Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 17 februari 2021 (ABRvS 202003885/1/R4): Awb, Wro; bpl, sportpark, parkeerplaatsen, behoefte/CROW, geluid/verkeer, cumulatie
* 17 februari 2021 (ABRvS 202003541/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen verharding, camping, ontvankelijkheid, ingebrekestelling (Rb Noord-Nederland 17/4459 en 18/1830)
* 17 februari 2021 (ABRvS 202003272/1/A3 en 202003278/1/A3): Awb, Hvw, Gmw; handhaving, boete, verhuur aan toeristen (Rb Amsterdam 19/1493 en 19/1494)
* 17 februari 2021 (ABRvS 202002853/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsschuur, bedrijfsplan, beoogd gebruik schuur (Rb Noord-Holland 19/2063)
* 17 februari 2021 (ABRvS 202002655/1/R1): Awb, Wro; niet vaststellen bpl, woning, ruimte-voor-ruimteregeling/omgevingsverordening, natuurwaarden
* 17 februari 2021 (ABRvS 202002653/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, permanente bewoning recreatiewoningen, arbeidsmigranten, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 20/93 en 20/94)
* 17 februari 2021 (ABRvS 202001716/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, ruimte-voor-ruimte kavels, interim omgevingsverordening, ontsluiting, structuurvisie, koeien/uitlaten honden
* 17 februari 2021 (ABRvS 202001714/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, gebruik camping met stacaravans, strijd met bpl, zicht op legalisatie, tussenuitspraak (Rb Gelderland 17/4843 en 17/4852)
# 17 februari 2021 (ABRvS 202001611/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, vervangen duikers en gedeeltelijk dempen watergang, Keur, wateroverlast, model, beleidsregels, EVRM (Rb Oost-Brabant 16/3371)
* 17 februari 2021 (ABRvS 202001082/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, beeldentuin, ontvankelijkheid (Rb Den Haag 17/6186 en 18/2071)
* 17 februari 2021 (ABRvS 201909204/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, kringloopwinkel, ontvankelijkheid (Rb Oost-Brabant 19/799)
* 17 februari 2021 (ABRvS 201907770/2/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, asielzoekerscentrum, welstand, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Gelderland 19/395)
* 17 februari 2021 (ABRvS 201907769/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, asielzoekerscentrum, zicht op legalisatie (Rb Gelderland 18/4757)
* 17 februari 2021 (ABRvS 201906697/1/R2): Awb, Wro; bpl, abdij, houden van kloostervarkens, Natura 2000/relativiteit, geur, omgevingsverordening, overgangsrecht
* 17 februari 2021 (ABRvS 201906592/1/R3 en 201906593/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsommen, overtredingen, beeldentuin, parkeerplaatsen, bebording, terras, hekwerken, schermen (Rb Den Haag 18/2176, 18/4783 en 18/5158 alsmede 18/738, 18/5168, 18/5169 en 19/3921)
* 17 februari 2021 (ABRvS 201804397/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, bij-/bedrijfsgebouwen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 16 februari 2021 (ABRvS 202005433/1/R3 en /2/R3): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, botenloods met woningen, goothoogte, meerdere versies op internet, bezonning en daglichttoetreding, tussenuitspraak
* 16 februari 2021 (ABRvS 202006169/2/R2): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, theater, stedenbouwkundige aspecten, woon- en leefklimaat, Activiteitenbesluit, welstand
* 16 februari 2021 (CBb 19/774, 19/356, 19/685, 19/1485, 19/1461, 19/971): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, Nitraatrichtlijn, staatssteun, herstart, melding, schadevergoeding
* 16 februari 2021 (CBb 19/1522, 18/1467, 18/1633, 18/1669 en 18/1673-1675, 19/1542, 19/79, 17/1399 en 18/2988, 19/270): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, knelgevallenregeling
* 16 februari 2021 (Rb Gelderland ARN 21/228): Awb, Wnb; vovo, vergunning, aanpassing veehouderij, emissiepunt/uitlaatopening, emissiefactor/RAV, luchtwasser/rendement
* 15 februari 2021 (ABRvS 202100153/2/R1): Awb, Waterwet; vovo, wijziging legger, belanghebbende, kosten onderhoud (Rb Overijssel 18/637)
* 12 februari 2021 (ABRvS 202006531/2/R3): Awb, Wro; vovo, reactieve aanwijzing, bpl, woningen, bevoegdheid, omgevingsverordening, compensatie van bedrijventerrein
* 11 februari 2021 (ABRvS 202005234/2/R1): Awb, Waterwet; vovo, handhaving, peilscheiding, geen spoedeisend belang (Rb Rotterdam 18/5375)
* 11 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/175): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, woning, sluiting, bevoegdheid
* 11 februari 2021 (ABRvS 202006030/1/R3 en /2/R3): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woningen, woon- en leefklimaat
*10 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/5993): Awb, Wabo; handhaving, milieuvergunning, eendenslachterij, geur, afvalstoffen, doel/middelvoorschriften, motivering
* 10 februari 2021 (ABRvS 202006045/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, verkeer
* 10 februari 2021 (ABRvS 202006687/1/R1): Awb, Wm, Wbb; vovo, handhaving, dwangsommen, verwijderen verontreinigde grond, Bbk/zorgplicht, zuiveringsslib/meststof
* 10 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3647): Awb, Gmw; vovo, invordering dwangsom, overtredingen Wabo, Besluit emissiearme huisvesting, beoordeling financiële stukken, motivering
* 10 februari 2021 (Rb Gelderland ARN 20/6669 en 20/6654): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, nieuwe woning naast oude woning, sloopverplichting oude woning, begunstigingstermijn
* 10 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6682 en 20/6683): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen/handhaving, ontbreken samenhangende vergunning voor aanpassen rijksmonument, onlosmakelijkheid
* 9 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 21/170): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 9 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/5130): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, maatwerkvoorschriften, geluid, inrit/ inrichting, laden en lossen, verkeer van en naar de inrichting
* 5 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2066): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 5 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 18/136, 18/137 en 18/139): Awb, AWR; rioolheffing, verordening, garageboxen, gelijkheidsbeginsel
* 4 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 20/591): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfspand naar restaurant, strijd met bpl, parkeren, goede ruimtelijke ordening
* 4 februari 2021 (CBb 19/1817 en 19/1792): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, aangepaste I&R-registratie, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, EVRM
* 4 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4651 en UTR 21/230): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid, evenredigheid
* 4 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/37 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo , handhaving, sluiting bedrijfspand, hennepteelt, bevoegdheid, motivering
* 2 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/534): Awb, Wro; planschade
* 1 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6245, 19/6249, 19/6269, 19/6255, 19/6257 t/m 19/6264, 19/6266, 19/6248, 19/6267, 19/6268 en 20/2681 en SGR 19/6246, 19/6247, 19/6250 en 19/6251): Awb; intrekkingen vergunningen/ weigering verlengingen voor pulskorfvisserij, coördinerende Rb, Europese Verordeningen, Arrest, evenredigheid, financiële compensatie
* 29 januari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/4211): Awb, Mbw; schadevergoeding, gaswinning, schade door andere oorzaken, deskundigenrapporten
* 25 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9793 VV): Awb, Wabo; vovo, weigering om gebouw aan te wijzen als gemeentelijk monument, gebouw is al gesloopt
* 22 januari 2021 (Rb Den Haag SGR 18/7178, SGR 18/7179, SGR 19/7794 en SGR 19/7814): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning met terras aan water, welstand, peil, uitzicht, privacy
* 22 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10359 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, hydrologie
* 19 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1474): Awb, Wabo; aanwijzing als gemeentelijk monument, erfgoedverordening, beschermd dorpsgezicht, belangenafweging
* 18 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/14 Opiumw VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 8 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE AWB 21/7 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, kwekerij, bevoegdheid
* 31 december 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 19/4335): Awb, Mbw; schadevergoeding, gaswinning, deskundigenrapport, niet meer vergoeden dan nodig is
* 29 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9408 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken logiesgebruik van gebouwen door arbeidsmigranten, geen binding met bedrijventerrein
* 21 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9497 VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 18 december 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/886): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakopbouw, strijd met bpl, belanghebbenden, motivering
* 17 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9431 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 17 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9333 VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, (gedeeltelijke) sluiting pand, kwekerij, bevoegdheid
* 17 december 2020 (Rb Amsterdam AMS 20/559): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbouw, dakterras en kelder, hydrologie/Waternet
* 10 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8807 WABO VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, Bed en Breakfast, hinder, privacy
* 27 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9140 WET VV): Awb, Wvw; vovo, verkeersbesluit, parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen
* 20 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9599 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 19 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9149 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, kantoorruimte, gevelwijziging, aanleg van inritten, het plaatsen van afrastering en het aanbrengen van terreinverharding, passendheid bedrijf bpl, milieucategorie
* 11 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9354 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen duivenhok, strijd met bpl
* 21 augustus 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4601): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, verandering bedrijfsgebouw, strijd met bpl
* 9 juli 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/926): Awb, Gmw; ligplaatsvergunningen, verordening, geen omgevingsvergunning

