Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 11 maart 2020 (ABRvS 201907336/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfspand , planregels/toelichting, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 19/578)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201906874/1/R2): Awb, Wro; bpl, herontwikkeling bedrijventerrein, woningen, woon- en leefklimaat
* 11 maart 2020 (ABRvS 201906790/1/A3): Awb; afsluiting bos, geen besluit (Rb Noord-Holland 19/1213)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201906674/1/R1): Awb, Wro; bpl, woonlocatie, belanghebbenden, begrenzing, Natura 2000/Wnb, geen knelpunt stikstof, verkeer, parkeren
* 11 maart 2020 (ABRvS 201905729/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, bedrijfsactiviteiten, VNG-brochure
* 11 maart 2020 (ABRvS 201905021/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden loods op industrieterrein, motivering (Rb Limburg 19/993 en 19/1082)
# 11 maart 2020 (ABRvS 201904614/1/A2): Awb, Gmw; handhaving, voetbalkooi, geluidsoverlast, schadevergoeding (Rb Rotterdam 17/4598)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201904361/1/A3): Awb, Wegenwet; onttrekken weg aan openbaarheid, belanghebbenden (Rb Overijssel 17/1938)
# 11 maart 2020 (ABRvS 201903529/1/R1): Awb, Wro; bpl, multifunctionele nucleaire reactor, belanghebbende, MER, alternatieve locatie, Natura 2000/passende beoordeling
* 11 maart 2020 (ABRvS 201903453/4/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, voorwaardelijke verplichting, tussenuitspraak
* 11 maart 2020 (ABRvS 201903327/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor maken uitweg, verkeersveiligheid, APV (Rb Midden-Nederland 18/3442)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201903300/1/A1): Awb, Wabo; invordering dwangsom, staken bedrijfsactiviteiten, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 18/1554)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201903299/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen hooiruif en schuilstal, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 18/2056)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201903064/5/A3): Awb; conclusie Staatsraad AG, handhaving, import illegaal hout, EU-Houtverordening, heroverweging van herstelsancties in de bezwaarfase (Rb Amsterdam 17/6266, 17/6270, 17/6271, 17/6273, 17/6276 en 17/6321)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201902314/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, recreatiechalets, belanghebbende (Rb Zeeland-West-Brabant 18/5610)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201902308/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, recreatiechalets, strijd met bpl, belanghebbende, schade (Rb Zeeland-West-Brabant 18/6002)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201901644/1/A1): Awb, Wm; aanwijzing locaties afvalcontainers, beleidsregels, overlast, tussenuitspraak
* 11 maart 2020 (ABRvS 201901531/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, Ladder/Bro, bedrijf, VNG-brochure
* 11 maart 2020 (ABRvS 201901464/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, Natura 2000/Wnb en MER/relativiteit, geur/Wgv/ruwheidslengte
* 11 maart 2020 (ABRvS 201901027/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, landbouwschuur, strijd met bpl, planregels (Rb Zeeland-West-Brabant 18/4582)
* 11 maart 2020 (ABRvS 201900679/2/A2): Awb, Wro; planschade
* 11 maart 2020 (ABRvS 201900668/1/A3): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting huurwoning, drugs (Rb Noord-Nederland 18/1049)
# 11 maart 2020 (ABRvS 201804491/1/R1): Awb, Wro; bpl, hockeyvelden met verlichting, geluid, voorwaardelijke verplichting, lichthinder
* 10 maart 2020 (CBb 18/2475, 18/2220, 18/2264, 18/2255, 18/1424, 18/1295, 18/351, 18/2665, 18/2386 en 18/2604): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, geen buitensporige last/EP, bedrijfsopvolging, knelgevallenregeling, peildatum
* 9 maart 2020 (ABRvS 202001058/2/R1): Awb, Wabo; vovo, bekendmaking van rechtswege verleend omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, horecabestemming, Dienstenrichtlijn (Rb Amsterdam AMS 19/195)
* 6 maart 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/806 WET MI VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woonwagen en standplaats, drugs, hennepresten
* 6 maart 2020 (ABRvS 201500432/2/R3, 201500589/2/R3, 201908991/3/R3 en 201908992/2/R3): Awb, Wro; verzoek om opheffing vovo, nieuwe weigering ontheffing provinciale verordening, winkelconcepten/sportdetailhandel, reactieve aanwijzing, onomkeerbare gevolgen
* 6 maart 2020 (ABRvS 201908325/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woningen, parkeren, verkeersveiligheid/snelheid
* 6 maart 2020 (ABRvS 202000333/1/R1): Awb, Wm, Wbb; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, bodembeschermende voorziening, Bbk/Activiteitenbesluit, verlaging
* 6 maart 2020 (ABRvS 202000973/2/R1): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kerk, VNG-brochure, luidklok, nader onderzoek (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1515)
