Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

*18 maart 2020 (ABRvS 202000648/2/R3): Awb, Wro; bpl, vovo, recreatie- en watersporteiland, uitkijktoren, bereikbaar via brug, parkeergelegenheid, watercompensatie
* 18 maart 2020 (ABRvS 202000667/2/R3): Awb, Wabo; herstelbesluit, omgevingsvergunning afwijken van bpl, interim omgevingsverordening provincie, verordening ruimte, bouw silo, uitbreiding mestverwerkingsactiviteit, herkomst mest
* 18 maart 2020 (ABRvS 201705230/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning zonder voorafgaande waarschuwing, beleidsregel, geen bijzondere omstandigheden EVRM (Rb Limburg 15/3692)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201801625/2/R3): Awb, Wro; herstelbesluit, bpl, representatieve invulling maximale mogelijkheden, geluid, parkeren, goede procesorde, voorwaardelijke verplichting, handhaafbaarheid
* 18 maart 2020 (ABRvS 201801645/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, afvalstoffenverordening, huisvuil naast papierbak, capaciteit vuilcontainers
* 18 maart 2020 (ABRvS 201801850/5/R2): Awb, Wro; bpl, provinciale verordening, gebruik opnieuw onder persoonsgebonden overgangsrecht brengen, noodwoningen, uitsterfregeling
* 18 maart 2020 (ABRvS 201804069/1/R2): Awb, Wro Bevi; bpl, zelfstandige kantoorruimte, zeehaven- en industrieterrein, geen impliciete vrijstelling, overgangsrecht, vergroting strijdig gebruik, veiligheidszone
* 18 maart 2020 (ABRvS 201805604/1/R3): Awb, Wro, Wabo, Bor, Wvg, Ww, Activiteitenbesluit; bpl, actualisering, provinciale verordening, uitbreiding melkveehouderij, wijzigingsbevoegdheid, geurregeling, wettelijke systeem beoordeling geurhinder landbouwbedrijven, aanlegverboden, beperkingen voor maisteelt, overgangsrecht, permanente bewoning recreatiewoningen, persoonsgebonden overgangsrecht, woonschepen, vertrouwensbeginsel, gevellijn, geurgevoelig object, plattelandswoning
* 18 maart 2020 (ABRvS 201807049/2/R3): Awb, Wro, Bro; bpl, ontwikkeling kleinschalig bedrijventerrein, bestaand stedelijk gebied, alternatieve locaties
# 18 maart 2020 (ABRvS 201807190/1/R2 en 201808771/1/R2): Wro; bpl, woningbouw, wateroverlast, capaciteit en technische uitvoering waterberging
* 18 maart 2020 (ABRvS 201808365/1/R2): Nbw; mountainbikeroute, Natura 2000-gebied, beheerplan, vergunningplicht, passende beoordeling, exceptieve toetsing (Rb Noord-Holland HAA 17/1611)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201900083/1/A1): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor evenement, belanghebbendheid (Rb Amsterdam 17/6655)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201901753/1/R3): Awb, Wro, Activiteitenbesluit; bpl, sanering glastuinbouwbedrijf, compensatiewoningen, provinciale “Ruimte voor ruimte”-regeling, spuitvrije zone
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902269/1/A1): Awb, Wabo, Invoeringswet Wabo, Wm, Wnb, Regeling ammoniak en veehouderij, Regeling geurhinder en veehouderij; revisievergunning voor schapen- en rundveehouderij, mer-beoordeling, gezondheidsrisico’s, stikstofdepositie, geurbelasting, relativiteitsbeginsel, geluidhinder
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902341/1/A2): Awb, Wro; planschade, overgangsrecht, taxatie, WOZ-waarde (Rb Den Haag 18/2441)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902527/1/R1): Awb, Wro; bpl, recreatieterrein, planbegrenzing, camperplaatsen, brandveiligheid, privaatrechtelijke belemmering, bedrijfswoning
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902742/1/R3): Awb, Wro; bpl, ontvankelijkheid, zienswijze, goothoogte, bouwlagen