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 17 februari 2021 (ABRvS 201906697/1/R2): Awb, Wro; bpl, abdij, houden van kloostervarkens, Natura 2000/relativiteit, geur, omgevingsverordening, overgangsrecht
4.3.    Anders dan de raad, is de Afdeling van oordeel dat het plan voorziet in nieuwvestiging van een intensieve veehouderij, als bedoeld in de Omgevingsverordening. Dat sprake zou zijn van een feitelijk bestaande veehouderij bij een abdij waarvoor in het verleden vergunningen zijn verleend, zoals de raad stelt, doet hier niet aan af. Uit de tekst van de Omgevingsverordening blijkt immers niet dat voor de uitleg van het begrip nieuwvestiging betekenis toekomt aan de feitelijke of de in het verleden vergunde situatie. Dat, zoals ter zitting door Cisterciënserabdij Lilbosch is toegelicht, een varkenshouderij van oudsher geacht moet worden deel uit te maken van de bestemming voor een zelfvoorzienende abdij, leidt niet tot een ander oordeel. Daargelaten dat niet elke abdij beschikt over een varkenshouderij zoals hier aan de orde, kunnen agrarische activiteiten alleen deel uitmaken van de bestemming voor het perceel als dit uit de bestemmingsomschrijving blijkt. Dat was onder de maatschappelijke bestemming in het voorheen geldende bestemmingsplan niet het geval.

