Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 4 augustus 2021 (ABRvS 202101690/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, stikstof, gasloos bouwen, AERIUS Calculator, verkeer/CROW
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202100174/1/R4): Awb, Wro; bpl, kantoren naar woningen, verkeer, parkeren
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202100006/1/R4): Awb, Wro, Wabo; bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, appartementen, parkeren, welstand
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202006757/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, boete, onttrekking woning, hennepkwekerij, bevoegdheid (Rb Den Haag 20/2562)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202004968/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbouwing kelder en begane grondverdieping van pand, beleidsregels, grondwater/uitvoering, tussenuitspraak (Rb Amsterdam 19/3516)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202004921/1/A3): Awb; verlenging begunstigingstermijn dwangsom, last onder bestuursdwang, asfalteren keerlus, bevoegdheid, invordering (Rb Limburg 18/1108, 18/1552, 18/2760 en 18/2841)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202004846/1/R3): Awb; handhaving, beweiden groenstrook door schapen, onderhoud, geen strijd met bpl, geen milieu-inrichting (Rb Noord-Nederland 19/4485)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202004533/1/R3): Awb, Wro; bpl, autoservice/garagebedrijf, VNG-brochure
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202004049/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen in voormalig gemeentehuis, bezonning, geluid/warmtepompen/cumulatie
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202002923/1/R2): Awb, Wnb; ontheffing, ingebruikname windturbines, belanghebbende/handeling, ontvankelijkheid (Rb Midden-Nederland 19/4579 en 19/4966)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202002614/1/R3): Awb, Wro; bpl, stallingsruimte auto’s en caravans, belanghebbende/procesbelang, diverse aspecten/relativiteit, provinciale verordening, Ladder/Bro
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202002397/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, last  onder bestuursdwang, verwijderen hekken rond parkeerplaatsen, bevoegdheid, openbare weg, motivering (Rb Zeeland-West-Brabant 19/2549)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202002192/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, diverse verbouwingen, beleidsregels, dakterrassen, geluid, motivering, bezonning (Rb Amsterdam 19/1807)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202001656/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, carport en tuinhuis, bouwplan/splitsing/cumulatieve eisen (Rb Zeeland-West-Brabant 19/2303 en 19/2304)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202001557/1/R2): Awb, Wro; bpl, boerderijcamping, buitengebied, provinciale verordening, compensatie natuurverlies, structuurvisie, landschappelijke inpassing, parkeren, stiltegebied, Natura 2000/voortoets, passende beoordeling, motivering
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202001376/1/A3): Awb; handhaving, dwangsom, Houtverordening, doorlopen stappen van het stelsel van zorgvuldigheidseisen, op de markt brengen van teakhout, voorkomen illegale houtkap, bevoegdheid, motivering (Rb Den Haag 18/6466 en 18/6467)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202000940/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kantoorgebouw naar bioscoop, parkeerbehoefte (Rb Oost-Brabant 19/1654)
* 4 augustus 2021 (ABRvS 202000882/1/R4): Awb, Wro; bpl, verkeersweg, belanghebbenden, mobiliteitsvisie, geluid, luchtkwaliteit
* 4 augustus 2021 (ABRvS 201907615/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, intrekking dwangsom, bewoning bijgebouw, overgangsrecht, bewijslast, verbouwingen, vergunningplicht, motivering (Rb Gelderland 19/991)
* 3 augustus 2021 (ABRvS 202102881/2/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, woon- en leefklimaat, provinciale omgevingsverordening, verkeer, Wnb/relativiteit
* 3 augustus 2021 (CBb 20/155): Awb, Msw; vaststelling/herziening fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, grondgebondenheid
* 2 augustus 2021 (ABRvS 202101020/2/R1): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, herstructurering vakantieparken, geen spoedeisend belang
* 2 augustus 2021 (ABRvS 202103959/1/R4): Awb, Wm; vovo, handhaving, dwangsom, melding ongewoon voorval, verbrandingsproces biomassacentrale, merkbare emissies
* 30 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6117 ACTMIL): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, Activiteitenbesluit, geluid, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 30 juli 2021 (ABRvS 202103114/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, woon- en leefklimaat
* 30 juli 2021 (Rb Gelderland AWB 20/2937): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bouwmarkt, belanghebbende, intrekking vergunning afwijkend gebruik, geen ruimtelijke en geen concurrentie gevolgen, ontvankelijkheid, nieuw bpl
* 30 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1759 en SHE 21/1754): Awb, Wpg; vovo, spoedeisende bestuursdwang, sluiting horeca’s, bestrijding corona virus, Trm, belangenafweging
* 30 juli 2021 (Rb Gelderland ARN 21/3583 en 21/3584): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, staken permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl
* 29 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8122 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, APV, nota kapbeleid, beeldbepalende waarde
* 29 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5420 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, bewoning verdieping, strijd met bpl, overgangsrecht, bewijslast
* 29 juli 2021 (Rb Overijssel AWB 19/1185 en AWB 20/186): Awb, Wnb; handhaving, bemesten en beweiden, veehouderij, vergunningplicht, motivering, EVRM/termijn, dwangsom
* 29 juli 2021 (ABRvS 202101369/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, nog geen bouwvergunning aangevraagd
* 29 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3386T): Awb, Wnb; handhaving, vergunning voor recreatiepark, overschrijding aantal bezoekers, belanghebbenden, significante gevolgen Natura 2000-gebied, motivering, gewijzigd artikel 2.7 Wnb, evenredigheid, tussenuitspraak
