Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 30 juni 2021 (ABRvS 202100595/1/R4, 202101187/1/R4 en 202101317/1/R4): Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, verkeerd aanbieden afval, afvalstoffenverordening, overtreder
* 30 juni 2021 (ABRvS 202005489/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie, alternatief
* 30 juni 2021 (ABRvS 202005466/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbreiding pannenkoekenrestaurant, strijd met bpl , horecanota (Rb Amsterdam 19/4214)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202005008/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca, Wet Bibob (Rb Limburg 19/2779)
* 30 juni 2021 (ABRvS202004840/1/R1 ): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, Natura 2000/relativiteit, plangrens
* 30 juni 2021 (ABRvS 202004706/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, aanbouw met afvoerpijpen, hinder lichtstraat, bevoegdheid (Rb Amsterdam 19/5756)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202004461/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, landgoed, horeca, zorgwoningen
* 30 juni 2021 (ABRvS 202004233/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen bijgebouw, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Den Haag 20/466)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202004104/1/R1): Awb, Wro; bpl, volkstuinen, dagverblijf, samengevoegde kavels
* 30 juni 2021 (ABRvS 202003882/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, windpark, CHW, Nevele-arrest, SMB-richtlijn, landschap, obstakelverlichting, ijsafzetting, tussenuitspraak
* 30 juni 2021 (ABRvS 202003500/1/R1): Awb, Wro; bpl, ondergrondse parkeergarages, grondwatereffecten, bebouwing, doorzichten, cultuurhistorische waarden, peilhoogte
* 30 juni 2021 (ABRvS 202003458/1/A3): Awb, Gmw; inbeslagname hond/herplaatsing, niet aangelijnd, bijtincident, APV, bevoegdheid, motivering (Rb Noord-Nederland 20/1370 en 20/1371)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202003262/1/A2): Awb, Wro; planschade, overgangsrecht (Rb Overijssel 19/1551)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202002724/1/R3): Awb, Wro; bpl, bedrijvenpark, fastfoodrestaurant, reclamemast en tankstation, woon- en leefklimaat, lichthinder, zorgplicht, NSVV
* 30 juni 2021 (ABRvS 202001956/1/R3): Awb, Wro; bpl, recreatiewoningen, zwembad, motivering, tussenuitspraak
* 30 juni 2021 (ABRvS 202001596/1/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, drempel (Rb Midden-Nederland 19/1523)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202001526/1/R4): Awb; invordering dwangsom, kappen es- en struikrand, herplantplicht, uitvoerbaarheid, gasleiding (Rb Gelderland 19/7371 en 19/7372)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202001373/1/R3): Awb, Wro; bpl, inpassing Tracébesluit verlenging rijksweg, belanghebbende, Barro, buisleidingentracé
* 30 juni 2021 (ABRvS 201908826/1/R4): Awb, Wro; bpl, herontwikkeling gronden, belanghebbende, ruimtelijke onderbouwing bouwmogelijkheden, parkeren
* 30 juni 2021 (ABRvS 201908821/2/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, verplaatsing supermarkt, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 30 juni 2021 (ABRvS 201908661/1/A2): Awb, Wro; planschade, woning/garage, PIP, zelf in de zaak voorzien (Rb Noord-Nederland 18/3384)
* 30 juni 2021 (ABRvS 201908558/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, paardensportevenementen, provinciale omgevingsverordening, stikstof, Natura 2000, soortenbescherming, inpassing, woon- en leefklimaat, parkeren
* 30 juni 2021 (ABRvS 201908139/1/R3): Awb, Ww, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, stutten pand, onveilige situatie, Bouwbesluit, bouwkundige rapportages, maatregelen, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 18/3102)
# 30 juni 2021 (ABRvS 201906892/1/R3): Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, landgoederen, , nut en noodzaak, Natura 2000, MER, passende beoordeling, PAS, compensatie, CHW, waterberging, bemesting, (dier)gezondheid, Nationaal Landschap
# 30 juni 2021 (ABRvS 201906446/1/R3): Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, Natura 2000-gebied, instandhoudings-en passende maatregelen, nut en noodzaak, MER, passende beoordeling, planregels, gebruiksovergangsrecht, grondwaterstijging/schade, huidig gebruik
* 30 juni 2021 (ABRvS 201906190/17/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, scheepswerf, aan- en afmeermogelijkheden, droogdok, steiger
* 30 juni 2021 (ABRvS 201905969/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, gebruik terrein als overnachting door niet-scoutinggroepen, overlast, overgangsrecht bpl (Rb Midden-Nederland 18/2932)
* 30 juni 2021 (ABRvS 201905670/1/R3): Awb, Wro, Wabo; niet vaststellen bpl/weigeren omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, overwegingen draagvlak, marktomstandigheden, karakter van de wijk, omvang, verkeer, verwachtingen
* 30 juni 2021 (ABRvS 201905656/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, ijsboerderij, overtredingen, planregels, groepsbezoek (Rb Limburg 19/1443 en 19/1492)
