Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 18 november 2020 (ABRvS 202002961/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, verkeer, verdichting, watertoets, vervoer gevaarlijke stoffen
* 18 november 2020 (ABRvS 202002887/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, erker, strijd met beheersverordening, belanghebbende (Rb Gelderland 19/2224)
* 18 november 2020 (ABRvS 202002624/1/A3): Awb, Wnb; ontheffing, project natuurontwikkeling, woonwijk, maatregelen, compensatiegebied, ecologische verbindingen (Rb Noord-Holland 18/4824)
* 18 november 2020 (ABRvS 202000860/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, aanvulling planregels
* 18 november 2020 (ABRvS 202000836/1/R4): Awb, Wro; bpl, tweekapper
* 18 november 2020 (ABRvS 202000775/1/A3): Awb; niet in behandeling nemen handhavingsverzoek, bungalowpark/camping, afsluiting toegangspaden naar meer, belanghebbenden , APV (Rb Midden-Nederland 19/1910 en 19/4782)
* 18 november 2020 (ABRvS 202000551/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen veehouderij, geluid, hoogte grenswaarden, Handreiking (Rb Overijssel 19/302)
* 18 november 2020 (ABRvS 202000464/1/R1): Awb, Wro; bpl, woontoren, bezonning, TNO-norm, windhinder, parkeren
* 18 november 2020 (ABRvS 202000279/1/A3): Awb, Gmw; coffeeshop, intrekking exploitatievergunning/schrappen van gedooglijst, bevoegdheid, ontvankelijkheid, herstelsanctie (Rb Amsterdam 18/6353)
* 18 november 2020 (ABRvS 202000163/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, alternatieve locaties
* 18 november 2020 (ABRvS 201909351/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, processuele aspecten zoals proces-verbaal, procesorde en partijdigheid, behoefte woningen, stedelijke ontwikkeling (Rb Oost-Brabant 19/1532)
* 18 november 2020 (ABRvS 201909131/1/A3): Awb, Hvw; omzettingsvergunning, verordening (Rb Amsterdam 19/438)
* 18 november 2020 (ABRvS 201908920/1/R1): Awb, Wbb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsommen, boorwerkzaamheden, overtreding Bbk/protocollen, bevoegdheid invordering, geen bijzondere omstandigheden
* 18 november 2020 (ABRvS 201908624/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verhogen pand met kapverdieping en plaatsen dakterras, uitzicht, bezonning, dwangsom/verdeling (Rb Amsterdam 18/3817)
* 18 november 2020 (ABRvS 201908243/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van bpl, stacaravans/tiny houses, Bor/aanwijzing/vvgb  (Rb Noord-Holland 19/517)

