Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 7 juli 2021 (Conclusie AG 202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning drugs, evenredigheid
* 7 juli 2021 (ABRvS 202005141/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen boom, APV, bomenlijst, herplantplicht (Rb Noord-Holland 19/5188)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202005103/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning naar meerdere appartementen, parkeeronderzoek (Rb Noord-Holland 19/4610)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004963/1/R3): Awb, Wro; bpl, winkelcentrum, planregels, tussenuitspraak
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004962/1/R3): Awb, Wro; bpl, horeca, bierbrouwerij, openingstijden, APV, VNG-brochure, tussenuitspraak
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004842/1/R3): Awb, Wro; bpl, agrarische gronden, evenemententerrein, motivering, tussenuitspraak
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004803/1/R1): Awb, Waterwet; handhaving, aanbrengen verticale drainage voor aanleg weg, geen inrichting of werk/Keur (Rb Noord-Holland 19/3476)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004686/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, begrenzing inrichting en indeling bedrijfsterrein niet duidelijk weergegeven (Rb Noord-Nederland 19/2890)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202004403/1/R2): Awb, Wro; bpl, appartementen, VNG-brochure, geluid, parkeren, verkeer, aan-huis-gebonden beroepen, tussenuitspraak
* 7 juli 2021 (ABRvS 202003736/1/R1): Awb, Wabo, Wnb; vergunningen, uitvoeringsbesluiten rijksinpassingsplan 380 kV
* 7 juli 2021 (ABRvS 202002376/1/R2): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag, onvoldoende gegevens, Bouwbesluit, gebruikte materialen (Rb Oost-Brabant 19/1964)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202002195/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen chalet en schuren en staken recreatieve activiteiten, strijd met bpl, overgangsrecht, bewijslast (Rb Den Haag 19/7950 en 19/7952)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202002183/1/R3): Awb, Wgh; handhaving, verzoek om intrekking besluit HGW wegverkeerslawaai, bevoegdheid
* 7 juli 2021 (ABRvS 202002133/1/R2): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen/kleinschalige bedrijvigheid, VNG-brochure, Natura 2000/ relativiteit, parkeren/CROW
* 7 juli 2021 (ABRvS 202001222/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, kamperen bij de boer, overlast (Rb Noord-Nederland 19/1993)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202001043/1/R4): Awb, Ww, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding Bouwbesluit, plaatsen wand, brandcompartiment, WBDBO, hoge vuurlast (Rb Gelderland 18/6181)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202000254/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, wijzigen kozijnpuien van appartementen, geen vergunning, Bor, overtredingen niet van niet van geringe aard en ernst (Rb Overijssel 19/796)
* 7 juli 2021 (ABRvS 201905257/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting bedrijf, autohandel en -reparatie, APV, heling, onschuldpresumptie, bewijslast (Rb Rotterdam 18/5773)
* 7 juli 2021 (ABRvS 201904332/1/R1 en 202001348/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, fitnesscentrum, strijd met bpl, planregels, Dienstenrichtlijn, herstelbesluit, woon- en leefklimaat, geluid, geur, parkeren (Rb Amsterdam 18/1538 en 18/3624)
* 7 juli 2021 (ABRvS 201903159/1/R2): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, uitbreiding natuurcamping, verstoring dassenburcht, kennisdocument, foerageergebied (Rb Overijssel 18/576)
* 6 juli 2021 (ABRvS 202101593/1/R2 en /3/R2): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor slopen, bouwen, afwijken bpl en aanpassing monument, appartementen in voormalige pastorie, belanghebbenden, inpassen en belang monument (Rb Oost-Brabant 20/3563 en 20/3564)
* 6 juli 2021 (ABRvS 202103683/2/R3): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen, reconstructie oever, belangenafweging (Rb Rotterdam 20/1153)
