Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 5 augustus 2020 (ABRvS 201908865/1/R1): Awb, Wro, Wabo; wijzigingsplan en omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets (OBM), windturbines, Chw, belanghebbende
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201908658/1/R1): Awb, Wm; plaatsingsplan, afvalcontainers, afvalstoffenverordening, alternatieve locaties, motivering, tussenuitspraak
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201908613/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen op dak kantoorgebouw (Rb Amsterdam 19/2048)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201908041/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, huisvuilzak, afvalstoffenverordening, overtreder
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201907438/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, veranderen afvoerkanalen, wokrestaurant, strijd met bpl, overgangsrecht, vertrouwensbeginsel (Rb Amsterdam 19/1630)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906797/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, gewijzigde locatie
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906499/1/R4 en 201906503/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl en wijzigen van een monumentaal pand, kleinschalig hotel, belanghebbende, beleidsnota (Rb Midden-Nederland 18/1207 en 18/1483)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906496/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, hotel, horecaverordening (Rb Midden-Nederland 19/521)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906455/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, staken bedrijfsmatig gebruik van perceel, zorg aan personen/wonen (Rb Gelderland 17/5397)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906440/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, horeca, terras, VNG-brochure, woon- en leefklimaat, menselijk stemgeluid, representatieve situatie, voorschriften/openingstijden (Rb Noord-Holland 19/1377 en 19/1376)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906049/1/R1): Awb, Wabo; buiten behandeling laten omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, chalets, onvoldoende gegevens, Bor (Rb Zeeland-West-Brabant 18/7886)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201903854/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, welstand (Rb Gelderland 18/3255)
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201903646/1/R2): Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimteregeling, woning, provinciale verordening, ruimtelijke kwaliteit, motivering
* 5 augustus 2020 (ABRvS 201807724/3/R1): Awb, Wro; bpl, gebouwen veehouderij, bedrijfswoning, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 4 augustus 2020 (ABRvS 202003381/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, planregels/aanduidingen op verbeelding, bouwplan woontoren, geluid, windhinder
* 4 augustus 2020 (CBb 18/2800, 18/2990, 18/2992, 18/2996, 18/2190, 18/2187, 18/2219, 18/1332 en 19/339, 18/1052 en 19/696, 19/179, 19/164, 19/140, 18/2863, 18/2194, 18/2867, 18/2901, 18/2842, 18/976 en 18/2741): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, investeringsbeslissing, startersregeling, knelgevallenregeling, individuele/buitensporige last/EP, Dienstenwet, eigen gebruik/huisverkoop
* 4 augustus 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/3848): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting café, niet naleven maatwerkvoorschriften en veiligheidsplan, APV
* 4 augustus 2020 (CBb 18/1563, 17/1400 en 18/1296 ): Awb, Lbw; heffing, fosfaatreductieplan, referentieaantal, voorzienbaarheid, geen buitensporige last, EVRM, Wbp
* 3 augustus 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2073): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, beëindigen innemen van een ligplaats, strijd met bpl, ziekte, begunstigingstermijn
* 3 augustus 2020 (ABRvS 202002845/2/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken, strijd met bpl (Rb Limburg 19/47)
* 31 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/706 en HAA 20/804 ): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, Nbw/geen aanhaakplicht, motivering
* 31 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7645 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, inpandige jeu de boules banen en ondersteunende horeca
* 30 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4223): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, strandhuisjes, strijd met bpl, planregels
* 30 juli 2020 (Rb Overijssel AWB 20/1391 en AWB 20/1386): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woningen, drugs/hennepplanten
* 29 juli 2020 (ABRvS 202001765/3/R1): Awb, Wabo, Gmw: vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen airco-units, afwijking vergunning, begunstigingstermijn, ordemaatregel (Rb Amsterdam 20/771 en 20/772)
* 29 juli 2020 (ABRvS 202002385/2/R1 en 202001879/2/R1): Awb, Wm; vovo, aanwijzing locaties, ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, uitspraak in hoofdzaak, geen geding meer
* 29 juli 2020 (ABRvS 202003358/1/R4): Awb, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken overtreding Wm/Activiteitenbesluit, verkoop lachgas, verhuizing bedrijf
* 29 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6961 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, drugs
* 28 juli 2020 (CBb 19/1480): Awb, Wtw; intrekking ontheffing, avondwinkel, sluitingstijden, overlast omgeving, lachgasgebruik
* 28 juli 2020 (CBb 18/1649, 18/1650, 18/1651 en 18/1652, 18/1707 en 18/1659): Awb, Lbw; heffing, fosfaatreductieplan, referentieaantal, toepassing jongveegetal, verrekening, geen buitensporige last, knelgevallenregeling, EVRM
* 28 juli 2020 (CBb 18/1698, 18/1699, 18/1700, 18/1701 en 18/1702): Awb, Lbw; heffing, fosfaatreductieplan, referentieaantal, grondgebondenheid, inningstermijn
* 28 juli 2020 (CBb 19/1125): Awb, Wtw; handhaving, dwangsom, invordering, overschrijding sluitingstijd, overtreder
* 28 juli 2020 (CBb 18/146, 18/1919 en 18/1920, 18/961, 17/1706 en 18/1281): Awb, Lbw; heffing, fosfaatreductieplan, referentieaantal, toepassing jongveegetal, geen buitensporige last, gezondheid personeel, EVRM, procesbelang
* 28 juli 2020 (CBb 18/913): Awb, Lbw; heffing, fosfaatreductieplan, referentieaantal, geen vrijstelling, gebruik managementprogramma bij vaststellen maandgemiddelde, EVRM
* 24 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6979 GEMWT VV en 20/7068 GEMWT VV): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, strijdig gebruik pand, bevoegdheid
* 24 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7218 GEMWT VV): Awb, Wabo; vovo. invordering dwangsom, aanpassing dakconstructie, geen vergunning
* 24 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4376 en SGR 20/4380) Awb, Opiumwet; vovo en kortsluiten, handhaving, sluiting woning, drugs
* 23 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/3262): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 23 juli 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3641): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra leslokalen school, hoofd-/bijgebouw/Bor, parkeren, geluid
* 23 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/3274): Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijkend gebruik, camperplaats, aantasting van de gebruiksmogelijkheden, VNG-brochure
* 23 juli 2020 (Rb Limburg ROE 20/1588): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, uitbreiding bedrijfspand, schade
* 23 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7219 VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, kamergewijs verhuren van een woning, max. aantal personen
* 22 juli 2020 (Rb Limburg AWB 19/3452): Awb, Wabo; handhaving, vermeende illegale recreatie-activiteiten, belanghebbende, motivering, controle
* 22 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2061): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, landmark, aantasting privacy, alternatieve locaties
* 22 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2861): Awb, Gmw; terrasvergunning, APV, alcohol- en drugsverslaafdenopvang, woon- en leefklimaat, motivering
* 22 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/1453): Awb, Gmw; terrasvergunning, APV, strijd met bpl, overgangsrecht, woon- en leefklimaat
* 21 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6911 en 20/6912 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting bedrijfsruimte, drugs
* 17 juli 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/5018): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakopbouw, welstand
* 17 juli 2020 (Rb Limburg AWB 19/2172): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, twee zelfstandige woonruimtes in pand, strijd met bpl
* 17 juli 2020 (Rb Limburg AWB 19/3499): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, onzelfstandige woonruimten in woning, goede ruimtelijke ordening, motivering
* 16 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/8605 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitrit, onbemand tankstation op bedrijventerrein, Bor/vvgb, aanwijzingsbesluit, motivering
* 15 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7052 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 14 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4954 WET): Awb, Waterwet, Wm, Gmw; invordering dwangsommen, lozen afvalstoffen in oppervlaktewaterlichaam, Activiteitenbesluit, bemonstering
* 14 juli 2020 (Hof Den Haag BK-19/00613): Awb, AWR; rioolheffing, heffingsopbrengst, verordening, verbindendheid, recreatiesamenstel (Rb Den Haag SGR 18/3679)
# 13 juli 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/887T): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning milieu, mestverwerkingsinstallatie bij veehouderij, Wgv/geurverordening, extra geurhinder, beleidsregel/hedonische correctie, BREF, NTA 9065, geurbeheersplan, cumulatie, Natura 2000, endotoxinen, tussenuitspraak
* 13 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7019 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving dwangsom, uitbouw op voorerf, geen vergunning
* 10 juli 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/405 en AWB/ROE 19/406): Awb, Wro; planschade, bezonning, luchtkwaliteit
* 7 juli 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1841): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning, agrarische bedrijfsvoering/ventilatiesysteem, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 juli 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1521): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen woonunits voor arbeidsmigranten, geen vergunning
* 2 juli 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1769): Awb, Gmw; vovo, intrekking exploitatievergunning horeca, beleidsregels
* 1 juli 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/3198): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, vvgb, beleid, provinciale verordening, zonneladder, geluid, VNG-brochure
* 3 maart 2020 (Rb Amsterdam AMS 18/5122): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, intrekking bonus verruimde openingstijden/gewijzigde exploitatievergunning, niet naleven veiligheidsplan
* 11 februari 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/1475): Awb, Wvw; verkeersbesluit, aanwijzing bushalteparkeerplaatsen, rondvaart, verkeersveiligheid/doorstroming