* 18 november 2020 (ABRvS 201907829/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, paardenbak, buiten bouwvlak, strijd met bpl, geen vergunning, gelijke gevallen, toezeggingen (Rb Zeeland-West-Brabant 19/194)
* 18 november 2020 (ABRvS 201907812/1/R1): Awb, Waterschapswet, Waterwet; handhaving, afkalven oevers, onderhoudsplicht, legger, minimale breedte, plicht hoogheemraadschap/bevoegdheid, EVRM (Rb Den Haag 18/6858)
* 18 november 2020 (ABRvS 201907617/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, verwijderen ondergrondse kabels, cv en meterkast uit tuinhuis (Rb Oost-Brabant 19/2103 en 19/2104)
* 18 november 2020 (ABRvS 201907277/1/A3): Awb, Gmw; sluitingsbevel, APV, winkel, gestolen goederen  (Rb Oost-Brabant 18/3286)
* 18 november 2020 (ABRvS 201907058/1/R4, 202002692/1/R4, 202003413/1/R4, 202003562/1/R4, 202003587/1/R4, 202004325/1/R4, 202004664/1/R4 en 202004747/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, doos/huisvuilzak naast ondergrondse afval(papier)container, afvalstoffenverordening, overtreder
* 18 november 2020 (ABRvS 201906202/1/A3): Awb, Hvw; omzettingsvergunning, verordening, leefbaarheid (Rb Amsterdam 18/6116, 18/6120 en 18/6121)
* 18 november 2020 (ABRvS 201904811/1/A2, 201905009/1/A2 en 201905017/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, kustversterking, werkzaamheden, omzetdaling, normaal ondernemersrisico, drempel (Rb Den Haag 18/1706, 18/2431 en 17/5629)
* 18 november 2020 (ABRvS 201904500/1/A3): Awb, Wabo, Gmw; evenementenvergunning/ geluidsapparaten, foodtruckfestival, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Den Haag 18/7462 en 18/7471)
* 18 november 2020 (ABRvS 201903169/1/R2 en 201902204/1): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woning, relativiteit, welstand, externe veiligheid, propaantank, tussenuitspraak
* 18 november 2020 (ABRvS 201903005/1/R4): Awb, Wbb, Gmw; handhaving, dwangsom, opslag mest en voer zonder voorzieningen, invordering
* 18 november 2020 (ABRvS 201808873/1/R2): Awb, Wnb; handhaving, bedrijfsactiviteiten, verkeersbewegingen, Natura 2000-gebied, beroepsgronden (Rb Overijssel 18/416 en 18/799)
* 18 november 2020 (ABRvS 201800094/2/R1): Awb, Wro; bpl, woon-, tuin- en natuurbestemming, provinciale verordening, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 17 november 2020 (CBb 19/835, 19/699, 19/510, 19/597, 19/122, 19/941, 19/119, 19/90, 19/123, 19/516, 19/549, 19/537, 19/882, 19/867, 19/870, 19/652, 19/538 en 19/73): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, voorzienbaarheid, grondgebondenheid/korting, Nitraatrichtlijn, 5%-drempel
* 17 november 2020 (CBb 19/1236, 19/1505, 19/474 en 19/291, 19/1488, 19/1664 en 19/1677): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, referentieaantal, voorzienbaarheid, afkalfplan/peildatum, jongveegetal, startersregeling
* 17 november 2020 (CBb 19/838 en 20/102): Awb; Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, plasdraspercelen, subsidiabele landbouwgrond, na de zitting overgelegde luchtfoto’s, randvoorwaardenkorting
* 17 november 2020 (Rb Rotterdam 10/997551-19): WSr, Wm, WED; voorhanden hebben van en de handel in professioneel zwaar vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 17 november 2020 (ABRvS 202004210/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementen, dorpsgezicht, vrijwaringszone, motivering

