Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 10 maart 2021 (ABRvS 202004620/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, veranda/tuinmuur, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Gelderland 19/5654)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202004435/1/R4): Awb; herziening
* 10 maart 2021 (ABRvS 202004366/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, parkeerplaatsen(Rb Noord-Holland 19/3889 en 20/2827)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202004044/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en wijzigen monument, uitbreiding woning, welstand, monumentale waarde, erfgoedverordening (Rb Midden-Nederland 20/722 en 20/992)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003864/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing clusterplaatsen voor opstellen afvalcontainers
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003727/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, belanghebbenden, vvgb/structuurvisie (Rb Midden-Nederland 19/1821 en 19/1840)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003430/1/R4): Awb, Wro; niet vaststellen bpl, verplaatsing tankstation met LPG, natuur/GNN, motivering
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003099/1/R4): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, insectenkwekerij, geur (Rb Noord-Nederland 19/2847)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003098/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, splitsing, bijgebouwen, sloopvoorschrift
* 10 maart 2021 (ABRvS 202003054/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning voor verlaging waterpeil, overlast, tijdelijke situaties (Rb Noord-Nederland 19/2396)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202002970/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antennemast, 5G, gezondheid, EVRM (Rb Midden-Nederland 19/1891)
# 10 maart 2021 (ABRvS 202002911/1/R1): Awb, Waterwet; projectplan, dijkverbetering, overstromingsrisico, hoogte dijk, adaptieve aanleg, klimaatscenario’s, ontwerpwaterstanden, schade, woongenot
* 10 maart 2021 (ABRvS 202002869/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing opstelplaats afvalcontainers, alternatieve locaties
* 10 maart 2021 (ABRvS 202002856/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting loods, hennepkwekerij, bevoegdheid (Rb Limburg 19/1749)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202002344/1/R2): Awb, Wro; bpl, vervanging kassen ten behoeve stalling campers/caravans, Ladder/Bro, VNG-brochure, zelf in de zaak voorzien
* 10 maart 2021 (ABRvS 202002165/1/A3): Awb, Gmw; verzoek verlenging geldigheidsduur exploitatievergunningen, verhuur fluisterboten, ambtshalve besluit, procesbelang, ontvankelijkheid (Rb Midden-Nederland 18/4445)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202001367/1/R4): Awb; verzoek invordering dwangsom/nieuw dwangsombesluit , vlieggebied modelvliegtuigen, bewijslast, videobeelden derden (Rb Midden-Nederland 19/734)
* 10 maart 2021 (ABRvS 202001183/1/R1): Awb, Wro; bpl, supermarkt, belanghebbendheid concurrent, Bro/behoefte, provinciale omgevingsverordening
* 10 maart 2021 (ABRvS 202000136/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunningen voor slopen serre en bouwen nieuw gebouw, onlosmakelijke samenhang, monument, beschermd stadsgezicht, welstand, tussenuitspraak (Rb Den Haag 18/2316 en 18/2430)
* 10 maart 2021 (ABRvS 201908528/1/R3): Awb, Wro; wijzigingsplan, wonen op voormalige glastuinbouwlocatie, Wgv/geur
* 10 maart 2021 (ABRvS 201908107/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijkend gebruik, opslag bestratingsmateriaal, uitbreiding bedrijventerrein, provinciale verordening (Rb Overijssel 19/816)
* 10 maart 2021 (ABRvS 201907553/1/R4): Awb, Mbw; instemming geactualiseerd opslagplan voor gasopslag, uitbreiding werkvolume/drukbereik, kans op aardbeving/voorschriften, bodemdaling/-stijging, laagfrequent geluid
* 10 maart 2021 (ABRvS 201907545/1/R4): Awb, Wabo; reactieve aanwijzing, uitbreiding met varkens, provinciale verordening, omschakelverbod, grondgebondenheid, motivering, vervallen omgevingsvergunning (Rb Midden-Nederland 18/4840 en 19/603)
* 10 maart 2021 (ABRvS 201906097/4/R1): Awb, Wro; bpl, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 10 maart 2021 (ABRvS 201906071/1/R3): Awb, Wro; bpl, horeca/evenemententerrein, herstelbesluit, ontvankelijkheid, Natura 2000/relativiteit, geluid, parkeren/beleidsregels, CROW
# 10 maart 2021 (ABRvS 201905995/1/R1): Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, SBI-codes, milieucategorie, bouwhoogte, zelf in de zaak voorzien
* 10 maart 2021 (ABRvS 201905966/1/A2): Awb; verzet
* 10 maart 2021 (ABRvS 201904761/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen op voormalig agrarisch perceel, Bro/SVBP, provinciale verordening, geur/relativiteit, sloopverplichting, tussenuitspraak
* 10 maart 2021 (ABRvS 201901194/1/R2): Awb, Wro; bpl, herinrichting verkeersweg, parallelweg, verbetering doorstroming, de verkeerssituatie en verkeersveiligheid, CROW, trillingen/geluid, verkeersgegevens, dwarsprofielen
* 10 maart 2021 (ABRvS 201805874/6/R2): Awb, Wro; inpassingsplannen, beroepsgronden
* 9 maart 2021 (ABRvS 202101112/1/R3 en /2/R3): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, bomenverordening, riolering/herinrichting gebied, fauna
* 9 maart 2021 (CBb 19/304, 19/1881, 19/1422, 19/1886, 19/1246, 19/1297 en 19/1691): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, Nitraatrichtlijn, melding, schadevergoeding, bedrijfsverplaatsing, zelf in de zaak voorzien
* 9 maart 2021 (CBb 18/1133, 18/1134, 18/1135 en 18/1136, 19/1509, 19/1661, 19/1647, 18/2767, 18/981, 18/982, 18/983, 18/984 en 18/1310, 19/1216, 19/1682 en 20/171): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, knelgevallenregeling, biologische melkveehouderijen, hardheidsclausule
* 9 maart 2021 (Rb Gelderland ARN 21/908): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, welstand
* 8 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/110, UTR 21/142, UTR 21/162 en UTR 21/163): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verlaging aantal recreatiewoningen, geen bijzondere omstandigheden, begunstigingstermijn
* 8 maart 2021 (ABRvS 202006464/2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, staken exploitatie horeca, andere horeca in pand, toename afwijkend gebruik bpl, overgangsrecht (Rb Noord-Holland 20/4828 en 20/3279)
* 8 maart 2021 (ABRvS 202100046/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, m.e.r.-plicht, parkeren
* 8 maart 2021 (ABRvS 202100629/2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen afvoerpijp en installatiekast, geen vergunning (Rb Amsterdam 19/3454 en 19/6848)
* 5 maart 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1692): Awb, Wabo; vovo, handhaving, vergroten supermarkt, brandveiligheid, Bouwbesluit, brandcompartiment
* 5 maart 2021 (Rb Gelderland AWB 19/5008, AWB 19/5074 en AWB 19/5025): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen , afwijken bpl, aanleggen en milieu, biologische pluimveehouderij, belanghebbende, gezondheid/endotoxinen, fijn stof, relativiteit, vogelgriep, geur, omgevingsverordening
* 5 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/135 en UTR 21/136): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen boom, bouwen en afwijken bpl, tijdelijk gebouw voetbalclub en ballenvangers, parkeren
* 5 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1948, SHE 20/2114, SHE 20/2117, SHE 21/191 en SHE 21/193): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, overslag-/mestverwerkingsbedrijf, geur, provinciaal geurbeleid, belanghebbenden/procesorde, stappenplan/NTA 9065, BBT, aanvaardbaar geurhinderniveau, koolfilter, hedonische weegfactor, FID-detector, e-Nose
* 5 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/3459, SHE 20/575 en SHE 19/3043): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, mestverwerker, geen vergunning, intrekking dwangsommen, schorsing vergunning door Afdeling, Interim omgevingsverordening
* 4 maart 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/2265 en HAA 20/3077): Awb, Wnb; handhaving, diverse verleende ontheffingen, naleving voorschriften, faunaschermen, verzoek om invordering, wijzigen voorschrift, compensatie
* 4 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/5211): Awb; nemen schadebesluit, publiekrechtelijke bevoegdheid
* 4 maart 2021 (EH C-664/18): Niet-nakoming, luchtkwaliteit, systematische en aanhoudende overschrijding van de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) in bepaalde gebieden van het Verenigd Koninkrijk, passende maatregelen
* 4 maart 2021 (EH C‑473/19 en C‑474/19): Prejudiciële verwijzing, Vogel- en Habitatrichtlijn, uitgebreide bomenkap, Zweden, instandhoudingsdoelstelling
* 4 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1305 en SHE 20/1306): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag om vergunning, geitenhouderij, m.e.r.-beoordelingsbesluit/ erkenning stalsysteem, verhoogd risico volksgezondheid, GGD/VGO, opstellen MER
* 4 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 19/1196 en AWB 19/1195): Awb, Wabo; omgevingsvergunning beperkte milieutoets/weigering maatwerkvoorschrift, verharde uitloop voor varken, plattelandswoning, Aarhus, gebiedskenmerken
* 4 maart 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/1001, 19/1006, 19/1165, 19/1168, 19/1877, 19/4067, 19/4071, 19/4072, 19/4073 en 19/4384): Awb, Wvw; schorsen en intrekking aanwijzing, bijzonder bromfiets (Stint), verkeersveiligheid, evenredigheid, bevoegdheid, motivering, contra-expertise technische aspecten, financiële compensatie
* 3 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/731): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, motivering
* 3 maart 2021 (ABRvS 202001061/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, bedrijf, laden en lossen, VNG-brochure, motivering
* 3 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/6123, ROT 19/6168, ROT 19/6285 en 19/6293): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, omgevingsverordening/-visie, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/3372): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vervanging bedrijfspand, vernietigd bpl/Tegelen jur, bouwhoogte/molenbiotoop
* 2 maart 2021 (Rb Limburg AWB 20/2837 en AWB 20/2839): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, medestanders/ontvankelijkheid
* 2 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 19/3171): Awb; verzoek om voorziening uit calamiteitenfonds, mijn(water)schade, geen volledige schadeloosstelling mogelijk
* 2 maart 2021 (Rb Overijssel Awb 21/218): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, fietsenwinkel, geen spoedeisend belang
* 2 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1665 en 20/1666): Awb, Waterwet; projectplan, droogzetting stuw, belanghebbenden, Chw, bevoegdheid, natuurwaarden, mitigerende maatregelen
* 2 maart 2021 (HR 19/04711 E, 19/04710 E en 19/04707 E): WSr, WED, Wvgs; Overtreding, meermalen gepleegd, vervoer gevaarlijke stoffen met een vervoermiddel per spoor, naleving veiligheidsvoorschriften, middel over de toerekening van de tijd, conclusie PG
* 2 maart 2021 (Rb Amsterdam 8731105 CV EXPL 20-15711): BW; huurverlaging, kans op gezondheidsschade, loodgehalte van 9,3 microgram per liter drinkwater
* 1 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/800 en AMS 21/1050): Awb, Gmw; vovo, ontheffingen, nachtelijke werkzaamheden ten behoeve van de trambaanconstructie, APV, motivering, onduidelijkheid werkzaamheden, geen geluidnorm
* 26 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/374): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting loodsen/woning, hennepkwekerij, bevoegdheid, motivering
* 26 februari 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/2472): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, airco aan voorgevel, welstand, advies, motivering
* 25 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4910): Awb, Wabo; handhaving, hoogspanningslijn, geen vergunning voor masten, gebruik niet in strijd met bpl, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 25 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/676, 20/677, 20/689, 20/688 en 20/690): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, omheining, pluimveehouderij/vrije uitloop, belanghebbenden, geen grondgebonden agrarische bedrijfsvoering
* 24 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1050): Awb, Gmw; ambtshalve verlenging exploitatievergunningen, raamprostitutiebedrijven, aanvullende voorschriften, werktijden, noodsituatie, geen strijd met Dienstenrichtlijn
* 24 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/501 VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, ontvankelijkheid
* 23 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 21/102): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor werk en afwijken bpl, voorbelasten gebied, belanghebbenden, archeologische waarden, stikstofdepositie/Nbw, quickscan, motivering
* 19 februari 2021 (Rb Limburg ROE 20/139): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, jeugdverblijf met naschoolse opvang en overnachting, belanghebbenden, parkeren, leefbaarheid, geloofsstroming
* 19 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/728): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen gebouwen en staken bewoning, geen vergunning/strijd met bpl, geen spoedeisend belang
* 19 februari 2021 (Rb Limburg ROE 20/1122, ROE 20/1159 en ROE 20/1160): Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, wateroverlast, regenval, verordening, geen actief handelen of genomen maatregelen
* 18 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2640): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbreiding bedrijfsgebouw, natuur/relativiteit
* 18 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 20/7514): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen paddock en afrastering en staken houden en berijden paarden, strijd met bpl, overgangsrecht, motivering
* 16 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/351): Awb, Wvw; verkeersbesluit, sluipverkeer, daling milieu-gezondheidsrisico indicator, fysieke maatregelen
* 15 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9933 WABOA VV en BRE 20/9934 WABOA BRE 20/9939 WABOA VV en BRE 20/9940 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwen bedrijfscomplex voor huisvesting arbeidsmigranten, geen stedelijk ontwikkelingsproject, geluid, parkeren, borging logiesfunctie, motivering
* 12 februari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10239 VV en 20/10240 VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen hotel, restaurant en inrit, herhaald verzoek, twee vergunningen
* 9 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2519 en LEE 19/3533): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en aanleggen, ligplaatsen/aanpassing walbeschoeiing, belanghebbenden, verplaatsen recreatiearken, strijd met bpl, zelf in de zaak voorzien
* 9 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2200): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, verplaatsen woonarken en aanlegplaatsen, geen vvgb
* 8 februari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/8 en AWB/ROE 21/7): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verwijderen kookplaten/recirculatiekap, studentenstudio’s, afwijking vergunning, bevoegdheid
* 5 februari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/3613): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning met erf en bijgebouwen, drugs, praktische consequenties van de voorgenomen sluiting voor houden van paarden
* 28 januari 2021 (Rb Limburg ROE 21/13): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen hoge schutting, geen vergunning, bouwstop
* 26 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/544): Awb, Gmw; verbreden uitrit, strijd met ruimtelijke en waterhuishoudkundige aspecten, APV
* 21 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/969): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, opbrengstlimiet, verbindendheid verordening
#! 11 december 2020 (Rb Overijssel 18/637): Awb, Waterschapswet; wijziging Legger, belanghebbenden, onderhoudsplichtige, waterafvoerfactor, beleidsregels
* 2 oktober 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5426): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, gebruik dakterras, geen vergunning, overgangsrecht, bevoegdheid
* 17 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3044 en UTR 19/3078): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kantoor/appartementen, belanghebbenden, procedure

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 10 maart 2021 (ABRvS 202002970/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antennemast, 5G, gezondheid, EVRM (Rb Midden-Nederland 19/1891)
3.1    ………………………..
In het rapport van de Gezondheidsraad wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn dat blootstelling aan alledaagse niveaus van radiofrequente elektromagnetische velden tot gezondheidsproblemen leidt. Voorts wordt geconcludeerd dat het aantal mensen dat een grote verscheidenheid aan gezondheidsklachten toeschrijft aan allerlei bronnen van elektromagnetische velden lijkt toe te nemen, maar dat het beeld dat uit wetenschappelijke gegevens naar voren komt is dat er geen oorzakelijk verband is tussen blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden en het optreden van lichamelijke onverklaarbare klachten.

Voor de blootstelling aan alledaagse niveaus is het volgende van belang. De International Commission on Non Ionizing Radiation Protection (hierna: de ICNIRP), een internationale groep wetenschappers, heeft blootstellingslimieten vastgesteld. Deze blootstellingslimieten worden mede op advies van de Raad van de Europese Unie in Nederland gehanteerd. De ICNIRP toetst met regelmaat of het nodig is om de blootstellingslimieten aan te passen. Niet in geschil is dat deze blootstellingslimieten in dit geval ruimschoots worden onderschreden.

Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft de Gezondheidsraad ten tijde van het besluit op bezwaar geen aanleiding gezien om zijn in het rapport ingenomen standpunt over de blootstelling aan elektromagnetische velden en gezondheidsgevolgen te wijzigen. In wat [appellante] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college zich niet op grond van het rapport van de Gezondheidsraad in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor nadelige gezondheidsgevolgen niet hoeft te worden gevreesd. De stukken waarnaar [appellante] heeft verwezen, bieden geen aanleiding voor een ander oordeel. Het stuk “Medisch Appel Stralingsrisico’s” is van het Nationaal Platform Stralingsrisico’s en betreft een oproep aan medici om het manifest te tekenen. In het artikel “EMF Call 2018” wordt gesteld dat sinds 2015 244 wetenschappers te kennen hebben gegeven dat de blootstellingslimieten van het ICNIRP niet afdoende bescherming bieden en er worden kanttekeningen geplaatst bij het mandaat van de ICNIRP. Het stuk “5G Appeal” betreft een petitie, waarin wordt opgeroepen tot een voorlopige stop van de uitrol van 5G-systemen en tot het verrichten van meer onderzoek naar de risico’s die het gebruik van die systemen meebrengen.

Verder bestaat er geen grond voor het oordeel dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de komst van een 5G-netwerk. In de door T-Mobile overgelegde samenvatting “5G en gezondheid” van het advies van 2 september 2020 van de vaste Commissie Elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad staat dat er thans nog geen onderzoeken bestaan naar de invloed op de gezondheid van (langdurige) blootstelling aan elektromagnetische velden met de frequenties die voor 5G zijn gereserveerd. De Commissie heeft daarom geïnventariseerd of er een samenhang bekend is tussen enerzijds blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden en anderzijds het optreden van ziekten en aandoeningen. Voor geen van de ziekten en aandoeningen die de Commissie heeft onderzocht, zoals het optreden van kanker en verminderde mannelijke vruchtbaarheid, acht de Commissie de samenhang tussen blootstelling en de ziekte of aandoening aangetoond of waarschijnlijk. Geen aanleiding bestaat aan de juistheid van deze conclusie te twijfelen. Er kan dan ook niet worden geoordeeld dat het college met het oog op een toekomstig 5G-netwerk de omgevingsvergunning niet had mogen verlenen.

De Afdeling ziet, gelet op wat hiervoor is overwogen, verder geen grond voor het oordeel dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college vanwege het onvoldoende bestaan van inzicht in de gezondheidsrisico’s uit voorzorg gehouden was de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren.

Het betoog slaagt niet.

* 5 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1948, SHE 20/2114, SHE 20/2117, SHE 21/191 en SHE 21/193): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, overslag-/mestverwerkingsbedrijf, geur, provinciaal geurbeleid, belanghebbenden/procesorde, stappenplan/NTA 9065, BBT, aanvaardbaar geurhinderniveau, koolfilter, hedonische weegfactor, FID-detector, e-Nose
11.2    In de Beleidsregel wordt rekening gehouden met een hedonische weegfactor. Naarmate een geuremissie minder aangenaam is, mag het bedrijf minder emitteren. De keerzijde hiervan is dat als een geuremissie als minder onaangenaam wordt beoordeeld, er meer mag worden uitgestoten. In artikel 6 van de Beleidsregel is bepaald dat als de hedonische weegfactor hoger is dan F=4 uit moet worden gegaan van een hedonische weegfactor 4. In het bestreden besluit wijkt verweerder af van de Beleidsregel. Verweerder trekt voorschrift 5.2.1 van de omgevingsvergunning van 5 december 2014 in en stelt een hedonisch ongewogen geuremissiegrenswaarde in voorschrift 1.1.1. Verweerder voert een aantal omstandigheden aan om af te wijken van de Beleidsregel. Verweerder wijst er op dat in nagenoeg alle metingen na 9 oktober 2018 is vastgesteld dat sprake was van een hedonische weegfactor van meer dan 4,0 Oue/m3. Ingevolge artikel 6 van de Beleidsregel moet in dit soort gevallen uit worden gegaan van een hedonische weegfactor F=4. Verweerder is van mening dat de Beleidsregel onvoldoende is toegesneden op het beoordelen van de geurbelasting in deze situatie. Nu bij vergunningverlening een geuremissie is vergund waarbij werd uitgegaan van een hedonische weegfactor F=0,5, leidt de hedonische correctie ertoe dat eiseres 1 een veel hogere emissie kan veroorzaken zonder dat sprake is van een overtreding. Verweerder noemt in dit verband ook de omstandigheid dat de geuremissie in het productieproces meer fluctueert dan gedacht. In dit verband benadrukt verweerder de noodzaak voor een goed beheer, onderhoud en tijdig vervangen van het actieve koolfilter dat cruciaal is voor het behalen van het aanvaardbaar geurhinderniveau. Verder betrekt verweerder bij zijn beoordeling de omstandigheid dat, ondanks de grenswaarde in de omgevingsvergunning van 5 december 2014, conform de Beleidsregel geen sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

11.4    …………………………………….

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen afwijken van de Beleidsregel omdat sprake is van bijzondere omstandigheden. Het onverkort handelen conform de Beleidsregel zou er in dit geval toe leiden dat een aanvaardbaar geurhinderniveau niet kan worden gehaald. Dat deze rechtbank in het verleden meermalen, ook ten aanzien van het bedrijf van eiseres 1 heeft geoordeeld dat de Beleidsregel voldoende bescherming biedt, leidt niet tot een ander oordeel. Ook de rechtbank heeft in haar uitspraak van 17 september 2015 over de omgevingsvergunning van 5 december 2014 de hierboven genoemde omstandigheden niet voorzien. Deze beroepsgrond slaagt niet.

* 4 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1305 en SHE 20/1306): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag om vergunning, geitenhouderij, m.e.r.-beoordelingsbesluit/ erkenning stalsysteem, verhoogd risico volksgezondheid, GGD/VGO, opstellen MER
5.3    Artikel 7.28, eerste lid, van de Wm zoals dat luidde ten tijde van het bestreden besluit 1 verplicht verweerder een aanvraag om omgevingsvergunning – zoals de aanvraag van eisers – buiten behandeling te laten als er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit ligt. Dit is anders en dwingender geregeld dan in artikel 4:5, eerste lid, van de Awb, het algemene artikel over de handelwijze bij onvolledige aanvragen, waarbij verweerder de bevoegdheid heeft om een aanvraag buiten behandeling te laten. Dat wil echter niet zeggen dat een aanvraag om omgevingsvergunning zonder m.e.r.-beoordelingsbesluit direct buiten behandeling moest worden gelaten zodra de aanvraag wordt ingediend. Weliswaar voorziet het wettelijke systeem van hoofdstuk 7 van de Wm erin dat eerst wordt beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt alvorens een aanvraag in te dienen, verweerder had rekening moeten houden met het feit dat dit wettelijke systeem niet van toepassing was op de aanvraag toen deze in 2016 werd ingediend. Juist vanwege het ontbreken van overgangsrecht voor lopende aanvragen had het voor de hand gelegen, en verlangt de zorgvuldigheid ook, dat verweerder eisers in dit geval had gewezen op het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en hen een termijn had geboden om een aanmeldnotitie in te dienen en na indiening daarvan zelf een m.e.r.-beoordelingsbesluit had genomen. Verweerder had hiervoor de tijd kunnen geven, omdat er geen fatale termijn liep. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat artikel 4:5 van de Awb verweerder verplicht om eisers de mogelijkheid te bieden de aanvraag aan te vullen. Bovendien is artikel 7:28 van de Wm na het bestreden besluit nogmaals gewijzigd en hoeft voor gevallen onder de drempelwaarden (kolom 2) van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (informele m.e.r.-beoordeling) niet al bij de aanvraag om het m.e.r.-beoordelingsplichtige besluit een m.e.r.-beoordelingsbesluit hoeft te worden gevoegd. Ook de wetgever heeft kennelijk achteraf oog gehad voor de gevolgen van wijziging van de Wm per 16 mei 2017. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder het primaire besluit 1 niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft genomen. Verweerder heeft dit niet onderkend bij het nemen van het bestreden besluit 1. Dit had moeten leiden tot het herroepen van het primaire besluit. Een andere mogelijkheid met hetzelfde resultaat zou zijn geweest dat verweerder de door eiser overgelegde gegevens in de bezwaarfase zou betrekken bij de beslissing op bezwaar. Deze beroepsgrond slaagt.
8.5    Verweerder heeft in het GGD-advies wel een aantal redenen gevonden om een milieueffectrapport te verlangen. De rechtbank wijst op de opmerkingen met betrekking tot de afstand van de geitenhouderij van eisers tot woningen van derden, de hoge geurbelasting en de onduidelijkheid over de verspreiding van endotoxinen en micro-organismen. Dat de aanvraag niet voorziet in een toename van de emissies van ammoniak en fijn stof, wil niet zeggen dat verweerder de ogen zou moeten sluiten voor de andere, door de GGD genoemde aandachtspunten. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder betekenis mocht hechten aan de relatie tussen longontstekingen en veehouderijen die in het VGO3-rapport naar voren komt. Net zoals in de uitspraak van 11 mei 2020 is de rechtbank van oordeel dat het niet noodzakelijk is om in een milieueffectrapport een extra VGO-onderzoek te verrichten, maar verweerder heeft terecht opgemerkt dat in een milieueffectrapport zou kunnen worden onderzocht welke maatregelen moeten worden getroffen en of er alternatieve maatregelen denkbaar zijn. Dat wordt voldaan aan artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij en dat de beste beschikbare technieken in acht worden genomen, wil niet zeggen dat verweerder geen m.e.r. mocht verlangen. Als er aanwijzingen zijn dat er sprake kan zijn van een verhoogd risico voor de volksgezondheid, kan van een aanvrager dan ook worden verlangd dat hij een milieueffectrapport opstelt waaruit zou kunnen blijken dat van een verhoogd risico geen sprake is en dat vergunningverlening niet tot onacceptabele risico’s zal leiden. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid een milieueffectrapport kunnen verlangen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

* 2 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 19/3171): Awb; verzoek om voorziening uit calamiteitenfonds, mijn(water)schade, geen volledige schadeloosstelling mogelijk
22.     Zoals uit de tekst van de Schaderegeling blijkt, kan op grond van de Schaderegeling een bouwtechnische noodvoorziening worden getroffen. Dit correspondeert met het doel van de regeling zoals dat in de aanhef daarvan is vermeld (en door de Afdeling in voornoemde uitspraak van 4 november 2020 onder rechtsoverweging 2 is weergegeven). De kosten voor het treffen van noodzakelijk geoordeelde bouwtechnische maatregelen kunnen worden vergoed uit het calamiteitenfonds. De noodvoorziening is bedoeld voor schrijnende woonsituaties waarin de veiligheid van bewonen niet langer is gewaarborgd. De rechtbank verwijst specifiek naar de begripsbepaling van voorziening zoals opgenomen in artikel 1, aanhef en onder g, en het bepaalde in artikel 3 (het verzoek om een voorziening) van de Schaderegeling. Indien aan de eisen in artikel 3 van de Schaderegeling wordt voldaan kan verweerder op grond van artikel 4, eerste lid, van de Schaderegeling bepalen of al dan niet aan de verzoeker een voorziening wordt toegekend. Verweerder omschrijft dan welke bouwtechnische voorzieningen moeten worden getroffen om de bouwtechnische veiligheid van bewonen zeker te stellen en de woning weer bewoonbaar respectievelijk leefbaar te maken. Ook uit artikel 5 van de Schaderegeling blijkt dat het gaat om de (offerte van de) kosten van bouwtechnische voorzieningen. In de tekst van de regeling noch in de bedoeling is steun te vinden voor de uitleg van eisers dat de onderhavige regeling rechtstreeks de mogelijkheid biedt voor een volledige schadeloosstelling of voor vergoeding van de kosten van nieuwbouw c.q. herhuisvesting. De rechtbank volgt eiser niet in diens betoog dat verweerder de Schaderegeling onjuist heeft toegepast omdat zij de mogelijkheden om een vergoeding toe te kennen te beperkt heeft opgevat.
4.     Omdat herstel gezien de hoogte van de kosten en de vraag of dat een blijvende oplossing oplevert, geen optie is, maar eisers daar ook niet kunnen blijven wonen, heeft verweerder toepassing gegeven aan de in de Schaderegeling opgenomen hardheidsclausule (artikel 14 van de Schaderegeling). Ingevolge dat artikel kan verweerder, indien een strikte toepassing van deze regeling zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt, van het gestelde in de regeling afwijken. De rechtbank stelt vast dat eisers gemachtigde in dit verband alleen heeft aangevoerd dat verweerder niet bevoegd was van de hardheidsclausule gebruik te maken dan wel daarvan een oneigenlijk gebruik heeft gemaakt. In het bijzonder is niet betwist dat verweerder de waarde van eisers woning – de mijnbouwschade weggedacht – op een juist bedrag heeft getaxeerd. De rechtbank overweegt dat er bestaat geen grond bestaat voor het oordeel dat verweerder bij afweging van de in aanmerking te nemen belangen in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen om met toepassing van de hardheidsclausule onder voorwaarden aan eisers een voorziening van in totaal € 148.500 toe te kennen om ergens anders te kunnen gaan wonen.

* 1 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/800 en AMS 21/1050): Awb, Gmw; vovo, ontheffingen, nachtelijke werkzaamheden ten behoeve van de trambaanconstructie, APV, motivering, onduidelijkheid werkzaamheden, geen geluidnorm
4.5    Bij de vraag wat het gevolg moet zijn van die gebrekkige besluitvorming, stelt de voorzieningenrechter voorop dat de werkzaamheden waar het hier om gaat, worden uitgevoerd ten behoeve van het algemeen belang. Het algemeen belang heeft extra gewicht omdat omwonenden zich daarbij de nodige overlast moeten laten welgevallen. Dat geldt ook als die overlast gedurende de nacht plaatsvindt. Een ontheffing voor werkzaamheden aan de trambaan gedurende de nacht is dan ook gerechtvaardigd als dat noodzakelijk is om overdag verkeersoverlast te vermijden of te beperken en om de veiligheid te waarborgen.

4.6    Dat neemt niet de inspanningsverplichting weg voor verweerder om die overlast zo veel mogelijk te beperken. In dit geval is van belang dat de nachtelijke werkzaamheden aan de trambaan ten behoeve van het project De Nieuwe Zijde niet op zichzelf staan. De nachtelijke constructiewerkzaamheden, waaronder dus de aflevering en plaatsing van spoordelen, het storten van beton en het aanbrengen van de bovenleiding, maken immers deel uit van een geheel van in elkaar grijpende werkzaamheden die gedurende een aantal maanden geluidhinder veroorzaken.

4.7    Omdat het niet om incidentele werkzaamheden gaat, geldt genoemde inspanningsverplichting voor verweerder des te meer. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder er echter geen blijk van gegeven zich hiervan voldoende bewust te zijn geweest. Daarbij is het volgende van belang.

4.8    Uit het BLVC-plan, noch anderszins blijkt uit het dossier welke werkzaamheden precies in de nacht moeten worden uitgevoerd. Evenmin blijkt dat verweerder bij het verlenen van de ontheffingen zich ervan heeft vergewist dat alle genoemde nachtelijke werkzaamheden niet overdag kunnen worden uitgevoerd. Dat laat de mogelijkheid open dat ’s nachts werkzaamheden worden uitgevoerd die mogelijk ook overdag hadden kunnen plaatsvinden. In de vergunningen is evenmin beschreven welke werkzaamheden in de nacht mogen plaatsvinden.

4.9    Als bepaalde werkzaamheden in de nacht moeten plaatsvinden, ligt het op de weg van het college om te onderzoeken welke normen kunnen worden gesteld, hoe geluidhinder zo veel mogelijk kan worden beperkt, hoe erop wordt toegezien dat de geluidhinder daadwerkelijk beperkt blijft en wie omwonenden kunnen bereiken om zo nodig onmiddellijk op te treden. Dat is niet gebeurd. Verweerder heeft in de vergunning noch in het BLVC-plan een maximum geluidsnorm gesteld voor de nachtelijke uren, niet gemeten hoeveel geluidhinder er al dan niet is gedurende de nacht, niet vooraf bekeken hoe de geluidhinder kan worden beperkt en niet actief toezicht gehouden op de nachtelijke werkzaamheden. In dat laatste zit een risico dat méér werk in de nacht wordt verricht dan de bedoeling is. Desgevraagd heeft verweerder niet duidelijk kunnen maken waarom de Richtlijn bouwlawaai in dit geval niet van toepassing is en waarom niet zo mogelijk analoog aan die richtlijn wordt gewerkt.

* 16 februari 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/351): Awb, Wvw; verkeersbesluit, sluipverkeer, daling milieu-gezondheidsrisico indicator, fysieke maatregelen
17.     Het college heeft de volgende toelichting gegeven. De raad heeft de nota van uitgangspunten vastgesteld. In die nota staan zogeheten MGR-berekeningen (MGR staat voor milieu-gezondheidsrisico indicator) opgenomen waarmee het risico op omgevingsgerelateerde ziektelast is uitgedrukt. Zo blijkt dat de gemiddelde ziektelast ter plaatse van de Heikantstraat zal dalen van 5,545% tot 5,392% ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 5,74%. In de MGR-berekening zijn de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en omgevingsgeluid meegenomen.

Op de zitting heeft het college toegelicht dat de MGR-berekening betrekking heeft op het project ‘Duurzaam door Waalre’. Dat project omvat onder meer, naast het tegengaan van sluipverkeer in Waalre-dorp, de herinrichting van de Traverse. In de nota van uitgangspunten is beschreven dat door deze herinrichting de verkeersintensiteit op de Traverse zal afnemen van 12.100 naar 8.500 motorvoertuigen per etmaal en dat gelet op een door een gespecialiseerd bureau uitgevoerde berekening de MGR in de directe omgeving van de Heikantstraat zal zijn gedaald van 5,545% tot 5,392%. Eiser heeft geen gegevens overgelegd of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het college niet met de verwijzing naar de nota van uitgangspunten heeft kunnen volstaan, aldus het college.

  1. De rechtbank stelt vast dat het verkeersbesluit deel uitmaakt van een pakket van maatregelen in het kader van het project ‘Duurzaam door Waalre’ en dat ook de herinrichting van de Traverse onder dat project valt. Verder staat vast dat de Traverse, naast de Wollenbergstraat, de Bergstraat en Onze Lieve Vrouwedijk, ook de Heikantstraat omvat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college met de verwijzing naar de nota van uitgangspunten en de ter zitting gegeven toelichting hierop deugdelijk gemotiveerd waarom het geen nader onderzoek verricht naar de gestelde toename van fijnstof en geluidsoverlast op eisers perceel. Eiser stelt weliswaar dat de geschetste vermindering van de verkeersintensiteit een utopie is, maar onderbouwt dat verder niet met objectieve en verifieerbare gegevens. Dat lag wel op zijn weg gezien de door de deskundigen vastgestelde verminderde verkeersintensiteit. In hetgeen eiser heeft aangevoerd, wordt dan ook geen grond gezien om te twijfelen aan de conclusie van deze deskundigen dat als gevolg van de herinrichting van de Traverse de MGR op de Heikantstraat zal dalen. Eiser heeft gesteld dat de MGR op de Heikantstraat hoger uitvalt op grond van de Atlasleefomgeving van de RIVM dan in de nota van uitgangspunten staat vermeld. De rechtbank gaat aan die stelling voorbij, omdat eiser immers met een eventuele hogere MGR nog niet betwist dat als gevolg van de herinrichting van de Traverse de MGR daalt.Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Gelderland 25 februari 2021 De rechtbank acht het arrest van het HvJ EU van 21 januari 2021 (ECLI:NL:EU:C:2021:7) ook van toepassing op particulieren en laat artikel 6:13 Awb buiten toepassing.
Vzr. ABRvS 1 maart 2021 De raad heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan significante gevolgen heeft voor het natuurgebied Duinen Den Helder-Callantsoog
Rb Rotterdam 9 februari 2021 De vrachtwagenbewegingen op de toegangsweg zijn niet als laad- en losactiviteiten in de zin van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit aan te merken.