* 29 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1978): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 29 juli 2021 (Rb Gelderland AWB 20/6516): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en uitvoeren werk, zonnepark met bijbehorende infrastructuur, participatie, archeologische waarden, natuurwaarden/Wnb, brandveiligheid
* 27 juli 2021 (Rb Zeeland-Wet-Brabant 202101690/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor plaatsen antennemast, ontvankelijkheid
* 27 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1431 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor huisvesten arbeidsmigranten, ontvankelijkheid
* 26 juli 2021 (Rb Limburg ROE 19/2095): Awb, Wro; planschade, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 23 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3156 WET VV): Awb, Gmw; vovo, last onder bestuursdwang, sluiten horecabedrijf op bepaalde dagen, APV
* 22 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9301 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en milieu, pluimveehouderij, overdekte buitenloop, vermindering aantal dieren, m.e.r., BBT
* 22 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/230): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, opbrengstlimiet, verbindendheid legesverordening
* 22 juli 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/994): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, appartementencomplex met parkeergarage, amendement/bpl/verbeelding
* 21 juli 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/ 1999): Awb, Gmw; evenementenvergunning, kermis, APV, soorten evenementen, beleid andere gemeenten, motivering, maatschappelijk belang, hoogte geluidsbelasting, tijdsduur
* 20 juli 2021 (Rb Limburg ROE 19/1373 en ROE 19/2551): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, maatwerkvoorschriften, invordering, diervoederbedrijf, geur, zorgplicht, Activiteitenbesluit/Bouwbesluit, geluid, biofilter/herstelmaatregel
* 19 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/3115): Awb, Wabo; handhaving, geluid, tonaal karakter, geluidnormen vergunning, gevelreflectie, motivering, herstelsanctie
* 16 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2491 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, ontbreken voorschriften kwaliteitsverbetering van landschap en landschappelijke inpassing, Ladder/Bro
* 14 juli 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/5337): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, actualisering, pyrolyse-installatie van kunststofafval, brandveiligheid, PGS 29, effectiviteit brandmuur, Activiteitenbesluit/ afvalmeeverbrandingsinstallatie, emissiegrenswaarden, LAP3, afvalstoffen
* 14 juli 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3718): Awb, Wm; vovo, handhaving, dwangsommen, chemiebedrijf, Brzo, begunstigingstermijn, spoedeisend belang
* 13 juli 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3545): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik perceel als baggerdepot, strijd met bpl, planregels
* 12 juli 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2158 OPIUMW VV en BRE 21/2273 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, artikelen voor hennepkwekerij, waarschuwing, bevoegdheid
* 8 juli 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3631): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsgebouw, waspeencentrum, structuurvisie, welstand
* 2 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/30 en LEE 20/3648): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden, deskundigen
* 2 juli 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3636, 21/3989, 21/4017 en 21/4056): Awb, Wabo, Waterwet; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl en watergunning, loopbrug met steiger en buispalen, werkzaamheden niet onomkeerbaar
* 30 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2850): Awb; nadeelcompensatie, verminderde inkomsten horeca, verordening, causaal verband handelingen gemeente
* 18 juni 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/3587): Awb, Waterwet; handhaving, waterpeil, peilschaal/stuw, peilbesluit, afsluiter inlaat
* 17 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 20/515): Awb, Gmw; handhaving, bestuursdwang, verwijderen fiets, overtreding, bouwwerkzaamheden, verwijderen fietsenstallingen, motivering
* 15 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/1178): Awb, Wabo; niet tijdig bekendmaken van rechtswege verleende omgevingsvergunning, lichtmasten op parkeerdek, strijd met bpl, geen UOV, ontvankelijkheid
* 15 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 20/155): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, nieuwe kozijnen woning, welstand
* 15 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6405): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra bouwlaag op woning, schaduwhinder
* 15 juni 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/2001): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, aanwezigheid containers gevaarlijke stoffen langer dan 14 dagen, Brzo, overtreder, in macht hebben om aan last te kunnen voldoen, kortstondigheid, Brzo/aanvraag/vergunning
* 8 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2477): Awb; ingebrekestelling, niet tijdig nemen besluit op verzoek handhaving, onttrekken parkeerplaatsen, EVRM/termijn, dwangsom
* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3691, 20/3639 en 20/3593): Awb, Wvw; verkeersbesluit,
laden en lossen winkels, belangenafweging
* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2745, SGR 20/2502 en SGR 19/4765): Awb, Wm, Wabo, Gmw; handhaving, carillon, geluidhinder, Activiteitenbesluit, EVRM, APV, bpl, ontvankelijkheid
* 7 mei 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1025): Awb, Wvw; verkeersbesluit, reserveren parkeerplaatsen voor opladen elektrische voertuigen, belangenafweging
* 16 februari 2021 (Rb Gelderland AWB 19/4982): Awb, Wabo; bekendmaking omgevingsvergunning van rechtswege, paardenbak, strijd met bpl, geen UOV, zelf in de zaak voorzien
* 16 oktober 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/568): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, vergroten pand, bouwhoogte