* 6 juli 2021 (CBb 19/508, 19/436, 19/548, 19/1430 en 20/416, 18/2147, 19/1687, 20/57, 20/87, 20/555, 20/50, 19/919, 18/2938, 20/47 en 20/556): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, jongvee, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, gelijkheidsbeginsel, onderbouwing, schadevergoeding, melding bijzondere omstandigheden
# 6 juli 2021 (CBb 18/2891): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, Pw- en PAL-waarde bodem, verhouding in tijd
* 6 juli 2021 (CBb 20/164): Awb, Msw; handhaving, boete, mesttransporten (Rb Overijssel AWB 19/955)
* 5 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3631): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, gedoogbeleid, gedooglijst, evenredigheid
* 5 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2778): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, bouwkosten
* 2 juli 2021 (ABRvS 202100590/2/R3): Awb, Wro; vovo, inpassingsplan, Natura 2000-gebied, geen spoedeisend belang
* 2 juli 2021 (ABRvS 202101533/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, kindcentrum, alternatieven, geluid, VNG-brochure, verkeer/CROW
* 2 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/418-T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, supermarkt, tussenuitspraak
* 1 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8966 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, afwijking omgevingsvergunning, huurder chalet/verblijfsrecreatie, motivering, tussenuitspraak
* 1 juli 2021 (ABRvS 202102915/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, nog geen bouwaanvragen
* 1 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10360 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, geohydrologische gevolgen, STAB/uitwerkingsplan
* 1 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2691 WABOA VV en BRE 21/2694 WABOA VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, tijdelijke afwijken van bpl en exploitatievergunning, horeca op stadsstrand, horecabeleid, terras, stemgeluid, muziek
* 1 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/390): Awb, Gmw; exploitatievergunning, grand-café, geen strijd met bpl/beheersverordening, woon- en leefsituatie, APV, bezoekers, EVRM
* 1 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1908): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen uitweg, APV, veilig gebruik van weg
* 1 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/6457): Awb, DHW, Gmw; intrekking DHW- en exploitatievergunningen, bevoegdheid, Dienstenrichtlijn, vertrouwen in ondernemer
* 1 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/59): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 30 juni 2021 (ABRvS 202102083/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, teveel recreatiewoningen en woningen op gronden in strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 21/110, 21/142, 21/162 en 21/163)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202102592/1/R4 en /2/R4): Awb; vovo en kortsluiten, invordering dwangsom, verwijderen recreatiewoningen, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 20/2760)
* 30 juni 2021 (ABRvS 202102644/1/R1 en /2/R1): Awb, Wm; vovo en kortsluiten, locatieplan ondergrondse containers voor restafval, afvalstoffenverordening, geluid, geur, verkeer
* 30 juni 2021 (ABRvS 202102798/1/R1 en /2/R1): Awb, Wm; vovo en kortsluiten, locatieplan ondergrondse containers voor restafval bij hoogbouw, afvalstoffenverordening, verkeersveiligheid
* 30 juni 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1878): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding, APV, drugs
* 30 juni 2021 (Rb Limburg ROE 20/1255): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, tankstation, onbemand tanken, Activiteitenbesluit/-regeling, geluid, bodem, overgangsrecht, strijd met bpl
* 29 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3388): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, staken bouwwerkzaamheden in garage, heiwerkzaamheden, Bor, vergunningplicht, verandering draagconstructie
* 29 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/722): Awb, Msw; handhaving, boete, gefingeerde vrachten mest
* 29 juni 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/1083): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt, belanghebbende, maximaal-8-planregel, parkeren, openbaar gebied, Nota parkeernormen, Ladder/Bro
* 29 juni 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2535): Awb, Gmw; handhaving, spoedsluiting, woning, sekswerkers in pand, APV, woon-en leefklimaat/openbare orde, evenredigheid
* 29 juni 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3197): Awb; verhaal kosten bestuursdwang, ontmanteling hennepkwekerij
* 25 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1718): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, LPG tankstation, PGS 16, inrichting/woning, aanvraag, bescherming, geluid
* 25 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2041 OPIUM VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 24 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/1901): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, kamerverhuur aan arbeidsmigranten, planregels, geen huisvesting met vast karakter
* 23 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/2197 en HAA 21/2331): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, paddocks/manege, Activiteitenbesluit, afstand geur, geen oude rechten
* 23 juni 2021 (Rb Limburg ROE 20/2871): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, luchthal op tenniscomplex, geluid, parkeren
* 23 juni 2021 (Hof Amsterdam 23-000932-20 en 23-000933-20): WSr, WED, Wm; overtreding, lekdetectiesysteem van een ondergrondse opslagtank, controle, Activiteitenbesluit/-regeling, valsheid in geschrifte
* 22 juni 2021 (Rb Limburg ROE 20/2709): Awb, Gmw; niet in behandeling nemen aanvraag om evenementenvergunning, aanvullende gegevens, procesbelang, APV, risico voor openbare orde en veiligheid
* 18 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 20/4541 en 20/5219): Awb, Nsw; intrekking/voortzetting vergunning, landgoed
* 18 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2977): Awb, Wnb; vovo, verzoek om handhaving, uitbreiding met stal, PAS-melding, Wet stikstof, evenredigheid
* 18 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2402 en 21/2403): Awb, Wabo, Waterwet; vovo, omgevingsvergunning voor dempen sloot/goedkeuring alternatieve vaarroute, boomkwekerij, geen doorvaart meer, alternatieve route, relatie bpl, motivering
* 17 juni 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6861 WABOA V): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend verblijf, gebruik pand voor onderwijs/dagverblijf, ontvankelijkheid, verzet eerdere uitspraak
* 15 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3738): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, winkelruimte met parkeervoorziening, belanghebbende, geen strijd met bpl
* 11 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1023): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, beschoeiing, tuinvlonders en steigers bij woningen, strijd met bpl, herstelbesluit, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 juni 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/1856): Awb; invordering dwangsom, sloopwerkzaamheden waarbij asbest vrijkomt, bevoegdheid
* 1 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2587): Awb, Wabo; vovo, wijziging voorschriften milieuvergunning, afvalbedrijf, vliegenoverlast, motivering
* 21 mei 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/3389): Awb, Gmw; ligplaatsvergunning, rondvaartboten, belanghebbende, schaarse vergunning
* 28 april 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3002): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakopbouw, goede ruimtelijke ordening, vertrouwensbeginsel, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 20 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1683): Awb, Wabo; verzoek om handhaving, gebruik voor- en achtertuin, bpl/overgangsrecht, vertrouwensbeginsel, motivering
* 17 maart 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/793 en HAA 21/794): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, herstellen weiland/gegraven waterloop, geen vergunning, strijd met bpl, hoogte boete, begunstigingstermijn
* 19 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7031 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, aanbouw, vergunningplicht, planregels, afstanden
* 10 september 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/816): Awb, AWR; leges, aanvraag omgevingsvergunning, niet alleen bouwen maar ook afwijken bpl

