Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 21 april 2021 (ABRvS 202006667/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen bomen, APV, geen vergunningplicht, APV, eerder standpunt onjuist, geen uitvoering opdracht (Rb Den Haag 17/3513 en 173345)
* 21 april 2021 (ABRvS 202005433/3/R3): Awb, Wro; bpl, twee versies raadpleegbaar, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 21 april 2021 (ABRvS 202004833/1/R3): Awb, Wro; bpl, mantelzorgwoning
* 21 april 2021 (ABRvS 202004685/1/R1): Awb, Wro; bpl, herontwikkeling terrein, bedrijven, wonen, parkeren
* 21 april 2021 (ABRvS 202004572/1/R3): Awb, Wm; geen geluidwerende voorzieningen, geen overschrijding waarde
* 21 april 2021 (ABRvS 202004538/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, beschermd stadsgezicht, cultuurhistorie, parkeren
* 21 april 2021 (ABRvS 202004375/1/R1): Awb, Wm; plaatsingsplan, ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, divers
* 21 april 2021 (ABRvS 202004099/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, woonfraude (Rb Amsterdam 19/389)
* 21 april 2021 (ABRvS 202003478/1/R1): Awb, Waterwet; buiten behandeling stellen aanvraag, vervanging afmeerpalen, belanghebbende, privaatrechtelijke toestemming (Rb Gelderland 18/3032)
* 21 april 2021 (ABRvS 202003346/1/R4): Awb, Wro; bpl, industrieterrein naar woongebied, Chw, externe veiligheid, Bevi/Revi, woon- en leefklimaat
* 21 april 2021 (ABRvS 202003302/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, woonfraude (Rb Amsterdam 18/7224)
* 21 april 2021 (ABRvS 202002910/1/R1): Awb, Wlv; vvgb, opslagloods, oud/nieuw LIB (Rb Noord-Holland 19/2179)
* 21 april 2021 (ABRvS 202002803/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding woning, inpassing, welstand (Rb Limburg 19/1059 en 19/1094)
* 21 april 2021 (ABRvS 202002802/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, recreatief verhuur landhuizen, planregels, geen strijd met bpl, bevoegdheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1474 en 19/4070)
* 21 april 2021 (ABRvS 202002782/1/R2): Awb, Wro; bpl, woning, inpassing
* 21 april 2021 (ABRvS 202002752/1/R1): Awb, Wlv; niet tijdig vaststellen luchthavenbesluit, ontvankelijkheid, opdracht
* 21 april 2021 (ABRvS 202002500/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, honden- en kattenpension, geluid, VNG-brochure (Rb Limburg 19/682)
* 21 april 2021 (ABRvS 202002405/1/A2): Awb; schadevergoeding, zandwinning, faillissement camping, Ontgrondingenwet, voorzienbaarheid
* 21 april 2021 (ABRvS 202001923/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, m.e.r.-beoordeling, provinciale omgevingsverordening, groen, parkeren/CROW, verkeer, geluid, luchtkwaliteit
* 21 april 2021 (ABRvS 202001848/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, gebouwen, dierenopvang (Rb Den Haag 18/7626)
* 21 april 2021 (ABRvS 202001582/1/R1 en 202003428/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen/intrekking eerdere vergunning, verbouwing woning, paardenhouderij, strijd met bpl, nieuw ontwerp-bpl, motivering, opdracht
* 21 april 2021 (ABRvS 202001392/1/R3): Awb, Wro; bpl, verkeersaansluiting
* 21 april 2021 (ABRvS 202000479/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, detailhandel, strijd met bpl, brancheringsnota (Rb Noord-Holland 19/1454)
* 21 april 2021 (ABRvS 202000421/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, veemarkt, afwijkingsbepaling, verkeer, VNG-brochure (Rb Noord-Nederland LEE 19/2366)
* 21 april 2021 (ABRvS 202000358/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanleggen en afwijken bpl, woningen met parkeerplaatsen, afwijkingsbevoegdheid (Rb Noord-Nederland LEE 19/342)
* 21 april 2021 (ABRvS 201909117/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, tankstation, verkeersbesluiten, verminderde inkomsten, ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 18/4966)