# = betrokkenheid STAB

!  = (nog) niet gepubliceerd

* 4 augustus 2021 (ABRvS 202002923/1/R2): Awb, Wnb; ontheffing, ingebruikname windturbines, belanghebbende/handeling, ontvankelijkheid (Rb Midden-Nederland 19/4579 en 19/4966)
3.1.    Onder verwijzing naar de uitspraak van 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2621, overweegt de Afdeling dat bij de beoordeling of een appellant belanghebbende is bij een soortenbeschermingsontheffing die op grond van de Wnb is verleend, de ruimtelijke uitstraling van het project, waarop de ontheffing ziet – in dit geval het oprichten en in werking hebben van vier windturbines – niet van belang is. Bepalend is of de handeling waarvoor de ontheffing is verleend, een ruimtelijke uitstraling heeft op de woon- en leefomgeving van de betrokken appellant. In dit geval is de handeling waarvoor de ontheffing is verleend het doden en/of verwonden van vleermuizen en vogels door de voorziene windturbines. De ontheffing heeft dan ook een tot die handeling beperkte ruimtelijke uitstraling………………..

3.2.    Tussen partijen is niet in geschil dat de afstand tussen de woning van [appellant] en de dichtstbijzijnde windturbine 283 m bedraagt.

De windturbines hebben een rotordiameter van maximaal 150 m en dus een straal van maximaal 75 m. De aanvaringen van vogels en vleermuizen vinden derhalve plaats op een afstand van minimaal 208 m van de woning van [appellant]. Gelet op deze afstand is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat het directe woon- en leefklimaat ter plaatse van zijn woning niet is betrokken bij aanvaringen van vleermuizen en vogels met windturbines. De enkele omstandigheid dat buizerds voorkomen in de directe omgeving van de woning en zij aanvaringsslachtoffer kunnen worden van de windturbines, omdat zij daar vliegen en foerageren, is daarvoor onvoldoende.

In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de handeling, waarvoor de ontheffing is verleend, desondanks een ruimtelijke uitstraling zal hebben op zijn woon- en leefklimaat. Zoals door Windpark Goyerbrug B.V. ter zitting is toegelicht, kan niet volledig worden uitgesloten dat een gewond aanvaringsslachtoffer terecht komt in de tuin van [appellant]. De kans dat een aanvaringsslachtoffer buiten de straal van de windturbines wordt geworpen is volgens Windpark Goyerbrug B.V. erg klein, laat staan dat het slachtoffer daardoor terecht komt in de tuin van [appellant]. Dat sprake is van een geringe kans geldt te meer voor buizerds, omdat deze vogelsoort met name overdag actief is en daarbij goed zicht heeft op de windturbines, waardoor de soort relatief weinig voorkomt als aanvaringsslachtoffer. Gelet op deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat de kans dat er een aanvaringsslachtoffer terecht komt in de tuin van [appellant] zo gering is, dat het geen aanleiding vormt voor het oordeel dat hij als belanghebbende aangemerkt had moeten worden. De stelling dat hij aanvaringen zal kunnen waarnemen, leidt niet tot een ander oordeel, omdat hij deze stellingen niet verder heeft onderbouwd. Het betoog faalt.

* 2 augustus 2021 (ABRvS 202103959/1/R4): Awb, Wm; vovo, handhaving, dwangsom, melding ongewoon voorval, verbrandingsproces biomassacentrale, merkbare emissies
5.       Ter zitting heeft het college toegelicht dat BEN niet iedere verstoring van het optimale verbrandingsproces hoeft te melden, maar slechts de verstoringen die leiden tot een zodanige onvolledige verbranding van de biomassa dat de gevolgen daarvan buiten de inrichting merkbaar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van rookontwikkeling of houtgeur. Verder dient een melding pas plaats te vinden zodra dat mogelijk is. Relevante gegevens waarover BEN op dat moment nog niet beschikt mogen op een later tijdstip, zij het zo spoedig mogelijk, worden aangevuld, aldus het college. BEN heeft in de gronden van beroep aangevoerd dat de verbranding optimaal is bij een temperatuur van ongeveer 850 graden Celsius en dat bij een temperatuurdaling onder 400 graden Celsius mogelijk een houtlucht kan ontstaan. Ter zitting is duidelijk geworden dat de installatie al bij veel kleinere temperatuurdalingen om bijstelling vraagt en dat temperatuurdalingen van meer dan 450 graden niet aan de orde van de dag zijn.

  1. Gelet op de hiervoor onder 5 vermelde omstandigheden acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat zich in de inrichting vier tot zes keer per dag een ongewoon voorval zal voordoen dat op grond van artikel 17.2, eerste lid, van de Wm moet worden gemeld, omdat verstoringen van het optimale verbrandingsproces, mits tijdig bijgestuurd, vaak niet tot emissies zullen leiden die buiten de inrichting merkbaar zijn. Om deze reden bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat aan het belang van BEN bij schorsing van de last meer gewicht toekomt dan aan het algemene belang dat wordt gediend met de naleving van de op grond van artikel 17.2 van de Wm geldende meldplicht. De voorzieningenrechter heeft bij dit oordeel ook betrokken dat BEN niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van haar personele bezetting thans niet aan de meldplicht kan voldoen.* 29 juli 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3386T): Awb, Wnb; handhaving, vergunning voor recreatiepark, overschrijding aantal bezoekers, belanghebbenden, significante gevolgen Natura 2000-gebied, motivering, gewijzigd artikel 2.7 Wnb, evenredigheid, tussenuitspraak
    De Efteling heeft in 2017, 2018 en 2019 meer dan vijf miljoen bezoekers gehad. Voor deze overschrijding heeft de Efteling geen natuurvergunning. Omwonenden hebben de provincie verzocht om handhaving. De Provincie heeft het verzoek eerst afgewezen omdat het onevenredig is om de Efteling te sluiten en vervolgens omdat de Efteling op 29 september 2020 een nieuwe aanvraag voor een natuurvergunning heeft ingediend.

De rechtbank is van oordeel dat alle verzoekers ook zijn aan te merken als belanghebbende. Hierbij zit ook iemand die vlakbij het Natura 2000 gebied Loonse en Drunense duinen en Leemkuilen woont.
Naar aanleiding van de aanvraag van de Efteling van 29 september 2020 in combinatie met de wijziging van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb en de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) heeft de rechtbank zich afgevraagd of de Efteling wel een natuurvergunning nodig heeft. Als de Efteling geen natuurvergunning nodig heeft, is er dan wel sprake is van een concreet zicht op legalisatie? Want wat valt er dan nog te legaliseren? Met andere woorden, is er nog een overtreding en is verweerder bevoegd om handhavend op te treden? De provincie heeft onvoldoende onderzocht of een natuurvergunning nodig is. Als een vergunning noodzakelijk is, dan kan verweerder de Efteling door middel van de natuurvergunning (al dan niet door het stellen van voorschriften) verplichten stikstofemissie beperkende maatregelen te (blijven) treffen zodat significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Ook had de provincie moeten beoordelen of de Efteling al maatregelen heeft getroffen (en zo ja, welke) en of het effect van deze maatregelen blijvend is. Als de maatregelen (nog) niet voldoende blijvend zijn getroffen kan verweerder er voor kiezen om de Efteling te sluiten als er meer dan vijf miljoen bezoekers komen of kan verweerder de Efteling gelasten de noodzakelijke maatregelen te blijven treffen om een toename van stikstofdepositie na overschrijding van de grens van vijf miljoen bezoekers per jaar te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat handhavend optreden jegens de Efteling niet onevenredig is. Als verweerder van een agrariër of een bedrijf verlangt dat zij zich aan de Wet natuurbescherming houden, dan zal verweerder de Efteling ook moeten verplichten om hetzelfde te doen.

De provincie krijgt de gelegenheid de geconstateerde gebreken te herstellen. Eisers en de Efteling mogen hierop reageren.

* 20 juli 2021 (Rb Limburg ROE 19/1373 en ROE 19/2551): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, maatwerkvoorschriften, invordering, diervoederbedrijf, geur, zorgplicht, Activiteitenbesluit/Bouwbesluit, geluid, biofilter/herstelmaatregel
Last onder dwangsom opgelegd aan een producent van hondenvoer ten aanzien van overtreding geluidsnormen en de zorgplicht ten aanzien van geur. De opgelegde last ten aanzien van de zorgplicht is volgens de rechtbank onvoldoende rechtszeker. De last zelf bevat niet meer dan de formulering van de open norm die in artikel 2.7a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit is neergelegd. Nu de last zo algemeen en vaag is omschreven, is het van belang dat de daaraan gekoppelde herstelmaatregel duidelijkheid biedt over hetgeen eiser moet doen of nalaten om te voorkomen dat hij dwangsommen verbeurt. De herstelmaatregel is in zoverre duidelijk dat daarin wordt aangegeven dat de aansluiting van de afzuigslang van het biofilter moet worden hersteld. Wat moet moeten verstaan onder deugdelijk functioneren van het biobed en de afzuiging daarvan is echter onduidelijk. Op geen enkele wijze is aangegeven welke eisen aan een te hanteren luchtwassysteem en de werking daarvan worden gesteld. Ook is in het vage gelaten of er nog andere maatregelen nodig zijn om te bereiken dat aan genoemde zorgplichten wordt voldaan.

* 14 juli 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/5337): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, actualisering, pyrolyse-installatie van kunststofafval, brandveiligheid, PGS 29, effectiviteit brandmuur, Activiteitenbesluit/ afvalmeeverbrandingsinstallatie, emissiegrenswaarden, LAP3, afvalstoffen
4.4   De rechtbank is – met verweerder – van oordeel dat de inrichting van eiseres is aan te merken als een afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit. Gegeven de uitleg van verweerder in het bestreden besluit, in het verweerschrift en ter zitting, stelt de rechtbank vast dat binnen het productieproces de trommelovens en de stoomketel in hoofdzaak zijn bestemd voor thermische behandelingsprocessen waarbij een product van de thermische behandeling, het pyrolysegas, wordt (mee)verbrand. Dat pyrolysegas slechts in beperkte mate wordt meeverbrand betekent niet dat de activiteiten binnen de genoemde installaties niet onder de definitie van het begrip afvalmeeverbrandingsinstallatie vallen.

De rechtbank neemt bij het voorgaande in aanmerking dat eiseres niet heeft aangetoond dat het pyrolysegas wat betreft samenstelling gelijkwaardig is aan de standaard brandstof aardgas, zodat niet gezegd kan worden dat de daarvoor geldende eisen uit het Activiteitenbesluit daarop kunnen worden toegepast. Eiseres heeft verder niet bestreden dat, indien de inrichting als afvalmeeverbrandingsinstallatie is aan te merken, verweerder de emissiegrenswaarden per puntbron heeft kunnen stellen zoals hij bij voorschrift 5.1.1.A heeft gedaan.
4.5   De beroepsgrond slaagt niet.
5.4   Ter zitting heeft verweerder erkend dat de voorschriften 5.5.1 tot en met 5.5.6 voortkomen uit de omstandigheid dat de inrichting nog niet in werking is. Volgens verweerder zijn, zodra de inrichting in werking is, opleveringsmetingen nodig teneinde de aannames die hij omtrent verdunning heeft gedaan te kunnen verifiëren en hadden voorschriften gesteld kunnen worden voor die zogeheten aanloopfase. Verweerder heeft voorts erkend dat de voorschriften zodanig hadden kunnen worden geformuleerd dat als uit verrichte metingen zou blijken dat geen verdunning van afgasstromen plaatsvindt, de voorschriften zouden expireren. De voorschriften 5.5.3 en 5.5.6 zijn thans echter op een zodanige wijze geformuleerd dat van eiseres onder alle omstandigheden, ook als zij inmiddels zou hebben aangetoond dat van verdunning van afgasstromen geen sprake is, wordt verlangd dat zij vier keer per jaar een meting verricht en daarvan de resultaten aan verweerder overlegt. De rechtbank acht dit onredelijk bezwarend. Verweerder heeft in dit verband onvoldoende acht geslagen op de belangen van eiseres. De voorschriften 5.5.3 en 5.5.6 zijn op de wijze waarop deze thans zijn geformuleerd in strijd met het bepaalde in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Het had op de weg van verweerder gelegen deze voorschriften zo te formuleren dat deze zouden expireren op het moment dat eiseres heeft aangetoond dat van verdunning van afgasstromen geen sprake (meer) is.
5.5   De beroepsgrond slaagt

* 15 juni 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/2001): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, aanwezigheid containers gevaarlijke stoffen langer dan 14 dagen, Brzo, overtreder, in macht hebben om aan last te kunnen voldoen, kortstondigheid, Brzo/aanvraag/vergunning
9.5   …………………………………………………
De voorzieningenrechter overweegt dat bijlagen bij een vergunningaanvraag onderdeel kunnen uitmaken van de uiteindelijk te verlenen omgevingsvergunning. Omdat de beschrijvingen in de aanvraag niet altijd zijn bedoeld om in een juridisch bindend document te worden opgenomen is het alleen in bijzondere gevallen gewenst om (delen) van de aanvraag onderdeel uit te laten maken van de vergunning. Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen om onderdelen van de aanvraag te koppelen aan de vergunning. Door in één of meer voorschriften te bepalen dat (een deel van de) aanvraag onderdeel is van de vergunning, krijgt (dat deel van) de aanvraag de status van vergunningvoorschrift.

In dit geval is de thans door verweerder gehanteerde norm van 14 dagen, waarvan hij stelt dat deze mede afkomstig is van de bij de vergunningaanvraag gevoegde documenten, niet in een vergunningvoorschrift vastgelegd. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat de notitie van 15 december 2010 overigens slechts een niet technische samenvatting bevat terwijl de kwantitatieve risicoanalyse eveneens op p.12 aangeeft dat “bovenstaande berekening niet representatief is voor zeldzame situaties”. Op basis hiervan kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gesteld dat de 14-dagen-termijn in dit geval als een vastgestelde norm heeft te gelden.

Als gevolg van zowel het ontbreken van een definitie in het Brzo 1999 van het begrip “kortstondig” als de afwezigheid van een vergunningvoorschrift dat aangeeft wat onder een “kortstondige aanwezigheid van verpakte gevaarlijke stoffen” moet worden verstaan en bij welke uitzonderlijke (externe) factoren daarvan eventueel afgeweken zou kunnen worden en onder welke frequenties, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet eenduidig vast te stellen dat RWG in strijd met haar oprichtingsvergunning heeft gehandeld dan wel heeft gehandeld zonder in het bezit te zijn van een op haar inrichting toepasselijke milieuvergunning.

