het portiek en daar tot ontploffing is gekomen. Daarmee is namelijk nog steeds geen sprake van een gedraging vanuit het bij de woning behorende erf. Aan een beoordeling van de vraag of, zoals verweerder heeft betoogd, sprake is van een ‘erf’ in de zin van artikel 174a van de Gemeentewet, komt de rechtbank dan ook niet toe.