Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 16 juni 2021 (ABRvS 202005090/1/R4): Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimte-woning
* 16 juni 2021 (ABRvS 202004900/1/R4): Awb, Wro; bpl, appartementencomplex, stedelijke ontwikkeling, parkeerdruk, CROW/ASVV
* 16 juni 2021 (ABRvS 202004648/1/R1): Awb; Gmw; invordering dwangsom, verwerking van afval diervoederindustrie, lozen/afstromend bedrijfsafvalwater, Activiteitenbesluit/Waterwet (Rb Zeeland-West-Brabant 19/4954)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202003774/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, bestaande siervogelkwekerij, parkeren
* 16 juni 2021 (ABRvS 202003426/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken gebruik pand als Bed & Breakfast via Airbnb, strijd met bpl, procesbelang (Rb Oost-Brabant 19/2614)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202003085/1/R3): Awb, Gmw; invordering dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl, bewijslast (Rb Den Haag 19/1922)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202003005/1/R1 en 202003006/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, hekwerk, tijdelijke loods, evenementenbedrijf (Rb Noord-Holland 19/3132 en 19/3133)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202002592/1/A2, 202002593/1/A2, 202002594/1/A2, 202002596/1/A2, 202002597/1/A2 en 202002598/1/A2): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen, beleidsregel, eigen risico, drempel, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 19/3157, 19/3158, 19/3159, 19/3160, 19/3161 en 19/3159)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202002558/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen, parkeren/CROW, privaatrechtelijke belemmering (Rb Oost-Brabant 19/1830)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202002504/1/R2): Awb, Wro; bpl, ruimte-voor-ruimtewoning, provinciale verordening, bebouwingsconcentratie
* 16 juni 2021 (ABRvS 202001885/1/A2): Awb, Wro; planschade, geluidwal met scherm (Rb Oost-Brabant 19/1692)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202001787/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, opbouw op bijkeuken, vergund gebruik als dakterras, verandering draagconstructie/uitzondering op vergunningplicht (Rb Gelderland 19/1115)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202001444/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, dwangsom, hennepplanten voor eigen gebruik, handelsvoorraad, bevoegdheid (Rb Midden-Nederland 19/2699)
* 16 juni 2021 (ABRvS 202000635/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwen winkelpand, horecavisie, baklucht/geur, Activiteitenbesluit/-regeling,
* 16 juni 2021 (ABRvS202000596/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen schuur en schutting staken privégebruik tuin, strijd met bpl, geen vergunning (Rb Amsterdam 18/7031 en 19/1813)
* 16 juni 2021 (ABRvS 201908551/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen woonunits, strijd met bpl, geen vergunning, begunstigingstermijn (Rb Den Haag 18/2682)
# 16 juni 2021 (ABRvS 201903089/1/A2): Awb, Tracéwet; nadeelcompensatie, taxateurs, normaal maatschappelijk risico, zelf in de zaak voorzien
* 15 juni 2021 (ABRvS 202102188/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, Bro/behoefte, bouwhoogte, provinciale verordening
* 15 juni 2021 (CBb 19/69, 19/349, 19/1312, 19/1919, 20/43, 20/29, 20/41, 19/719, 19/1895, 19/1999, 20/45, 20/53, 20/302 en 20/162): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, jongvee, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, gelijkheidsbeginsel, onderbouwing
* 15 juni 2021 (CBb 21/277): Awb, Msw; vovo, ontheffing, fosfaatrechten verkocht, houden van melkvee, spoedeisend belang
* 15 juni 2021 (CBb 18/1678): Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, geen strijd EP/geen individuele buitensporige last, knelgevallenregeling, hardheidsclausule
* 15 juni 2021 (Hof Den Haag 200.281.627/01): BW; invoering van 5G protocol voor mobiele communicatie, ontvankelijkheid, beroepsgang bij bestuursrechter
* 15 juni 2021 (HR 19/04997 E): WSr, WED, Wm; opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, art. 1.2.2 lid 1 en lid 3 Vuurwerkbesluit, ‘systematische’ specialis
* 14 juni 2021 (Rb Overijssel 84-024467-21): WSr, Wm; opslag van grote hoeveelheid illegaal vuurwerk in schuur, Vuurwerkbesluit
* 11 juni 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1549): Awb, Gmw; intrekking exploitatievergunningen, passagiersvaart, bevoegdheid, redelijkheid, beleid
* 10 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/194, 21/195 en 21/397 CHWA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, belanghebbende, geen vvgb, motivering
