Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 14 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2392 en UTR 21/2407): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, kabelbaan op Floriade-terrein, belanghebbende, geen m.e.r.-plicht, ontvankelijkheid
* 14 juli 2021 (ABRvS 202101474/1/R3): Awb, Wro; niet vaststellen bpl, moskee, motivering
* 14 juli 2021 (ABRvS 202005697/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen botenkraan van parkeerplaats, APV, strijd met bpl, evenredigheid (Rb Noord-Holland 19/1010)
* 14 juli 2021 (ABRvS 202005586/1/R4): Awb, Wro; bpl, detailhandel/woningen, verkeer, CROW
* 14 juli 2021 (ABRvS 202004651/1/R1): Awb, Wbb; handhaving, dwangsom, niet tijdig indienen saneringsplan, chemische wasserij/PER, circulaire bodemsanering/jaarlijkse verspreiding, begunstigingstermijn
* 14 juli 2021 (ABRvS 202003840/1/R1): Awb, Wro; wijzigingsplan, zorgwoningen, inspraak, bezonning, parkeren
* 14 juli 2021 (ABRvS 202003473/1/R3): Awb, Wro; bpl, fietsbrug, nut en noodzaak
* 14 juli 2021 (ABRvS 202002717/1/A3 en 202002751/1/A3): Awb, Gmw; ligplaatsvergunningen, motivering, schadevergoeding, geëxpireerde vergunningen (Rb Zeeland-West-Brabant 17/5597)
* 14 juli 2021 (ABRvS 202002246/1/R1): Awb; invordering dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, bewijslast, motivering (Rb Zeeland-West-Brabant 19/3982)
* 14 juli 2021 (ABRvS 202001641/2/A2): Awb, Wro; planschade, drempel/normaal maatschappelijk risico, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 14 juli 2021 (ABRvS 202001325/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, bouwhoogte
* 14 juli 2021 (ABRvS 202001283/1/R4): Awb, Kew; vergunning, handelingen ten behoeve van ontmanteling en onderhoud van mijnbouwinstallaties, natuurlijke radionucliden, rekenmethode, Bbs, ABC-factoren
* 14 juli 2021 (ABRvS 202000911/1/R3 en 202002343/1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en aanpassen monument, oefenruimtes voor theatergezelschappen, Bor, aparte hoofdgebouwen, bevoegdheid, onverwijlde inwerkingtreding van nieuw besluit (Rb Noord-Nederland 19/4476 en 19/4477)
* 14 juli 2021 (ABRvS 202000348/1/R2): Awb, Nbw; vergunning, veehouderij, bezwaren tegen ontwerpbesluit, inspraak, rekenmodel stikstofberekeningen, referentiesituatie (Rb Overijssel AWB 19/495)
# 14 juli 2021 (ABRvS 202000335/1/A2): Awb, Wro; planschade, bedrijf ter vervaardiging van aroma’s, geur- en smaakstoffen, taxatie (Rb Midden-Nederland 15/5821)
* 14 juli 2021 (ABRvS 202000280/1/R4): Awb; bestuursdwang, verwijderen oplegger, risico’s voor omgeving en milieu, grondstoffen MDMA, motivering
* 14 juli 2021 (ABRvS 201909128/1/R1): Awb, Wro; bpl, belanghebbende, bedrijventerrein, detailhandel in diervoeder, milieucategorie,  provinciale omgevingsverordening
* 14 juli 2021 (ABRvS 201908988/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, detailhandel, belanghebbende, strijd met bpl, bedrijfsgebonden activiteiten niet toegestaan (Rb Den Haag 19/5439 en 19/6021)
* 14 juli 2021 (ABRvS 201905984/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, tijdelijke opslag grond, ontvankelijkheid (Rb Noord-Holland 18/5143)
* 14 juli 2021 (ABRvS 201905473/1/R4): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsommen, invordering, uitvoer (gevaarlijke) afvalstoffen, EVOA, Euralcodes
* 14 juli 2021 (ABRvS 201904508/1/R4): Awb, Wabo; handhaving/omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanbouw/uitbreiding verdieping, Bor/voorgevel/openbaar toegankelijk gebied, ontvankelijkheid (Rb Rotterdam 18/2269, 18/4490 en 18/4835)
* 14 juli 2021 (ABRvS 201904337/3/R3): Awb, Wro; uitwerkingsplan, supermarkt, CROW, verkeer, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
#! 13 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/314): Awb, Wm; handhaving, camping, lichthinder, zorgplicht, NSVV 2014/2020, CIE 150, meest recente milieutechnische inzichten, discomfort glare, hinder, avond/nacht
* 13 juli 2021 (ABRvS 202103089/2/R3): Awb, Wro, Waterwet, Wnb; vovo, bpl/projectplan/ ontheffing, uiterwaard/laaglandrivier, nieuwe natte natuur, gezondheidsrisico’s voor pluimveebedrijven
* 13 juli 2021 (CBb 19/1834, 20/229, 19/1724, 20/179, 20/58, 20/296, 20/93, 20/108, 20/160, 20/210 en 19/1967): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, knelgevallenregeling, startersregeling, jongvee, voorzienbaarheid, bevoegdheid, EVRM, peildatum, gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, onderbouwing, schadevergoeding, melding bijzondere omstandigheden
* 13 juli 2021 (CBb 19/991): Awb; schadevergoeding, melding bedrijfsoverdracht en fosfaatrechten, geen aanvraag, geen sprake niet-tijdig nemen besluit, bevoegdheid
* 13 juli 2021 (CBb 19/439 en 19/857): Awb; schadevergoeding, overdracht fosfaatrechten, relativiteit, ontvankelijkheid, schadebeperkingsplicht
* 13 juli 2021 (Rb Gelderland ARN 21/2743): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt en appartementen, Bvo, parkeernormen
* 13 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 21/726): Awb, Nbw; vovo, handhaving, dwangsom, loswal, geen vergunning, Aerius-berekening, aanvraag ontvangen
* 13 juli 2021 (Rb Gelderland ARN 21/2748): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke supermarkt met parkeervoorziening, belanghebbende, stedelijk ontwikkelingsproject, UOV, gebieds- en soortenbescherming
* 12 juli 2021 (ABRvS 202103720/2/R1): Awb, Wro; vovo, inpassingsplan, vervanging/ verbreding brug, geen spoedeisend belang
* 12 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 21/800): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken, aanleggen en maken uitweg, seizoensgebonden strandpaviljoen, belanghebbende, m.e.r.-plicht, parkeren, verkeer, natuur, overlast
* 12 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 21/801 t/m AWB 21/806): Awb, Waterwet; vergunningen, verharding, waterstaatswerk, trappen, leidingen, Keur, strandpaviljoen, belanghebbenden, bevoegdheid
* 9 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3002): Awb, Wnb, vergunning, brouwerij, vergunningplichtig, procesbelang, stikstofdepositie, significante gevolgen, intern salderen, bevoegdheid, beleidsregel, ontvankelijkheid
* 8 juli 2021 (Hof Den Haag 22-001308-19 PO): WSr; ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel, overtreding van de uitstootnormen voor schadelijke stoffen bij de productie van koolstofanoden, methodes om voordeel te berekenen in dit geval niet bruikbaar
* 8 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 20/754): Awb, Wvw; verkeersbesluit, parkeeroverlast, gedrag vrachtwagenchauffeurs
* 7 juli 2021 (ABRvS 202005432/1/R2 en /2/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom (Rb Zeeland-West-Brabant 20/7732 en 20/7568)
* 7 juli 2021 (ABRvS 202103014/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, detailhandel, beperking
* 7 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2569-2): Awb, Wnb; vovo, opdracht doden heckrunderen, beperken van de omvang van populatie, verwilderde dieren, faunabeheerplan, hanteren doelstand
* 7 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2517): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid
* 7 juli 20212 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1796): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, parkeren, aantal plaatsen
* 6 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2457 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, bevoegdheid, bijzondere omstandigheden
* 6 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1817 en 21/1818): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning, muziekevenement, Wnb/vvgb, belanghebbende, vleermuizen, broedvogelsoorten, geluidcontour, verdrag van Bern, houdbaarheid besluit, passende beoordeling
* 6 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1714): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, overtreding inpassingsplan, verlichtingsplan, windpark, geen spoedeisend belang
* 6 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1315): Awb, Wabo; vovo, handhaving, obstakelverlichting, windpark, ontbreken lichtplan
* 6 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1758): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, huisvesten cliënten, beschermd wonen, woon- en leefklimaat
* 2 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2167 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsunits, bevoegdheid, omgevingsdialoog, belangenafweging
* 2 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/1051, 20/5770 en 20/9001 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsommen/invordering, recreatief verhuren van hoofdwoning en bijgebouw, strijd met bpl, tussenuitspraak
* 2 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7777 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, loods, geen strijd met bpl, verkeer/geluid/geen ruimte voor belangenafweging
* 2 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/828, 20/5041 en 20/5042 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, loods, weegbrug en milieustraat, procesbelang, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 2 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/826, 20/5043, 20/5044, 20/5046 en 20/5120 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, stallingsruimte, geen strijd met bpl, verkeer/geluid/geen ruimte voor belangenafweging
* 1 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8966 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, permanente bewoning chalet, motivering, tussenuitspraak
* 1 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6111 en 20/6217 WET): Awb, Msw; handhaving, boete, transporten mest
* 29 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3434): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, vaststellingsovereenkomst/TwG, verschillende schades
* 28 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3188 en SGR 21/3678): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, bouwkundige splitsing in zelfstandige woningen, bpl, instandhoudingsverbod/art. 2.3a Wabo
* 28 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3282): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, TwG, hardheidsclausule, eerder voorgelegde schade, bevoegdheid
* 25 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2637): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, deskundigenonderzoeken, schades/herstelmethodes
* 25 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2307): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, deskundigenonderzoeken, schades/herstelmethodes
* 23 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2569-1): Awb, Wnb; vovo, handhaving, vangen van Konikpaarden, geen in het wild levende dieren, bevoegdheid
* 23 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2452): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanpassing rijksmonument, RCE, voorwaarden vergunning, stucanetmethode
* 22 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1735): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 18 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/385): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, deskundigenonderzoeken, TwG
* 17 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/437): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning en loods, voorbereidingshandelingen voor hennepkwekerij
* 2 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1654): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, noodzakelijkheid, evenredigheid
* 26 mei 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2634-V): Awb; verzet, varkens in nood-arrest, omgevingsvergunning, belanghebbende
* 25 mei 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/896): Awb, Gmw; evenementenvergunning, kermis, procesbelang, ontvankelijkheid
* 6 april 2021 (Rb Overijssel AWB 21/442 en 21/443): Awb, Wnb; vovo en kortsluiten, handhaving, overtredingen op mountainbike-tracé in Natura 2000-gebied, verlenging beslistermijn, nader onderzoek
* 28 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5261 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, beweegzaal, bouwhoogte, alternatief plan
* 15 januari 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7575): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken inrit, woning met bijgebouw
* 14 januari 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/150): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 1 december 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/245 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woongebouw met appartementen, nieuw ontwerp-bpl, parkeerbehoefte, verkeer
* 27 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6149 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassen pand, ontvankelijkheid
* 27 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5738 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kamergewijze verhuur, ontvankelijkheid
# 25 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3133 WET): Awb, Wro; planschade, taxatie, voorzienbaarheid, WOZ
* 25 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3132 WET): Awb, Wro; planschade, peildatum, STAB, normaal maatschappelijk risico, WOZ
* 19 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/3075 VEROR): Awb, Mnw, Gmw; aanwijzing gemeentelijk monument, erfgoedverordening
* 17 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5047 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en tijdelijk afwijken beheersverordening, uitbreiding bedrijfsruimte, belanghebbende, geen stedelijke ontwikkelingsproject, provinciale verordening, detailhandelsvisie
* 13 november 2020 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6115 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning in bijgebouw, strijd met bpl, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 14 juli 2021 (ABRvS 202000348/1/R2): Awb, Nbw; vergunning, veehouderij, bezwaren tegen ontwerpbesluit, inspraak, rekenmodel stikstofberekeningen, referentiesituatie (Rb Overijssel AWB 19/495)
5.3.    Het bieden van inspraak door het ter inzage leggen van een ontwerpbesluit maakt geen onderdeel uit van de procedurebepalingen die in hoofdstuk 8 van de Nbw 1998 zijn opgenomen.

Op grond van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan besluiten dat afdeling 3.4 van de Awb, van toepassing is op de voorbereiding van het besluit.

5.4.    De vraag of een toestemming op basis van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag van Aarhus valt is aan de orde in de arresten van het Hof van Justitie van 8 december 2016, C-243/15, ECLI:EU:C:2016:838 (Lesoochranárske zoskupenie VLK; hierna: LZ II) en van 20 december 2017, C-664/15, ECLI:EU:C:2017:987 (Protect), punt 38.
5.5.    De Afdeling leidt uit het LZ II-arrest af dat toestemmingsbesluiten die de bevoegde autoriteiten in het kader van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn nemen, onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag van Aarhus vallen. De toestemming die op basis van artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 wordt gegeven is, ongeacht of deze op basis van een voortoets of op basis van een passende beoordeling wordt verleend, een toestemmingsbesluit in het kader van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Zoals overwogen in 4.6 van de uitspraak van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786, gaat de Afdeling ervan uit dat het bij artikel 6 van het Verdrag van Aarhus kan gaan om besluiten waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt vanwege de ligging nabij een Natura 2000-gebied of om besluiten waarbij voorafgaand aan dat besluit een voortoets moet worden verricht om gevolgen voor een Natura 2000-gebied in kaart te brengen.

Dat betekent dat de Afdeling het college niet volgt in zijn standpunt dat een natuurvergunning die met een voortoets is verleend, daargelaten of in dit geval met een voortoets kon worden volstaan, niet onder de reikwijdte van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, gelezen in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Verdrag van Aarhus valt.

5.6.    Voor de vraag of SLB een rechtstreeks beroep kan doen op de inspraakverplichting van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn en artikel 6, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus is het volgende van belang. Artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn en artikel 6, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus, verplichten beide tot het bieden van inspraak en komen in zoverre overeen. Omdat de Habitatrichtlijn in dit geval van toepassing is, kan in het midden gelaten worden of aan het Verdrag van Aarhus in zoverre rechtstreekse werking toekomt. Aan SLB komt echter ook niet zonder meer een beroep toe op artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De vraag naar de rechtstreekse werking van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn kan alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd (uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2543).

5.7.    Zoals de Afdeling heeft overwogen in 21.1 van de uitspraak van 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454, strekken de inspraakverplichtingen in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn niet verder dan de verplichtingen op grond van artikel 6, vierde lid, van de MER-richtlijn – dat een unierechtelijke implementatie is van de inspraakverplichtingen van het Verdrag van Aarhus – en zijn die verplichtingen correct geïmplementeerd in afdeling 3.4 van de Awb. Afdeling 3.4 van de Awb is in de Nbw 1998 echter niet van toepassing verklaard op de voorbereiding van de vergunning en evenmin is op andere wijze in de Nbw 1998 voorgeschreven dat bij de totstandkoming van de vergunning inspraak wordt geboden. Omdat niet dwingend is voorgeschreven dat een bestuursorgaan inspraak biedt voordat beslist wordt op een aanvraag voor een natuurvergunning, is artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn op dit punt niet correct geïmplementeerd. Van het college mag bij een dergelijke incorrecte implementatie op grond van het beginsel van Unietrouw, zoals verwoord in artikel 4, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verwacht worden dat het met toepassing van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb, afdeling 3.4 van die wet van toepassing verklaart op de voorbereiding van de natuurvergunning. Nu het college dat in dit geval heeft nagelaten, komt aan SLB een rechtstreeks beroep toe op de Habitatrichtlijn voor zover het gaat om de eis dat inspraak wordt verleend bij een toestemmingsbesluit in het kader van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Het betoog van SLB dat ten onrechte geen inspraak is geboden in het kader van de totstandkoming van het besluit slaagt.

5.8.    Het hoger beroep van SLB is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van SLB bij de rechtbank gegrond verklaren, het besluit van 28 januari 2019 vernietigen en het besluit van 22 december 2015 herroepen.

Het college zal opnieuw op de aanvraag moeten beslissen. Omdat de Wet natuurbescherming, op basis waarvan de aanvraag nu moet worden voorbereid (zie art. 9.10, eerste lid, van de Wnb), niet regelt dat voorafgaand aan het nemen van een besluit op de aanvraag inspraak wordt geboden, zal het college, gelet op het beginsel van Unietrouw, met toepassing van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb, moeten besluiten dat die afdeling op de voorbereiding van het besluit van toepassing is.

* 9 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3002): Awb, Wnb, vergunning, brouwerij, vergunningplichtig, procesbelang, stikstofdepositie, significante gevolgen, intern salderen, bevoegdheid, beleidsregel, ontvankelijkheid
De zaak gaat over een aanvraag voor een natuurvergunning, ingediend in 2016 en verleend na de wijziging van artikel 2.7 lid 2 Wnb ten behoeve van de brouwerij. Eisers hebben een procesbelang omdat deze zaak gaat over de vraag of die natuurvergunning nodig is of niet. De rechtbank beoordeelt of een natuurvergunning noodzakelijk is. Een natuurvergunning is niet noodzakelijk als is uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft. Als geen natuurvergunning noodzakelijk is, dan moet verweerder de aanvraag afwijzen (en dus niet verlenen zoals is gebeurd in het bestreden besluit). In de Awb of de Wnb is niet voorzien in het niet-ontvankelijk verklaren van een aanvraag, alleen in het verlenen, het weigeren of het buiten behandeling laten vanwege onvolledige gegevens. Om te beoordelen of een vergunning noodzakelijk is, moet de rechtbank een vergelijking maken tussen de uitgangssituatie en de vergunde situatie. De rechtbank gaat bij de referentiesituatie uit van de Hinderwetvergunning uit 1992, ook al is deze van rechtswege vervallen na verlening van een revisievergunning in 2014. Er is geen sprake van een toename van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden vanwege de brouwerij in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en wijst de aanvraag van vergunninghoudster voor het project beschreven in de aanvraag van 11 oktober 2016 inclusief de wijzigingen, waaronder de wijziging van 26 mei 2020, af. Zolang de brouwerij in werking is volgens deze beschrijving, is er geen natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vereist. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

* 8 juli 2021 (Hof Den Haag 22-001308-19 PO): WSr; ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel, overtreding van de uitstootnormen voor schadelijke stoffen bij de productie van koolstofanoden, methodes om voordeel te berekenen in dit geval niet bruikbaar
Betrokkene is een bedrijf dat koolstofanoden produceert waarmee aluminium kan worden gemaakt. Gedurende het productieproces ontstaan rookgassen met daarin voor het milieu schadelijke stoffen zoals fluor en fluorverbindingen en zwaveldioxide. De hoeveelheden van deze stoffen die de betrokkene per maand en per rookgasinstallatie uit mag stoten waren vastgelegd in een tweetal omgevingsvergunningen die door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland in 2006 respectievelijk 2008 zijn verleend krachtens de destijds geldende Wet Milieubeheer. Bij het hierboven genoemde vonnis in de hoofdzaak is de betrokkene onder andere veroordeeld wegens het overschrijden van de emissienormen van deze stoffen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2013.
……………………………………………………………..
Het door het Openbaar Ministerie als eerste gepresenteerde scenario gaat naar het oordeel van het hof mank, nu de gedragingen van de betrokkene in de kern legale, vergunde, bedrijfsactiviteiten betreffen en daarmee niet de gehele winst die met die activiteiten is behaald zonder meer als wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden bestempeld. Daarnaast sluit de schatting op grond van de winst over de jaren 2011 tot en met 2015 onvoldoende aan bij de pleegperiode van de bewezenverklaarde en de andere, soortgelijke, strafbare feiten. Immers, niet in alle maanden gedurende die jaren is een overschrijding van de norm – en daarmee van de toepasselijke voorschriften – vastgesteld.

Het tweede gepresenteerde scenario is evenmin bruikbaar. De betrokkene heeft correspondentie overgelegd die is gewisseld in de periode van 11 november 2010 tot en met 31 december 2018 tussen haar, de provincie Zuid-Holland en DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna DCMR). Daaruit volgt dat de toezichthouder DCMR zich na uitgebreid overleg met de betrokkene uiteindelijk op het standpunt heeft gesteld dat van de betrokkene niet kon worden gevergd dat zij verdergaande emissie-reducerende maatregelen zou treffen, omdat de lokale milieuomstandigheden daartoe geen aanleiding gaven en de meest daarvoor in aanmerking komende combinatie van maatregelen niet kosteneffectief is. Dergelijke maatregelen zijn om die reden dan ook nimmer door de bevoegde autoriteiten daadwerkelijk afgedwongen. Op1 augustus 2013 is aan de betrokkene weliswaar een last onder dwangsom opgelegd, maar de begunstigingstermijn om aan de last te voldoen is telkens verlengd en uiteindelijk is van handhaving afgezien. Een scenario dat wel uitgaat van het treffen van die maatregelen kan dan ook niet als passend en reëel worden aangemerkt.

Niet valt uit te sluiten dat de betrokkene met het overtreden van de emissienormen enig financieel voordeel heeft genoten, dat hiermee als wederrechtelijk verkregen voordeel heeft te gelden. Voldoende bruikbare aanknopingspunten om het door de betrokkene genoten voordeel en de door de betrokkene gemaakte kosten anderszins deugdelijk te schatten ontbreken evenwel naar het oordeel van het hof in het dossier en volgen evenmin uit het verhandelde ter terechtzitting.

* 7 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2569-2): Awb, Wnb; vovo, opdracht doden heckrunderen, beperken van de omvang van populatie, verwilderde dieren, faunabeheerplan, hanteren doelstand
Wet natuurbescherming, opdracht tot het doden van heckrunderen in de Oostvaardersplassen, voorlopige voorziening. Heckrunderen zijn verwilderde dieren en er is bij een opdracht tot afschot geen alternatieventoets vereist. De opdracht moet wel noodzakelijk zijn in het licht van de door de wet genoemde criteria. Voor die beoordeling kan worden aangesloten bij de onderzoeken naar het edelhert in de Oostvaardersplassen en bij de rechtspraak daarover. Op basis daarvan is populatiebeheer niet meer nodig als de beleidsmatige doelstand is bereikt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe, door een doelstand aan de opdracht te verbinden.

* 6 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1817 en 21/1818): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning, muziekevenement, Wnb/vvgb, belanghebbende, vleermuizen, broedvogelsoorten, geluidcontour, verdrag van Bern, passende beoordeling, houdbaarheid besluit
9.4.2.   De voorzieningenrechter stelt vast dat de derde-belanghebbende gedeputeerde staten bij het besluit tot afgifte van een vvgb voormelde in opdracht van verweerder opgestelde PB in zijn beoordeling heeft betrokken en aan de besluitvorming ten grondslag gelegd. In het licht van de beoordeling van de afgifte van een vvgb rijst in dit geval de vraag of de derde-belanghebbende heeft voldaan aan de op hem rustende vergewisplicht als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, met het oog op de in rechtsoverweging 8.3. genoemde vaste jurisprudentie van de AbRvS. De voorzieningenrechter beantwoordt voormelde vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. De voorzieningenrechter neemt in aanmerking dat uit een uitspraak van 17 juli 2019 van de rechtbank (ECLI:NL:RBNNE: 2019:3200), bekrachtigd bij uitspraak van 19 mei 2021 van de AbRvS (ECLI:NL:RVS:2021: 1067), blijkt dat het muziekspectrum van het evenement WttV 2018 als ‘Ultrabas’ dient te worden aangemerkt. Gelet op de aard van de te draaien muziek en de optredende bands tijdens WttV 2021 ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om thans niet uit te gaan van ‘Ultrabas’ als muziekspectrum van voormeld evenement. In dit verband acht de voorzieningenrechter van belang dat uit voormelde PB niet kan worden afgeleid dat daarbij van het muziekspectrum ‘Ultrabas’ voor WttV 2021 is uitgegaan. Hieruit volgt dat ook de in de PB opgenomen geluidscontourenkaart uitgaat van een onjuist muziekspectrum en de daarbij behorende geluidsproductie in dB(A) en dB(C). De voorzieningenrechter overweegt verder dat uit vaste jurisprudentie van de AbRvS, onder meer kenbaar uit ECLI:NL:RVS: 2019:1399, dient te worden afgeleid dat 70 dB(A) de grens is waarbij broedvogels door piekgeluid worden verstoord. In dit verband hebben verzoekers terecht verwezen naar een PB voor het project Brouwerseiland, waarbij Tauw als verstoringsgrens voor het opvliegen van broedvogels door piekgeluid de contourlijn van 70 dB(A) heeft aangehouden. Ter onderbouwing van die grenswaarde wordt door Tauw verwezen naar het artikel van Wright (‘Exploring behavioural responses of shorebirds to impulsive noise’). Verder hebben verzoekers in dit verband terecht verwezen naar een PB voor de uitbreiding van de Rotter-damse haven van Foppen en Roodbergen, waarbij eveneens de grens van 70 dB(A) voor verstoring van broedvogels wordt gehanteerd. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (hierna: de StAB) in het kader van advisering voor wat betreft incidenteel geluid (piekgeluid) tot de conclusie is gekomen dat in de broedtijd een beperkte verstoring als gevolg van geluid toch effecten kan hebben. In dit verband wijst de StAB erop dat in de eifase verstoring ertoe kan leiden dat de oudervogel het nest verlaat en eieren gepredeerd worden. In de kuikenfase is continue aanvoer van voedsel nodig. Verstoring kan er dan toe leiden dat de kuikens niet genoeg voedsel aangeboden krijgen. Afhankelijk van onder meer de leeftijd van de kuikens en de weersomstandigheden kunnen de kuikens dan in enkele uren verhongeren, onderkoeld raken of gepredeerd worden, aldus de StAB. Gelet hierop valt naar het oordeel van de voorzieningen-rechter niet uit te sluiten dat in vrijwel het gehele Groene Ster-gebied tijdens het evenement WttV 2021 de grenswaarde van 70 dB(A) voor verstoring van broedvogels door piekgeluid wordt overschreden. Dit brengt met zich dat de door de derde-belanghebbende in de beoordeling betrokken PB gebaseerd is op onjuiste uitgangspunten en niet zonder meer aan de afgifte van de vvgb ten grondslag mocht worden gelegd. Gelet op de voorgaande overwegingen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de derde-belanghebbende niet heeft voldaan aan de op hem rustende vergewisplicht en dat de afgifte van de vvgb niet (mede) mocht worden gebaseerd op voormelde PB. Hieruit volgt dat verweerder aan het bestreden besluit ten onrechte de door de derde-belanghebbende afgegeven vvgb ten grondslag heeft gelegd. Deze grond van verzoekers slaagt.
…………………………………………………………..
11.3   De voorzieningenrechter overweegt dat de door verzoekers aangehaalde en in rechtsoverweging 11.2. opgenomen jurisprudentie van de AbRvS betrekking heeft op jaarronde activiteiten. Daarvan is bij WttV 2021 geen sprake, nu dit betrekking heeft op een meerdaags festival. Dit brengt met zich dat de grenswaarde van 42 dB(A) voor bosvogels en 47 dB(A) voor weidevogels niet zonder meer gelden in dit verband. Verder leidt de voorzieningenrechter uit voormelde jurisprudentie af dat serieuze afnames van vogeldichtheden pas optreden bij 60 – 70 dB(A) continue verkeersachtig geluid per etmaal. In dit verband acht de voorzieningenrechter van belang dat de provinciale weg van Leeuwarden naar Hurdegaryp vlak langs het Natura 2000-gebied “Groote Wielen” is gelegen en jaarrond wordt gebruikt door wegverkeer. Ter zitting is door de gemachtigde van vergunning houdster onweersproken gesteld dat deze provinciale weg voor een achtergrondniveau van geluid zorgt ter hoogte van 50 dB(A) en dat de geluidscontourlijn van 50 dB(A) vanuit de as van deze weg 350 meter bedraagt, het gebied van de “Groote Wielen” in en het gebied van de Groene Ster in. Geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de door de gemachtigde van vergunning houdster ter zitting naar voren gebrachte verklaring voor onjuist moet worden gehouden. Gelet op het feit dat voormelde provinciale weg zorgt voor een achtergrondgeluidsniveau van 50 dB(A) over een groot gedeelte van de “Groote Wielen” en het gegeven dat het meerdaagse festival WttV 2021 in cumulatieve zin gedurende die dagen (en nachten) zorgt voor een toename van de geluidseffecten en de daarmee samenhangende geluidsbelasting in de “Groote Wielen”, betogen verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht dat de berekening van de geluidscontourlijnen in de PB ontbreekt. Evenmin valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter uit de PB af te leiden dat er sprake is van de beoordeling van de cumulatieve geluidseffecten van WttV 2021 en voormelde provinciale weg op het Natura 2000-gebied de “Groote Wielen”, terwijl dit in het kader van de beoordeling van dit project, gelet op de instandhoudings- en verbeteringsdoeleinden die gelden voor de “Groote Wielen” wel in de rede had gelegen. Hieruit volgt dat de PB in zoverre onvolledig is gemotiveerd en dat de PB om die reden niet zonder meer door de derde-belanghebbende aan de afgifte van de vvgb ten grondslag mocht worden gelegd. Dit brengt met zich dat verweerder de afgegeven vvgb ten onrechte aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. Deze grond van verzoekers slaagt.

* 28 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3282): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, TwG, hardheidsclausule, bevoegdheid
In geschil is of verweerder zich terecht onbevoegd heeft verklaard om de vóór

31 maart 2017 gemelde schade mee te nemen bij de behandeling van eisers aanvraag van 8 mei 2018.

Bij verweerschrift heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat zich de in artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de Tijdelijke wet Groningen (de TwG) beschreven situatie voordoet. Ter zitting is besproken of er sprake is van een zaak waarop de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de TwG van toepassing is. Ter zitting is gesproken over de toelichting bij artikel 14, tweede lid, van het Besluit mijnbouwschade Groningen (Stcrt. 2018, nr. 6398, blz. 14) en de toelichting bij artikel 2, vijfde lid, van de TwG (de Nota). Uit de in de Nota opgenomen toelichting, waarbij onder meer is gerefereerd aan een brief van de voorzitter van de Tijdelijke Commissie, blijkt dat bij de totstandkoming van artikel 2, vijfde lid, van de TwG is gedacht aan het geval waarbij sprake is van een combinatie van (zeer) ernstige schade en een buitengewoon procesverloop (blz. 22 en blz. 27).

Eiser heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij inziet dat zijn situatie niet vergelijkbaar is met de in de Nota geschetste combinatie.

De rechtbank komt tot het oordeel dat hetgeen eiser heeft aangevoerd niet maakt dat de bij verweerschrift door verweerder gegeven toelichting geen stand kan houden. De wetgever heeft ervoor gekozen om verweerder in een zaak met omstandigheden als de onderhavige niet te laten beslissen over de vóór 31 maart 2017 gemelde schade. De rechtbank ziet in hetgeen door eiser naar voren is gebracht geen grond gelegen voor het oordeel dat, anders dan verweerder betoogt, in onderhavig geval herbeoordeling van de schade door verweerder aangewezen is. Dit betekent dat het besluit van verweerder om zich niet bevoegd te achten te beslissen over de voor 31 maart 2017 gemelde schade in stand blijft.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 30 juni 2021 De windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zijn een plan in de zin van de SMB-richtlijn. Dit betekent dat voor deze bepalingen een milieu-beoordeling had moeten worden gemaakt.
ABRvS 30 juni 2021 Omgevingsvergunning voor horeca op een landgoed in Houten. Het college heeft niet eenduidig aangegeven op basis van welk beoordelingskader het geluidsoverlast heeft getoetst en op welke wijze de belangen van appellanten zijn afgewogen.