Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 3 maart 2021 (ABRvS 202003569/1/R1): Awb, Wro; bpl, bestemming wonen
* 3 maart 2021 (ABRvS 202003285/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, toeristische verhuur (Rb Amsterdam 19/942)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202003061/1/R4): Awb, Wm; aanwijzing inzamelaar van papier en karton, afvalstoffenverordening, bevoegdheid Rb (Rb Limburg 19/1379)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202002442/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, transformatie bedrijventerreinen, relocatie bedrijven, Ladder/Bro, bouwhoogte, parkeren, tussenuitspraak
* 3 maart 2021 (ABRvS 202002110/2/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijke risico, drempel, zelf in de zaak voorzien/einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 19/1593)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202001514/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbouw winkel voor ondersteunende horeca, strijd met bpl (Rb Amsterdam 18/2466)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202001318/1/A2): Awb, Wro; planschade, compensatie in natura (Rb Limburg 18/1457)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202001174/1/R4): Awb; invordering dwangsom, overtreding voorschrift, afvalverwerking, geur buiten inrichting, bewijslast (Rb Den Haag 19/459 en 19/460)
* 3 maart 2021 (ABRvS 202000306/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning in tuinhuis, procesbelang/schade (Rb Gelderland 18/4453)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201908982/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, gebruik winkelruimte voor fietsenverhuur, strijd met bpl, uitleg planregels, bevoegdheid (Rb Amsterdam 19/6026 en 19/5694)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201908807/1/R3): Awb, Wro, Waterwet; bpl/projectplan, kap van bos en maken wandelpad
* 3 maart 2021 (ABRvS 201908658/2/R1): Awb, Wm; plaatsingsplan afvalcontainers, afvalstoffenverordening, overlast, locatie, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 maart 2021 (ABRvS 201908191/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, gebruik voor opslagdoeleinden, strijd met bpl, bevoegdheid (Rb Noord-Nederland 19/354 en 19/1492)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201908148/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonneweide, kwetsbare en waardevolle natuur- en verbindingszone (Rb Limburg 19/1275)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201907181/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Oost-Brabant 18/3200)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201907122/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, berging/carport, strijd met beheersverordening, stedenbouwkundige opzet(Rb Midden-Nederland 18/3400)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201906887/2/A3 en 201906893/2/A3): Awb, Nbw; vergunning, garnalenvisserij, cumulatietoets, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Midden-Nederland 18/2752 en 18/2755)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201906738/1/R3): Awb, meldingsformulier illegale situatie afzuiginstallatie restaurant, handhavingsverzoek, ingebrekestelling, dwangsom (Rb Rotterdam 18/5822)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201906447/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, overtreding APV, aanpassing APV, aanwijzingsbesluit, autobedrijf, witwassen, Dienstenrichtlijn (Rb Zeeland-West-Brabant 18/5809, 19/936 en 19/1648)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201905323/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanbouw met garage, relatie bpl (Rb Midden-Nederland 18/1946)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201904571/1/R3 en 201904677/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, grootschalige detailhandelsfunctie/horeca, discriminatieverbod/Dienstrenrichtlijn, branchering (Rb Noord-Nederland 17/2943 en 17/3123)
* 3 maart 2021 (ABRvS 201903821/2/R2): Awb, Wro; bpl, bouwplan, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 maart 2021 (ABRvS 201902555/1/R4): Awb, Wm; vergunning, aanvraag te ingrijpend gewijzigd, toetsmoment nieuwe aanvraag, geurverordening
* 2 maart 2021 (Hof Den Haag 200.271.132/01): BW; geen onrechtmatig handelen NVWA, Fipronil, volksgezondheid, handhaving, belangen, strafrechtelijk traject
* 2 maart 2021 (ABRvS 202006793/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, parkeren/CROW
* 2 maart 2021 (CBb 19/859, 19/1276, 19/1207, 19/331, 19/1689, 19/1784, 19/269, 19/330, 19/1421, 19/328, 19/816, 19/701, 19/854, 19/300, 19/1129, 19/1147, 19/1350, 19/1346 en 19/865): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, Nitraatrichtlijn, melding, schadevergoeding, bedrijfsverplaatsing, zelf in de zaak voorzien
* 2 maart 2021 (CBb 19/221 en 20/664, 19/1490, 18/2602, 18/61, 19/143, 19/1648, 19/1520, 19/1618 en 19/480): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, knelgevallenregeling, hardheidsclausule
* 2 maart 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden 21-003431-17, 21-003432-17, 21-003418-17, 21-003419-17 en 21-003421-17): WSr, WED, Wm; overbrenging afvalstoffen en transportdocumenten, EVOA, voornemen/opzet, afgewerkte olie, bewijslast , ontneming
* 1 maart 2021 (ABRvS 202006925/2/R1): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, Natura 2000, stikstofdepositie, Wnb, motivering
* 26 februari 2021 (ABRvS 202005188/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, loods sierteeltbedrijf, Natura 2000/relativiteit, provinciale verordening
* 26 februari 2021 (ABRvS 202006644/2/R3): Awb, Wro, Wgh; vovo, bpl/HGW, woningen, (samenspraak)verordening, geluid/trillingen/HSL, trompeteffect, relativiteit
* 26 februari 2021 (ABRvS 202100589/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, seniorenwoningen, geen spoedeisend belang
* 26 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5956 GEMWT): Awb, Gmw; weigering handhaving, klein evenement, APV, melding, ontvankelijkheid
* 26 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 18/5028, ROT 18/5030 en ROT 18/5031 en ROT 18/5029): Awb, AWR: rioolheffing, vrijstelling voor kerken en andere geloofsgenootschappen, gelijkheidsbeginsel
* 25 februari 2021 (ABRvS 202100741/2/A3): Awb, Svw; vovo, handhaving, dwangsom, afgemeerd droogdok, geen ontheffing Bpr, veiligheid en vlotte doorloop van het scheepvaartverkeer (Rb Oost-Brabant 19/2592)
* 25 februari 2021 (ABRvS 202005348/2/R2 en 202005358/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunningen voor bouwen, woningen met bijbehorende bouwwerken, bouwstop, spoedeisend belang (Rb Oost-Brabant 20/1909, 20/1910, 20/1903 en 20/1904)
* 25 februari 2021 (Rb Overijssel 08/997033-17 en 08/997034-17): WSr, Wm; opzettelijke afgifte en ontvangst schip waarin asbest zat, sloopbedrijf mag geen asbest ontvangen, misleiding, overtreding voorschriften milieuvergunning