* 10 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/1873): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke uitbreiding school, verkeershinder, alternatieven
* 10 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1309 GEMWT): Awb; handhaving, redelijke termijn verstreken, dwangsom
* 10 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8375 WABOA en 20/8379 WABOA): omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, groepsvorming, huishoudelijke reglement, geluid, verkeer, parkeren
* 10 juni 2021 (EH C‑177/19 P, C‑178/19 P en C‑179/19 P): Hogere voorziening, emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6), bevoegdheden van met milieubescherming belaste gemeentelijke autoriteiten om voor bepaalde voertuigen verkeersbeperkende maatregelen op te leggen, termijn
* 10 juni 2021 (ABRvS 201908558/4/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, paardensportactiviteiten
* 10 juni 2021 (ABRvS 202101022/1/R1 en /2/R1): Awb, Wm; vovo en kortsluiten, aanwijzing locatie bovengrondse gft-afvalcontainer
* 10 juni 2021 (ABRvS 202101048/2/R2): Awb, Wro, Wabo; vovo, provinciaal inpassingsplan en omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en milieu, uitbreiding autofabriek, natuur, geen spoedeisend belang
* 10 juni 2021 (ABRvS 202101640/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, locatie voormalige ijzergieterij, bodem, m.e.r.-beoordelingsbesluit, verkeer, geluid, EV/groepsrisico
* 10 juni 2021 (ABRvS 202101714/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, fruitboomgaard, gewasbeschermingsmiddelen
* 10 juni 2021 (ABRvS 202102377/4/R1): Awb, Waterwet; verzoek op opheffing vovo, projectplan, stuw, waterveiligheid, drooglegging, Natura 2000, AERIUS, soortenbescherming (Rb Overijssel 20/1665 en 20/1666)
* 10 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/849 WABOA VV): Awb, Wabo; opheffing vovo, omgevingsvergunning voor tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, afwijken bpl
* 9 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3346): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, erfafscheiding aan voorzijde woning, welstand
* 9 juni 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden 21-000722-20): WSr, Wnb; overtreding voorschrift, loslopende honden, dassenburcht
* 9 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/213, SHE 21/184, 21/185, 21/241): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, hotel, voorbereidingsbesluit, grondslag aanvraag, privacy, lichthinder, parkeren, windhinder, geluid, geur
* 8 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1432 en LEE 21/1433): Awb, DHW, Gmw; vovo en kortsluiten, intrekking DHW- en terrasvergunning, slecht levensgedrag, motivering, evenredigheid
* 8 juni 2021 (CBb 19/1960): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, diergezondheidsproblemen, buitengewone omstandigheden, knelgevallenregeling
* 7 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2630, 19/2641, 19/2644, 19/2672, 19/2676, 19/2679, 19/2680 en 19/2688): Awb, Wnb; vergunningen, veehouderijen, PAS, Habitatrichtlijn, passende beoordeling
* 4 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1876 en 21/1878 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting perceel, drugslab
* 3 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/1941 en 20/6509): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl/beheersverordening, verdieping op aanbouw, belangen niet meegewogen
* 3 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/5383): Awb, Wabo, Wm; m.e.r.-beoordelingsbesluit, wijzigen productieproces, pyrolyse-installatie voor converteren kunststofafval naar scheepsbrandstoffen en nafta, milieugevolgen, belanghebbende
* 3 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2042 WATER): Awb, Waterwet; vovo, aanpassing vergunning, éénmaal gedurende wintermaanden strandpaviljoen laten staan op primaire waterkering, weigering jaarrond laten staan
* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6567): Awb; handhaving, gebruik schoolpleinen door kinderen, Wegenwet, geen publiekrechtelijke verplichting voor openstelling, bevoegdheid
* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5184): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen botenhuis, geen vergunning, strijd met bpl
* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/7181): Awb, Wro; planschade, risico-aanvaarding, voorzienbaarheid
* 27 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/7138): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tuinbouwkas en silo, bevoegdheid, bebouwde kom, Bor
* 27 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6533): Awb, Wm; bestuurlijke boetes, handel in emissierechten, elektriciteitscentrales, monitoring, emissieverslag, emissiefactoren, oxidatiefactor, kolenvoorraad, bandweger, evenredigheid
