Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 24 februari 2021 (ABRvS 202005896/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, berging, motivering
* 24 februari 2021 (ABRvS 202004874/1/R3): Awb, Wro; bpl/niet tijdig nemen besluit
* 24 februari 2021 (ABRvS 202004015/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie
* 24 februari 2021 (ABRvS202003640/1/A2): Awb, Mbw; schadevergoeding, gaswinning, bewijsvermoeden, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van deskundige, disclosure statement, opdracht STAB (Rb Noord-Nederland 19/3399)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202003104/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen met kantoor- en bijeenkomstruimtes, niet op tijd bezwaar gemaakt, verschoonbaarheid, EHRM (Rb Amsterdam 19/6915)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202003096/1/R4): Awb, Wro; bpl, sportcomplex met zwembad en school, externe veiligheid, groepsrisico
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002822/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanplanten van bomen, hagen en struweel, belanghebbende, cultuurhistorische waarden, planregels (Rb Gelderland 19/2237)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002796/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, verbetering watergangen, procesbelang, inbreuk beschermingszone/Keur (Rb Noord-Nederland 19/2412)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002699/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, legaliseren diverse bouwwerken, relatie bpl (Rb Gelderland 18/6884)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002512/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, achteraanbouw en dakterrassen, gewijzigde aanvraag (Rb Amsterdam 19/4060)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002443/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor handels(licht)reclame, omgevingsnota, geen aantasting cultuurhistorische waardevolle landschap (Rb Noord-Holland 19/3335)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002313/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, activiteiten in strijd met eerder verleende vergunning, geen kleinschalige horeca (Rb Gelderland 20/900 en 20/901)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002206/1/R4): Awb, Wro; bpl, woning/bouwvlak
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002187/1/A3 en 202002272/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, verhuur woning aan toeristen (Rb Amsterdam 19/4194, 19/4178 en 19/2007)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202002107/1/R1): Awb, Wbb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, samenvoegen van verschillende partijen grond, Bbk/Rbk, begrip partij
* 24 februari 2021 (ABRvS 202001884/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, tijdelijk parkeren en stallen van decontaminatie-units, strijd met bpl (Rb Amsterdam 18/4752)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202001660/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, bed & breakfast in woning, planregels (Rb Amsterdam 19/2488)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202001329/1/A3): Awb, Opiumwet; Gmw; handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, bevoegdheid, sluitingsduur (Rb Limburg 18/2882)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202001225/1/R1): Awb, Wro; bpl, woning bovenop atoombunker, bomen, provinciaal beleid, bed en breakfast
* 24 februari 2021 (ABRvS 202000497/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woonwagen met erf, hennepkwekerij, brandgevaar, bevoegdheid, Damoclesbeleid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/5888 en 19/5889)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202000071/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, lunchroom, APV, Wet Bibob, slecht levensgedrag, Diensternrichtlijn (Rb Den Haag 19/6235)
* 24 februari 2021 (ABRvS 202000046/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, bed  en breakfast/ woning met bijgebouw, relatie bpl, reclame-uiting (Rb Zeeland-West-Brabant 18/8269)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201909343/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergaderruimte bij hotel, parkeren (Rb Gelderland 18/6057)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201906773/1/R4): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, evenement in horeca, Activiteitenbesluit, APV, geluid, muziek/stemgeluid, handhavingsstrategie (Rb Oost-Brabant 18/1805)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201906770/2/R1): Awb, Wro; bpl, tuin/inrit en/of toegangsweg, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 24 februari 2021 (ABRvS 201906490/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, camping/ passantenhaven en woon-, werk en- leervoorziening, strijd met bpl, Dienstenrichtlijn (Rb Noord-Nederland 18/2268)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201905827/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwen kerk tot hotel, overnachtingsbeleid/overgangsregeling,  gerechtvaardigd vertrouwen gewekt, parkeren/CROW, geluid/Activiteitenbesluit (Rb Amsterdam 18/415, 18/923, 18/924, 19/294, 19/295 en 19/297)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201904885/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, realisatie van grondkeringen, terrassen en bomen, beslistermijn, ingebrekestelling/dwangsom, relatie bpl, Bor/vergunningvrij (Rb Noord-Nederland 19/552)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201903212/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, tracébesluiten