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 5 augustus 2020 (ABRvS 201907438/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, veranderen afvoerkanalen, wokrestaurant, strijd met bpl, overgangsrecht, vertrouwensbeginsel (Rb Amsterdam 19/1630)
3.1.    Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat vergunningverlening mogelijk is op grond van het gebruiksovergangsrecht, overweegt de Afdeling onder verwijzing naar haar vaste rechtspraak, dat voor de beantwoording van de vraag of voor een bouwplan al dan niet vergunning kan worden verleend wat betreft het mogelijk van toepassing zijn van het overgangsrecht, uitsluitend de bepalingen die betrekking hebben op het bouwovergangsrecht van belang zijn. Het gebruiksovergangsrecht is in dit opzicht niet relevant. Zie onder meer de uitspraak van 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:118. Hierbij wordt in aanmerking genomen, zoals de Afdeling onder meer in haar uitspraak van 7 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2520 heeft overwogen, dat het overgangsrecht niet mee brengt dat ten behoeve van door overgangsrecht beschermd gebruik ook gebouwd mag worden. De Afdeling zal hetgeen [appellante] heeft aangevoerd over het gebruiksovergangsrecht dan ook niet bespreken omdat, ook al slaagt het betoog, het niet kan leiden tot het daarmee door haar beoogde doel. Voor zover [appellante] een beroep doet op het gebruiksovergangsrecht uitsluitend omdat zij wil weten of het gebruik van het pand ten behoeve van horeca is toegestaan, wordt overwogen dat deze rechtsvraag thans niet voorligt. Alleen de rechtbankuitspraak inzake de geweigerde omgevingsvergunning voor het bouwen van het afvoerkanaal en het bouwen van installaties ligt bij de Afdeling voor.