* 30 juni 2021 (ABRvS 201905308/3/R3): Awb, Wro; wijzigingsplan, uitsluiten horeca, einduitspraak na eerder tussenuitspraak
* 30 juni 2021 (ABRvS 201904525/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl en wijzigen rijksmonument, horeca in landhuis met terras, geluid, VNG-brochure, woon- en leefklimaat, trouwlocatie, kleurstelling (Rb Midden-Nederland 18/1129 en 18/1135)
* 30 juni 2021 (ABRvS 201903966/1/R3): Awb, Wro; bpl, palingkwekerij, provinciale verordening, ruimtelijke ontwikkeling, bestaande gebiedsidentiteit, weidevogelgebied, Ladder, structuurvisie, geur, VNG-brochure, geluid, parkeren, verkeer, tussenuitspraak
* 30 juni 2021 (ABRvS 201900297/1/R2): Awb, Wnb; beperking toegang gebied, Natura 2000, vergunningen voor garnalenvissers, instandhoudingsdoelstelling, compensatieopgave (Rb Midden-Nederland 17/5199, 17/5291 en 18/250)
* 30 juni 2021 (ABRvS 201809954/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, niet wijzigen bestemming, permanente bewoning
* 29 juni 2021 (ABRvS 202000749/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, ligplaatsen woonboten
* 29 juni 2021 (ABRvS 202005985/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, gebied rond natuurbad, evenementen
* 29 juni 2021 (Rb Gelderland AWB 21/2795 en 21/2892): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, indicatoren voor ernstig geval, evenredigheid
* 29 juni 2021 (CBb 20/279, 20/726 en 20/731, 19/1962, 20/208, 19/853, 20/188, 19/1969, 20/98, 19/1797, 19/1920, 19/791, 19/1974, 19/1973, 19/344, 19/317, 19/564, 20/589 en 19/603 en 19/1284): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, jongvee, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, gelijkheidsbeginsel, onderbouwing, herziening
* 29 juni 2021 (CBb 18/2978): Awb, Msw; ontheffing, houden kippen zonder (voldoende) pluimveerechten
* 29 juni 2021 (CBb 20/92): Awb, Msw; aanvraag registratie van een overgang van pluimvee-eenheden naar een derde
* 29 juni 2021 (CBb 19/226 en 19/1243): Awb, Msw; derogatievergunning
* 29 juni 2021 (CBb 18/2695): Awb, Msw; Awb, Lbw; heffing/bonus, fosfaatreductieplan, motivering
* 28 juni 2021 (ABRvS 202103145/2/R1): Awb, Wm, Wbb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, overtreding Bbk en zorgplicht, verontreinigde grond
* 29 juni 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/1083): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, belanghebbende, planregels, vloeroppervlak, parkeren, strijd met bpl, kruimelgevalregeling is toepasbaar
* 28 juni 2021 (ABRvS 202103819/1/R4): Awb, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, voldoen aan Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, Euralcode, asfalt, bitumineuze mengsels/gevaarlijk afval, PAK, CROW
* 25 juni 2021 (Rb Gelderland AWB 20/479): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke mantelzorgwoning, voorwaarden
* 25 juni 2021 (ABRvS 202102516/3/R3): Awb; opheffing vovo, bouw brug, nieuwe aanvraag voor vergunning, ruimtelijke onderbouwing (Rb Noord-Nederland LEE 19/3096 en LEE 19/3180)
* 24 juni 2021 (ABRvS 202102072/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, deel van traject provinciale weg, geluid, rekenmodel, reconstructie
* 24 juni 2021 (ABRvS 202102111/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke zonneveld, provinciale verordening, cultuurhistorische waarden (Rb Zeeland-West-Brabant van 20/10216 en 20/10243)
* 24 juni 2021 (ABRvS 202102359/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, woning (Rb Gelderland 20/1592 en 21/1208)
* 24 juni 2021 (ABRvS 202103222/2/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, afwijking vergunning, (on)zelfstandige studentenwoningen, keukenvoorzieningen (Rb Limburg 21/915 en 21/845)
* 24 juni 2021 (Concl. AG EH C-271/20): Prejudiciële verwijzing, begrip ‘brandstofbenchmark-subinstallatie’, flash smelting/autotherme reactie
* 24 juni 2021 (EH C-559/19): Niet-nakoming, KRW/Habitatrichtlijn, bij vaststelling stroomgebiedsbeheersplannen geen rekening gehouden met illegale en stedelijke grondwateronttrekkingen, instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, geen passende maatregelen
* 23 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8798 GEMWT en BRE 20/8799 GEMWT): Awb; invordering dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, bewijslast, controles
* 23 juni 2021 (ABRvS 202102800/2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, groenrecycling/compostering, aanduiding groenafval voor diverse afvalstromen, Wm, euralcode
* 23 juni 2021 (ABRvS 202103874/2/A3): Awb, Gmw; vovo, sluiting woning, explosief materiaal voor plofkraak (Rb Amsterdam 21/1648)
# 23 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2778): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitwegen, appartementencomplex met parkeergarage, belanghebbenden, molenbiotoop, afname maalbare wind, planregels, geen gebruik van binnenplanse vrijstellingsbevoegdheid
* 22 juni 2021 (Rb Limburg ROE 21/1263): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning met erf en bijgebouwen, drugslab, bevoegdheid, evenredigheid