Over het standpunt van de raad dat het gebruik van de gronden voor een intensieve veehouderij onder het overgangsrecht van het voorheen geldende bestemmingplan viel en daarom geen sprake is van nieuwvestiging, overweegt de Afdeling als volgt. Daargelaten of dit gebruik in het verleden ongewijzigd is voortgezet en overeenkomt met het in het plan toegelaten gebruik, betekent deze enkele omstandigheid niet dat het nu voorliggende plan geen nieuwvestiging mogelijk maakt als bedoeld in de Omgevingsverordening. Voor zover de raad voor zijn standpunt verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2734 kan hij daarin niet worden gevolgd. In die zaak was de Groningse provinciale verordening aan de orde waarin, anders dan in dit geval, geen definitie van het begrip “nieuwvestiging” was opgenomen. De Afdeling heeft in die zaak daarom aansluiting gezocht bij het wel in deze verordening gedefinieerde begrip “bestaand gebruik” en daaruit afgeleid dat nieuwvestiging in de Groningse provinciale verordening moest worden begrepen als het planologisch mogelijk maken van een intensieve veehouderij, welke niet was toegestaan op grond van het voorgaande planologische regime. De Afdeling oordeelde in die uitspraak dat geen sprake was van nieuwvestiging als bedoeld in de Groningse verordening, omdat de betreffende intensieve veehouderij op grond van het voorgaande planologische regime, te weten het gebruiksovergangsrecht, al was toegestaan. In de Omgevingsverordening is het begrip “nieuwvestiging” echter wel gedefinieerd en ontbreekt een uitzondering voor het bestaand gebruik. In zoverre zijn de door de raad aangehaalde uitspraak van de Afdeling en het voorliggende geval niet vergelijkbaar.

