Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 31 maart 2021 (ABRvS 202004624/1/R1 en 202004626/1/R1): Awb, Wro, Wgh; bpl, HGW, woningen, wegverkeer, bedrijf/maatwerkvoorschrift/geluidgevoelige objecten, woon- en leefklimaat, VNG-brochure, geur
* 31 maart 2021 (ABRvS 202004216/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, geen toestemming, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/4915)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202003634/1/R3 en 202003637/1/R3): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woningen, Ladder/Bro, geluidhinder/luchtkwaliteit/relativiteit, wegverkeer
* 31 maart 2021 (ABRvS 202003602/1/R3): Awb, Wro; bpl, camping met zwembad, provinciale omgevingsverordening en -visie, essenlandschap, Ladder/Bro, woon- en leefklimaat, geluid, tussenuitspraak
* 31 maart 2021 (ABRvS 202003560/1/A3): Awb, DHW, Gmw; intrekking exploitatie- en DHW-vergunning, Wet Bibob (Rb Rotterdam 19/6614)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202003539/1/R1 en 202003605/1/R1 en 202004134/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, gevolgen, afvalstoffenverordening, alternatieve locatie, motivering
* 31 maart 2021 (ABRvS 202003089/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, appartementen, gebruiksoppervlakte/NEN 2580, leefbaarheidseis, beleidsregels (Rb Midden-Nederland 19/1148)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002982/1/R1): Awb, Ww; handhaving, overlast van duiven, voeren, Bouwbesluit, herhaling  (Rb Noord-Holland 19/2139)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002979/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, beleidsregel, bevoegdheid, evenredigheid (Rb Oost-Brabant 19/3134)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002973/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfswoning, strijd met bpl (Rb Zeeland-West-Brabant 19/4937)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002965/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitweg, opslaghal, EVRM, vertrouwensbeginsel (Rb Limburg 19/1103 en 19/2183)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002362/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, onttrekking, toeristische verhuur, motivering, zelf in de zaak voorzien (Rb Amsterdam 19/3950)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202002093/1/R4): Awb, Wro; bpl, woning, cultuurhistorische waarden
* 31 maart 2021 (ABRvS 202001670/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanpassen en uitbreiden school, vluchtroutes, Bouwbesluit, peil, geluid, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, parkeerdruk, bezonningmotivering (Rb Den Haag 18/3081 en 18/3072)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202001594/1/R2): Awb, Wro; bpl, kop-hals-rompboerderij, bouwvlak
* 31 maart 2021 (ABRvS 202001478/1/R1): Awb, Wm; handhaving, ORAC, geen aanwijzingsbesluit, afvalstoffenverordening
* 31 maart 2021 (ABRvS 202001092/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, bijgebouw naar woning, bebouwde kom (Rb Oost-Brabant 19/1811)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202000765/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, parkeervoorziening op landgoed, Natura 2000-gebied, Wnb-vergunningplicht/handhaving/dwangsom, procesbelang (Rb Den Haag SGR 18/1704)
* 31 maart 2021 (ABRvS 202000676/2/R1); Awb, Wm; aanwijzing locatie plaatsen minicontainers restafval, procesbelang, ontvankelijkheid
* 31 maart 2021 (ABRvS 202000259/1/R2): Awb, Wro; bpl, woning
* 31 maart 2021 (ABRvS 201908889/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, beeldkwaliteitsplan, welstand, motivering (Rb Den Haag 19/5613 en 19/5614)
* 31 maart 2021 (ABRvS 201907239/1/R3): Awb, Ww; handhaving, houtstook, rook- en geuroverlast, Bouwbesluit, controles, gezondheid (Rb Noord-Nederland LEE 19/1009)
* 31 maart 2021 (ABRvS 201906981/1/R3): Awb, Wro; bpl, vervangende woningen, Ladder/Bro, geur/Wgv, waterberging, verkeer, natuur/relativiteit, tussenuitspraak
* 31 maart 2021 (ABRvS 201906262/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, bedrijfsactiviteiten, geluid, laden en lossen
* 31 maart 2021 (ABRvS 201902420/1/R4): Awb, Mbw; gaswinningsplan, hydraulische stimulatie, gedragscode, bodemdaling, trillingen
* 31 maart 2021 (ABRvS 201901888/1/R3): Awb, Wro; bpl, landgoed, NNN, natuurbegraafplaats, provinciale omgevingsverordening, saldobenadering, motivering, rood voor rood-regeling, grafdichtheid, soortenbescherming/migratie, bomen, tussenuitspraak
* 31 maart 2021 (ABRvS 201809952/1/R2): Awb, Nbw; wijziging tenaamstelling vergunning, besluit, belanghebbende, financiële belangen, EVRM (Rb Gelderland 17/2690)
* 30 maart 2021 (CBb 19/1471, 19/1412, 19/1419, 19/1770, 19/1842, 19/1115, 19/1214, 19/1765 en 19/1786): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, schadevergoeding/bevoegdheid
* 30 maart 2021 (CBb 18/1890, 18/1891 en 18/1892, 19/1541, 18/1961, 19/1628, 19/1496, 19/1676, 19/1495, 19/474, 18/1352 en 18/1353 en 20/31): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, duur procedure/EVRM, knelgevallenregeling, hardheidsclausule/bijzondere omstandigheden
* 30 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1813): Awb, Wabo; intrekken omgevingsvergunning milieu, afvalstoffenbedrijf, LAP3, bevoegdheid, geen handelingen, Natura 2000/natuurbelang, EVRM, BBT-conclusies
* 29 maart 2021 (ABRvS 202100063/2/R3): Awb, Nbw; vovo, inpassingsplan, dempen en vervangende stroomgeul, Natura 2000, beheerplan/maatregelen, belanghebbende
* 29 maart 2021 (ABRvS 202101006/2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, verwijderen woning en garage, geen vergunning (Rb Noord-Holland 20/6720 en 20/6721)
* 26 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2602): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunningen, biogascentrale, Wet Bibob, belangenafweging, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 26 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/3052 en AWB/ROE 20/3053): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning milieu, houtverwerking, luchtemissies, gekanaliseerd en diffuus, stof, zelf in de zaak voorzien
* 25 maart 2021 (EH C-22/20): Niet-nakoming, Zweden, geen secundaire behandeling of een gelijkwaardige behandeling van afvalwater voor lozing in kwetsbare gebieden
* 25 maart 2021 (Rb Overijssel 08/994530-19 (P) (FP)): WSr, WED, Ontgrondingwet; winning schelpen op plekken waarvoor geen vergunning is verleend, vervalste elektronische opgaven
* 25 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1274): Awb, Gmw; vovo, plaatsing camera’s bij café, openbare orde, privacy
* 24 maart 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 18/752): Awb, Wabo; intrekken omgevingsvergunningen, geen gebruik maken, belangenafweging
* 24 maart 2021 (ABRvS 202006593/2/R2): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, huisvesting arbeidsmigranten in recreatiewoningen, strijd met bpl, zicht op legalisatie, vertrouwensbeginsel (Rb Oost-Brabant 20/419)