* 6 maart 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 18/1114 en 18/1115): Awb, Wro; planschade, nieuwe weginfrastructuur, normaal maatschappelijk risico
* 5 maart 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/264 HOREC VV): Awb, DHW, Gmw; vovo, intrekking DHW- en exploitatievergunning, café restaurant, Wet Bibob, aanleveren gegevens
* 5 maart 2020 (Rb Gelderland AWB 19/1127, 19/1145, 19/1150, 19/1152, 19/1165 en 19/1171): Awb, Wnb, beheerplan, Natura 2000-gebied, bevoegdheid Rb kennis te nemen van beroepen
* 5 maart 2020 (Rb Den Haag SGR 18/7626 en 20/1105): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra gebouwen, dierenopvang, beeldkwaliteitsparagraaf, gevel/beplanting
* 5 maart 2020 (EH C-248/19): Niet-nakoming, Cyprus, gebrek aan secundaire behandeling of gelijkwaardige behandeling van stedelijk afvalwater, bouw en exploitatie van zuiveringsinstallaties, controle van lozingen van dergelijke stations
* 5 maart 2020 (ABRvS 201907895/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen van bomen voor aanleg rotonde, APV, bomenbeleidsplan (Rb Oost-Brabant 19/1601)
* 5 maart 2020 (ABRvS 202000290/2/A3): Awb, Gmw; vovo, intrekking exploitatievergunning, horeca, APV, slecht levensgedrag, Dienstenrichtlijn, woon- en leefklimaat (Rb Amsterdam 19/6050 en 19/6052)
* 5 maart 2020 (Rb Limburg AWB 19/22): Awb, Nbw; ontheffing, windturbinepark, schade aan vogels, blauwe kiekendief, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 5 maart 2020 (Rb Amsterdam AMS 18/5236): Awb, Wbr; vergunning, elektrische laadpunten bij tankstation, Dienstenrichtlijn, VWEU, verkeersveiligheid
* 4 maart 2020 (ABRvS 202000949/1/R1): Awb, Wbb; vovo, dwangsom, toepassing van staalslakken en grout, grondwater, asfalteren/verwijderen folie, doorlaatbaarheid grout
* 4 maart 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 18/3445 en LEE 18/3542): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vernieuwen en vergroten supermarkt, vvgb, afscheiding, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 4 maart 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/746): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting horeca, geen exploitatievergunning, rommelige procedures, fouten van beide kanten
* 2 maart 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2252 en UTR 19/2261): Awb; schadevergoeding, provinciale vergoedingsregeling ganzenrustgebieden, grasland, Faunafonds, Meten is weten, grashoogtemeter, taxaties
* 28 februari 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/1495): Awb; invordering dwangsommen, milieubepalingen, faillissement, curator, niet overnemen procedures, belangen, ontvankelijkheid
* 21 februari 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 18/2706, 18/2682, 18/2703, 18/2704, 18/2705, 18/2707, 18/2708): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen dekschuiten, strijd met bpl, geen onderdeel van woonboten, Wet verduidelijking voorschriften woonboten, feitelijk gebruik van dekschuiten met verblijfsruimten/van rechtswege ontstane vergunning, nader onderzoek
* 20 februari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1621, UTR 19/1624 en UTR 19/1628): Awb; toetsing van de na het verlenen van omgevingsvergunning ingediende constructiegegevens van bouwwerk, Mor, nadere gegevens, NEN/Bouwbesluit,  niet op rechtsgevolg gericht, geen besluit, ontvankelijkheid
* 20 februari 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/402): Awb, DHW, Gmw; vovo, handhaving, intrekking DHW- en exploitatievergunning, schenking alcohol minderjarigen, APV, vrees openbare orde niet gerechtvaardigd
* 12 februari 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 18/2427 en 18/2428): Awb, Wro; planschade, nieuwe weginfrastructuur, normaal maatschappelijk risico
* 12 februari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/1092): Awb, Wro; planschade, prostitutiebedrijf, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 11 februari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1166 en AWB 19/1164): Awb, Wnb; handhaving, veehouderijen, beweiden, gedeeltelijk conform lijn Afdeling
* 10 februari 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/20 en AMS 20/51): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, harmonicadeur in gevel pand, geen vergunning
* 5 februari 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1091): Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, staken exploitatie horeca, geen DHW-vergunning, Wet Bibob, Dienstenrichtlijn, bevoegdheid
* 31 januari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/2030): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra bouwlaag, aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, bezonning en privacy
* 27 november 2019 (Rb Noord-Holland HAA 19/1264): Awb; invordering dwangsom, heroverweging, omgevingsvergunning voor verbouwen, luchtverversingsinstallatie, brandwerende klep, feiten of veranderde omstandigheden
* 14 november 2019 (Rb Amsterdam AMS 19/1828): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, extra toegang benedenwoning
* 24 september 2019 (Rb Midden-Nederland UTR 19/659): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw en verplaatsen van een beluchtingsunit, kruimelgeval, welstand