Het betoog faalt in zoverre.

* 5 augustus 2020 (ABRvS 201906455/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, staken bedrijfsmatig gebruik van perceel, zorg aan personen/wonen (Rb Gelderland 17/5397)
2.2.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat, omdat het begrip “wonen” in het bestemmingsplan niet is gedefinieerd, ervan uit moet worden gegaan dat diverse woonvormen zijn toegestaan. Op het perceel woonden ten tijde van de last onder dwangsom vijf personen, [appellant] en zijn vrouw en drie cliënten. De door [appellant] aangeboden zorg bestond, zoals nader toegelicht ter zitting van de Afdeling, uit het aanbieden van zorg aan jongvolwassen meisjes met trauma, psychische en psychiatrische aandoeningen en diagnoses. Deze zorg kan enkele maanden, maar ook enkele jaren duren afhankelijk van de diagnose en het behandelplan. [appellant] heeft in de jaren voorafgaand aan de last onder dwangsom ongeveer 20 cliënten opgevangen op het perceel. Ten behoeve van deze zorg werd ook een werknemer ingehuurd. Daarnaast werd als therapeutische methodiek of (therapeutische) dagbesteding met paarden gewerkt, waarbij ook aan niet op het perceel woonachtige zorgbehoevenden zorg wordt verleend. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het gebruik dat [appellant] van het perceel maakte ten tijde van het besluit van 15 maart 2017 ruimer is dan alleen wonen, omdat er op bedrijfsmatige wijze zorg wordt aangeboden en verleend aan cliënten die al dan niet woonachtig zijn op het perceel. Dit betekent dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college bevoegd was handhavend op te treden. De rechtbank heeft gelet op de voormelde activiteiten terecht geen grond gezien voor het oordeel dat deze activiteiten zodanig kleinschalig zouden zijn dat geen sprake is van strijd met de op het perceel rustende bestemmingen “Wonen” en “Agrarisch”.