* 22 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3057): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken toeristische verhuur van pand als zelfstandige vakantiewoning
* 22 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/1589 BESLU): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid, evenredigheid
* 21 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2159 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 21 juni 2021 (Rb Overijssel AWB 21/686, 21/687 en 21/688): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor werk/aanleggen, droogzetvoorziening/stuw, Natura 2000, stikstof, onjuiste AERIUS calculator, Regeling natuurbescherming, verschillen in beoordeling soortenbescherming
* 21 juni 2021 (Rb Overijssel AWB 21/596): Awb, Wnb; vovo, handhaving, bouw droogzetvoorziening, omgevingsvergunning reeds geschorst
* 21 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/1052 GEMWT): Awb, Gmw; handhaving, gebruiken woningen voor recreatief nachtverblijf, strijd met bpl, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 21 juni 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/2774): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, hek en leuningen op loopbrug verwijderen, twee langs elkaar afgemeerde woonboten, burentwist
* 18 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1992): Awb; nadeelcompensatie, verleggen van kabels en leidingen, beleidsregel, hardheidsclausule, afwijken
* 18 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2076 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 17 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/2839): Awb, Gmw; ligplaatsvergunning, rondvaartschip, havenverordening, schaarse vergunning, strijd met Dienstenrichtlijn
* 16 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3659): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, goederen voor beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt
* 15 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 20/4028): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakterras en hek, welstand, geen strijd met bpl
* 15 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2382): Awb, Wabo; opheffing vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, vergroten bedrijfsruimte tot woning, bezonning
* 15 juni 2021 (Rb Rotterdam C/10/619161 / KG ZA 21-416): BW; plaatsing balkon, privacyscherm, geen rechtstreeks zicht op tuin, zijdelings uitzicht/geen onrechtmatige hinder
* 9 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3033): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting avondwinkel, drugs
* 9 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3547): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
#! 8 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3143): Awb, Wm; verzoek om maatwerkvoorschriften op te leggen, lichthinder, tennisbanen, Richtlijn lichthinder, NSVV, discomfort glare, recente milieutechnische inzichten, BBT, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 24 mei 2021 (Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba AUA202002813 LAR): LAR, LRO; concept ruimtelijk ontwikkelingsplan met voorschriften, verdichting aantal woningen op perceel, geen besluit van algemene strekking, ontvankelijkheid
* 18 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2134): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, bouwconstructie
* 17 mei 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/4481): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, beleidsregels, rommeligheid, motivering
* 17 mei 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/2363): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, gebruik woning niet voldoende duurzaam/wonen, strijd met bpl
* 7 mei 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3141): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, herstelwerkzaamheden
* 6 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2830): Awb, Wnb; vovo, verlenging ontheffing, experiment met verplaatsen van eieren van meeuwensoorten, andere bevredigende oplossing, instandhoudingsdoelstelling
* 4 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2588): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor gedeeltelijke slopen, bouwen en afwijken bpl, bezonning, parkeren
* 14 mei 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1644 en LEE 20/1739): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning
* 2 april 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/631): Awb, Mbw; mijnbouwschade, uitblijven besluit, stellen beslistermijn, ontvankelijkheid
* 19 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3077 VEROR): Awb, Mnw, Gmw; aanwijzing tuinmuur als gemeentelijk monument, erfgoedverordening
* 19 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4036 WET): Awb, Wvw; verkeersbesluit, verbod motorvoertuigen op pad, motivering
* 7 oktober 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4348 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, groot onderhoud aan appartementencomplex, plaatsen containers, Bouwbesluit, luchtverversing