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 7 juli 2021 (Conclusie AG 202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning drugs, evenredigheid
De bestuursrechter moet zijn evenredigheidstoets van bestuurlijke maatregelen, zoals een woningsluiting of een dwangsom, aanpassen. Dat vinden de staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel die vandaag (7 juli 2021) hun conclusie uitbrachten over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter. De bestuursrechter zou de evenredigheid van bestuurlijke maatregelen moeten toetsen zoals dat in het Europese recht gebeurt. Verder zou de bestuursrechter de intensiteit van zijn toets moeten laten afhangen van de concrete belangen die bij een bestuurlijke maatregel zijn betrokken en van de vraag in hoeverre die maatregel de grondrechten aantast. Daarnaast vinden de staatsraden advocaat-generaal dat de bestuursrechter een bestuurlijke maatregel ook aan het evenredigheidsbeginsel moet kunnen toetsen als de wet bepaalt dat de maatregel moet worden opgelegd.
De belangrijkste aanbevelingen van de staatsraden advocaat-generaal zijn de volgende:

  • Bij het toetsen van de evenredigheid van een bestuurlijke maatregel, zoals een woningsluiting of een dwangsom, zou de bestuursrechter moeten aansluiten bij de drietraps-evenredigheidstoets uit het Europese recht. Dat betekent dat een bestuurlijke maatregel moet worden beoordeeld op (1) geschiktheid voor het nagestreefde doel, (2) noodzakelijkheid (is er geen minder ingrijpende maatregel die even effectief is?) en (3) de maatvoering van de bestuurlijke maatregel (bijvoorbeeld de duur van een woningsluiting of de hoogte van een dwangsom).
  • Hoe indringend de bestuursrechter de evenredigheid van een bestuurlijke maatregel beoordeelt, zou moeten afhangen van het gewicht van de algemene en particuliere belangen die bij zo’n maatregel een rol spelen en van de vraag in hoeverre de maatregel de grondrechten aantast. Het bestaande strikte onderscheid tussen slechts twee mogelijke toetsingsintensiteiten (terughoudend en indringend) zou moeten verdwijnen.
  • In welke gevallen een bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd, kan zijn geregeld in beleid, een algemeen verbindend voorschrift (bijvoorbeeld een ministeriële regeling) of een wet die door het parlement is aangenomen. In de eerste twee gevallen wordt de rechterlijke evenredigheidstoets volgens de staatsraden advocaat-generaal niet beperkt door de Grondwet of enig andere regel. Een bestuursrechter kan beleid of een algemeen verbindend voorschrift buiten toepassing laten in een concrete zaak als een daarop gebaseerde bestuurlijke maatregel onevenredig uitpakt. Hij kan zo’n voorschrift ook onverbindend verklaren als de toepassing van het voorschrift structureel tot onevenredige uitkomsten leidt. Dat algemeen verbindend voorschrift kan dan helemaal niet meer worden toegepast en zal vervangen moeten worden.
  • Dat ligt anders als de bestuurlijke maatregel moet worden opgelegd op grond van een wet die door het parlement is aangenomen. Dan is er in beginsel alleen ruimte voor een evenredigheidstoets als daar een basis voor is in het Europese recht of rechtstreeks werkend internationaal recht. De bestuursrechter kan wel de wet zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel.
  • Biedt dat geen soelaas, dan kan de bestuursrechter de wet niet onverbindend verklaren. Hij kan de wet wel in een concrete zaak buiten toepassing laten, maar alleen als de onevenredigheid het gevolg is van een omstandigheid die de wetgever niet in zijn afwegingen heeft betrokken.
  • Heeft de wetgever die omstandigheid wel in zijn afwegingen betrokken dan heeft de bestuursrechter geen mogelijkheid om in te grijpen, omdat de Grondwet dat verbiedt. Hij zal dan de wet moeten toepassen. De staatsraden advocaat-generaal bevelen wel aan dat de bestuursrechter in zo’n geval in zijn uitspraak verklaart dat de wet de rechtsbeginselen schendt. Het is vervolgens aan de regering en het parlement of zij hieraan gevolgen willen verbinden.
  • De staatsraden advocaat-generaal achten de tijd rijp voor een minder strikte uitleg van het toetsingsverbod in de Grondwet. Hierdoor krijgt de rechter meer ruimte om ook wetten die door het parlement zijn aangenomen te toetsen aan algemene rechtsbeginselen, zoals het evenredigheidsbeginsel. Zij menen dat op termijn het toetsingsverbod uit de Grondwet moet verdwijnen.


* 7 juli 2021 (ABRvS 201903159/1/R2): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, uitbreiding natuurcamping, verstoring dassenburcht, kennisdocument, foerageergebied (Rb Overijssel 18/576)
6.1.    De Afdeling overweegt het volgende over de reikwijdte van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb. Deze bepaling verbiedt het om opzettelijk de vaste voortplantings- of rustplaatsen van dassen te beschadigen of te vernielen.

6.2.    Voorop staat dat foerageergebieden in beginsel niet worden beschermd via het soortenbeschermingsregime van de Wnb, zoals ook al het geval was onder het daarvoor geldende regime van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw). Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling over artikel 11 van de Ffw, op grond waarvan het verboden was om voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde dieren te vernielen of te verstoren, golden op dit uitgangspunt twee uitzonderingen.

6.3.    De eerste uitzondering betreft gevallen waarbij een foerageergebied samenvalt met een vaste voortplantings- of rustplaats. De rechtbank heeft vastgesteld dat die situatie zich in deze zaak niet voordoet. Er liggen namelijk geen vaste voortplantings- en rustplaatsen van dassen op de percelen waar [appellante sub 1] wil uitbreiden. Das en Boom en anderen hebben dat in hun hoger beroep ook niet bestreden.

6.4.    De tweede uitzondering betreft gevallen waarbij essentiële foerageergebieden die niet samenvallen met een vaste voortplantings- of rustplaats zodanig worden aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de betrokken diersoort wordt aangetast. Onder een essentieel foerageergebied wordt daarbij verstaan: een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantings- of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen (onder meer de hiervoor vermelde uitspraak van 10 januari 2018, onder 9.1).

6.5.    De Afdeling heeft in de voormelde uitspraak van 10 januari 2018, onder 9.2, overwogen dat zij deze interpretatie volgt ten aanzien van artikel 3.5 van de Wnb, dat gaat over soorten genoemd in de Habitatrichtlijn.

6.6.    De Afdeling volgt deze interpretatie nu ook ten aanzien van het in artikel 3.10, eerste lid, onder b, neergelegde verbod. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat die bepaling gelijkluidend is aan artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb, met dien verstande dat de laatste bepaling ook niet-vaste voortplantings- en rustplaatsen omvat en geen opzet vereist. Ook neemt de Afdeling in aanmerking dat uit de geschiedenis van totstandkoming van deze bepalingen (Kamerstukken II 2011/12, 33 348, nr. 3) niet blijkt dat de wetgever heeft beoogd dat essentiële foerageergebieden wel onder het bereik van artikel 3.5 vallen maar niet onder het bereik van artikel 3.10.

 

# 6 juli 2021 (CBb 18/2891): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, Pw- en PAL-waarde bodem, verhouding in tijd
4.1   Het College zal allereerst ingaan op perceel 1. In geschil tussen partijen is de vraag of het aannemelijk is dat de PAL-waarde van dit perceel in 2015 in de categorie neutraal valt. Het College heeft ter beantwoording van deze vraag de StAB verzocht een deskundigenrapport uit te brengen. Dit rapport is opgenomen in de bijlage en maakt onderdeel uit van deze uitspraak. In het rapport wordt – kort gezegd – uiteengezet dat er een samenhang bestaat tussen een op een perceel vastgestelde PAL-waarde en een Pw-waarde in die zin dat, behoudens ingrijpende wijzigingen in de fysieke toestand van het perceel, op grond van de ene waarde en op grond van de verhouding tussen de Pal- en PW-waarde – ook in tijd – gevolgtrekkingen kunnen worden gemaakt over de andere waarde.

4.2   In het deskundigenrapport komt de StAB verder tot de eenduidige conclusie dat het in het geval van appellante aannemelijk is dat de PAL-waarde van perceel 1 tussen de 27 en 50 lag. Het College kan de bevindingen in dit rapport volgen en neemt deze conclusie over. Verweerder heeft de bevindingen en conclusie van de StAB ook niet bestreden. Dit betekent dat perceel 1 in 2015 in de categorie neutraal valt. De beroepsgrond van appellante slaagt dus. Onder overweging 5.1 zal het College bespreken welke gevolgen dit heeft.
5.1 Uit het voorgaande volgt dat het beroep van appellante gegrond is. Haar fosfaatrecht is namelijk in strijd met artikel 23, derde lid, van de Msw vastgesteld. Dit betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd, het primaire besluit wordt herroepen en dat het College zal kijken of het zelf kan voorzien in de zaak. Het College komt tot de conclusie dat dit mogelijk is en stelt het fosfaatrecht (inclusief korting) van appellante vast op 2.603 kg. In overweging 5.2 wordt weergegeven hoe het College op dit aantal uitkomt.

5.2 Verweerder heeft de totale fosfaatruimte van appellante in het bestreden besluit vastgesteld op 2.539,80 kg. Deze totale fosfaatruimte neemt met 62,5 kg toe naar 2.602,30, gelet op de wijziging van de categorieën fosfaattoestand van perceel 1 (van 80 kg naar 90 kg bij de categorie neutraal voor grasland, keer 2,5 hectare) en perceel 12 (van 50 kg naar 75 kg bij de categorie laag voor bouwland, keer 1,5 hectare). Het fosfaatrecht (exclusief korting) wordt verhoogd van 2.666,20 kg met 9,6 kg naar 2.675,80 kg vanwege het niet meegetelde stuk jongvee in diercategorie 101. Omdat de gemiddelde fosfaatproductie in 2015 van appellante ook hierna nog hoger ligt dan haar plaatsingsruimte, betekent dit dat het bedrijf van appellante ook nu niet grondgebonden is en dat alsnog een korting moet worden opgelegd op haar fosfaatrecht. Het verschil tussen het fosfaatrecht (exclusief korting) en de fosfaatruimte is hier kleiner dan wanneer de generieke korting van 8,3% wordt opgelegd, waardoor het fosfaatrecht met dit verschil wordt gekort. Dit komt neer op 73,5 kg. Het fosfaatrecht (inclusief korting) bedraagt afgerond 2.603 kg.

* 5 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3631): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, gedoogbeleid, gedooglijst, evenredigheid
Deze zaak gaat over een besluit van B&W van de gemeente Landerd om handhavend op te treden tegen een ruim 20 jaar durende permanente bewoning van een recreatieverblijf op een camping in Landerd. De rechtbank kijkt of het gedoogbeleid kennelijk onredelijk is, of er bijzondere omstandigheden zijn om van dat gedoogbeleid af te wijken en of handhavend optreden onevenredig is. Het onverkort vasthouden aan een peildatum (enkele maanden voor aanvang van de bewoning) is kennelijk onredelijk. Er waren ook bijzondere omstandigheden die maken dat het onverkort vasthouden aan die peildatum onevenredig is nu verweerder in vijf andere gevallen bewoning gedoogd in strijd met het gedoogbeleid. Verweerder had zich de vraag moeten stellen of het niet te onevenredig is om vanwege een afwijking van enkele maanden van een discutabele peildatum het daaropvolgende ruim 20 jaar lange permanente verblijf van eisers buiten beschouwing te laten. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank heeft in de uitspraak breed uitgemeten waarom handhavend optreden onevenredig is. Dat laat verweerder geen ruimte om een andere last onder dwangsom op te leggen. De rechtbank trekt daarom ook de last onder dwangsom in.