* 21 april 2021 (ABRvS 201909109/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, windturbines, Chw, provinciale verordening, financiële zekerheid, geluid/laag frequent, slagschaduw, externe veiligheid, Activiteitenbesluit, soortenbescherming, tussenuitspraak
* 21 april 2021 (ABRvS 201908579/1/A2): Awb; schadevergoeding, woning, gebreken, kleiner perceel, causaal verband (Rb Den Haag 18/6153)
* 21 april 2021 (ABRvS 201907686/1/A3): Awb, Gmw; ligplaatsvergunning, APV, afstand, veiligheid/brand, Bouwbesluit (Rb Noord-Holland 18/4023)
* 21 april 2021 (ABRvS 201906997/1/R2): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, volkstuinencomplex met bouwwerken, belanghebbenden, stedelijke ontwikkeling, Ladder/Bro, provinciale verordening, omgevingsvisie, motivering, tussenuitspraak
* 21 april 2021 (ABRvS 201906091/2/A2): Awb, Wro; planschade, planvergelijking, normaal maatschappelijk risico (Rb Oost-Brabant 18/1935)
* 21 april 2021 (ABRvS 201903692/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied met kenmerkende buitenplaatsen, verkeer, fruitboomgaard, gewasbeschermingsmiddelen, rvr-regeling, wijzigingsbevoegdheid/inpassing, veehouderij/stikstofdepositie/provinciale verordening
* 21 april 2021 (ABRvS 201902890/2/A2): Awb; nadeelcompensatie, peilopzet rivier, vernatting weilanden, weiden van paarden, oorzakelijk verband, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 21 april 2021 (ABRvS 201900294/1/R2): Awb, Wnb; goedkeuring, gedragscode renoveren, duurzame energie, vleermuizen/huismus, ecologisch werkprotocol, Vogel- en Habitatrichtlijn, gerechtvaardigd belang, motivering (Rb Noord-Holland 18/642 en 18/616)
* 21 april 2021 (ABRvS 201808253/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, biologische veehouderij/intensieve veehouderij, planregels
* 20 april 2021 (ABRvS 202101265/2/R1): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/omgevingsvergunning voor kappen bomen en bouwen, huurappartementen, groenstroken, verkeersveiligheid, parkeren/CROW
* 20 april 2021 (CBb 19/1239, 19/1899, 19/1150, 19/1458, 19/1740, 19/1455, 20/60, 19/130919/1806, 19/1451, 19/1905 en 19/1728): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, jongvee, investeringsbeslissing, voorzienbaarheid, EVRM, peildatum, schadevergoeding/bevoegdheid
* 19 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/307): Awb, Wnb; verzoek intrekking vergunning, elektriciteitscentrale, bevoegdheid, Habitatrichtlijn, Natura 2000-gebied, staat van instandhouding, motivering, passende beoordeling
* 19 april 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/3165, ROT 19/1341, ROT 19/3166, ROT 19/3168 en ROT 19/3170): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, opvang asielzoekers/arbeidsmigranten, brandveiligheid, Bouwbesluit, compartimentering, brandmeldinstallatie, bevoegdheid, vertrouwensbeginsel, kostenverhaal
# 19 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/4110): Awb, Wabo; verzoek opheffing vovo, emissie van siliciumcarbidevezels, WHO-definitie, ontoereikende milieuvergunning/ milieuvoorschriften, volksgezondheid
* 19 april 2021 (ABRvS 202003724/2/R2): Awb, Wro; vovo, uitwerkingsplan, waterberging, compenserende maatregelen, planregels
* 19 april 2021 (ABRvS 202004089/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, nieuwe woning, splitsing perceel, beschermwaardige bomen
* 19 april 2021 (ABRvS 202101049/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, vervangende nieuwbouw, onteigening
* 16 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3378): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardbeving, gaswinning, herzien adviesrapport deskundige
* 16 april 2021 (Rb Limburg AWB 19/2033): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbende, procedure, strijd met bpl/planregel, verkeerskundig advies, vvgb
* 16 april 2021 (ABRvS 202101642/2/R2 en 202101508/2/R2): Awb, Wnb; vovo, soortenontheffing/handhaving, realisering woonwijk, veegontheffing (Rb Noord-Holland 20/3077 en 20/2265)
