Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 8 juli 2020 (ABRvS 202000169/1/R2): Awb; handhaving, gebruik weg in strijd met planregels, geluid/Wgh, contra-expertiserapport (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1752)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201908344/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, tussenuitspraak
* 8 juli 2020 (ABRvS 201908096/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor seismisch onderzoek, aanvraag belanghebbenden, vergunning van rechtswege, dwangsom (Rb Noord-Nederland 19/3084)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201907715/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor maken uitweg, verkeersveiligheid, APV, geen vergunning van rechtswege (Rb Midden-Nederland 18/4659)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201907655/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, lunchroom, APV, lening (Rb Gelderland 18/6456)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201906640/1/R1): Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimte woningen, provinciaal omgevingsplan
* 8 juli 2020 (ABRvS 201906502/1/R1): Awb, Wbb; beschikking ernst en spoed. Bodemsanering, mandatering
* 8 juli 2020 (ABRvS 201906357/1/A3): Awb, DHW, Gmw; DHW-, terras- en exploitatievergunning, horeca met terrassen, APV (Rb Den Haag 18/5355)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201905802/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en aanpassing monument, uitsteekreclamebord en twee gietijzeren lantaarns bij café, welstand (Rb Amsterdam 18/6000)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201905348/1/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, drempel (Rb Zeeland-West-Brabant 18/6653)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201905334/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, kamerverhuur, strijd met bpl, gebruiksovergangsrecht, vertrouwensbeginsel (Rb Oost-Brabant 19/829)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201905190/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, tussenuitspraak
* 8 juli 2020 (ABRvS 201904409/1/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico (Rb Overijssel 18/2002)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201903905/1/R2): Awb, Wro; weigering bpl vast te stellen, uitbreiding veehouderij, zoönose/gezondheid/GGD
* 8 juli 2020 (ABRvS 201901644/4/A1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 juli 2020 (ABRvS 201901017/1/R3): Awb, Wro; weigering herziening bpl, varkenshouderij, verwerken zijstromen tot brijvoer, toelichting bpl
* 8 juli 2020 (ABRvS 201900559/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, Ladder/Bro/behoefte, parkeren, woon- en leefklimaat, staatssteun/relativiteit
* 8 juli 2020 (ABRvS 201900107/1/R3): Awb, Wro; bpl, zorgboerderij, Ladder/Bro, provinciale omgevingsverordening, bed & breakfast, geluid, VNG-brochure, tussenuitspraak
* 8 juli 2020 (ABRvS 201810204/1/R1): Awb, Wro; bpl, veehouderij, woon- en leefklimaat/GGD, camping/bedrijfswoning, sauna/Dienstenrichtlijn, provinciale omgevingsverordening
* 8 juli 2020 (ABRvS 201809438/1/R2 en 201809539/1/R2): Awb, Wro; weigering om bpl vast te stellen, woningen structuurvisie, groene buffer
* 8 juli 2020 (ABRvS 201807562/1/R2): Awb; mededelingen omtrent splitsing van bpl-en, geen publiekrechtelijke rechtshandeling, ontvankelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 18/1480)
* 8 juli 2020 (ABRvS 201805886/1/R2): Awb, Wro; bpl, niet tijdig nemen besluit/weigering, strijd met provinciale verordening
* 8 juli 2020 (ABRvS 201805678/3/R1): Awb, Wro; bpl, bedrijventerreinen, vuurwerk, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 juli 2020 (ABRvS 201804829/10/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, groepsaccommodatie, platte daken/zonnepanelen, monumentale en cultuurhistorische waarden, veehouderij/geur, Wgv, fruitboomgaard, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 7 juli 2020 (CBb 18/2697); Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, vaccinatie/peildatum
* 7 juli 2020 (ABRvS 202002832/1/R1); Awb, Wm, Wbb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, afvalstoffen in mestkelder, bodem- en grondwaterverontreiniging, drugslab, begunstigingstermijn
* 7 juli 2020 (ABRvS 202003344/2/R3): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, behoefte, stikstof/relativiteit
* 6 juli 2020 (ABRvS 202002624/2/A3): Awb, Wnb; vovo, ontheffingen, bouw woonwijk, compensatiegebied, faunaschermen
* 6 juli 2020 (ABRvS 202003277/2/R1): Awb, Wbb, Wm; ambtshalve opheffing vovo, intrekking verzoek om vovo, bodemverontreiniging
* 6 juli 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/3278): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsommen, varkenshouderijen, geur, geen luchtwasser, nieuwe vergunningaanvragen
* 3 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6693 HOREC VV en BRE 20/6694 HOREC VV): Awb, Gmw; vovo, intrekking exploitatievergunningen, coffeeshops, Wet Bibob, geen juiste wettelijke grondslag
* 3 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1687, 20/1841 en 20/1842): Awb, Wnb; vovo en kortsluiten, handhaving/vergunning, veehouderij, bouwhandelingen, Habitatrichtlijn, Natura 2000, passende beoordeling/Hinderwet
* 3 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1756 en 20/1757): Awb, Wnb; vovo, weigering vergunning om handmatig Japanse oesters in de Waddenzee te rapen, motivering, twaalf geselecteerde bedrijven
* 3 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/300 en 20/301): Awb, Wob; vovo en kortsluiten, openbaarmaking PAS-meldingen, locatiegegevens/milieu-informatie
* 3 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4356 en SGR 20/4359): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bpl, terras bij horeca, geluid, parkeerdruk
* 3 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/1859): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, zelfstandige horeca, geluidsreflectie, woon- en leefklimaat, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1278): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 2 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/3150): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bedrijfsverplaatsing, niet tijdig beslissen op bezwaar, dwangsom
