Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 9 december 2020 (ABRvS 202003088/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing clusterplaatsen minicontainers afval, afvalstoffenverordening, loopafstand/relativiteit
* 9 december 2020 (ABRvS 202001765/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen airco-units, strijd met bpl, geen vergunning (Rb Amsterdam 20/771 en 20/772)
* 9 december 2020 (ABRvS 202001504/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, herstellen woningscheidingswand, ontvankelijkheid, EVRM (Rb Amsterdam 18/7297)
* 9 december 2020 (ABRvS 202001351/1/A3): Awb, Opiumwet; Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Limburg 19/295/ en 19/297)
* 9 december 2020 (ABRvS 202001089/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, milieuvergunning, overlast van vrachtwagens, akoestisch rapport/RBS, bevoegdheid (Rb Gelderland 19/6561 en 19/6562)
* 9 december 2020 (ABRvS 202000883/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitweg, woning, Bor, heiwerkzaamheden/Bouwbesluit (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1902)
* 9 december 2020 (ABRvS 202000717/1/A3): Awb, Opiumwet; waarschuwing, dreigende sluiting woning, drugs (Rb Rotterdam 19/89)
* 9 december 2020 (ABRvS 202000710/1/R4): Awb, Wro; bpl, transformeren bedrijventerrein tot woonlocatie, VNG-brochure/geluidcirkel, verkeersveiligheid
* 9 december 2020 (ABRvS 202000658/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, gasstation met leidingen voor eendenslachterij, strijd met bpl, geen vergunning, omvang beroep (Rb Gelderland 19/1375 en 19/1376)
* 9 december 2020 (ABRvS 202000588/1/R3): Awb, Wro; bpl, wegverbinding, alternatieven, geluid, verkeersgegevens, provinciale omgevingsverordening, verkeersveiligheid, tussenuitspraak
* 9 december 2020 (ABRvS 202000340/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakterras,  aanbouw terecht niet in besluitvorming betrokken, geen bijzonder omstandigheden/privaatrechtelijke belemmering (Rb Amsterdam 19/3207)
* 9 december 2020 (ABRvS 202000225/1/A2): Awb; schadevergoeding, certificaat schip, geen onrechtmatig besluit (Rb Gelderland 19/5433 en nr. 19/5434)
* 9 december 2020 (ABRvS 201908744/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing clusterplaatsen minicontainers afval, afvalstoffenverordening, parkeren, toegankelijkheid
# 9 december 2020 (ABRvS 201908140/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanleggen en afwijken bpl, windturbines, gezondheid/rookpluim afvalverbranding
* 9 december 2020 (ABRvS 201907235/1/R4): Awb, Wro; bpl, paraplu/beleidsregels kamergewijze verhuur, woon- en leefklimaat, max. percentage, tussenuitspraak
* 9 december 2020 (ABRvS 201906539/1/A3): Awb, Gmw, Wok; exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen, belanghebbenden, verlenging, schaarse vergunningen (Rb Limburg 18/1964, 18/1978, 18/1979 en 18/1983)
* 9 december 2020 (ABRvS 201906040/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding varkenshouderij, PAS, Wnb/vvgb, geur/luchtwassers (Rb Gelderland 17/4662)
* 9 december 2020 (ABRvS 201905432/1/R3): Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijfsterrein/verplaatsing milieustraat, VNG-brochure, geluid, geur, stof
* 9 december 2020 (ABRvS 201904131/1/R1 en 201907347/1/R1): Awb, Wbb; vaststelling geval van ernstige bodemverontreiniging/instemming saneringsplan, mandaatbesluit
* 9 december 2020 (ABRvS 201902715/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 9 december 2020 (ABRvS 201901852/1/A3): Awb, Gmw; noodbevel, ontruiming woning, ernstige wanordelijkheden bij woning, EVRM (Rb Gelderland 18/6505)
* 9 december 2020 (ABRvS 201900226/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied/delen bebouwde kommen, kampeermiddelen, jachthaven, bijgebouwen, voorwaardelijke verplichtingen, helikopterluchthaven
* 9 december 2020 (ABRvS 201810032/1/R4, 201810033/1/R4 en 201810034/1/R4 en 202000807/1/R4): Awb, Waterwet; vergunning, waterkrachtcentrale, vergunningplicht, beleidsregel, vissterfte, Bkmw 2009/10%-norm (Rb Oost-Brabant 18/1179, 18/1180, 18/805 en 19/3718)!
* 9 december 2020 (ABRvS 201809266/1/R2): Awb, Wro; bpl, natuurbegraafplaats, landgoed, natuurwaarden/NNB