* 16 april 2021 (ABRvS 202101713/1/A3 en /2/A3): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, invordering dwangsom, verkoop goederen voor winkel op trottoir, blokkeren, APV/Wegenwet (Rb Gelderland 20/5859, 20/6356 en 20/6363)
* 16 april 2021 (Rb Gelderland ARN 21/1307, 21/1314 en 21/1623): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik en aanleggen, camperplaatsen bij melkveehouderij, inpassing, ecologische waarden, verkeer
* 15 april 2021 (Rb Limburg AWB 21/907): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 15 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/882): Awb, DHW, Wok, Gmw; vovo, vergunningen, horeca, Wet Bibob, geen spoedeisend belang
* 15 april 2021 (EH C-470/19): Prejudiciële verwijzing , Ierland, Verdrag van Aarhus, geen toegang tot milieu-informatie die is opgenomen in gerechtelijke dossiers
* 15 april 2021 (EH C-798/18 en C-799/18): Prejudiciële verwijzing, Italië, subsidieregeling zonnecollectoren, Handvest, rechtszekerheid/vertrouwensbeginsel, wijzigen regeling
* 15 april 2021 (ABRvS 202006138/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, bouwvergunning voor woningen, ordemaatregel
* 15 april 2021 (ABRvS 202101301/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, herstelbesluit, motorcrossterrein, overlast voor dieren, clubhuis
* 15 april 2021 (ABRvS 202101474/2/R3): Awb, Wro; vovo, weigering vaststelling bpl, moskee
* 15 april 2021 (ABRvS 202102037/2/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepplanten, evenredigheid, advies AG, (Rb Gelderland 21/1341 en 21/1342)
* 15 april 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1831): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, openstelling publieke plaats, Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, verhuur onbemande bootjes, motivering
* 14 april 2021 (ABRvS 202100576/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, niet tijdig bekend maken van rechtswege verleende omgevingsvergunning, verbouwen woonzorgcomplex tot appartementen, geen overmacht (Rb Midden-Nederland 20/4636, 20/3876 en 20/3884)
* 14 april 2021 (ABRvS 202101500/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, appartementen met commerciële ruimtes, woon- en leefklimaat (Rb Oost-Brabant . 20/710 en 20/733)
* 14 april 2021 (Rb Overijssel AWB 20/546): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, handhaving, aanleggen betonnen terrasvloer/afwijking zijmuur, oppervlakte, planregels, strijd met bpl, welstand, motivering
* 14 april 2021 (Rb Overijssel AWB 19/2121 en AWB 19/2420): Awb, Gmw, Wvw; vaststelling aanwijsbesluit parkeren voor vergunninghouders/afwijzing toetreding vergunningzone, parkeerbeleidsplan, lagere prioriteit parkeerplek voor tweede of derde auto
* 14 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3364): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardbeving, gaswinning, noodzaak onderzoek fundering
* 13 april 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1481 en AMS 21/1552): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, afwijking vergunning dakterras, pergola/plantenbakken/geen vergunning
* 13 april 2021 (Rb Gelderland ARN 19/7373): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen boom, processierups, medische klachten, motivering
* 9 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3398): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, productie van organische meststoffen en bodemverbeteringsproducten, geur, gaswasser, ventilator in schoorsteen, BBT, richtwaarde, motivering
* 9 april 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/1874): Awb; geen plaatsing op evenementenkalender, besluit, belanghebbende, individuele vergunningaanvraag
* 9 april 2021(Rb Noord-Nederland LEE 21/672 en LEE 21/316 en LEE 21/646): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, hoveniersbedrijf, sleufsilo’s, laden en lossen, opslag, geen vergunning, strijd met beheersverordening