* 26 mei 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1204): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij in schuur, bevoegdheid
* 25 mei 2021 (CBb 20/750): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, EVRM,
* 21 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2191): Awb, Wabo; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning, supermarkten met parkeervoorzieningen, onvoldoende gegevens, laden en lossen/maatvoering parkeerplekken/inrit/luchtverversing/bouwverordening, motivering
* 20 mei 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/777): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken bewoning bedrijfspand, strijd met bpl, geen bijzondere omstandigheid
* 19 mei 2021 (Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba AUA202100693, AUA202100834 en AUA202100835): Lar; vovo, bouwvergunning, hotel, ontvankelijkheid
* 14 mei 2021 (Rb Gelderland AWB 20/1052): Awb, Waterwet; handhaving, zorgplicht, viswegstrijden, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 12 mei 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2160): Awb, Wvw; verkeersbesluit, belanghebbende. ontvankelijkheid
* 11 mei 2021 (Rb Gelderland ARN 21/2115): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, ernstig geval
* 11 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6042): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen, aanpassingen vergen niet ontwerp en aanvraag, bezonning, welstand
* 11 mei 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2498): Awb, Wnb; handhaving, last onder dwangsom, overtreding zorgplicht, isolatie woningen zonder onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen, bevoegdheid
* 4 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6025): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning met bijgebouw en zwembad, geen vergunning voor afwijkend gebruik van bpl onvoldoende gemotiveerd
* 23 april 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6667): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanpassingen pand, kelder/grondpakket/diepte, dakterras
* 21 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2129): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kantoor met bedrijfshal, bouwhoogte, woon- en leefklimaat, geluid
* 19 april 2021 (Rb Den Haag SGR 19/4630): Awb, Wro; planschade
* 1 april 2021 (Rb Gelderland AWB 20/515): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en afwijken bpl, antennemast, das/geen overtreding Wnb, stikstof, onderbouwing straling, alternatieven, tussenuitspraak
* 2 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/4784): Awb, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, sluiting cafetaria, APV/exploitatie, nieuwe vennoot, exploitatievergunning vervallen
* 20 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5422 GEMWT): Awb, Gmw; bestuursdwang, verwijderen asbest na verbranden afval, Wm, bevoegdheid Rb
* 20 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6375 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, vergroten woning, bezonning
# 15 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3726 WET): Awb, Wro; planschade, taxatie
* 13 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5136 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, MRI-centrum, belanghebbende, beleidsregels
* 5 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3006 NATUUR): Awb, Wnb; vergunning voor strekdammen en monitoring Natura 2000-gebied, aanpassing Wnb/vergunningvrij, ontvankelijkheid
* 7 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3795): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepplanten, bevoegdheid, motivering
* 15 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2006): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, extra bouwlaag, motivering
* 13 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2765 en UTR 20/2721): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, extra bouwlaag, motivering

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 16 juni 2021 (ABRvS 202002592/1/A2, 202002593/1/A2, 202002594/1/A2, 202002596/1/A2, 202002597/1/A2 en 202002598/1/A2): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen, beleidsregel, eigen risico, drempel, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 19/3157, 19/3158, 19/3159, 19/3160, 19/3161 en 19/3159)
12.     De Afdeling stelt vast dat het college op grond van artikel 6.1 van de Wnb bevoegd is tegemoetkomingen toe te kennen voor verschillende typen faunaschade. Uit de wettelijke regeling volgt dat het college beoordelingsruimte heeft bij de beoordeling van verzoeken om tegemoetkoming. Dat dit ertoe kan leiden dat de verschillende colleges deze ruimte anders benutten, is inherent aan het wettelijk systeem.