* 9 december 2020 (ABRvS 201803889/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, spoorwegemplacement, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid, voorschriften (Rb Rotterdam 16/7052)
* 9 december 2020 (ABRvS 201709187/2/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding horeca, parkeren, NEN 2443, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Den Haag 16/9825)
* 8 december 2020 (Rb Limburg ROE 20/2847): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt, belanghebbende, geen stedelijk ontwikkelingsproject
* 8 december 2020 (CBb 19/825, 19/826, 19/664, 19/1825, 19/944, 19/405, 19/1964, 19/533, 19/697, 18/2964, 18/2944, 18/2963, 19/889, 19/404, 19/855, 19/1204, 19/663, 19/1101, 19/895, 19/964, 19/116, 19/89, 19/1191 en 19/1111): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, bedrijfsverplaatsing, knelgevallenregeling, voorzienbaarheid, grondgebondenheid/korting, Nitraatrichtlijn, bevoegdheid, peildatum, diergezondheidsproblemen, alternatieve peildatum, EVRM
* 8 december 2020 (CBb 19/1264, 18/1004 en 19/1629, 18/1714-1720, 18/1190, 18/1191 en 18/1192, 18/1226, 18/1970, 19/864, 19/892, 19/893 en 19/894 en 18/2998): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, referentieaantal, voorzienbaarheid, jongveegetal, uitgeschaard jongvee, startersregeling, knelgevallenregeling, hardheidsclausule, biologische veehouderij
* 7 december 2020 (Rb Gelderland AWB 17/4205, 18/255 en 18/389): Awb, Ffw; faunaschade, graszodenteelt, schade door edelherten, beleidsregels, afrastering
* 7 december 2020 (ABRvS 202005477/2/R1): Awb, Wm; vovo, aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, overlast
* 7 december 2020 (Rb Gelderland ARN 20/5346 en 20/5309): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, permanente bewoning van recreatiewoning, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, persoonsgebonden gedoogbeschikking
* 7 december 2020 (Rb Gelderland AWB 18/6636): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, belanghebbenden, weigering vvgb, aantasting open landschap
* 4 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/5915): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, gestolen goederen, openbare orde, APV
* 4 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/5646 en HAA 20/5925): Awb, Hvw; vovo, handhaving, bestuurlijke boete, woningonttrekking, geen vergunning, ontvankelijkheid, oude/nieuwe huisvestingsverordening
* 4 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2613 en SHE 20/2632): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, lasten onder bestuursdwang, wijzigingen in milieu-inrichting zonder vergunning, zicht op legalisatie, financiële gevolgen
* 3 december 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/6323): Awb, Wegc; vovo, afwijzing als teler, gesloten coffeeshopketen
* 3 december 2020 (EH C-320/19): Prejudiciële verwijzing, handel in broeikasgasemissierechten, nieuwkomers, overgangsregeling, brandstofgerelateerd activiteitsniveau, waarde van de relevante capaciteitsbenuttingsfactor
* 3 december 2020 (EH C-470/19): Conclusie AG, prejudiciële verwijzing, Aarhus, milieu-informatie, gerechtelijke dossiers/optreden in rechterlijke hoedanigheid
* 3 december 2020 (EH C-559/19): Conclusie AG, schending instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna door (illegale) grondwateronttrekking, programma houdt geen rekening met maatregelen ter voorkoming van aantasting van beschermde habitattypen in beschermingszone
* 3 december 2020 (EH C-705/19): Prejudiciële verwijzing, bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, invoer van elektriciteit uit Zwitserland, verplichting tot aankoop groenestroomcertificaten
* 3 december 2020 (Rb Gelderland ARN 20/6329): Awb, Wegc; vovo, afwijzing als teler, gesloten coffeeshopketen
* 3 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9883 VV): Awb, Wegc; vovo, afwijzing als teler, gesloten coffeeshopketen
* 3 december 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2599 en LEE 19/2654): Awb, Nbw; vergunning, veehouderij, Habitatrichtlijn/passende beoordeling, PAS, weiden van vee/uitzondering op vergunningplicht, verbindendheid verordening
* 3 december 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1947): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, horeca met afvoerpijp op dak, Activiteitenbesluit/geur, deskundige, provinciaal beleid