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 11 maart 2020 (ABRvS 201907336/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfspand , planregels/toelichting, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 19/578)
5.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (in onder meer de uitspraak van 19 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2636), zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming en de daarbij behorende planregels bepalend voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De niet bindende toelichting heeft in zoverre betekenis, dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven indien de bestemming en de bijbehorende regels waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk zijn.

5.3.    Uit artikel 6.1, aanhef en onder d, van de planregels blijkt dat op gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf -4” alleen een bouw/assemblagebedrijf van houten dan wel kunststof pleziervaartuigen is toegestaan. Uit het artikel volgt niet dat op gronden met deze nadere aanduiding de vestiging van bedrijven in de categorieën 1 en 2 ook is toegestaan. De planregel is niet onduidelijk. Dit betekent dat aan de plantoelichting daarom in zoverre geen betekenis toekomt.

Uit het voorgaande volgt dat het bouwplan in strijd is met artikel 6.1, aanhef en onder d, van de planregels. Dit heeft de rechtbank niet onderkend.

Het betoog slaagt.

* 11 maart 2020 (ABRvS 201906790/1/A3): Awb; afsluiting bos, geen besluit (Rb Noord-Holland 19/1213)
4.    De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat de gemeente Het Beusebos op 12 april 2018 op grond van haar eigendomsrechten heeft afgesloten. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het besluit op bezwaar een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar inhoudt. De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat het college geen publiekrechtelijke bevoegdheden heeft om af te dwingen dat de eigenaar van Het Beusebos, in dit geval de gemeente, de afsluiting van Het Beusebos ongedaan maakt.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek van de Stichting, zoals verwoord in de brief van 23 november 2018, niet gericht kon zijn op een publiekrechtelijk rechtsgevolg. De reactie van het college op dit verzoek kan dan ook niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb worden aangemerkt, aldus de rechtbank.
5.1  ……………………………
De conclusie is dat aan het college ter zake van de openstelling van Het Beusebos geen enkele bevoegdheid is toegekend in het kader van de uitvoering van enige wettelijke regeling waarop het verzoek betrekking heeft. Wat de Stichting heeft gevraagd en het college heeft geweigerd, is dus geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het college heeft het bezwaar van de Stichting dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.

Het betoog faalt.

* 11 maart 2020 (ABRvS 201904361/1/A3): Awb, Wegenwet; onttrekken weg aan openbaarheid, belanghebbenden (Rb Overijssel 17/1938)
3.2.    De raad heeft beleidsruimte om al dan niet een gedeelte van de weg aan de openbaarheid te onttrekken. De bestuursrechter toetst of de raad in redelijkheid tot zijn besluit over onttrekking heeft kunnen komen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen is met de openbare toegankelijkheid van wegen in beginsel het algemeen belang gediend. Dit is slechts anders als een openbare weg feitelijk geen functie meer heeft voor het openbaar verkeer. Daarvan is bij het betrokken weggedeelte geen sprake, omdat dit weggedeelte in ieder geval fungeert als ontsluitingsweg voor het perceel van [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 24 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX4415, van 1 februari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV0942 en van 10 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9902). Het door de raad gestelde uitgangspunt dat onttrekking van een weggedeelte niet plaatsvindt wanneer niet alle aangrenzende belanghebbenden instemmen, acht de Afdeling niet onredelijk.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de raad in redelijkheid heeft kunnen weigeren de laatste 55 meter van de Burgemeester Janssenstraat aan de openbaarheid te onttrekken.

* 11 maart 2020 (ABRvS 201903453/4/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, voorwaardelijke verplichting, tussenuitspraak
10.2  ……………………………
Volgens vaste jurisprudentie biedt een civielrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van gronden waarop een voorziening moet worden gerealiseerd echter onvoldoende zekerheid dat de benodigde voorziening ook daadwerkelijk zal worden gerealiseerd (vergelijk de uitspraken van 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3063, en van 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2517). De raad heeft weliswaar ter zitting toegelicht dat Friesch Groningsche Schelfhorst C.V. de gronden met de bestemming “Natuur” aan het gemeentebestuur zal verkopen, maar niet kan worden uitgesloten dat Friesch Groningsche Schelfhorst C.V. deze gronden niet zal verkopen. Daarbij komt dat het beeldkwaliteitsplan kennelijk ook beoogt te voorzien in de landschappelijke inpassing en de instandhouding van de gronden met de bestemming “Wonen – Wonen in natuur”.

Als de raad de realisering van de genoemde voorziening noodzakelijk acht in het kader van een goede ruimtelijke ordening en het gemeentebestuur het niet zelf in zijn macht heeft de noodzakelijke maatregelen te treffen, zoals hier het geval is, en deze in stand te houden, is het daarvoor opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels nodig (vergelijk de uitspraak van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3020). In de planregels zal een concrete verwijzing naar de voorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan – zoals deze invulling onder meer blijkt uit de elementen genoemd in de weergave op de pagina’s 17, 18 en 31 – over de inrichting en de instandhouding van de gronden van het plangebied met de bestemming “Natuur” en de landschappelijke inpassing en de instandhouding van de gronden met de bestemming “Wonen – Wonen in natuur” moeten worden opgenomen. Dat is hier ten onrechte niet gebeurd. Gelet daarop wordt in het plan niet geregeld wat de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Het besluit is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en is op dit punt in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Het betoog slaagt in zoverre.

* 11 maart 2020 (ABRvS 201903064/5/A3): Awb; conclusie Staatsraad AG, handhaving, import illegaal hout, EU-Houtverordening, heroverweging van herstelsancties in de bezwaarfase (Rb Amsterdam 17/6266, 17/6270, 17/6271, 17/6273, 17/6276 en 17/6321)
Als iemand een bestuursorgaan vraagt om op te treden tegen een overtreding, dan kan het bestuursorgaan besluiten om een herstelsanctie op te leggen. Maar het bestuursorgaan kan daar ook van afzien. Dat laatste gebeurde in de zaak die aanleiding was voor de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om de conclusie te vragen.

Greenpeace had de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gevraagd om op te treden tegen Nederlandse houtbedrijven die hout importeren uit onder andere de Amazone. Het hout is daar mogelijk illegaal gekapt. De minister waarschuwde verschillende bedrijven, maar legde geen herstelsancties op. Greenpeace maakte daar bezwaar tegen, maar de minister handhaafde haar besluit. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak vroeg staatsraad advocaat-generaal Wattel om in een conclusie in te gaan op dit soort situaties, waarin ook na heroverweging in bezwaar is geweigerd een herstelsanctie op te leggen voor de overtreding van de EU-Houtverordening.

Volgens Wattel moeten herstelsancties effectief en evenredig zijn. De heroverweging van besluiten om al dan niet zulke sancties op te leggen moet daarom tot effectieve en evenredige sancties leiden. Het gaat erom dat de te handhaven norm daadwerkelijk wordt toegepast. Daarom zijn het doel en de strekking van die norm bepalend voor de vraag welke feiten, welke omstandigheden en welk beleid als relevant in de heroverweging moeten worden betrokken. Dat betekent doorgaans dat het bestuursorgaan ‘zowel het toen als het nu als alles eromheen en tussenin moet meewegen’, aldus de staatsraad advocaat-generaal. Hij gaat daarnaast in op andere vraagpunten, zoals het opleggen van een sanctie om herhaling van een overtreding te voorkomen.

Wattel constateert ten slotte dat in Nederland geen bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd voor overtredingen van de Europese Houtverordening. Het is volgens hem in strijd met het EU-recht als het OM ervoor kiest bedrijven niet te vervolgen voor overtredingen van de Houtverordening, zoals in deze zaak. Ook meent hij dat de minister meer gebruik zou kunnen maken van de mogelijkheid van het terughalen van hout uit de markt. Verder verdient het volgens hem aanbeveling om de bewijslast om te keren bij de vraag of houtimporteurs de benodigde voorzorg hebben betracht.

* 11 maart 2020 (ABRvS 201902308/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, recreatiechalets, strijd met bpl, belanghebbende, schade (Rb Zeeland-West-Brabant 18/6002)
4.2.    Droompark is eigenaar van de gronden en wordt na plaatsing van de chalets ook eigenaar van de chalets. Somnium is degene die de chalets op de parken van Droompark verhuurt. Somnium is ook degene die de chalets op de parken van Droompark verkoopt. De verkoop vindt plaats via een ABC-constructie. Droompark heeft een koopovereenkomst met Somnium. Somnium heeft ook een koopovereenkomst met de uiteindelijke koper. Alle drie de partijen hebben gezamenlijk een ABC-akte. Het recht op levering, dat Somnium jegens Droompark heeft, wordt aan de uiteindelijke koper  overgedragen. Droompark levert de kavels met chalets rechtstreeks aan de uiteindelijke koper.

Droompark heeft de omgevingsvergunning aangevraagd en het besluit, waarbij de omgevingsvergunning is geweigerd, is ook aan haar gericht. In beginsel is ook slechts het belang van Droompark rechtstreeks bij het besluit betrokken. Het belang van Somnium is in beginsel een afgeleid belang gelet op de contractuele relatie tussen haar en Droompark. Zoals hiervoor is uiteengezet wordt het afgeleid belang niet in alle gevallen tegengeworpen. Somnium stelt dat het afgeleid belang haar om twee redenen niet mag worden tegengeworpen. De eerste betreft een zakelijk recht, namelijk het eigendomsrecht. De tweede reden is dat zij gelet op de door haar gestelde schade zwaarder getroffen wordt dan Droompark.