* 24 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4747 en UTR 19/5189): Awb, Msw; handhaving, boetes, niet naar waarheid opmaken van vervoersbewijzen dierlijke meststoffen én het niet vastleggen van de vervoersgegevens van vrachten dierlijke meststoffen
* 23 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1282): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom verkoop lachgas, overtreding verbod op venten, APV, ontoelaatbare hinder, online verkoop, invordering
* 22 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6731 WET): Awb, Hvw; handhaving, boete, onttrekken van woonruimte, hennepkwekerij, invordering
* 22 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2915): Awb, Msw; handhaving, boete, mest, overeenstemming hoogte
* 22 maart 2021 (Rb Limburg AWB 21/617): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken bpl, uitvoeren werk en maken uitweg,  openbare parkeerplaats, geen vvgb nodig, goede ruimtelijke ordening
* 19 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/553): Awb, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, sluiting bedrijf, APV, ernstig gevaar voor de openbare orde en de woon- en leefomgeving
* 19 maart 2021 (Rb Gelderland ARN 21/1537): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, gebruik houtschuur voor begrafenissen, strijd met bpl, geen vergunning
* 17 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/787 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding geluidsnorm milieuvergunning, scheepswerf, onbemande metingen, geen zicht op legalisering
* 17 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/223 GEMWT): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, café, muziekgeluid, Activiteitenbesluit
* 16 maart 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/178): Awb, Wabo; handhaving, stallen van vaartuigen, relatie bpl, geen overtreding, bevoegdheid
* 16 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/475): Awb, Hvw; handhaving, boete, onttrekken woning, hennepteelt
* 16 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 19/4711): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen boom, afwijken bpl en bouwen appartementen, inpassing
* 16 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 19/49 en SGR 18/8452): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen, parkeren, motivering
* 16 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 18/7461): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor hostel, geluid, akoestisch rapport, piekgeluiden, gevelisolatie, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 15 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3384): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw met dakterrassen, welstand
* 11 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/584): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, bezorgen reclamedrukwerk, afvalstoffenverordening, geen prijs op ontvangst, overtreder
* 4 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/3337): Awb, Msw; handhaving, boete, overschrijding van gebruiksnorm dierlijke meststoffen en fosfaatgebruiksnorm, beleidsregel, buiten toepassing laten
* 15 januari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6360): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken bpl, stretchdoek-overkapping, geen spoedeisend belang, sluiting horeca door Corona
* 12 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5158): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, geen tijdige zienswijze, ontvankelijkheid
* 11 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1532): Awb, Wnb; ontheffing, herplantplicht, compensatiepercelen, regels IOV, motivering
* 8 maart 2021 (Rb Limburg AWB 21/162): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs
* 2 maart 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/659): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, huisvesten arbeidsmigranten, tijdelijkheid, relativiteit, woon- en leefklimaat
* 19 februari 2021 (Rb Amsterdam AMS 18/7290): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning, geen gebruik maken
* 5 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/2605 GEMWT): Awb, Gmw; handhaving, skatebaan, geluid, APV, voorlopige voorziening/sluiting
* 10 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1424): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, bewoning bedrijfswoning, strijd met bpl, EVRM
* 1 december 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 19/902, SHE 19/929, SHE 19/962, SHE 19/975, SHE 19/980, SHE 19/985 en SHE 19/1002): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, provinciale verordening, zonlicht- en geluidweerkaatsing, inpassing, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 10 november 2020 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2506): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouw woning, privacy, ambitiedocument
* 8 oktober 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2643): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen, herplantplicht, bevoegdheid, noodkap
* 17 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3831): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, terras bij horeca, geluid, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, parkeren
* 4 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4779 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, gebruik schuilschuur als recreatiewoning, tijdelijke omgevingsvergunning
* 28 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5386): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, houtkachels, Bouwbesluit, bouwwerken, geen vergunning
* 17 augustus 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4436 WET): Awb, Msw; handhaving, boete, mest, gegevensregistratie
* 13 februari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2346): Awb, Wabo; handhaving, dwangsom/bouwstop, eiser overleden, verklaring van erfrecht, ontvankelijkheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 31 maart 2021 (ABRvS 202002982/1/R1): Awb, Ww; handhaving, overlast van duiven, voeren, Bouwbesluit, herhaling (Rb Noord-Holland 19/2139)
3.4.    Gezien de stellingen van partijen in de stukken en ter zitting acht de Afdeling het aannemelijk dat de vooraankondiging van de last onder dwangsom in 2013 slechts een kort effect heeft gehad, waarna de duivenoverlast door het voeren terugkeerde en artikel 7.22, aanhef onder c, van het Bouwbesluit 2012 door [belanghebbenden] opnieuw werd overtreden. Niet duidelijk is of de overtreding vervolgens ononderbroken heeft voortgeduurd. Het moet er echter voor worden gehouden dat zich in de loop der jaren in ieder geval met een zekere regelmaat overtredingen hebben voorgedaan. Deze omstandigheid wijst op een zekere continuïteit als bedoeld in de uitspraak van 28 oktober 2020. Voorts kunnen de omstandigheden ten tijde van de overtredingen met elkaar op één lijn worden gesteld.