  1. De Afdeling kan het college volgen in zijn standpunt dat een schadelast die neerkomt op 20% van 2,25% van de gemiddelde jaaromzet in de regel niet onevenredig zwaar op een grondeigenaar zal drukken. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling dan ook kunnen kiezen voor een forfaitair normaal maatschappelijk risico van 20%. Op het college rust evenwel de plicht om, ingeval een schadelijdende grondeigenaar aantoont dat hij, ondanks dat het in het algemeen redelijk is dit normaal maatschappelijk risico van 20% te hanteren, een onevenredig zware last te dragen heeft als gevolg van de toepassing van de forfaitaire korting, deze grondeigenaar verder tegemoet te komen. [appellante sub 2] heeft dit tot dusver niet aangetoond. De Afdeling zal er evenwel niet toe overgaan het geschil nu al definitief te beslechten. De reden hiervoor is dat het college pas bij zijn brief van 31 maart 2021 een standpunt heeft ingenomen over de hoogte van het normaal maatschappelijk risico dat de rechterlijke toets kan doorstaan en dat [appellante sub 2] geen gelegenheid heeft gehad aan te tonen dat zij ondanks de in het algemeen redelijk te achten tegemoetkoming toch onevenredig zwaar wordt getroffen.
  2. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling het college opdragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, een besluit te nemen over de tegemoetkoming in de door [appellante sub 2] geleden schade. Hierbij wijst de Afdeling erop dat de omvang van deze schade niet in geschil is. Het is aan [appellante sub 2] om aan te tonen dat zij onevenredig zwaar wordt getroffen als het college niet meer dan 80% van haar schade vergoedt. Zij dient het college binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te voorzien van financiële stukken waarin de schadelast is geconcretiseerd en onderbouwd, zodat het college deze stukken kan betrekken bij zijn nieuw te nemen besluit.

    * 15 juni 2021 (Hof Den Haag 200.281.627/01): BW; invoering van 5G protocol voor mobiele communicatie, ontvankelijkheid, beroepsgang bij bestuursrechter
    5.3. Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze vordering is van belang dat nog verschillende besluiten genomen zullen moeten worden voordat deze frequentiebanden voor mobiele communicatie kunnen worden gebruikt. Allereerst zal het NFP 2014 bij een wijzigingsbesluit moeten worden gewijzigd, om het gebruik van deze frequentiebanden voor mobiele communicatie mogelijk te maken. Daarbij kunnen beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de te gebruiken technologie indien dat nodig is om, onder meer, de volksgezondheid te beschermen tegen elektromagnetische velden (artikel 3.1 lid 3 Telecommunicatiewet (Tw)). Ten tijde van het schriftelijke pleidooi was nog slechts een ontwerpbesluit tot wijziging van het NFP 2014 ten behoeve van het gebruik van de 3,5 GHz band voor mobiele communicatie ter consultatie aan de markt voorgelegd. Vervolgens zal een besluit moeten worden genomen waarbij de keuze van een procedure voor de verlening van vergunningen en het tijdstip van aanvang daarvan bekend wordt gemaakt. In dit bekendmakingsbesluit moeten voor zover mogelijk reeds de voorschriften en beperkingen worden opgenomen die aan de vergunningen voor het gebruik van de frequentiebanden zullen worden verbonden. Tegen beide besluiten kan Stop5GNL langs bestuursrechtelijke weg opkomen. Na verdeling worden de vergunningen bij afzonderlijke besluiten aan marktpartijen verleend. Ook tegen die besluiten staat (bezwaar en) beroep open.