* 24 februari 2021 (ABRvS 201901141/1/R2): Awb, Wnb; beheerplan, Natura 2000-gebied, vergunningplicht/vernattingsmaatregelen (Rb Oost-Brabant SHE18/1159, SHE 18/1174 en SHE 18/1505)
* 24 februari 2021 (ABRvS 201901065/1/R2): Awb, Wnb; vergunning/ontheffing, windturbines, vleermuizen/trekvogels, slachtofferreductievoorziening, staat van instandhouding, onderzoek/PBR-analyse, monitoring, motivering, tussenuitspraak
* 24 februari 2021 (ABRvS 201805998/2/R2): Awb, Wro; bpl, detailhandel, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 24 februari 2021 (ABRvS 201800156/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, scoutingterrein, VNG-brochure, kamperen/minicampings, dagrecreatie, cultuurhistorie, Dienstenrichtlijn, EVRM
# 24 februari 2021 (ABRvS 201709331/1/R3): Awb, Wro; bpl, herstelbesluit/procedure, geluidgezoneerd industrieterrein, provinciale omgevingsvisie en – verordening, geluidzonering, maatregelen, akoestisch model, geluidruimteverdeelregeling
* 23 februari 2021 (CBb 19/1363, 19/797, 18/2147, 19/796, 19/1693, 19/1282, 19/1290, 19/1353, 19/1358, 19/817, 19/970, 19/556, 19/1180, 19/1263, 19/1307, 19/1257, 19/1275,  19/1367, 19/1716, 19/1745 en 19/1741): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, Nitraatrichtlijn, melding, schadevergoeding
* 23 februari 2021 (CBb 19/1700, 19/1621, 18/2180, 19/502, 19/503, 19/504, 19/505, 19/506, 19/1651, 19/1499, 19/449, 19/1258 en19/1524): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, knelgevallenregeling
* 23 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3529 en SHE 20/3789): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en wijzigen rijksmonument, kasteel naar hotel, belanghebbenden, Aarhus/EH, ontvankelijkheid
* 19 februari 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/1829): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, hekwerk/pilaren, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 19 februari 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/823 en ZWO 20/822): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 19 februari 2021 (ABRvS 202005409/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woning in lint, afwijkende omvang, motivering
* 19 februari 2021 (ABRvS 202007023/2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen uitbouw, binnentuin, geen vergunning, precedentwerking (Rb Amsterdam 19/4787)
* 19 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 20/407): Awb; invordering dwangsom, horeca, bevoegdheid verjaard, ontvankelijkheid
* 18 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 19/1766): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, hekwerken/dierenweide, woonwagenstandplaatsen, strijd met bpl, geen vergunning, motivering
* 18 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/3391, 20/3057 en 20/5328): Awb, Gmw; sluiting, intrekking exploitatievergunning en gedoogverklaring, schrappen van gedooglijst, coffeeshop, incidenten, openbare orde en leefklimaat
* 18 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/1733): Awb, Waterwet; vergunning, onttrekken grondwater, sanering(splan), Keur, m.e.r.-beoordeling, dioxinen/PCB’s, Natura 2000
* 18 februari 2021 (Rb Limburg ROE 20/3394): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, winkelbedrijf, verkeersafwikkeling
* 18 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9947 VV, BRE 20/9948 VV, BRE 20/9949 VV, BRE 20/9950 VV, BRE 20/9951 VV, BRE 20/9952 VV, BRE 20/9953 VV, BRE 20/9954 VV en BRE 21/386 VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en reclame, distributiecentrum, bouwhoogte/verkeer/geluid, motivering
* 17 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3744): Awb, Wob; vovo, openbaarmaking documenten, pelsdierhouderij, milieu-informatie, NVWA/inspectierapporten
* 17 februari 2021 (ABRvS 202100026/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, structuurvisie, woon- en leefklimaat
* 17 februari 2021 (ABRvS 202100431/2/R4): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, Activiteitenbesluit, VNG-brochure
* 17 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/1339 en 19/1342): Awb, Wm, Waterwet; maatwerkvoorschriften, Blbi/melding, PCP/geen strengere emissiewaarden
* 17 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 20/844): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, gemeenschapsruimte naar kantoorruimte, verkeer/parkeren, motivering
# 17 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/3845): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, langparkeren luchthaven, luchtkwaliteit, vortex van landende en opstijgende vliegtuigen, woon- en leefklimaat
* 16 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4614): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, schuur, postzegelplan, samenhang, eigen risico
* 15 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/4116): Awb, Wvw; verkeersbesluit, verplaatsen bushaltes, verkeersveiligheid