* 5 augustus 2020 (ABRvS 201903646/1/R2): Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimteregeling, woning, provinciale verordening, ruimtelijke kwaliteit, motivering
4.4.    De raad heeft geweigerd toepassing te geven aan de ruimte-voor-ruimte-regeling in artikel 3.11 van de PRV, omdat volgens de raad niet is voldaan aan de voorwaarden in die regeling. Aan zijn weigeringsbesluit heeft de raad nadrukkelijk mede ten grondslag gelegd dat de woning in principe niet buiten de rode contour mag worden gebouwd.

Naar het oordeel van de Afdeling is dat stellige argument moeilijk verenigbaar met de ruimte-voor-ruimte regeling. Zoals de raad onder meer in zijn verweerschrift heeft toegelicht, sluit hij toepassing van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling niet bij voorbaat uit. Toepassing van die regeling komt er in de kern op neer dat in het buitengebied gesloopte agrarische bebouwing mag worden vervangen door woningbouw in het landelijk gebied. Zonder nadere motivering is het enkele feit dat de nieuwe woning buiten de rode contour wordt gebouwd onvoldoende reden om de toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling in dit geval te weigeren.
4.5.    De raad heeft bij zijn weigeringsbesluit niet overtuigend gemotiveerd waarom hij in het geval van [appellant] de ruimtelijke verbetering op de oude locatie, die wordt bereikt met de sloop van de kassen, minder belangrijk vindt dan de gestelde nadelen van een nieuwe woning in het buitengebied, althans op de beoogde locatie. De raad heeft in de motivering van zijn besluit gesteld dat de ruimtelijke kwaliteit op de nieuwe locatie niet wordt verhoogd door de komst van de nieuwe woning. Volgens de in de PRV opgenomen ruimte-voor-ruimte regeling kan de vervangende woning op een andere locatie dan die van de gesloopte bebouwing worden opgericht, indien dat leidt tot een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. De raad verwijst naar de tweede nota van zienswijzen van november 2018. Daaruit volgt volgens de raad dat de sloop van de kassen aan de Gageldijk geen nieuwe burgerwoning met bijbehorende bouwmogelijkheden en erfinrichting op de locatie buiten de rode contour aan de Zogweteringlaan naast nr. 2 rechtvaardigt. De Afdeling is van oordeel dat uit de door de raad gegeven motivering niet is af te leiden hoe de raad deze afweging heeft gemaakt. Uit de motivering blijkt niet waarom een doorbreking van de aanwezige doorzichten op de nieuwe locatie, in aanmerking genomen de situering van de woning en het erfinrichtingsplan volgens het ruimtelijk kwaliteitsplan, een verslechtering oplevert waaraan meer gewicht moet worden toegekend dan aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering die door het slopen van de kassen aan de Gageldijk is gerealiseerd. Weliswaar stelt de raad in zijn verweerschrift dat naar zijn mening ook op de nieuwe locatie van de woning sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering, maar deze beperking van de toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling is door de raad niet nader onderbouwd. De door de raad gegeven motivering kan daarom niet de conclusie dragen dat de ruimtelijke kwaliteit niet wordt verhoogd door de door [appellant] beoogde toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling.