5.4.   Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat een eiser in een civiele procedure niet- ontvankelijk moet worden verklaard als een bestuursrechtelijke weg openstaat en die bestuursrechtelijke weg voldoende rechtsbescherming biedt. Stop5GNL is dus niet-ontvankelijk in vordering (ii) als zij het resultaat dat zij met deze vordering wil bereiken, ook in een bestuursrechtelijke procedure tegen de hiervoor in 5.3 genoemde besluiten kan bereiken. Het komt er dus op neer of Stop5GNL in een bestuursrechtelijke procedure tegen de hiervoor in 5.3 genoemde besluiten kan bereiken dat het gebruik van de voor 5G bestemde 3,5 en 26 GHz banden voor mobiele communicatie niet wordt toegestaan totdat het door haar gewenste inzicht in de mogelijke gevolgen van 5G voor de volksgezondheid is verkregen. Naar het oordeel van het hof is dat mogelijk. In de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die zal moeten worden doorlopen voor de vaststelling van het besluit tot wijziging van het NFP 2014, kan Stop5GNL een zienswijze naar voren brengen. Als de Staat besluit het gebruik van de 3,5 en 26 GHz banden voor mobiele communicatie toe te staan, kan Stop5GNL tegen dat besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Verder kan Stop5GNL in een bestuursrechtelijke procedure opkomen tegen het bekendmakingsbesluit. Bezwaren tegen het gebruik van deze frequentiebanden voor mobiele communicatie met toepassing van 5G technologie kunnen dus zowel in een bestuursrechtelijke procedure tegen het besluit tot wijziging van het NFP 2014 als in een bestuursrechtelijke procedure tegen het bekendmakingsbesluit worden aangevoerd. Alleen bij de uiteindelijke vergunningverlening kunnen dergelijke bezwaren niet meer aan de orde worden gesteld (vgl. voor een vergelijkbare situatie, CBb 8 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:320, rov. 5).
5.13.   De slotsom van het voorgaande is dat grief 1 van de Staat slaagt en dat Stop5GNL niet-ontvankelijk is in haar vorderingen.

* 15 juni 2021 (HR 19/04997 E): WSr, WED, Wm; opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, art. 1.2.2 lid 1 en lid 3 Vuurwerkbesluit, ‘systematische’ specialis
2.4   Het hof heeft geoordeeld dat artikel 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit, waar het gaat om het opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, als een systematische specialis ten opzichte van artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit moet worden beschouwd zodat eerstgenoemde bepaling zich in zoverre tot artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit verhoudt als een bijzondere tot een algemene strafbepaling in de zin van artikel 55 lid 2 Sr.

2.5   Het oordeel van het hof is onjuist. Het derde lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit bevat niet alle bestanddelen van het eerste lid van die bepaling. Artikel 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit stelt immers strafbaar gedragingen met betrekking tot professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, indien bestemd voor particulier gebruik, ongeacht de hoedanigheid van degene die deze gedragingen verricht. Artikel 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit stelt daarnaast strafbaar gedragingen met betrekking tot professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, indien deze gedragingen zijn begaan door een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, zonder de beperking ‘indien bestemd voor particulier gebruik’.

Anders dan het hof heeft aangenomen bevat bovendien de Nota van Toelichting bij het Vuurwerkbesluit, Stb. 2009, 605, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 25, geen dwingende aanknopingspunten voor de opvatting dat lid 1 van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit uitsluitend betrekking heeft op gedragingen van de fabrikant, de importeur en de distributeur van professioneel vuurwerk.