* 17 november 2020 (ABRvS 202004234/1/R1 en /2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo en korstluiten, handhaving, dwangsom, staken gebruik van pand als wokrestaurant, strijd met bpl, overgangsrecht, vertrouwensbeginsel, evenredigheid (Rb Amsterdam 20/1972, 20/1974, 20/1880 en 20/1882)
* 17 november 2020 (ABRvS 202005526/2/R2): Awb, Wnb; vovo, vergunning, uitbreiding afvalverbrandingslijn, vervallen eerdere vergunningen, strekking Nbw/Wnb (Rb Noord-Nederland 20/302)
* 17 november 2020 (ABRvS 202005652/2/R4): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, plattelandswoning, geen spoedeisend belang
* 16 november 2020 (Rb Overijssel AWB 20/2102): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting coffeeshop, overschrijding handelsvoorraad, beleid
* 13 november 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1224): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en milieu, uitbreiden varkenshouderij met stallen en silo’s, geur, aanpassing Rgv, emissiefactoren combiwassers, overgangsrecht, exceptieve toetsing, vertrouwens-, zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel
* 12 november 2020 (ABRvS 202004372/2/R3): Awb, Wro; vovo, woningen, VNG-brochure, stankcirkel
* 12 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2429): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting perceel, drugs, bevoegdheid, samenhang hele perceel
* 12 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3209): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting perceel, drugslab
* 12 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3114): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen chalet, geen vergunning
* 12 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/5195): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 11 november 2020 (ABRvS 202001150/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, bedrijf, parkeren, verkeersveiligheid, VNG-brochure, functieaanduiding
* 11 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2016, SHE 20/2068 en SHE 20/2067): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, VNG-brochure, hogere eisen inpassing, motivering, tussenuitspraak, aanwijzingen
* 11 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8949 HOREC VV en BRE 20/8950 HOREC VV): Awb, Gmw; vovo, sluiting/weigering exploitatievergunning, restaurant, APV, slecht levensgedrag, Dienstenrichtlijn
#! 10 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 17/2776 en 17/2811): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen, pluimveebedrijf, geluid/vullen silo’s, fijn stof/endotoxinen
* 10 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3617): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en aanleggen, inrichten gebied, strategisch besluitbegrip
* 9 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/1349): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, landschappelijke inpassing, provinciale omgevingsverordening, zonneladder, productie-installatie/bevoegdheid
* 6 november 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/5139): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, staken exploitatie winkel, strijd met bpl, overgangsrecht
* 5 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/5010): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, overtreding milieuvoorschrift, composteren, aanvoer hoeveelheid GFT-afval, geur
* 5 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/4869 en 20/4870): Awb, Opiumwet, Gmw, vovo en kortsluiten, handhaving, sluiting woning, drugs, evenredigheid
* 4 november 2020 (Rb Den Haag SGR 19/7016): Awb, Gmw; aanlijn- en muilkorfgebod hond, APV, bijtincidenten
* 4 november 2020 (Rb Den Haag SGR 19/7509): Awb, Wvw; verkeersbesluit, parkeerverbod, hinder en overlast
* 4 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8677 WABOA VV en BRE 20/8692 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, horecapaviljoen, splitsing bouwplan, geen UOV
* 3 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2692): Awb, Wnb; handhaving, weiden van vee en/of bemesten van gronden, geen vergunning, nieuwe beslissing/dwangsom
* 3 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2468): Awb, Wabo; preventieve handhaving, omgevingsvergunning, plaatsing van windturbines, bevoegdheid, ontvankelijkheid
* 29 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8709 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 29 oktober 2020 (Rb Noord-Nederland HAA 20/5017): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verlagen schutting, overlast derde, belangenafweging
* 28 oktober 2020 (Rb Limburg ROE 19/1681): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen barvoorzieningen uit loods, strijd met bpl, bevoegdheid, geen bedrijfskantine
* 26 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8226 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, hydrologische gevolgen
* 13 oktober 2020 (Rb Den Haag SGR 19/6311): Awb, Hvw; boete, short stay, onvoldoende duurzaam om aan te merken als wonen
* 10 september 2020 (Rb Limburg ROE 20/761): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen loods, geen vergunning, strijd met bpl
* 1 september 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2224): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen, grondwal, belanghebbende, omvang aanvraag
* 31 augustus 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3241): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, veldschuur voor privédoeleinden, natuurwaarden
* 11 augustus 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5251): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, erfafscheiding, hoogte
* 4 augustus 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3067): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor splitsen woning, ontvankelijkheid
* 4 augustus 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/3470): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, bouwstop/dwangsom, nog geen vergunning, vertrouwensbeginsel
* 29 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/3396): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 28 juli 2020 (Rb Limburg ROE 18/1108, ROE 18/1552, ROE 18/2760 en ROE 18/2841): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom/invordering, begunstigstermijn, last onder bestuursdwang, asfaltlaag keerlus, belemmering openbaarheid weg
* 28 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/80): Awb; invordering dwangsom, verwijderen betonnen bloembak en hekwerk
* 28 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3476): Awb, handhaving, zoute kwel, drains, Keur, Waterwet, geen vergunning nodig
* 16 juni 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/2815): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 18 november 2020 (ABRvS 202000279/1/A3): Awb, Gmw; coffeeshop, intrekking exploitatievergunning/schrappen van gedooglijst, bevoegdheid, ontvankelijkheid, herstelsanctie (Rb Amsterdam 18/6353)
7.2.    Naar nationaal recht wordt het tijdelijk intrekken van een exploitatievergunning in het algemeen aangemerkt als een herstelsanctie (vergelijk de uitspraak van 7 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3265). Het tijdelijk schrappen van de gedooglijst hangt in dit geval samen met het tijdelijk intrekken van de exploitatievergunning en wordt daarom ook aangemerkt als een herstelsanctie.

Het doel van het intrekken van de exploitatievergunning, en ook van het daarmee samenhangende schrappen van de gedooglijst, is bescherming van de openbare orde, bestrijding van laakbaar gedrag van een exploitant en herstel van de rechtstoestand. Het besluit is niet gericht op het toevoegen van geïndividualiseerd concreet nadeel. De periode tussen constatering van de aanwezigheid van de reclame en het besluit is niet zodanig lang, dat het doel van de sancties niet meer bereikt kon worden of al bereikt was. De aard van de overtreding, mede bezien in relatie tot het doel van de sancties, wijst niet in de richting van een bestraffende sanctie.