 

# = betrokkenheid STAB

!  = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 30 juni 2021 (ABRvS 202003882/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl, omgevingsvergunning, windpark, CHW, Nevele-arrest, SMB-richtlijn, landschap, obstakelverlichting, ijsafzetting, tussenuitspraak
De uitspraak van is het gevolg van het zogenoemde Nevele-arrest van het Hof van Justitie in Luxemburg van juni 2020. In dit arrest oordeelde het Europese Hof in een zaak over een Belgisch windturbinepark dat voor een aantal windturbinenormen op grond van de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling een milieubeoordeling moet worden gemaakt en dat dit ten onrechte was nagelaten. In enkele procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak over windturbineparken, waaronder deze zaak over de uitbreiding van het windpark in Delfzijl, hebben bezwaarmakers aangevoerd dat dit arrest van het Europese Hof ook gevolgen heeft voor de windturbinenormen in het Nederlandse Activiteitenbesluit en de Nederlandse Activiteitenregeling. Volgens hen dwingt het Europese recht ertoe dat ook voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling moet worden gemaakt. De Afdeling oordeelt dat dit inderdaad moet. De hoogste algemene bestuursrechter heeft daarvoor de Nederlandse windturbinenormen beoordeeld aan de hand van de criteria die het Europese Hof in zijn arrest hanteert. Daarbij is vooral van belang dat de windturbinenormen een plan of programma vormen op grond van een Europese milieurichtlijn. Aan de hand van de uitleg die het Europese Hof hieraan geeft in het Nevele-arrest, is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat het Europese arrest geen ruimte laat voor een andere conclusie dan dat voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling had moeten worden gemaakt.

Het gevolg van de uitspraak is dat overheden de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet mogen gebruiken voor windturbineparken totdat een milieubeoordeling is gemaakt. De regering is nu aan zet om zo’n milieubeoordeling te maken. Als die beoordeling op juiste wijze is afgerond, dan staat het overheden weer vrij om aan te sluiten bij de windturbinenormen die dan mogelijk zijn gewijzigd.

De uitspraak betekent niet dat er in de tussentijd geen nieuwe besluiten meer kunnen worden genomen over windturbineparken. De gemeenteraad is bij een bestemmingsplan niet verplicht om aan te sluiten bij de windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Hij kan in een bestemmingsplan eigen normen stellen, als deze normen maar goed worden gemotiveerd voor het concrete bestemmingsplan. In deze procedure heeft de gemeenteraad van Eemsdelta aangegeven de mogelijkheid te willen krijgen om het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning te herstellen door eigen normen voor de windturbines vast te stellen. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de gemeenteraad daarvoor in de tussenuitspraak van vandaag 26 weken de tijd. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak een definitieve uitspraak doen over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor het windpark.

* 30 juni 2021 (ABRvS 202001526/1/R4): Awb; invordering dwangsom, kappen es- en struikrand, herplantplicht, uitvoerbaarheid, gasleiding (Rb Gelderland 19/7371 en 19/7372)
2.2.    Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet bij een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht worden toegekend. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien (zie onder meer de uitspraak van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2019:1968). Verder kan een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking of de kostenverhaalsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren brengen die hij tegen de last onder dwangsom of last onder bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen indien evident is dat er geen overtreding is gepleegd en/of betrokkene geen overtreder is (zie de uitspraak van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466). Een ander uitzonderlijk geval kan de onuitvoerbaarheid van een last betreffen. De opgelegde last blijkt dan om technische of juridische redenen evident niet uitvoerbaar te zijn.
2.5. ………………………………………

Het college heeft de conclusies over de mogelijke schade aan de gasleiding en het aanbrengen van een wortelscherm niet gemotiveerd weerlegd, bijvoorbeeld door een advies van een deskundige. Het college heeft evenmin bestreden dat de uitvoering van de last in strijd is met de door [appellant] genoemde richtlijnen. Voor zover het college wijst op een alternatief, zoals het aanplanten van een groter aantal kleinere bomen, overweegt de Afdeling dat daarmee niet aan de opgelegde last wordt voldaan. Voor zover het college stelt dat de gasleiding kan worden verlegd, mogelijk naar grond van de gemeente, overweegt de Afdeling dat [appellant] daartoe niet bevoegd is. De last strekt daar ook niet toe en kan daar ook niet toe strekken.

De conclusie is dat de last zoals deze is opgelegd, evident niet kan worden uitgevoerd vanwege de aanwezigheid van een gasleiding op de bewuste locatie. Gelet hierop is sprake van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college van invordering had behoren af te zien. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

* 30 juni 2021 (ABRvS 201905670/1/R3): Awb, Wro, Wabo; niet vaststellen bpl/weigeren omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, overwegingen draagvlak, marktomstandigheden, karakter van de wijk, omvang, verkeer, verwachtingen
15.2.  De Afdeling overweegt dat de vaststelling van een plan en de weigering een plan vast te stellen een belangenafweging vergen. De omstandigheid dat de samenstelling van de raad is gewijzigd mag, zoals de raad stelt, een rol spelen, maar een besluit om een bestemmingsplan niet vast te stellen moet in de eerste plaats zijn ingegeven door ruimtelijke motieven. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat hij de ruimtelijke aanvaardbaarheid heeft beoordeeld en daarover een andere opvatting heeft dan de oude raad. Ook heeft de raad naar voren gebracht dat hij in de belangenafweging een ander gewicht heeft toegekend aan de verschillende betrokken belangen dan de oude raad. De Afdeling constateert dat aan het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen ook ruimtelijke motieven ten grondslag zijn gelegd, zoals de argumenten dat het plan afbreuk doet aan het groene karakter van de wijk, de supermarkt te groot is voor de wijk, de supermarkt leidt tot nadelige verkeersgevolgen en dat de supermarkt in de weg staat aan uitbreiding van de naastgelegen functies. Naar het oordeel van de Afdeling zijn deze ruimtelijke argumenten echter niet deugdelijk onderbouwd. De raad stelt in zijn besluit wel dat het mogelijk maken van de beoogde supermarkt aan de Borchsingel 25 vanuit ruimtelijk oogpunt problematisch is, maar motiveert niet waarom dat zo is. De raad is bijvoorbeeld niet inhoudelijk ingegaan op de onderzoeksrapporten die bij het ontwerpplan zijn gevoegd en de onderzoeksrapporten die aanvullend zijn uitgebracht naar aanleiding van de zienswijzen. Het bestreden besluit van 21 mei 2019 is dan ook in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb onzorgvuldig genomen en gebrekkig gemotiveerd. Aan de hand van de beroepsgronden zal de Afdeling hierna op elk argument dat aan het besluit om het plan niet vast te stellen ten grondslag is gelegd, ingaan.

* 30 juni 2021 (ABRvS 201900297/1/R2): Awb, Wnb; beperking toegang gebied, Natura 2000, vergunningen voor garnalenvissers, instandhoudingsdoelstelling, compensatieopgave (Rb Midden-Nederland 17/5199, 17/5291 en 18/250)
5.1.    De natuurvergunningplicht die in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb is opgenomen is een implementatie van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen is de beoordeling of de bescherming van natuurwaarden met een toegangsbeperkingsbesluit nodig is een andere beoordeling dan of op grond van een passende beoordeling is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast door de verlening van een natuurvergunning voor een project. Voor de beoordeling of de beperking van de toegang nodig is als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wnb is niet vereist dat wetenschappelijk is aangetoond of anderszins buiten twijfel staat dat de activiteiten die door de beperking van de toegang worden voorkomen, significante gevolgen hebben voor de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Artikel 2.5, eerste lid, van de Wnb biedt de mogelijkheid maatregelen te treffen die bijdragen aan of nodig zijn voor de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Zoals uit 5 volgt komt de minister beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag of het beperken van de toegang van een Natura 2000-gebied nodig is. Daarbij dient hij acht te slaan op het voorzorgbeginsel, dat mede ten grondslag ligt aan artikel 2.5, eerste lid, van de Wnb (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2913 en 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4676).

5.2.    In dit geval zijn beide natuurvergunningen verleend nadat het toegangsbeperkingsbesluit op 1 november 2016 in werking was getreden. De passages in de motivering van de natuurvergunning waarnaar de minister in hoger beroep verwijst, wijzen erop dat de minister bij het verlenen van de vergunningen heeft betrokken dat de toegang tot de Voordelta overeenkomstig het in 2016 genomen toegangsbeperkingsbesluit was beperkt. De minister stelt dan ook terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit de verleende vergunningen kan worden afgeleid dat negatieve gevolgen van de garnalenvisserij in de gebieden, waarvan in 2016 de toegang is beperkt, zijn uitgesloten.

…………………………………

Tot slot stelt de minister terecht dat ook los van de vraag of bij de natuurvergunningen het toegangsbeperkingsbesluit uit 2008 of 2016 is betrokken, met de verlening van de natuurvergunning niet vaststaat dat de vergunde activiteit geen enkel effect heeft en dat anders dan de rechtbank heeft overwogen de toegang ook kan worden beperkt voor activiteiten die de instandhoudingsdoelen niet wezenlijk aantasten. Uit 5.1 volgt immers dat als de beperking van de toegang voor activiteiten kan bijdragen aan het behoud of het herstel van de habitats of het leefgebied van de soorten en habitattypen waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen, die maatregel een instandhoudingsmaatregel kan zijn, die gelet op de instandhoudingsdoelstelling nodig is.

5.3.    Het hoger beroep van de minister is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling de gronden van het beroep van de vissers tegen het besluit van 15 november 2017 die de rechtbank niet behandeld heeft beoordelen.

# 23 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2778): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitwegen, appartementencomplex met parkeergarage, belanghebbenden, molenbiotoop, afname maalbare wind, planregels, geen gebruik van binnenplanse vrijstellingsbevoegdheid
9.   Partijen, en ook de StAB, zijn het erover eens dat de bouw van het appartementengebouw tot verlies van windvang van de molen zal leiden en als gevolg daarvan tot een verlies aan maaluren. Verschil van mening bestaat over de mate waarin de windvang en het aantal maaluren worden beperkt. Verweerder heeft ook met het verlies aan winduren in gedachten, de omgevingsvergunning verleend met toepassing van de in artikel 20.4, lid 4, van de planregels neergelegde bevoegdheid. Eisers vinden dat van deze bevoegdheid alleen gebruik mag worden gemaakt als aannemelijk is dat geen verlies van windvang of het aantal maaluren zal optreden. Dat leidt tot de volgende rechtsvraag: mag artikel 20, lid 20.4, van de planregels alleen worden toegepast als er na de realisatie van het bouwplan geen enkele vermindering van windvang optreedt die een negatief effect zou kunnen hebben op het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig? Of is het voldoende dat de molen ook na realisatie van het bouwplan een minimum aantal uren functioneert en kan functioneren als werktuig? De rechtbank is, anders dan verweerder en vergunninghoudster, gezien de redactie en toelichting van artikel 20, lid 20.4, aanhef en onder b, van de planregels van oordeel dat het artikel zo moet worden uitgelegd dat van de afwijkingsbevoegdheid alleen gebruik kan worden gemaakt als er geen enkel verlies van windvang optreedt waardoor het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig zou kunnen worden belemmerd. Verweerder heeft dan ook geen beoordelingsruimte bij toetsing van een bouwplan aan dit artikel. Hierin is immers niet bepaald dat het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering niet onevenredig mag worden beperkt. Voor een dergelijke ruimere uitleg biedt de toelichting behorend bij het bestemmingsplan “Centrum Geldrop” geen aanknopingspunt. In paragraaf 9.2.14 van deze toelichting staat over de afwijkingsbevoegdheid: “Hiervan kan worden (lees:afgeweken) middels vrijstelling indien wordt aangetoond dat het functioneren en de waarde van de molen niet wordt aangetast”. Door deze restrictieve uitleg van artikel 20, lid 20.4, van de planregels, wordt deze bepaling niet zinledig. Denkbaar is immers dat er bijvoorbeeld vanwege aanwezige bebouwing of beplanting geen nadelige effecten van de realisatie van een bouwplan op het functioneren van een molen als werktuig optreedt. Ook is mogelijk dat dit nadelige effect wel optreedt maar dat dit effect wordt gecompenseerd door het nemen van maatregelen, zodat er per saldo geen nadelig effect is.