* 15 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/3171): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, schuur met recreatieappartementen, garage en berging, splitsen bouwplan, beoordeling als één geheel
* 15 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/1682E): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor milieu en natuur, uitbreiden veehouderij, herstelbesluit, aparte natuuraanvraag, geur/Wgv, luchtwasser, geurrendementsmetingen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, zelf in de zaak voorzien
* 15 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10317 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten, woon- en leefklimaat, motivering
* 12 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/6872): Awb, Wm; vovo, intrekken en toevoegen maatwerkvoorschriften, veehouderij, Activiteitenbesluit, snelheidsbeperking/geluid/trilling, woon- en leefklimaat, zorgplicht
* 11 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1603): Awb, Wabo; intrekking milieuvergunningen veehouderij, niet invullen inlichtingenformulier Wet Bibob, procedure, heroverweging, geen belangen geschaad
* 11 februari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 19/3035): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en slopen/wijzigen beschermd monument, bowlingbaan, restaurant en speelruimten, parkeerbehoefte/CROW, (muziek)geluid, Activiteitenbesluit, VNG-brochure, akoestisch rapport/HMRI
* 8 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 21/270 en 21/271): Awb, Wabo; vovo, buiten behandeling laten aanvraag omgevingsvergunning voor milieuneutrale wijziging/handhaving, dwangsom, sorteerinstallatie, geen vergunning/verandering inrichting, toename geluid
* 4 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9300 en 20/9596 WABOM VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, overdekte uitlopen hennen en nieuwe loods, m.e.r.-plicht, ammoniak, geur, fijn stof
* 1 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/4005): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugshandel, bevoegdheid
* 29 januari 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/29): Awb, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, overnachten in caravans op of aan de weg, APV, evenredigheid
* 18 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10226 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbenden
* 28 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/154 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassen pand, geen spoedeisend belang
* 22 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/121, 21/124, 21/126, 21/137 en 21/139 WABO): Awb, Wabo; opheffen vovo, omgevingsvergunningen bouwen, woningen en garage, heien, trillingen, SBR-richtlijn, monitoring
* 21 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9873 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfshal met parkeerplaatsen, inrit, relatie bpl, anti-dubbeltelregel, eerdere vergunning
# 12 januari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/913E): Awb, Wro; planschade, bouwmogelijkheden, houden van dieren, normaal maatschappelijk risico
* 8 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9788 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 8 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9481 WABOA VV en BRE 20/9482 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, belanghebbende, Natura 2000, al dan niet aanhaken Wnb-vergunning, bodem/relativiteit
* 4 januari 2021 (Rb Limburg ROE 19/3409): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke woonunit, parkeren, begrenzing tijdelijkheid
* 23 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10145 GEMWT VV): Awb, Gmw; vovo, weigeren aanpassen begunstigingstermijn dwangsom, verwijderen hekwerk, geen omgevingsvergunning
* 8 december 2020 (Rb Overijssel AWB 19/2200): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woongebouw voor beschermd wonen, woon- en leefklimaat, risicoanalyse
* 3 december 2020 (Rb Overijssel AWB 19/1127): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, veehouderij, belanghebbenden, vvgb gemeente bpl, vvgb provincie Wnb
* 1 oktober 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3060): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, hennepkwekerij, bevoegdheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 24 februari 2021 (ABRvS202003640/1/A2): Awb, Mbw; schadevergoeding, gaswinning, bewijsvermoeden, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van deskundige, disclosure statement, opdracht STAB (Rb Noord-Nederland 19/3399)
Voor de afhandeling van schades als gevolg van de Groningse gaswinning geldt een wettelijk bewijsvermoeden. Dat betekent dat in de wet is geregeld dat van schade die redelijkerwijs van de Groningse gaswinning zou kunnen zijn, ook vermoed wordt dat die daardoor is veroorzaakt. In de dagelijkse praktijk past het IMG dit wettelijk bewijsvermoeden toe door alle schade te vergoeden, tenzij het IMG aan de hand van een adviesrapport aantoont dat er voor de schade evident en aantoonbaar een andere oorzaak is dan de gaswinning. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het IMG hiermee een aanvaardbare invulling geeft aan het wettelijk bewijsvermoeden. Hiermee wordt recht gedaan aan de doelstelling van de wetgever om schade van de Groningse gaswinning ruimhartig en voortvarend af te handelen.