* 2 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/6181): Awb, Wegc; vovo, afwijzing als teler, gesloten coffeeshopketen
* 2 december 2020 (ABRvS 202000412/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, uitspraak in bodemprocedure, geen geding meer
* 2 december 2020 (ABRvS 202003458/3/A3): Awb, Gmw; vovo, inbeslagname hond en herplaatsing, APV, medewerking aan onderzoek/bevoegdheid vovo-rechter/besluit (Rb Noord-Nederland 20/1370 en 20/1371)
* 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/933): Awb, Wabo; handhaving, overtreding geluidvoorschrift, veevoederbedrijf, vergunningpunt, relativiteit
# 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant 20/2161): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning milieu voor verruimen vergund geluidsniveau, veevoederfabriek, niet gerealiseerde maatregel. MTG-waarden, Bor, IPPC/BBT, controlevoorschrift geluid
# 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1649): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouw, afwijken bpl en milieuneutraal veranderen, veevoederfabriek, inrichting, geluid, inzage computermodel/EVRM, Natura 2000/relativiteit, volledigheid/juistheid akoestisch rapport, motivering
* 1 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3004): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning en bedrijfsruimte, drugs, bevoegdheid
* 1 december 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/5828): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 30 november 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/6060): Awb, Wabo; vovo, noodkap, boom, aantasting met zwam, risico, Bomenverordening
* 30 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/50): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, plaatsing digitale reclamemast, welstand
* 25 november 2020 (Rb Rotterdam 10/595582 HA ZA 20-416): BW; onrechtmatige hinder, duivenmelker, geluiden, beperkingen t.a.v. de uitoefening van hobby
* 24 november 2020 (C/09/542226 / HA ZA 17-1149): BW; Wgb, wijziging besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verbindendheid, Verordening Gewasbeschermingsmiddelen, Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden, gebruiksverbod
* 24 november 2020 (Hof Arnhem-Leeuwarden 20/00480): Awb, AWR; zuiveringsheffing, verbindendheid verordening, publicatie NEN-normen
* 20 november 2020 (Rb Limburg AWB 19/2715): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitweg, ontvankelijkheid in bezwaar, Wet Bibob
* 17 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/361): Awb, Wabo; uitbreiden van een bedrijfsruimte en het verbreden van een inrit, Wet Bibob, evenredigheid, tussenuitspraak
* 17 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/5127): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor herinrichten begraafplaats, geen spoedeisend belang
* 17 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1285 en SHE 19/1366 EINDUITSPRAAK): Awb, Waterwet; grondwateronttrekking, frisdrankenfabriek, beleidsregel, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 16 november 2020 (Rb Limburg AWB 19/1328): Awb, Wgv, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, staken gebruik paddocks/uitlopen paarden, strijd met geurverordening en Activiteitenbesluit, bevoegdheid
* 16 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/2621): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 27 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6603 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, afsluiting perceel met hekwerk, eerdere beroepszaken en uitspraak RvS, belanghebbende, procesbelang, ontvankelijkheid
* 29 september 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/6211): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen en herplantplicht, advies bomendeskundige, beleidsregels, nader onderzoek, motivering
* 17 augustus 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4977): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting bedrijfspand, drugs, bevoegdheid
* 21 februari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 18/4445): Awb, Gmw; exploitatievergunning, verhuur boten, Dienstenrichtlijn, havenverordening