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902762/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, tijdelijke verplaatsing markt, normale maatschappelijke risico (Rb Den Haag 18/2987)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201902991/1/R1): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bpl, verbouw pand tot winkel met bovenwoning, uitleg bp
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903004/1/A1): Awb Wabo; gebruik in strijd met bp, opslag gevaarlijke stoffen, invordering dwangsom, controlerapport, bijzondere omstandigheden (Rb Gelderland 18/5286)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903525/1/A1):  Wm; aanwijzing locatie ondergrondse container, voorbereiding besluit, verkeersveiligheid, geluidshinder, zwerfafval, alternatieve locaties
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903586/1/A1): Awb, Wabo, Bouwbesluit; handhaving, dwangsom, houtopslag, zindelijke staat, gebruik in strijd met beheersverordening, gelijkheidsbeginsel, inverderingsbesluit (Rb Rotterdam 16/8071)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903857/1/A1): Awb, Wabo; invordering dwangsom, verjaring bevoegdheid, aanbieding aanmaningsbrief, overtreding vergunningvoorschrift, opslaghoogte, begrip composteringstafel (Rb Oost-Brabant 18/2132)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903813/1/A1): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, bouwen in afwijking van omgevingsvergunning, overtreding, vaststellen feiten en omstandigheden
* 18 maart 2020 (ABRvS 201903909/1/A1): Awb, Wabo; invordering dwangsom, opknappen zijgevel, bijzondere omstandigheden, lange begunstigingstermijn, conclusie ag (Rb Limburg 18/1812)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201904189/1/A1): Awb, Wabo, Regeling omgevingsrecht; omgevingsvergunning bouwen en uitweg, ontsluitingswegen, aanvraag buiten behandeling, archeologisch onderzoek, bodemonderzoek, straatpeil (Rb Rotterdam 17/6377)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201904279/1/A1): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder, inzamelvoorziening vol
* 18 maart 2020 (ABRvS 201904477/1/A1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege voor bouwen en afwijken van bpl in bezwaar herroepen, belanghebbende, relativiteit, abusievelijk buiten bouwvlak, aangepaste bouwtekening, wijziging van ondergeschikte aard (Rb Oost-Brabant 18/2438)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201904827/1/R1): Awb, Wro; bpl, verdiepte ligging snelweg ter uitvoering van tracébesluiten, 150 kV-kabelverbindingen niet opgenomen, dubbelbestemming, risico’s externe veiligheid
* 18 maart 2020 (ABRvS 201904981/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder
* 18 maart 2020 (ABRvS 201905102/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, doos, afvalstoffenverordening, overtreder
* 18 maart 2020 (ABRvS 201905129/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, doos, afvalstoffenverordening, horen in bezwaar, passeren gebrek, papiercontainer vol
* 18 maart 2020 (ABRvS 201905131/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, doos, afvalstoffenverordening, overtreder
* 18 maart 2020 (ABRvS 201905242/1/A2): Awb, Wro; planschade, moment van indienen aanvraag, oorzaak onherroepelijk (Rb Zeeland West-Brabant 18/8323 en 18/8326)
* 18 maart 2020 (ABRvS 201906012/1/R4): Awb, Wabo; herstelbesluit, omgevingsvergunning voor afwijken bp, renovatiewerkzaamheden brug, nieuwe gronden