Volgens het IMG blijkt uit een adviesrapport dat tien schades aan de woning evident en aantoonbaar een andere oorzaak hebben dan de gaswinning. De eigenaar van de woning betwist dat en heeft dat onderbouwd met een tegenrapport. Dit rapport is echter pas tijdens de procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak ingediend. Het roept de vraag op of het IMG terecht voor deze tien schades en ook voor schade aan de fundering, een evidente en aantoonbaar andere oorzaak dan gaswinning heeft aangewezen. Voor het antwoord op deze vraag is technische en bouwkundige kennis nodig. Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een onafhankelijk, gerechtelijk deskundige van STAB om een onderzoek gevraagd.

Over vijftien schades zijn partijen het eens dat die vergoed moeten worden. De eigenaar is het echter niet eens met de herstelmethodes en de vaste vergoedingen die het IMG daarvoor hanteert, maar die bezwaren slagen niet. Het IMG moet per jaar vele tienduizenden schades vergoeden en maakt daarom gebruik van vaste vergoedingen voor vrijwel alle soorten schadeherstel waarmee de totale vergoeding kan worden berekend. Dit betekent dat het IMG van dit berekeningsmodel mag uitgaan bij het vaststellen van de schadevergoedingen.

In dit geval heeft de Afdeling bestuursrechtspraak STAB gevraagd om aan de hand van het adviesrapport van het IMG en het tegenrapport van de woningeigenaar te onderzoeken of “met een hoge mate van zekerheid is vast te stellen of de tien schades en de schade aan de fundering een andere oorzaak hebben dan gaswinning”. De gerechtelijk deskundige zal daarvoor onderzoek aan de woning doen en met beide partijen praten. Als het advies van de STAB-deskundige klaar is, krijgen beide partijen eerst de gelegenheid om daarop te reageren. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak een einduitspraak doen in deze zaak.

* 24 februari 2021 (ABRvS 202002107/1/R1): Awb, Wbb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, samenvoegen van verschillende partijen grond, Bbk/Rbk, begrip partij
3.2.    In haar uitspraak van 25 juli 2018, onder 3, heeft de Afdeling geoordeeld dat de definitie van het begrip partij in het Besluit bodemkwaliteit, ook als deze in het licht van de Nota van Toelichting bij het Besluit bodemkwaliteit (Stbl. 2007, 469, blz. 136) wordt gelezen, nadere invulling behoeft en de staatssecretaris voor deze nadere invulling aansluiting heeft mogen zoeken bij de in het protocol 1001 genoemde criteria om gronden aan te merken als één partij. De Afdeling ziet in hetgeen Recycling Tiel B.V. heeft aangevoerd geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen, ook al was in die uitspraak het criterium “aaneengesloten percelen” aan de orde. Hierbij betrekt de Afdeling dat in de Nota van Toelichting bij paragraaf 6.1.2 van protocol 1001, als opgenomen in bijlage 8, staat vermeld dat de genoemde criteria – voor zover van toepassing – alle apart dan wel in combinatie dienen te worden beoordeeld bij de vraag of sprake is van één partij dan wel meerdere partijen. Hoewel Recycling Tiel B.V. er terecht op wijst dat de definitie van het begrip partij, wanneer dat nader wordt ingevuld met het criterium “sprake is van een eenduidige en gelijke textuur” als bedoeld in het protocol 1001, niet alleen ziet op de milieuhygiënische kwaliteit van de grond, kan niet worden geconcludeerd dat de staatssecretaris reeds daarom niet bij dat criterium heeft mogen aansluiten voor een nadere invulling van het begrip partij. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de definitie van het begrip partij in het Besluit bodemkwaliteit onvoldoende duidelijk is. Verder past de nadere uitleg binnen de definitie van het begrip “partij”, dat immers gericht is op de kwaliteit van de grond om als een geheel te worden verhandeld of toegepast. De staatssecretaris heeft dan ook een juiste uitleg aan het partijbegrip als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit gegeven. Recycling Tiel B.V. heeft nog aangevoerd dat als voor de uitleg van ‘partij’ moet worden aangesloten bij de volledige definitie van het partijbegrip in protocol 1001, en die definitie tot gevolg heeft dat ‘schone grond’ in verschillende bodemlagen gescheiden moet worden ontgraven, dit strijd oplevert met het Besluit bodemkwaliteit, omdat daarmee eisen worden gesteld die verder strekken dan de wet. Dit betoog faalt. De regelgeving verbiedt, onder meer, om verschillende ‘partijen’ samen te voegen zonder te beschikken over de vereiste erkenning. Om te voorkomen dat Recycling Tiel dit voorschrift overtreedt, moet haar wel duidelijk zijn wanneer er sprake zou kunnen zijn van verschillende ‘partijen’. Door aan te sluiten bij de definitie in protocol 1001, voor zover hier relevant, om het partijbegrip in het Besluit bodemkwaliteit te verduidelijken, worden Recycling Tiel concrete handvatten aangereikt. Daarmee kan zij voorafgaand aan het afgraven en/of samenvoegen van gronden bekijken of er mogelijk sprake is van meer dan één ‘partij’ en zo tijdig (laten) nagaan of erkenning is vereist, teneinde een overtreding te voorkomen. Hiermee worden dan ook geen nieuwe of aanvullende verplichtingen voor Recycling Tiel B.V. in het leven geroepen.