* 25 juni 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1718): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, LPG tankstation, PGS 16, inrichting/woning, aanvraag, bescherming, geluid
De zaak gaat over een omgevingsvergunning milieu voor een LPG tankstation. De voorliggende vergunning omvatte een bedrijfswoning. Die valt nu buiten de inrichting. In deze zaak kan verweerder de vergunninghouder niet dwingen een andere aanvraag in te dienen of een andere omgevingsvergunning te gebruiken (zoals eiseres voorstaat). Eiseres heeft ook aangevoerd dat een deel van haar perceel (met de inrit/uitrit van het tankstation) nog steeds deel uitmaakt van de inrichting. De omstandigheid dat de grens van de inrichting een (deel van een) perceel van een derde omvat die het daar niet mee eens is, is geen reden om de omgevingsvergunning voor de activiteit (milieu) te weigeren. Dat is volgens de rechtbank slechts anders als het gebruik van het perceel van de derde absoluut noodzakelijk is om aan de voorschriften van de omgevingsvergunning te voldoen en vast staat dat deze derde dit gebruik niet toestaat. In dat geval is de aanvraag niet duidelijk en kan het bevoegd gezag aanleiding zien de aanvraag buiten behandeling te stellen of te weigeren als deze duidelijkheid niet wordt geboden. De rechtbank vindt steun voor deze uitleg in de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:205).Dat is hier echter niet het geval.

* 23 juni 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/2197 en HAA 21/2331): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, paddocks/manege, Activiteitenbesluit, afstand geur, geen oude rechten
Verzoek om handhaving wegens gebruik van paddocks ten behoeve van een manege. Afstandseisen en meldingsplicht. Niet in geschil is dat de paddocks, wegens het intensieve gebruik dat ervan wordt gemaakt, zijn aan te merken als dierenverblijven. In dit geval is de (afwijkende) minimumafstand van 50 meter tussen dierenverblijven en geurgevoelige objecten die is opgenomen in een gemeentelijke verordening niet van toepassing. Voor de uitleg van wat onder het begrip veehouderij moet worden verstaan, is in de verordening verwezen naar het begrip veehouderij als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij. Een veehouderij als bedoeld in die wet betreft een inrichting waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en die is bestemd voor onder meer het houden van dieren. De manege is evenwel geen omgevingsvergunningplichtige inrichting. Dit betekent dat de afstandseis van minimaal 100 meter op grond van artikel 3.117, eerste lid en onder a, van het Activiteitenbesluit geldt. Aan die afstandseis wordt niet voldaan.

Voor het oprichten van de paddocks is daarnaast nooit een milieuvergunning verleend en nooit een melding gedaan. Dit betekent dat de paddocks als dierenverblijf zonder daartoe vereiste melding en dus in strijd met artikel 1.10, tweede lid, van het Activiteitenbesluit zijn opgericht en worden gebruikt.

* 22 juni 2021 (Rb Limburg ROE 20/2709): Awb, Gmw; niet in behandeling nemen aanvraag om evenementenvergunning, aanvullende gegevens, procesbelang, APV, risico voor openbare orde en veiligheid
5.2 ………………………………..
Nu sprake is van een aanvraag voor een evenementenvergunning op grond van de APV vindt de beoordeling van de aanvraag plaats aan de hand van de APV. Op grond van de APV is het verboden een C-evenement te organiseren zonder vergunning van verweerder (artikel 2.2.2, eerste lid, APV). Dat sprake is van een C-evenement is niet in geschil. De APV bepaalt ook dat verweerder de vergunning kan weigeren in het belang van de openbare orde en veiligheid (artikel 1.8 APV).

Verweerder moet onder andere een inschatting kunnen maken van het risico van het festival voor de openbare orde en veiligheid. Dat is bij uitstek een taak voor verweerder. Verweerder heeft in dat verband toegelicht dat de gevraagde lijst met namen van uitgenodigde inleiders en organisaties noodzakelijk is om een zorgvuldige risico-inschatting te kunnen maken van het festival. Gelet op zijn toelichting is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in dit geval op het standpunt heeft kunnen en mogen stellen dat zonder méér (concrete) gegevens over de uitgenodigde inleiders en organisaties voor hem niet voldoende duidelijk is om wie het gaat en dus wat die personen en organisaties mogelijk voor het (gedrag van) aanwezige publiek zouden kunnen betekenen, zodat daardoor geen zorgvuldige risico-inschatting kan worden gemaakt. Daarbij speelt ook mee dat het festival is aangemerkt als een C-evenement waar 25.000 bezoekers worden verwacht. Weliswaar kan uit de aanvraag in combinatie met de aanvullende gegevens een beeld worden gevormd van (de opzet en het publiek van) het festival, maar dat doet aan het voorgaande niet af: concrete(re) invulling van het programma met namen ontbreekt, en het is niet onredelijk dat verweerder vanwege de risico-inschatting die moet worden gemaakt dáár naar vraagt. Dat het festival vaker (elders) zonder problemen is georganiseerd, maakt dat niet anders. Daarbij is van belang dat eiseres in de bijlage in de e-mail van 3 maart 2020 opmerkt dat het festival weliswaar jaarlijks terugkeert, maar dat de gastsprekers, inleiders en programmering telkens anders kunnen zijn.