Bij het beoordelen van de aard en de zwaarte van de sancties is van belang of de maatregel zodanig zwaar is dat deze daardoor als bestraffend moet worden beschouwd. De zwaarte van de sancties wordt beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven; hoe de betrokkene de sancties subjectief ervaart is hierbij in het algemeen niet van belang. In dit geval gaat het om twee sancties die feitelijk hetzelfde bereiken, namelijk dat voor de duur van één week de coffeeshop dicht moet blijven. Hiertoe is overgegaan na een tweede overtreding van de gedoogvoorwaarden binnen de daarvoor geldende verjaringstermijn. In het Stappenplan is geregeld dat na iedere volgende overtreding van de gedoogvoorwaarden een zwaardere sanctie wordt opgelegd. Dit is bedoeld als prikkel om naleving van de gedoogvoorwaarden te bevorderen en niet, zoals [appellante] stelt, als leedtoevoeging. De intrekking van de exploitatievergunning en het schrapen van de gedooglijst hebben voor [appellante] financiële gevolgen gehad. Dit is inherent aan dit besluit. [appellante] heeft niet onderbouwd wat de financiële gevolgen waren. Er bestaat geen aanleiding om de intrekking van de exploitatievergunning alleen op basis van de aard en de zwaarte van de sanctie als een bestraffende sanctie aan te merken. In dit verband wijst de Afdeling erop dat het EHRM in andere dan rijbewijszaken geen bestraffend karakter heeft aangenomen alleen op grond van de aard en de zwaarte van de sanctie.

Ook het tweede en derde criterium in samenhang bezien leiden niet tot het oordeel dat de twee sancties als een bestraffende sanctie zijn aan te merken.

7.3.    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het tijdelijk intrekken van de exploitatievergunning een herstelsanctie is. Ook het, daarmee samenhangende, schrappen van de gedooglijst leidt niet tot het oordeel dat het besluit een bestraffende sanctie is.

* 18 november 2020 (ABRvS 201907829/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, paardenbak, buiten bouwvlak, strijd met bpl, geen vergunning, gelijke gevallen, toezeggingen (Rb Zeeland-West-Brabant 19/194)
.3.    Het begrip bouwwerk is in de Wabo als zodanig niet omschreven. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan voor de uitleg van het begrip bouwwerk aansluiting worden gezocht bij de omschrijving van dit begrip in de modelbouwverordening. Deze luidt: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”. Indien hieraan is voldaan, is er sprake van een bouwwerk. De Afdeling verwijst naar bijvoorbeeld haar uitspraak van 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3132.

De paardenbak bestaat uit een aangebrachte laag grijze snippers, ook wel “All Weather Tuft” genaamd, als bodembedekking, met daar omheen aan alle zijden een hoofdzakelijk metalen omheining met een hoogte variërend van 1,15 tot 1,35 m en een toegangspoort. Daarmee is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een constructie met een plaatsgebonden karakter en een zekere omvang. Dit betekent dat sprake is van een bouwwerk als bedoeld in de Wabo. Dat de paardenbak, anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016 aan de orde was, niet is voorzien van een drainagesysteem, doet aan die conclusie niet af. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat de hekwerken volgens [appellante] deels dienen als erfafscheiding.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] de paardenbak heeft gebouwd zonder te beschikken over de benodigde omgevingsvergunning, zodat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Het college is dus bevoegd daartegen handhavend op te treden.