* 24 februari 2021 (ABRvS 202001884/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, tijdelijk parkeren en stallen van decontaminatie-units, strijd met bpl (Rb Amsterdam 18/4752)
3.4.     Naar het oordeel van de Afdeling blijkt uit de controlerapporten – die overigens niet zijn bestreden – en hetgeen ter zitting is besproken dat er meer dan incidenteel een wisselend aantal deco-units tijdelijk op het woonperceel staat. Hierbij betrekt zij de brief van 4 april 2018 van [appellante] waarbij foto’s van het woonperceel zijn overgelegd. Op deze foto’s, die op 2, 3, 4, 9, 12, 12 en 20 januari 2018 en 10, 12, 17 en 29 maart 2018 zijn genomen, is op het perceel telkens een wisselend aantal deco-units op het perceel te zien. Er zijn geen gegevens verstrekt op grond waarvan tot een andere conclusie moet worden gekomen. Ter zitting heeft [partij] niet bestreden dat de deco-units die het bedrijf in eigendom heeft en verhuurt bij het bedrijf geplaatst kunnen worden.

Gezien het vorenstaande is aannemelijk dat het woonperceel met het parkeren en stallen van de deco-units wordt gebruikt als verlengstuk van het elders gevestigde bedrijf en deze activiteiten daarmee bedrijfsmatig plaatsvinden. De Afdeling stelt vast dat geen sprake is van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in artikel 17.1, onder d, van de planregels, omdat het parkeren en stallen van deco-units buiten de woning en de daarbij behorende bebouwing plaatsvindt. De omvang van het parkeren en stallen van de deco-units is zodanig dat het niet verenigbaar is met wat binnen de woonbestemming toegestaan is. De Afdeling overweegt dat het gebruik alleen al daarom in strijd is met artikel 17.1van de planregels van het bestemmingsplan en het college derhalve bevoegd was om handhavend op te treden. Het besluit van 13 juni 2018 berust dan ook in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet op een deugdelijke motivering. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

* 18 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9947 VV, BRE 20/9948 VV, BRE 20/9949 VV, BRE 20/9950 VV, BRE 20/9951 VV, BRE 20/9952 VV, BRE 20/9953 VV, BRE 20/9954 VV en BRE 21/386 VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en reclame, distributiecentrum, bouwhoogte/verkeer/geluid, motivering
9.10    Uit wat hiervoor is neergelegd in de overwegingen 9.5 en 9.8 blijkt dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Toch ziet de voorzieningenrechter daarin geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat het college het motiveringsgebrek vóór de behandeling van de beroepen op zitting zal kunnen herstellen door middel van een nader besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb. Dit besluit kan dan bij de beoordeling van de beroepen worden betrokken wat in het belang is van een efficiënte en finale geschilbeslechting.

Het is aan het college om uit te rekenen wat de toename is aan kubieke meters als gevolg van de verhoging van het bouwplan met drie meter én om inzichtelijk te maken wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor de aspecten verkeer en geluid. De omstandigheid dat vergunninghoudster ter zitting onder verwijzing naar rechtspraak erop heeft gewezen dat de CROW-normen alleen uitgaan van vierkante meters maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat een nadere berekening, toegespitst op dit concrete geval, niet van het college verlangd mag worden. De voorzieningenrechter treft als gezegd geen voorlopige voorziening omdat hij de kans klein acht dat uit het aanvullend onderzoek van het college zal blijken dat de woon- en leefomgeving van verzoekers als gevolg van de verhoging op onaanvaardbare wijze zal worden aangetast.

Daarbij laat de voorzieningenrechter wegen dat vooralsnog de indruk bestaat dat het totaal aan verkeer en geluid ten aanzien van de afwijking van het bestemmingsplan minder zal zijn dan waar nu vanuit is gegaan voor het gehele bouwplan. De bouw van het distributiecentrum met een totale oppervlakte van 131.540 m2 past op zich binnen het bestemmingsplan. Dat betekent dat de gemeenteraad een dergelijk distributiecentrum in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening en dat een dergelijk initiatief geen onaanvaardbare inbreuk maakt op het woon- en leefklimaat van verzoekers. Op grond van het bestemmingsplan is het ook mogelijk om dichterbij de woningen te bouwen met een hoogte van 12 meter en zijn verder op het terrein zelfs hogere hoogtes toegestaan. Ook dat wordt door de gemeenteraad in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening geacht en leidt niet tot een onaanvaardbare inbreuk. In vergelijking daarmee is de afwijking van de maximale bouwhoogte met 3 meter een kleine afwijking.

