Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 15 juli 2020 (ABRvS 202000738/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, zonnepark (Rb Gelderland 19/2680)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201908861/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor uitvoeren werk, verharden bestaand pad, planregels (Rb Oost-Brabant 19/637)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201908580/1/R2): Awb, Wabo; niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege, instemming uitstel, niet van rechtswege verleend (Rb Limburg 19/2230 en 19/2319)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201908394/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, uitbreiding minicamping/agrarisch bedrijf, planregels (Rb Limburg 18/3192)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201908331/1/R1): Awb; invordering dwangsommen, ruimten niet overeenkomstige bestemming, geen Wabo-vergunning, brandveiligheid (Rb Noord-Holland 19/1162 en 19/1163)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201908186/1/R2): Awb, Wabo, Wgh; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl/ontheffing, huur- en zorgwoningen, woon- en leefklimaat, parkeren, verkeersveiligheid
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907992/1/R2 en 201908150/1/R2): Awb; herziening
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907985/1/R1): Awb, Wro; bpl, museumfunctie, uitvoerbaarheid
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907652/1/R1): Awb, Ww, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, welstandsexces, kleur woning (Rb Amsterdam 19/2059)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907399/1/R4): Awb, Mbw; gaswinning, hoeveelheid, operationele strategie, veiligheid omwonenden/aardbeving, schadeafhandeling, tempo afbouwen
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907291/1/R1, 201907330/1/R1, 201907693/1/R1 en 201908440/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie/plaatsingsplan, inzamelvoorzieningen, afvalstoffenverordening, landschap, overlast
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907271/1/R4 en 201907424/1/R4): Awb, Wm; spoedeisende bestuursdwang, vuilniszak, afvalstoffenverordening, overtreder
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907208/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en aanpassen rijksmonumentaal pand, kinderdagverblijf/BSO, belanghebbende, geen strijd met bpl, toepassing UOV (Rb Oost-Brabant 19/884)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201907017/1/A3): Awb, Wegenwet; handhaving, afsluiting pad, geen weg in de zin van Wegenwet (Rb Noord-Holland 18/5430)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906774/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, berging, achtererfgebied, Bor, vergunningplicht, zicht op legalisatie, vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 18/5368)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906675/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, hotel, brandveiligheid, visuele controle (Rb Midden-Nederland 19/431)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906468/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, ophogen perceel, geen afwijking van peil in omgevingsvergunning (Rb Gelderland 17/4169)
* 15 juli 2020 (ABRvS201906344/1/A3): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, diefstal stroom (Rb Overijssel 18/1595)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906332/1/R4): Awb, Wro; bpl, zorg-appartementen, parkeren
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906127/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken van bpl en vellen houtopstanden, woningen met bergingen en uitweg, belanghebbenden, erfinrichtingsplan, parkeren/verkeershinder (Rb Midden-Nederland 18/4180 en 18/4574)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201906045/1/A3): Awb, Wob; verstrekking documenten, windparken, milieuinformatie (Rb Noord-Nederland 17/3979)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201905699/1/R4): Awb, Wabo, Wm; handhaving, dierenpension, maatwerkvoorschriften geluid, strafcorrectie, schadevergoeding/EVRM (Rb Gelderland 19/73)
# 15 juli 2020 (ABRvS 201905510/1/A2): Awb, Wro; planschade, geur (Rb Oost-Brabant 17/3242)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201905150/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, klimrots, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Gelderland 18/1244)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201904972/1/A2): Awb, Wro; nadeelcompensatie/planschade, handel in groente en fruit, verkeersmaatregel, omzetdaling, normaal maatschappelijk risico/drempel (Rb Noord-Nederland 18/1422
* 15 juli 2020 (ABRvS 201904417/1/A3): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, minderjarige kinderen/motivering (Rb Rotterdam 18/4917)
* 15 juli 2020 (ABRvS 201904334/1/R4 en 201904340/1/R4): Awb; herzieningsverzoeken
* 15 juli 2020 (ABRvS 201904284/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, peilopzet, vernatting percelen, inkomens- en vermogensschade, normaal maatschappelijk risico
* 15 juli 2020 (ABRvS 201903930/1/R3): Awb, Wro; bpl, buitengebied
* 15 juli 2020 (ABRvS 201903031/1/R1): Awb, Wro; bpl, grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten, vertrouwensbeginsel, tussenuitspraak
# 15 juli 2020 (ABRvS 201902845/1/R4): Awb, Wro; bpl, aardappel- en uienbedrijf, alternatieve locatie, verkeersmodel/-veiligheid, geluid, geur, Activiteitenbesluit, tarragrond, voorwaardelijke verplichting
* 15 juli 2020 (ABRvS 201808464/2/R1): Awb, Wro; bpl, goothoogte, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 15 juli 2020 (ABRvS 201806905/1/R4): Awb, Wro; bpl, verplaatsing loonbedrijf, belanghebbenden, verkeer/CROW, alternatieve locatie, provinciale verordening
# 15 juli 2020 (ABRvS 201806385/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, bedrijfshal/werkplaats met overkappingen, een geluidsscherm, een weegbrug en de bouw van een blokkenwand, verkeer/CROW, geluid, Activiteitenbesluit, indirecte hinder/cumulatie, parkeren, schrikreacties vee
* 15 juli 2020 (ABRvS 201707275/4/R2): Awb, Wro; bpl, hotel/behoefteonderzoek, hotelvisie, provinciale verordening, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 14 juli 2020 (ABRvS 202003296/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, loswal, verkeer/laden en lossen, stikstof
* 14 juli 2020 (Rb Gelderland AWB 20/3619): Awb, Gmw; vovo, verzoek om vrijstelling van verplichting mondkapje dragen in openbaar vervoer, Noodverordening COVID-19, geen verbod voor de individuele reiziger, Wet personenvervoer, bevoegdheid