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

# 9 december 2020 (ABRvS 201908140/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanleggen en afwijken bpl, windturbines, gezondheid/rookpluim afvalverbranding
9.5.    Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het rgaan de adviseur een reactie op wat de partij over het advies heeft aangevoerd.

In dit geval zijn door het college en het waterschap meerdere onderzoeken gedaan. De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of het betoog van [appellant] en anderen, onder verwijzing naar het onderzoek van Whiffle, de uitkomsten van de rapporten van het college en het waterschap ondergraaft en wel in die mate dat dit leidt tot de conclusie dat het college vanwege de gezondheidseffecten niet in redelijkheid medewerking aan het project kon verlenen. De Afdeling beantwoordt die vraag ontkennend. De Afdeling betrekt daarbij het deskundigenbericht dat door de STAB is uitgebracht. In het bijzonder betrekt de Afdeling daarbij de opmerkingen van de STAB dat het door Whiffle gebruikte model in eerste instantie bedoeld is voor meteorologische verspreiding en niet voor verspreiding van verontreinigende stoffen, dat voor het door Whiffle gebruikte model geen goedkeuring is verleend door het ministerie voor gebruik als verspreidingsmodel voor luchtverontreinigende stoffen volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, en dat het model nog niet is gevalideerd. De Afdeling heeft begrip voor de zorgen van [appellant] en anderen over de mogelijke effecten van de windturbines in combinatie met de afvalverbrandingsinstallatie. De Afdeling ziet in wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat getwijfeld moet worden aan de uitkomsten van de onderzoeken van het waterschap en het college. Het deskundigenbericht van de STAB onderschrijft de conclusie dat er weliswaar sprake zal zijn van een geringe toename aan luchtverontreinigende stoffen in Lathum, maar dat die toename verwaarloosbaar is ten opzichte van de heersende achtergrondniveaus. Er wordt nog ruim binnen de grenswaarden ter bescherming van de gezondheid van de mens gebleven. De conclusie van de Afdeling is dus dat er in het betoog over de gestelde gezondheidseffecten geen grond wordt gevonden voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid een omgevingsvergunning voor het project kon verlenen.

Het betoog faalt.

* 9 december 2020 (ABRvS 202001504/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, herstellen woningscheidingswand, ontvankelijkheid, EVRM (Rb Amsterdam 18/7297)
5.    Voor zover [appellant] betoogt dat de rechtbank niet is ingegaan op het betoog dat het college in strijd heeft gehandeld met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 14 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), overweegt de Afdeling dat de rechtbank niet kon toekomen aan een beoordeling van dit betoog van [appellant], aangezien de rechtbank het besluit van 12 maart 2013 reeds om een andere reden had vernietigd, namelijk omdat het college het bezwaar van [appellant] ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard.

  1. Voor zover [appellant] betoogt dat de afwijzing van het verzoek om heroverweging van het besluit van 12 maart 2013 door het college in strijd is met voornoemde artikelen, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar haar uitspraak van 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1362, onder 5.1., dat de bezwaarprocedure niet te beschouwen is als een procedure waar het in artikel 6 van het EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces op ziet. De bezwaarprocedure is een vorm van verlengde besluitvorming door het bestuursorgaan en geen proces ten overstaan van een onafhankelijke rechter. Van schending van artikel 6 van het EVRM kan dan ook reeds hierom geen sprake zijn. Aangezien geen sprake is van een schending van artikel 6 van het EVRM, is een schending van artikel 13 van het EVRM in samenhang daarmee evenmin aan de orde. Voor artikel 14 van het IVBPR geldt, gelet op de tekst van deze bepaling, hetzelfde uitgangspunt.

Het betoog faalt.

* 9 december 2020 (ABRvS 201906040/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding varkenshouderij, PAS, Wnb/vvgb, geur/luchtwassers (Rb Gelderland 17/4662)
2.2.    Bij uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, heeft de Afdeling, in vervolg op het arrest van het Hof van 7 november 2018, een oordeel gegeven over het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 en de daarop gebaseerde regelgeving. In die uitspraak wordt onder 33 tot en met 33.3 aandacht geschonken aan de aanvaardbaarheid van de uitzondering op de vergunningplicht voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken die een bepaalde grenswaarde niet overschrijden. Overwogen is dat de vastgestelde grenswaarde onverbindend is en dat dit betekent dat activiteiten die met toepassing van de uitzondering op de vergunningplicht zonder vergunning zijn gerealiseerd of verricht, alsnog vergunningplichtig zijn en dat dit ook geldt voor activiteiten waarvoor de meldingsplicht gold.

Het voorgaande betekent dat het college de omgevingsvergunning niet kon verlenen onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo, gelezen in verbinding met artikel 2.2aa, eerste lid, van het Bor. De rechtbank heeft dit terecht overwogen. Dat de uitspraak van 29 mei 2019 dateert van na het besluit van 21 december 2017 betekent niet dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit voor vernietiging in aanmerking komt.

Het betoog faalt in zoverre.

2.3.    Bij besluit van 6 augustus 2020 hebben gedeputeerde staten een Wnb-vergunning verleend aan de maatschap naar aanleiding van de aanvraag daartoe van de maatschap op 6 juni 2019. [partij] en anderen hebben niet betwist dat deze aan de maatschap verleende Wnb-vergunning ziet op het in deze procedure van de verleende omgevingsvergunning aangevraagde gebruik. Deze aanvraag was ingediend voorafgaand aan de behandeling van de zaak ter zitting van de rechtbank. De rechtbank had daarom de aanvraag bij de beantwoording van de vraag of de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand kunnen blijven moeten betrekken. Nu de aanvraag om Wnb-vergunning ten tijde van de rechtbankuitspraak van 23 juli 2019 was ingediend bij gedeputeerde staten, is geen sprake van een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa van het Bor en was het college niet gehouden om een verklaring van geen bedenkingen te vragen aan gedeputeerde staten. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Nu dit gebrek geen herstel meer behoeft zal de Afdeling doende wat de rechtbank had behoren te doen de overige beroepsgronden behandelen om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.

Het betoog slaagt.

* 9 december 2020 (ABRvS 201810032/1/R4, 201810033/1/R4 en 201810034/1/R4 en 202000807/1/R4): Awb, Waterwet; vergunning, waterkrachtcentrale, vergunningplicht, beleidsregel, vissterfte, Bkmw 2009/10%-norm (Rb Oost-Brabant 18/1179, 18/1180, 18/805 en 19/3718)
6.3.    De in de kaderrichtlijn water opgenomen milieudoelstellingen zijn onder meer het voorkomen van een achteruitgang en het beschermen, verbeteren en herstellen van de ecologische toestand van oppervlaktewaterlichamen. In bijlage V, onder 1.1.1 en 1.2.1, worden als kwaliteitselementen voor de klasse-indeling naar ecologische toestand in rivieren onder meer de riviercontinuïteit (onder andere onverstoorde migratie van waterorganismen) en de samenstelling, abundantie (mate van voorkomen/aanwezigheid) en leeftijdsopbouw van de visfauna genoemd.     De 10%-norm beoogt de schadelijke effecten van waterkrachtcentrales op de visstand voor zalm en schieraal te beperken en de stabiliteit van deze soorten te garanderen. De 10%-norm is mede gericht op de bescherming en verbetering van de gehele Nederlandse populatie. Zoals ook in de toelichting op de Beleidsregel is opgemerkt is vissterfte nadrukkelijk een component die betrekking heeft op de ecologische waterkwaliteit.

Gelet hierop en in het licht van wat in de kaderrichtlijn water onder de toestand van oppervlaktewaterlichamen wordt verstaan, is de Afdeling van oordeel dat de 10%-norm een norm is voor de ecologische kwaliteit van watersystemen, als bedoeld in artikel 2.10 van de Waterwet. Dit betekent dat de 10%-norm krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer moet worden vastgesteld.

Het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (hierna: Bkmw 2009) is een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en bevat regels ter uitvoering van de milieudoelstellingen van de kaderrichtlijn water. Artikel 16 van het Bkmw 2009 gaat over de achteruitgang van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Er zijn in het Bkmw 2009 echter geen normen voor vissterfte vanwege het in werking zijn van waterkrachtcentrales opgenomen. De 10%-norm is ook niet gebaseerd op of afgeleid van een bepaling in het Bkmw 2009.

Het staat derhalve vast dat de 10%-norm niet krachtens artikel 5.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer bij algemene maatregel van bestuur is vastgesteld. Evenmin is de 10%-norm, voor zover deze kan worden beschouwd als een maatregel ter voorkoming van achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewaterlichamen die in verband met de uitvoering van de verplichtingen van de kaderrichtlijn water is aangewezen, overeenkomstig artikel 5.2b, vierde lid, van de Wet milieubeheer opgenomen in het nationale waterplan, een regionaal plan of een beheersplan, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, respectievelijk 4.4, eerste lid en 4.6, eerste lid, van de Waterwet. Hieruit volgt dat de 10%-norm in strijd met artikel 2.10 van de Waterwet niet krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is vastgesteld. De 10%-norm kan dan ook niet aan Vattenfall worden tegengeworpen. De minister heeft daarom ten onrechte aan de

10%-norm getoetst en de vergunningverlening, de tijdelijkheid van de vergunning en een groot deel van de vergunningvoorschriften daarop gebaseerd. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

* 4 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 20/5646 en HAA 20/5925): Awb, Hvw; vovo, handhaving, bestuurlijke boete, woningonttrekking, geen vergunning, ontvankelijkheid, oude/nieuwe huisvestingsverordening
6.1  De voorzieningenrechter heeft verweerders betoog in het verweerschrift aldus begrepen dat hij de voorzieningenrechter niet bevoegd acht om de boetebesluiten en daarmee de betalingsverplichting van verzoekers hangende bezwaar te schorsen omdat de boetebesluiten direct na de bekendmaking zouden zijn uitgewerkt. De betalingsverplichting vindt, aldus verweerder, zijn grondslag in artikel 4:87 van de Awb en niet in de boetebesluiten zelf. Het verzoek moet daarom niet ontvankelijk worden verklaard, aldus verweerder.

6.2  Vorenstaand betoog wordt verworpen. Met de besluiten van 29 september 2020 is immers aan verzoekers een bestuurlijke boete opgelegd inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom op grond van artikel 5:40, eerste lid, van de Awb en artikel 24 van de Huisvestingsverordening. De betalingsverplichting vloeit rechtstreeks voort uit de boetebesluiten. Anders dan verweerder lijkt aan te nemen, is bij een boetebesluit, anders dan een verbeurde dwangsom op grond van een last onder dwangsom, geen afzonderlijke invorderingsbeschikking aan de orde. Verweerder heeft in zijn brief van 3 november 2020 aangegeven dat hij geen aanleiding ziet over te gaan tot inwilliging van het verzoek om de betalingstermijn voor de boetes op te schorten tot aan de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de voorzieningenrechter bevoegd is om ex artikel 8:81, eerste lid, van de Awb hangende bezwaar een voorlopige voorziening te treffen die bestaat uit schorsing van het boetebesluit waardoor de betalingsverplichting wordt opgeschort, indien daarvoor aanleiding bestaat. Dat verweerder naar aanleiding van het daartoe door verzoekers gedane verzoek of naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening ook zelf de besluiten of de betalingsverplichting hangende het bezwaar had kunnen opschorten, maakt dat niet anders.

6.3  Het verzoek om een voorlopige voorziening kan onder meer worden toegewezen indien de voorzieningenrechter twijfels heeft over de rechtmatigheid van de boetebesluiten. Ter beantwoording van die vraag zal de voorzieningenrechter allereerst ingaan op de vraag of er sprake is van onttrekking van woonruimte.
9.1  Gelet op het vorenstaande gaat de voorzieningenrechter er van uit dat de onttrekking ergens in 2018 heeft plaatsgevonden en derhalve vóór de inwerkingtreding van het verbod op 1 april 2019 om woonruimten zonder vergunning aan de bestemming tot bewoning te onttrekken. Ten tijde van de onttrekking van de woonruimte aan het woningenbestand door het bg-appartement in zijn geheel in gebruik te nemen ten behoeve van de toeristische verhuur, dan wel het betrekken van dat afzonderlijke appartement bij het appartement op de eerste verdieping, kon op grond van de toen geldende Huisvestingsverordening geen boete worden opgelegd. Op dat moment was er immers geen sprake van een strafbaar feit.

9.2  De voorzieningenrechter is zich er van bewust dat het verbod van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet – anders dan artikel 16, eerste en derde lid van de Huisvestingsverordening – niet alleen ziet op het zonder vergunning aan de bestemming tot bewoning onttrekken, maar ook op het onttrokken houden. Het is echter de vraag of het enkele onttrokken houden vanaf een moment vóór het van toepassing worden van de strafbepaling in Zandvoort (zonder dat sprake is van een strafbare onttrekking omdat het verbod ten tijde daarvan nog niet gold), het opleggen van een bestuurlijke boete kan rechtvaardigen. Gelet hierop bestaan er bij de voorzieningenrechter twijfels over de rechtmatigheid van de boetebesluiten en ziet hij in het vorenstaande voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen en de boetebesluiten te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Hetgeen voor het overige naar voren is gebracht – waaronder het aldus begrepen beroep van verzoekers op het vertrouwensbeginsel – kan thans onbesproken blijven.

# 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1649): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouw, afwijken bpl en milieuneutraal veranderen, veevoederfabriek, inrichting, geluid, inzage computermodel/EVRM, Natura 2000/relativiteit, volledigheid/juistheid akoestisch rapport, motivering
* 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/933): Awb, Wabo; handhaving, overtreding geluidvoorschrift, veevoederbedrijf, vergunningpunt, relativiteit

# 2 december 2020 (Rb Oost-Brabant 20/2161): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning milieu voor verruimen vergund geluidsniveau, veevoederfabriek, niet gerealiseerde maatregel. MTG-waarden, Bor, IPPC/BBT, controlevoorschrift geluid
3.4  De rechtbank heeft zelf niet de beschikking over het softwarebestand met het rekenmodel en de rechtbank heeft hier ook niet om gevraagd. Voor de vraag of het rekenmodel aan eisers moet worden verstrekt, moet worden beoordeeld of het rekenmodel een op de zaak betrekking hebbend stuk is, waar alle partijen kennis van moeten kunnen nemen. De rechtbank beantwoordt deze vraag aan de hand van een arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2018 (ECLI:NL:HR:2018:672). In rechtsoverweging 3.4.3 van dit arrest heeft de Hoge Raad het volgende overwogen: “Gelet op de hiervoor in 3.4.1 omschreven strekking van artikel 8:42, lid 1, Awb is de in die bepaling neergelegde verplichting om de voor de beoordeling van de zaak van belang zijnde gegevens over te leggen niet beperkt tot op papier vastgelegde gegevens. Die verplichting ziet ook op in elektronische vorm vastgelegde, op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder begrepen grafische weergaven en afbeeldingen, die – op papier of in andere vorm – leesbaar of anderszins waarneembaar kunnen worden gemaakt. Deze in elektronische vorm vastgelegde gegevens moeten worden gerekend tot de stukken in de zin van artikel 8:42, lid 1, Awb. Tot die stukken behoren daarentegen in beginsel niet softwareprogramma’s en andere elektronische systemen voor gegevensopslag, -bewerking, -–verwerking of -beheer, aangezien dergelijke programma’s en systemen als zodanig geen op een zaak betrekking hebbende gegevens plegen te bevatten.”

3.5  Gelet op dit arrest beschouwt de rechtbank de inputgegevens in het model wel als inlichtingen, respectievelijk stukken die op de zaak betrekking hebben en waar eisers toegang toe zouden moeten hebben. Eisers hebben deze toegang echter al gehad, omdat het volledige rapport van Cauberg Huygen (met als bijlagen de inputgegevens) in de procedure is gebracht. De rechtbank beschouwt het softwarebestand met het computermodel waar deze gegevens zijn ingevoerd, niet als een op de zaak betrekking hebbend stuk of inlichting en ziet daarom geen aanleiding om de StAB dan wel vergunninghoudster te verzoeken dit softwarebestand ter beschikking aan eisers te stellen.

3.6  De tweede vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of eisers worden belemmerd in het proces in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De rechtbank heeft de StAB om advies gevraagd. De StAB heeft een advies uitgebracht met een uitgebreide en gedetailleerde samenvatting van de akoestische onderzoeken van Cauberg-Huygen. Hierbij heeft de StAB het rekenmodel CH2018 beschreven. De StAB heeft aangegeven dat als basis voor dit model een rekenmodel is gebruikt uit een eerder rapport van Cauberg Huygen uit 2014 (rapport CH2014). De StAB heeft vervolgens alle wijzigingen benoemd die in het onderliggende rekenmodel voor het rapport CH2018 ten opzichte van het rekenmodel voor het rapport CH2014 hebben plaatsgevonden. De StAB heeft zelf ook berekeningen gemaakt in antwoord op de tweede vraag van de rechtbank. Ook hierbij heeft de StAB precies aangegeven welke wijzigingen zij heeft aangebracht in het rekenmodel voor het rapport CH2018. Tot slot heeft de StAB aangeboden aan partijen om inzage te geven in de modellen op het kantoor van de StAB. Eisers hebben aangegeven dat zij dan kosten moeten maken om hun deskundige te laten reizen naar het kantoor van de StAB en dat er meer tijd nodig is voor een gedegen onderzoek. De rechtbank kan zich best voorstellen dat het voor eisers makkelijker is om het computermodel te hebben. De rechtbank is echter ook van oordeel dat het uit oogpunt van een goede proceseconomie gemakkelijk verifieerbaar moet blijven welke wijzigingen in het computermodel worden aangebracht. Omdat de StAB in haar advies uitvoerig is ingegaan op de wijzigingen die zij in het model heeft aangebracht en gelet op het feit dat in de rapporten CH2014 en CH2018 de uitgangsgegevens voor de invoer in het computermodel zijn genoemd, is voor eisers voldoende kenbaar en verifieerbaar hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding om het computermodel, dat niet een op de zaak betrekking hebbend stuk is, in handen te stellen van eisers met als doel de berekening van de StAB nog eens over te doen. De berekening is bij de StAB als onafhankelijke gerechtsdeskundige in goede handen. 3.7 De rechtbank is van oordeel dat met de mogelijkheid van uitleg en toelichting door de StAB voldoende is geborgd dat een eerlijk proces plaatsvindt en dat eisers hiermee voldoende mogelijkheden hebben gehad om te kunnen reageren op het advies van de StAB.

3.8  De rechtbank wijst het verzoek van eisers daarom af.

* 24 november 2020 (C/09/542226 / HA ZA 17-1149): BW; Wgb, wijziging besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verbindendheid, Verordening Gewasbeschermingsmiddelen, Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden, gebruiksverbod
5.5  Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de artikelen 78 en 80a Wgb geen grondslag bieden voor het Besluit. Artikel 80a Wgb en artikel 12 Richtlijn bieden slechts een grondslag voor het nemen van risicobeheersmaatregelen in specifieke, nader omschreven gebieden. Het Besluit heeft een veel bredere strekking en is dus van een andere orde dan de maatregelen waarvoor artikel 80a Wgb een grondslag biedt. Weliswaar kunnen de in artikel 12 Richtlijn genoemde gebieden ook worden bestreken door het Besluit, maar vanwege het geheel andersoortige karakter van het Verbod brengt die min of meer toevallige omstandigheid niet mee dat moet worden geoordeeld dat het Besluit op artikel 80a Wgb is gebaseerd. In de Nota van Toelichting bij het Besluit is in dit verband terecht opgemerkt dat het gebruiksverbod verder gaat dan de gebiedsgerichte (minimum) eisen van de artikelen 11 en 12 van de Richtlijn. Het gegeven dat het Verbod ook de in artikel 12 van de Richtlijn genoemde gebieden omvat kan daarom niet leiden tot de conclusie dat het Besluit op artikel 12 Richtlijn en artikel 80a Wgb is gebaseerd.

5.6  Artikel 14 van de Richtlijn verplicht lidstaten maatregelen te nemen om bestrijding met een lage pesticideninzet te bevorderen en voorrang te geven aan niet-chemische methoden. Het tweede lid bepaalt niet meer dan dat lidstaten de noodzakelijke voorwaarden scheppen, of steun verlenen voor het in de praktijk brengen van geïntegreerde gewasbescherming. Het artikel legt daarmee de algemene beginselen van geïntegreerde gewasbescherming vast, maar voorziet niet in een verbod zoals in het Besluit is neergelegd. In de Nota van Toelichting bij het Besluit is terecht opgemerkt dat “met betrekking tot artikel 14 (van de Richtlijn) kan worden geredeneerd dat het gebruiksverbod daar niet expliciet uit voortvloeit.” Op zichzelf is juist dat, zoals de Staat heeft aangevoerd, artikel 14 Richtlijn de lidstaat de keuze laat ten aanzien van de te nemen maatregelen, maar dat laat onverlet dat, zoals de rechtbank terecht overwoog, artikel 14 Richtlijn betrekking heeft op het verlagen van pesticideninzet en niet op een verbod op professioneel gebruik buiten de land- en tuinbouw. Artikel 78 Wgb verwijst slechts naar artikel 14 van de Richtlijn en heeft dus geen verder strekkende werking. Artikel 78 Wgb en artikel 14 Richtlijn bieden dan ook geen grondslag voor een verbod zoals door het Besluit in het leven is geroepen.

5.7  Dit betekent dat noch in artikel 78, noch in artikel 80a Wgb een grondslag is te vinden voor het Besluit. Zoals hiervoor reeds is overwogen, biedt artikel 193 VWEU, anders dan de rechtbank oordeelde, geen zelfstandige of aanvullende grondslag voor een door de regering vast te stellen algemeen verbindend voorschrift. Een andere opvatting zou de artikelen 78 en 80a Wgb ook overbodig maken voor de wel door die artikelen bestreken gevallen. De conclusie is dan ook dat een deugdelijke grondslag voor het Besluit ontbreekt. Het gegeven dat de Europese Commissie het Besluit en het Verbod gerechtvaardigd en in overeenstemming met het Unierecht acht, zoals de Staat heeft aangevoerd, heeft voor de interne bevoegdheid van de regering om een algemeen verbindend voorschrift uit te vaardigen zoals het Besluit, dan ook geen relevantie zolang er in de Wgb geen basis voor een dergelijk algemeen verbindend voorschrift is te vinden.

5.8  Daarmee slaagt grief 2 en is de primaire vordering is toewijsbaar.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 25 november 2020: Besluit met betrekking noodzaak spoedige bodemsanering
ABRvS 4 november 2020: een beslissing op grond van de Schaderegeling Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg is een besluit in de zin van de Awb
ABRvS 25 november 2020: Bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor Windpark Jacobahaven, aanbevelingen van de WHO over omgevingsgeluid