4.3.    Over het zakelijk recht overweegt de Afdeling het volgende. Somnium heeft een voorbeeld van een ABC akte overgelegd. Bij die akte zijn drie partijen betrokken. Droompark, die in de akte als eigenaar wordt aangeduid, Somnium die als verkoper wordt aangeduid en de uiteindelijke koper die als koper wordt aangeduid. Koopovereenkomst 1 is de overeenkomst tussen Droompark en Somnium. Koopovereenkomst 2 is de overeenkomst tussen Somnium en de uiteindelijke koper. In de abc-akte staat in artikel 1.1 over de levering het volgende: “Ter uitvoering van de Koopovereenkomst 1 en de Koopovereenkomst 2 en het in de considerans bepaalde levert Eigenaar bij deze rechtstreeks aan Koper, die bij dezen van Eigenaar aanvaardt […]”. Hieruit maakt de Afdeling op dat Droompark de kavel met chalet rechtstreeks aan de uiteindelijke koper levert. Levering aan Somnium vindt derhalve niet plaats. Nu er niet aan Somnium wordt geleverd en niet op een andere manier is gebleken dat Somnium het juridisch eigendomsrecht van de kavel met chalets verkrijgt, wordt Somnium in deze ABC-constructie geen eigenaar. Dit betekent dat de rechtbank in zoverre terecht in de gestelde eigendom geen aanleiding heeft gezien om het afgeleid belang niet tegen te werpen.

Ten aanzien van de gestelde schade overweegt de Afdeling dat deze niet maakt dat Somnium een eigen belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De door haar gestelde schade is niet het gevolg van het weigeringsbesluit maar het gevolg van de contractuele afspraken van Somnium met onder andere Droompark. Bovendien is het bestellen van de chalets voordat de omgevingsvergunning is verleend een ondernemersrisico, waarvan de gevolgen voor risico voor Somnium zijn.

Het betoog faalt.

* 5 maart 2020 (Rb Limburg AWB 19/22): Awb, Nbw; ontheffing, windturbinepark, schade aan vogels, blauwe kiekendief, belanghebbenden, ontvankelijkheid
6. In het onderhavige geval wonen eisers op een afstand van ongeveer 1900 meter van de dichtstbijzijnde windturbine van het windturbinepark. Gelet op hiervoor genoemde jurisprudentie is de rechtbank van oordeel dat het gebruik maken van de verleende ontheffingen geen ruimtelijke uitstraling (met gevolgen van enige betekenis) en daarmee geen zodanige invloed op de woon- en leefomgeving van eisers heeft dat zij als belanghebbende aangemerkt kunnen worden. Voor zover eisers zich inzetten voor behoud van de vogelstand in het algemeen en de blauwe kiekendief in het bijzonder moet dit aangemerkt worden als een subjectief gevoel van betrokkenheid en kan dit niet leiden tot het aannemen van belanghebbendheid. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat eisers als individueel persoon niet voor algemene belangen kunnen opkomen. De omstandigheid dat eiser vreest dat hij zijn hobby, het fotograferen van met name de blauwe kiekendief, niet langer in zijn directe woon- en leefomgeving kan blijven beoefenen, als het windturbinepark in gebruik wordt genomen, is geen rechtstreeks bij de verleende ontheffingen betrokken belang dat hem dermate onderscheidt van andere vogelliefhebbers dat hij op grond daarvan als belanghebbende aangemerkt kan worden (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8937 en 11 juli 2018, ECLI:NL:2018:2314). Dat geldt ook voor de wens van eisers om de blauwe kiekendief te kunnen waarnemen in hun directe woonomgeving.