* 14 juli 2020 (CBb 18/2762 en 19/473, 18/2215, 18/2841, 18/2163, 18/2834 en 18/2556): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, biologische melkveehouders, VWEU, peildatum, EP/ geen buitensporige last, knelgevallenregeling, grondgebondenheid
* 13 juli 2020 (Rb Gelderland AWB 19/4274): Awb; invordering dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, horen belanghebbende, bewijslast
* 13 juli 2020 (ABRvS 202003333/1/R3 en /2/R3): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, woningen, parkeren
* 10 juli 2020 (ABRvS 202002647/2/R4): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, veehouderij, bouwvlak, woon- en leefklimaat, geur, maximale planologische mogelijkheden, landschappelijke inpassing
* 10 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1323): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken, geen vergunning, strijd met bpl, overtreder, zicht op legalisatie
* 10 juli 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1698): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, woningen ombouwen tot diverse wooneenheden, strijd met bpl
* 10 juli 2020 (HR 19/01292): BW; onrechtmatige geluidshinder, onrechtmatige overheidsdaad, buurthuis naast woning, handhaving, muziek, aansprakelijkheid gemeente, conclusie PG
* 10 juli 2020 (Rb Rotterdam 8556432 VV EXPL 20-217): BW; kort geding, ontruiming huurwoning, ernstige overlast
* 9 juli 2020 (Rb Rotterdam 10/997526-19): WSr, WED, Wm, Wwm; handel in professioneel vuurwerk, cobra’s, wapens
* 9 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1940): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, belangen kinderen
* 9 juli 2020 (EH C-297/19): Prejudiciële verwijzing, Habitatrichtlijn, schade, beroepsactiviteit
* 9 juli 2020 (Hof Den Bosch 18/00488): Awb, AWR; leges omgevingsvergunning, windturbines, legesverordening, opbrengstlimiet
* 8 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant 8205051 CV EXPL 19-5608): BW; ontbinding huurovereenkomst en ontruiming huurwoning, drugs
* 8 juli 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1872): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, functionele eenheid
* 7 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4098): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, woningsluiting, drugs
* 7 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1403): Awb, Opiumwet; vovo ,handhaving, sluiting woning, drugs, eigen gebruik/grootverbruiker
* 7 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1388): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woonwagen/standplaats, drugs
* 6 juli 2020 (Hof Den Haag 22-004277-18): WSr, WED, Waterwet, Wm; storten van puin in oppervlaktewater, geen opzettelijk inzamelen van bedrijfsafvalstoffen
* 6 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/4468): Awb; handhaving, in stand laten bermmonument, geen publiekrechtelijke bepaling/grondslag, geen besluit, ontvankelijkheid
* 2 juli 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2985): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, informatiecentrum, Nbw/bever/vvgb, verkeersontsluiting, parkeren
* 2 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3141): Awb; schadevergoeding, niet handhavend optreden, geen sprake van niet tijdig nemen besluit op verzoek handhaving, bevoegdheid rechtbank
* 2 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3638): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 30 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5074 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, beëindiging woningsplitsing, strijd met bpl, onduidelijke last, herstelmaatregelen niet nauwkeurig omschreven
* 30 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 19/1107): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranderen bedrijfsruimte tot woningen, strijd met bpl, beleidsnota
* 26 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6149 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, klussen aan auto’s, bestemming opslag, strijd met bpl, ruimtelijke impact
* 26 juni 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2007 en UTR 20/2054): Awb, Wet aanpak woonoverlast, Gmw; vovo, stoppen met het veroorzaken van woonoverlast door het opleggen van gedragsaanwijzingen/dwangsom, belangen ongestoord woongenot/openbare orde en veiligheid, EHRM
* 26 juni 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/654, 20/653, 20/650, 20/648, UTR 20/643, UTR 20/645 en UTR 20/647): Awb, Wabo; bouwaanvraag, zienswijze en geen bezwaarschrift, geen sprake van niet tijdig nemen besluit, ontvankelijkheid
* 26 juni 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/899): Awb, Wabo; vergunning reeds ingetrokken, geen procesbelang, ontvankelijkheid
* 25 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4518, 19/4520 en 19/4521 GEMWT): Awb, Wabo; waarschuwingen, brandveiligheid, strijd met bpl, studentenkamers, geen besluiten, ontvankelijkheid
* 25 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 19/1807): Awb, Waterwet; dwangsom/invordering, gedogen van baggerwerkzaamheden, uitvoeringsvorm/toezegging
* 24 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 18/5657): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, opbouw, Bor, geen privaatrechtelijk belemmering, Bouwbesluit, welstand
* 24 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4915 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, daghuisjes naar strandslaaphuisjes, strijd met bpl, eisers/belanghebbenden, geen aanvraag/geen besluit , ontvankelijkheid
* 23 juni 2020 (Rb Den Haag SGR 19/1028): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, appartementen en een commerciële ruimte, geen strijd met bpl
* 3 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6118 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen van afwijken bpl, horecapaviljoen, wettelijke grondslag
* 25 mei 2020 (Rb Amsterdam AMS 18/7316): Awb, Wvw; verkeersbesluit, procedure, schadevergoeding
* 6 mei 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/217 en HAA 19/197): Awb, Wabo, Wm, Gmw; handhaving, tuincentrum, illegaal bouwen, begrip één inrichting, Activiteitenbesluit, geluid
* 14 april 2020 (Rb Den Haag SGR 18/8262): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en handelingen met gevolgen voor beschermd monument, gevelverlichting/led-lichtlijn, belanghebbende, motivering
* 12 maart 2020 (Rb Amsterdam 13/994074-18): WSr, WED, Wm; voorhanden hebben van grote hoeveelheid consumentenvuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 14 februari 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/1416): Awb, Wnb, vergunning, veehouderij, belanghebbende, Habitatrichtlijn, PAS, passende beoordeling