* 17 november 2020 (ABRvS 202005526/2/R2): Awb, Wnb; vovo, vergunning, uitbreiding afvalverbrandingslijn, vervallen eerdere vergunningen, strekking Nbw/Wnb (Rb Noord-Nederland 20/302)
3.    De rechtbank heeft aan haar oordeel dat de vergunning van 15 november 2019 niet in stand kan blijven, ten grondslag gelegd dat de op 13 juni 2007 aan EEW verleende vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) van rechtswege is vervallen. Laatstgenoemde vergunning heeft betrekking op de eerste twee afvalverbrandingslijnen van EEW en vormde mede de basis voor de vergunning van 15 november 2019. De rechtbank heeft geoordeeld dat is voldaan aan het aan de vergunning van 13 juni 2007 verbonden voorschrift 5 waardoor de vergunning is vervallen.
…………………………..
5.    Het is aan de Afdeling in de bodemprocedure om te beslissen of het oordeel van de rechtbank over voorschrift 5 in de vergunning van 13 juni 2007 juist is en daarmee of de aangevallen uitspraak in hoger beroep in stand kan blijven, maar de voorzieningenrechter heeft daarover wel gerede twijfel. Betwijfeld kan worden of dit oordeel in overeenstemming is met de Nbw 1998 en thans de Wnb, in het licht van de genoemde uitspraak van de Afdeling van 9 april 2014. Ook indien wordt uitgegaan van de formele rechtskracht van voorschrift 5, zoals door VSL, VZE en MOB bepleit, kan er naar het oordeel van de voorzieningenrechter twijfel bestaan over de vraag of dit voorschrift zo moet worden gelezen dat de vergunning van 13 juni 2007 onder de gegeven omstandigheden van rechtswege is vervallen, onder meer omdat die interpretatie in strijd lijkt met de Nbw 1998 en de Wnb. Weliswaar maken die wetten vergunningen voor bepaalde tijd mogelijk, zoals VSL, VZE en MOB naar voren hebben gebracht, maar voorschrift 5 houdt bij de lezing van de rechtbank in dat de vergunning op een bij de inwerkingtreding ervan niet bekend tijdstip van rechtswege zou vervallen, waarmee de vergunning uit 2007 dus niet als een vergunning voor bepaalde tijd kan worden gekwalificeerd. Dan komt het oordeel van de rechtbank dat voorschrift 5 maakt dat de vergunning in 2013 van rechtswege is vervallen dus neer op een lezing van het voorschrift die zich naar voorlopig oordeel in het verlengde van de uitspraak van de Afdeling van 9 april 2014 niet met die wetten verdraagt, omdat die wetten niet voorzien in het van rechtswege vervallen van een onherroepelijke vergunning. Dat geeft de voorzieningenrechter aanleiding om aan die lezing te twijfelen.

* 13 november 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1224): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en milieu, uitbreiden varkenshouderij met stallen en silo’s, geur, aanpassing Rgv, emissiefactoren combiwassers, overgangsrecht, exceptieve toetsing, vertrouwens-, zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel
3. Het beroep van eisers is gericht tegen de toepassing van de verhoogde geuremissiefactoren voor combiwassers uit de gewijzigde Rgv. Tussen partijen is niet in geschil dat bij toepassing van deze verhoogde geuremissiefactoren de aangevraagde omgevingsvergunning moet worden geweigerd. Eisers wensen evenwel dat de rechtbank de “Regeling van de Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juli 2018, nr. IENW/BSK-2018/147628, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij (wijzigingen rendement geur voor bepaalde luchtwassystemen en periodieke actualisatie emissiefactoren voor ammoniak en geur)”, Stcrt. 2018, nr. 39679, (hierna te noemen: de Regeling) aan een exceptieve toetsing onderwerpt. Volgens eisers moet de Regeling onverbindend worden verklaard, omdat deze onrechtmatig is wegens strijd met verschillende algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De aangevraagde vergunning had dan ook niet mogen worden geweigerd wegens strijd met artikel 3 van de Wgv, aldus eisers.
6. Uit de Nota van toelichting bij de wijziging van de Rgv blijkt dat de staatssecretaris de geurreductiepercentages van combiwassers voorlopig gelijk heeft gesteld aan die van enkelvoudige luchtwassystemen, omdat dit het niveau is dat blijkens het WUR-rapport (momenteel) aantoonbaar in de praktijk kan worden gehaald. De staatssecretaris heeft dit gedaan om te voorkomen dat bij nieuwvestiging of uitbreiding van veehouderijen de geuremissie wordt berekend met te lage geuremissiefactoren en omwonenden van (nieuwe) veehouderijen kunnen worden blootgesteld aan een te hoge geurbelasting. Dit zou voor omwonenden langdurig tot een slechter woonklimaat kunnen leiden. Veehouderijen die eenmaal zijn opgericht, kunnen immers worden voortgezet in overeenstemming met hun vergunning of de algemene regels van het Activiteitenbesluit, zonder dat zij verplicht zijn hun geuremissie te verminderen. De staatssecretaris heeft daarbij overwogen dat de Rgv weer kan worden aangepast indien op een gegeven moment overtuigend en met waarborgen omkleed wordt aangetoond dat bepaalde luchtwassystemen beter kunnen presteren dan de huidige rendementen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het voorgaande dat de staatsecretaris uit voorzorg, vanwege (onzekere) risico’s, besloten heeft maatregelen te nemen. Deze beoordeling van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico is primair een bestuurlijk politieke taak (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4210). Daarnaast betreft de vraag of de combi-wassers het vereiste rendement kunnen behalen naar het oordeel van de rechtbank een technisch complexe aangelegenheid. Gelet hierop en op het onder 5 weergegeven toetsingskader, zal de rechtbank de Regeling terughoudend toetsen.