Voor het treffen van een voorlopige voorziening – en alle gevolgen die dat voor vergunninghoudster zou hebben – acht de voorzieningenrechter het op dit moment onvoldoende aannemelijk dat de verhoging van het gebouw met drie meter op een klein deel van het terrein in vergelijking met wat er al mag op grond van het bestemmingsplan zal leiden tot een dergelijke onaanvaardbare inbreuk. in te dienen bij het daarvoor bevoegde gezag. Daarbij heeft de voorzienigenrechter ook in aanmerking genomen dat verzoekers zich vooral op het standpunt stellen dat de expertiserapporten waar het college naar verwijst niet betrouwbaar zijn, maar dat verzoekers niet met volwaardige tegenrapporten hebben onderbouwd dat het initiatief zal leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat van verzoekers. Ook heeft de voorzieningenrechter daarbij in aanmerking genomen dat het college ter zitting heeft verklaard dat het verkeer zoveel mogelijk buiten de woonwijk gehouden zal worden, om verkeersoverlast en geluidsoverlast voor verzoekers te voorkomen. Het college zal de verkeerssituatie monitoren en zal dit indien nodig door middel van bijvoorbeeld fysieke maatregelen en verkeersbesluiten sturen. Daarnaast staat het verzoekers vrij om bij een eventuele overtreding van geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit een handhavingsverzoek

* 18 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/1733): Awb, Waterwet; vergunning, onttrekken grondwater, sanering(splan), Keur, m.e.r.-beoordeling, transporteerbaarheid dioxinen/PCB’s, Natura 2000
* 17 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/1339 en 19/1342): Awb, Wm, Waterwet; maatwerkvoorschriften, Blbi/melding, PCP/geen strengere emissiewaarden
6.    Tussen partijen is niet langer in geschil dat PCP een aromatische organohalogeenverbinding is waarvoor op grond van artikel 3.1, tweede lid, van het Blbi een emissiewaarde van 20 microgram per liter geldt. Verweerder heeft in zijn brief van 23 juni 2020 gesteld dat ten onrechte een maatwerkvoorschrift voor PCP is vastgesteld.

De beroepsgrond van eisers slaagt.
9.6.   Omdat verweerder afdoende heeft gemotiveerd dat dioxinen en PCB’s niet transporteerbaar zijn bestond geen aanleiding om nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze stoffen te verrichten. Als deze stoffen niet met het grondwater kunnen meebewegen vanaf de twee door eisers genoemde locaties op het Enka-terrein, dan kunnen deze ook niet terecht komen in de diepdrainages en de deepwell welke zich op een afstand van respectievelijk ongeveer 1300 en 1800 meter van het Enka-terrein bevinden. De rechtbank ziet daarom ook op dit punt geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten.

De beroepsgrond slaagt niet.
12.    Eisers hebben in hun aanvullende reactie van 30 juli 2020 aangegeven dat verweerder een (nieuw) maatwerkvoorschrift vast kan stellen voor PCP dat verder gaat dan de emissiewaarde van 20 microgram per liter, en in dat verband gewezen op artikel 3.1, zevende lid, van het Blbi en – voor zover dit artikel geen grondslag biedt – op de mogelijkheid om op grond van de zorgplicht een maatwerkvoorschrift op te leggen (artikel 2.1, eerste en vierde lid, van het Blbi). Eisers hebben de rechtbank daarom verzocht om niet alleen over te gaan tot vernietiging van maatwerkvoorschrift 2, maar verweerder ook te gelasten een nieuw besluit te nemen.

  1. 13. Vast staat dat de Nederrijn een aangewezen oppervlaktewater betreft. Dit betekent dat verweerder niet bevoegd is om op grond van artikel 3.1, zevende lid, onder c, van het Blbi bij maatwerkvoorschrift een lagere waarde voor te schrijven. Deze mogelijkheid bestaat immers alleen voor niet-aangewezen oppervlaktewateren.

Verweerder is daarom niet bevoegd om op grond van artikel 3.1, zevende lid, van het Blbi strengere maatwerkvoorschriften op te leggen voor PCP.

