Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 25 november 2020 (ABRvS 202003543/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleg zonnepark, belanghebbenden, ontvankelijkheid (Rb  Gelderland 19/7362, 19/7363, 19/7364, 19/7365, 19/7366, 19/7367 en 19/7368)
* 25 november 2020 (ABRvS 202002549/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen en bouwen woningen, belanghebbende, bomenverordening (Rb Midden-Nederland 19/1216 en 19/1228)
* 25 november 2020 (ABRvS 202001559/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen
* 25 november 2020 (ABRvS 202001525/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, ontsluiting, cultuurhistorische waarde molen, geluid/relativiteit, behoud groene karakter/voorwaardelijke verplichting
* 25 november 2020 (ABRvS 202001473/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, waterhuishoudkundige werkzaamheden, Chw/Tracébesluit, Keur, beleidsregels
* 25 november 2020 (ABRvS 202001435/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; weigering verlenging begunstigingstermijn dwangsom, afvalstoffen, aanbrengen brandveiligheidsvoorzieningen,  (Rb Limburg 18/3066)
* 25 november 2020 (ABRvS 202001394/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, bestuurlijke boete, verhuur kamers (Rb Amsterdam 19/3663)
* 25 november 2020 (ABRvS 202000584/1/A3): Awb, Gmw; schriftelijke waarschuwing, aanpak woonoverlast, APV/dwangsom, geen beleidsregel, geen besluit, ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 19/489)
* 25 november 2020 (ABRvS 202000141/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verhogen tuinmuur en vergroten terras achterzijde woning, geen gebouw/peil/ geen strijd met bpl (Rb Amsterdam 18/1218, 18/1245 en 18/1382)
* 25 november 2020 (ABRvS 202000016/1/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor o.m. bouwen, windturbines, Chw, belanghebbenden, Aarhus/SMB-richtlijn, geluid, cumulatie, slagschaduw, voorzorgsbeginsel/EVRM, Wnb/relativiteit
* 25 november 2020 (ABRvS 201908821/1/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, verplaatsen supermarkt, ruimtelijk-functionele analyse/vloerproductiviteit, tussenuitspraak
* 25 november 2020 (ABRvS 201908436/1/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, zelf in de zaak voorzien (Rb Noord-Holland 18/5218)
* 25 november 2020 (ABRvS 201908310/1/A3): Awb, Gmw; weigering vergunning, vuurwerkverkoop, APV, geen herhaalde aanvraag, rechtsgevolgen besluit (Rb Den Haag 18/6267)
* 25 november 2020 (ABRvS 201908307/1/A3): Awb, Gmw; weigering vergunning, vuurwerkverkoop, APV, overtredingen Vuurwerkbesluit, bevoegdheid, last onder dwangsom, motivering (Rb Den Haag 18/6157)
* 25 november 2020 (ABRvS 201907467/1/A3): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting café, drugs, bevoegdheid (Rb Oost-Brabant 19/851)
* 25 november 2020 (ABRvS 201907326/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, houtzagerij, strijd met bpl, bevoegdheid (Rb Gelderland 18/6707)
* 25 november 2020 (ABRvS 201906771/1/R1): Awb, Wbb; vaststelling geval ernstige bodemverontreiniging, geen spoedige sanering noodzakelijk, locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling, rol publiekrechtelijke rechtspersoon
* 25 november 2020 (ABRvS 201906234/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden recreatiewoning, toepasbaarheid beleidsregel (Rb Noord-Nederland 18/1449)
* 25 november 2020 (ABRvS 201903009/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning beperkte milieutoets, wijzigen varkenshouderij naar geitenhouderij, belanghebbende, geur, voorgrond- en achtergrondbelasting, GGD-advies, gezondheidskundige beoordeling van de geurbelasting (Rb Gelderland 18/2815)
* 25 november 2020 (ABRvS 201902194/1/R4): Awb, Wm; Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, afvoer afvalstoffen, ontvankelijkheid
* 25 november 2020 (ABRvS 201902193/1/R4): Awb, Wm, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, brand bij afvalstoffenbedrijf, beperken rookontwikkeling en plan van aanpak afvoer afvalstoffen, bevoegdheid, faillissement, kostenverhaal
* 25 november 2020 (ABRvS 201809490/1/R3): Awb, Wro; bpl, recreatiepark, recreatiewoningen, persoonsgebonden overgangsrecht, vertrouwensbeginsel, EVRM
* 25 november 2020 (ABRvS 201809188/1/R2): Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, verkeersweg, bevoegdheid, Chw, nut en noodzaak/MER/alternatieven, Natura 2000/relativiteit, provinciale verordening/toepasbaarheid, natuur/fysieke compensatie, uitvoering/vogels/vleermuizen
* 25 november 2020 (ABRvS 201804258/1/R2 en 201903742/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, recreatiewoning, objectgebonden overgangsrecht, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het buurtschap, mestbewerking, voorwaardelijke verplichting /gebodsbepaling
* 24 november 2020 (Hof Arnhem-Leeuwraden 21-005458-19): WSr, Wm, WED; illegaal afval storten, bewijslast
* 24 november 2020 (ABRvS 202005419/2/R3, 202005420/2/R3 en 202005421/2/R3): Awb, Wro, Wabo, Gmw; vovo, weigering ontheffing provinciale verordening/handhaving, dwangsom/invordering, geitenhouderij, ruimtelijk beleid/geen bijzondere omstandigheden, gezondheid, geitenstop (Rb Den Haag 19/5826, 19/5829, 19/7184, 20/354 en 20/477, 18/8294 en 19/5396, en 19/6707)
* 24 november 2020 (CBb 19/219, 19/644, 19/231, 19/645, 19/77, 19/433 en 19/883): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, voorzienbaarheid, grondgebondenheid/korting, Nitraatrichtlijn, schadevergoeding/bevoegdheid, peildatum, diergezondheidsproblemen. EVRM
* 24 november 2020 (CBb 18/1354, 18/1204, 19/65, 19/406, 18/372, 18/1864, 18/1869, 18/1870 en 18/1871, 18/1914, 18/1847, 18/1848, 18/1849, 18/1850, 18/1851 en 19/1665, 18/1966, 19/1249, 19/931, 19/81, 19/1489, 19/1359 en 19/1679 en 19/1250): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, referentieaantal, voorzienbaarheid, jongveegetal, startersregeling, grond in België, bedrijfsoverdracht, stoppersregeling, knelgevallenregeling
* 24 november 2020 (CBb 19/875 en 19/1578): Awb, Wet dieren; handhaving, bestuurlijke boete, vervoer van dieren, transportverordening
* 24 november 2020 (CBb 19/1440): Awb; Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, herberekening, peildatum/gebruik, onschuldpresumptie
* 23 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/335): Awb, Gmw; handhaving, overlast coffeeshop, beleidsregel, handhavingsstrategie, parkeren, stemgeluid, gedrag bezoeker, afficheringsverbod, ingezetenencriterium, gedoogverklaring, terras
* 23 november 2020 (Rb Gelderland AWB 18/6772): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, uitbreiding geitenhouderij, ontbreken m.e.r.-beoordelingsbesluit, Wnb-vergunning niet opgenomen in planregels
* 20 november 2020 (Rb Gelderland ARN 20/6128): Awb, Gmw; vovo, aanwijzingsverbod, horeca, COVID-19 verordening, motivering
* 19 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/573520/5736): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor omvormen van dennenbos tot grasduinlandschap, deskundige
* 19 november 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/5795): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand en -woning, cocaïnewasserij, evenredigheid
* 19 november (Conclusie AG EH C‑900/19): Prejudiciële verwijzing, Vogelrichtlijn, behoud van de vogelstand, toestaan van een traditionele jachtmethode, verstandig gebruik, alternatieven, selectiviteit, vangstmethode die tot bijvangsten kan leiden, gebruik van lijmstokken voor het vangen van lijsters en merels
* 19 november 2020 (Rb Rotterdam ROT 19/4836): Awb, AWR; waarde onroerende zaak, WOZ, taxateur/deskundige/register
* 18 november 2020 (ABRvS 202004611/1/R3 en /2/R3): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsommen/invordering, verjaringstermijn, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Noord-Nederland 19/643)
* 18 november 2020 (ABRvS 202004863/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kapen, bouwen en afwijken bpl, herinrichting en uitbreiding sportpark, APV, effect van bomen op milieu (Rb Midden-Nederland 20/2541 en 20/2542)
* 18 november 2020 (ABRvS 202005203/2/R4): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfswoning, planregels, grondgebonden agrarisch bedrijf, pompoenen (Rb Midden-Nederland 19/3952)
* 18 november 2020 (Rb Rotterdam ROT 19/49 en ROT 19/75): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vernieuwen en uitbreiden van bedrijfspanden, parkeren, geluid, VNG-brochure, Bouwbesluit, voertuigbewegingen
* 18 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3196): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning en loods, hennepteeltgoederen, bevoegdheid
* 17 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/6281): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik pand voor huisvesting arbeidsmigranten, geen horeca, bevoegdheid
* 17 november 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/2774): Awb, Opiumwet; handhaving, sluiting woning, drugs, tijdelijk adres
* 13 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5119): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, geitenhouderij, nieuwe stal, m.e.r.-plicht, terugkomen van voorbereidende beslissing
* 13 november 2020 (CBb 20/937): Awb, Wet dieren; vovo, handhaving, dwangsom, huisvesting roofvogels, duidelijkheid maatregelen om verbeurte te voorkomen, VWEU
* 13 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4608 en 20/6134): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, nieuwe woningen op hogere verdiepingen, lichtinval, parkeren
* 12 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/4828 en HAA 20/3279): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, staken activiteiten van tweede horecalokaliteit, strijd met bpl, overgangsrecht, overtreder
* 12 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2888): Awb, Wnb; vovo; handhaving, veehouderij, handhavingsstrategie, waarschuwing, passende beoordeling, deskundige
* 12 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/2952): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, veehouderij, uitbreiding, geen grondgebonden veehouderij, strijd met bpl
* 12 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2890 en SHE 20/2947): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woonwagenperceel, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 9 november 2020 (Rb Den Haag SGR 18/7057, SGR 20/2920, SGR 20/2921, SGR 20/2922 en SGR 20/2923): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering, lozen van APFO/PFOA verontreinigd afvalwater via externe waterzuivering, chemisch bedrijf, lozing al dan niet vergund, overtreder, evenredigheid
* 6 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/2528 en AWB/ROE 20/2531): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting bedrijfswoning, hennepplanten, bevoegdheid
* 5 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/4440): Awb, Wabo; handhaving, drijvend boothuis, bouwwerk, geen vergunning strijd met bpl
* 5 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/3572): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen en bouwen, cultuurhistorische waarden, welstand
* 4 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3077): Awb, DHW, Gmw; DHW- en exploitatievergunning, restaurant, snackbar en terras, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 3 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6368 WET): Awb, Lvw; ontheffing, medegebruik van de militaire luchthaventerreinen, geluid, berekening in Ke, ontbreken voorwaarden, vliegvrije zondag
* 3 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8913 OPIUMW): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 2 november 2020 (Rb Den Haag SGR 19/6695): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning,
* 27 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8653 WET VV): Awb, Opiumwet; vovo, handhaving, sluiting loods, drugs
* 27 oktober 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/2073): Awb, Gmw; exploitatievergunning, passagiersvervoer, verordening, overgangsrecht, Dienstenrichtlijn
* 27 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8612 VEROR VV): Awb, Gmw; vovo, exploitatievergunning, autoverhuurbedrijf, APV, slecht levensgedrag
* 20 oktober 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/877, AMS 19/3250 en AMS 20/1718): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, plaatsen airco-units, negatieve gevolgen voor het daklandschap
* 13 oktober 2020 (Rb Amsterdam AMS 18/4082): Awb, Gmw; ligplaatsvergunning, rondvaartboten, geen omgevingsvergunning voor afwijken bpl
* 8 oktober 2020 (Rb Den Haag SGR 19/7983): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunningen, metaalverwerkend bedrijf, Wet Bibob, motivering
* 20 augustus 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2515): Awb, Gmw; vovo, bestuursdwang, verwijderen afgemeerde beunbak, overtreder
* 19 mei 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/2432): Awb, Gmw; vovo, sluiting pand, noodverordening COVID-19, samenkomst personen
* 13 februari 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/37 GEMWT VV): Awb, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, geen vergunning, APV, autobranche/leefbaarheid, openbare orde en veiligheid, aanwijzingsbesluit, bevoegdheid, meer dan alleen Bibob-toets
* 7 november 2019 (Rb Amsterdam AMS 18/5121 en AMS 18/5181): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkend gebruik, metaalverwerkingsbedrijf, geluid, parkeren
* 9 november 2018 (Rb Amsterdam AMS 16/5521 en 16/5564): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbouw, wijziging aanvraag, verstoren rijksmonument, schouw
* 25 juli 2018 (Rb Den Haag C/09/527898 / HA ZA 17-243): BW; . Gebod tot staken van exploitatie sportschool/dwangsom, onrechtmatig geluidshinder door gebruik van fitnessapparaten, woongenot van huurders, elektronische afhandeling, ontvankelijkheid

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 25 november 2020 (ABRvS 201903009/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning beperkte milieutoets, wijzigen varkenshouderij naar geitenhouderij, belanghebbende, geur, voorgrond- en achtergrondbelasting, GGD-advies, gezondheidskundige beoordeling van de geurbelasting (Rb Gelderland 18/2815)
11.2.    De omstandigheid dat de Handreiking wordt gehanteerd bij het bepalen van de mate van geurhinder, is op zichzelf geen reden om het GGD-advies niet te betrekken bij de beoordeling of sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De gezondheidskundige beoordeling van de geurbelasting door de GGD kan wel relevant zijn voor die beoordeling. Ook de door [appellante B] aangehaalde uitspraken van de Afdeling van 7 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3275, en 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2713, leiden niet tot de algemene conclusie dat een GGD-advies niet bij die beoordeling zou mogen worden betrokken.

In het GGD-advies van 20 november 2017 is geconcludeerd dat het gezondheidskundig geaccepteerde hinderniveau in de beoogde situatie wordt overschreden. Daarbij is de achtergrondbelasting voor de GGD leidend geweest. Maar zoals hiervoor is overwogen, moeten de milieugevolgen van de wijziging worden beoordeeld. Uit het advies blijkt niet dat de GGD dat heeft gedaan. Zoals het college al had opgemerkt in het besluit van 21 augustus 2018, komt het advies van de GGD neer op een beoordeling van de wenselijkheid van de totale situatie uit een oogpunt van volksgezondheid. Dat is echter niet het criterium volgens het hiervoor benoemde toepasselijke wettelijke kader. Anders dan de rechtbank is de Afdeling daarom van oordeel dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het bij zijn beoordeling het GGD-advies naast zich neer heeft gelegd.

……………………………………………..

De conclusie is dat het college aan de hand van het geurrapport van 17 november 2017 in het besluit van 21 augustus 2018 deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de wijziging van de varkenshouderij naar een geitenhouderij niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die nopen tot het opstellen van een milieueffectrapport. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

Het betoog slaagt.

* 23 november 2020 (Rb Gelderland AWB 18/6772): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, uitbreiding geitenhouderij, ontbreken m.e.r.-beoordelingsbesluit, Wnb-vergunning niet opgenomen in planregels
4.1. Per 7 juli 2017 is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) gewijzigd (zie Stb. 2017, 175). Die wijziging houdt in dat de vormvrije mer-beoordeling is vervangen door een mer- beoordelingsbesluit, voor zover, kort gezegd, de desbetreffende activiteit in de bijlage, onderdeel D, bij het Besluit mer is opgenomen. Dat is hier het geval: het wijzigen van geitenhouderij valt onder categorie D14 kolom 1, van de bijlage. Daarom is op grond van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer (Wm) in samenhang met het gewijzigde Besluit mer een zogenaamde aanmeldingsnotitie en, op grond van artikel 7.17 van de Wm, een mer-beoordelingsbesluit verplicht. Dat de in kolom 2 genoemde drempelwaarden niet worden overschreden, is daarbij niet van belang. Het gaat erom dat de activiteit in kolom 1 wordt omschreven.

In het Besluit mer is geen overgangsrecht opgenomen. Uit de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit mer neergelegde verplichting om de daar genoemde artikelen uit de Wm toe te passen, volgt daarom dat bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets door verweerder een mer-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Vergunninghouder betoogt dat verweerder in het besluit van 24 oktober 2017 een mer-beoordelingsbesluit heeft genomen. In dat besluit is namelijk de zinsnede opgenomen “te besluiten dat geen milieueffectrapportage opgesteld hoeft te worden”. Verweerder heeft ter zitting echter meermaals benadrukt dat het geen mer-beoordelingsbesluit heeft genomen. Nu verweerder ter zitting stellig heeft ontkend een mer-beoordelingsbesluit te hebben genomen, zal de rechtbank het besluit van 24 oktober 2017 niet als zodanig aanmerken. Een ander besluit van verweerder dat als mer-beoordelingsbesluit kan worden aangemerkt, is er niet.

De rechtbank komt dus tot het oordeel dat verweerder voor de aangevraagde activiteit geen mer-beoordelingsbesluit heeft genomen en dat het bestreden besluit op dit punt dus in strijd is met de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit mer neergelegde verplichting om de daar genoemde artikelen uit de Wm toe te passen.

Het betoog van verweerder ter zitting dat het nemen van een mer-beoordelingsbesluit niet nodig is omdat het Besluit mer in zoverre in strijd is met richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (hierna: de richtlijn), volgt de rechtbank niet. De richtlijn kent geen bepaling die het nemen van een mer-beoordelingsbesluit verbiedt en al zou de richtlijn het nemen van een mer-beoordelingsbesluit niet vereisen, is de rechtbank van oordeel dat het niet is verboden dat op grond van het Besluit mer in meer gevallen een mer-beoordelingsbesluit nodig is dan de richtlijn vereist.

Conclusie is dat verweerder ten onrechte geen mer-beoordelingsbesluit heeft genomen. Het betoog slaagt.
7.3.4  Artikel 1.150, onder e, sub 2, van de planregels kent echter nog een vereiste. De vergunning moet ook zijn opgenomen in bijlage 7 bij de planregels. Dat was ten tijde van het bestreden besluit nog niet het geval. Aan dit vereiste van de uitzondering van artikel 1.150, onder e, sub 2, van de planregels was ten tijde van het bestreden besluit dus niet voldaan. Het bestemmingsplan stond in zoverre dus wel in de weg aan verlening van de vergunning.

Ondertussen is bij het veegplan “landelijk gebied veegplan 2020-1” de betrokken vergunning voor de geitenstal op grond van de Wnb in bijlage 7 opgenomen. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat met deze systematiek van veegplannen wordt gewerkt omdat de Afdeling heeft geoordeeld dat vergunningen die niet onherroepelijk zijn, niet in de lijst mochten worden opgenomen.

Tegen dit veegplan is door eisers beroep ingesteld bij de Afdeling, zodat dit plan nog niet onherroepelijk is. Na de zitting in deze zaak is door eisers ook een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Daarop is bij uitspraak van 22 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2461, beslist. De toevoeging van de vergunning voor het betrokken perceel op grond van de Wnb aan bijlage 7 is daarbij geschorst. Dat betekent dat verweerder en de rechtbank er op dit moment niet vanuit mogen gaan dat de betrokken vergunning op grond van de Wnb is opgenomen in bijlage 7. Het gebrek is op dit moment dus nog niet (definitief) hersteld.

Conclusie is dat het betoog van eisers slaagt. Verweerder heeft in het bestreden besluit ten onrechte geoordeeld dat de aangevraagde activiteit op dat moment in overeenstemming was met het bestemmingsplan. De aangevraagde activiteit was namelijk op dat moment in strijd met artikel 3.5.1, onder a, ten tweede, van de planregels.

Het veegplan heeft dit gebrek op dit moment nog niet definitief hersteld, omdat het in zoverre is geschorst.

* 19 november 2020 (Rb Rotterdam ROT 19/4836): Awb, AWR; waarde onroerende zaak, WOZ, taxateur/deskundige/register
5. In de Awb en het Bpb wordt niet gedefinieerd wat het begrip “deskundige” inhoudt. De rechtbank ziet het aldus, dat iemand als zodanig gezien kan worden als de opdrachtgever er – gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inschakeling – vanuit mocht gaan dat betrokkene een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door verweerder van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag (vergelijk uitspraken ECLI:NL:CRVB:2005:AT4323, ECLI:NL:CRVB:2009:BH3891, ECLI:NL:CBB:2011:BR3066 en ECLI:NL:RVS:2008:BD8351). Indien een deskundige een rapport aan een belanghebbende heeft uitgebracht dat zijn standpunt over een geschilpunt in de bezwaarprocedure ondersteunt, mag aan toekenning van een vergoeding voor de kosten van dat rapport niet de eis worden gesteld dat het een bijdrage heeft geleverd aan de beslissing van verweerder over dat geschilpunt (vergelijk uitspraken ECLI:NL:HR:2012:BY2770 en ECLI:NL:HR:2012:BY4617). Of een ingebracht (taxatie)rapport als een deskundigenrapport kan worden aangemerkt, is niet aan de hand van algemene richtsnoeren te beoordelen. Als ondergrens heeft te gelden dat het is opgesteld door een ter zake deskundige, hier dus een geregistreerd taxateur, of in ieder geval onder zijn verantwoordelijkheid, waarvan uit de medeondertekening van het rapport moet blijken. Eisen aan vormgeving en omvang van het rapport zijn echter niet te stellen (vergelijk Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2018:4638).

  1. De taxatie is uitgevoerd door [naam taxateur 1] en uitgewerkt door [naam taxateur 2] MSc en is door hen ondertekend op 14 juni 2019. Ter zitting heeft eiser naar voren gebracht [naam taxateur 2] is afgestudeerd aan de Greenwich University voor Real Estate and Facilities en dat hij in het bezit is van een WOZ diploma met nummer [nummer diploma] en is al 11 jaar werkzaam in het vak. Daarmee is zijn deskundigheid voldoende aannemelijk gemaakt. Inschrijving als registertaxateur, zoals verweerder dat bepleit, is daarvoor geen vereiste. Eiser mocht er dus vanuit gaan dat [naam taxateur 2] een relevante bijdrage aan deze procedure zou leveren die voor hem gunstig kon zijn. Dat het taxatierapport kwalitatief onder de maat zou zijn is door verweerder verder niet onderbouwd. De rechtbank heeft dat, marginaal toetsend, zelf ook niet kunnen vaststellen. Dat er verschil van mening bestaat over bepaalde onderdelen van het rapport, de taxateur enkel de negatieve elementen van de onroerende zaak benoemt en af gaat op wat eiser zou hebben verteld over de onroerende zaak maakt, afgezien van de vraag of dat inderdaad zo is, nog niet dat daarmee het taxatierapport als kwalitatief onder de maat moet worden geacht. De enkele omstandigheid dat de taxatie is uitgevoerd door een taxateur die in dienst is van de gemachtigde van eiser betekent niet dat aan de juistheid van de taxatie getwijfeld moet worden, behoudens, niet gestelde of gebleken, bijzondere omstandigheden. Eiser heeft de kosten voor het taxatierapport dan ook in redelijkheid gemaakt. Wat verweerder aan zijn uitspraak op bezwaar ten grondslag heeft gelegd en verder naar voren heeft gebracht, doet niets aan deze conclusie af.
  2. Het beroep van eiser is gegrond.* 13 november 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5119): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, geitenhouderij, nieuwe stal, m.e.r.-plicht, terugkomen van voorbereidende beslissing
    2.4.2 De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van

5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:922, van oordeel dat het namens verweerder door de RUD genomen besluit van 10 januari 2019 een besluit is als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb, genomen ter voorbereiding van een besluit over verlening van de voor het bouwen van de geitenstal noodzakelijke omgevingsvergunning.

Omdat het besluit van 10 januari 2019 eiseres niet los van het voor te bereiden besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning rechtstreeks in haar belang trof, het was immers een haar welgevallig besluit, was het besluit, gelet op artikel 6:3 van de Awb, voor eiseres niet vatbaar voor bezwaar. Zij heeft daartegen (dan) ook geen bezwaar gemaakt.

Het besluit van 10 januari 2019 is op zichzelf als een besluit aan te merken, dat in principe pas kon worden getoetst in het kader van bezwaar en beroep tegen het uiteindelijk te nemen hoofdbesluit op de aanvraag om omgevingsvergunning. Het besluit van 10 januari 2019 zou dan – in ongewijzigde vorm – in de beoordeling van het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning zijn meegenomen.

2.4.3  Naar het oordeel van de rechtbank kan, anders dan verweerder heeft verondersteld, van een besluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb, gelet op de aard daarvan, namelijk het voorbereidende karakter, niet tegelijkertijd met het nemen van het hoofdbesluit worden teruggekomen. Een besluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb is te beschouwen als een definitieve voorbereidende beslissing die – in ongewijzigde vorm – wordt meebeoordeeld in het kader van het hoofdbesluit.

Slechts afzonderlijk van en voorafgaand aan het nemen van het hoofdbesluit kan van een besluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb worden teruggekomen, waarbij het terugkomen van het besluit als het intrekken van het besluit is te beschouwen.

2.4.4 In de voorliggende situatie is verweerder tegelijkertijd met het nemen van het hoofdbesluit, het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning, teruggekomen van het besluit van 10 januari 2019. Verweerder heeft zich in het primaire besluit alsnog op het standpunt gesteld dat ten behoeve van het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Zoals uit de vorige overweging volgt, kon verweerder in dat stadium niet meer terugkomen van de definitieve voorbereidingsbeslissing van 10 januari 2019. Indien verweerder had willen terugkomen van die beslissing had hij dat bij een afzonderlijk besluit en voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit moeten doen. Tegen het afzonderlijke besluit waarbij verweerder beslist zou hebben dat eiseres toch een milieueffectrapport moest maken, zou eiseres, omdat dat besluit haar wel rechtstreeks in haar belang zou hebben getroffen los van het voor te bereiden besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning, bezwaar hebben kunnen maken en vervolgens eventueel rechtstreeks beroep hebben kunnen instellen bij de Afdeling. Door tegelijkertijd met het nemen van het primaire besluit terug te komen van het besluit van 10 januari 2019 heeft verweerder die afzonderlijke rechtsgang doorkruist. Verweerder heeft om die reden het primaire besluit, waarin de beslissing is vervat om terug te komen van het besluit van 10 januari 2019, bij het bestreden besluit niet kunnen handhaven.

2.4.5 De beroepsgrond slaagt.

* 12 november 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2888): Awb, Wnb; vovo; handhaving, veehouderij, handhavingsstrategie, waarschuwing, passende beoordeling, deskundige
5.9.  De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het door toezichthouder op 7 juli 2020 opgestelde controleverslag naar aanleiding van een niet aangekondigde controle op 7 juli 2020 blijkt dat het gedrag van de maatschap in dit geval als “calculerend” dient te worden aangemerkt. De voorzieningenrechter constateert dat de maatschap bouwhandelingen verricht zonder een rechtsgeldige titel, in het volledige bewustzijn dat niet zeker is of een vergunning ingevolge de Wnb kan worden verleend. Verder dient te worden vastgesteld dat verweerder voormeld controleverslag heeft betrokken bij het bestreden besluit tot afwijzing van het ingediende verzoek tot handhaving ingevolge de Wnb. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter niet dat dit zou kunnen leiden tot de conclusie van verweerder dat er in dit geval sprake is van een pro-actieve, welwillende burger. In dit verband wijst de voorzieningenrechter er overigens nadrukkelijk op dat dit louter een juridische kwalificatie van het gedrag van de maatschap in het kader van de door verweerder gehanteerde handhavingsstrategie is, en niet een moreel oordeel voor wat betreft dit gedrag. Tussen partijen is niet in geschil, en de voorzieningenrechter neemt dit als een vaststaand gegeven aan, dat er in dit geval op grond van de bij de handhavingsstrategie behorende matrix sprake is van enig belang. Gelet hierop concludeert de voorzieningenrechter dat verweerder op grond van de Landelijke Handhavingsstrategie in dit geval niet met een waarschuwing heeft kunnen volstaan maar gehouden was tot het nemen van een handhavingsbesluit.

Het enkele feit dat in de door verweerder aan de maatschap gezonden waarschuwingsbrief kenbaar is gemaakt dat niet zal worden gehandhaafd op het moment dat een ontwerpbesluit tot vergunningverlening ingevolge de Wnb ter inzage is gelegd, kan daaraan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet afdoen. Deze grond van verzoekers slaagt.
7.2.2.  Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting op 29 oktober 2020 heeft de adviseur van de maatschap desgevraagd een afschrift van een certificaat d.d. 3 mei 2018 van Libereaux advies- en leertrajecten overgelegd, waaruit blijkt dat de adviseur van de maatschap heeft deelgenomen aan vier activiteiten van het EVP KC-traject voor de volgende VTH-deskundigheidsgebieden:

– (…),

– Groen en ecologie,

– (…).

De voorzieningenrechter overweegt dat uit voormeld certificaat niet volgt dat de adviseur van de maatschap beschikt over voldoende wetenschappelijke kennis om als ecoloog een passende beoordeling op te stellen. Voorts is de adviseur van de maatschap naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen onafhankelijke deskundige maar een partijdeskundige. Dit brengt met zich dat verweerder niet zonder meer de door de adviseur van de maatschap overgelegde toelichting met de daarbij behorende Aerius-berekeningen als passende beoordeling aan het ontwerpbesluit tot het verlenen van Wnb-vergunning ten grondslag heeft kunnen leggen.
7.3.  Uit het bovenstaande volgt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat is komen vast te staan dat noch aan de onderhavige aanvraag voor de Wnb-vergunning, noch aan de ontwerpvergunning zoals deze ter inzage is gelegd een passende beoordeling ten grondslag is gelegd die aan de minimaal daaraan te stellen eisen voldoet en dat aldus geen zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Hieruit volgt dat het door verweerder ingenomen standpunt dat er in dit geval sprake is van een concreet zicht op legalisatie, ontoereikend is gemotiveerd.

* 9 november 2020 (Rb Den Haag SGR 18/7057, SGR 20/2920, SGR 20/2921, SGR 20/2922 en SGR 20/2923): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom, invordering, lozen van APFO/PFOA verontreinigd afvalwater via externe waterzuivering, chemisch bedrijf, lozing al dan niet vergund, overtreder, evenredigheid
7.5.  De rechtbank overweegt dat het betoog van eiseres er toe strekt dat als een activiteit is vergund, daarmee alles wat verband houdt met die activiteit, inclusief onvoorziene milieugevolgen, ook is vergund. Zoals verweerder terecht betoogt, kan dit leiden tot een handhavingsvacuüm. Indien op enig moment na vergunningverlening duidelijk wordt dat een activiteit onvoorziene milieugevolgen veroorzaakt, dan zou, indien de visie van eiseres wordt gevolgd, daartegen niet kunnen worden opgetreden. Deze onvoorziene milieugevolgen maken in de visie van eiseres immers deel uit van de activiteit en zijn daarmee ‘gelegaliseerd’. Vooraf heeft verweerder deze milieugevolgen ook niet kunnen beoordelen, aangezien deze nog niet bekend waren. De rechtbank overweegt dat dit zich niet verhoudt met het uitgangspunt dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om alle gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het bevoegd gezag moet op basis van die gegevens en bescheiden kunnen beoordelen of de activiteit negatieve gevolgen heeft voor het milieu en of deze voldoende beperkt kunnen worden. Voor indirecte lozingen is dit uitgangspunt nader geconcretiseerd in artikel 4.15 van de Mor. De rechtbank overweegt dat het risico van een onvolledige aanvraag bij de aanvrager ligt. Als de aanvrager onvoldoende gegevens verstrekt, kan het bevoegd gezag niet beoordelen of de aanvraag kan worden ingewilligd. De aanvraag kan dan buiten behandeling worden gesteld. Deze risicoverdeling geldt naar het oordeel van de rechtbank ook in het geval waarbij pas op een later moment duidelijk wordt dat niet alle milieugevolgen in kaart waren gebracht, zodat de aanvraag onvolledig was. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank voor de onderhavige zaak dat het risico van het niet aanvragen van de lozing van APFO/PFOA in het afvalwater bij eiseres ligt, ook al was ten tijde van de aanvraag nog niet bekend dat deze stof in het afvalwater zat. Het betoog dat de onvoorziene milieugevolgen met de activiteit zijn vergund, volgt de rechtbank niet.

7.6.  Anders dan eiseres betoogt, is de rechtbank bovendien van oordeel dat in het dictum van de revisievergunning van 3 oktober 2013 wel degelijk een beperking voor de lozing van APFO/PFOA is opgenomen. In het eerste gedachtestreepje van het dictum van de revisievergunning staat dat deze is verleend voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 3 van de vergunningaanvraag, zijnde onder meer: productie van Teflon PTFE en Teflon FEP. In het dictum zijn vervolgens voorschriften opgenomen waarmee deze activiteiten zijn beperkt. In het derde gedachtestreepje van het dictum staat dat van hoofdstuk 6 van deel 2 van de aanvraag steeds paragraaf 1 tot en met 4 van ieder deelhoofdstuk zijnde ‘Activiteiten’, ‘Relatie met andere processen’, ‘Algemene proceskenmerken’ en ‘Procesbeschrijvingen’ deel uitmaken van de beschikking. De rechtbank leest hierin dat de vergunde activiteiten zijn beperkt in de zin dat zij moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de hiervoor genoemde paragrafen. In paragrafen 6.7.1 en 6.8.1 staat dat APFO/PFOA niet meer wordt geloosd. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat daarmee in het dictum van de revisievergunning de beperking is opgenomen dat bij de vergunde activiteiten geen APFO/PFOA wordt geloosd. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat deze beperking alleen ziet op de lozing van APFO/PFOA wanneer dit als dispergeermiddel wordt gebruikt.

7.7.  De rechtbank overweegt ten slotte dat de omstandigheid dat in een aantal passages in de revisievergunning staat dat het afvalwater APFO/PFOA kan bevatten, niet leidt tot een ander oordeel. Zoals door verweerder onweersproken is toegelicht, heeft het proces tot het verlenen van de revisievergunning lange tijd geduurd en heeft eiseres in die periode verschillende aanvragen gedaan en ingetrokken. De passages op de genoemde pagina’s komen uit een eerdere aanvraag en zijn in de revisievergunning per abuis niet aangepast naar aanleiding van de laatste aanvraag van eiseres. De rechtbank overweegt dat aangezien de lozing van APFO/PFOA niet is aangevraagd en de aanvraag van 29 maart 2013 er vanuit gaat dat er geen APFO/PFOA in het afvalwater zit, de door eiseres genoemde passages in de revisievergunning niet anders kunnen worden verklaard dan dat dit kennelijke verschrijvingen zijn. Eiseres heeft hieraan naar het oordeel van de rechtbank niet de verwachting kunnen ontlenen dat de lozing van APFO/PFOA was vergund.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 11 november 2020 Overzichtsuitspraak relativiteitsvereiste

ABRvS 11 november 2020 Wnb-vergunning voor drie windturbines nabij verkeersknooppunt Galder te Breda, als onderdeel van Windpark A16

ABRvS 4 november 2020 Omgevingsvergunning voor nieuwe stal bij melkgeitenhouderij te Landerd