Evenmin volgt ook overigens uit de tekstuele samenhang van de oprichtingsvergunning dan wel uit het Brzo 2015 dat in dit geval de interpretatie van verweerder, dat met “kortstondig” een 14-dagen-termijn wordt bedoeld, kan worden gevolgd zodat aan RWG terecht het bestreden besluit is opgelegd. De rechtszekerheid die van een vergunning dient uit te gaan, staat dan ook aan de uitleg die verweerder verdedigt in de weg.

  1. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de voorzieningenrechter op dit moment gerede twijfel over de juistheid van het primaire besluit. Aangezien het begrip “kortstondig” van het Brzo 1999 een relatief open norm is die onvoldoende nader is bepaald is thans niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat RWG op 25 september 2020 heeft gehandeld in strijd met haar vergunning dan wel, in de benadering van verweerder, heeft gehandeld in strijd met het Brzo. Het voorgaande neemt niet weg dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat een soepele omgang met het vereiste van kortstondigheid voor de opslag van Brzo-relevante stoffen die niet conform de Brzo-voorwaarden plaatsvindt, niet verenigbaar is met de op de daarbij betrokken belangen van veiligheid en milieu en dat afwijking daarvan slechts aanvaardbaar kan zijn in zeer bijzondere omstandigheden.

Voorts neemt de voorzieningenrechter in ogenschouw dat zowel RWG als haar concurrenten al jaren conform de uitgangspunten “kortstondig verblijf en actief handelen bij langer verblijf” handelen en daarbij nimmer geconfronteerd zijn met het handhavend optreden van de DCMR. Dat de DCMR thans kennelijk andere prioriteiten stelt is uit het oogpunt van het milieubelang alleen maar op prijs te stellen maar dient dan wel op zorgvuldige wijze gepaard te gaan waarbij niet in strijd met het legalisatiebeginsel wordt gehandeld.

* 31 mei 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2745, SGR 20/2502 en SGR 19/4765): Awb, Wm, Wabo, Gmw; handhaving, carillon, geluidhinder, Activiteitenbesluit, EVRM, APV, bpl, ontvankelijkheid
3.2.   Op grond van artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Volgens vaste rechtspraak van de AbRvS (zie onder meer de uitspraak van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4442) staat die bepaling niet in de weg aan de mogelijkheid van exceptieve toetsing. Aan een algemeen verbindend voorschrift kan slechts verbindende kracht worden ontzegd, indien het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift, dan wel indien het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. Het is aan het regelgevend bevoegd gezag om alle verschillende belangen, die bij het nemen van een besluit inhoudende algemeen verbindende voorschriften betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten.

3.3.   Dat niet op basis van het Activiteitenbesluit kan worden opgetreden tegen het geluid van het carillon, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet met zich dat de genoemde bepalingen van het EVRM, het rechtszekerheid- en evenredigheidsbeginsel worden geschonden. De regelgever heeft bij de totstandkoming van artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit betrokken dat bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in de buitenlucht het doorgaans niet mogelijk is om maatregelen te treffen ter beperking van de geluidsemissie. Omdat het onwenselijk is deze activiteiten onmogelijk te maken, worden ze bij het bepalen van de geluidsniveaus buiten beschouwing gelaten (zie Stb 2007, 415, pagina 206). Bij de latere wijziging van artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit, is ook het belang van geluidshinder betrokken. In het licht van die hinder kan de ongereguleerde vrijheid voor onversterkte muziek beperkt worden bij een gemeentelijke verordening (zie Kamerstukken 2008/2009, 29383 nr. 12, pagina 10). Gelet op deze afwegingen bestaat geen grond voor het oordeel dat de regelgever niet in redelijkheid tot artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder f, van het Activiteitenbesluit heeft kunnen komen. De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn betoog dat het geluid van een carillon zich in een ‘rechtsvacuüm’ bevindt omdat hierop geen enkele norm van toepassing is. Dit geluid dient naar het oordeel van de rechtbank immers wel bij de totstandkoming van het bestemmingsplan te worden beoordeeld in het kader van de norm van de goede ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het betoog van eiser faalt.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 14 juli 2021 Verplichting om inspraak te bieden voordat wordt beslist op een aanvraag om natuurvergunning.
ABRvS 14 juli 2021 De kennisgeving is bepalend voor de afvalstoffen die mogen worden overgebracht.

ABRvS 9 juni 2021 Planschade, door een onjuiste interpretatie van de omgevingsverordening in de plantoelichting is in dit geval geen sprake van voorzienbaarheid.