* 4 augustus 2020 (CBb 18/2800, 18/2990, 18/2992, 18/2996, 18/2190, 18/2187, 18/2219, 18/1332 en 19/339, 18/1052 en 19/696, 19/179, 19/164, 19/140, 18/2863, 18/2194, 18/2867, 18/2901, 18/2842, 18/976 en 18/2741): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, investeringsbeslissing, startersregeling, knelgevallenregeling, individuele/buitensporige last/EP, Dienstenwet, eigen gebruik/huisverkoop
3.2  Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege overweegt het College als volgt. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 28 van de Dienstenwet van toepassing is op de door haar gevraagde ontheffing en dat, nu verweerder niet tijdig op haar verzoek om ontheffing heeft beslist, die ontheffing op grond van artikel 4:20b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege is verleend. Het College onderschrijft dit standpunt niet. Hoewel op grond van artikel 28 van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Awb van toepassing is op een aanvraag voor een vergunning, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, is deze wet ingevolge artikel 2, eerste lid, ervan alleen van toepassing op de eisen en vergunningstelsels met betrekking tot de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van diensten die onder de reikwijdte van Richtlijn 2006/123 betreffende diensten op de interne markt (Dienstenrichtlijn) vallen. Het College heeft geen aanwijzingen dat het bepaalde waarvan appellante ontheffing heeft verzocht is te kwalificeren als een eis in de zin van de Dienstenwet en de Dienstenrichtlijn nu dat de toegang tot een dienstenactiviteit regelt noch daarop specifiek van invloed is. Een beslissing over de door appellante gevraagde ontheffing is dus geen beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienst in de zin van de Dienstenwet. Dit betekent dat artikel 28 van de Dienstenwet niet van toepassing is en dat paragraaf 4.1.3.3 van de Awb evenmin van toepassing is, zodat geen ontheffing van rechtswege is verleend die verweerder bekend had moeten maken. Verweerder was dus bevoegd om afwijzend op het verzoek om ontheffing te beslissen zoals hij heeft gedaan bij bestreden besluit 2. Dat het besluit niet is ondertekend, betekent niet dat het geen rechtskracht heeft. Gelet op dat besluit, heeft appellante geen belang meer bij haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het College zal het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit derhalve niet-ontvankelijk verklaren. Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep mede betrekking op het alsnog genomen bestreden besluit 2. Om die reden heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen dat besluit terecht doorgezonden aan het College. Anders dan appellante heeft aangevoerd, was verweerder niet gehouden een afzonderlijk primair besluit te nemen.

* 29 juli 2020 (ABRvS 202001765/3/R1): Awb, Wabo, Gmw: vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen airco-units, afwijking vergunning, begunstigingstermijn, ordemaatregel (Rb Amsterdam 20/771 en 20/772)
6.2 …………………………………………
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:210, geldt bij de begunstigingstermijn als uitgangspunt dat deze niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. De begunstigingstermijn dient er toe de overtreder in de gelegenheid te stellen de last uit te voeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. De voorzieningenrechter overweegt dat in het onderhavige geval geen aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat binnen de begunstigingstermijn, die meermalen is verlengd, niet aan de last kan worden voldaan. Voor de plaatsing van de units op de patio is weliswaar een omgevingsvergunning vereist, maar dat laat onverlet dat [verzoeker] aan de opgelegde last kan voldoen door de drie units ter plaatse te verwijderen. Dat de verwijdering van de units volgens [verzoeker] leidt tot financiële problemen en ertoe zou kunnen leiden dat het pand minder goed bruikbaar wordt, komt voor zijn risico. Hij heeft de units destijds immers zonder de naar het oordeel van het college vereiste omgevingsvergunning geplaatst. De omstandigheid dat omwonenden geen geluidhinder zouden ondervinden van de units, zoals [verzoeker] stelt, leidt niet tot een ander oordeel, omdat het college ter zitting heeft toegelicht dat dit niet de reden was om tot het opleggen van de last over te gaan en de eerder aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren. Overigens is niet gebleken dat [verzoeker] de units niet kan verplaatsen naar een bestaande inpandige ruimte op het perceel en evenmin dat het onmogelijk is de verwarming en koeling van het pand op een andere manier dan via de units te laten plaatsvinden.

