Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 27 mei 2020 (ABRvS 201906878/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, APV, niet meer toestaan raamprostitutie-inrichtingen, betrouwbaarheid van verstrekte gegevens
* 27 mei 2020 (ABRvS 201906861/1/R4, 201906862/1/R4 en 201908220/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, verkeerd aanbieden afval, afvalstoffenverordening, overtreder
* 27 mei 2020 (ABRvS 201905132/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, kantoorfunctie bovenetage naar woningen, beleidsregels, woon- en leefklimaat, privacy, parkeren (Rb Amsterdam 18/5107)
* 27 mei 2020 (ABRvS 201904888/1/R1): Awb; invordering dwangsommen, brandveiligheidseisen, Ww/Bouwbesluit, verjaring, ontvankelijkheid (Rb Noord-Holland 18/1848 en 18/1849)
* 27 mei 2020 (ABRvS 201904817/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, erfafscheiding, welstand (Rb Noord-Holland 18/5519)
* 27 mei 2020 (ABRvS 201903805/1/A1): Awb, Wabo; handhaving/verzoek om intrekking vergunning, hotel-restaurant/appartementencomplex, afwijking vergunning, brandveiligheid, bijzondere omstandigheden, bevoegdheid (Rb Overijssel 18/1608)
* 27 mei 2020 (ABRvS 201805956/2/R1): Awb, Wro; bpl, wateroverlast, voorwaardelijke verplichting, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 26 mei 2020 (ABRvS 202002569/2/A3): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken exploitatie van kamerverhuurpand, aanvraag omzettingsvergunning, ordemaatregel (Rb Gelderland 20/889 20/927)
* 26 mei 2020 (CBb 18/2201, 18/952, 18/2773, 18/2859 en 18/2796): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, geen individuele en buitensporige last, investering bedrijfsuitbreiding, EP, knelgevallenregeling, starter, grondgebondenheid
* 25 mei 2020 (Rb Den Haag C/09/588960 / KG ZA 20/180): BW; kort geding, staken veilen van frequenties voor de ‘uitrol’ van 5G, volksgezondheid, elektromagnetische straling, voorzorgbeginsel, onderzoeken, Europese regelgeving, uitrol niet onomkeerbaar
* 25 mei 2020 (Rb Overijssel 08-994546-18, 08-997048-19 en 18-994505-20): WSr, WED, Wm; illegaal bezit van grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 20 mei 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/2359): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij
* 20 mei 2020 (Rb Gelderland AWB 20/2429): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 20 mei 2020 (Rb Gelderland AWB 20/2599): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bijgebouwen, staken hondenfokkerij, strijd met bpl, geen vergunning
* 18 mei 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3337): Awb, Wro; planschade
* 12 mei 2020 (Hof Arnhem-Leeuwarden 19/00460): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, intrekking aanvraag/wijziging
* 11 mei 2020 (Rb Gelderland AWB 19/7362, 19/7363, 19/7364, 19/7365, 19/7366, 19/7367 en 19/7368): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, belanghebbenden, zicht, lichtreflectie, geluid, transformatoren/bronvermogen, reflectie
* 8 mei 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 16/2957E): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veehouderij, toestemming natuur, PAS, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 mei 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3001): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, huisvesting arbeidsmigranten in kantoorpand, geen spoedeisend belang
* 6 mei 2020 (Rb Den Haag SGR 19/2528): Awb, DHW, Wok, Gmw; DHW-, kansspel en exploitatievergunning, slecht levensgedrag, APV, beslistermijn/schadevergoeding
* 14 februari 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2514, LEE 19/2563 en LEE 19/2718): Awb, Wabo; ; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, motivering

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 27 mei 2020 (ABRvS 201904888/1/R1): Awb; invordering dwangsommen, brandveiligheidseisen, Ww/Bouwbesluit, verjaring, ontvankelijkheid (Rb Noord-Holland 18/1848 en 18/1849)
5.3.    De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of de bevoegdheid van het college tot invordering van de verbeurde dwangsommen is verjaard en of [appellant A] en [appellante B] nog procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun hoger beroep. In de besluiten van 5 april 2017 staat dat [appellant A] en [appellante B] zes weken de tijd krijgen om te voldoen aan de daarin opgenomen lasten. De begunstigingstermijn liep tot 17 mei 2017. Bij besluiten van 2 mei 2017 en 23 mei 2017 is de begunstigingstermijn meermalen verlengd tot uiterlijk 11 augustus 2017. Vervolgens is op 11 april 2018 aan [appellant A] en [appellante B] een aanmaningsbrief verstuurd. Hiermee is ingevolge artikel 4:106 van de Awb de verjaringstermijn gestuit en is ingevolge artikel 4:110 van de Awb met ingang van 12 april 2018 een nieuwe verjaringstermijn van een jaar gaan lopen. In zijn brief van 7 april 2020 heeft het college erkend dat na deze aanmaning de verjaringstermijn niet opnieuw is gestuit of verlengd en dat de verbeurde dwangsommen inmiddels zijn verjaard. Gelet hierop is de bevoegdheid van het college tot invordering van de verbeurde dwangsommen verjaard, zodat deze niet meer bij [appellant A] en [appellante B] kunnen worden ingevorderd.