* 18 maart 2020 (ABRvS 201906828/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning voor bouwen, herontwikkeling buitenplaats tot zorgresidentie en woongebouwen, toegestane bouwhoogte, halfverdiepte parkeergarage, aantal woningen, borging herplant bomen
* 18 maart 2020 (ABRvS 201907092/1/R3): Awb, Wro; bpl, horecagelegenheid, type horeca, rechtszekerheid, mate van ondergeschiktheid toegestane functies, omvang terras, stedelijke ontwikkeling, behoefte, onderzoek woon- en leefklimaat, geluidonderzoek, integrale beoordeling
* 18 maart 2020 (ABRvS 201908238/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, ondergrondse parkeergarage, bedrijfsruimte, stikstofedepositie, relativiteit, geluid, natuurtoets, saneringskosten bodemverontreiniging, financiële uitvoerbaarheid
* 18 maart 2020 (ABRvS 201908900/1/R4): Awb, Wm; handhaving, twee maal spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, bezwaar niet-ontvankelijk, verschoonbaarheid
* 18 maart 2020 (ABRvS 202000062/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder
* 18 maart 2020 (Hof Den Bosch 200.208.794_01): BW; onrechtmatige overheidsdaad, besluitaansprakelijkheid, vernietiging vrijstelling, provinciaal beleid, causaal verband
* 17 maart 2020 (ABRvS 202000958/2/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, onderzoek naar alternatieve locatie, gevolgen niet onomkeerbaar
* 17 maart 2020 (CBb 18/2609): Awb, Msw; begrip melkvee, dieren uitsluitend voor diergeneesmiddelenonderzoek, buiten fosfaatrechtenstelsel
* 17 maart 2020 (CBb 18/1050): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, buitensporige last, tijdelijk verpachten grond, navolgbare ondernemerskeuze
# 15 maart 2020 (Rb Den Haag AWB – 17 _ 6101): herstelbesluit, instemmingsbesluit gaswinning Diever, seismisch risico, schaderegeling
* 13 maart 2020 (HR 18/05115) BW; geschil erfgrens, scheidingsmuur, wettelijk vermoeden, kadastrale meting, verjaring
* 13 maart 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant 02-994504-16): WSr, Arbeidsomstandighedenwet; arbeidsongeval, dood door schuld, inademen waterstofsulfide bij betreden rioolput, toezicht werkgever, veiligheidsmiddelen
* 13 maart 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3157): Awb, Wnb; schadevergoeding, faunaschade, grasland/ganzen, beleidsregel, voorzienbaarheid, maatregelen, eigen risico
* 13 maart 2020 (Rb Gelderland 20-221 e.v.): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, gebruik recreatiewoningen in strijd met bp, controleverslagen, begunstigingstermijn
* 13 maart 2020 (Rb Gelderland 20-239): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, gebruik recreatiewoningen in strijd met bp, griffierecht, overtreder, begunstigingstermijn
* 12 maart 2020 (ABRvS 202000658/4/R4): Awb, Wabo; verzoek om opheffing vovo, handhaving, gasstation en de ondergrondse gasleidingen (Rb Gelderland 19/1375 en 19/1376)
* 12 maart 2020 (ABRvS 202000910/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en brandveilig gebruik, huisvesting arbeidsmigranten (Rb Limburg 19/3119 en 19/3124)
* 10 maart 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/2564): Awb, Wnb; vergunning, Bio Warmtecentrale, ontvankelijkheid, Aarhus
* 10 maart 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5146): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken inrit, Bio Warmtecentrale, inrichting/Bor, Activiteitenbesluit, BBT, m.e.r.-beoordelingsbesluit, vvgb, houtsnippers/afvalstof
* 9 maart 2020 (Rb Rotterdam ROT 19/3049): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, in overeenstemming brengen met geldend bpl, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid, verzending via koeriersdienst, Postrichtlijn, EH