  1. In het vervolg van deze uitspraak beoordeelt de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden of sprake is van strijd met de door eisers genoemde rechtsbeginselen.* 11 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2016, SHE 20/2068 en SHE 20/2067): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, VNG-brochure, hogere eisen inpassing, motivering, tussenuitspraak, aanwijzingen
    5.3 Dit is niet de eerste zaak over de huisvesting van arbeidsmigranten en zeker ook niet de laatste. Veel omwonenden van een locatie waar arbeidsmigranten worden gehuisvest, zijn bang voor overlast en een grote verandering van hun leefomgeving. Het huisvesten van arbeidsmigranten is ook iets anders dan wonen in een woning. Vaak is maar één huishouden per woning toegelaten. Bijvoorbeeld ook in de woningen in de directe omgeving van de projectlocatie. In het bestemmingsplan “Kom Zeeland en Kom ’t Oventje” (dat van toepassing is op de woningen in de directe omgeving van de projectlocatie) is een woning bestemd voor de huisvesting van maar één huishouden en 32 arbeidsmigranten vormen samen niet één huishouden. De arbeidsmigranten hebben hun hoofdverblijf in het land waar ze vandaan komen en vaak zijn in een pand steeds andere arbeidsmigranten woonachtig. Daarnaast zijn er ook vaak centrale voorzieningen (bijvoorbeeld het ophalen van afval) en er zijn huisregels. Zeker bij de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten ontbreekt ook de vereiste duurzaamheid (zie de uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2383).

5.4  Het huisvesten van arbeidsmigranten is dus wat anders dan het wonen in een woning. Het is ook iets anders dan een hotel. Arbeidsmigranten verblijven doorgaans langer dan de gemiddelde hotelgast en de voorzieningen zijn anders. Dat is in deze zaak van belang omdat in de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar de VNG Handreiking om te onderbouwen dat de huisvesting van arbeidsmigranten valt in te passen in de omgeving. De rechtbank vindt die verwijzing onjuist. Bovendien grenst het perceel van de eiser direct aan het perceel van vergunninghoudster. Het perceel van eiser heeft weliswaar een grote tuin, maar daar heb je weinig aan als er veel overlast zou kunnen ontstaan door de functie op het perceel. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder in dit geval beter had moeten kijken of de huisvesting van arbeidsmigranten wel te verenigen is met de bestemmingen in het omliggende gebied. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat in de Beleidsnota het gebruik van woningen of andere gebouwen in stedelijk gebied niet direct wordt verkozen door de gemeente Landerd. Het buurtschap het Voor Oventje kan niet als een stedelijk gebied worden aangemerkt. Maar het is evenmin gelijk te stellen met het buitengebied. In de directe nabijheid van de projectlocatie liggen meerdere woningen. Dit aspect had verweerder wel moeten betrekken in de afweging, zeker nu in de Beleidsnota staat dat de gemeente het belangrijk vindt dat de huisvesting goed kan worden ingepast in de omgeving. Gelet op de ligging van het buurtschap ten opzichte van de projectlocatie heeft verweerder niet kunnen volstaan met een verwijzing naar de VNG Handreiking of de Beleidsnota maar had verweerder deze omstandigheid beter moeten onderzoeken. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840).

5.5  De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit kader zou moeten onderzoeken of er in het buurtschap meer panden worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten en hoeveel mensen in het buurtschap wonen. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2277). Daar ging het om studenten in een woonwijk. Dat lijkt op dit geval omdat ook studenten doorgaans een ander levensritme hebben dan hun omgeving. De rechtbank sluit niet uit dat arbeidsmigranten dit ook zouden kunnen hebben.