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 15 juli 2020 (ABRvS 201907652/1/R1): Awb, Ww, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, welstandsexces, kleur woning (Rb Amsterdam 19/2059)
3.5.    De Afdeling benadrukt dat, zoals ook de rechtbank heeft opgemerkt, het in dit geval niet gaat om de vraag of de kleur van de voor- en achtergevel van de woning van [appellante] mooi of vrolijk is. Dit is immers subjectief. De Afdeling beoordeelt slechts of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de kleur van de voor- en achtergevel in ernstige mate niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Daarbij is van belang of het college zich in dit geval op de adviezen van de CRK mocht baseren en of de welstandsnota juist is toegepast.

3.6.    De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college de last onder bestuursdwang mocht opleggen, omdat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de kleur van de voor- en achtergevel een welstandsexces is. Uit de welstandsnota volgt dat gekleurde gevels weliswaar karakteriserend zijn voor de wijk Boatex, maar dat dit alleen geldt voor licht gekleurde gevels en niet voor felle of sterk contrasterende op de gevels aangebrachte kleuren. Het college heeft, onder verwijzing naar de adviezen van de CRK, voldoende gemotiveerd dat de door [appellante] op de voor- en achtergevel van haar woning aangebrachte geelgroene kleur een felle of sterk contrasterende kleur is die door de intensiteit daarvan afbreuk doet aan de harmonie in de wijk.