  1.  Het bevoegd gezag kan ook op grond van de zorgplicht maatwerkvoorschriften stellen, voor zover het betreffende aspect in het Blbi niet uitputtend is geregeld. In het Blbi is de lozing van sulfaat niet geregeld, zodat voor de lozing van deze stof een maatwerkvoorschrift kan worden opgenomen, hetgeen verweerder ook heeft gedaan.

Volgens de Nota van Toelichting bij het Blbi (Staatsblad 2011, 153, p. 76) is van een uitputtende regeling in ieder geval sprake wanneer voor een bepaald aspect concrete voorschriften zijn uitgewerkt in de vorm van kwantitatieve doelvoorschriften.

Voor de lozing van PCP is (als aromatische organohalogeenverbinding) in artikel 3.1, tweede lid, een emissiewaarde opgenomen. Dit betekent dat dit aspect uitputtend is geregeld. Daarom bestaat naar het oordeel van de rechtbank ook op grond van artikel 2.1, eerste en vierde lid, van het Blbi geen bevoegdheid voor verweerder om strengere maatwerkvoorschriften vast te stellen dan de norm van 20 microgram per liter.

De rechtbank ziet gelet op het ontbreken van een bevoegdheid om strengere maatwerkvoorschriften voor PCP op te stellen geen aanleiding om verweerder op te dragen om op dit punt een nieuw besluit te nemen. De rechtbank zal daarom volstaan met gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit, namelijk voor wat betreft voorschrift 2.

Dit betekent dat verweerder geen nieuw besluit meer hoeft te nemen, en dat het besluit tot het opleggen van maatwerkvoorschriften voor het overige in stand blijft.

# 17 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/3845): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, langparkeren luchthaven, luchtkwaliteit, vortex van landende en opstijgende vliegtuigen, woon- en leefklimaat
8. Uit het rapport van de STAB blijkt dat bij een luchtkwaliteitsberekening geen rekening wordt gehouden met een eventuele cumulerende factor door de vortex van landende en opstijgende vliegtuigen. De bijdragen aan NO2, PM10 en PM2.5 door het luchtverkeer maken deel uit van de meetwaarden die zijn geregistreerd door de regionale meetstations in de omgeving van Schiphol. Deze waarden worden meegenomen in de berekening. De achtergrondwaarden bevatten geen aanwijzingen dat een vortex effect hierin is inbegrepen. Een vortex heeft volgens de door de STAB geraadpleegde deskundigen geen nadelige invloed op wegverkeersemissies. In een berekening zou in principe rekening gehouden kunnen worden met een positief effect vanwege de extra opmenging met omgevingslucht waardoor de immissie juist lager wordt.

Afbeelding 4.7 uit het STAB-rapport over vorming van onderdruk en overdruk door de vortexbeweging.

  1. Volgens de STAB zijn de rekenpunten (beoordelingspunten) in de rapporten die door het college aan de ruimtelijke onderbouwing ten grondslag zijn gelegd zodanig gekozen dat de berekende immissieniveaus niet zijn onderschat. Daardoor is volgens de STAB voldoende rekening gehouden met de specifieke ligging van de woning van [eiser] . In het voor [eiser] meest ongunstige scenario, waarbij al het verkeer van het parkeerterrein langs zijn woning zou rijden met het maximale effect op de luchtkwaliteit bij de woning van [eiser] , blijft de toename van de NO2-immissie (stikstof) nog ruimschoots binnen de daarvoor geldende normen en neemt de PM10-immissie (fijnstof) niet toe.
    11. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de STAB de zorgen van [eiser] over de woon- en leefklimaat op zijn perceel zorgvuldig heeft beoordeeld. De STAB heeft zich rekenschap gegeven van de precieze ligging van de woning van [eiser] . De STAB heeft heel nauwkeurig en toegespitst op het perceel van [eiser] gekeken naar de effecten die kunnen optreden als de 320 aanvullend vergunde parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De STAB is in haar onderzoek uitgegaan van de meest ongunstige parkeerstroom en is tot de conclusie gekomen dat de normen niet worden overschreden. Verder heeft de STAB zorgvuldig gekeken naar de effecten van het vliegverkeer en met name de daardoor veroorzaakte vortex op het woon- en leefklimaat op het perceel van [eiser] .* 22 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/121, 21/124, 21/126, 21/137 en 21/139 WABO): Awb, Wabo; opheffen vovo, omgevingsvergunningen bouwen, woningen en garage, heien, trillingen, SBR-richtlijn, monitoring
    5. De SBR-richtlijn A geeft een grenswaarde voor trillingsgevoelige funderingen. De richtlijnen hebben alleen betrekking op trillingen die van buiten het te beoordelen gebouw komen. Dat houdt in dat het gaat om trillingen die via de ondergrond en de funderingen het gebouw bereiken. Voor schade aan gebouwen zijn grenswaarden opgenomen. Overschrijding van deze waarden wordt beoordeeld als een onacceptabele kans op schade. Daarmee is niet gezegd dat er ook schade optreedt. Evenmin is gegarandeerd dat er geen schade op zal treden wanneer de metingen onder de grenswaarden blijven. Volgens SBR-richtlijn A is de kans op trillingsschade aanvaardbaar klein (< 1 %) in het geval de trillingen lager zijn dan de uit de richtlijn af te leiden toelaatbare waarden.

Om vast te stellen of voor een bouwwerk sprake is van verhoogde gevoeligheid voor trillingen vanwege (lokaal) verminderde sterkte of verhoogde initiële spanningen is in bijlage 5 bij de SBR-richtlijn A een checklist opgenomen. De checklist leidt tot een puntentelling. Een bouwwerk valt in de staat “gevoelig” als in totaal 4 of meer punten zijn toegekend. Als deze drempelwaarde niet wordt overschreden wordt de bouwkundige staat als “normaal” aangemerkt.

Punt 1 van de checklist geeft aan dat het pand van buiten in ogenschouw moet worden genomen. Zijn er geen scheuren en is er geen sprake van algemene scheefstand of scheefstand van onderdelen, dan is de bouwkundige staat “normaal” en hoeft de lijst niet te worden doorgenomen.

  1. De voorzieningenrechter overweegt dat vergunninghouder [bedrijfsnaam vergunninghouder 1] ter zitting aannemelijk heeft gemaakt dat het rapport van [naam persoon rapport] niet representatief is voor de woning van verzoeker. Anderzijds heeft [naam persoon] aangetoond dat IFCO ten onrechte voorbij is gegaan aan het feit dat de woning van verzoeker in 1938 is gebouwd met een fundering op staal, dat wil zeggen zonder heipalen. Blijkens de SBR Richtlijn A is dit een trillingsgevoelige fundering. Voorts is niet in geding dat er scheuren in de woning van verzoeker zitten. Dat IFCO geen rekening heeft gehouden met het feit dat de woning van verzoeker een fundering zonder palen heeft, betekent echter niet dat de bouwkundige staat van deze woning zonder meer als “gevoelig” moet worden aangemerkt. Daarvoor moeten op basis van de rest van de lijst 4 punten of meer gescoord worden. Daarover geeft de second opinion van [naam persoon] geen uitsluitsel, zodat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder meer gezegd kan worden dat de door IFCO geadviseerde afstanden niet correct zijn.

Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat IFCO heeft aanbevolen om tijdens de heiwerkzaamheden trillingsmetingen te laten uitvoeren omdat daarmee gecontroleerd kan worden of de verwachte trillingen overeenkomen met de praktijk en de kans op het ontstaan van trillingsschade aan de belendingen kan worden ingeschat. Tevens kan dan worden nagegaan vanaf welk moment eventueel trillingsreducerende maatregelen genomen dienen te worden om de trillingen te laten voldoen aan SBR-richtlijn A. Ten slotte leveren de trillingsmetingen feitelijke gegevens, aan de hand waarvan bij eventuele schadeclaims het realiteitsgehalte van die claims kan worden beoordeeld, aldus IFCO. Ter zitting hebben vergunninghouders toegezegd dat het heien van de funderingspalen conform de aanbevelingen van IFCO gemonitord zal worden en rekening houdend met de bouwkundige staat van de woning van verzoeker. Verweerder heeft toegezegd dat de gemeentelijke bouwinspectie het heien ook zal monitoren. Omdat deze toezeggingen dezelfde strekking hebben als het subsidiaire verzoek van verzoeker, is er voor de voorzieningenrechter geen noodzaak om een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot (doen) uitvoeren van trillingsmetingen op de maatgevende gevels van bestaande gebouwen.
7.    Het vorenstaande leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de op 18 januari 2021 uitgesproken schorsing van de omgevingsvergunningen moet worden opgeheven.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Oost-Brabant 29 januari 2021 Heeft verweerder kunne uitgaan van een milieuneutrale wijziging?
ABRvS 27 januari 2021 Bepalen van de referentiesituatie voor een Wnb-vergunning.
ABRvS 10 februari 2021 Uitleg van BBT-conclusies, ten onrechte voorschrift aan vergunning verbonden dat een eenmalige rendementsmeting aan de luchtwasser moet plaatsvinden.