* 9 maart 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1486): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, strijd met bpl, welstand, verlenging beslistermijn/aanpassing bouwtekening
* 6 maart 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/851 VV en 20/182 WABO): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, maken uitweg en grondwerkzaamheden, vakantiepark, APV, verkeer, Natura 2000/bodem/relativiteit
* 4 maart 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4248 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken van/nabij gemeentelijk monument, geen vergunning, Erfgoedverordening, Bor, zicht op legalisatie
* 2 maart 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/390): Awb, Waterwet; verzoek opheffing vovo, vergunning, onttrekking grondwater en terugbrenging in bodem, aanleg brug, geen relatie met gesloten stortplaats
* 2 maart 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/585): Awb, Waterwet; vovo, vergunning, verrichten van handelingen in een watersysteem of beschermingszone, verondiepen en verlemen van watergang en plaatsen duiker, kweldruk/maatregelen
* 13 februari 2020 (Rb Gelderland AWB 18/2809): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, fruitteeltbedrijf met beregeningsinstallatie en windhaag, bouwvergunningplicht, toegepaste procedure, Natura 2000, aanhaken/ontheffing/vergunning, gebruik bestrijdingsmiddelen, onderbouwing
* 22 november 2019 (Rb Noord-Holland HAA 19/3418 en HAA 19/3187): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, paardrijbak, overgangsrecht, bewijslast, voorschrift over gebruik rijbak, zichtbaarheid
* 27 februari 2020 (Rb Limburg C/03/274038 / KG ZA 20-39): vordering verbod tenuitvoerlegging last onder bestuursdwang, spoedeisend belang
* 26 februari 2020 (Rb Noord-Holland C/15/291215 / HA ZA 19-464): BW; overheidsaansprakelijkheid, twee verschillende beslissingen op principeverzoeken, mogelijkheid schade niet aannemelijk
* 10 september 2019 (Rb Den Haag SGR 19/1134): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, niet overdekte terrassen, woon- en leefklimaat, menselijk stemgeluid/rapport, geur

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 18 maart 2020 (ABRvS 201801625/2/R3): Awb, Wro; herstelbesluit, bpl, representatieve invulling maximale mogelijkheden, geluid, parkeren, goede procesorde, voorwaardelijke verplichting, handhaafbaarheid
7.1.    Ingevolge artikel 3, lid 3.3.5, van de planregels is ter plaatse van de aanduiding “overige zone – beperking parkeren” parkeren niet toegestaan van 19:00 tot 07:00 uur. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat deze gebruiksregel niet handhaafbaar is. Indien het parkeerterrein in strijd met het bestemmingsplan tussen 19:00 en 07:00 uur wordt gebruikt voor parkeren, kan het gemeentebestuur handhavend optreden. Dat het parkeerterrein op particuliere grond ligt en niet in openbaar gebied, doet hieraan niet af. De omstandigheden dat [appellant A] en [appellant B] een eventuele overtreding mogelijk zelf moeten melden, dat niet valt uit te sluiten dat zij dit ’s avonds en ’s nachts niet onmiddellijk kunnen doen en dat het kan voorkomen dat controle pas de volgende ochtend plaatsvindt, maken niet dat de gebruiksregel niet handhaafbaar is. Daarbij betrekt de Afdeling dat controle op naleving van het parkeerverbod door een handhavingsambtenaar, al dan niet naar aanleiding van een melding, ook op gezette tijden ’s avonds en ’s nachts kan plaatsvinden, en dat er daarnaast verschillende methoden zijn om ook na 07:00 uur ’s ochtends alsnog een overtreding vast te stellen.