Niet is gebleken dat in de welstandsadviezen van de CRK een onjuiste toepassing is gegeven aan de in de welstandsnota neergelegde criteria.

* 15 juli 2020 (ABRvS 201907208/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en aanpassen rijksmonumentaal pand, kinderdagverblijf/BSO, belanghebbende, geen strijd met bpl, toepassing UOV (Rb Oost-Brabant 19/884)
5.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1952, is bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een nieuwe bestemming als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van het Bor, het al dan niet wijzigen van een bestemming van een object in het bestemmingsplan niet van belang. De Afdeling wijst in dit verband op de nota van toelichting bij het Bor (Stb. 2010, 143, blz. 100) waarin is vermeld dat hier niet is bedoeld het voornemen tot wijziging van de bestemming van het monument in het bestemmingsplan. Evenmin is van belang of sprake is van ingrijpende wijzigingen die mogelijk de monumentale waarde van het pand aantasten. Anders dan in onderdeel 2° van artikel 6.4, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bor, is de activiteit in onderdeel 4° van artikel 6.4, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bor niet beperkt tot ingrijpende wijzigingen.

In de nota van toelichting bij het Bor staat: “Bij het geven van een nieuwe bestemming aan een beschermd monument gaat het om wijzigingen van het monument en de mogelijke aantasting van monumentale waarden ten gevolge van veranderd gebruik. Functie en staat van een monument zijn nauw met elkaar verweven. Een wijziging van deze twee-eenheid kan direct ingrijpen in de reden van de aanwijzing als beschermd monument.”

Niet in geschil is dat het pand een voormalig woonhuis is dat in gebruik was genomen als notariskantoor. Nu staat het pand leeg. Omdat het bouwplan voorziet in de verbouwing van het pand tot kinderdagverblijf en uit de omgevingsvergunningaanvraag blijkt dat daartoe werkzaamheden nodig zijn aan de gevel en het interieur van het pand, is sprake van veranderend gebruik van het pand.  Onder verwijzing naar de nota van toelichting is er naar het oordeel van de Afdeling sprake van wijzigingen aan het monument die mogelijk monumentale waarden aantasten ten gevolge van veranderd gebruik. Dit betekent dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van het Bor. Dit betekent verder dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure terecht is gevolgd en er daarom geen van rechtswege verleende omgevingsvergunning is.

Het betoog faalt

* 15 juli 2020 (ABRvS 201906045/1/A3): Awb, Wob; verstrekking documenten, windparken, milieuinformatie (Rb Noord-Nederland 17/3979)
4.2.    Zoals de Afdeling heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2211, onder verwijzing naar de arresten van het Hof van 23 november 2016, Bayer CropScience, ECLI:EU:C:2016:890, en Commissie/ACC, ECLI:EU:C:2016:889, kan uit die arresten worden afgeleid dat onder de begrippen “emissies in het milieu” en “informatie over emissies in het milieu” niet alleen gegevens moeten worden begrepen die de daadwerkelijke uitstoot betreffen, maar ook de gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu alsook de gegevens die het publiek in staat stellen te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies, die aan de besluitvorming door een bestuursorgaan ten grondslag heeft gelegen, juist is. De begrippen “emissies in het milieu” en “informatie over emissies in het milieu” moeten niet restrictief worden uitgelegd.

Uit de arresten van het Hof volgt dus weliswaar dat het begrip “informatie die betrekking heeft op uitstoot in het milieu” niet restrictief moet worden uitgelegd, maar het Hof overweegt tevens dat dit niet betekent dat alle informatie die in wat voor verband ook staat met emissies in het milieu onder dat begrip valt. Dat laatste zou de nuttige werking ontnemen aan de mogelijkheid om openbaarmaking van milieu-informatie te weigeren ter bescherming van commerciële belangen.

4.3.    De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennisgenomen van de door de minister overgelegde documenten. De documenten 1.3, 2.10 en 3.3 betreffen windrapporten die zien op de oprichting van het windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Het oprichten van zo’n park kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een maatregel die een uitwerking kan hebben op het milieu of als maatregel ter bescherming van het milieu. De in de windrapporten opgenomen informatie is echter geen milieuinformatie. Hiertoe is van belang dat de windrapporten een berekening inhoudt van de energieopbrengsten ter garantstelling van de financieel-economische uitvoerbaarheid van Windpark Drentse Monden en Oostermoer. De in de windrapporten opgenomen informatie over geluid, slagschaduw en het rendement van windturbines betreft informatie die aan de hand van theoretische modellen en modelmatige berekeningen tot stand is gekomen. Middels een windrapport maakt een aanvrager de elektriciteitsproductie waarvoor subsidie wordt aangevraagd aannemelijk. Deze informatie dient ter ondersteuning van de financieel-economische uitvoerbaarheid en het rendement van het windmolenpark. De Afdeling is derhalve met de rechtbank van oordeel dat de informatie in de documenten 1.3, 2.10 en 3.3 geen milieuinformatie bevat en derhalve ook geen informatie over emissies in het milieu.

Het betoog faalt.

# 15 juli 2020 (
ABRvS 201902845/1/R4): Awb, Wro; bpl, aardappel- en uienbedrijf, alternatieve locatie, verkeersmodel/-veiligheid, geluid, geur, Activiteitenbesluit, tarragrond, voorwaardelijke verplichting
7.3 ………………………………………

De Afdeling stelt vast dat in het geuronderzoek geen rekening is gehouden met de opslag van tarragrond. De STAB geeft echter in paragraaf 7.4 van het deskundigenverslag aan dat zij indicatieve geurberekeningen heeft uitgevoerd, inclusief de opslag en afvoer van tarragrond. Omdat er geen meetresultaten bekend zijn van geurmetingen van specifiek tarragrond uit de aardappelindustrie, is de STAB bij de berekeningen van de mogelijke emissie van tarragrond uitgegaan van emissiekengetallen van groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT). In het deskundigenverslag wordt aangegeven dat dit een worst case-benadering is, aangezien de emissie van tarragrond zeer waarschijnlijk minder zal zijn dan de emissie van GFT. Uit de berekeningsresultaten van de indicatieve berekeningen blijkt dat de toename van de geurbelasting bij de in het geurrapport aangehouden rekenpunten vanwege de tarragrond maximaal 5% zal bedragen. Als gevolg van de voorgestelde maatregelen in de conclusie van het geurrapport zal volgens het deskundigenverslag van de STAB de geuremissie na uitbreiding lager zijn dan in de huidige situatie het geval is.

Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare geurhinder. De gevolgen voor de woning van [appellant A] zijn hierbij voldoende in kaart gebracht. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding om aan de bevindingen in het deskundigenverslag te twijfelen. Het betoog slaagt niet.

# 15 juli 2020 (ABRvS 201806385/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, bedrijfshal/werkplaats met overkappingen, een geluidsscherm, een weegbrug en de bouw van een blokkenwand, verkeer/CROW, geluid, Activiteitenbesluit, indirecte hinder/cumulatie, parkeren, schrikreacties vee
10.3.    In het deskundigenverslag staat dat het door [appellant sub 2] genoemde aantal van 101 parkeerplaatsen, te realiseren binnen de begrenzing van het bedrijf, geen recht doet aan de te verwachten invulling op basis van het plan. De deskundige wijst erop dat het aantal verkeersbewegingen op basis van het akoestisch onderzoek vastligt, zodat een grotere toename van het aantal verkeersbewegingen niet voor de hand ligt. Verder wijst hij erop dat de bedrijfsgebouwen vooral in gebruik zijn voor opslag en onderhoud van materiaal en dat een deel van het materieel bij personeel thuis gestald wordt en een deel van het personeel niet met de auto naar het bedrijf komt. De deskundige acht het gelet op de bevindingen in het verkeersonderzoek over het aspect parkeren aannemelijk dat het bedrijf geen 101 parkeerplaatsen nodig heeft maar 55 parkeerplaatsen voor personenauto’s en 15 voor vrachtauto’s. De deskundige wijst daarbij erop dat deze aantallen in de bandbreedte liggen zoals die op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie berekend zijn.

Uit het verkeersonderzoek en het deskundigenverslag komt naar voren dat het eigen terrein voldoende ruimte biedt om te voorzien in de aan de hand van de kencijfers van de CROW-publicatie berekende benodigde parkeerplaatsen. De Afdeling overweegt dat de raad in het plan onder artikel 8, lid 8.1, onder b, ervoor heeft gekozen geen verwijzing op te nemen naar de Nota Parkeernormen, die uitgaat van de genoemde CROW- publicatie, maar dat voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen voldoende is dat wordt voorzien in ruimte voor het parkeren en stallen van 30 personenauto’s en 15 vrachtauto’s. Uit het verkeersonderzoek volgt dat deze aantallen zijn ingegeven door het huidige (feitelijke) gebruik van het bedrijf. Met [appellant sub 2] is de Afdeling van oordeel dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat deze norm voor toekomstige situaties, bijvoorbeeld bij een eventuele uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, adequaat kan worden geacht om te voldoen aan de parkeerbehoefte die dan ontstaat. Gelet hierop heeft de raad in zoverre de bestreden planregel in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Het betoog slaagt.
12.1.    Uit de door [appellant sub 1] overgelegde verklaring van de hoogleraar komt naar voren dat het geluid problematisch wordt voor runderen bij een geluidniveau vanaf 90 dB. Blijkens paragraaf 5.8 van het deskundigenverslag heeft de deskundige een meting verricht om het maximale geluidniveau in de weiden van [appellant sub 1] te bepalen. Uit deze meting komt volgens de deskundige naar voren dat het geluidniveau ten zuiden van de inrichting maximaal 58 dB(A) overdag, 58 dB(A) in de avond en 46 dB(A) in de nacht is en ten noorden van de inrichting 66 dB(A) overdag, 58 dB(A) in de avond en 49 dB(A) in de nacht.

Alleen al omdat de berekende maximale waarden ruimschoots lager liggen dan 90 dB(A), ziet de Afdeling geen beslissende betekenis toekomen aan de overgelegde verklaring. De Afdeling ziet in de gegeven omstandigheden geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de voorziene ontwikkelingen niet zullen leiden tot ernstige gevolgen voor het welzijn van het jongvee. De raad heeft dan ook in redelijkheid meer gewicht aan de beoogde bedrijfsontwikkeling kunnen hechten dan aan het belang dat [appellant sub 1] bij het weiden van zijn gronden door het jongvee. Het betoog faalt.