* 9 april 2021 (Rb Gelderland AWB 19/7291): Awb, Wm; maatwerkvoorschrift laag frequent geluid, bioscoop met airco-units op dak, NSG/Vercammen-curve, Activiteitenbesluit, zorgplicht, motivering
* 8 april 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/1328): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid
* 8 april 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6548 en HAA 20/6547): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning milieu, schietrange, belanghebbende, geluid luchtgebonden activiteiten/vliegroutes, natuur/Wnb/aanhaken, gebieds- en soortenbescherming, munitiegeluid/beleidsregel
* 6 april 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/244 en AWB/ROE 21/738): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen, woning, aanbouw geen bijbehorend bouwwerk, strijd met bpl, warmtepomp/geluid
* 6 april 2021 (Rb Noord-Holland C/15/313690 / KG ZA 21-96): BW; burengeschil, schutting op erfgrens, binnen twee meter ramen, begrip ‘onredelijke hinder’, inkorting schutting
* 1 april 2021 (Rb Den Haag SGR 20/677 en SGR 20/6174): Awb, Wvw; verkeersbesluit, geslotenverklaring zwaar vracht- en landbouwverkeer, belangenafweging, bericht feitelijke uitvoering geen besluit
* 31 maart 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1893): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardbeving, gaswinning, bewijsvermoeden, schadebeperkingsplicht
* 18 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6973): Awb, Wm; vovo, handhaving, luiden kerkklok, geluid, Activiteitenbesluit
* 18 maart 2021 (Rb Noord-Nederland  LEE 21/707 en LEE 21/709): Awb, Wabo; vovo, handhaving, omgevingsvergunning, straalbedrijf, niet voldaan aan het vereiste van onverwijlde spoed, ontvankelijkheid
* 9 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/329 en AMS 20/6184): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen woonboot geen vergunning
* 8 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/560): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, geen spoedeisend belang
* 5 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 18/6864 en 18/7056): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, parkeren
* 1 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/5696): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, begane grond pand, wonen/dienstverlening, tijdslot, belangenafweging
* 18 februari 2021 (Rb Den Haag SGR 21/172 OPIUMW): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, motivering
* 18 januari 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/5888 en 18/3755): Awb, Wabo, Gmw; omgevingsvergunning voor verruimen invaartijden vaartuigen/ligplaatsenvergunning, woon- en leefklimaat, geluid
* 15 januari 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 20/3275): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, kantoor naar wonen, geen spoedeisend belang
* 18 februari 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1931): Awb, Wabo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken beheersverordening en aanleggen pad, plaatsen woonboot met toebehoren, vvgb te laat
* 25 oktober 2019 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1662): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, pergola met zonnedoek, bijbehorend bouwwerk, Bor, geen vergunning, geen achtererfgebied
* 9 september 2019 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3431): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, diverse bouwwerken, geen vvgb, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 21 april 2021 (ABRvS 201900294/1/R2): Awb, Wnb; goedkeuring, gedragscode renoveren, duurzame energie, vleermuizen/huismus, ecologisch werkprotocol, Vogel- en Habitatrichtlijn, gerechtvaardigd belang, motivering (Rb Noord-Holland 18/642 en 18/616)

Conclusies

  1. De Afdeling heeft in deze uitspraak de volgende tekortkomingen geconstateerd, die leiden tot de conclusie dat de minister de Gedragscode in zijn huidige vorm niet mocht goedkeuren:

Twee van de categorieën handelingen die in paragraaf 1.4 van de Gedragscode staan, zijn te weinig gespecificeerd. Daardoor is onvoldoende duidelijk welke handelingen wel en niet onder de reikwijdte van de Gedragscode vallen (overweging 15.4).

– Het in de Gedragscode en het goedkeuringsbesluit beschreven regime voor zogenoemde bijzondere situaties is te onduidelijk. Daardoor is onvoldoende zeker of voor een handeling wel of niet de verbodsbepalingen van artikel 3.5 van de Wnb gelden (overweging 11.3).

– Hoewel het de bedoeling is dat de in de Gedragscode voorgeschreven werkwijze voorkomt dat de in artikel 3.5, eerste en tweede lid, van de Wnb neergelegde verboden om vleermuizen opzettelijk te doden en te verstoren, worden overtreden, biedt de werkwijze in zijn huidige vorm daarvoor onvoldoende waarborgen. De minister heeft dit bij het nemen van het goedkeuringsbesluit niet onderkend. Hij heeft daarbij ook onvoldoende onderkend dat na het nemen van het goedkeuringsbesluit deze verboden niet meer gelden voor handelingen die conform de Gedragscode worden verricht (overweging 9.3 tot en met 9.10).

– De in de Gedragscode voorgeschreven werkwijze voorkomt niet dat de in artikel 3.5, vierde lid, en artikel 3.1, tweede lid, neergelegde verboden om voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen en nesten van huismussen te beschadigen of te vernielen, worden overtreden. De minister heeft dat onderkend. Hij moest daarom bij het nemen van het goedkeuringsbesluit beoordelen of deze overtredingen geen afbreuk doen aan het streven naar een gunstige staat van instandhouding van de beschermde vleermuizen, of zij de staat van instandhouding van de huismus niet verslechteren, dat daarvoor geen bevredigende alternatieven bestaan en dat zij nodig zijn voor een belang dat in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, en artikel 3.3, vierde lid, onder b, van de Wnb is genoemd. Maar de minister beschikte toen hij het goedkeuringsbesluit nam niet over de benodigde informatie om te kunnen beoordelen of aan deze drie eisen werd voldaan (overweging 12 tot en met 14.4 en 19 tot en met 20.4).

21.1.  Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat de hoger beroepen van Sevon en Witte Mus gegrond zijn. De rechtbank is ten onrechte tot de conclusie gekomen dat de minister de Gedragscode in zijn huidige vorm mocht goedkeuren.

21.2.  Gelet op het vorenstaande moet de aangevallen uitspraak worden vernietigd..

* 19 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/307): Awb, Wnb; verzoek intrekking vergunning, elektriciteitscentrale, bevoegdheid, Habitatrichtlijn, Natura 2000-gebied, staat van instandhouding, motivering, passende beoordeling
3.4.3. De rechtbank overweegt op grond van het bovenstaande dat de kern van de toets die door het bevoegde gezag bij de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 5.4, tweede lid, Wnb niet primair is gelegen in een (hernieuwde) beoordeling van de effecten van de aan de RWE verleende vergunning maar in de beoordeling van de staat van instandhouding van de betrokken Natura 2000-gebieden en de beoordeling of er voor de betrokken Natura 2000-gebieden passende maatregelen moeten worden getroffen en waar die maatregelen dan uit moeten bestaan. Op basis van de uitkomst van die beoordeling dient vervolgens beoordeeld te worden of intrekking van de vergunning van de RWE een passende maatregel is en, zo ja, of dit de enig mogelijke passende maatregel is en, wanneer die vraag ontkennend wordt beantwoord, welke passende maatregel dan het meest geschikt is. Bij die beoordeling beschikt het bevoegd gezag wel over beoordelingsruimte.

Uit de woorden ‘in elk geval’ in artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb leidt de rechtbank verder af dat de toepassing daarvan niet is beperkt tot die gevallen waarin de gronden uit het eerste lid zich voordoen en uit de herbeoordeling van de vergunde activiteit volgt dat anders dan ten tijde van de vergunningverlening werd verondersteld, de vergunde activiteit leidt tot (een dreigende) verslechtering of significante verstoring van de natuurwaarden. Artikel 5.4, tweede lid, bevat een zelfstandige grond voor intrekking of wijziging van de natuur-vergunning, namelijk de dreigende verslechtering of verstoring met significante gevolgen van een soort of habitattype waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Als de intrekking of wijziging van een natuurvergunning kan bijdragen aan het voorkomen van de dreigende achteruitgang van de natuurwaarden, dan kan dat een passende maatregel zijn. Naar het oordeel van de rechtbank ligt in deze bepaling besloten dat een grond voor intrekking of wijziging van een natuurvergunning aanwezig is als sprake is van een – dreigende – verslechtering of verstoring met significante gevolgen van een habitattype of soort waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen en de activiteit waarvoor de natuurvergunning is verleend effecten heeft op die natuurwaarden (vgl. AbRvS, 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71).
7. Uit het bovenstaande volgt dat bij een verzoek als het onderhavige, waarbij om intrekking van een vergunning op grond van de Wnb wordt gevraagd, op grond van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn beoordeeld moet worden of de staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied waarop dat verzoek ziet, aanleiding geeft tot het treffen van passende maatregelen. De rechtbank heeft op grond van artikel 2.2 van de Wnb geoordeeld dat verweerder slechts bevoegd is om die beoordeling te voltrekken voor het Natura 2000-gebied “Lieftinghsbroek” en dat verweerder op grond van artikel 2:3 van de Awb gehouden was om het verzoek van eiseres door te sturen naar Gedeputeerde Staten van Fryslân en Drenthe voor zover het verzoek van eiseres betrekking heeft op de Natura 2000-gebieden die in respectievelijk Fryslân en Drenthe zijn gelegen. In dat kader heeft de rechtbank beoordeeld of de staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied dat wel is gelegen in de provincie Groningen aanleiding geeft tot het treffen van passende maatregelen. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat verweerder ontoereikend heeft gemotiveerd dat daar geen reden toe zou zijn. Tot slot heeft de rechtbank de stellingen van eiseres beoordeeld met betrekking tot de vraag of het project van derde partij opnieuw passend zou moeten worden beoordeeld. De rechtbank is daarbij tot de conclusie gekomen dat bij de beoordeling van de staat van instandhouding van het betrokken Natura 2000-gebied slechts de staat van dat gebied ten tijde van het bestreden besluit van belang is en dat noch het derde lid, noch het tweede lid, van artikel 6 van de Habitatrichtlijn in dit geval dwingt tot een nieuwe passende beoordeling.

* 15 april 2021 (EH C-470/19): Prejudiciële verwijzing , Ierland, Verdrag van Aarhus, geen toegang tot milieu-informatie die is opgenomen in gerechtelijke dossiers
Artikel 2, punt 2, van richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat het niet de toegang regelt tot milieu-informatie die is opgenomen in gerechtelijke dossiers, aangezien noch de rechterlijke instanties, noch de organen of instellingen die onder hun toezicht staan en aldus nauwe banden met hen onderhouden, „overheidsinstanties” in de zin van die bepaling zijn, en zij bijgevolg niet binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen.

* 15 april 2021 (ABRvS 202102037/2/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepplanten, evenredigheid, advies AG, (Rb Gelderland 21/1341 en 21/1342)
9. ……………………………………………

[verzoekster] heeft gesteld en tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat het binnen haar financiële mogelijkheden beslist niet eenvoudig is om voor drie maanden vervangende huisvesting te regelen voor haar en haar dochter. De burgemeester heeft weliswaar gegarandeerd dat [verzoekster] en haar dochter worden opgevangen, maar het is niet uitgesloten dat zij dan in de maatschappelijke of crisisopvang terechtkomen. Ter zitting is dit door de burgemeester aangeduid als de onderkant van de opvangmogelijkheden. Met name voor een kind van zeven jaar moet verblijf in een dergelijke vorm van opvang erg ingrijpend en belastend worden geacht.

De gevolgen van de sluiting kunnen dus heel groot zijn, zeker ook voor de minderjarige dochter van [verzoekster]. Mede nu de noodzaak van de sluiting naar voorlopig oordeel beperkt is, is niet buiten twijfel dat de sluiting in de bodemprocedure evenredig zal worden geacht. Hier komt nog bij dat [verzoekster] heeft gevraagd om af te wachten waartoe de door de voorzitter van de Afdeling aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven gevraagde conclusie over de indringendheid van de toetsing van bestuurlijke maatregelen en de betekenis van het evenredigheidsbeginsel in dat verband zal leiden. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat twee van de drie zaken waarin de conclusie is gevraagd, ook een sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet betreffen.

Conclusie

  1. Alle belangen afwegend, acht de voorzieningenrechter het algemeen belang bij onmiddellijke sluiting van de woning in dit geval minder zwaarwegend dan het belang van [verzoekster] om met haar dochter in de woning te kunnen blijven totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.* 9 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3398): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, productie van organische meststoffen en bodemverbeteringsproducten, geur, gaswasser, ventilator in schoorsteen, BBT, richtwaarde, motivering
    9. Eiser heeft er nog op gewezen dat andere gemeenten dan wel provincies geurbeleid hebben ontwikkeld. Partijen zijn het er over eens en de rechtbank stelt ook vast dat het college en de provincie Utrecht geen lokaal geurbeleid hebben vastgesteld. De rechtbank stelt voorop dat het college niet verplicht is om geurbeleid vast te stellen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat, omdat het college geen geurbeleid heeft vastgesteld, de door het college toepaste norm willekeurig gekozen zou zijn. Zoals opgenomen onder 5 heeft het college bij het vaststellen van een aanvaardbaar geurhinderniveau beoordelingsruimte. Dat bestuursorganen van andere gemeenten en provincies een lokaal geurbeleid hebben vastgesteld heeft geen gevolgen voor de beoordelingsruimte van het college en brengt naar het oordeel van de rechtbank niet met zich dat de in de omgevingsvergunning door het college op basis van het geurrapport gehanteerde waardes kennelijk onredelijk moeten worden geacht.
  2. Eiser voert ook aan dat binnen het bedrijf van vergunninghoudster met de geurreducerende gaswasser niet de best beschikbare techniek (BBT) wordt toegepast. Door in de schoorsteen een ventilator te plaatsen zou de uitstoot hoger worden uitgestoten waardoor de stankoverlast volgens hem verminderd zou worden. Door eiser is verder niet onderbouwd dat een dergelijke ventilator als de BBT moet worden beschouwd. Op de zitting heeft de heer [D] namens vergunninghoudster toegelicht dat een ventilator gevoelsmatig misschien een oplossing is, maar in de modellen niet tot een verbetering leidt. Bovendien wordt het verdunnen van geurstromen niet acceptabel geacht. Andere bedrijven in deze sector passen dezelfde techniek toe als vergunninghoudster. Vergunninghoudster heeft een uitgebreid onderzoek gewijd aan hoe de gaswasser verder verbeterd zou kunnen worden. De uitkomsten daarvan worden met de omgevingsvergunning toegepast. Er zijn volgens de heer [D] geen andere kostentechnisch haalbare technieken die tot verdere verbetering zouden kunnen leiden. In het licht van deze toelichting heeft eiser niet onderbouwd dat binnen het bedrijf van vergunninghoudster met de geurreducerende gaswasser niet de best beschikbare techniek (BBT) wordt toegepast.

* 9 april 2021 (Rb Gelderland AWB 19/7291): Awb, Wm; maatwerkvoorschrift laag frequent geluid, bioscoop met airco-units op dak, NSG/Vercammen-curve, Activiteitenbesluit, zorgplicht, motivering
9. Artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit bevat geluidsnormen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) die voor de type B-inrichting van eiseres van toepassing zijn. Uit de definitie van “geluidsniveau” in artikel 1 van het Activiteitenbesluit volgt dat deze geluidsniveaus moeten worden berekend in dB(A). Het Activiteitenbesluit verplicht dus om geluid uit te drukken in dB(A). Bij deze berekening in dB(A) wordt een correctie voor de lage frequenties toegepast in verband met de gevoeligheid van het menselijk oor voor deze lage frequenties (zie onderstaand).

Bron: wikipedia

 

Deze A-weging leidt bij geluid in de lage frequenties tot relatief lage dB(A) waarden, wat verweerder in het bestreden besluit ook heeft aangegeven. Dat betekent echter niet dat geluid in de lage frequenties niet in deze berekening wordt meegenomen. Geluid met een lage frequentie legt alleen minder gewicht in de schaal. Vaste rechtspraak is dat het Activiteitenbesluit een uitputtende regeling voor geluid bevat3. Omdat laagfrequent geluid is meegenomen in de in het Activiteitenbesluit voorgeschreven geluidsnorm en het Activiteitenbesluit voor geluid een uitputtende regeling bevat, was verweerder niet bevoegd om op grond van artikel 2.1, vierde lid, van het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften vast te stellen voor laagfrequent geluid. Ook artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit geeft die bevoegdheid niet, omdat ook bij toepassing van die bepaling verweerder is gebonden aan dB(A) als toepasselijke norm. Verweerder mag dus wel andere geluidswaarden vaststellen, maar deze moeten in dB(A) zijn. Het vijfde lid van dit artikel geeft de mogelijkheid om technische voorzieningen en gedragsregels voor te schrijven, maar alleen om aan de geldende geluidsnormen te voldoen en deze voorzieningen of gedragsregels kunnen dus niet worden voorgeschreven, zoals verweerder heeft gedaan, om aan een geluidsniveau te voldoen dat wordt berekend met de Vercammen-curve.

De stelling van verweerder dat met de berekening in dB(A) onvoldoende rekening wordt gehouden met de laagfrequente geluiden en dus dat deze norm en het Activiteitenbesluit onvoldoende bescherming geven, maakt niet dat verweerder in weerwil van de wettelijke regeling maatwerkvoorschriften kan opleggen. Door voor bepaalde vormen van milieuhinder te kiezen om de normering daarvan uitputtend via algemene regels te regelen, heeft de wetgever de rechtszekerheid voor degene die een inrichting drijft voorop willen stellen aan de bescherming van omwonenden. Dit blijkt ook uit de hierboven opgenomen passage uit de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit. Ofschoon de rechtbank op zichzelf de wens van verweerder begrijpt om een berekeningsmethode toe te passen die beter recht doet aan de hinderbeleving van derde-partijen, is het niet aan verweerder om die keuze van de wetgever te doorbreken.

De beroepsgrond slaagt.
………………………………………………
De rechtbank stelt vast dat de derde-partij een eigen deskundige heeft ingeschakeld. Uit het rapport van deze deskundige volgt volgens de derde-partij dat ook als het geluid in dB(A) wordt berekend er sprake is van een overschrijding van het geluidsniveau uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. In dat geval zou er voor verweerder misschien wel een bevoegdheid kunnen bestaan om maatwerkvoorschriften op te leggen op grond van artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit. Daarom kiest de rechtbank ervoor enkel het bestreden besluit te vernietigen, zodat verweerder hierop in een nieuwe beslissing op bezwaar alsnog in kan gaan.

* 8 april 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6548 en HAA 20/6547): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning milieu, schietrange, belanghebbende, geluid luchtgebonden activiteiten/vliegroutes, natuur/Wnb/aanhaken, gebieds- en soortenbescherming, munitiegeluid/beleidsregel

7.2.3   Uit de toelichting van de Regeling die krachtens artikel 76, eerste lid en onder e, van de Luchtvaartwet en artikel 2 van het Besluit beperking geluidhinder luchtvaartuigen is vastgesteld, volgt dat geluidbelasting vanwege het geluid van de luchtgebonden activiteiten wordt gereguleerd door een apart regime, namelijk door de voorschriften die in de Regeling zijn opgenomen en die zijn opgenomen in door het Ministerie van Defensie uit te vaardigen range-orders. Overige milieurelevante onderdelen die verband houden met de schietrange worden wel door de Wm (thans artikel 2.14 van de Wabo) gereguleerd. Voor deze conclusie zijn ook aanknopingspunten te vinden in de uitspraken van de Afdeling van 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:83 en 12 december 2009 ECLI:NL:RVS:2009:BK5045.

De verwijzing door eisers naar de uitspraak van de Afdeling van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2933 kan hen daarnaast niet baten, omdat het in die zaak ging om een andere vraag dan hier aan de orde, namelijk of activiteiten die betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen, die op de sporen binnen een emplacement plaatsvinden met een verblijf van langer dan vier uur, als activiteiten binnen die inrichting kunnen worden beschouwd.

Omdat, zoals is overwogen, geluidbelasting vanwege het geluid van de luchtgebonden activiteiten niet door de Wm (thans de Wabo) wordt gereguleerd wordt het, anders dan eisers verder nog hebben betoogd, evenmin door artikel 1.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wm gereguleerd.