  1. Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit de bezwaren van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het daartegen gerichte beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.* 20 februari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1621, UTR 19/1624 en UTR 19/1628): Awb; toetsing van de na het verlenen van omgevingsvergunning ingediende constructiegegevens van bouwwerk, Mor, nadere gegevens, NEN/Bouwbesluit, niet op rechtsgevolg gericht, geen besluit, ontvankelijkheid
    6. Artikel 2.7 van het Mor bevat een regeling op grond waarvan de aanvrager bepaalde gegevens later mag indienen. Vergunninghouder heeft bij verweerder verzocht om constructiegegevens op uitvoeringsniveau later te mogen aanleveren. Daarom is voorschrift 6 aan de omgevingsvergunning is verbonden. De rechtbank stelt vast dat in dit voorschrift niet is bepaald dat de in te dienen constructiegegevens moeten worden goedgekeurd. Ook bevat de omgevingsvergunning geen voorschrift met een verbod om te bouwen voordat de later aan te leveren gegevens zijn goedgekeurd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het afkeuren van constructiegegevens niet tot gevolg heeft dat niet gestart mag worden met bouwen. Het recht om te bouwen volgt uit de verleende omgevingsvergunning.
    10. De rechtbank is van oordeel dat de beoordeling van de later ingediende gegevens door de

constructeur aangemerkt moet worden als een ambtelijke beoordeling van deze gegevens. De rechtbank vindt hiervoor steun in de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:120 (rechtsoverweging 9.2). De beoordeling van de constructiegegevens door de constructeur is, gelet op de gegeven toelichting op de werkwijze, op dat moment niet meer dan een constatering van de constructeur zonder rechtsgevolgen. Hiermee is dan ook geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dat, zoals eisers stellen, als gevolg van het afkeuren van de constructiegegevens geen gebruik mag worden gemaakt van de omgevingsvergunning, volgt de rechtbank niet. Zoals hierboven al is overwogen, volgt het recht om te bouwen uit de verleende omgevingsvergunning. Van het (doen) stilleggen van de bouwwerkzaamheden of anderszins handhavend optreden was geen sprake. Gelet op de toelichting van verweerder op de werkwijze van de beoordeling van de constructiegegevens is dit pas mogelijk aan de orde na beoordeling door de afdeling handhaving of sprake is van een overtreding waarop gehandhaafd moet worden. Dat eisers zich in de gegeven situatie genoodzaakt voelden om de constructiegegevens aan te passen, is voorstelbaar, maar maakt niet dat de afkeuringen juridisch gezien op rechtsgevolg zijn gericht. De beroepsgrond slaagt niet.

  1. De rechtbank komt tot de conclusie dat het afkeuren van later ingediende constructiegegevens door de constructeur niet op rechtsgevolg gericht is en daarmee niet is aan te merken als een besluit in de zin van 1:3, eerste lid, van de Awb.
    14. Een bestuurlijk rechtsoordeel is het door een bestuursorgaan opschrijven van zijn visie op de gevolgen van rechtsregels voor een bepaalde situatie. Naar het oordeel van de rechtbank voldoen de schriftelijke opmerkingen van de constructeur over de ingediende constructiegegevens hier niet aan. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de constructeur vooral vragen heeft gesteld en onduidelijkheden heeft geconstateerd. De constructeur heeft de gegevens ook niet kenbaar aan een concrete norm of rechtsregel getoetst. Uit de schriftelijke opmerkingen van de constructeur kan niet eenduidig worden afgeleid met welke voorschrift(en) van het Bouwbesluit 2012 de ingediende detailleringen in strijd waren. De rechtbank verwijst hiervoor ook naar wat in 9 is overwogen.

15. Voor zover de afkeuringen wel een bestuurlijk rechtsoordeel zouden inhouden, is de rechtbank van oordeel dat het niet onevenredig bezwarend is om het geschil over de interpretatie van het Bouwbesluit 2012 aan de orde te stellen in een handhavingszaak. Eisers stellen dat het dan lange tijd onzeker is of het bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 voldoet en dat dit financiële risico’s met zich brengt, maar de rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd om te oordelen dat sprake is van een onevenredig bezwarende weg. De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat het een eigen keuze is geweest van eisers om gegevens later bij verweerder in te dienen. De gevolgen hiervan dienen voor eigen rekening en risico te komen. De beroepsgrond slaagt niet.