2.6   Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

* 31 mei 2021 (Rb Den Haag  SGR 19/6567): Awb; handhaving, gebruik schoolpleinen door kinderen, Wegenwet, geen publiekrechtelijke verplichting voor openstelling, bevoegdheid
4.5   De rechtbank is van oordeel dat de schoolpleinen niet kunnen worden gekwalificeerd als wegen in de zin van de Wegenwet. De rechtbank overweegt hiertoe dat de schoolpleinen geen algemene verkeersfunctie vervullen, gelet op het feit dat zij geen doorgaande functie hebben ten behoeve van het afwikkelen van het openbaar verkeer. De stelling van eiseres dat de schoolpleinen voor iedereen toegankelijk zijn doet daar niet aan af, nu niet bepalend is dat niemand de toegang wordt ontzegd maar de vraag of de schoolpleinen het openbaar verkeer dienen.4 Het oordeel dat de schoolpleinen niet kunnen worden gekwalificeerd als wegen in de zin van de Wegenwet brengt reeds mee dat geen sprake kan zijn van een openbare weg als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder I en II, van de Wegenwet. De uitspraken waarnaar eiseres verwijst kunnen haar niet baten. In voormelde uitspraak van 15 maart 2017 ging het om de vraag of sprake was van een pad dat voor een ieder toegankelijk was. Daarbij achtte de Afdeling van belang of en vanaf wanneer het pad aanwezig was en als doorgang kon worden gebruikt en werd gebruikt om naar de andere kant te gaan. Dat er al eerder speeltoestellen stonden die voor een ieder toegankelijk waren, zonder dat sprake was van een doorgaande functie, achtte de Afdeling op zich onvoldoende. Ook de schoolpleinen vormen, zoals ter zitting door eiseres desgevraagd is bevestigd, geen doorgang en kunnen daarom niet worden gekwalificeerd als weg. In de uitspraak van 3 april 2013 gaat de Afdeling uit van het bestaan van een weg en staat (alleen) de openbaarheid daarvan ter discussie. Aan een beoordeling van de vraag of de schoolpleinen openbaar zijn komt de rechtbank in dit geval niet toe, nu niet aan de daaraan voorafgaande voorwaarde wordt voldaan dat sprake moet zijn van een weg in de zin van de Wegenwet.
4.7   De rechtbank overweegt dat het besluit van de gemeenteraad van 8 oktober 1976 een besluit is tot inrichting van de speelterreinen van de school tot speelvoorziening mede ten behoeve van de buurt waarvoor financiën ter beschikking worden gesteld. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of dit besluit de publiekrechtelijke verplichting met zich meebrengt voor DHS om de schoolpleinen open te houden, zodat het afsluiten ervan een overtreding is waartegen verweerder handhavend dient op te treden. De rechtbank overweegt dat het raadsbesluit is genomen toen het bestuur van de school berustte bij de gemeente en de gemeente eigenaar was van het perceel. Het besluit tot inrichting en financiering is in dat kader genomen. Niet blijkt dat dit besluit is genomen op grond van een publiekrechtelijke bevoegdheid. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het besluit dan ook geen publiekrechtelijke verplichting worden afgeleid voor opvolgende eigenaren om de schoolterreinen openbaar toegankelijk te houden. De rechtbank merkt daarbij nog op dat in het kader van de overdracht van de eigendom van het perceel aan DHS in 2008 in de eigendomsakte ook geen voorbehoud is opgenomen waaruit een dergelijke verplichting voortvloeit. DHS kan derhalve als eigenaar van het perceel zelf bepalen of buurtkinderen van de schoolpleinen gebruik mogen maken. Uit het feit dat ingevolge Afdeling 3 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Onderwijshuisvestingsverordening van 2015 van de gemeente aan DHS publieke middelen ter beschikking worden gesteld, die mede bestemd zijn voor het inrichten (en tot 2015 voor het onderhoud) van de schoolpleinen, levert evenmin een publiekrechtelijke verplichting op om de schoolpleinen open te stellen.