Overigens is de toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen niet de enige methode om zorg te dragen voor naleving van het parkeerverbod. Zo kunnen er ook fysieke maatregelen worden getroffen waarmee het parkeerterrein tussen 19:00 en 07:00 uur niet voor auto’s toegankelijk is. Driestar en Cepezed Projects hebben ter zitting naar voren gebracht dat momenteel wordt nagedacht over dergelijke maatregelen.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201801850/5/R2): Awb, Wro; bpl, provinciale verordening, gebruik opnieuw onder persoonsgebonden overgangsrecht brengen, noodwoningen, uitsterfregeling
5.    (…) Gelet op de omstandigheid dat het gebouw dat als woning wordt gebruikt destijds in landbouwontwikkelingsgebied (LOG) was gelegen, heeft de raad zich in 2014 op het standpunt gesteld dat de gronden waarop het gebouw staat niet in aanmerking kwamen voor een woonbestemming. De voormalige noodwoning voldeed namelijk niet aan de in stap 4 van de “Beoordelingsladder noodwoningen” opgenomen eis. Die eis hield in dat een voormalige noodwoning niet in aanmerking kwam voor een woonbestemming als het gebouw in landbouwontwikkelingsgebied (LOG) lag. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans tot het oordeel te komen dat de raad, ondanks het door hem gevoerde beleid om zo min mogelijk burgerbewoning in het buitengebied toe te staan, de woonrechten van [appellant sub 2] ter plaatse bij de vaststelling van het voorliggende plan had moeten uitbreiden. De Afdeling heeft ter zitting vastgesteld dat op 16 april 1964 op grond van de Woningwet een in rechte onaantastbare bouwvergunning is verleend voor de bouw van een woning ter plaatse van de gronden waarop de woning aan de [locatie]staat. Daarmee is tevens het gebruik als zodanig vergund. Vaststaat verder dat in 1988 een nieuw planologisch regime, namelijk het bestemmingsplan “Buitengebied, Herziening IX, Correctieve Herziening”, is vastgesteld en vervolgens in werking is getreden, waarin dit vergunde gebruik niet was opgenomen. Ook in de opvolgende plannen van 2007 en 2014 was daarvan geen sprake. Na inwerkingtreding van een nieuw planologisch regime waarin bepaald gebruik niet is opgenomen, komt bij de vaststelling van een daarop volgend planologisch regime in beginsel geen doorslaggevende betekenis meer toe aan de onherroepelijke bouwvergunning waaruit dat gebruiksrecht voortvloeide (vergelijk onder 3.1 van de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4439). De enkele omstandigheid dat [appellant sub 2] over een bouwvergunning uit 1964 beschikt waaruit een gebruiksrecht voor wonen voortvloeide, leidt in dit geval dan ook niet tot het oordeel dat de raad dit recht als zodanig had moeten bestemmen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het gebruik van het gebouw van [appellant sub 2] als woning al in de drie voorgaande bestemmingsplannen van 1988, 2007 en 2014 al niet meer als zodanig was bestemd.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201804069/1/R2): Awb, Wro Bevi; bpl, zelfstandige kantoorruimte, zeehaven- en industrieterrein, geen impliciete vrijstelling, overgangsrecht, vergroting strijdig gebruik, veiligheidszone
3.2    (…) De Afdeling is van oordeel dat, daargelaten de vraag of het gebruik van het bedrijfsgebouw – geheel of gedeeltelijk – als zelfstandige kantoorruimte in het verleden onder de werking van het overgangsrecht is gebracht, uit de door Star overgelegde huurovereenkomsten blijkt dat de afwijking van de in het voorheen geldende bestemmingsplan aan het perceel toegekende bestemming na de peildatum is vergroot. Daarmee is de beschermende werking van het overgangsrecht van dat bestemmingsplan komen te vervallen (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1220). Star heeft ter zitting tevergeefs gesteld dat bij vergroting van het strijdige gebruik na de peildatum het overgangsrecht blijft bestaan voor het voor de peildatum aangevangen strijdige gebruik. Deze uitleg volgt niet uit de uitspraak van 22 april 2015 en er bestaat, gezien het met het gebruiksovergangsrecht beoogde doel van de beëindiging van het strijdige gebruik op termijn, ook anderszins geen aanleiding deze uitleg van Star te volgen. Verder heeft Star met de overgelegde stukken niet aannemelijk gemaakt dat het feitelijk gebruik van het bedrijfsgebouw op het perceel aan de Middenweg 6 afweek van de huurovereenkomsten en de afwijking niet zou zijn vergroot, zoals ter zitting is gesteld.