Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 16 december 2020 (ABRvS 202004364/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Overijssel 19/1910)
* 16 december 2020 (ABRvS 202002519/1/R1): Awb, Wro; bpl, woning met B&B, motivering
* 16 december 2020 (ABRvS 202002486/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, hinder
* 16 december 2020 (ABRvS 202002347/1/R4): Awb; invordering dwangsom, recreatiewoning (Rb Gelderland  19/4947)
* 16 december 2020 (ABRvS 202001566/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning, herhaalde aanvraag, geen gewijzigde omstandigheden (Rb Gelderland 19/2192)
* 16 december 2020 (ABRvS 202001467/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, geluid, motivering
* 16 december 2020 (ABRvS 202001402/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, carport. Strijd met bpl, ontvankelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/191)
* 16 december 2020 (ABRvS 202001320/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, plaatsing tuinhuizen en schuttingen, belanghebbenden, ontvankelijkheid, omgevingsvergunningvrij (Rb Rotterdam 18/4659)
* 16 december 2020 (ABRvS 202001051/1/R3): Awb, Wro; bpl, school, geluidhinder, VNG-brochure, parkeren, verkeershinder
* 16 december 2020 (ABRvS 202001048/1/A3): Awb, Wlv; handhaving, vliegveld, overtreding omzettingsregeling (Rb Noord-Nederland 19/1232)
* 16 december 2020 (ABRvS 202000632/1/R1 en 202000634/1/R1): Awb, Wlv; vvgb, bouwplan, LIB, begrip bestaand stedelijk gebied/Bro, geluid, precedentwerking (Rb Noord-Holland 18/3178, 18/4571, 18/3151 en 18/3191)
* 16 december 2020 (ABRvS 202000630/1/R1): Awb; invordering dwangsommen, bewoning kassencomplex (Rb Amsterdam 19/872)
* 16 december 2020 (ABRvS 202000614/1/A3): Awb, DHW, Gmw; DHW- en exploitatievergunning, slecht levensgedrag (Rb Gelderland 19/5703,19/5711,19/6159 en 19/6972)
* 16 december 2020 (ABRvS 202000101/1/R2): Awb, Wnb; vergunningen, veehouderijen, proceskostenveroordeling, samenhangende zaken (Rb Noord-Nederland 17/4298, 19/2576, 19/2577, 19/2578, 19/2579, 19/2580, 19/2581, 19/2582, 19/2583, 19/2584, 19/2585, 19/2586, 19/2587, 19/2588, 19/2589, 19/2590, 19/2591, 19/2592, 19/2593, 19/2594, 19/2595, 19/2596 en 19/2597)
* 16 december 2020 (ABRvS 201908898/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, luchtwasser bij stal, belanghebbende, samenhang met milieuvergunning, relativiteit (Rb Limburg 18/3005 en 18/3076)
* 16 december 2020 (ABRvS 201908705/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbouw, strijd met beheersverordening (Rb Midden-Nederland 19/1939)
* 16 december 2020 (ABRvS 201907840/1/A2): Awb; schadevergoeding, overlast, verloren civiele procedure door toedoen burgemeester, causaal verband (Rb Noord-Holland 19/245)
* 16 december 2020 (ABRvS 201906703/1/A3): Awb, Hvw; vergunning, gebruik als tweede woning, verordening, verbindendheid, EVRM (Rb Zeeland-West-Brabant 18/5576)
* 16 december 2020 (ABRvS 201906465/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, hinder, alternatieve locaties
* 16 december 2020 (ABRvS 201906309/1/R4): Awb, Wro; bpl, zonnepark, belanghebbenden, duurzaamheidsbeleid, alternatieve locaties
* 16 december 2020 (ABRvS 201906159/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, veranderingen aanbouw, Bor, vergunningplicht, reikwijdte handhavingsverzoek (Rb Noord-Nederland 18/4045)
* 16 december 2020 (ABRvS 201905316/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassingen woning, isoleren dak, anders plaatsen schoorstenen (Rb Noord-Nederland 18/2106)
* 16 december 2020 (ABRvS 201905304/1/R3): Awb, Ww; handhaving, houtstook, Bouwbesluit, EVRM, STAB-notitie (Rb Overijssel 18/2201)
* 16 december 2020 (ABRvS 201905127/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten van aanbouw en het realiseren van dakkapel, penbaarheid uitspraak Rb, privacy en schaduwwerking, welstand (Rb Midden-Nederland 18/3548, 18/3554, 18/3792 en 18/3796)
* 16 december 2020 (ABRvS 201904531/1/R2): Awb, Wro; bpl/exploitatieplan, uitbreiding bedrijventerrein, omvang van de gronden met een groen- en natuurbestemming, NNB, saldobenadering, provinciale verordening, compensatie, voormalige stortplaats
* 16 december 2020 (ABRvS 201903864/2/R2): Awb, Wro; bpl, geurcontour, Wgv, verbeelding, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 16 december 2020 (ABRvS 201900349/5/R3): Awb, Tracéwet; Tracébesluit, bomencompensatie, wegrestaurant, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
# 16 december 2020 (ABRvS 201806136/1/R1 en 201806358/1/R1): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woningen, behoefte, spuitzones, onderzoeken, geluid, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, parkeren, relativiteit
* 15 december 2020 (ABRvS 202003326/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, ruimte-voor-ruimte-woningen, interim omgevingsverordening
* 15 december 2020 (ABRvS 202003858/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, landelijke gebied, bedrijfsloods, VNG-brochure, afstand
* 15 december 2020 (ABRvS 202005693/2/R3 en 202005687/2/R3): Awb, Gmw, Wabo; vovo, exploitatievergunning/omgevingsvergunning, horeca, verruiming openingstijden, strijd met bpl (Rb  Den Haag 19/5156 en 20/3550)
* 15 december 2020 (ABRvS 202005911/2/R3): Awb, BP; vovo, gedoogplicht, aanleg 380 kV-lijn, minder belemmerende wijze van uitvoering, EVRM, schadevergoeding
* 15 december 2020 (ABRvS 202006101/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementencomplex, cultuurhistorische waarden, vleermuizen, duizendknoop
* 15 december 2020 (ABRvS 202006148/2/R1): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt met parkeerterrein, wateroverlast, parkeren
* 15 december 2020 (CBb 18/2764, 19/31, 19/969, 19/861 en 19/858): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, bedrijfsverplaatsing, knelgevallenregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, diergezondheidsproblemen, alternatieve peildatum, EVRM
* 15 december 2020 (CBb 8/566, 18/1121, 18/1122, 18/1123 en 18/1124, 18/1972, 18/1181, 18/1182, 18/1183, 18/1184 en 18/1185, 18/1965, 19/30, 19/29, 18/2994, 18/2153, 18/2162, 19/194, 19/117, 19/1259 en 19/1265): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, referentieaantal, voorzienbaarheid, startersregeling, knelgevallenregeling, hardheidsclausule
* 15 december 2020 (Hof Arnhem-Leeuwarden 200.136.491/01): BW; onrechtmatige daad, niet tijdig een aantal schotten uit een duiker te halen i.v.m. afvoer van het overtollig regenwater, gewasschade, causaal verband, onafhankelijkheid deskundige, Leidraad deskundigen in civiele zaken.
* 14 december 2020 (Rb Gelderland ARN 20/6455): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, zwaar illegaal vuurwerk, bevoegdheid
* 14 december 2020 (ABRvS 202005553/2/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen woonunit, mantelzorg/ Bor, geen vergunning, ordemaatregel, begunstigingstermijn (Rb Oost-Brabant 19/2205 en 19/2765)
* 11 december 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/613): Awb, Gmw; terrasvergunning, op pothuis/dakterras, planregels, veiligheid terrasbezoekers, motivering
* 11 december 2020 (Rb Limburg AWB 20/2765): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, APV/ontheffing, verzorging koikarpers, toezegging
* 10 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1330): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfsgebouw, welstand
* 10 december 2020 (EH C-617/19): Conclusie AG, prejudiciële verwijzing, handel in broeikasgasemissierechten, overdracht WKK, weigering om aanpassing van de broeikasgasemissievergunning”
* 10 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3800): Awb, Wabo, Gmw; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen/handhaving, woning in kerktuin, bouwpeil en -hoogte, ophoging terrein
* 9 december 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3328): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, onthouden van evenement in themapark, Noodverordening COVID-19
* 9 december 2020 (ABRvS 202000710/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, uitspraak in hoofdzaak reeds gedaan
* 9 december 2020 (ABRvS 202005090/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, ruimte-voor-ruimte-woning, ruimtelijke kwaliteit
* 9 december 2020 (ABRvS 202006353/1/R1 en 202006354/1/R1): Awb, Wbb, Gmw; vovo, lasten onder bestuursdwang, opslag blusschuim/-water in IBC’s
* 9 december 2020 (Rb Den Haag C/09/600364 / KG ZA 20-933): BW; kort geding, staatsteun KLM, strengere klimaatvoorwaarden, terugdringen uitstoot van CO2, Urgenda, EVRM, Kyoto, ICAO
* 9 december 2020 (Rb Overijssel AWB 20/2205): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 8 december 2020 (Rb Den Haag SGR 19/7552): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitweg, woonappartementen in kantoorgebouw, extra bouwlaag, Bor, parkeren, cultuurhistorische lijnstructuur, welstand, Bouwbesluit/relativiteit
* 7 december 2020 (Rb Den Haag SGR 20/6569): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor aanleggen in- en uitrit, realiseren duiker, geen spoedeisend belang
* 7 december 2020 (Rb Den Haag C/09/601364 / KG ZA 20-1001): BW; kort geding, onder edeverklaring, veiligheid 5G netwerk, schade aan volksgezondheid, onrechtmatig handelen, relativiteit
* 7 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4293): Awb, Wegc; vovo, afwijzing als teler, gesloten coffeeshopketen
* 7 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3433 en HAA 19/3127): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitweg, woningen, ontbreken tussenruimte/Bouwbesluit/bpl, welstand, parkeren auto’s en fietsen, bouwhoogte, brandveiligheid/relativiteit
* 4 december 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/5859 en AMS 20/5860): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten omgevingsvergunning voor kappen van boom, bomen effect analyse, verordening, herplantplicht
* 3 december 2020 (Rb Oost-Brabant 19/3030): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsommen, verwerken mest en afvalstoffen, EURAL code, acceptatiecriteria/A&V beleid, heroverweging van besluiten met herstelsancties, vrees voor herhaling
* 1 december 2020 (Rb Den Haag SGR 20/4547 en 20/4545): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, strijd met bpl, opslag auto’s/gastuinbouw, eigen gebruik, motivering
* 1 december 2020 (Hof Amsterdam 19/00561): Awb, AWR; afvalstoffenheffing, WOZ, ontvankelijkheid, Wm niet in strijd met gelijkheidsbeginsel, Grondwet en EVRM
* 30 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 19/2170): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, landbouwwinkel met dierenafdeling, detailhandelsvisie, vvgb, motivering
* 26 november 2020 (Rb Limburg ROE 20/427): Awb, Wvw; verkeersbesluit, overlast, onderzoek, autoluw maken, motivering
* 24 november 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/2642 en 20/2857): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen, luchtzuiverende kwaliteit, APV, bomendeskundige, motivering
* 10 november 2020 (Rb Den Haag SGR 19/3198): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, ondergrondse entree naar parkeergarages van nieuw winkelgebied en hotel alsmede ondergrondse fietsenstalling, verschillende fases, vvgb, motivering
* 28 oktober 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2964): Awb, BP: gedoogbeschikking van rechtswege, uitvoeren van verkennend booronderzoek, geen besluit, ontvankelijkheid
* 17 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/314 en UTR 20/510): Awb, Hvw, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom/bestuurlijke boet, woningvorming en geen omgevingsvergunning, verbouwen woning tot vijf woonruimten, motivering
* 24 augustus 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4668): Awb, Wvw; verkeersbesluit, plaatsing laadpaal voor elektrische voertuigen, locatie, overlast
* 19 augustus 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3692): Awb, Ww, Gmw; handhaving, dwangsommen, Bouwbesluit, o.a. brandmelders en deurbel
* 9 januari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/121): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor strijdig gebruik, bevoegdheid, termijn
* 8 juli 2019 (Rb Midden-Nederland UTR 18/4638): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning, bouwvlak, belanghebbende, ontvankelijkheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 16 december 2020 (ABRvS 202001048/1/A3): Awb, Wlv; handhaving, vliegveld, overtreding omzettingsregeling (Rb Noord-Nederland 19/1232)!
5.3.    Gelet op deze definitie van het begrip ‘luchthaven’ moeten onder ‘gebruik […] van de luchthaven’ in artikel 4 van de Omzettingsregeling ook ‘bewegingen van luchtvaartuigen op de grond’ die verband houden met ‘het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen’ worden begrepen. Dit betekent dat de bewegingen van een vliegtuig die gerelateerd zijn aan het uitvoeren van een start of landing, onder ‘gebruik van de luchthaven’ vallen. Hieronder valt dus niet alleen het uitvoeren van starts en landingen, maar ook het taxiën en het uitvoeren van de ‘engine run-up’. Voor dit oordeel vindt de Afdeling mede van belang dat in de extensiebepalingen uitdrukkelijk wordt gesproken over ‘starts’ en ‘landingen’, terwijl in het eerste lid is volstaan met de algemene term ‘gebruik’.

De Afdeling volgt de minister niet in zijn standpunt dat deze uitleg het onmogelijk maakt gebruik te maken van de extensiebepalingen. De Afdeling begrijpt de extensiebepalingen zo, dat het gebruiksverbod dat is neergelegd in het eerste lid, waaronder dus het verbod om te taxiën en het verbod om een ‘engine run-up’ uit te voeren, niet geldt als zich een van de in de extensiebepalingen beschreven bijzondere situaties voordoet. Dat de geluidbelasting als gevolg van taxiën en proefdraaien direct voor de start in de Regeling burgerluchthavens buiten beschouwing wordt gelaten bij het berekenen van de geluidsbelasting, is, anders dan de minister betoogt, ook geen reden om de zinsnede ‘gebruik […] van de luchthaven’ anders uit te leggen. Dit neemt namelijk niet weg dat in een Omzettingsregeling operationele bepalingen mogen worden opgenomen, zoals bepalingen waarin sluitingstijden staan, om de hinder te beperken die wordt veroorzaakt door het geluid van taxiën en het uitvoeren van ‘engine run-ups’. Dit wordt ook tot uitdrukking gebracht in de toelichting op de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 15 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/107233 (Stcrt. 2012, 12507), waarmee onder meer de voorschriften voor het berekenen van de geluidbelasting in de Regeling burgerluchthavens zijn gewijzigd.

In zoverre slaagt het betoog van de vereniging.

* 16 december 2020 (ABRvS 201908898/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, luchtwasser bij stal, belanghebbende, samenhang met milieuvergunning, relativiteit (Rb Limburg 18/3005 en 18/3076)
5.2.    De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de bouw van de luchtwasser in afwijking van het bestemmingsplan, zijnde activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c van de Wabo, niet los kan worden gezien van het veranderen van de inrichting, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. Uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo volgt dat niet alleen voor het veranderen van de werking van de inrichting, maar ook voor het veranderen van de inrichting als zodanig een vergunning als bedoeld in die bepaling is vereist. Met de bouw van de luchtwasser wordt tegelijkertijd ook de inrichting veranderd. Een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en gebruik impliceert namelijk dat de luchtwasser in gebruik mag worden genomen en dat brengt een verandering van de inrichting met zich. De bouw van de luchtwasser is een fysieke verandering van de inrichting en heeft milieugevolgen. Dat de luchtwasser blijkens de door [appellante sub 2] ingediende aanvraag en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing pas op een later moment op de bestaande stallen zal worden aangesloten en tot die tijd feitelijk niet in gebruik zal worden genomen, is naar het oordeel van de Afdeling in dit kader niet van belang. De activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo enerzijds en de activiteit als bedoeld in het bepaalde onder e anderzijds kunnen in dit geval naar hun aard fysiek en volgtijdelijk niet van elkaar worden onderscheiden en hangen onlosmakelijk met elkaar samen in de zin van artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo. Gelet hierop had het college [appellante sub 2] ingevolge artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid moeten stellen de aanvraag aan te vullen, nu deze geen betrekking heeft op het veranderen van de inrichting. Door dit na te laten en toch op de aanvraag te beslissen, heeft het college gehandeld in strijd met artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo en artikel 4:5 van de Awb. Dit betekent ook dat ten tijde van het besluit van 3 juli 2018 geen concreet zicht op legalisatie bestond, zodat het college ten onrechte om die reden heeft afgezien van handhavend optreden. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
6.2.    [appellant sub 1] heeft, zoals hiervoor is overwogen, terecht betoogd dat het college er bij het nemen van de besluiten van 23 oktober 2018 en 15 januari 2019 ten onrechte van is uitgegaan dat geen sprake is van onlosmakelijke activiteiten als bedoeld in artikel 2.7 van de Wabo. Artikel 2.7 van de Wabo heeft tot doel ervoor te zorgen dat de activiteiten die binnen een deelproject onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, niet kunnen worden uitgevoerd zonder dat aan alle aspecten, waaronder die welke betrekking hebben op een goede woon- en leefomgeving, aandacht is besteed. Dit maakt het mogelijk alle aspecten in samenhang met elkaar te beoordelen en eventuele vergunningvoorschriften goed op elkaar af te stemmen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de in artikel 2.7 van de Wabo vervatte verplichting dat een aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project, kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van [appellant sub 1], zodat artikel 8:69a van de Awb niet in de weg staat aan de vernietiging van de besluiten van 23 oktober 2018 en 15 januari 2019.

# 16 december 2020 (ABRvS 201806136/1/R1 en 201806358/1/R1): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woningen, behoefte, spuitzones, onderzoeken, geluid, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, parkeren, relativiteit
11.3.    Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. Het is mogelijk deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Die motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek. Zie bijvoorbeeld onder 7 van de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 (Houten).

De Afdeling laat in het midden of voor hoogstamboomgaarden een grotere richtafstand dan 50 m zou moeten worden aangehouden, zoals MDE Machinebouw en anderen betogen, omdat dat niet uitmaakt in deze zaak. De raad moet toch al motiveren waarom de afstanden tussen de nieuwe woningen en de hoogstamboomgaarden van [appellant sub 1] en MDE Machinebouw aanvaardbaar zijn, omdat die afstanden onder de 50 m liggen.

…………………………………………………….
12.4.    Het voorgaande betekent dat de Notitie Spuitzones en het Spuitzone-onderzoek niet deugdelijk zijn om neerwaartse afwijking van de gebruikelijke 50-m-eis te rechtvaardigen. Deze onderzoeken zijn gebaseerd op het rapport PRI 2015 dat zelf geen deugdelijke grondslag vormt voor locatiespecifiek onderzoek. De betogen van [appellant sub 1], MDE Machinebouw en anderen en [appellante sub 4] slagen.
13.5.    De Afdeling komt tot de conclusie dat het briefrapport van SPA niet deugdelijk is voor rechtvaardiging van de neerwaartse afwijking van de gebruikelijke 50-m-eis, omdat de formule van SPA niet voldoende onderbouwd is. Dat betekent dat het briefrapport van SPA geen basis biedt voor de Afdeling om zelf in de zaak voorziend het plan aan te passen.

  1. In het briefrapport van SPA en het nadere deskundigenbericht is ook ingegaan op de locatiespecifieke omstandigheden, zoals de ligging van sloten en de hoogte van de fruitbomen. Omdat de formule van SPA niet voldoende onderbouwd is, is het niet nodig om te beoordelen of in het briefrapport van SPA correct rekening is gehouden met de locatiespecifieke omstandigheden.* 16 december 2020 (ABRvS 202000632/1/R1 en 202000634/1/R1): Awb, Wlv; vvgb, bouwplan, LIB, begrip bestaand stedelijk gebied/Bro, geluid, precedentwerking (Rb Noord-Holland 18/3178, 18/4571, 18/3151 en 18/3191)
    6.2. De rechtbank heeft het begrip “bestaand stedelijk gebied” in het LIB onjuist uitgelegd. Naar het oordeel van de Afdeling moet dat begrip op dezelfde wijze worden uitgelegd als het gelijkluidende begrip in het Bro. Dit betekent dat in beginsel de planologische mogelijkheden bepalend zijn en niet de bestaande, legale situatie. Ook geldt geen peildatum voor de omvang van het bestaand stedelijk gebied. Verder betekent het dat een locatie die aan één of meer zijden aan het buitengebied grenst in bestaand stedelijk gebied kan liggen vanwege de planologische mogelijkheden op die locatie, zodat op die locatie woningen kunnen worden gebouwd. De Afdeling is op grond van de hieronder volgende overwegingen tot deze uitleg gekomen.

    * 16 december 2020 (ABRvS 201906703/1/A3): Awb, Hvw; vergunning, gebruik als tweede woning, verordening, verbindendheid, EVRM (Rb Zeeland-West-Brabant 18/5576)!
    4.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraken van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1155 en 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2166), volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 dat met de vergunningplicht voor het samenvoegen, onttrekken en omzetten van woonruimte wordt voorkomen dat de schaarste op de woningmarkt door verandering in de woonruimte zal toenemen. Gemeenten kunnen in hun huisvestingsverordening een deel van de woonruimtevoorraad afbakenen waarvoor bovenstaande vergunningen nodig zijn. Hierbij geldt dat deze afbakening gericht moet zijn op het voorkomen van schaarste in het goedkope deel van de woningmarkt. In de verordening moeten de grenzen die hiervoor worden gehanteerd zijn aangegeven.

4.3.    De aanwijzing op grond van artikel 21 van de Huisvestingswet geschiedt met het oog op het behoud van de woonruimtevoorraad. Deze moet onderscheiden worden van de aanwijzing van categorieën goedkope woonruimten op grond van artikel 7 van de Huisvestingswet, die ziet op de categorie waarbij kan worden ingegrepen in de woonruimteverdeling. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 volgt dat de aanwijzing op grond van artikel 21 van de Huisvestingswet ruimer kan zijn dan de aanwijzing op grond van artikel 7 van die wet en dat het niet uitgesloten is dat de gemeenteraad op grond van artikel 21 van de Huisvestingswet de woonruimtevoorraad op het hele grondgebied van de gemeente aanwijst. De noodzaak van deze aanwijzing moet onderbouwd worden. De gemeenteraad mag pas van de bevoegdheid tot het instellen van een vergunningplicht gebruikmaken wanneer is voldaan aan het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Op grond van dat artikellid maakt de gemeenteraad van zijn bevoegdheden op grond van deze wet slechts gebruik indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Pas wanneer aan de in dit artikellid genoemde voorwaarden is voldaan, kan de raad gebruikmaken van zijn bevoegdheid tot aanwijzing van delen van de woonruimtevoorraad op het grondgebied van zijn gemeente en een vergunningplicht invoeren, in dit geval voor het onttrekken van woonruimte uit de aangewezen woonruimtevoorraad aan de bestemming tot bewoning.

4.4.    Uit het voorgaande volgt dat de gemeenteraad in dit geval voorafgaand aan het stellen van regels in de huisvestingsverordening als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet, diende te onderbouwen dat sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte en van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten die noodzaken tot ingrijpen in de woonruimtevoorraad.

* 14 december 2020 (Rb Gelderland ARN 20/6455): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, zwaar illegaal vuurwerk, bevoegdheid
5.4.  Verzoeker stelt dat er geen gevaar meer is, omdat het vuurwerk in beslag is genomen. De voorzieningenrechter is echter met de burgemeester van oordeel dat er een reële vrees voor herhaling is, te meer nu de jaarwisseling – dé periode om vuurwerk af te steken – voor de deur staat. De voorzieningenrechter hecht daarbij met name waarde aan de eigen verklaring van verzoeker en de conclusies van de politie. In de bestuurlijke rapportage staat immers dat de politie de kans op herhaling aannemelijk acht. Daarbij zijn met name de eigen verklaringen van verzoeker van belang. Uit de zienswijze blijkt dat verzoeker heeft verklaard dat hij van kleins af aan vuurwerkgek is, dat hij zeer geïnteresseerd is in illegaal vuurwerk en dat hij al jarenlang illegaal vuurwerk afsteekt. Dit laatste kwam ook naar voren uit de verklaring van een melder, zo blijkt uit de bestuurlijke rapportage. Daarnaast blijkt uit zijn verklaringen dat verzoeker zich niet bewust is geweest van de impact van een mogelijke ontploffing. Verder heeft hij gezegd volgend jaar vuurwerk in Duitsland te zullen gaan kopen indien de verkoop en het gebruik van vuurwerk dan nog steeds verboden is in Nederland. Hoewel verzoeker dit op de zitting genuanceerd heeft en heeft gezegd dat vuurwerk uit Duitsland niet per definitie illegaal is, schetst dit niet het beeld van een eenmalige uitschieter en een situatie die zich niet weer zal voordoen. Verzoeker heeft ook op de zitting niet weten te overtuigen dat niet gevreesd hoeft te worden dat hij nogmaals een grote hoeveelheid zwaar, illegaal vuurwerk thuis opslaat.
6.1.  De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester niet heeft hoeven afzien van de sluiting van de woning. Voorop staat dat de gevolgen van het besluit voor verzoeker en zijn gezin, met name voor de minderjarige kinderen, zeer ingrijpend zijn. Daar moet een zwaar gewicht aan worden toegekend. Gelet op het grote gevaar dat de opslag van vuurwerk voor verzoeker, zijn gezin en omwonenden heeft opgeleverd, is de voorzieningenrechter echter van oordeel dat aannemelijk is dat de verstoring van de openbare orde niet toereikend kon worden bestreden met minder ingrijpende maatregelen dan sluiting van de woning. Daarbij is van belang dat de burgemeester er, met name met het oog op de minderjarige kinderen, voor gekozen heeft de sluiting te beperken tot de ‘vuurwerkperiode’ van 14 december 2020 tot en met 3 januari 2021 in plaats van de oorspronkelijke drie maanden. Daarmee kan in ieder geval in de periode rond de jaarwisseling geen vuurwerk worden opgeslagen in en afgestoken vanuit de woning. Voor zover verzoeker stelt dat dagelijkse surveillance of cameratoezicht zouden kunnen worden ingezet, is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit geen redelijk en werkbaar alternatief is om de verstoring van de openbare orde te herstellen.

6.2.  Gelet op de vereiste evenredigheid van de sluiting kan het passend zijn dat de burgemeester informeert naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. Dat heeft de burgemeester in dit geval ook gedaan. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat alternatieve huisvesting onmogelijk is. Wellicht is een verblijf bij de schoonouders van verzoeker geen optie, maar het gezin kan mogelijk wel elders verblijven. Op de zitting heeft verzoeker gezegd dat zij waarschijnlijk tijdelijk bij zijn ouders kunnen wonen. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat deze situatie niet ideaal is, is het dus niet zo dat zij op straat zullen komen te staan.

* 9 december 2020 (Rb Den Haag C/09/600364 / KG ZA 20-933): BW; kort geding, staatsteun KLM, strengere klimaatvoorwaarden, terugdringen uitstoot van CO2, Urgenda, EVRM, Kyoto, ICAO
De voorzieningenrechter heeft de vordering van Greenpeace om strengere klimaatvoorwaarden te verbinden aan de aan KLM verstrekte staatssteun afgewezen. Volgens Greenpeace moet de Staat meer doen om de uitstoot van CO2 door luchtvaartmaatschappij KLM terug te dringen. Greenpeace meent dat die plicht op de Staat rust op grond van de VN-klimaatverdragen, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de uitspraak van de Hoge Raad in de Urgenda-zaak. De rechter volgt Greenpeace daarin niet.

De VN-klimaatverdragen hebben namelijk geen betrekking op de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de internationale luchtvaart. Op grond van onder meer het Kyoto Protocol is de verantwoordelijkheid hiervoor toebedeeld aan de VN-organisatie voor de burgerluchtvaart (ICAO). De CO2-emissie van KLM is vrijwel geheel het gevolg van internationale vluchten. In het internationale (ICAO) verband zijn voor de internationale luchtvaart emissiereductiedoelstellingen geformuleerd. De emissiereductie die Greenpeace verlangt, gaat verder dan de in internationaal verband afgesproken doelstellingen.

Een beroep op het Urgenda-arrest baat Greenpeace niet, omdat de veroordeling van de Staat in dat arrest alleen de uitstoot van broeikasgassen in Nederland betreft. Dat Greenpeace kritisch is over de doelen die tot op heden in internationaal verband zijn gesteld valt te begrijpen. Het is echter niet aan de voorzieningenrechter om maatregelen te treffen die verweven zijn met dit internationale besluitvormingsproces. De voorwaarden die de Staat op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid aan het steunpakket heeft verbonden, zijn bovendien in overeenstemming met (en gaan op sommige punten zelfs verder dan) de klimaatdoelstellingen die in internationaal verband voor de internationale luchtvaart zijn geformuleerd.

* 7 december 2020 (Rb Den Haag C/09/601364 / KG ZA 20-1001): BW; kort geding, onder edeverklaring, veiligheid 5G netwerk, schade aan volksgezondheid, onrechtmatig handelen, relativiteit
1.5.  De voorzieningenrechter overweegt dat er een juridische grondslag moet zijn voor de toewijzing van een vordering. De voorzieningenrechter begrijpt eiseres aldus dat de juridische grondslag van haar vorderingen is dat gedaagde een onrechtmatige daad jegens haar pleegt. Gedaagde is, zo begrijpt de voorzieningenrechter eiseres, op grond van de zorgvuldigheidsnorm gehouden om ten behoeve van eiseres, die dus in haar eigen belang bescherming zoekt, een soort van garantie af te geven. Als dit anders is, dan heeft eiseres haar vorderingen niet voldoende onderbouwd en niet voldoende helder vorm gegeven.

1.6.  Dat betekent dat de vraag moet worden beantwoord of gedaagde, als hij de gevorderde verklaring niet afgeeft, een onrechtmatige daad pleegt jegens eiseres. Alleen in dat geval is er sprake van de schending van een zogenoemde rechtsplicht die een bevel zoals gevorderd zou kunnen rechtvaardigen (zie artikel 3:296 BW).

1.7.  Een vorderingsrecht op grond van onrechtmatige daad heeft eiseres alleen als er specifiek jegens haar onrechtmatig wordt gehandeld of dreigt te worden gehandeld. Daarvoor is vereist dat er een norm wordt geschonden die mede een belang van eiseres beschermt. Dat is het relativiteitsvereiste. Of in dit geval sprake is van een schending van een norm, kan in het midden blijven. Immers, ook als zou worden aangenomen dat sprake is van onrechtmatig handelen, dan nog blijkt uit niets dat aan het relativiteitsvereiste is voldaan. Anders gezegd, uit niets blijkt dat er een norm is geschonden die mede een belang beschermt van eiseres, die er (zoals gezegd) voor heeft gekozen een eigen vorderingsrecht in te stellen. Eiseres is een vereniging, rechtspersoon, en geen mens van vlees en bloed en zij heeft dan ook niet zelf te vrezen voor gezondheidsschade.

* 7 december 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/3433 en HAA 19/3127): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitweg, woningen, ontbreken tussenruimte/Bouwbesluit/bpl, welstand, parkeren auto’s en fietsen, bouwhoogte, brandveiligheid/relativiteit
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing zijn omdat het hebben van een tussenruimte tussen de gevels in deze artikelen geen eis is. Dat geen enkele vorm van onderhoud mogelijk is en dat het bouwplan daarmee direct zal leiden tot een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen is niet aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat de tussenruimte tussen de gevels gering is, maakt niet dat bij voorbaat kan worden geconcludeerd dat aan deze zorgplicht niet kan worden toegekomen. Hieraan kan ook worden tegemoetgekomen door deze tussenruimte af te dichten zodat geen vuil in de tussenruimte kan ontstaan, aldus verweerder. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op voorgaand standpunt gesteld. Het hebben van een tussenruimte tussen de zijgevel van de woning van eiser en die van het bouwplan is geen vereiste op grond van de hiervoor aangehaalde artikelen; ook niet op basis van een analoge toepassing daarvan. Uit de stukken leidt de rechtbank af dat -anders dan de bestaande situatie- de nieuwbouw op de erfgrens zal komen te staan en daarmee nagenoeg zo niet geheel zal aansluiten op de zijgevel van de woning van eiser. De beroepsgrond slaagt niet.

* 3 december 2020 (Rb Oost-Brabant 19/3030): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsommen, verwerken mest en afvalstoffen, EURAL code, acceptatiecriteria/A&V beleid, heroverweging van besluiten met herstelsancties, vrees voor herhaling
In deze handhavingszaak is de overtreding hersteld in de bezwaarfase. Er was in zoverre geen aanleiding de last te handhaven in de beslissing op bezwaar. Verweerder noemt nog enkele andere overtredingen in de bezwaarfase van dezelfde norm. De rechtbank laat toe dat verweerder in de beroepsfase stukken overlegt die hij in de bezwaarfase had moeten overleggen. Dit acht de rechtbank niet in strijd met een goede procesorde. Verweerder kan echter niet aannemelijk maken dat de andere overtredingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en herroep de last onder dwangsom. Toepassing van het toetsingskader van de Afdelingsuitspraak van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2571).

Annotaties

STAB verzorgt de jurisprudentie voor OGR updates

Laura van der Meulen heeft een noot geschreven bij de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (locatie Zwolle) van 5 november 2020 (ECLI:NL:RBOVE:2020:3655). De uitspraak gaat over een beroep tegen een besluit om een last onder dwangsom op te leggen om het strijdig gebruik van een woning te beëindigen en beëindigd te houden. In de noot wordt ingegaan op de geldigheidsduur van de aanhoudingsplicht na een voorbereidingsbesluit versus een met een voorbereidingsbesluit strijdig gebruik. Zie STAB OGR updates OGR-2020-0278.