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat bij realisatie van het bouwplan vermindering van windvang optreedt die een nadelig effect heeft op het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig. Partijen verschillen namelijk alleen van mening over de mate waarin het functioneren van de molen als werktuig zal worden belemmerd door de realisatie van het bouwplan. Dit betekent dat verweerder artikel 20, lid 20.4, van het bestemmingsplan niet had mogen toepassen bij het verlenen van de omgevingsvergunning en dit besluit onbevoegd is genomen.
10.   Artikel 20, lid 20.2 en 20.4, van de planregels beoogt onder meer de functie van de molen als werktuig te beschermen. Eisers hebben als molenaars hetzelfde belang. De rechtbank is daarom van oordeel dat de hierin gestelde normen (ook) strekken ten behoeve van de bescherming van de belangen van eisers. Dit leidt er dan ook toe dat de beroepsgronden van eisers die zien op de vraag of verweerder bij verlening van de omgevingsvergunning voor het appartementencomplex toepassing had mogen geven aan artikel 20, lid 20.4, van het bestemmingsplan, anders dan verweerder stelt, niet stranden op het in artikel 8:69a van de Awb vervatte relativiteitsvereiste, maar kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

  1. Volgens de rechtbank is een verlening van de vergunning voor het bouwplan wat de bouwhoogte betreft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚ en 2˚, van de Wabo niet mogelijk. Daarom zal verweerder moeten bezien of hij toepassing wil geven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo. Bij een nieuwe beslissing op de aanvraag zal verweerder het belang van het functioneren van de molen als werktuig moeten betrekken, waarbij gezien het StAB-verslag niet zonder meer van het advies van Peutz kan worden uitgegaan.

Omdat bij toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo de uniforme voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd in plaats van de hier gevolgde reguliere voorbereidingsprocedure, ziet de rechtbank aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat niet valt uit te sluiten dat anderen zienswijzen naar voren willen brengen en daaraan een beroepsrecht ontlenen, mede gelet op de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:953).

* 21 juni 2021 (Rb Overijssel AWB 21/686, 21/687 en 21/688): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor werk/aanleggen, droogzetvoorziening/stuw, Natura 2000, stikstof, onjuiste AERIUS calculator, Regeling natuurbescherming, verschillen in beoordeling soortenbescherming
4.5   Uit de stukken blijkt dat om te bepalen wat de stikstofdepositie is als gevolg van het onderhavige project een berekening is uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2019A. Uit deze berekening volgt dat de stikstofdepositie van het project op het nabijgelegen Natura 2000-gebied 0,00 mol/ha/jaar is.

4.6   De Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van

13 oktober 2020, nr. WJZ/ 20248927, tot wijziging van de Regeling natuurbescherming (vervanging AERIUS Calculator 2019A door AERIUS Calculator 2020) schrijft echter voor dat met ingang van 15 oktober 2020 de AERIUS Calculator 2020 als rekeninstrument moet worden gebruikt voor de berekening van de door projecten veroorzaakte stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. In de toelichting op deze wijziging van de Regeling natuurbescherming wordt vermeld dat het van belang is dat de versie 2020 als het best beschikbare rekenmodel daadwerkelijk wordt toegepast vanaf de beschikbaarheid op 15 oktober 2020, gelet op het wezenlijke karakter van de wijzigingen in deze versie ten opzichte van versie 2019A. Om deze reden is afgezien van het vaststellen van overgangsrecht.

4.7   Omdat het besluit op bezwaar dateert van 21 oktober 2020, had bij de heroverweging in bezwaar dus van een berekening van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator 2020 uitgegaan moeten worden. Dat is niet gebeurd. Dit betekent dat bij het bestreden besluit ten onrechte geen uitvoering is gegeven aan artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming.