5.6  Naar gelang de verhouding tussen het aantal inwoners in de directe omgeving en het totale aantal arbeidsmigranten dat in deze omgeving worden gehuisvest, kunnen hogere eisen worden gesteld aan de inpasbaarheid van de functie in de omgeving. Dat zou kunnen betekenen dat er meer maatregelen moeten worden getroffen om overlast te voorkomen. Deze maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het opnemen van de huisregels in de voorschriften van de omgevingsvergunning of een daadwerkelijke fysieke afscheiding (bijvoorbeeld een schutting) tussen de projectlocatie en de omliggende percelen. In het bestreden besluit is er wel een verplichting op het maken van huisregels maar verweerder kan niet optreden als deze huisregels niet worden nageleefd. Dat zou vergunninghoudster zelf moeten doen en dat kan leiden tot een verstoorde verstandhouding tussen vergunninghoudster en de buurt. Toezicht van de gemeente kan dit voorkomen. Er is wel bepaald dat de huisvester verantwoordelijk is voor toezicht, maar er zijn geen minimum eisen voor dit toezicht opgenomen (bijvoorbeeld 24-uurs toezicht of een telefoonnummer dat omwonenden 24 uur kunnen bereiken om overlast te melden). Ook dat kan tot discussie leiden en een verstoorde verstandhouding. Tot slot zijn er helemaal geen aanvullende eisen gesteld aan inpassing van de functie. Weliswaar wordt de bedrijfshal afgescheiden van het buurtschap door de veldschuur en de bebouwing aan het Voor Oventje, de rechtbank kan niet goed overzien of arbeidsmigranten de strook grond achter de veldschuur kunnen betreden (bijvoorbeeld als ze zich aan het toezicht van vergunninghoudster zouden willen onttrekken). De rechtbank concludeert dat verweerder in het bestreden besluit onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij heeft volstaan met de voorschriften in het bestreden besluit en de huidige voorzieningen om de functie in te passen. Deze beroepsgrond slaagt.

* 10 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3617): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en aanleggen, inrichten gebied, strategisch besluitbegrip
7. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat voor de door verzoekers bedoelde werkzaamheden geen omgevingsvergunning nodig is. Het betreft (fysieke) maatregelen die weliswaar samenhangen met het project, maar die geen onderdeel uitmaken van de door verweerder verrichte toetsing en dus ook niet van het voorliggende besluit waarbij een omgevingsvergunning is verleend. De gemeente kan deze werkzaamheden zonder vergunning uitvoeren. Hieruit volgt dat tegen deze maatregelen niet bij de bestuursrechter kan worden opgekomen en dat de voorzieningenrechter ook geen voorlopige voorziening kan treffen. Tegen de wél vergunde werken en werkzaamheden hebben verzoekers uitdrukkelijk geen bezwaren ingebracht. Overigens is ter zitting gebleken dat verzoekers en verweerder tijdens informeel overleg praktisch tot overeenstemming zijn gekomen over een alternatief wandelpad dat op enige afstand van de zuidwestelijke dijk, langs het bestaande fietspad, is geprojecteerd. Ook zouden de hekken die op de dijk stonden worden teruggeplaatst en worden voorzien van een bord “verboden voor onbevoegden”. Naar de voorzieningenrechter aanneemt is hiermee voor een belangrijk deel aan de bezwaren, met name van verzoekster [verzoeker 1] , tegemoetgekomen. De overgebleven bezwaren hebben, zo is ter zitting gebleken, betrekking op werken of werkzaamheden op of nabij de aan de overzijde van de sloot gelegen oever(s). Vast staat die werken of werkzaamheden buiten de begrenzing van het project Kagerzoom vallen. Ten aanzien van die werken of werkzaamheden kan de voorzieningenrechter dus ook geen voorlopige voorziening treffen.

  1. Van de kant van verzoekers is bepleit dat in deze procedure toch bestuursrechtelijke rechtsbescherming mogelijk zou moeten zijn, omdat de gewraakte werkzaamheden samenhangen met wél vergunningplichtige activiteiten. In dat verband hebben verzoekers gewezen op het leerstuk van het ‘strategisch besluitbegrip’. De voorzieningenrechter ziet echter geen mogelijkheid om verzoekers hierin tegemoet te komen. Een bestuurlijk rechtsoordeel, bijvoorbeeld over de toepasselijkheid van wettelijke regels, kan in sommige gevallen met een besluit worden gelijkgesteld. Dit gelijkstellen wordt het strategisch besluitbegrip genoemd. In dit geval heeft verweerder echter geen bestuurlijk rechtsoordeel gegeven. De rechtspraak over het strategisch besluitbegrip biedt dus geen uitkomst. Verzoekers zijn derhalve aangewezen op een procedure bij de gewone (civiele) rechter.