Nu [appellant A] en [appellante B] in bezwaar niet om vergoeding van de door hen gemaakte proceskosten hebben verzocht, vergoeding van de bij hen in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten op zichzelf genomen onvoldoende procesbelang oplevert, en [appellant A] en [appellante B], mede gelet op hun brief van 21 april 2020, geen ander belang bij hun hoger beroep hebben gesteld, hebben zij in dit geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van hun hoger beroep.

  1. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.* 25 mei 2020 (Rb Den Haag C/09/588960 / KG ZA 20/180): BW; kort geding, staken veilen van frequenties voor de ‘uitrol’ van 5G, volksgezondheid, elektromagnetische straling, voorzorgbeginsel, onderzoeken, Europese regelgeving, uitrol niet onomkeerbaar
    4.18. De Staat heeft uitvoerig en overtuigend gemotiveerd dat ten minste vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de wijze waarop de rapporten waarnaar Stop5GNL verwijst tot stand zijn gekomen en dat de uitkomsten daarvan in wetenschappelijk verantwoorde reviews niet overeind blijven. De onderzoeken waarnaar Stop5GNL verwijst, voldoen – zo luidt de beargumenteerde kritiek van de Staat – veelal niet aan de in de wetenschap gangbare methodologische criteria en/of zijn niet in de context geplaatst van het geheel aan wetenschappelijke publicaties en kunnen daardoor een verkeerd beeld van de stand van de wetenschap geven. Zo hecht Stop5GNL veel waarde aan het zogenoemde BioInitiative Report en grijpen veel andere publicaties waarnaar zij verwijst terug op dat rapport. Tal van internationale en wetenschappelijke instituten, waaronder de Gezondheidsraad en de Europese Commissie, hebben op dit rapport fundamentele kritiek geuit. Onderdeel van deze kritiek is dat niet alle auteurs een wetenschappelijke achtergrond hebben, de methodes die zijn gevolgd niet deugdelijk zijn beschreven, er waarneembaar veel fouten in het rapport staan en er selectief gebruik is gemaakt van wetenschappelijke gegevens.

4.20.  Het feit dat in andere landen terughoudender wordt omgegaan met de uitrol van 5G, vormt geen overtuigend argument om van de Staat te verlangen de introductie van 5G uit te stellen. De Staat kan tot een eigen afweging komen en is niet gehouden zijn beleid af te stemmen op het beleid van (een beperkt aantal) andere landen, zolang de Staat op basis deskundigenrapportages in redelijkheid de conclusie kan trekken dat gezondheidsrisico’s naar huidige inzichten verwaarloosbaar zijn. Daarbij moet nog bedacht worden dat niet alleen aan wetenschappelijke bevindingen ontleende gezondheidsargumenten, maar ook argumenten van sociale, economische en politieke aard een rol hebben kunnen spelen in de afweging die andere landen hebben gemaakt.

4.21. Het beleid van verzekeraars is evenmin relevant voor de beoordeling van de handelwijze en het beleid van de Staat. Sommige verzekeraars hebben elektromagnetische velden in de hoogste risicoklasse geplaatst, maar daaraan liggen economische en bedrijfstechnische redenen ten grondslag. De inschattingen die verzekeraars maken, lopen niet parallel aan de belangen die de Staat moet afwegen.
4.33. De conclusie van het voorgaande is dat de Staat zijn beleid afstemt op rapporten van deskundigen waarvan moet worden aangenomen dat die deugdelijk tot stand zijn gekomen. Er zijn althans geen concrete aanwijzingen dat die rapporten onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. De rapporten geven geen grond voor een (voorlopig) verbod op de uitrol van 5G. Dat de adviseurs van de Staat bewust onderzoeken hebben genegeerd die wél lijken te wijzen op reële gezondheidsrisico’s van de uitrol van 5G, is niet gebleken. Die onderzoeken zijn wel degelijk in ogenschouw genomen, maar de adviseurs van de Staat zijn – gemotiveerd – tot andere conclusies gekomen. Deze conclusies worden onderschreven door de commissies waardoor de Europese Commissie zich laat adviseren. Voortdurend onderzoek is nodig, maar geen van de door de Staat geraadpleegde deskundigen adviseert eerst vervolgonderzoek af te wachten, ook niet het op dit moment lopende onderzoek van de Gezondheidsraad waaraan Stop5GNL in haar meer subsidiaire vordering refereert. Het betoog van Stop5GNL dat die instellingen geen of te weinig onderzoek hebben gedaan naar “de specifieke karakteristieken van 5G” overtuigt niet, omdat niet duidelijk is wat de meerwaarde van die onderzoeken zou zijn. De onderzoeken die zijn gedaan, hebben zich gericht op mogelijk schadelijke gevolgen van elektromagnetische golven. Ook 5G functioneert door middel van die elektromagnetische golven, zodat niet valt in te zien dat voor 5G andere blootstellingslimieten zouden moeten gelden dan voor andere toepassingen van elektromagnetische golven.