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201805604/1/R3): Awb, Wro, Wabo, Bor, Wvg, Ww, Activiteitenbesluit; bpl, actualisering, provinciale verordening, uitbreiding melkveehouderij, wijzigingsbevoegdheid, geurregeling, wettelijke systeem beoordeling geurhinder landbouwbedrijven, aanlegverboden, beperkingen voor maisteelt, overgangsrecht, permanente bewoning recreatiewoningen, persoonsgebonden overgangsrecht, woonschepen, vertrouwensbeginsel, gevellijn, geurgevoelig object, plattelandswoning
12.3.    (…) Nu uit de planregels duidelijk volgt dat de maximale bouw- en goothoogte met ten hoogste 2 m kunnen worden verhoogd, is in dit opzicht voldoende objectief begrensd op welke manier de wijzigingsbevoegdheid kan worden gebruikt. Voor het overige bevat artikel 4, lid 4.7.7, van de planregels echter geen nadere criteria voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Naar het oordeel van de Afdeling is de wijzigingsbevoegdheid in zoverre niet voldoende objectief begrensd. Het plan is op dit punt in strijd met artikel 3.6, eerste lid, van de Wro.
15.3.    De Afdeling stelt vast dat de geurregeling in artikel 32, lid 32.4, van de planregels voor alle soorten landbouwbedrijven geldt. Artikel 32, lid 32.4, bevat op dit punt geen beperkingen en in de planregels is het begrip landbouwbedrijf niet nader omschreven. De Afdeling houdt het er daarom voor dat de afstandsnormen gelden voor landbouwbedrijven zonder dieren, landbouwbedrijven met dieren die onder het regime van de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen en landbouwbedrijven met dieren die omgevingsvergunningplichtig zijn voor de activiteit milieu.
Uit de uitspraak van 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3394, volgt dat het wettelijke stelsel uit de Wabo, het Bor, de Wgv en het Activiteitenbesluit wordt doorkruist als in de planregels in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen een voorafgaande toetsing aan geurnormen – in dit geval afstandsnormen in verband met geurhinder – wordt voorgeschreven voor veehouderijen die onder de algemene regels uit het Activiteitenbesluit vallen. Ditzelfde geldt naar het oordeel van de Afdeling als in dat kader een voorafgaande toetsing aan die normen wordt voorgeschreven voor landbouwbedrijven waar geen dieren worden gehouden. Voor beide soorten landbouwbedrijven heeft de wetgever in het milieuspoor geen voorafgaande toetsing aan geurnormen voorgeschreven.
27.2.    (…)Voor zover het gebruik van de loods als zelfstandige bedrijfsruimte en/of showroom wel vergund zou zijn geweest, zou dat ook niet zonder meer betekenen dat de raad dat gebruiksrecht in het plan als zodanig had moeten bestemmen. In het bestemmingsplan “Buitengebied Jacobswoude” uit 2008 was de loods namelijk niet als zelfstandige bedrijfsruimte en showroom bestemd. Uit de uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2020:755, volgt dat na inwerkingtreding van een nieuw planologisch regime waarin bepaald gebruik niet is opgenomen bij de vaststelling van een daarop volgend planologisch regime in beginsel geen doorslaggevende betekenis meer toekomt aan de onherroepelijke bouwvergunning waaruit dat gebruiksrecht voortvloeide.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201907092/1/R3): Awb, Wro; bpl, horecagelegenheid, type horeca, rechtszekerheid, mate van ondergeschiktheid toegestane functies, omvang terras, stedelijke ontwikkeling, behoefte, onderzoek woon- en leefklimaat, geluidonderzoek