* 2 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1242 en ROE 20/1392): Awb, Opiumwet; vovo en kortsluiten, handhaving, sluiting woning, hennepplantage
* 2 juli 2020 (Conclusie AG EH C-826/18): Prejudiciële verwijzing, Verdrag van Aarhus, toegang tot de rechter, inspraak, Awb/UOV, vragen van Rb Limburg
* 2 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/3057): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting gebouw, illegale gokactiviteiten, openbare orde, APV
* 2 juli 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2026): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken bewoning perceel en verwijderen illegale bouwwerken, strijd met bpl, geen vergunning, beleidsregel na datum besluit
* 2 juli 2020 (EH C-477/19): Prejudiciële verwijzing, Habitatrichtlijn, veldhamster, voortplantings- en rustplaatsen/beschadiging of vernieling, verlaten plaatsen
* 2 juli 2020 (ABRvS 202003034/2/R4): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken bpl/handhaving, dwangsom, stallen van caravans in kassen, begunstigingstermijn
* 2 juli 2020 (ABRvS 202003037/2/R4): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, stallen van caravans in kassen, strijd met bpl, begunstigingstermijn (Rb Gelderland 19/5664, 19/5671, 19/7138 en 19/7141)
* 1 juli 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1643 en 20/2071): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en aanleggen, woning, zonnepanelen en inrit, woningen, motivering
#! 30 juni 2020 (Rb Noord-Nederland 18/3726): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, mestvergistingsinstallatie, geur, IPPC/BBT, NTA 9065, diffuse emissies, voorschriften, geurgevoelige objecten, controle/monitoring
* 30 juni 2020 (Hof Arnhem-Leeuwarden 200.219.591/01): BW; schade aan woning, aanleg kwelsloot, scheurvorming, grondwaterstand
* 29 juni 2020 (Rb Noord-Nederland 18/670005-18): WSr, Waterwet, Wbb, WED; lozen restlading uit een sloptank van schip in berm, begrip bodem, schadevergoeding, publiekrechtelijke regeling van kostenverhaal
* 29 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant 372368 / KG ZA 20-257): BW; ontruiming huurwoning, ernstige overlast
* 26 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4862 WABOM en BRE 19/4866 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijken bpl, filterinstallatie bij horeca/binnenterras, belanghebbenden, strijd met beleidsplan
* 25 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4172): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor aanleggen, tweede inrit, beleidsregels
* 25 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5576 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woongebouw, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 24 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 19/3890): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, strijd met nota
* 23 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 20/841): Awb, Wm; vovo, maatwerkvoorschriften, Activiteitenbesluit, chemisch bedrijf, luchtemissies, registratie afvalstromen met ZZS
* 23 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5709 NATUUR): Awb, Wnb; vergunning, omgevingsvergunde activiteiten op bedrijfsterrein, ontvankelijkheid
# 19 juni 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3143-T): Awb, Wm; verzoek om maatwerkvoorschriften, tennispark, lichterhinder, NSVV-richtlijn, meest recente milieutechnische inzichten, lichtschittering/-verblinding, onaanvaardbare hinder, tussenuitspraak
* 19 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5708 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen, uitweg, verkeersveiligheid, APV
* 19 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3871): Awb; vovo, aantal bezoekers in horeca, COVID- 19, Noodverordening, uitleg, geen besluit, ontvankelijkheid
* 19 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3562): Awb, Gmw; vovo, aanlijn- en muilkorfgebod hond, geen spoedeisend belang
* 18 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/2147 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, bedrijfsactiviteiten, strijd met bpl, kostenvergoeding
* 18 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6178 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakterras, geen strijd met bpl
* 15 juni 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2844): Awb, Wabo; handhaving, houden van paarden, niet hobbymatig, strijd met bpl
* 10 juni 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2672): Awb, Msw; handhaving, boete, overtredingen, mesttransporten
* 27 mei 2020 (Rb Rotterdam ROT 18/4328): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, horeca in museumpand, parkeren/ontheffing, geluid bezoekers
* 26 mei 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2979): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, carport, strijd met bpl
* 22 mei 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3626): Awb, vovo, huwelijksvoltrekkingen, COVID-19, locaties, uitleg, geen besluit, ontvankelijkheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 8 juli 2020 (ABRvS 202000169/1/R2): Awb; handhaving, gebruik weg in strijd met planregels, geluid/Wgh, contra-expertiserapport (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1752)
4.1.    [appellant] heeft bij brief van 7 februari 2020 aangekondigd dat hij de NSG heeft gevraagd om een tegenonderzoek in te stellen. Het onderzoeksrapport van de NSG van 7 mei 2020 bevat een nadere toelichting op wat [appellant] al eerder heeft aangevoerd over het akoestisch onderzoek van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing van 13 april 2017, welk onderzoek aan het besluit van 26 februari 2019 ten grondslag is gelegd. Het onderzoeksrapport van de NSG is naar het oordeel van de Afdeling ook niet zodanig van omvang of ingewikkeld dat het college niet de mogelijkheid heeft gehad daarop adequaat te reageren. Gelet hierop en op het feit dat het college ter zitting adequaat heeft kunnen reageren op het onderzoeksrapport van de NSG, ziet de Afdeling geen aanleiding om dat stuk buiten beschouwing te laten.
5.2.    De Afdeling stelt voorop dat ter zitting namens [appellant] onbestreden is toegelicht dat dichtasfaltbeton, ook wel DAB genoemd, akoestisch vergelijkbaar is met het wegdektype dat is gebruikt voor de aanleg van de Verlengde Vosdonkseweg: SMA – NL11B. Verder is niet in geschil dat de gemiddelde snelheid op de Verlengde Vosdonkseweg 60 km/u bedraagt.