4.8   Weliswaar kan het Waterschap in de bodemprocedures alsnog een berekening met AERIUS Calculator 2020 in het geding brengen, zoals ter zitting namens het Waterschap is gesteld, maar op dit moment is er geen zicht op wat de uitkomst van die berekening zal zijn. Zoals op de zitting ook door het Waterschap is bevestigd, zal bij een nieuwe AERIUS berekening niet alleen AERIUS Calculator 2020 gebruikt moeten worden – hetgeen op zichzelf al kan leiden tot een andere uitkomst van de berekening – maar zullen ook andere invoergegevens worden gebruikt, omdat inmiddels duidelijk is wie de aannemer is, welk materiaal en materieel zal worden gebruikt, welke werkzaamheden er al zijn verricht en welke werkzaamheden nog moeten plaatsvinden. Dit maakt de uitkomst van die nieuwe berekening onzeker.
4.10   Ook acht de voorzieningenrechter het in het kader van deze voorlopige voorzieningen niet aangewezen om vooruit te lopen op de verwachte inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering per 1 juli 2021. Eén van de onderdelen van deze nieuwe wet is een vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstofdepositie voor tijdelijke (bouw)werkzaamheden. Deze wet is nog niet daadwerkelijk in werking getreden en bovendien gelden in die wet allerlei voorwaarden waarvan onduidelijk is of daar in dit geval aan wordt voldaan.

#! 8 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 18/3143): Awb, Wm; verzoek om maatwerkvoorschriften op te leggen, lichthinder, tennisbanen, Richtlijn lichthinder, NSVV, discomfort glare, recente milieutechnische inzichten, BBT, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
2.   Een belangrijk geschilpunt tussen partijen is op welke wijze de lichthinder beoordeeld had moeten worden. Verweerder heeft de lichthinder beoordeeld aan de hand van de Richtlijn Lichthinder uit 2014. Om het geschilpunt over de toepassing van deze Richtlijn Lichthinder te kunnen beoordelen heeft de rechtbank de StAB als deskundige ingeschakeld. De StAB heeft kort gezegd geoordeeld dat de Richtlijn Lichthinder in zijn algemeenheid een goede basis vormt om mogelijke lichthinder te kunnen beoordelen, ook voor situaties waarin mogelijk sprake is van onaanvaardbare lichthinder en waarop de zorgplicht uit het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is. De Richtlijn Lichthinder uit 2014 bevat volgens de StAB echter niet de meest recente milieutechnische inzichten om lichthinder van sportverlichtingsinstallaties (buiten) en dan met name de ‘discomfort glare’ op een correcte wijze te kunnen beoordelen. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank de StAB gevolgd. Omdat de besluitvorming van verweerder was gebaseerd op het rapport van Lichtconsult en daarin is getoetst aan de Richtlijn Lichthinder 2014, heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat onvoldoende is onderzocht of de door eisers ervaren lichthinder vanwege lichtschittering/-verblinding (discomfort glare) aanvaardbaar is.

………………………………………

  1. Bij de banen 3 tot en met 5 is sprake van onaanvaardbare lichthinder en daarvoor is het stellen van een maatwerkvoorschrift nodig. Onder deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat de uiterste termijn van 1 november 2031 om de lampen bij de lichtmasten bij deze banen te vervangen te lang is. De verwijzing in bestreden besluit 3 naar de nieuwste Richtlijn Lichthinder waarin staat dat voor bestaande installaties een overgangssituatie aan de orde is, vindt de rechtbank geen reden om de tennisclub een zeer ruime termijn te gunnen waardoor eisers mogelijk nog jaren onaanvaardbare lichthinder moeten dulden. Deze richtlijn is geen recht waar de rechtbank aan toetst en aan de overgangsbepaling die hierin staat komt dus niet de betekenis toe die verweerder daaraan toekent. Weliswaar zou vervangen eerder aan de orde kunnen komen als de lampen kapotgaan, maar onzeker is of dit (natuurlijke) moment zich zal gaan voordoen voor 1 november 2031. Bovendien heeft verweerder in het bestreden besluit 3 of op de zitting geen kenbare afweging gemaakt tussen de belangen van eisers bij het voorkomen van onaanvaardbare lichthinder en de financiële belangen van de tennisclub. Dit had wel gemoeten. Omdat het door verweerder beoogde maatwerkvoorschrift de rechterlijke toets niet kan doorstaan, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien door het opleggen van dat maatwerkvoorschrift.Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

Rb Noord-Holland 7 juni 2021:Omgevingsvergunning voor biomassacentrale in Diemen.
vzr Rb Noord-Nederland 28 mei 2021: Dwangsom vanwege emissie van siliciumcarbidevezels; Sprake van overtreding?
ABRvS 2 juni 2021:Bestemmingsplan dat woningbouw nabij bestaande zware metaalbedrijven mogelijk maakt; Aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van geluid en trillingen.