…………………………
Gelet op de continuïteit van de overtredingen in het verleden, de toename in het aantal ter plaatse aanwezige duiven na het besluit van 15 oktober 2018 en het belang van [appellant] om van overlast gevrijwaard te blijven, heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling niet zonder nader onderzoek en zonder nadere motivering op het standpunt mogen stellen dat er geen gegronde vrees was voor herhaling van de overtreding. In verband daarmee heeft het college ook niet zonder meer mogen volstaan met een informele afspraak met [belanghebbenden]. Het besluit van 8 april 2019 verdraagt zich in dit opzicht daarom niet met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb. De Afdeling komt daarom tot de conclusie dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 8 april 2019 in stand kon blijven. Het betoog slaagt.

* 31 maart 2021 (ABRvS 202001478/1/R1): Awb, Wm; handhaving, ORAC, geen aanwijzingsbesluit, afvalstoffenverordening
3.3.    De Afdeling is van oordeel dat uit artikel 9, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening volgt dat wanneer het college voor een orac als inzamelvoorziening kiest, het ook is gehouden de locatie van deze inzamelvoorziening aan te wijzen in een besluit. Hetzelfde oordeel volgt uit de door [appellant] aangehaalde uitspraken van de Afdeling van 7 oktober 2009 en 23 maart 2016.

De Afdeling stelt vast dat het college is overgegaan tot plaatsing van de orac aan de Chris Broersestraat zonder dat het een besluit had genomen waarin het de locatie voor de orac heeft aangewezen. Ten aanzien van de locaties van andere orac’s in Waddinxveen heeft het college dat overigens wel gedaan door op 1 december 2017 een aanwijzingsbesluit te nemen. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting moet het ervoor worden gehouden dat het college in de periode na het plaatsen van de orac aan de Chris Broersestraat niet alsnog een aanwijzingsbesluit heeft genomen voor deze locatie, dit in weerwil van de brief aan [appellant] van 28 mei 2019. Ter zitting is overigens ook niet gebleken dat het college voornemens is om alsnog een aanwijzingsbesluit te nemen voor de locatie van de orac.

Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat is gehandeld in strijd met artikel 9, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening. Derhalve had het college het handhavingsverzoek van [appellant] niet mogen afwijzen op de grond dat het niet bevoegd was tot handhavend optreden. Dit betekent dat het besluit van 8 oktober 2019 in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet deugdelijk is gemotiveerd.

Het betoog slaagt.

* 31 maart 2021 (ABRvS 201907239/1/R3): Awb, Ww; handhaving, houtstook, rook- en geuroverlast, Bouwbesluit, controles, gezondheid (Rb Noord-Nederland LEE 19/1009)
4.2.    De Afdeling heeft in meer uitspraken, voor het laatst in haar uitspraak van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3005, overwogen dat geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De vraag is of deze inzichten ten tijde van het nemen van de besluiten van 9 juli 2018 en 6 februari 2019 al wel bestonden.

4.3.    De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2,5), geeft geen uitsluitsel daarover. De door [appellant] overgelegde stukken leiden niet tot het oordeel dat, ook al staat vast dat houtkachels fijnstof uitstoten, daaromtrent ten tijde van het nemen van de besluiten wel algemeen aanvaarde inzichten bestonden. Weliswaar is de strekking van deze stukken, waaronder een publicatie van de GGD Amsterdam, dat houtrook ernstige gezondheidsrisico’s met zich brengt, de publicaties geven geen eenduidige norm bij welke mate van blootstelling onder welke frequenties en omstandigheden de rook schadelijk is voor de gezondheid. Daarom kan hieraan niet de betekenis worden gegeven die [appellant] hieraan toekent. Wat betreft het kennisdocument van de STAB, wat daar ook van zij, stelt de Afdeling vast dat dit kennisdocument dateert van september 2019. Omdat het kennisdocument dateert van na de besluiten van 9 juli 2018 en 6 februari 2019, kon het college dit reeds daarom er niet bij betrekken. Gelet op het voorgaande bestonden op het moment dat die besluiten werden genomen, nog steeds geen algemeen aanvaarde inzichten als hiervoor beschreven.

Ook voor zover [appellant] heeft verwezen naar de door de WHO gehanteerde luchtkwaliteitsnormen bestaat geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Daargelaten dat deze normen binnen Nederland niet als bindend recht hebben te gelden omdat moet worden uitgegaan van de luchtkwaliteitsregels als bedoeld in titel 5.2 van de Wet milieubeheer, volgt daaruit niet of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie rook afkomstig van het gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt.

* 31 maart 2021 (ABRvS 201809952/1/R2): Awb, Nbw; wijziging tenaamstelling vergunning, besluit, belanghebbende, financiële belangen, EVRM (Rb Gelderland 17/2690)
5.3.    In de Nbw 1998 en de Wnb is geen regeling opgenomen over de overgang van een natuurvergunning op een andere natuurlijke of rechtspersoon, die op grond van die wet is verleend. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2011:BV9525, betekent dat niet dat een natuurvergunning niet kan overgaan op een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon. De aard van een op grond van de Wnb verleende natuurvergunning – die in de regel zaaksgebonden is – verzet zich er niet tegen dat een belanghebbende bij het bestuursorgaan dat bevoegd is de vergunning te verlenen een verzoek kan doen om wijziging van de tenaamstelling. De bevoegdheid om de tenaamstelling te wijzigen ligt naar het oordeel van de Afdeling besloten in de bevoegdheid tot vergunningverlening. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan het bestuursorgaan medewerking verlenen aan het verzoek en langs die weg een overgang van de natuurvergunning bewerkstelligen. Deze mogelijkheid laat overigens de bevoegdheid van het college onverlet om in plaats daarvan een nieuwe natuurvergunning te verlenen.

5.4.    De beslissing op het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van een op grond van de Wnb verleende natuurvergunning is naar het oordeel van de Afdeling een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het besluit bewerkstelligt dat de aan de vergunning verbonden rechten en plichten overgaan op een andere vergunninghouder. Degene op wiens naam de natuurvergunning wordt gesteld wordt daardoor gerechtigd van die vergunning gebruik te maken. De Afdeling sluit hiermee aan bij haar rechtspraak over de wijziging van de tenaamstelling van een op grond van de Woningwet (oud) verleende bouwvergunning (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 21 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8906).

5.5.    De natuurvergunning die aan [appellante sub 3] is verleend, is een vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Nbw 1998. In artikel 9.4, eerste lid, van de Wnb is bepaald dat een vergunning in de zin van artikel 19d van de Nbw 1998 gelijkgesteld wordt met een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.

De rechtbank is gelet op wat hiervoor in 5.3.4 is overwogen terecht tot het oordeel gekomen dat de beslissing van het college om de natuurvergunning van [appellante sub 3] op naam te stellen van Dutch Dairy een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

* 30 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1813): Awb, Wabo; intrekken omgevingsvergunning milieu, afvalstoffenbedrijf, LAP3, bevoegdheid, geen handelingen, Natura 2000/natuurbelang, EVRM, BBT-conclusies
8.4   Gelet op de recente uitspraak van de Afdeling ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder bij het gebruik van de bevoegdheid ingevolge artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wabo het subsidiariteitsvereiste in acht zou moeten nemen op de door eiseres voorgestane wijze. De bevoegdheid ingevolge artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wabo verschilt op een belangrijk punt met de bevoegdheid ingevolge artikel 2.33, eerste lid, onder d, dan wel de bevoegdheid ingevolge artikel 2.31, tweede lid onder b, van de Wabo. De bevoegdheid ingevolge artikel 2.33, eerste lid, onder a, van de Wabo, mag verweerder alleen gebruiken als de inrichting gedurende drie jaren stil heeft gelegen. De bevoegdheden ingevolge artikel 2.33, tweede lid onder d, en artikel 2.31, tweede lid, onder b, van de Wabo mag verweerder gebruiken bij inrichtingen die in werking zijn. Het zijn daarmee meer ingrijpende bevoegdheden en dat verklaart waarom het subsidiariteitsvereiste in acht moet worden genomen. De rechtbank concludeert dat verweerder kon volstaan met een belangenafweging waarbij ook de financiële belangen van eiseres een rol spelen.

8.5   Zoals uit de uitspraak van 20 januari 2021 van de Afdeling blijkt, heeft verweerder hierbij wel een beleidsruimte die de bestuursrechter heeft te respecteren. Bij deze belangenafweging zal verweerder alle betrokken belangen op de juiste wijze moeten waarderen. Volgens verweerder spelen de hierna kort samengevatte belangen een rol in de belangenafweging:

  • De omgevingsvergunning uit 2007 beschermt onvoldoende tegen de gevolgen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS).
  • De omgevingsvergunning uit 2007 biedt een titel voor het mengen van afvalstoffen, ook afvalstoffen met ZZS en dat vindt verweerder niet wenselijk vanwege het landelijk afvalbeheerplan 3 (LAP3).
  • De inrichting voldoet volgens verweerder niet aan de best beschikbare technieken (BBT), meer in het bijzonder de BBT-conclusie Afvalbehandeling van 10 augustus 2018.
  • De inrichting beschikt niet over een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en het is aannemelijk dat een vergunningplichtige stikstofdepositie plaatsvindt op het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak

13.3    De rechtbank stelt voorop dat verweerder de omgevingsvergunning uit 2007 niet kan intrekken op basis van de bevoegdheid in artikel 5.4 van de Wnb. De omgevingsvergunning uit 2007 is niet krachtens de Wnb verleend maar op basis van de Wet milieubeheer (Wm). De Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant (Beleidsregel) is opgesteld ter invulling van de bevoegdheden op grond van artikel 2.2 en artikel 2.7 van de Wnb. Ingevolge artikel 2.6, eerste lid, van de Beleidsregel mag een activiteit alleen worden ingezet ten behoeve van intern salderen voor zover er een toestemming was voor de N-emissie veroorzakende activiteit in de referentiesituatie en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest of nog kan zijn tot het moment van intrekking of wijziging van de toestemming, zodat hervatting van de activiteit mogelijk was zonder dat daarvoor een natuurvergunning of omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, is vereist. In het licht van dit artikel in de Beleidsregel heeft verweerder het wenselijk kunnen achten om niet onafgebroken gebruikte stikstofdepositieruimte in te trekken. Maar mag verweerder het natuurbelang van het Natura 2000-gebied wel betrekken bij de belangenafweging bij het gebruik van de bevoegdheid ingevolge artikel 2.33, tweede lid onder a, van de Wabo? Volgens de rechtbank mag dit wel. Het natuurbelang van het Natura 2000-gebied is ook een milieubelang. Bij de afweging die verweerder moet maken bij het toepassen van de bevoegdheid van art. 2.33, tweede lid onder a, van de Wabo kan verweerder daarom ook het belang van de bescherming van Natura 2000-gebieden meewegen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat als gevolg van het in werking zijn van de inrichting stikstofdepositie geen significante gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied. Daarom heeft verweerder dit aspect bij de belangenafweging mogen betrekken.

* 25 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1274): Awb, Gmw; vovo, plaatsing camera’s bij café, openbare orde, privacy
11. In de praktijk maakt verweerder dus gebruik van een 360o-camera. Niet is in geschil dat met een dergelijke camera in de woning van verzoeker kan worden gekeken. Verweerder heeft aangegeven dat dit niet gebeurt door een privacy mask in de software. Hierdoor worden woningen vanaf de eerste verdieping afgeschermd. Verweerder heeft prints overgelegd van het bereik van de camera voor het keukenraam van verzoeker. Daarop is inderdaad te zien dat de (ramen van de) woningen vanaf de eerste verdieping zwart zijn. Dit geldt overigens niet voor de ramen van woningen op de begane grond. Echter, verzoeker kan aan de camera niet zien waarop de camera is gericht. Verzoeker kan evenmin zien of het privacy mask naar behoren werkt. Het is daarom goed voorstelbaar dat verzoeker zich door deze 360o-camera op enkele meters van zijn keukenraam in zijn privacy en woongenot voelt aangetast. Het enige waar verzoeker op af kan gaan, is de mededeling van verweerder dat met de camera niet in de woning van verzoeker wordt gekeken. Hoewel de voorzieningenrechter niet twijfelt aan deze mededeling van verweerder, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker hier geen genoegen mee hoeft te nemen. Dat er geen oplossing kan worden gevonden die enerzijds recht doet aan het belang van openbare orde en anderzijds aan de privacy belangen van verzoeker, op een zodanige wijze dat verzoeker zélf kan zien dat zijn privacy is gewaarborgd, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk.