Gelet op de tekst van artikel 2.11.1, aanhef en onder b, van de Omgevingsverordening is sprake van nieuwvestiging als, voor zover hier relevant, in een bestemmingsplan een nieuw agrarisch bouwvlak wordt opgenomen waarmee een intensieve veehouderij mogelijk wordt gemaakt. Dat ook bedoeld is de Omgevingsverordening van toepassing te laten zijn op wijzigingen in planologische zin, blijkt ook uit paragraaf 2.1 van de toelichting bij de Omgevingsverordening, waarin staat dat de verordening van toepassing is als het ruimtelijke plan betrekking heeft op een verandering van een bestemming waarmee andere activiteiten mogelijk worden gemaakt.

* 16 februari 2021 (ABRvS 202005433/1/R3 en /2/R3): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, botenloods met woningen, goothoogte, meerdere versies op internet, bezonning en daglichttoetreding, tussenuitspraak
6.2.    Ter zitting is vastgesteld dat op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl, inmiddels twee versies van het vastgestelde bestemmingsplan raadpleegbaar zijn. Een versie met identificatiecode NL.IMRO.0553.bpdorpvisserkade-vax1, waarin artikel 4.2.1, onder c, van de planregels niet overeenkomt met het raadsbesluit, omdat daarin voor de bestemming “Wonen” wat betreft de toegestane goothoogte niet wordt verwezen naar de verbeelding. En ook een versie met identificatiecode NL.IMRO.0553.bpdorpvisserkade-vax2, waarin deze fout is hersteld, maar waarvan de identificatiecode niet overeenkomt met de in het raadsbesluit vermelde identificatiecode. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee na de vaststelling van het plan een rechtsonzekere situatie ontstaan.

6.3.    Deze rechtsonzekere situatie kan worden weggenomen door beide versies van het bestemmingsplan die nu op www.ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar zijn te verwijderen, het hierop beschikbaar stellen van de versie van het bestemmingsplan zoals de raad die heeft vastgesteld, overeenkomend met de identificatiecode die in het vaststellingsbesluit is vermeld, en door die versie opnieuw ter inzage te leggen. De voorzieningenrechter verwijst ter vergelijking naar de uitspraken van de Afdeling van 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2980, overweging 5.3, 25 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1194, overweging 2.1, en 1 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1042, overweging 7.2. In onderstaande overweging 9 zal de voorzieningenrechter na de bespreking van de andere beroepsgronden beoordelen of op dit punt aanleiding bestaat voor het toepassen van een bestuurlijke lus.

* 9 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/5130): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, maatwerkvoorschriften, geluid, inrit/ inrichting, laden en lossen, verkeer van en naar de inrichting
10.2.  Anders dan eiseres stelt, heeft verweerder bij het bestreden besluit niet aangegeven dat de inrit / toegangsweg tot de inrichting behoort. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank ter zitting, mede aan de hand van Google Maps, voldoende aangetoond dat de vrachtwagens minimaal 50 meter verder op het terrein van eiseres laden en lossen. De toegangsweg naar de ingang van het bedrijfsterrein wordt met name gebruikt voor de afwikkeling van verkeer van en naar de inrichting.