* 6 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/4468): Awb; handhaving, in stand laten bermmonument, geen publiekrechtelijke bepaling/grondslag, geen besluit, ontvankelijkheid
6. In deze zaak ligt uitsluitend ter toetsing door de rechtbank voor de vraag of verweerder bij het bestreden besluit het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen publiekrechtelijke bepaling bestaat op grond waarvan verwijdering van het gedenkteken kan worden geëist. Eiseres heeft in haar beroepschrift evenmin een publiekrechtelijke grondslag genoemd.

Gesteld noch gebleken is van een publiekrechtelijke grondslag voor plaatsing van het gedenkteken dan wel de verwijdering daarvan. De rechtbank begrijpt dat in 1998 of 1999 door de gemeente als eigenaar van de grond privaatrechtelijk toestemming is gegeven voor plaatsing van het gedenkteken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het zich niet richt tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

  1. Het beroep is daarom ongegrond

    * 30 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5074 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, beëindiging woningsplitsing, strijd met bpl, onduidelijke last, herstelmaatregelen niet nauwkeurig omschreven
    4.1. Uit artikel 5:32a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat de last onder dwangsom de te nemen herstelmaatregelen omschrijft. Volgens de toelichting op dit artikel dient het bestuursorgaan in de last nauwkeurig te omschrijven welke herstelmaatregelen of werkzaamheden door de overtreder moeten worden verricht. Ook het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat een last onder dwangsom zodanig duidelijk en concreet is geformuleerd dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2859).

4.2  De last onder dwangsom houdt – zakelijk weergegeven – in dat eiser de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo dient te beëindigen en beëindigd te houden door het gebruik in overeenstemming te brengen met het geldende bestemmingsplan (grondgebonden woning). Hieruit blijkt echter niet welke concrete maatregelen eiser dient te nemen om de overtreding te beëindigen. Het had op de weg van verweerder gelegen om in de last nauwkeurig te omschrijven welke herstelmaatregelen of werkzaamheden eiser zou moeten verrichten om de overtreding te beëindigen. De last is dan ook onvoldoende duidelijk en concreet. Dit betekent dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 5:32a, eerste lid, van de Awb en het rechtszekerheidsbeginsel. Gelet op de aard van het gebrek, is er geen reden voor toepassing van een bestuurlijke lus. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking en het primaire besluit zal worden herroepen.

* 26 juni 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6149 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, klussen aan auto’s, bestemming opslag, strijd met bpl, ruimtelijke impact
6.3.  Vast staat dat er in de loods auto’s worden opgeslagen, zodat er feitelijk opslag plaatsvindt. Er wordt ook aan de auto’s geklust in de loods. Het klussen aan auto’s valt naar het oordeel van de rechtbank niet onder statische opslag. Dit betekent echter nog niet per definitie dat de loods wordt gebruikt in strijd met de planvoorschriften. Ter beantwoording van de vraag of dit klussen aan de auto’s strijdig gebruik met de geldende bestemming oplevert, moet worden gekeken naar de ruimtelijke uitstraling die het gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of de uitstraling van dien aard is dat het niet meer verenigbaar is met de bestemming van het perceel, zoals omschreven in de planregels.

6.4.  Bij die beoordeling acht de rechtbank het van belang dat er in de loods met enige regelmaat aan de auto’s wordt geklust. Volgens het college wordt er in de weekenden en ook op sommige doordeweekse avonden aan de auto’s gesleuteld. De rechtbank stelt verder vast dat de loods ook is gehuurd met de bedoeling hierin te klussen. Dit blijkt onder andere uit het controlerapport dat is opgesteld naar aanleiding van de controle van 12 december 2018, waarin staat dat [huurder1] heeft verklaard dat hij de loods samen met een vriend huurt om zijn hobby te kunnen uitoefenen. Zij sleutelen in de loods aan auto’s. Omdat hun schuur thuis te klein werd hebben ze iets groters gezocht.