Dat verweerder – zoals eiseres op de zitting betoogde – zijn bevoegdheid heeft misbruikt om ervoor te zorgen dat het festival niet zou doorgaan, is op geen enkele wijze onderbouwd.

* 18 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2977): Awb, Wnb; vovo, verzoek om handhaving, uitbreiding met stal, PAS-melding, Wet stikstof, evenredigheid
6.1   Nu belanghebbende niet beschikt over de Wnb-vergunning die vereist is voor de exploitatie en uitbreiding van zijn veehouderij, is sprake van een overtreding. Verweerder is bevoegd hiertegen handhavend op te treden.
6.4   De voorzieningenrechter ziet zich in deze procedure dan ook voor de vraag gesteld of handhavend optreden op dit moment zodanig onevenredig moet worden geacht dat verweerder hiervan heeft mogen afzien.

6.5   De voorzieningenrechter stelt voorop dat het natuurbelang, bestaande uit het voorkomen van verdere achteruitgang van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, een zwaarwegend belang is waaraan grote betekenis moet worden toegekend. Dat laat echter onverlet dat in een concreet geval sprake kan zijn van feiten en omstandigheden die tot de conclusie moeten leiden dat van handhavend optreden mocht worden afgezien.

6.6   Ter zitting is door belanghebbende toegelicht dat handhavend optreden grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van zijn veehouderij zal leiden. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze toelichting.
6.8   Uit de tekst van artikel 1.13a van de Wet stikstof en de geschiedenis van de totstandkoming hiervan, blijkt duidelijk dat het de intentie van de wetgever is om partijen die destijds te goeder trouw hebben gehandeld binnen afzienbare tijd een mogelijkheid tot legalisatie te bieden. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter behoort ook belanghebbende tot de hier bedoelde groep, nu niet in geschil is dat hij in 2015 een geldige PAS-melding heeft gedaan.

6.9   Verder acht de voorzieningenrechter in het kader van de evenredigheidstoets van belang dat verweerder de verwachting heeft uitgesproken dat begin 2022 voldoende stikstofruimte beschikbaar zal zijn om de eerste PAS-melders een Wnb-vergunning te verlenen. Daarbij heeft verweerder toegelicht dat bij dit traject voorrang zal worden verleend aan PAS-melders die, zoals belanghebbende, verwikkeld zijn in een handhavingstraject. Voorts is niet in geschil dat belanghebbende bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland tijdig alle informatie heeft aangeleverd die nodig is om zijn verzoek om legalisering te beoordelen. Er mag daarom bij de huidige stand van zaken van uitgegaan worden dat aan belanghebbende naar alle waarschijnlijkheid begin 2022 een Wnb-vergunning wordt verleend, waarmee de thans bestaande overtreding zal worden beëindigd.

6.10   Nu sprake is van een activiteit met een relatief beperkte stikstofdepositie die – naar het zich laat aanzien – binnen afzienbare tijd kan worden gelegaliseerd en van een situatie waarin handhavend optreden voor belanghebbende grote gevolgen zou hebben, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat handhavend optreden in dit geval onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Verweerder heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter daarom van handhavend optreden mogen afzien. Dit betekent dat het bestreden besluit in beroep naar verwachting stand zal kunnen houden.