    * 3 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2692): Awb, Wnb; handhaving, weiden van vee en/of bemesten van gronden, geen vergunning, nieuwe beslissing/dwangsom
    7. Verweerder heeft vastgesteld dat bij de betrokken veehouderij sprake is van zowel beweiden van vee als van bemesten van gronden en dat daarvoor geen (toereikende) vergunning(en) als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb voorhanden is/zijn. De rechtbank stelt vast dat verweerder vervolgens heeft verzuimd om, conform de uitspraak van de Afdeling, de betrokken veehouderij in de gelegenheid te stellen een aanvraag in te dienen voor aanpassing van de geldende natuurvergunning voor het beweiden van vee en voor een natuurvergunning voor het bemesten van gronden. Dat betekent dat verweerder ten tijde van het bestreden besluit geen zicht had op de omvang van de vergunningplichtige activiteiten en op de daaruit al dan niet voortvloeiende noodzaak om te beschikken over een toereikende vergunning, terwijl verweerder reeds heeft onderkend dat per geval dient te worden vastgesteld of de concrete activiteiten van beweiden en/of bemesten vergunningplichtig zijn. Dat heeft verweerder niet onderzocht en daarmee is het bestreden besluit in strijd met de vereiste zorgvuldige voorbereiding daarvan. Door zich te beroepen op ontbrekende rekenmethodieken en beoordelingskaders heeft verweerder aan de weigering handhavend op te treden een ontoereikende en niet draagkrachtige motivering ten grondslag gelegd en daarmee in strijd gehandeld met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het beroep van eiseressen slaagt dan ook.
    10. De rechtbank verbindt aan de opdracht aan verweerder om opnieuw een beslissing op het bezwaar van eiseressen tegen het primaire besluit te nemen en bekend te maken binnen zestien weken na de datum van verzending van deze uitspraak een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 15.000,00.

    * 28 juli 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3476): Awb, handhaving, zoute kwel, drains, Keur, Waterwet, geen vergunning nodig
    4.3 De rechtbank is van oordeel dat verticale drainage niet onder het begrip ‘onttrekken van grondwater’ in de zin van artikel 6.4 Waterwet valt, omdat vanwege het ontbreken van een pomp, geen sprake is van een onttrekkingsinrichting. Artikel 6.4 Waterwet moet gelezen worden in samenhang met de keur. In de keur is – kort samengevat – in artikel 3.4 bepaald dat het verboden is om zonder watervergunning water te brengen in, of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam. Artikel 3.6 bepaalt voorts dat het verboden is zonder watervergunning grondwater te onttrekken of water in de bodem te infiltreren. Artikel 3.5 (Drainage van hoeveelheden water) is in de keur gereserveerd. Uit de toelichting bij de keur blijkt dat de modelkeur de mogelijkheid biedt om in artikel 3.5 te bepalen dat het verboden is zonder watervergunning gronden te ontwateren met drainagemiddelen, maar dat het Hoogheemraadschap heeft besloten dit verbod niet toe te passen. Gelet op deze inhoud van de keur en de daarbij behorende toelichting, hebben eisers hun betoog dat voor het aanleggen van de verticale drains een vergunning vereist was, onvoldoende onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Daniëlle Roelands-Fransen en Jim Zweers hebben een noot geschreven bij de uitspraak van de Afdeling van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2570) over het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om de colleges van burgmeester en wethouders van de gemeenten Den Haag en Schiedam geen ontheffing te verlenen van de provinciale verordening in verband met de komst van de sportdetailhandel Decathlon buiten de stadscentra. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de vragen of het besluit voldoet aan de Dienstenrichtlijn en of er sprake is van een uitzonderingssituatie zoals bepaald in de verordening. Zie STAB OGR updates 2020-0252


Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 28 oktober 2020 omgevingsvergunning Namenmonument
ABRvS 14 oktober 2020 bestemmingsplan “De wereld van de Efteling 2030”
ABRvS 19 augustus 2020 bestemmingsplan met verbrede reikwijdte “Retailpark Belvédère”