Vast staat voorts dat de ‘inrit’ een openbare weg is en dat het feitelijke laden en lossen daarop niet plaatsvindt. De feitelijke situatie is aldus dat vrachtwagens aan- en afrijden over de Noldijk en vervolgens over de toegangsweg naar de inrichting rijden. De vrachtwagens manoeuvreren (zo nodig) op de Noldijk alleen om de smalle toegangsweg in en uit te kunnen rijden. Evenmin staan er vrachtwagens op de toegangsweg te wachten.

10.3.  Het standpunt van verweerder dat de vrachtwagenbewegingen op de toegangsweg zijn aan te merken als aanrijden, manoeuvreren en wegrijden als bedoeld in de nadere toelichting, baseert verweerder onder meer op de uitspraken van de Afdeling van 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4449 en van 7 mei 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF8291. De laatstgenoemde uitspraak ziet op het storten van materialen in een onbeklede container. De feitelijke situatie in de uitspraak van 10 december 2014 komt naar het oordeel van de rechtbank niet overeen met de onderhavige situatie. In die uitspraak heeft de Afdeling het manoeuvreren in de smalle toegangsweg wel als het laden en lossen in de onmiddellijke nabijheid van de supermarkt beschouwd. Het ging daarbij om het achteruitrijden naar het laad- en losterrein, het wegrijden en het rijden met rolcontainers.

Van het (achteruit)rijden van vrachtwagens met de bedoeling ter plaatse van de toegangsweg – dan wel een paar meter verderop in de nabijheid van de inrichtingsgrens – de pallets, middels het rijden met rolcontainers, in en uit te laden is in onderhavige zaak geen sprake. Het feitelijk laden en lossen vindt noch op de toegangsweg noch op of nabij de inrichtingsgrens plaats, maar minimaal 50 meter daarvandaan binnen de inrichting, waarbij een heftruck de pallets van de vrachtwagen afhaalt dan wel erop plaatst. Het over de openbare toegangsweg aanrijden van de vrachtwagens kan naar het oordeel van de rechtbank niet onder het begrip laad- en losactiviteiten als bedoeld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit worden geschaard nu dit (manoeuvreren), anders dan in de Afdelingsuitspraak van 10 december 2014 – waarbij ging om het achteruitrijden van vrachtwagens over een smalle toegangsweg om deze op de juiste plek te krijgen om te kunnen laden en lossen – niet geschiedt ten behoeve van de laad- en losactiviteiten in eigenlijke zin. Indien er incidenteel op de Nolweg dan wel op de toegangsweg met vrachtwagens wordt gemanoeuvreerd vindt dit enkel plaats wegens (verminderde) stuurmanskunsten van de betrokken vrachtwagenchauffeur. Dergelijke vrachtwagenbewegingen buiten het terrein van de inrichting op de openbare weg zijn naar het oordeel van de rechtbank geen laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting zoals bedoeld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit.

10.4.1.  Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voor wat betreft het primaire besluit 1 ten onrechte heeft geconcludeerd dat de vrachtwagenbewegingen op de inrit onder de door de inrichting verrichte laad- en losactiviteiten vallen die in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting plaatsvinden, waarover artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit spreekt. Daarmee vervalt de grondslag van het besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Het beroep is dan ook gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit, voor zover dit ziet op het primaire besluit 1, vernietigen en het primaire besluit 1 herroepen.

* 10 februari 2021 (Rb Gelderland ARN 20/6669 en 20/6654): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, nieuwe woning naast oude woning, sloopverplichting oude woning, begunstigingstermijn
3.1   De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet in strijd met artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo een voorschrift van de omgevingsvergunning voor de nieuwe woning wordt overtreden. Dat zou hoogstens anders zijn als die omgevingsvergunning – die in rechte vast staat – een voorschrift zou bevatten dat ertoe strekt dat de oude woning moet worden gesloopt voordat de nieuwe woning mag worden gerealiseerd en dat is niet het geval.

Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat, hoewel het beter was geweest als de sloopverplichting voor de oude woning er duidelijker had gestaan, uit het samenstel van feiten duidelijk was dat de oude woning gesloopt moest worden voor de nieuwe woning kon worden gerealiseerd. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning is verweerder uitgegaan van de situatie op de tekening bij de aanvraag, waar de oude woning met bijgebouw niet op getekend stond. Als van de situatie zou zijn uitgegaan waarin de oude woning zou blijven staan, dan was de omgevingsvergunning niet verleend.

De voorzieningenrechter volgt dit niet. Hij kan er niet aan voorbijgaan dat de omgevingsvergunning is verleend, zonder dat een expliciete sloopverplichting voor de oude woning is opgenomen; verweerder had dat wel kunnen doen.1 Enkel is voorgeschreven dat de sloop gemeld moet worden. De rechtszekerheid verzet zich ertegen dat hierin een sloopverplichting voor de oude woning wordt ingelezen.

3.2   Vervolgens is de vraag of eisers artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo overtreden.2 Op zichzelf is het juist dat het in strijd is met het bestemmingsplan dat er twee woningen op het perceel worden bewoond. De voorzieningenrechter moet echter ook vaststellen dat voor zowel de oude als de nieuwe woning een vergunning is verleend. Voor de nieuwe woning geldt daarbij dat in de omgevingsvergunning expliciet staat vermeld dat getoetst is aan het bestemmingsplan en dat het daarmee in overeenstemming is. Daarin past dat verweerder in die omgevingsvergunning enkel toestemming heeft gegeven om te bouwen. Dat verweerder hier bedoeld heeft dat enkel dan geen strijd is met het bestemmingsplan als de oude woning wordt gesloopt, doet aan deze eenduidige overweging in de omgevingsvergunning niet af.

Daarom heeft verweerder op dit punt ten onrechte handhavend opgetreden.

  1. De voorzieningenrechter merkt ten overvloede het volgende op. Op de zitting is met partijen besproken dat zij met elkaar in gesprek zullen gaan. Eisers hebben laten weten dat zij de oude woning willen slopen, zodra de huidige 94-jarige huurster van het achterste deel van de oude woning geen gebruik meer maakt. Verweerder heeft laten weten te willen meewerken aan het verlengen van de begunstigingstermijn voor zolang de huurster die nu in de oude woning woont daarvan gebruik maakt, met een maximumtermijn van vijf jaar. Daarover gaan partijen nader in overleg. Hierover hoeft de voorzieningenrechter geen oordeel te geven.

    * 1 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6245, 19/6249, 19/6269, 19/6255, 19/6257 t/m 19/6264, 19/6266, 19/6248, 19/6267, 19/6268 en 20/2681 en SGR 19/6246, 19/6247, 19/6250 en 19/6251): Awb; intrekkingen vergunningen/ weigering verlengingen voor pulskorfvisserij, coördinerende Rb, Europese Verordeningen, Arrest, evenredigheid, financiële compensatie
    7.6 De rechtbank overweegt dat hetgeen eisers naar voren hebben gebracht onvoldoende is om aan de geldigheid van de Verordening TM te twijfelen. Weliswaar is de Staat der Nederlanden een beroepsprocedure als bedoeld in artikel 263 van het VWEU gestart, maar dit maakt nog niet dat reeds daarom voldoende twijfel bestaat over de geldigheid van de Verordening. Eisers hebben enkel verwezen naar een korte samenvatting van één pagina van het beroepschrift op de website http://www.curia.eu/ (Publicatieblad van de Europese Unie d.d. 16 december 2019). Dit acht de rechtbank onvoldoende. Ook de verwijzing naar een rapport van de Universiteit van Wageningen en het ICES-rapport acht de rechtbank onvoldoende. Het noemen van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur waarmee verweerder in strijd zou hebben gehandeld, is eveneens onvoldoende om de rechtbank zodanig te laten twijfelen aan de geldigheid van de Verordening dat daarvoor prejudiciële vragen aan het HvJ EU zouden moeten worden gesteld. Voor een eventuele aanhouding van de beroepen om eisers in de gelegenheid te stellen deze nadere onderbouwing alsnog te verstrekken ziet de rechtbank geen reden, nu eisers voorafgaand aan de zitting van de rechtbank ruimschoots in de gelegenheid zijn geweest een nadere onderbouwing te verstrekken. Aangezien eisers onvoldoende hebben aangevoerd om de rechtbank te doen twijfelen aan de geldigheid van de Verordening, bestaat er geen reden om prejudiciële vragen te stellen. Dit verzoek wijst de rechtbank dan ook af.

7.7   Gelet op deze stand van zaken dient de rechtbank uit te gaan van de geldigheid van de Verordening TM en daarmee van de geldigheid van het pulsvisserijverbod.

8    De rechtbank stelt vervolgens vast dat verweerder op grond van 6d, tweede lid, van het Reglement bevoegd was de toestemmingen in te trekken. Aangezien in de Verordening TM een totaalverbod is opgenomen en, afgezien van een overgangstermijn voor de vissers van groep 1, geen uitzonderingen mogelijk zijn gemaakt, kon verweerder in beginsel niet anders dan tot intrekking van de eerder verleende toestemmingen over te gaan. Van premature besluitvorming is, anders dan eisers stellen, geen sprake nu de intrekkingsbesluiten dateren van na de inwerkingtreding van de Verordening TM. Ter beoordeling staat of verweerder aanleiding had moeten zien een ruimere overgangstermijn te bepalen of in een schaderegeling had moeten voorzien.
8.5   De rechtbank volgt wel het betoog van eisers dat dermate ingrijpende besluiten als hier aan de orde niet hadden kunnen worden genomen zonder dat verweerder zich uitdrukkelijk rekenschap heeft gegeven van de financiële gevolgen voor deze groepen vissers. Dit geldt temeer nu (verdere) verlenging van de overgangstermijn niet mogelijk, althans onwenselijk, was. Dit betekent dat verweerder met een motivering als hiervoor onder 8.2 weergegeven, gelet op het evenredigheidsbeginsel zoals dat is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb, niet heeft kunnen volstaan. Het standpunt van verweerder dat de verzoeken van eisers om schadeloosstelling prematuur zijn, kan niet worden gevolgd. Eisers hebben in het bezwaarschrift onder 7 uitdrukkelijk gesteld aanspraak te maken op een nadeelcompensatie dan wel een schadevergoeding naar billijkheid. Gelet op het bepaalde in artikel 7:11 van de Awb vindt in geval van een ontvankelijk bezwaar op grondslag daarvan een heroverweging van het aangevallen besluit plaats. Dit betekent dat verweerder niet had mogen volstaan met de enkele mededeling dat het onderdeel schadeloosstelling buiten de reikwijdte van de procedure valt en dat daarop een afzonderlijke reactie zal volgen. De omstandigheid dat, zoals verweerder stelt, ten tijde van de bestreden besluiten nog niet vaststond of sprake was van rechtmatig of onrechtmatig overheidshandelen kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen reden zijn om bij de intrekking van de eerder verleende toestemmingen niet in te gaan op het verzoek om financiële compensatie.

9.    Gelet op het vorenstaande zijn de beroepen gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten 1 en 2 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb, voor zover daarin door verweerder geen besluit is genomen over de door eisers gevraagde financiële compensatie. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten voor zover die worden vernietigd in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder nog moet ingaan op het aspect van de financiële compensatie. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat het herstel van het gebrek nader onderzoek vraagt en tijd zal kosten en het te onzeker is wanneer dat kan worden afgerond. Verweerder zal daarom nieuwe besluiten moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.