Ordemaatregel

  1. 7. De aan de last verbonden begunstigingstermijn is op 20 juli 2020 verstreken. Om [verzoeker] nog een laatste gelegenheid te geven de last uit te voeren zonder dat de dwangsom wordt verbeurd, bestaat in zoverre aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de aan het besluit op bezwaar van 30 januari 2020 verbonden begunstigingstermijn met terugwerkende kracht wordt verlengd tot twee weken na verzending van deze uitspraak. Dat betekent dat [verzoeker] binnen twee weken na de verzending van deze uitspraak aan de last moet voldoen.* 14 juli 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4954 WET): Awb, Waterwet, Wm, Gmw; invordering dwangsommen, lozen afvalstoffen in oppervlaktewaterlichaam, Activiteitenbesluit, bemonstering
    4. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:894, dient bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht te worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

4.1  De rechtbank kan eiseres niet volgen in haar stelling dat sprake is van formalisme excessif. Deze term is beschreven in overweging 7.2.21 van de conclusie van Staatsraad Advocaat-Generaal mr. P.J. Wattel in ECLI:NL:RVS:2018:1152. Daarvan zou sprake kunnen zijn als – zakelijk weergegeven – materieel wel aan de last is voldaan maar niet of niet tijdig aan alle formaliteiten. Zowel op 30 januari 2019 als op 7 maart 2019 heeft eiseres de last overtreden en heeft dus beide keren (materieel) niet aan de last voldaan. Ook het feit dat op 7 maart 2019 alleen de toegelaten normen voor zuurstofverbruik zijn overschreden, maakt niet dat deze overtreding als een bagatel gezien kan worden. Op die dag is geconstateerd dat het zuurstofverbruik ongeveer driemaal de toegelaten norm bedroeg. Dit kan niet aangemerkt worden als een overtreding van zodanig geringe betekenis dat een matiging van de invordering geboden zou zijn.

4.2  Voorts overweegt de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in haar verdediging is geschaad omdat van de monsters geen contra-expertise is gemaakt. Eiseres was – in de persoon van de heer [naam] – beide keren op de hoogte van het feit dat er duplo-monsters waren genomen. Ter zitting heeft eiseres betoogd dat verweerder de opdracht voor de contra-expertise moet verstrekken omdat hij ook de monsters moet aanleveren, maar een dergelijke werkwijze ligt niet in de rede. Indien eiseres de uitkomsten van het door verweerder ingeschakelde laboratorium betwist, dan is het aan haar om aan een onafhankelijk ander laboratorium opdracht te verstrekken om een contra-expertise uit te voeren. Naar verweerder heeft erkend, heeft hij eiseres niet gericht geïnformeerd over het feit dat eiseres zelf de opdracht tot een contra-expertise moet geven, maar verweerder heeft eiseres wel door middel van informatiebrieven uitleg gegeven over de procedure bij (contra)monsterneming. Daar komt bij dat eiseres een professioneel bedrijf is dat in ieder geval sedert de last onder dwangsom van 18 november 2014 wist of kon weten dat er monsters genomen zouden worden en dat er dus ook de mogelijkheid van contra-expertise is. Het is in de eerste plaats de eigen verantwoordelijkheid van eiseres om zich over de procedure van monsterneming te (laten) informeren

# 13 juli 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/887T): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning milieu, mestverwerkingsinstallatie bij veehouderij, Wgv/geurverordening, extra geurhinder, beleidsregel/hedonische correctie, BREF, NTA 9065, geurbeheersplan, cumulatie, Natura 2000, endotoxinen, tussenuitspraak
6.3  Deze rechtbank heeft eerder al geoordeeld dat het uit oogpunt van rechtszekerheid aanbeveling geniet om in de voorschriften duidelijk te vermelden om welke immissie het gaat (de uitspraak van 13 maart 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1126). Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat als in een voorschrift wordt verwezen naar een bedrijfssituatie die wordt beschreven in een rapport, deze bedrijfssituatie wel klip en klaar en maar voor één uitleg vatbaar mag zijn (de uitspraak van 10 februari 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:503).