11.2.2.    (…) Wat hier verder ook van zij, de Afdeling stelt vast dat is voldaan aan de door de raad voor deze horecagelegenheid gehanteerde richtafstand van 30 meter. [appellante] heeft naar het oordeel van de Afdeling echter aannemelijk gemaakt dat ondanks dat aan deze richtafstand wordt voldaan, niet vaststaat dat door de horecavestiging met bijbehorend terras en parkeervoorzieningen haar woon- en leefklimaat niet zal worden aangetast. Daarbij is van belang dat het verkeer van en naar de horecavoorziening gebruik zal maken van onder meer het Deelenpad, dat vlakbij de woning van [appellante] overgaat in de Van der Duijn van Maasdamweg. Bovendien sluit het plan niet uit dat een nieuwe brug over het water wordt aangelegd om het verkeer af te wikkelen, omdat op gronden met de bestemming “Water” zonder verdere beperking bruggen zijn toegestaan. Ook sluit het plan niet uit dat op de gronden met de bestemming “Groen” een andere wegenstructuur wordt gerealiseerd, omdat op gronden met die bestemming niet alleen voet- en fietspaden, maar ook ontsluitingswegen zijn toegestaan. Verder is van belang dat het terras aan het water zal zijn gelegen, aan de overzijde van de woning van [appellante], en dat de omvang van het terras en de openingstijden ervan niet in het plan zijn geregeld. Gelet op het voorgaande heeft de raad niet kunnen volstaan met een enkele verwijzing naar de VNG-brochure of althans een richtafstand van 30 meter, maar had hij moeten onderzoeken of de horecavestiging zal kunnen voldoen aan bijvoorbeeld de toepasselijke geluidnormen. De raad heeft het besluit in zoverre onzorgvuldig voorbereid.

11.2.3.    Voor zover de raad stelt dat bij het verlenen van een exploitatievergunning dient te worden bezien of een horecagelegenheid met terras leidt tot een onevenredige aantasting van de woon- en leefsituatie waarbij de mogelijkheid bestaat voorschriften te verbinden aan een op grond van de APV vereiste exploitatievergunning, leidt dit niet tot een ander oordeel.(…)
11.3.    Na de vaststelling van het plan heeft de raad alsnog een akoestisch onderzoek laten uitvoeren. De Afdeling zal in het kader van een finale geschilbeslechting aan de hand van de beroepsgronden beoordelen of dit rapport Cauberg Huygen als onderbouwing aan het plan ten grondslag kan worden gelegd. (…)
De Afdeling overweegt dat het rapport Cauberg Huygen leemten in kennis vertoont, omdat hierin ten onrechte niet de geluiduitstraling van muziek is meegenomen, zodat geen integrale beoordeling heeft kunnen plaatsvinden van de totale geluidbelasting die het gevolg kan zijn van het realiseren van de horecavestiging. Hierbij gaat de Afdeling uit van de maximale planologische mogelijkheden, waarbij niet is uitgesloten dat versterkte muziek op het terras wordt afgespeeld en er geen openingstijden zijn vastgelegd. Verder heeft Cauberg Huygen niet aan de hand van de maximale planologische mogelijkheden, zoals deze ook hiervoor onder 11.2.2 zijn omschreven, onderzocht wat de akoestische gevolgen zijn van het verkeer dat door de horecavestiging en de daarbij behorende parkeerplaatsen wordt gegenereerd.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201905242/1/A2): Awb, Wro; planschade, moment van indienen aanvraag, oorzaak onherroepelijk (Rb Zeeland West-Brabant 18/8323 en 18/8326) risico’s externe veiligheid
5.1.    Het nieuwe bestemmingsplan is op 13 maart 2013, als gevolg van een uitspraak van de Afdeling op die dag, onherroepelijk geworden. Uit de tekst van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro volgt niet zonder meer dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, die dag de eerste dag van de in die bepaling bedoelde termijn is. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro (Kamerstukken II, 2002/03, 28 916, nr. 3, blz. 65) blijkt dat die termijn is gebaseerd op artikel 3:310 van het BW. De vijfjarige verjaringstermijn van dat artikel kan niet eerder een aanvang nemen dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro valt niet af te leiden dat de wetgever bij planschade aan dat uitgangspunt heeft willen afdoen. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een aanvraag om een tegemoetkoming in schade als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan is aangevangen op 14 maart 2013 en dat de aanvragen van [appellant] en anderen tijdig – op de laatste dag van de termijn – bij het college zijn ingediend.

* 18 maart 2020 (ABRvS 201904827/1/R1): Awb, Wro; bpl, verdiepte ligging snelweg ter uitvoering van tracébesluiten, 150 kV-kabelverbindingen niet opgenomen, dubbelbestemming, risico’s externe veiligheid
2.    TenneT betoogt dat de raad ten onrechte in het plan geen dubbelbestemming “Leiding-hoogspanningsverbinding” heeft opgenomen ten behoeve van de twee ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen. Zij stelt in dit verband dat het van belang is dat de verbindingen worden beschermd en gevrijwaard blijven van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die een gevaar kunnen vormen voor de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening. (…)
2.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het voorliggende bestemmingsplan is vastgesteld conform de standaardbestemmingen als opgenomen in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, vastgesteld op 1 oktober 2012. Op basis hiervan worden aan ondergrondse leidingen en kabels binnen een externe veiligheidszone specifieke bestemmingen toegekend en worden overige ondergrondse kabels en leidingen slechts binnen de bestemmingen mogelijk gemaakt. Nu de 150 kV-kabelverbindingen niet binnen een externe veiligheidszone vallen, wordt de verbinding binnen de voorziene bestemmingen mogelijk gemaakt. (…)
2.3.    (…) Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat alleen aanleiding bestaat tot het opnemen van een dubbelbestemming als door TenneT gewenst, als risico’s voor de externe veiligheid aanwezig zijn. Daarbij wordt in beschouwing genomen dat alleen in zulke gevallen beschadiging van een leiding tot mogelijk gevaar voor de omgeving zou leiden. Weliswaar kan beschadiging van een leiding ook buiten deze gevallen gevolgen hebben voor de leveringszekerheid van elektriciteit, maar deze gevolgen nopen naar hun aard niet tot regeling in een bestemmingsplan.

* 9 maart 2020 (Rb Rotterdam ROT 19/3049): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, in overeenstemming brengen met geldend bpl, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid, verzending via koeriersdienst, Postrichtlijn, EH
Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 27 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:260, in de zaak Pawlak, en ook gelet op de tekst en strekking van het meermaals gewijzigde artikel 7 van de Postrichtlijn, kan het college niet worden gevolgd in zijn stelling dat Falkpost, reeds omdat die niet dezelfde verplichtingen heeft als de universele dienstverlener, niet in gelijke zin zou kunnen profiteren van artikel 6:9 lid 2 Awb. Indien artikel 6:9 lid 2 Awb zo zou moeten worden uitgelegd dat het alleen ziet op postbezorging in de brievenbus of ten kantore van PostNL voor aangetekende verzending, zoals eerder is aangenomen door de hoogste bestuursrechters, dan schept die bepaling exclusieve of bijzondere rechten voor het verrichten van postdiensten, hetgeen is verboden. De rechtbank staat aldus voor de vraag of een richtlijnconforme toepassing van die bepaling mogelijk en geboden is. Naar het oordeel van de rechtbank staan de overwegingen van het Hof van Justitie inzake uitlegging contra legem en de eisen van rechtszekerheid niet in de weg aan richtlijnconforme uitleg van artikel 6:9 lid 2 Awb. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat artikel 6:9 lid 2 Awb – anders dan de toepasselijke Poolse wet – niet contra legem hoeft te worden uitgelegd om tot een gelijkstelling van aangetekende verzending door PostNL en andere postvervoerders zoals Falkpost te komen.
Het college heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd en het college zal een nieuwe – inhoudelijke – beslissing op bezwaar dienen te nemen.