6.5.  Gezien de bedoeling van de huurders de loods te gebruiken om erin aan auto’s te werken én gezien het feit dat de loods hier ook daadwerkelijk (met regelmaat) voor wordt gebruikt, is de rechtbank van oordeel dat het gebruik dat de huurders van de loods maken een grotere ruimtelijke uitstraling heeft dan de bestemming ‘statische opslag’. Het college heeft ten onrechte de nadruk gelegd op het feit dat de auto’s in totaal meer uren per week gestald staan dan dat er aan geklust wordt. Gezien de bedoeling van de huurders en het daadwerkelijke gebruik van de loods als plaats om te klussen, is dit naar het oordeel van de rechtbank niet van doorslaggevend belang. De ruimtelijke impact van het gebruik van de loods voor het met enige regelmaat klussen aan auto’s is wezenlijk anders dan “de binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en niet regelmatig worden verplaatst”. Daarom past het (met enige regelmaat) klussen aan auto’s niet binnen de bestemming ‘Bedrijf-statische opslag’. Gezien de ruimtelijke uitstraling die de kluswerkzaamheden naar hun aard, omvang en intensiteit hebben, kan niet gezegd worden dat dit gebruik verenigbaar is met de bestemming.

6.6.  Nu het gebruik van de loods zich niet verdraagt met de bestemming, wordt de loods gebruikt in strijd met het bestemmingsplan. Dit is in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, zodat er sprake is van een overtreding. Het college was dus bevoegd om handhavend op te treden. Het college heeft dit niet goed gezien. Het beroep slaagt.

* 26 juni 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2007 en UTR 20/2054): Awb, Wet aanpak woonoverlast, Gmw; vovo, stoppen met het veroorzaken van woonoverlast door het opleggen van gedragsaanwijzingen/dwangsom, belangen ongestoord woongenot/openbare orde en veiligheid, EHRM
6. Verweerder heeft de primaire besluiten gebaseerd op artikel 151d van de Gemeentewet. Dit artikel geeft verweerder de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen aan een gebruiker van een erf of woning bij ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden. Verweerder hoeft daarbij geen begunstigingstermijn te geven, omdat het hier om een preventieve last onder dwangsom gaat. Verweerder had verzoekers wel in de gelegenheid moeten stellen om een zienswijze in te dienen, voordat hij de bestreden besluiten nam. Verzoekers wijzen er terecht op dat verweerder dat niet heeft gedaan. Dit is geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers kunnen hun argumenten namelijk alsnog naar voren brengen tijdens de geplande hoorzitting.
8. De gedragsaanwijzingen raken het ongestoord genot van de woning en maken daarom inbreuk op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Vanwege deze inbreuk wordt van verweerder verwacht dat hij de belangen van verzoekers op het ongestoord genot van de woning enerzijds en het algemene belang bij openbare orde en veiligheid tegen elkaar afweegt. In dit verband wijst de voorzieningenrechter er wel op dat voor wat betreft [verzoeker 1] bij de belangenafweging een rol speelt dat hij zonder toestemming van verweerder een toercaravan op het perceel dat hoort bij [adres] heeft geplaatst. Verweerder heeft in de primaire besluiten wel een belangenafweging gemaakt, maar die belangenafweging is niet expliciet in het kader van artikel 8 van het EVRM gemaakt. De voorzieningenrechter is van voorlopig oordeel dat verweerder dat wel had moeten doen. Toch is dit voor de voorzieningenrechter geen reden om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De reden daarvoor is dat verweerder dit in de beslissing op bezwaar kan herstellen en dat het gelet de op dit moment tot het dossier behorende gegevens niet aannemelijk is dat deze belangenafweging in het voordeel van verzoekers uitvalt.

9. De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot het geschonden belang en de beoogde werking. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is een dwangsom van € 500,- en een maximum van € 3.000,- in deze situatie niet onredelijk. Met de draagkracht van verzoekers hoeft verweerder in dit stadium geen rekening te houden.