6.4  De rechtbank is van oordeel dat in het bestreden besluit onvoldoende concreet is bepaald hoeveel de geuremissie vanwege de mestverwerkingsinstallatie maximaal mag bedragen. In verweerders uitleg is voorschrift 3.3.1 van het bestreden besluit meer een verkapt middelvoorschrift dan een doelvoorschrift. Desondanks wordt voorschrift 3.3.1 als doelvoorschrift aangeduid in het bestreden besluit. Het is onduidelijk wat er nu eigenlijk wordt bedoeld met de ‘vastgestelde geursituatie’ als genoemd in voorschrift 3.3.1. In het rapport van Buro Blauw wordt het gebruik van de decanter genoemd, maar wordt ook verwezen naar kengetallen van het gebruik van een zeefbandpers. Het is voor de rechtbank niet duidelijk welke installatie nu eigenlijk is aangevraagd (een zeefbandpers of een decanter), temeer omdat het rapport van Buro Blauw ook deel uitmaakt van de aanvraag. De daadwerkelijke beschrijving van de ‘geursituatie’ vindt de rechtbank niet concreet genoeg. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over ongeveer 40 vrachtwagens. Een afvoerbeweging heeft echter invloed op de geuremissie. De grootte van de containers voor opslag van de dikke fractie is niet goed vastgelegd, terwijl de oppervlakte van de opening van de container van invloed is op de omvang van de geuremissie. De rechtbank ziet tot slot niet in waarom de coördinaten van omliggende geurgevoelige objecten zo belangrijk zijn. Deze liggen buiten de inrichting en vergunninghouder kan er niets aan doen als er een nieuw geurgevoelig object wordt gebouwd of een bestaand geurgevoelig object wordt verbouwd. In dit verband is van belang dat er (naar eisers stellen) plannen zijn voor enkele nieuwe woningen in de directe omgeving van de veehouderij.

De rechtbank concludeert dat verweerder beter een doelvoorschrift had kunnen opnemen waarin de maximale geuremissie vanwege de mestverwerkingsinstallatie wordt bepaald.

6.5  Verder stelt de rechtbank aan de hand van het advies van de StAB vast dat de berekening van de omvang van de geuremissie is gebaseerd op de aanname dat sommige geurbronnen 100% luchtdicht zijn. Pas met deze aanname kunnen deze geurbronnen bij de berekening van de geurimmissie buiten beschouwing worden gelaten. De rechtbank wijst hierbij vooral op de behandeling en afvoer van de dunne fractie. De rechtbank is van oordeel dat dit beter had kunnen worden geborgd in de voorschriften 3.1.1 en 3.1.2 van het bestreden besluit. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het de bedoeling lijkt te zijn om het concentraat dat overblijft na de verwerking van de dunne fractie op te slaan in een mestzak buiten gebouw 2 en voorschrift 3.1.2 is hierop niet van toepassing. De StAB heeft wel aangegeven dat verdringingslucht uit de mestzak een potentiële geurbron is.

6.6  De rechtbank concludeert dat in het bestreden besluit onvoldoende is geborgd dat de geuremissie vanwege de mestverwerkingsinstallatie beperkt blijft tot hetgeen is berekend in het rapport van Buro Blauw.
12.1  Tot slot laten eisers zich in laatdunkende termen uit over het functioneren van de door verweerder ingeschakelde Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Hen wordt verweten dat zij klakkeloos rapporten van vergunninghouder zouden overnemen en dat zij vooringenomen zijn.

12.2  De rechtbank vindt het taalgebruik van eisers onnodig grievend. De rechtbank ziet geen enkele aanwijzing voor vooringenomenheid aan de zijde van verweerder. De enkele omstandigheid dat de StAB enkele correcties aanbrengt in het rapport van Buro Blauw is evenmin reden om aan te nemen dat de Omgevingsdienst haar taak niet kan vervullen.

Annotaties

STAB verzorgt de jurisprudentie voor OGR updates

Fleur Onrust heeft een annotatie geschreven bij de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 juli 2020 (ECLI:EU:C:2020:5.17). In dit arrest wordt nadere invulling gegeven aan het begrip ‘rustplaatsen’ als bedoeld in artikel 12 van de Habitatrichtlijn (OGR 2020-0164).