  1. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het huidige cameratoezicht de privacy en het woongenoot van verzoeker onevenredig schendt. Uitgaande van de noodzaak tot cameratoezicht op het [adres] , voldoet de huidige uitvoering niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het toezicht met de 360o-camera voor het keukenraam van verzoeker kan daarom niet op de huidige manier worden gecontinueerd.
  2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in de zin dat verweerder het cameratoezicht ter hoogte van verzoekers keukenraam zo aanpast dat het voor verzoeker zichtbaar en controleerbaar is dat inkijk in zijn woning onmogelijk is.* 23 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1282): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom verkoop lachgas, overtreding verbod op venten, APV, ontoelaatbare hinder, online verkoop, invordering
    16. Hieruit blijkt dat het niet (alleen) gaat om online verkoop, maar ook om actieve verkoop op straat. Oftewel, de handelwijze van eiseres omvat in ieder geval de elementen ‘het in voorraad houden’ en het ‘te koop aanbieden’. Hiermee is dus voldaan aan de definitie handelen zoals die is opgenomen in de Verordening. Aangezien sprake is van handel op straat, valt dit onder de definitie van venten. Hiervoor heeft eiseres een vergunning nodig en die heeft zij niet. Op deze grond mocht verweerder dan ook de lasten onder dwangsom opleggen.

17.    Wat betreft het betoog van eiseres dat zij niet langer stil staat dan nodig is om klanten te bedienen, overweegt de rechtbank dat deze eis is verbonden aan de ventvergunning. Omdat eiseres geen ventvergunning heeft, hoeft ook niet te worden beoordeeld of zij niet langer stilstaat dan nodig is om klanten te bedienen. Eiseres mag immers helemaal niet op straat verkopen.
21.    De rechtbank overweegt dat uit de rapporten van bevindingen blijkt dat hinder wordt veroorzaakt bij de omwonenden door de geluiden bij het vullen van de ballonnen en de verkoop van de ballonnen. Verweerder heeft dit ook met de rapporten van bevindingen onderbouwd. Het is niet nodig dat verweerder dit nog verder onderbouwt met individuele klachten. Verweerder mocht deze grond dan ook aan de lasten onder dwangsom ten grondslag leggen.

* 11 maart 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1532): Awb, Wnb; ontheffing, herplantplicht, compensatiepercelen, regels IOV, motivering
De provincie heeft ontheffing verleend van de verplichting om na velling van een bos te herplanten op dezelfde percelen. Hierbij zijn compensatiepercelen genoemd. Volgens de rechtbank zal verweerder moeten bezien of op die percelen kan worden gecompenseerd, met andere woorden, of op die percelen een herbeplanting van houtopstanden kan plaatsvinden binnen drie jaar die voldoet aan de regels in artikel 2.63 van de IOV. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hier slechts van af had kunnen zien als vast staat dat het bestemmingsplan een herplant met inachtneming van artikel 2.63 van de IOV toelaat of als er een concreet zicht is op een planologische toestemming om op de compensatiepercelen te herplanten met inachtneming van artikel 2.63 van de IOV. Dit concreet zicht is er volgens de rechtbank pas, als een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd dat de herplant mogelijk maakt of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan is ingediend. Pas in deze gevallen is er een reële kans dat de nieuwe houtopstand kan uitgroeien tot een volwaardige houtopstand en dat er binnen 10 jaar een gesloten kronendak is gevormd.

* 8 oktober 2020 (Rb Gelderland AWB 19/2643): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen, herplantplicht, bevoegdheid, noodkap
Omgevingsvergunning voor het kappen van een eik met een herplantplicht. Ten onrechte een herplantplicht opgelegd omdat voor het kappen van de eik geen kapverbod gold. Een omgevingsvergunning is alleen vereist indien voor de boom een kapverbod geldt. Voor welke bomen een kapverbod geldt, is geregeld in artikel 4 van de Bomenverordening. Daarin is opgenomen dat een kapverbod niet van toepassing is in het geval van vellen in geval van vastgestelde noodkap. Voldoende aannemelijk dat sprake was van noodkap. Er was daarom geen omgevingsvergunning nodig en daarom kon ook geen herplantplicht worden opgelegd.