* 14 mei 2021 (Rb Gelderland AWB 20/1052): Awb, Waterwet; handhaving, zorgplicht, viswegstrijden, belanghebbende, ontvankelijkheid
Het waterschap heeft het bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning organiseren van een viswedstrijd niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervan was dat de viswedstrijd al had plaatsgevonden voor dit besluit. Stichting Gezond Water stelt hiertegen beroep in. De Stichting is gelet op de doelomschrijving in de statuten, de feitelijke werkzaamheden die de stichting heeft verricht en de opsomming van activiteiten in het bezwaar belanghebbende bij het handhavingsverzoek als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verder heeft de Stichting belang bij de beoordeling van haar bezwaar en beroep omdat niet in geschil is dat er jaarlijks tientallen viswedstrijden worden georganiseerd in het beheergebied van het waterschap. Het waterschap heeft het bezwaar daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om in de zaak finaal te beslissen. Het waterschap heeft pas in beroep haar inhoudelijke reactie op het verzoek om handhaving gegeven. De stichting is niet gehoord naar aanleiding van haar bezwaar. Dat had moeten gebeuren, omdat de hoorzitting een essentieel onderdeel is van de bezwaarfase. Daarom moet het waterschap eerst de Stichting in de gelegenheid stellen haar bezwaar in een hoorzitting toe te lichten.
Daarna moet het Waterschap opnieuw een besluit op bezwaar nemen.

* 11 mei 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2498): Awb, Wnb; handhaving, last onder dwangsom, overtreding zorgplicht, isolatie woningen zonder onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen, bevoegdheid
4.7   Verweerder heeft, onder andere bij monde van toezichthouder/handhaver Wet Natuurbescherming, [C] van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD), uiteengezet waarom het onderzoek door eiseres, waaronder endoscopisch onderzoek, niet voldoende is om de aanwezigheid van vleermuizen uit te sluiten. Daarvoor worden de volgende redenen gegeven. Bij endoscopisch onderzoek wordt op een aantal plekken een gaatje in de muur geboord. Vervolgens wordt daar een buisje met een cameraatje doorheen geschoven zodat men de binnenkant van de spouwmuur kan bekijken. De kans dat vleermuizen niet worden opgemerkt tijdens een endoscopisch onderzoek van de spouwmuur is erg groot. Eigenlijk zijn ze met een endoscoop niet waar te nemen aangezien ze verscholen zitten en de spouwmuur nog oude isolatie, leidingen of puin kan bevatten die deels het zicht ontnemen. Bovendien zijn gewone dwergvleermuizen, de meest voorkomende soort, heel klein, ze passen in een lucifersdoosje. Verder zijn vleermuizen pas in de avonduren actief, waardoor veel mensen geen weet van het leven van deze dieren in hun spouwmuren hebben. Bij een quickscan daarentegen wordt gekeken of er sprake is van open stootvoegen (ventilatiegaten), of er een spleet in de dakgoot zit en of er sprake is van spouwmuren bij een pand. Als er kieren of spleten zijn waardoor vleermuizen naar binnen kunnen komen, volgt vervolgonderzoek of ze worden bewoond. De aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte kieren en spleten kan alleen door iemand met kennis ter zake goed worden vastgesteld. De verblijfplaatsen van vleermuizen verschillen gedurende de seizoenen, waardoor meerdere malen moet worden gecontroleerd of er verblijfplaatsen zijn. Dat gebeurt onder meer aan de hand van ultrasound of uitwerpselen. De rechtbank vindt het op grond van deze uitvoerige toelichting van verweerder aannemelijk dat voor een zorgvuldige vaststelling van de afwezigheid van vleermuizen in elk geval een quickscan en mogelijk nader onderzoek nodig is. Het onderzoek dat eiseres doet, volstaat dus niet. Eiseres heeft verweerders bezwaren tegen de werkwijze van eiseres niet met een ecologische onderbouwing weerlegd. Dat eiseres, zoals zij op de zitting heeft toegelicht, werkt volgens alle certificeringsregels, is onvoldoende als weerwoord. Deze regels zien immers niet op de bescherming van vleermuizen.