* 25 februari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1962, AWB/ROE 20/1963, AWB/ROE 20/3242 en AWB/ROE 20/3243): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, weigering en intrekking exploitatievergunningen, sauna, Wet Bibob, proportionaliteit
* 25 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/4584 en AWB 19/4679): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, uitbreiding melkveehouderij, belanghebbende, Aarhus/art. 6:13, aanhaakplicht Nbw-vergunning, omgevingsverordening, geluid, licht
* 25 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4740): Awb, Wm; weigering intrekking maatwerkvoorschriften, windpark, geluid, belangenafweging, bijzondere lokale omstandigheden, eenheid van geluid
* 25 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/6616): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, geen bijzondere omstandigheden
* 25 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/906 ACTMIL): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, Activiteitenbesluit, geluid, incidentele bedrijfssituatie, hogere grenswaarden, gevelwering
* 25 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5581 WET): Awb, Wro; planschade
* 25 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10216 WABOA VV en BRE 20/10243 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke realisatie zonneveld, provinciale verordening, locatie
* 25 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2861): Awb, Mbw; schadevergoeding, mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden, herstel, onpartijdigheid deskundige
* 24 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1256, SHE 20/1928, SHE 20/1985, SHE 20/1981, SHE 20/2007, SHE 20/2004, SHE 20/1967, SHE 20/2003, SHE 20/1987): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, huisvesten arbeidsmigranten in recreatiewoningen voor 10 jaar, Bor/”ander gebruik”/wetsgeschiedenis, provinciale omgevingsverordening, parkeren
* 24 februari 2021 (Rb Rotterdam C/10/613720 / KG ZA 21-130): BW; kort geding, onrechtmatige daad, bomenkap, windpark
* 24 februari 2021 (Rb Limburg AWB 20/3536): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken van bpl en slopen/wijzigen van beschermd monument, wooneenheden, Bouwbesluit, woon- en leefklimaat, parkeerdruk
* 24 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/223): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, plaatsen warmte-installatie achtergevel hotel, welstand
* 23 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/645): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 23 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 20/653): Awb, Msw; handhaving, boetes, vervoer mest
* 22 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4585 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, varkensstal, grondenfuik/art. 6:13
* 22 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 20/7736): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor vellen boom, zon/schaduw, metingen, belangenafweging, motivering
* 19 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6680 en 20/6681): Awb, Gmw; vovo, intrekking exploitatievergunningen, coffeeshops, Wet Bibob
* 19 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/5431): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleg houtwal en vogelbosje, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, openheid gebied, strijd met bpl
* 19 februari 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1513): Awb, Msw; handhaving, boete, gebruiksnormen, wijze van bepaling gehalten aan fosfaat en stikstof in mest
* 19 februari 2021 (Rb Limburg ROE 20/1068): Awb; nadeelcompensatie, wateroverlast, schade, belanghebbende, ontvankelijkheid, Waterwet
* 18 februari 2021 (Rb Limburg AWB 21/418): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor seismisch onderzoek, aanlegvergunning, ontplofbare stoffen, archeologische waarden
* 15 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3610): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning milieu, afvalverwerking, LAP3, BRL 9322-certificaat, inschakeling STAB
* 15 februari 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten SXM202000459-LAR00029/2020): Lar; bouwstop, Bouw- en woningverordening, geen bouwvergunning
* 11 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2417): Awb, Wegenwet; onttrekking plaatsen voor parkeren aan openbaar verkeer, VVE, borden/beugels
* 11 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6749): Awb, Wabo; vovo, buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, bovenpand voor woondoeleinden, gebruik horeca/mogelijke geluidsoverlast
* 11 februari 2021 (CBb 19/1816): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, gezondheidsproblemen, investeringen, ondernemersrisico, schadevergoeding/EVRM
* 10 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2741): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, garage/berging, ontvankelijkheid, verzet, voortzetting procedure
* 29 januari 2021 (Rb Den Haag SGR 19/3107): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning, hoogte overkapping, strijd met bpl
* 29 januari 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5958): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, zonnepanelen op dak woning, welstand, beschermd stadsgezicht
* 28 januari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/114): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, erker, wijziging aanvraag van ondergeschikt belang, lichtinval, privacy
* 28 januari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/116): Awb; vovo, bouwstop, dwangsom, inning, geen spoedeisend belang
* 19 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/851): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen boom, bomenverordening, verkeersveiligheid/CROW, belangenafweging
* 24 november 2020 (PG HR 19/04707): WSr, Wvgs; conclusie PG, overtredingen Wvgs, vervoer per spoor, veiligheidsvoorschriften, gedragingen, rechtspersoon
* 23 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4490 en UTR 19/4308): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken bedrijfsactiviteiten, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, ontvankelijkheid
* 19 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/1984 WABOA en BRE 19/2207 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, plattelandswoning, ontsluiting, ontvankelijkheid
* 19 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6762 en 19/6767 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen bomen, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 18 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4806 WET en BRE 19/4807 WET): Awb, Wbr; vergunningen/handhaving, wijzigen gevelreclame/vlaggenmasten, motivering

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 3 maart 2021 (ABRvS 202000306/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning in tuinhuis, procesbelang/schade (Rb Gelderland 18/4453)
2.1.    Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtszoekende concreet met het hoger beroep wil of kan bereiken. Dit betreft niet de vraag of de rechtszoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtszoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat in de hoger beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het hoger beroep. Hiervoor verwijst de Afdeling naar haar uitspraak van 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1730.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, (zie op dit punt onder meer de uitspraak van 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2862) kan ook belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep bestaan indien de betrokkene stelt dat hij schade heeft geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Daarvoor is wel vereist dat de betrokken tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat deze schade daadwerkelijk is geleden als gevolg van het bestreden besluit. Indien de beweerdelijk geleden schade niet het gevolg kan zijn van het in het geding zijnde besluit, kan aan het stellen van die schade geen procesbelang worden ontleend.

* 3 maart 2021 (ABRvS 201902555/1/R4): Awb, Wm; vergunning, aanvraag te ingrijpend gewijzigd, toetsmoment nieuwe aanvraag, geurverordening
2.3.    Aan de orde is de vraag of de aanvraag van 2 februari 2010 als grondslag voor het door het college te nemen besluit heeft te gelden, dan wel door de nadien ingediende aanvullingen niet meer als de oorspronkelijke aanvraag kan worden aangemerkt. Daarbij is met name van belang of de aanvullingen, op zichzelf maar ook in onderling verband beschouwd, van ondergeschikte aard zijn (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2139). Het antwoord op die vraag bepaalt welk recht door het college moet worden toegepast.

2.4.    Zoals onder 2.2 is overwogen, dateert de oorspronkelijke aanvraag van 2 februari 2010. Bij de aanvulling van 7 april 2014 zijn de stallen 10 en 11 en loods 12 uit de aanvraag verwijderd en is stal 9 aan de [locatie 2] uit de onderliggende vergunning als onderdeel van de vergunning aangevraagd. Daarbij is de woning aan de [locatie 2] op de plattegrondtekening als bedrijfswoning aangemerkt en deze woning staat om die reden niet meer in de berekening van de luchtkwaliteit van 7 april 2014.

Doordat het perceel aan de [locatie 2] inclusief de bedrijfswoning en stal 9 onderdeel uitmaken van de aangevraagde inrichting, ontstaat een andere inrichting dan waarvoor op 2 februari 2010 vergunning is gevraagd. Het college had de aanvraag van 7 april 2014 daarom als een nieuwe aanvraag moeten beschouwen die de aanvraag van 2 februari 2010 verving. Vervolgens lag er op 17 december 2017 opnieuw een nieuwe aanvraag voor, waarbij de bedrijfswoning en stal 9 aan de [locatie 2] als onderdeel van de inrichting zijn komen te vervallen. Gelet hierop had het college bij de beoordeling van de aanvraag uit moeten gaan van het recht zoals dat gold ten tijde van de aanvraag van 17 december 2017, waaronder de Wabo en de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Cuijk 2013. Het college heeft de aanvraag ten onrechte niet aan deze regelgeving getoetst.

* 1 maart 2021 (ABRvS 202006925/2/R1): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, Natura 2000, stikstofdepositie, Wnb, motivering
7.2.    Uit artikel 2.8 van de Wnb, in samenhang gelezen met artikel 2.7 van de Wnb, volgt dat een passende beoordeling moet worden gemaakt als een plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dat is het geval als een plan voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen die ten opzichte van de referentiesituatie significante gevolgen kunnen hebben. Onder referentiesituatie wordt de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan.

Als een plan ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, dan dienen de gevolgen van die toename voor de vaststelling van het plan te worden onderzocht. Als daaruit volgt dat significante gevolgen niet op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten (voortoets), dient een passende beoordeling te worden gemaakt. Het plan kan in dat geval worden vastgesteld als en nadat de raad uit de aldus gemaakte passende beoordeling de zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten (uitspraak van 20 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:212).

7.3.    In paragraaf 4.3 van de plantoelichting staat dat het plangebied op een afstand van ongeveer 60 m van het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog ligt. Op 25 februari 2020 is een Aerius-berekening uitgevoerd om eventuele toename van stikstofdepositie in kaart te brengen. Daaruit volgt dat de voorziene ontwikkeling leidt tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie van 0,42 mol/ha/jaar in de bouwfase en een toename van 0,04 mol/ha/jaar in de gebruiksfase. Volgens de plantoelichting zijn geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied te verwachten, gezien de geringe stikstofdepositiebijdrage, de kritische depositiewaarden, de kwaliteit van habitattypen, de terreinomstandigheden en de aard van de voorziene ontwikkeling. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad met een algemene toelichting en gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling in dit geval onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan significante gevolgen voor het natuurgebied Duinen Den Helder-Callantsoog heeft. De raad heeft niet inzichtelijk gemaakt waarop de stelling dat de berekende toenames van de stikstofdepositie verwaarloosbaar klein zijn – in het bijzonder voor het stikstofgevoelige habitattype Duinbossen (droog), berken-eikenbos – is gebaseerd. De raad heeft evenmin inzichtelijk gemaakt op welke wijze de instandhoudingsdoelstellingen van het natuurgebied zijn betrokken bij de beantwoording van de vraag of significante gevolgen uitgesloten kunnen worden. Anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110, waarin is overwogen dat de raad – mede in aanmerking genomen dat de stikstofdepositiebijdrage gering en tijdelijk is – voldoende heeft gemotiveerd dat en waarom uitgesloten is dat de realisering van een enkele woning significante gevolgen heeft, is in dit geval zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase sprake van een toename. Overigens heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland bij brief van 14 januari 2021 aangegeven dat voor de voorziene ontwikkeling een vergunning op basis van de Wnb is vereist. Gelet op het vorenstaande is het plan vastgesteld in strijd met artikel 2.7 van de Wnb. Voor zover de raad met de verwijzing in de plantoelichting naar de “Passende beoordeling stikstofdepositie Pallas-reactor” die ten behoeve van het bestemmingsplan “Pallas-reactor” is vastgesteld, een beroep doet op artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb, volgt de voorzieningenrechter de raad niet in dit standpunt, reeds omdat het voorliggende plan geen zogenoemde één-op-één-inpassing is van het in een Wnb-vergunning toegestane gebruik.

Het betoog slaagt.

* 26 februari 2021 (ABRvS 202006644/2/R3): Awb, Wro, Wgh; vovo, bpl/HGW, woningen, (samenspraak)verordening, geluid/trillingen/HSL, trompeteffect, relativiteit
5.3.    Niet in geschil is dat in dit geval vorm is gegeven aan de samenspraak op het niveau “raadplegen” als voorzien in de Samenspraakverordening. De beschrijving die de raad en het college hebben gegeven van het gevolgde proces, komt hiermee naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter overeen. Zo zijn inloopbijeenkomsten georganiseerd, is een klankbordgroep samengesteld waarmee gesprekken zijn gevoerd, en is op die manier informatie opgehaald over de mening van de omwonenden over het (bouw)plan. Het komt de voorzieningenrechter voor dat bij samenspraak op het niveau raadplegen niet samen met de omwonenden een (bouw)plan wordt opgesteld, zoals [verzoeker] en anderen hadden gewild. Dat laatste komt aan de orde bij samenspraak op het niveau “coproduceren”, waarvoor in dit geval niet is gekozen. Dat naar aanleiding van de samenspraak wijzigingen zijn aangebracht in het (bouw)plan, geeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijk van dat de gevoerde samenspraak serieus is genomen.

5.4.    De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor de verwachting dat dit betoog in de bodemprocedure zal slagen.

* 25 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/4584 en AWB 19/4679): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, uitbreiding melkveehouderij, belanghebbende, Aarhus/art. 6:13, aanhaakplicht Nbw-vergunning, omgevingsverordening, geluid, licht
6.4.   Het oordeel in het arrest Varkens in Nood is, gelet op de daaraan voorafgaande prejudiciële vragen, toegespitst op non-gouvernementele organisaties. Naar het oordeel van de rechtbank heeft dit arrest echter een ruimere werking en ziet dit ook op de situatie die hier aan de orde is.

Het Hof van Justitie wijst ter onderbouwing van haar oordeel immers naar de doelstelling van een “ruime toegang tot de rechter” en wijst erop dat de inspraak in de milieubesluitvormingsprocedure een ander doel heeft dan het beroep in rechte.2Het Hof overweegt verder dat “de in artikel 9, lid 2, van het Verdrag van Aarhus vastgestelde doelstelling, te weten een „ruime toegang tot de rechter” verzekeren, en het nuttig effect van deze bepaling niet worden gewaarborgd door een wettelijke regeling die de ontvankelijkheid van een door een niet-gouvernementele organisatie ingesteld beroep afhankelijk zou stellen van de rol die zij al dan niet heeft gespeeld tijdens de inspraakfase van het besluitvormingsproces, terwijl deze fase niet hetzelfde doel heeft als een beroep in rechte en een dergelijke organisatie haar beoordeling van een project bovendien kan aanpassen naargelang van de uitkomst van dat proces”.3

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze overwegingen van het arrest van het Hof dat ook ten aanzien van het beroep van belanghebbende particulieren artikel 6:13 van de Awb niet kan worden toegepast, ook al heeft het arrest betrekking op non-gouvernementele organisaties. Ook voor particulieren geldt immers dat de inspraakprocedure een ander doel heeft dan het beroep in rechte en dus niet aan elkaar gekoppeld mag worden. Verder geldt artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus ook op gelijke wijze voor zowel non-gouvernementele organisaties als particulieren. Ook voor belanghebbende particulieren geldt dus dat het nuttig effect van deze bepaling niet kan worden bereikt wanneer hun beroep niet-ontvankelijk is wanneer zij de inspraakfase niet benut hebben.

6.5.   Verder volgt uit het arrest naar het oordeel van de rechtbank ook dat de vaste jurisprudentie4 dat een belanghebbende geen beroep kan instellen tegen besluitonderdelen waarover hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht, niet langer kan worden toegepast. Ook daarvoor gelden de bovengenoemde argumenten over het onderscheid tussen inspraak en rechtsbescherming en het nuttig effect van artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus. Nu de ontvankelijkheid van het beroep van belanghebbenden niet afhankelijk mag worden gesteld van het gebruik maken van de inspraakprocedure, is de rechtbank van oordeel dat dit ook geldt voor afzonderlijke besluitonderdelen. Dat geldt eens te meer nu een beperktere uitleg van het arrest Varkens in Nood tot gevolg zou hebben dat belanghebbenden die geheel niet deelnemen aan de inspraakprocedure tegen alle onderdelen van het besluit in beroep kunnen komen, terwijl belanghebbenden die wel deelnemen aan de inspraak, maar niet op alle onderdelen, tegen bepaalde onderdelen niet in beroep zouden kunnen. Daardoor zouden belanghebbenden die geheel niet meedoen aan de inspraakprocedure in een gunstiger positie komen dan belanghebbenden die dat deels wel doen. Dat kan naar het oordeel van de rechtbank niet de bedoeling zijn.

6.6   Dat betekent dat de rechtbank artikel 6:13 van de Awb in deze zaak buiten toepassing zal laten en het beroep van eisers ten aanzien van het besluitonderdeel “natuur” ontvankelijk is, ondanks het feit dat zij over dit besluitonderdeel geen zienswijze hebben ingediend.

* 25 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4740): Awb, Wm; weigering intrekking maatwerkvoorschriften, windpark, geluid, belangenafweging, bijzondere lokale omstandigheden, eenheid van geluid
3. Op 11 juli 2012 heeft verweerder aan de rechtsvoorganger van eiseres vervolgens voor onder meer geluid maatwerkvoorschriften opgelegd, die gelijkluidend waren aan de voorschriften van de vervallen milieuvergunning. Sinds dat moment golden weer deze strengere eisen, in afwijking van de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. De maatwerkvoorschriften zijn destijds vastgesteld op grond van artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 3.14a, derde lid, van het Activiteitenbesluit. Na een bezwaarprocedure die was aangespannen door omwonenden zijn de maatwerkvoorschriften in rechte vast komen te staan. (De rechtsvoorganger van) eiseres heeft geen bezwaar gemaakt of beroep ingesteld tegen de maatwerkvoorschriften.
13. De rechtbank ziet in deze beroepsgrond over de belangenafweging aanleiding om eerst in te gaan op het wettelijk beoordelingskader. Op grond van artikel 3.14a, derde lid, van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag in verband met bijzondere lokale omstandigheden bij maatwerkvoorschrift voor een windturbine of een combinatie van windturbines een andere waarde vaststellen, dan de norm waaraan ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder op grond van het eerste lid als uitgangspunt moet worden voldaan. De rechtbank oordeelt dat dit beoordelingskader niet alleen van toepassing is bij de vaststelling van maatwerkvoorschriften, maar door het bevoegd gezag ook moet worden betrokken bij de vraag of gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om eenmaal vastgestelde maatwerkvoorschriften in te trekken. Als bij die afweging wordt geconstateerd dat van bijzondere lokale omstandigheden geen sprake is, of geen sprake meer is, dan is dat een belangrijk gegeven dat pleit vóór het intrekken van de maatwerkvoorschriften. Dat gegeven zal vervolgens moeten worden afgewogen tegen de belangen die er aan de andere kant zijn bij het in stand houden van de maatwerkvoorschriften.

  1. De rechtbank constateert dat hierop in het bestreden besluit in het geheel niet is ingegaan. In de besluitvorming is zijn de financiële belangen van eiseres genoemd, maar is vervolgens de nadruk gelegd op de wens om de belangen van de omwonenden zo optimaal mogelijk te beschermen. Hierbij is niet inzichtelijk en gemotiveerd aandacht besteed aan het bestaan van bijzondere lokale omstandigheden als wettelijk criterium voor het kunnen stellen van de maatwerkvoorschriften. Dat had verweerder wel moeten doen. De enkele wens om omwonenden zo optimaal mogelijk te beschermen, en dat de gemeenteraad aan het handhaven van de maatwerkvoorschriften politieke steun heeft gegeven, is onvoldoende om verweerders besluit te kunnen dragen. Aan verweerders bestuurlijke wens moet in het licht van het voorgaande immers minder gewicht worden toegekend als zou blijken dat zich geen bijzondere lokale omstandigheden (meer) zouden voordoen.
  2. Bovendien is de belangenafweging wél de plaats om in te gaan op de onrechtmatigheid in de eenheid waarin de maatwerkvoorschriften zijn gesteld, zoals al genoemd in overweging 6. In dat kader heeft eiseres op de zitting terecht verwezen naar de rechtspraak van de ABRvS over de handhaving van vergunningvoorschriften die in rechte onaantastbaar zijn. Als evident is dat een voorschrift niet gesteld had mogen worden, is dat een bijzondere omstandigheid die ertoe kan leiden dat in de belangenafweging die aan een besluit tot handhaving vooraf moet gaan, de conclusie moet worden getrokken dat van handhaving van dat voorschrift moet worden afgezien.4 De rechtbank oordeelt dat uit deze rechtspraak moet worden afgeleid dat bij een verzoek om intrekking van in rechte onaantastbare maatwerkvoorschriften eveneens een rol kan spelen of evident is dat die voorschriften niet gesteld hadden mogen worden. In het licht van de in voetnoot 1 genoemde door eiseres aangehaalde rechtspraak is bij de voor het Windpark Houten geldende maatwerkvoorschriften inderdaad sprake van een evidente onrechtmatigheid voor wat betreft de eenheid waarin zij zijn gesteld. Dat wordt door geen van de partijen betwist. Hoewel uit overweging 7. volgt dat niet alleen al dit enkele gegeven ertoe moet leiden dat de maatwerkvoorschriften moeten worden ingetrokken, moet verweerder dit als bijzondere omstandigheid wel betrekken in zijn belangenafweging. De bezwaarschriftencommissie heeft in lijn hiermee dan ook terecht geadviseerd om aan de hand van het Activiteitenbesluit een belangenafweging te maken. Verweerder is in het bestreden besluit ten onrechte van dit advies afgeweken.
  3. De oordelen die de rechtbank in de overwegingen 14 en 15 heeft gegeven leiden tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren om de maatwerkvoorschriften in te trekken op basis van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde motivering. De beroepsgrond van eiseres slaagt.* 24 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1256, SHE 20/1928, SHE 20/1985, SHE 20/1981, SHE 20/2007, SHE 20/2004, SHE 20/1967, SHE 20/2003, SHE 20/1987): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, huisvesten arbeidsmigranten in recreatiewoningen voor 10 jaar, Bor/”ander gebruik”/wetsgeschiedenis, provinciale omgevingsverordening, parkeren
    5.3 Wat bedoelt de wetgever nu met ‘ander gebruik’? De rechtbank acht daarvoor twee lezingen denkbaar. Als men de categorie van gevallen in het tiende lid leest als de activiteit “het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning die voldoet aan de daar genoemde eisen”, is het gebruiken van een recreatiewoning die niet aan die eisen voldoet, een “ander gebruik” zoals genoemd in artikel 4, elfde lid van bijlage II bij het Bor. Als men deze categorie leest als de activiteit “het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning”, die verder wordt ingeperkt door de eisen voor toepassing van de afwijkbevoegdheid als bedoeld in het tiende lid, (waar het woord “mits” op lijkt te duiden), kan het bewonen van een recreatiewoning niet worden aangemerkt als een “ander gebruik” zoals genoemd in artikel 4, elfde lid, van bijlage II bij het Bor.

5.4   De rechtbank is van oordeel dat artikel 4 van het Bor zo moet worden uitgelegd dat, als niet wordt voldaan aan de eisen voor bewoning van een recreatiewoning in artikel 4, tiende lid, van bijlage II van het Bor, verweerder bevoegd is om af te wijken van het bestemmingsplan voor het permanent wonen in een recreatiewoning met een maximale periode van 10 jaar. Het door de derde-partij aangevraagde gebruik kan niet worden vergund met de toepassing van het tiende lid. Het gebruik kan dus wel als ander gebruik worden vergund met de bevoegdheid in het elfde lid van artikel 4 bijlage II van het Bor. De rechtbank heeft gekeken naar de wetsgeschiedenis van het tiende en elfde lid. De bevoegdheid in het elfde lid is opgenomen in de wetgevingsoperatie rond het permanent maken van de Crisis- en Herstelwet Wetsvoorstel “Permanent maken van de Crisis- en herstelwet en verbeteringen op het terrein van omgevingsrecht”; (kamerstukken 2011/12, 33135, nr. 3, blz. 9-10). Het is de opvolger van de tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geregeld in artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening (oud) en artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud). De bedoeling van de wetgever was om een uniforme en generieke regeling te maken voor het tijdelijk afwijken van een bestemmingsplan voor de duur van maximaal tien jaar, waarop een reguliere procedure van toepassing is. In het verleden onder de werking van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet op de Ruimtelijke Ordening was het ook mogelijk om deze tijdelijke toestemming voor alle vormen van afwijkend gebruik in te zetten. Deze beroepsgrond faalt.

6.4  De rechtbank overweegt dat verweerder voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten artikel 4, negende lid, van bijlage II bij het Bor heeft gebruikt. Ook eerder, voor de opvang van asielzoekers, heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend met gebruikmaking van artikel 4, negende lid, van bijlage II bij het Bor, voor een termijn van 5 jaar. De rechtbank beschouwt het huisvesten van woonurgenten en arbeidsmigranten niet als hetzelfde gebruik als het huisvesten van asielzoekers. Het huisvesten van asielzoekers, is in planologisch opzicht te onderscheiden van het gebruik van de woonurgenten. Dat uit zich onder meer in het gebruik dat de asielzoekers maakten van centrale voorzieningen en in de behoefte aan parkeervoorzieningen. Het feit dat asielzoekers en arbeidsmigranten beide groepen zijn die uit het buitenland afkomstig zijn, is niet relevant. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Annotaties

STAB verzorgt de jurisprudentie voor OGR updates

Ruud Veenhof heeft een annotatie geschreven bij de uitspraak van 27 januari 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:173). In zijn noot gaat hij in op de overwegingen van de Afdeling omtrent de mogelijkheid, in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, om de beschrijving van de behoefte en de motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien, door te schuiven naar het wijzigings- of uitwerkingsplan. Daarbij komt ook het aspect van het dynamisch verwijzen aan de orde. Verder schets hij kort hoe deze onderwerpen geregeld zijn onder de Omgevingswet (zie OGR 2021-0032).