4.34.  Daarnaast is niet goed denkbaar dat bewezen zou moet worden dat 5G geen enkel risico voor de gezondheid oplevert, nu een negatief verband veelal niet of nauwelijks te bewijzen is. Ook het voorzorgsbeginsel noopt daar niet toe. Het voorzorgsbeginsel betekent niet dat moet worden gestreefd naar een zogenoemd nulrisico, in die zin dat ieder risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu moet worden voorkomen. De kern van het voorzorgsbeginsel is dat op een gestructureerde wijze en zo volledig mogelijk risico’s voor mens en milieu in kaart moeten worden gebracht en geëvalueerd, om vervolgens de meest in aanmerking komende maatregelen te nemen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Staat uitvoering geeft aan het voorzorgsbeginsel door de ICNIRP-richtlijnen te hanteren, door regelmatig te laten controleren of de daarin genoemde limieten niet worden overschreden, door geregeld nieuw onderzoek te laten plaatsvinden naar nieuwe inzichten over mogelijk schadelijke gevolgen van elektromagnetische golven en door (de toezegging) daarnaar te (zullen) handelen.

* 8 mei 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 16/2957E): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veehouderij, toestemming natuur, PAS, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
2. De rechtbank stelt op basis van het verzoek van de derde-partij en verweerder, de reactie van eisers en het telefoongesprek van 20 april 2020 het volgende vast:

  • De hersteltermijn is ongebruikt verstreken (als bedoeld in artikel 8:51 onder c, van de Algemene wet bestuursrecht).
  • Verweerder kan geen toepassing geven aan zijn beleid inzake externe saldering in de beleidsregel Natuurbescherming Noord-Brabant van 19 december 2019, omdat hij in afwachting is van het kabinetsbesluit over het innemen van dier- en/of fosfaatrechten bij extern salderen.
  • Inmiddels is het gebruik van (de geactualiseerde) AERIUS Calculator weer verplicht voorgeschreven in artikel 2.1, eerste lid van de Regeling natuurbescherming. In ieder geval kunnen met een rekenmodel de gevolgen van een project voor de stikstofdeposotie op Natura 2000 gebieden voldoende adequaat worden berekend.
  • De derde partij ziet niet langer heil in een oplossing door middel van extern salderen en heeft op 16 april 2020 een voorstel gedaan (in het kader van vooroverleg met de Omgevingsdienst) voor een wijziging van de inrichting waarbij meerdere nageschakelde chemische luchtwassers worden geplaatst om de ammoniakemissie en de stikstofdepositie zodanig te verminderen dat niet langer sprake is van een toename van stikstofdepositie. Het door de derde-partij voorgestane huisvestingssysteem heeft geen code op basis van de Regeling ammoniak en veehouderij en zal om die reden vermoedelijk ook moeten worden beoordeeld door de Commissie voor de milieueffectrapportage.
  • De omgevingsdienst staat in beginsel positief tegenover dit voorstel, maar het voorstel is nog niet bezien door verweerder zelf.
  • De derde-partij heeft nog geen aanvraag ingediend voor een toereikende omgevingsvergunning.
  • Eisers hebben aandacht gevraagd voor de omstandigheid dat de kritische depositiewaarde voor de habitattype natte duinvallei (gelegen nabij de inrichting van de derde-partij) wordt overschreden en vreest voor natuurschade indien de inrichting in werking blijft conform het bestreden besluit.

3. De rechtbank is van oordeel dat de positieve aanwijzingen voor een spoedig herstel van het gebrek in het bestreden besluit ten tijde van de tussenuitspraak op dit moment niet (langer) aanwezig zijn. De rechtbank kan niet overzien hoe lang het zou duren voordat het bestreden besluit zou kunnen worden hersteld. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om de geboden hersteltermijn te verlengen en zal de rechtbank een einduitspraak doen. Een ander oordeel zou leiden tot een te lange duur van de procedure zonder dat eisers hier rechtsmiddelen tegen zouden kunnen aanwenden.