4.9   De conclusie is dan ook dat eiseres in strijd met artikel 1.11, eerste lid, van de Wnb heeft gehandeld. Dat de hierin opgenomen zorgplicht een vage norm inhoudt, maakt nog niet dat eiseres niet op de hoogte kon zijn van hoe zij moest handelen om aan de zorgplicht te voldoen. Uit de Memorie van Toelichting7 blijkt dat de wetgever van degene die een bepaalde handeling wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, verwacht dat deze zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van zijn handelen en zo nodig een ecoloog raadpleegt. Als hij voor de afweging ten aanzien van de te treffen maatregelen niet over de nodige deskundigheid beschikt, zal hij een beroep op de deskundigheid van anderen moeten doen. De rechtbank begrijpt hieruit dat op degene die een handeling met mogelijk nadelige gevolgen wil gaan verrichten, een eigen onderzoeksplicht rust en dat diegene daarbij gebruik zal moeten maken van ter zake deskundigen als hij die deskundigheid niet zelf bezit. Niet in geschil is dat eiseres bij haar basisonderzoek geen ecoloog of iemand met een vergelijkbare deskundigheid inschakelt. Daarmee schiet eiseres dus tekort.

* 5 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3006 NATUUR): Awb, Wnb; vergunning voor strekdammen en monitoring Natura 2000-gebied, aanpassing Wnb/vergunningvrij, ontvankelijkheid
5.4   Naar aanleiding van de PAS-uitspraken van de ABRvS is de Wnb per 1 januari 2020 gewijzigd. Als gevolg van die wijziging is op grond van de Wnb alleen nog een natuurvergunning vereist voor projecten wanneer deze niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied en afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De rechtbank heeft hierboven vastgesteld dat het realiseren van de strekdammen verband houdt met of nodig is voor het beheer van Natura 2000-gebied [naam natura gebied] . Dat betekent dat als gevolg van de wetswijziging voor het realiseren van de strekdammen niet langer een natuurvergunning is vereist.

5.5   Nu het initiatief op grond van de Wnb inmiddels vergunningvrij is, heeft eiser geen belang meer bij een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit. Een dergelijk oordeel is niet meer van betekenis voor eiser. De rechtbank is ook niet gebleken van andere omstandigheden waaruit volgt dat eiser desondanks belang heeft bij een dergelijk oordeel. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat verweerder de grondslag voor het verlenen van de natuurvergunning naar aanleiding van het instellen van het beroep heeft gewijzigd van artikel 2.7, derde lid, onder a, naar artikel 2.7, derde lid, onder b, van de Wnb. Dit geeft eiser recht op een proceskostenveroordeling en dat maakt volgens eiser dat hij nog procesbelang heeft. Naar het oordeel van de rechtbank is dit geen omstandigheid die maakt dat eiser belang heeft bij een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit. Dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte is uit gegaan van een initiatief als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onder a, van de Wnb doet niets af aan de omstandigheid dat het initiatief op dit moment vergunningvrij is op grond van de Wnb. Die omstandigheid is niet het gevolg van het instellen van het beroep door eiser, maar is het gevolg van een wijziging van de Wnb.

5.6   Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Ten overvloede voegt de rechtbank daar aan toe dat het naar aanleiding van de wetswijziging op de weg van verweerder ligt om de verleende natuurvergunning – en de daar aan verbonden voorschriften – in te trekken.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
Rb Den Haag 26 mei 2021 Civiel recht, klimaatverplichtingen Shell.
ABRvS 4 mei 2021 Planschade, gebruik horecaterras lag in de lijn der verwachting, ook al stond het oude planologische regime het niet toe.
ABRvS 12 mei 2021 Planschade, woonschip is geen roerende zaak als bedoeld in artikel 6.1 Wro.