Op grond van artikel 8.1 van bijlage III van het RMG 2012 kan als het maatgevende jaar worden aangehouden het tiende jaar na openstelling of reconstructie van de weg. Ter zitting heeft het college toegelicht dat er ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan gekeken is naar de periode 2014 – 2024, omdat verwacht werd dat de Verlengde Vosdonkseweg in 2014 in gebruik zou worden genomen. Om deze reden is in het rapport van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing van 13 april 2017 ook gerekend met de periode 2014 – 2024. Naar het oordeel van de Afdeling miskent het college dat het in deze zaak niet gaat om het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, maar om een verzoek om handhavend optreden. Omdat de Verlengde Vosdonkseweg in juli 2018 is opengesteld, had het college bij de beoordeling van dit verzoek, gelet op artikel 8.1 van bijlage III van het RMG 2012, de periode 2018 – 2028 moeten aanhouden. Dat heeft het college ten onrechte niet gedaan. Dit betekent dat het onderzoeksrapport van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing van 13 april 2017 ten onrechte is gebaseerd op verkeersaantallen van 2024, terwijl uitgegaan had moeten worden van verkeersaantallen van 2028.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank miskend dat aan het onderzoeksrapport van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing van 13 april 2017 zodanige zorgvuldigheidsgebreken kleven, dat het college dit onderzoeksrapport niet aan het besluit van 26 februari 2019 ten grondslag heeft mogen leggen. Het besluit van 26 februari 2019 is daarom onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen.

Het betoog slaagt.

* 8 juli 2020 (ABRvS 201908096/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor seismisch onderzoek, aanvraag belanghebbenden, vergunning van rechtswege, dwangsom (Rb Noord-Nederland 19/3084)
4.2.    De Afdeling stelt vast en in hoger beroep is ook niet meer in geschil dat Vermilion als belanghebbende op 28 februari 2019 een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb bij het college heeft ingediend. Ook staat vast dat op deze aanvraag de reguliere voorbereidingsprocedure als omschreven in artikel 3.9 van de Wabo van toepassing is, zodat het college na verlenging van de beslistermijn uiterlijk op 6 juni 2019 op de aanvraag had moeten beslissen. Nu de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, brengt het bepaalde in artikel 4:20b van de Awb mee dat bij het niet binnen de wettelijke beslistermijn beslissen op de aanvraag een vergunning van rechtswege is gegeven. Vast staat dat op 6 juni 2019 nog geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb op de aanvraag van 28 februari 2019 was genomen. Nog daargelaten of de door het college op 1 mei 2019 gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor het beslissen op de aanvraag en of de wettelijke beslistermijn op grond van artikel 4:15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb was opgeschort tot uiterlijk 17 juli 2019, stelt de Afdeling voorts vast dat het college ook binnen deze termijn geen besluit op de aanvraag van 28 februari 2019 heeft genomen. Zoals hiervoor vermeld, is op de aanvraag om omgevingsvergunning het systeem van de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen als bedoeld in afdeling 4.1.3.3 van de Awb van toepassing. De bepalingen die daarin zijn opgenomen hebben te gelden als een lex specialis ten opzichte van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb. De brief van 17 juli 2019, waarin het college meedeelt dat geen sprake is van een aanvraag en dat daarop daarom niet zal worden beslist, kan daarom niet worden gelijkgesteld met de schriftelijke weigering een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb. Omdat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist, is de door Vermilion gevraagde omgevingsvergunning van rechtswege gegeven en stelt Vermilion terecht dat het college na afloop van de wettelijke beslistermijn niet meer bevoegd was om alsnog een reëel besluit op de aanvraag te nemen.

Het betoog slaagt.

* 8 juli 2020 (ABRvS 201903905/1/R2): Awb, Wro; weigering bpl vast te stellen, uitbreiding veehouderij, zoönose/gezondheid/GGD
4.3.    De raad heeft in de schriftelijke uiteenzetting over de inhoudelijke motivering van het besluit nader toegelicht dat deze is gebaseerd op voorzorg in verband met mogelijke gezondheidsrisico’s bij uitbreiding van de veehouderij.

De raad stelt, zoals hiervoor is overwogen, terecht dat de effecten van de veehouderij op de volksgezondheid bij het besluit mochten worden meegewogen. Deze afweging dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden.

4.4.     De Afdeling is van oordeel dat aan de vereiste zorgvuldigheid niet is voldaan, omdat de raad uit het GGD-advies uitsluitend de constatering over de mogelijke toekomstige risico’s heeft overgenomen en alleen daarop zijn besluit heeft gebaseerd. Mogelijke toekomstige risico’s doen zich volgens het GGD-advies alleen voor als in de toekomst nieuwe zoönosen of mutaties van bekende ziekteverwekkers zullen optreden. Voor de huidige situatie beoordeelt de GGD de voorgestelde wijziging met betrekking tot zoönose niet als onacceptabel, mits [appellant] geëigende maatregelen treft en ter zake de adviezen opvolgt. [appellant] heeft aangegeven daartoe voornemens te zijn. Verder is in het GGD-advies vermeld dat de GGD niet alle aspecten met betrekking tot zoönose heeft kunnen beoordelen, omdat niet alle benodigde stukken behorend bij de aanvraag bij de GGD bekend waren.

De Afdeling is daarom van oordeel dat de raad dit advies niet zonder meer aan het besluit ten grondslag had mogen leggen. De raad had zich alvorens het besluit te nemen, ervan moeten vergewissen of de GGD over alle voor het advies benodigde informatie beschikte en [appellant] bij gebreke daarvan in de gelegenheid moeten stellen de benodigde informatie over te leggen.

Uit het besluit blijkt verder niet hoe de raad gevolg heeft gegeven aan het (deel)advies van de GGD in het rapport van mei 2016, om de resultaten af te wachten van het onderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden” van het RIVM, de Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen University & Research en het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) en de bevindingen uit dat onderzoek mee te wegen. Dit onderzoek is in de zomer van 2016 uitgebracht. Niet gebleken is dat de raad de bevindingen uit dit onderzoek bij het besluit heeft betrokken. De raad is ook daaraan voorbijgegaan, daarbij de mogelijke toekomstige risico’s vooropstellend.

De raad heeft aldus zonder nadere motivering een definitief afwijzend besluit gebaseerd op het in meerdere opzichten voorwaardelijk geformuleerde advies van de GGD.

Gelet op het voorgaande is het standpunt van de raad dat het bestemmingsplan niet kon worden vastgesteld omdat de risico’s voor de volksgezondheid te groot zijn, niet van een deugdelijke motivering voorzien.

Het betoog slaagt.

* 8 juli 2020 (ABRvS 201900107/1/R3): Awb, Wro; bpl, zorgboerderij, Ladder/Bro, provinciale omgevingsverordening, bed & breakfast, geluid, VNG-brochure, tussenuitspraak
14.3.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5263, gelden de richtafstanden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.
14.11……………………….
In het memo van Rho is aan de hand van de toetsingssystematiek in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure bezien of ter plaatse van het perceel van [appellant] wat betreft het aspect geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is verzekerd. Deze toetsingssystematiek van de VNG-brochure bestaat uit vier stappen, waarbij per stap een hogere geluidbelasting aanvaardbaar wordt geacht en telkens hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt. Indien wordt voldaan aan de toepasselijke richtafstand voor het aspect geluid uit de VNG-brochure, dan is volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting (stap 1). Indien stap 1 niet toereikend is, dan dient de raad volgens de toetsingssystematiek met akoestisch onderzoek aan te tonen dat de geluidbelasting op de gevel van de woningen voldoet aan de geluidwaarden als opgenomen in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure. Deze toegestane geluidbelasting op woningen bedraagt – in een rustige woonwijk – in eerste instantie 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 65 dB(A) etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau en 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking (stap 2). Bij overschrijding van deze waarden is planologische inpassing nog steeds mogelijk bij een geluidbelasting op woningen van maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau en 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking. De raad dient dan te motiveren waarom hij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht (stap 3).

14.12.    Uit tabel 3 van het memo van Rho blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus de richtwaarden van de VNG-brochure van 45 dB(A) tijdens de dagperiode en 40 dB(A) tijdens de avondperiode zowel op de gevel van de woning van [appellant] als ter plaatse van de representatieve posities in de tuin van [appellant] niet overschrijden.

Uit tabel 4 van het memo van Rho blijkt dat de maximale geluidbelasting op de woning van [appellant] de richtwaarde van de VNG-brochure van 65 dB(A) tijdens de dagperiode niet overschrijdt. De richtwaarde van 60 dB(A) in de avondperiode wordt overschreden met ten hoogste 2 dB(A) op de gevel van de woning. Voorts bedragen de berekende maximale geluidniveaus ter plaatse van de representatieve posities in de tuin van [appellant] maximaal 69 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad dergelijke maximale geluidniveaus op de gevel van de woning en in de tuin van [appellant] in dit geval in redelijkheid aanvaardbaar kunnen achten. Hierbij wordt opgemerkt dat op basis van stap 3 van de toetsingssystematiek van paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure door de raad kan worden gemotiveerd dat een hogere geluidbelasting in een concrete situatie acceptabel is, zolang voor het maximale geluidniveau een etmaalwaarde van maximaal 70 dB(A) geldt, wat hier het geval is. Daarbij heeft de raad blijkens het memo van Rho van belang geacht dat deze berekende hogere maximale geluidniveaus zich uitsluitend kunnen voordoen in een worst case-scenario en daarbij te wijten zijn aan dichtslaande portieren van auto’s en het (eventueel) schreeuwen van een persoon in de achtertuin van het perceel Oostpolderweg 13. Het dichtslaan van portieren van auto’s is in zekere zin omgevingseigen. Voorts staat in het memo dat het schreeuwen van personen zoveel als mogelijk zal worden voorkomen omdat de zorgboerderij tracht om rust te creëren. Verder heeft de raad hierbij van belang geacht dat de in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer algemeen aanvaarde grenswaarden voor het maximale geluidniveau van 70 en 65 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag- en avondperiode niet worden overschreden. Voor de overige activiteiten van de met het plan voorziene ontwikkeling geldt dat voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidniveau voor het perceel van [appellant] wordt voldaan aan de voor een woonwijk geldende geluidgrenswaarden, zodat in zoverre sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

* 3 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1687, 20/1841 en 20/1842): Awb, Wnb; vovo en kortsluiten, handhaving/vergunning, veehouderij, bouwhandelingen, Habitatrichtlijn, Natura 2000, passende beoordeling/Hinderwet
Verzoek om handhaving ten aanzien van de uitbreiding van een veehouderij nabij het Lauwersmeer, omdat dit project werd uitgevoerd zonder vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Verweerder heeft eerder vergunning verleend voor dit project maar die vergunning is door de bestuursrechter vernietigd. Weigering handhaving in verband met voornemen om wederom vergunning te verlenen. Tegen die weigering is door verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd. Voordat de voorzieningenrechter uitspraak kon doen heeft verweerder de vergunning op grond van de Wnb voor het project alsnog verleend. Daartegen zijn de verzoekers in beroep gegaan en hebben zij tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van de vergunning geoordeeld dat deze moet worden vernietigd omdat verweerder de emissie (uitstoot) van stikstof door het bedrijf in de referentiesituatie onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en onvoldoende inzicht heeft in de bedrijfsvoering en de daarbij behorende emissie in de gewenste situatie. In de Wnb staat voorts dat wanneer er vergunning wordt verleend daarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt. Ook omdat er noch voor het project, noch in het verleden voor deze veehouderij een passende beoordeling is gemaakt, is de vergunning vernietigd. Omdat de voorzieningenrechter de vergunning vernietigt en er geen passende beoordeling is, is er op dit moment ook geen zich op legalisatie en had verweerder het verzoek om handhaving niet mogen weigeren. De voorzieningenrechter heeft verweerder daarom opgedragen om binnen twee weken opnieuw op het verzoek om handhaving te beslissen.

* 3 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/300 en 20/301): Awb, Wob; vovo en kortsluiten, openbaarmaking PAS-meldingen, locatiegegevens/milieu-informatie
Openbaarmaking locatiegegevens meldingen in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Betreft voornamelijk veehouderijen. Zaak met circa 3.500 derde-belanghebbenden. Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft verweerder een apart besluit genomen ten aanzien van de openbaarmaking van 10 meldingen. Locatiegegevens maken deel uit van de emissiegegevens en zijn noodzakelijk om een effectieve publieke controle op die emissies mogelijk te maken. Onvoldoende algemene of specifieke aanwijzingen die de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat de veiligheid en de dreiging van sabotage aan de openbaarmaking in de weg zouden staan. Opdracht tot openbaarmaking van de locatiegegevens.

* 2 juli 2020 (Conclusie AG EH C-826/18): Prejudiciële verwijzing, Verdrag van Aarhus, toegang tot de rechter, inspraak, Awb/UOV, vragen van Rb Limburg
V.      Conclusie

  1. Derhalve geef ik het Hof in overweging de vragen van de rechtbank Limburg als volgt te beantwoorden:

„1)      Artikel 6 van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 en namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (Verdrag van Aarhus), artikel 6 van richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/92/EU, en artikel 24 van richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) verlenen alleen volledige inspraakrechten aan ,het betrokken publiek’ in de zin van deze rechtsinstrumenten, maar niet aan ,het publiek’ in zijn geheel.

2)      Noch artikel 9, lid 2, van het Verdrag van Aarhus, noch artikel 11 van richtlijn 2011/92, noch artikel 25 van richtlijn 2010/75, noch artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verzet zich ertegen dat het recht op toegang tot de rechter wordt uitgesloten voor ,het publiek’ dat niet behoort tot ,het betrokken publiek’ in de zin van deze rechtsinstrumenten.

3)      Artikel 9, lid 2, van het Verdrag van Aarhus, artikel 11 van richtlijn 2011/92 en artikel 25 van richtlijn 2010/75 verzetten zich tegen een voorwaarde in het nationale recht die het recht op toegang tot de rechter voor ,het betrokken publiek’ in de zin van deze rechtsinstrumenten afhankelijk stelt van eerdere deelname aan de procedures die onderworpen zijn aan artikel 6 van het Verdrag van Aarhus, artikel 6 van richtlijn 2011/92 en artikel 24 van richtlijn 2010/75.”

* 2 juli 2020 (EH C-477/19): Prejudiciële verwijzing, Habitatrichtlijn, veldhamster, voortplantings- en rustplaatsen/beschadiging of vernieling, verlaten plaatsen
Het Hof (Zevende kamer) verklaart voor recht:

Artikel 12, lid 1, onder d), van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „rustplaatsen” in deze bepaling ook ziet op rustplaatsen die niet meer worden bewoond door een van de in bijlage IV, onder a), bij deze richtlijn genoemde beschermde diersoorten, zoals de Cricetus cricetus (veldhamster), wanneer de kans voldoende groot is dat deze soort zal terugkeren naar die plaatsen, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren.