Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 24 maart 2021 (ABRvS 202005340/1/R1): Awb, Wro; uitwerkingsplicht, ingebrekestelling, ontvankelijkheid, motivering
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004436/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen op voormalig sportterrein, gebiedsvisie
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004413/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding verdieping woning, bouwmassa, uitzicht (Rb Oost-Brabant 19/3327)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004358/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl, bevoegdheid, motivering (Rb Noord-Holland 19/3788)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004345/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en aanleggen, zonnepanelenveld van bedrijf, strijd met inpassingsplan (Rb Gelderland 19/2163)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004301/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieuneutraal veranderen, cacaofabriek, geen verandering productie (Rb Noord-Holland 19/242)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202004003/1/R2): Awb, Wro; bpl, medisch research- en ontwikkelingscentrum/woningen, groepsrisico/Bevi, kwantitatieve risicoanalyse
* 24 maart 2021 (ABRvS 202003649/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunningen, pannenkoekenrestaurants, APV, woon- en leefklimaat, Dienstenrichtlijn, antecedentenonderzoek (Rb Amsterdam 20/2234 en 20/2235)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202003439/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, men-gerelateerde activiteiten/nevenfunctie (Rb Oost-Brabant 19/2072 en 19/2077)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202003200/1/R2): Awb, Wro; bpl, splitsen boerderij in woningen, geur, Wgv/verordening, voorgrondbelasting, woon- en leefklimaat, Ladder/Bro
* 24 maart 2021 (ABRvS 202002867/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verplaatsen warmtepomp, geluidnorm, APV, tonaal karakter (Rb Midden-Nederland 19/2337)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202002728/1/R4): Awb; verzet, zendmast, blootstellingslimieten
* 24 maart 2021 (ABRvS 202002654/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen, platanen, bomenverordening, herplant, belangenafweging (Rb Amsterdam 20/1085 en 20/740)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202002638/1/A3): Awb, Hvw; boete, onttrekking woningen zonder vergunning, toeristische verhuur (Rb Amsterdam 19/3179)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202001702/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, grondwateronttrekking, bodemsanering, omgevingsvisie, doelmatigheid sanering/Aarhus (Rb Gelderland 17/409)
* 24 maart 2021 (ABRvS 202001136/1/R4): Awb, Wro; bpl, tweede woning, motivering, tussenuitspraak
* 24 maart 2021 (ABRvS 202000762/1/R4): Awb, Wabo; handhaving/intrekking omgevingsvergunning, afwijken vergunning, oppompen grondwater (Rb Midden-Nederland 19/1073)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201909227/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting bedrijf, schietincident/handgranaat, APV, beleidsregel, openbare orde, evenredigheid (Rb Amsterdam 19/640)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201908430/1/R4): Awb; verzet, belanghebbendheid, luchtverontreiniging
* 24 maart 2021 (ABRvS 201908318/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, tuinhuisje, niet conform verleende vrijstelling (Rb Overijssel 19/397)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201907623/1/R3): Awb, Wro; bpl, bedrijfsbestemmingen, detailhandel, Dienstenrichtlijn, tussenuitspraak
* 24 maart 2021 (ABRvS 201907163/1/R3): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, tiny houses, spoorweg- en wegverkeerslawaai, relatie m.e.r./MER, belanghebbenden, relativiteit
* 24 maart 2021 (ABRvS 201907159/1/R3): Awb, Wabo; Gmw; handhaving, dwangsom, (Rb  staken bedrijfsactiviteiten, catering, strijd met bpl, ontvankelijkheid (Rb Overijssel 19/1204 en 19/1346)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201906518/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanpassingen gebouw, balkons, terras, beleidsregels, Bor, luifel, privacy (Rb Amsterdam 18/4273)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201906436/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning/handhaving, horeca bij camping, strijd met bpl (Rb Noord-Nederland 18/2273)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201904287/1/R3): Awb, Wro, Wabo; niet vaststellen bpl, weigering omgevingsvergunning, varkenshouderij/bouwen stallen/bouwvlak, uitleg provinciale verordening, geur/gezondheidskundige advieswaarde GGD, draagvlak
* 24 maart 2021 (ABRvS 201903836/1/R4): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, opslag en verwerken mest tot korrels, geur, oude voorschriften, beleidsregel, bestaande activiteit, onderzoek (Rb Oost-Brabant 18/1464 en 18/1485)
* 24 maart 2021 (ABRvS 201903084/1/R2): Awb, Wro; bpl, paraplu parkeren, belanghebbenden, normstelling, motivering
* 24 maart 2021 (ABRvS 201900107/3/R3): Awb, Wro; bpl, bed & breakfast, omgevingsverordening, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2068E en SHE 20/2016): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten, herstelbesluit, buurtschap, gedragsregels, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2021 (CBb 19/479, 19/482, 19/1788, 19/1314, 19/1743, 19/1749, 19/360, 19/1807, 19/1744, 19/1742, 19/1734, 19/967, 19/1192 en 19/965): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, Nitraatrichtlijn, dierziekte, schadevergoeding/bevoegdheid, bedrijfsverplaatsing, zelf in de zaak voorzien
* 23 maart 2021 (CBb 19/1521, 19/1475, 19/1571, 19/1615, 19/1616, 18/1229, 18/1230, 18/1231 en 18/1232, 19/1503, 19/1704, 19/1698, 18/105 en 18/846, 17/1695, 19/1684, 19/1703, 19/1646 en 19/1662): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, samenvoeging bedrijven, knelgevallenregeling, jongveegetal, hardheidsclausule/bijzonder omstandigheden, zelf in de zaak voorzien
* 22 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5937 WET): Awb, Wro; planschade, benzinestation, inkomensschade
# 22 maart 2021 (ABRvS 202003317/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, dagrecreatieverblijf met horeca en nachtverblijf, woon- en leefklimaat, geluid
* 22 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2314-T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor verplaatsen parkeerplaatsen en in-/uitrit, geen vergunningplicht, APV, motivering, tussenuitspraak
* 19 maart 2021 (ABRvS 202100953/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, wegensteunpunt met bijbehorende bebouwing, geen spoedeisend belang
# 19 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2575, SHE 20/2579, SHE 20/2593): Awb, Wabo; wijzigen voorschriften vergunning, co-vergistingsinstallatie, belanghebbenden, monovergister/digestaat, toename geurbelasting, belang bescherming milieu
* 19 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3282): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, co-vergistingsinstallatie, bevoegdheid, co-substraten/NTA 8003, zicht op legalisatie
* 18 maart 2021 (Rb Overijssel 08/994539-19 (FP) (P) + 08/994548-15 (TUL), 08/994534-20 (FP) (P) + 08/994519-16 (TUL), 08/994539-20 (FP) (P) + 08/994520-16 (TUL) en 08/994538-20 (FP) (P) + 08/994500-16 (TUL)): WSr, WED, Msw; overtreding, houden van te veel kippen op grond van mestregelgeving
* 18 maart 2021 (Rb Amsterdam 81/294617-20): WSr, WED, Wm; overtreding, opslag professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 18 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/449): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, belanghebbenden, geen vvgb nodig
* 17 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/138): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, museum met horeca, bezoekers, stemgeluid, parkeren, privacy
* 17 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/986): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, schuur/bijgebouw, molen, erfgoed, welstand
* 17 maart 2021 (Rb Oost-Brabant C/01/358354 / HA ZA 20-323): BW; varkenshouderij, rechtmatigheid geurhinder, Wgv, belangen omwonenden, geurverordening gemeente
* 17maart 2021 (EH C-900/19): Prejudiciële verwijzing, Vogelrichtlijn, Frankrijk, vangen van vogels met lijm, bijvangsten, traditionele methode, voorwaarden, andere bevredigende oplossing, motivering
* 17 maart 2021 (ABRvS 202005348/3/R2 en 202005358/3/R2): Awb, Wabo; herziening vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, woningen met bijbehorende bouwwerken (Rb Oost-Brabant 20/1909, 20/1910, 20/1903 en 20/1904)
* 17 maart 2021 (ABRvS 202006380/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, belanghebbenden, geen vvgb (Rb Zeeland-West-Brabant 19/5482)
* 17 maart 2021 (ABRvS 202100377/1/R3 en /2/R3): Awb Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woningen, sloop kassen, provinciale verordening, herinrichting, geluid
* 17 maart 2021 (Rb Limburg AWB 20/687): Awb, Wabo; verzoek intrekking/actualisatie milieuvergunning, veehouderij, rendement luchtwassysteem, geurmeetprotocol NTA 9065, BBT
* 16 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5641 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bijgebouw/sledehonden, geluid
* 16 maart 2021 (Rb Gelderland ARN 21/1379): Awb, Wvw; vovo, verkeersbesluit, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 15 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/805 en AWB 20/806): Awb, Gmw; exploitatievergunning, pizzeria, openings- en sluitingstijden, APV, geen strijd met bpl, woon- en leefsituatie
* 15 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1089 en AWB 20/1007): Awb, Wabo; handhaving, activiteiten op terrein voormalig tuincentrum, verschillende gedeelten, motivering
* 15 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1124 en AWB 20/1125): Awb, Wvw; verkeersbesluit, parkeerplaatsen voor bussen en vrachtwagens op bedrijventerrein, belangenafweging
#! 12 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/803 en SHE 20/860): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfspand met showroom, parkeren, CROW, NEN 2580, laden en lossen/rijroute
* 12 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/1141 en 20/1142): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, café naar studio, ontvankelijkheid
* 11 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9961 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 11 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/184 WABOA VV en BRE 21/186 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor afwijken bpl, vellen van bomen en uitvoeren werk, doorsteek tussen straten, aanwijzingsbesluit/vvgb
* 11 maart 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1497): Awb, Wnb; handhaving, intrekking last onder bestuursdwang, ontvankelijkheid
* 10 maart 2021 (Rb Limburg AWB 20/1953 en AWB 21/160): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom/invordering, verwijderen tiny house, geen vergunning, strijd met bpl, bevoegdheid, zicht op legalisering, hoogte dwangsom
* 10 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/631): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen, herplantplicht, relatie andere besluiten
* 9 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/1468): Awb, Gmw; kort aanlijngebod, hond, APV, gevaarlijk/hinderlijk, motivering
# 9 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6446): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen (deel) gemeenschappelijk schoorsteenkanaal, draagconstructie
* 5 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/669 WABO VV): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woonunits voor arbeidsmigranten, woon- en leefmilieu
* 5 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/106 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor vervangen notenbomen, bpl, aantasting van waarden, motivering
* 4 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/746): Awb, Msw; handhaving, boete, mest, overschrijding normen en niet houden aan mestverwerkingsplicht
* 2 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/451): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, reclamezuil, beleidsregels, licht, alternatieven
* 1 maart 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/3677, LEE 19/3680, LEE 19/3686, LEE 19/3695, LEE 19/3738, LEE 19/3741 en LEE 19/3808): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, garageboxen, strijd met bpl
* 26 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3194): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsruimte, ontvankelijkheid
* 26 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1801): Awb, Wnb, Gmw; preventieve last onder dwangsom, herplantplicht na kappen
* 26 februari 2021 (Rb Limburg AWB 20/524): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, winkel in auditieve middelen, strijd met bpl, overgangsrecht, structuurvisie, Dienstenrichtlijn, motivering
* 25 februari 2021 (Rb Limburg ROE 20/3535): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid, evenredigheid
* 24 februari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 18/5437): Awb, Ww, WRO; bouwvergunning/vrijstelling, jachthaven, schadevergoeding/bevoegdheid
* 23 februari 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3084 en LEE 21/298): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt met parkeervoorziening, belanghebbende/concurrent, ontvankelijkheid
* 17 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1892): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bijgebouwen naar appartementen, procesbelang, beleidsregels, parkeren
* 17 februari 2021 (Rb Midden-Nederland  UTR 20/1522): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, geluid, ondertekening meetrapport, bevoegdheid
* 4 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1101): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, kamerverhuur in bedrijfswoning, arbeidsmigranten, strijd met bpl
* 29 januari 2021 (Rb Limburg ROE 20/670): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, reclamezuil met LED-scherm, Bor/niet vergunningvrij, planregels, verkeersvoorziening, advies RWS, overgangsrecht
* 19 januari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/241): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen in-/uitrit, parkeren in tuin, elektrische auto, APV, veilig gebruik weg, groenvoorzieningen, motivering
* 31 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5066-T): Awb, Wnb; ontheffing, doden ganzen, voorkomen landbouwschade, zonsop- en ondergang, motivering, tussenuitspraak
* 24 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1333V, SHE 20/1330V en SHE 20/1335V): Awb; verzet, termijn, omgevingsvergunning
* 15 december 2020 (Rb Rotterdam ROT 20/6088): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, veranderen woning naar hospice, geen strijd met bpl
* 15 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3367): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, biologische diervoederfabriek, bedrijfstijden, geluid, referentieniveau/Handreiking, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 13 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2462E en SHE 20/2595): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, overschrijding aantal camperplaatsen, voorschrift vergunning
* 10 november 2020 (Rb Den Haag SGR 20/6505): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen in horecapand, monumentale waarden
* 5 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1266): Awb, Ww; handhaving, houtkachel, Bouwbesluit
* 4 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2106): Awb, Wvw; verkeersbesluit, parkeergelegenheid touringcars, verkeersveiligheid, motivering
* 13 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2986): Awb, Wm; handhaving, geurhinder, restaurant, Activiteitenregeling, ontgeuringsinstallatie, onderhoud, roetdeeltjes, ruimtelijke gevolgen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 22 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2761): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, verruiming geluidruimte en mogelijkheden evenementen, (permanente) bewoning recreatiewoningen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 17 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3542-E): Awb, Ww; handhaving, houtkachel, rook- en geuroverlast, Bouwbesluit, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 15 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5617 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen dakisolatieplaten, geen vergunning, inmiddels verleende vergunning, procesbelang, ontvankelijkheid
* 15 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/131 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitrit, appartementen, geen evidente privaatrechtelijke belemmering
* 10 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3004 NATUUR): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, belanghebbende, Natura 2000, PAS, relativiteit
* 8 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5412 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, schuifhek, verleende omgevingsvergunning, niet evident onrechtmatig
* 8 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/152 WET): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting eetcafé, drugs, onderbouwing
* 8 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5772 WABOA en BRE 20/5997 VEROR): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen uitrit, APV, veilige en doelmatig gebruik van de weg
* 1 september 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5561 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning en schuur, herstelbesluit, kitvoeg/buurwoning, privaatrechtelijke belemmering, zelf in de zaak voorzien
* 25 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4916 GEMWT): Awb, Wm; handhaving, sportschool grenzend aan kantoor bij woning, geluid
* 24 april 2018 (Rb Noord-Holland HAA 18/1536): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen, tiny houses, geurcontour RWZI, aanhoudende geurhinder, spoedeisend belang

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 24 maart 2021 (ABRvS 201907163/1/R3): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, tiny houses, spoorweg- en wegverkeerslawaai, relatie m.e.r./MER, belanghebbenden, relativiteit
4.7.    Gelet op het voorgaande komt de Afdeling tot de conclusie dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het voorliggende plan moet worden aangemerkt als het eerste ruimtelijke besluit dat voorziet in een deel van de m.e.r-plichtige activiteit. Nu verder geen sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit, kan het MER als zodanig en hetgeen hieromtrent in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is bepaald niet aan de orde komen in de onderhavige procedure. Dit betekent dat de beroepsgronden die door de verenigingen en door [appellante sub 2] en anderen naar voren zijn gebracht over de transformatie van Schieoevers Noord in het kader van deze procedure niet inhoudelijk kunnen worden besproken omdat zij de omvang van dit geding te buiten gaan. De Afdeling merkt ten overvloede op dat deze bezwaren van deze appellanten aan de orde kunnen worden gesteld in een procedure over een ruimtelijk besluit dat wel voorziet in (een deel van) de m.e.r.-plichtige activiteit transformatie Schieoevers Noord.

* 24 maart 2021 (ABRvS 201903836/1/R4): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, opslag en verwerken mest tot korrels, geur, oude voorschriften, beleidsregel, bestaande activiteit, onderzoek (Rb Oost-Brabant 18/1464 en 18/1485)
4.2.    De beroepen die [appellante] en [partij] bij de rechtbank hadden ingesteld, gingen over het besluit van 25 april 2018 tot vaststelling van maatwerkvoorschriften. Voor de vraag of het college die maatvoorschriften mocht stellen, is niet van belang of de voorschriften van de omgevingsvergunning van 5 december 2014 als maatwerkvoorschriften zijn blijven gelden. De Afdeling begrijpt dat een aantal partijen hier duidelijkheid over wil hebben en de rechtbank invulling heeft willen geven aan die wens, maar door daar in deze zaak een oordeel over te geven, is de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Awb buiten de grenzen van het geding getreden. In zoverre betoogt [appellante] terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de geurvoorschriften van de vergunning van 5 december 2014, zoals aangevuld door de rechtbank bij uitspraak van 17 september 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:5458, op grond van artikel 2.8a van het Activiteitenbesluit moeten worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.
6.1.    De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat het college niet heeft hoeven kiezen tussen de drie soorten maatwerkvoorschriften die zijn genoemd in artikel 2.7a, vierde lid, van het Activiteitenbesluit, omdat het woordje “of” niet uitsluit dat die soorten maatvoorschriften naast elkaar worden gesteld. De tekst van dat artikel stelt op dit punt geen beperkingen. Dat doet er niet aan af dat het college wel zal moeten motiveren waarom het voor een bepaalde combinatie van voorschriften heeft gekozen. De verwijzing door [appellante] naar de artikelen 5.5 en 5.6 van het Bor en de artikelen 8.12 en 8.12a van de Wet milieubeheer (oud) leidt niet tot een ander oordeel, omdat die aan de tekst van artikel 2.7a, vierde lid, van het Activiteitenbesluit niet afdoen en geen regels bevatten die een kader geven voor de toepassing of de inhoud van  artikel 2.7a, vierde lid, van het Activiteitenbesluit.
7.2.    Artikel 2.7a, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit geeft het college de bevoegdheid om, indien een maatwerkvoorschrift wordt vastgesteld, te besluiten dat door degene die de inrichting drijft een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan. De omstandigheid dat het college al enkele maatwerkvoorschriften heeft vastgesteld bij het besluit van 25 april 2018, doet naar het oordeel van de Afdeling aan die bevoegdheid niet af.

De beslissing van het college dat [appellante] een rapport van een onderzoek moet overleggen als bedoeld in artikel 2.7a, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit, levert op zichzelf geen maatwerkvoorschrift op. De rechtbank heeft terecht overwogen dat er niets op tegen is om een dergelijke verplichting onder het etiket maatwerkvoorschrift te verbinden aan een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften.
8.2.    Zoals de rechtbank heeft vastgesteld, heeft het college met maatwerkvoorschrift 1.1.12 beoogd te verduidelijken wat volgens hem bij de omgevingsvergunning van 5 december 2014 is vergund. Artikel 2.7a, vierde lid, van het Activiteitenbesluit biedt echter geen grondslag voor een dergelijk maatwerkvoorschrift. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. Op grond van die bepaling kunnen slechts de daarin genoemde maatwerkvoorschriften worden gesteld om overschrijding van het aanvaardbaar geurhinderniveau te voorkomen. Het willen herhalen en verduidelijken van wat volgens het college al in de vergunning is geregeld, valt daar niet onder.

# 19 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2575, SHE 20/2579, SHE 20/2593): Awb, Wabo; wijzigen voorschriften vergunning, co-vergistingsinstallatie, belanghebbenden, monovergister/digestaat, toename geurbelasting, belang bescherming milieu
* 19 maart 2021 (
Rb Oost-Brabant SHE 20/3282): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, co-vergistingsinstallatie, bevoegdheid, co-substraten/NTA 8003, zicht op legalisatie
In deze zaak heeft de provincie op verzoek van het bedrijf de voorschriften gewijzigd van de geldende vergunningen voor een co-vergistingsinstallatie in Nistelrode. De gemeente Bernheze en omwonenden komen hier tegen op. De wijziging maakt het mogelijk om 72.000 ton dierlijke mest te verwerken (dit was voorheen 37.500 ton dierlijke mest en 36.500 ton co-substraten De rechtbank is van oordeel dat de provincie de voorschriften niet mocht wijzigen om twee redenen. Door de wijziging van de voorschriften verandert de werking van het bedrijf op een aantal onderdelen. Zo kan het bedrijf nu ook worden ingezet als monovergister en is er een fors grotere hoeveelheid digestaat na verwerking. Hierdoor wordt de grondslag van de aanvraag voor de oude vergunningen verlaten en dat is in strijd met artikel 2.31, tweede lid onder b van de Wabo. In de oude vergunningen stond ook een voorschrift op grond waarvan de geurbelasting van het bedrijf bepaalde grenzen niet mocht overschrijden. De rechtbank is van oordeel dat de mate van bescherming van het milieu tegen de geurhinder van de inrichting in 2013 mede is bepaald door dit voorschrift. Verweerder heeft onderzocht wat de worst case geurbelasting was van de eerder vergunde activiteiten van het bedrijf en de geurbelasting als gevolg van de verwerking van 72.000 ton dierlijke mest nieuwe geurvoorschriften gesteld. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige (de Stichting advisering bestuursrechtspraak) concludeert dat er nu een 3 tot 7 maal hogere geurimmissie wordt vergund dan voorheen. Het besluit van de provincie leidt tot een toename van de geurbelasting op de omgeving. Dit is niet in het belang van de bescherming van het milieu. Ook om deze reden is het bestreden besluit in strijd met artikel 2.31, tweede lid onder b, van de Wabo.

In een uitspraak van dezelfde datum oordeelt de rechtbank dat de provincie eerder terecht aan het bedrijf een last onder dwangsom heeft opgelegd. Er is geen sprake van een verplichting om een overtreding door de vingers te zien omdat er een concreet zicht is op legalisatie.

* 17 maart 2021 (Rb Oost-Brabant C/01/358354 / HA ZA 20-323): BW; varkenshouderij, rechtmatigheid geurhinder, Wgv, belangen omwonenden, geurverordening gemeente
5.10.    De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak is het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten – en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen (zie Hoge Raad 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:AT8823). Het moet gaan om hinder die voldoende ernstig is. Is dat niet het geval, dan zal de hinder moeten worden geduld. Om de ernst van de hinder te kunnen bepalen, sluit de rechtspraak aan bij objectieve criteria zoals wettelijk vastgestelde normen. Daarmee is overigens niet gezegd dat het beschikken over of juist ontbreken van een publiekrechtelijk vereiste vergunning zonder meer bepalend is voor het antwoord op de vraag of jegens een bepaalde derde sprake is geweest van onrechtmatige hinder (zie onder meer Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1106).

5.11.   Het antwoord op de vraag of en in hoeverre het hebben van een vergunning invloed heeft op de beoordeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van degene die op grond van deze vergunning handelt, maar daarbij schade of hinder toebrengt aan derden, hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust, dit in verband met de omstandigheden van het geval (zie Hoge Raad 10 maart 1972, ECLI:NL:HR:AC1311). Daarbij geldt dat de vergunninghouder er in het algemeen op mag vertrouwen dat de vergunning overeenkomstig de wet is verleend en de volgens de wet in aanmerking te nemen belangen door de vergunningverlenende instantie volledig en op de juiste wijze zijn afgewogen en dat hij gerechtigd is van die vergunning gebruik te maken (zie Hoge Raad 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:AT8823).

5.12.    Dat [eisers] geurhinder ervaren van de varkenshouderij van [gedaagde 1] staat wel vast. Onweersproken staat echter ook vast dat [eisers] zijn gaan wonen in een buitengebied waarin van oudsher sprake was van agrarische activiteiten. Zij zijn er bovendien gaan wonen toen [gedaagde 1] (dan wel een rechtsvoorganger) ter plaatse al een varkenshouderij had. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [eisers] daarom een zekere mate van geurhinder vanuit de varkenshouderij van [gedaagde 1] te dulden (vgl. HR 18 september 1998, NJ 1999, 69). Op [gedaagde 1] rust echter de plicht om de veroorzaakte geurhinder zodanig te beperken dat geen als onrechtmatig te kwalificeren geurhinder ontstaat. De feitelijke begrenzing van die plicht dient te worden bepaald aan de hand van datgene wat – objectief gezien – voor buren in het maatschappelijk verkeer als geurhinder nog aanvaardbaar is. Bij overschrijding van die grens is sprake van onrechtmatige geurhinder.
5.16.    Bij de verlening van de vergunning aan [gedaagde 1] is getoetst aan de Wgv (en Geurverordening). Bij de totstandkoming van de Wgv zijn de belangen van omwonenden van een intensieve veehouderij onmiskenbaar betrokken. Hetzelfde kan, nu er geen redenen zijn aangevoerd om iets anders aan te nemen, worden aangenomen bij de totstandkoming van de Geurverordening van de gemeente [naam] . Gelet hierop, is er naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte meer voor de burgerlijke rechter om de geurhinder jegens [eisers] als onrechtmatig te kwalificeren indien en voor zover [gedaagde 1] zich heeft gehouden aan de voor haar veehouderij geldende vergunningsvoorwaarden. In het kader van de op de Wgv gebaseerde vergunningverlening zijn immers dezelfde belangen afgewogen als die, welke de burgerlijke rechter in aanmerking moet nemen bij de beoordeling van de vraag of de uitvoering van de vergunde activiteit rechtmatig of onrechtmatig is. Daarop stuit ook het beroep van [eisers] op de omstandigheid dat in de systematiek van de GGD de feitelijk opgetreden geurhinder overeenkomt met een zeer slecht tot tamelijk slecht leefklimaat, af. Gesteld noch gebleken is dat de wetgever die omstandigheden niet heeft betrokken bij de totstandkoming van de Wgv.

* 17maart 2021 (EH C-900/19): Prejudiciële verwijzing, Vogelrichtlijn, Frankrijk, vangen van vogels met lijm, bijvangsten, traditionele methode, voorwaarden, andere bevredigende oplossing, motivering
1)      Artikel 9, leden 1 en 2, van richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand moet aldus worden uitgelegd dat het traditionele karakter van een methode voor het vangen van vogels op zich niet volstaat om aan te tonen dat een andere bevredigende oplossing in de zin van deze bepaling deze methode niet kan vervangen.

2)      Artikel 9, lid 1, onder c), van richtlijn 2009/147 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die in afwijking van artikel 8 van deze richtlijn een vangstmethode toestaat die leidt tot bijvangsten, wanneer deze bijvangsten, ook al zijn zij beperkt in omvang en duur, de ongewenst gevangen soorten meer dan verwaarloosbare schade kunnen berokkenen.

# 9 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6446): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen (deel) gemeenschappelijk schoorsteenkanaal, draagconstructie
7.1   Op 6 oktober 2020 heeft de StAB advies uitgebracht. Blijkens het verslag heeft de StAB bouwtechnisch adviseur ing. J.C. Kok van Kode Consult ingeschakeld om, onder de verantwoordelijkheid en begeleiding van de StAB, mee te werken aan het onderzoek. Bij een locatieonderzoek op 13 augustus 2020 hebben ing. K.S. de Croon en ir. R. Schuur van de StAB en J.C. Kok bij de woning van eiseres, de woning van derde-partij en de woning op de tweede etage een visuele inspectie uitgevoerd en foto’s gemaakt van de huidige situatie.

Omdat de sloopactiviteiten aan de woning van eiseres reeds uitgevoerd waren, inboedel aanwezig was de wanden en plafonds waren afgewerkt, was de aard van de constructie van het (gesloopte) schoorsteenkanaal blijkens het rapport visueel niet inzichtelijk. Destructief onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Om die reden is aanvullende informatie, waaronder bouwtekeningen en foto’s van de schoorsteenmantel en schouw tijdens de sloop, opgevraagd bij verweerder en eiseres en zijn de stukken die ten grondslag liggen aan de last onder dwangsom beoordeeld. Volgens de StAB is op basis van de (verstrekte) bouwtekeningen niet vast te stellen of het schoorsteenkanaal onderdeel uitmaakt van de draagconstructie van het gebouw, zoals verweerder stelt. Anderzijds is op grond daarvan ook niet vast te stellen dat het schoorsteenkanaal op een betonnen (vloer)plaat is gefundeerd, zoals eiseres stelt. Verder blijkt uit de verstrekte foto’s onvoldoende dat er een dragende betonplaat aanwezig was ter plaatse van de verdiepingsvloer en is de constructie van de raveling evenmin zichtbaar. Ervan uitgaande dat sprake is van een betonplaat in kantelevenwicht, zoals Constructie Adviesbureau Booms in het constructierapport van

10 augustus 2020 doet, voldoet de constructie niet en moet deze als onvoldoende stabiel worden beschouwd. Zolang er geen zekerheid bestaat of de betonplaat voorzien is van een zodanige wapening dat deze kan fungeren als een uitkragende constructie kan er niet van worden uitgegaan dat de betonplaat een dragende functie heeft. Het is eerder te verwachten dat de betonplaat steunt op het metselwerk van het onderliggende schoorsteenkanaal, aldus de StAB.
11.2   Gelet op de in 7.1 weergegeven gang van zaken zijn er naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het deskundigenbericht van de StAB niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Niet gebleken is van zodanige gebreken dat het StAB-verslag niet aan de oordeelsvorming ten grondslag zou mogen worden gelegd. In hetgeen eiseres en derde-partij hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtbank volgt de StAB dan ook in haar conclusie dat het verwijderen van het schoorsteenkanaal op de eerste etage de draagconstructie van (een deel van) het pand beïnvloed heeft en dat dan ook geen sprake is van een vergunningvrije activiteit als bedoeld in artikel 3, achtste lid, onder a, van het Bor, aldus de StAB. Dit bekent dat voor het verwijderen van het schoorsteenkanaal een omgevingsvergunning had moeten worden aangevraagd. Nu eiseres het schoorsteenkanaal heeft verwijderd zonder de daarvoor benodigde vergunning, is sprake van een overtreding. Hieruit volgt dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden.

* 17 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1522): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, geluid, ondertekening meetrapport, bevoegdheid
7. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag te liggen. Naar het oordeel van de rechtbank moeten aan de vaststelling van feiten die leiden tot een handhavingsbesluit in beginsel dezelfde eisen worden gesteld. Dit brengt met zich dat de vaststelling dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag, door een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag of door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen. De vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden dienen op een duidelijke wijze te worden vastgelegd. Dat kan geschieden in een schriftelijke rapportage, maar in bepaalde gevallen ook met foto’s of ander bewijsmateriaal. Duidelijk moet zijn waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd. Voor zover de vastgestelde feiten en omstandigheden in een geschrift zijn vastgelegd, dient een inzichtelijke beschrijving te worden gegeven van hetgeen is vastgesteld of waargenomen. Een schriftelijke rapportage dient voorts in beginsel te zijn voorzien van een ondertekening door de opsteller en een dagtekening. Aan het ontbreken van een ondertekening en een dagtekening kan worden voorbijgegaan, indien op andere wijze kan worden vastgesteld dat de opsteller van de rapportage degene is die de daarin vermelde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld of waargenomen en wanneer die vaststelling of waarneming heeft plaatsgevonden.

  1. In het voorliggende geval zijn de resultaten van meting 1 toegevoegd aan het primaire besluit waarmee verweerder de last onder dwangsom heeft opgelegd. Dit is gebeurd in bijlage 1, die de naam ‘Resultaten geluidsmeting’ heeft. De bijlage bevat een tabel getiteld ‘resultaten geluidsmeting’, waarin de drie overtredingen van de geluidsnormen op 14 september 2018 zijn neergelegd. Daarnaast zijn in bijlage 1 de resultaten van meting 1 vastgelegd in een meetverslag, waarin als geluidwaarnemer wordt genoemd [geluidwaarnemer] . Dit meetverslag geeft een weergave van de wijze van meten op 14 september 2018 en bevat ook een samenvatting van de meetresultaten. Geen van deze in bijlage 1 opgenomen onderdelen bevat een handtekening of dagtekening.

9. Nu bij zowel de tabel als de meetresultaten een dagtekening en handtekening ontbreken, is naar het oordeel van de rechtbank niet met zekerheid vast te stellen dat [geluidwaarnemer] de metingen heeft verricht en ook degene is die de rapportage in bijlage 1 heeft opgesteld. Ook overigens is op basis van het dossier niet vast te stellen dat de rapportage in bijlage 1 is opgesteld door degene die daadwerkelijk de metingen heeft verricht. Aan het ontbreken van een ondertekening en dagtekening kan dus niet voorbij worden gegaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze meetresultaten niet aan de vaststelling van de overtredingen ten grondslag kunnen worden gelegd. Dit betekent dat verweerder niet bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen.