Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202102529/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202007040/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra bouwlaag, welstand (Rb Amsterdam 19/6841)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006240/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, handelingen in het watersysteem, verhard oppervlak/alternatieve waterberging (Rb Den Haag 19/1362)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006130/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie bovengrondse afvalcontainers, geschiktheid locatie, geur
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006078/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen objecten voor voorgevelrooilijn dan wel verlagen, geen vergunning, strijd met bpl, erfafscheiding (Rb Noord-Holland 20/3214 en 20/3215)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006067/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, vervangende uitweg, woon- en leefklimaat, tussenuitspraak
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006017/1/R1): Awb, Wro; bpl, conservering
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202005651/1/R1, 202005741/1/R1, 202005984/1/R1 en 202006023/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie, alternatieven
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202005533/1/R1): Awb, Waterwet; vaststelling legger, aanwijzing onderhoudsplichtigen, afspraken ruilverkaveling, motivering (Rb Midden-Nederland 19/2166)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202005234/1/R1): Awb, Waterwet; verzoek preventief handhaven, onderhoudswerkzaamheden, legger, waterstaatswerk, geen projectplan (Rb Rotterdam 18/5375)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202004646/1/R3): Awb; handhaving, invordering dwangsom, geen bouwvergunning, gebreken aan panden, Bouwbesluit, overtreder/rechtsopvolger (Rb Rotterdam 18/6571)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202003706/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, brandwerendheid/Bouwbesluit (Rb Noord-Nederland 19/2540)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202003575/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt, bebouwde oppervlakte en bouwvolume/Bor, parkeren (Rb Noord-Nederland 19/3447 en 19/3564)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202003136/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, bouwen en maken uitweg, gebruik van loods voor sport, voetgangersbrug, beoogd gebruik, geen strijd met bpl, bevoegdheid (Rb Den Haag 18/6148, 18/6150, 19/2881 en 19/2964)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202003055/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bouwwerken en uitbreiding bedrijfsactiviteiten, buitenplaats, horeca/trouwpartijen, stikstof, woon- en leefklimaat, geluid, VNG-brochure, stemgeluid, verkeer, indirecte hinder
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202002476/1/R3): Awb, Wm, Ww, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, brand, asbestdeeltjes, feitelijke tenuitvoerlegging/geen besluit (Rb Rotterdam 19/911)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202002416/1/R3): Awb, Gmw; handhaving, invordering dwangsomkamerverhuur arbeidsmigranten, brandveiligheid/elektrische installatie, Bouwbesluit, bijzondere omstandigheden (Rb Rotterdam 19/627)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202002402/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, afmeren woonschip in haven, strijd met bpl, begrip pleziervaartuig, bevoegdheid (Rb Den Haag 19/145)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202001714/2/R4): Awb, Wabo; handhaving, camping, zicht op legalisatie, dwangsom, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202001248/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, geluidscherm, weegbrug en opslaan van schroot, belanghebbenden, gebruiksovergangsrecht (Rb Gelderland 19/1522, 19/1532, 19/1557 en 19/5082)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202000667/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, verhoging capaciteit mestverwerkingsinstallatie en plaatsen silo, provinciale interim omgevingsverordening, overgangsrecht, geur, luchtwasser
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202000234/1/R1): Awb, Wro; uitwerkingsplan, woningen, EVRM, wateroverlast, STAB, afwatering, planregels
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202000224/1/R1): Awb; handhaving, opvang van honden, geen milieu-inrichting, geen strijd met bpl (Rb Zeeland-West-Brabant 19/501)
* 25 augustus 2021 (ABRvS 202000129/1/R2): Awb, Wro; bpl, gebouwen voor horeca, kantoren en maatschappelijke en dienstverlenende functies met parkeervoorzieningen, Ladder/Bro/Natura 200/relativiteit
* 25 augustus 2021 (ABRvS 201907862/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, verbouwen van een kantoor tot kamerverhuurwoning en het wijzigen van de gevels van het pand, niet tijdig beslissen/ontvankelijkheid, procedure, asbest, Bouwbesluit, rechtens verkregen niveau/brandveiligheid/geluid
* 24 augustus 2021 (CBb 20/582 en 20/544): Awb, Msw; vaststelling/herziening fosfaatrecht, , veeverzamelcentrum/definitie melkvee, stal op Duits grondgebied
* 24 augustus 2021 (ABRvS 202104395/2/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, verwijderen paardenstallen, hoofdgebouw/bijbehorende bouwwerken/Bor, gelijkheidsbeginsel (Rb Oost-Brabant 21/1099)
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202101244/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, 150 kV-hoogspanningsverbinding, vervanging bovengrondse door ondergrondse, natuurgebieden, schade aan landbouwgrond
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202103646/2/A3): Awb, Gmw, Wok; vovo, exploitatievergunning/ aanwezigheidsvergunning, speelautomatenhal, verordening, belangenafweging (Rb Rotterdam 19/2248)
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202103870/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, vervangende woningen
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202103971/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woonwijk, verkeer, waterberging/planregel, BENG-normen, houtkachels
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202104471/2/A3): Awb, Gmw; vovo, intrekking exploitatievergunning seksinrichting/massagesalon, Wet Bibob, motivering (Rb Midden-Nederland 21/1714 en 21/1758)
* 23 augustus 2021 (ABRvS 202104777/1/R1): Awb, Wbb; vovo, handhaving, dwangsommen, verwijderen grond, strijd met Bbk, meldingen, bodem/achtergrondwaarden
* 19 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 21/1929 en 21/1930): Awb, Wabo, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, autobedrijf, wrakken, demontage, verkoop onderdelen, strijd met bpl, OBM/vergunningplicht, Activiteitenbesluit, vloeistoffen/bodem, begunstigingstermijn
* 18 augustus 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/641): Awb, Mbw; mijnbouwschade, ontvankelijkheid
* 18 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2899 GEMWT VV en 21/2901 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik van panden als logiesgebouw, geen vergunning, strijd met bpl, brandveiligheid/ventilatie
* 17 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 21/4470 en SGR 21/4469): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen, APV, overlast/bezonning, belevings- en gebruikswaarden, tussenuitspraak
* 17 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 21/4547): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, milieuovertredingen, schapenhouderij, overtreder, faillissement
* 16 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6212 GEMWT en BRE 20/22 GEMWT): Awb, Gmw; invordering dwangsom, gebruik van pand, strijd met bpl
* 16 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5424 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, bouwstop, verwijderen overkapping, strijd met bpl, geen vergunning, zicht op legalisatie
* 13 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2998 en HAA 21/2999): Awb, Wabo, Hvw; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en woonvormingsvergunning, verbouwen bovenhuis tot appartementen, ontvankelijkheid, oppervlakte-eis
* 12 augustus 2021 (Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba CUR2020H00241, CUR2020H00242, CUR2020H00243, CUR2020H00244, CUR2020H00245, CUR2020H00246): Lar, Landsverordening; wijzigingsplan, bouw ziekenhuis, status landsverordeningen, ontvankelijkheid, beschermd stadsgezicht
* 11 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3458): Awb, Wm; vovo, handhaving, tennispark, geluid, licht, NSVV
* 9 augustus 2021 (Rb Rotterdam 83/123673-20): WSr, WED, Wm; opslaan en verkopen van professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 3 augustus 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1086): Awb, Trm, Gmw; handhaving, sluiting locatie, testen supermarktproducten, COVID
* 29 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3735): Awb, Gmw; handhaving, spoedsluiting woning, illegale seksinrichting, bewijslast, binnentreden, telefoons, APV, evenredigheid
* 26 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3312): Awb, Gmw; muilkorf- en aanlijngebod, ernstig bijtincident, APV
* 22 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3316): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting winkelpand, drugs, bevoegdheid, APV, vergunningplicht
* 22 juli 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/1592): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, evenredigheid
* 30 juni 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2960): Awb, Wabo; buiten behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning, niet tijdig nemen besluit, dwangsom
* 22 april 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6022 en SGR 19/6023): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen bomen, APV, BW, afstand tot erfgrens
* 2 april 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5584): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, splitsing woning, strijd met bpl, beleidsregel, parkeren
* 29 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1012): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 11 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6373 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, kas, strijd met provinciale interim omgevingsverordening
* 5 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6601 VEROR en BRE 20/6017 VEROR): Awb, Gmw; vergunning/geluidontheffing, evenement, kermisterrein, geluid, APV, eindtijd, dwangsom
* 5 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7142 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, aanbouw recreatiewoning, geen vergunning, bevoegdheid, bewoning, strijd met bpl
* 20 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/862): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, paal met zonnepaneel voor fonteinen/steiger met fietsen
* 19 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3337, UTR 20/3361, UTR 20/3362, UTR 20/3435 en UTR 20/3605): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen, Bomenverordening, noodzaak, belang behoud bomen
* 19 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2319): Awb, Nbw; vergunning, zienswijze, Aarhus, ontvankelijkheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202006078/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen objecten voor voorgevelrooilijn dan wel verlagen, geen vergunning, strijd met bpl, erfafscheiding (Rb Noord-Holland 20/3214 en 20/3215)
8.1.    De voorzieningenrechter heeft voor het oordeel dat geen sprake is van een erfafscheiding van belang geacht dat de objecten niet precies op de erfgrens zijn geplaatst, maar op een afstand van 60 cm en aan de plantsoenzijde niet de gehele erfgrens markeren. Verder vormt volgens de voorzieningenrechter de haag een barrière om de buitengrens feitelijk af te bakenen en af te scheiden van de omgeving en de toegang tot het erf feitelijk onmogelijk te maken, of in ieder geval te bemoeilijken. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter bij het oordeel betrokken dat de objecten geen aaneengesloten barrière vormen, aangezien er ruimte bestaat tussen de objecten.

De Afdeling is anders dan de voorzieningenrechter van oordeel dat de objecten in hun samenhang een erfafscheiding vormen. De objecten hebben, gelet op de omvang, lengte en breedte en de situering langs de erfgrens aan de voorzijde van de woning, de functie het erf af te scheiden. Die uitstraling van de objecten als geheel wordt niet weggenomen door de omstandigheid dat de objecten niet precies op de erfgrens, maar op een afstand van ongeveer 60 cm daarvan zijn geplaatst. Een erfafscheiding hoeft niet precies op de erfgrens te zijn gelegen (vergelijk bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 13 april 2006, ECLI:NL:RVS:2016:990, en 12 augustus 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ5063). Daarnaast blijkt uit de hiervoor aangehaalde uitspraak van 12 augustus 2009 dat het mogelijk is om meerdere erfafscheidingen op een erf te realiseren. Ook de omstandigheid dat er zich een beukenhaag bevindt tussen erfgrens en objecten, staat er niet aan in de weg dat deze objecten door hun samenhang en situering een erfafscheiding vormen. Niet in geding is dat de beukenhaag de objecten niet aan het zicht vanaf de openbare weg onttrekt. Ook het feit dat de objecten met tussenruimten aan de plantsoenzijde niet de gehele grens markeren en afbakenen, is niet doorslaggevend. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1058 heeft overwogen, kan ook sprake zijn van een erfafscheiding indien deze niet aaneengesloten is.

Dat volgens [appellanten sub 2] de objecten niet zijn geplaatst om het erf af te scheiden maar dienen als kunst, maakt het voorgaande niet anders.

De Afdeling overweegt dat nu vaststaat dat sprake is van een erfafscheiding, de objecten op grond van artikel 2 van bijlage II van het Bor reeds daarom niet zijn aan te merken als tuinmeubilair.

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202002402/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, afmeren woonschip in haven, strijd met bpl, begrip pleziervaartuig, bevoegdheid (Rb Den Haag 19/145)
4.4.    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat uit de plantoelichting niet zonder meer kan worden opgemaakt wat de planwetgever heeft beoogd met het begrip “pleziervaartuig”. Bij gebrek aan aanknopingspunten in het bestemmingsplan en de plantoelichting heeft het college ter onderbouwing van zijn standpunt verder verwezen naar de definitie van het begrip “pleziervaartuig” in de Schepenverordening. De Afdeling zal beoordelen of de uitleg van het begrip “pleziervaartuig” in de Schepenverordening een redelijke uitleg is.

Artikel 1, aanhef en onder f, van de Schepenverordening definieert “pleziervaartuig” als: “vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde passagiersschepen noch zeilende bedrijfsvaartuigen”. Deze definitie is niet dermate algemeen dat deze onbruikbaar is om te kunnen bepalen wat onder een pleziervaartuig wordt verstaan. De definitie bevat voldoende onderscheidende elementen, waardoor niet elk vaartuig als een pleziervaartuig kan worden aangemerkt. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is de Afdeling van oordeel dat het college voor de betekenis van het begrip “pleziervaartuig” aansluiting heeft mogen zoeken bij de definitie van het begrip in de Schepenverordening. Uit de definitie van “pleziervaartuig” kan echter geenszins worden afgeleid dat de planregels beperkend moeten worden uitgelegd zoals door het college is betoogd. De bepaling biedt eerder aanknopingspunten voor het tegendeel, juist omdat deze definitie van het begrip “pleziervaartuig” uitgaat van het feitelijke gebruik. Omdat de Nautic Loft hoofzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, wordt aan de definitie van het begrip “pleziervaartuig” als opgenomen in de Schepenverordening voldaan.

Omdat het ter plaatse van de aanduiding “jachthaven” is toegestaan pleziervaartuigen aan te leggen, af te meren of afgemeerd te houden, heeft [wederpartij] met het afmeren van de Nautic Loft niet gehandeld in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, in samenhang met de artikelen 19.3.2 en 19.3.1 van de planregels. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat geen sprake is van een overtreding, waardoor het college niet bevoegd was om handhavend op te treden.

Het betoog slaagt niet.

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202001248/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, geluidscherm, weegbrug en opslaan van schroot, belanghebbenden, gebruiksovergangsrecht (Rb Gelderland 19/1522, 19/1532, 19/1557 en 19/5082)
2.2.    Bij een besluit dat strekt tot weigering van een omgevingsvergunning als hier aan de orde, is in beginsel slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Een uitsluitend van een andere betrokkene afgeleid belang voldoet niet aan de eis dat een belang rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit. Het enkele feit dat er een contractuele relatie bestaat tussen degene tot wie een besluit is gericht en een derde, betekent niet dat het belang van die derde bij dat besluit alleen al daarom als een afgeleid belang moet worden aangemerkt. Onderzocht moet worden of die derde los van die contractuele relatie ook een zelfstandig belang heeft bij dat besluit. Het zelfstandig belang kan er namelijk in bepaalde gevallen toe leiden dat dit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt. Eerder heeft de Afdeling aangenomen dat een dergelijke situatie zich voordoet als een derde in een aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend zelfstandig belang wordt geraakt (vergelijk onder 5.1 van de uitspraak van 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1589). Anders dan zou kunnen worden afgeleid uit de uitspraak van de Afdeling van 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3386, waar de rechtbank naar heeft verwezen, is de Afdeling gelet op wat hiervoor is overwogen van oordeel dat het belang van [appellant B], als eigenaar van het stuk grond waarop de aanvraag betrekking heeft, rechtstreeks betrokken is bij het besluit van 5 februari 2019 waarbij de verleende omgevingsvergunning is herroepen. Als eigenaar heeft [appellant B] een eigen, persoonlijk belang bij het toestaan van de aangevraagde activiteiten op zijn perceel. Door de herroeping van de verleende vergunning worden de gebruiks- en verhuurmogelijkheden van dat perceel beperkt en wordt [appellant B] in zijn belang geraakt.

Het betoog van [appellant B] slaagt.

2.3.    De Afdeling stelt vast dat de Stichting haar belang bij het besluit van 5 februari 2019 niet kan ontlenen aan een eigendomsrecht of ander zakelijk recht op het perceel of de gronden in de omgeving van het perceel.  Ook overigens ziet de Afdeling geen belang van de Stichting dat rechtstreeks bij dat besluit is betrokken. Dat het college de Stichting mogelijk ten onrechte een last onder dwangsom heeft opgelegd om bepaalde bedrijfsactiviteiten op het perceel te staken, leidt niet tot een ander oordeel. Die last maakt geen onderdeel uit van deze procedure en overwegingen van het college in deze procedure over de gebruiksmogelijkheden van het perceel en het overgangsrecht hebben voor de Stichting geen bindende betekenis. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de Stichting geen belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit van 5 februari 2019. De rechtbank heeft het beroep van de Stichting daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het betoog van de Stichting slaagt niet.

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202002416/1/R3): Awb, Gmw; handhaving, invordering dwangsomkamerverhuur arbeidsmigranten, brandveiligheid/elektrische installatie, Bouwbesluit, bijzondere omstandigheden (Rb Rotterdam 19/627)
6.2   …………………
Het college is, nadat het op 18 mei 2018 had geconstateerd dat de overtredingen van het Bouwbesluit 2012 waren beëindigd en dit bij brief van 30 mei 2018 had bevestigd, bij besluit van 16 augustus 2018 overgegaan tot invordering van de gehele dwangsom. Bij het besluit op bezwaar van 25 januari 2019 heeft het college het invorderingsbesluit gehandhaafd op de enkele grond dat het dwangsombesluit onherroepelijk is, zonder in te gaan op de [appellant A] en [appellant B] gestelde feiten en omstandigheden. De Afdeling is van oordeel dat het college deze bijzondere omstandigheden had moeten beoordelen en aan de hand daarvan de vraag had moeten beantwoorden of deze zwaarwegende omstandigheden aanleiding zijn om in het geheel niet over te gaan tot invordering van het bedrag van € 10.000,00, dan wel om slechts een aanzienlijk lager bedrag in te vorderen.

Anders dan de rechtbank ziet de Afdeling geen aanleiding om [appellant A] en [appellant B] tegen te werpen dat zij geen bezwaar hebben aangetekend tegen het dwangsombesluit en de daarin opgenomen begunstigingstermijn. In dit geval hebben [appellant A] en [appellant B] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk de intentie hadden om de door het college geconstateerde overtredingen te beëindigen en om die reden het besluit niet te willen aanvechten. De omstandigheid dat zij mogelijkerwijs eerder aan een installateur opdracht hadden kunnen geven tot het verrichten van de nodige werkzaamheden, maakt de omstandigheden van dit geval niet minder zwaarwegend.

Het betoog slaagt.

* 25 augustus 2021 (ABRvS 202000224/1/R1): Awb; handhaving, opvang van honden, geen milieu-inrichting, geen strijd met bpl (Rb Zeeland-West-Brabant 19/501)
4.2.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen sprake is van een overtreding van de voor een inrichting geldende bepalingen van de Wet milieubeheer, nu de activiteiten van [partij] op het perceel niet zijn aan te merken als “bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig zijn”.

Van een bedrijfsmatige activiteit is sprake als er een op winst gerichte bedrijfsmatige exploitatie is. Activiteiten worden in een bedrijfsmatige omvang verricht als zij boven het hobbymatige karakter uitstijgen. Met betrekking tot het houden van dieren is daarvoor bepalend het soort en het aantal te houden dieren en de wijze waarop de dieren gehuisvest zijn. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6946, en de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD8350, waarnaar de rechtbank heeft verwezen.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich op basis van de constateringen van de toezichthouders bij de controles in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat op het perceel geen sprake is van het bedrijfsmatig opvangen van honden. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen is uit de controles niet gebleken van een op winst gerichte opvang van honden. Zo is niet waargenomen dat [partij] een marktconforme prijs betaald heeft gekregen voor opvangactiviteiten en is ook geen kas of boekhouding aangetroffen die daar op zou kunnen duiden. Door de toezichthouders is ook niet vastgesteld dat de opvang van de honden gekwalificeerd kan worden als een activiteit, die wordt verricht in een omvang die bedrijfsmatig is te achten. Daarbij heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat tijdens de controles per keer maximaal 10 honden, waaronder die van [partij], zijn aangetroffen en dat geen speciale voorzieningen zijn getroffen voor de opvang van honden. Verder is niet gebleken van externe gerichtheid, nu geen sprake is van het adverteren door [partij] voor de opvangactiviteiten.

De door [appellant] overgelegde informatie biedt geen grond voor een ander oordeel. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen bevestigt deze informatie dat (op enkele uitzonderingen na) niet meer dan maximaal 10 honden per dag aanwezig waren op het perceel. Uit de stukken blijkt verder niet dat speciale voorzieningen zijn getroffen voor de opvang van honden, dat geadverteerd wordt voor de opvangactiviteiten of dat [partij] wordt betaald voor haar opvangwerkzaamheden. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen kan uit de verschillende foto’s worden afgeleid dat er “iets” wordt overhandigd, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs betekent dat wordt betaald voor de opvang van honden. [partij] heeft toegelicht dat zij wel eens geld ontvangt om voer voor de honden te betalen. De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat wanneer wel aangetoond zou zijn dat [partij] betaald heeft gekregen voor opvangactiviteiten, dan bovendien nog niet meteen sprake hoeft te zijn van de bedrijfsmatige exploitatie van een hondenopvang.

4.3.    Uit wat hiervoor is overwogen onder 4.2 volgt dat, voor zover [appellant] stelt dat sprake is van bedrijfsmatige activiteiten of activiteiten in een omvang die bedrijfsmatig zijn te achten en er om die reden strijd is met de woonbestemming, de Afdeling haar daarin niet volgt.

De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat er geen grond is voor het oordeel dat het houden van de honden anderszins, gelet op de ruimtelijke uitstraling daarvan, in strijd is met de op het perceel rustende woonbestemming. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen dient de vraag of het ter plaatse houden van honden in strijd is met de woonbestemming, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2523) te worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het perceel. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de ruimtelijke uitstraling van het door [partij] gehouden aantal honden niet zodanig is dat dit niet meer verenigbaar is met de woonbestemming. Daarbij heeft zij terecht in aanmerking genomen dat het perceel buiten de bebouwde kom en in landelijk gebied ligt, dat de in de omgeving aanwezige vaak agrarische bebouwing veelal verspreid over het gebied ligt, dat de toezichthouders de door [appellant] gestelde overlast niet hebben geconstateerd, dat het om maximaal 10 honden gaat en dat tussen de woning van [appellant] en het perceel van [partij] een schuur staat, terwijl de afstand 20 – 25 meter bedraagt.

* 12 augustus 2021 (Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba CUR2020H00241, CUR2020H00242, CUR2020H00243, CUR2020H00244, CUR2020H00245, CUR2020H00246): Lar, Landsverordening; wijzigingsplan, bouw ziekenhuis, status landsverordeningen, ontvankelijkheid, beschermd stadsgezicht
12.   Uit artikel 7, eerste lid, van de Lar volgt dat alleen beroep kan worden ingesteld tegen beschikkingen.

Artikel 3, eerste lid, van de Lar omschrijft een beschikking als een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.

Een wijzigingsplan houdt de wijziging van de bestemmingskaart of de bestemmingsvoorschriften van een ontwikkelingsplan in. De regels van een ontwikkelingsplan lenen zich voor herhaalde toepassing. Voor de regels van een wijzigingsplan geldt hetzelfde. Een wijzigingsplan is daarom niet aan te merken als een beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Lar.

  1. Dat betekent niet dat geen beroep tegen een wijzigingsplan open staat. Nu met een wijzigingsplan bestemmingen en/of voorschriften van een ontwikkelingsplan worden gewijzigd en de wetgever heeft beoogd om in zoverre rechtsbescherming tegen een ontwikkelingsplan te bieden, bestaat er een vergelijkbare behoefte aan rechtsbescherming tegen een wijzigingsplan. Omdat artikel 13, derde lid, van de Lvgrop beroep openstelt voor belanghebbenden die bij de eilandsraad tijdig bezwaren hebben ingediend tegen het ontwerp van de bestemmingsvoorschriften en het EOP onder bestemmingsvoorschriften de bestemmingskaart en de bestemmingsvoorschriften verstaat, staat voor belanghebbenden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Lvgrop (ook) beroep in twee instanties bij de bestuursrechter open tegen het wijzigingsplan. Dit onder de voorwaarde dat zij daartegen tijdig bezwaren hebben ingediend.
    17. De minister heeft aangevoerd dat Fundashon Pro Monumento geen procesbelang meer heeft. Hij wijst erop dat de gebouwen van het SEHOS die in het plangebied stonden inmiddels zijn gesloopt.

17.1.   Het Hof is van oordeel dat Fundashon Pro Monumento voldoende procesbelang heeft. Het wijzigingsplan heeft tot gevolg dat gronden waar voorheen de bestemming “Binnenstad” gold, zijn vervangen door de bestemming “Stedelijk Woongebied”. Door de bestemmingswijziging vervalt een deel van het beschermd stadsgezicht met bijbehorende bestemmingsvoorschriften. De wijziging strekt zich voorts uit tot delen van het plangebied waar geen gebouwen van het SEHOS stonden en tot delen waarop wel gebouwen van het SEHOS stonden die zijn gesloopt maar nog niet zijn bebouwd, zoals de locatie van het voormalige mortuarium. Niet is uit te sluiten dat op grond van het wijzigingsplan nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd dat uitstraling zal hebben naar het naastgelegen beschermd stadgezicht. Dit raakt de belangen waarvoor Fundashon Pro Monumento opkomt. In zoverre bestaat er nog voldoende procesbelang voor Fundashon Pro Monumento.

  1. Het beroep van Fundashon Pro Monumento is ontvankelijk. Het beroep van de beide andere stichtingen is niet-ontvankelijk.* 5 maart 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/6601 VEROR en BRE 20/6017 VEROR): Awb, Gmw; vergunning/geluidontheffing, evenement, kermisterrein, geluid, APV, eindtijd, dwangsom
    4.5 Dwangsom

Bij het bestreden besluit II heeft het college vergunninghouder gelast de geluidsvoorschriften na te leven, op straffe van een dwangsom van € 1.500,- ineens.

Eisers hebben aangevoerd dat het college de dwangsom op een te laag bedrag heeft vastgesteld en dat ten onrechte geen verbeurte per overtreding is bepaald.

Het college heeft ter zitting naar voren gebracht dat het opleggen van een dwangsom van   € 1.500,- ineens niet gebaseerd is op beleid, maar gebaseerd is op een inschatting. Vergunninghouder is een vrijwilligersorganisatie die met de inkomsten van bijvoorbeeld [naam dansfeest] andere activiteiten organiseert. Het college acht een dwangsom van deze hoogte en in deze vorm een voldoende prikkel om overtredingen te voorkomen.

Vast staat dat er in 2019 tijdens [naam dansfeest] overschrijdingen hebben plaatsgevonden van de geluidsnormen. Ondanks een directe terugkoppeling daarvan aan de organisatoren van [naam dansfeest] , zijn de overschrijdingen niet opgeheven, volgens de organisatie omdat dat technisch niet mogelijk was. Het werd niet wenselijk geacht om [naam dansfeest] in verband met deze overschrijdingen te beëindigen, uit vrees voor schendingen van de openbare orde.

In het licht van deze omstandigheden heeft het college naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet kunnen besluiten tot het opleggen van een dwangsom met verbeurte ineens, in plaats van verbeurte per overtreding tot een maximumbedrag.

Ten aanzien van de hoogte van de dwangsom overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat het college enig onderzoek heeft gedaan naar de inkomsten en uitgaven van vergunninghouder tijdens [plaatsnaam 2] Kermis. Dat vergunninghouder een vrijwilligersorganisatie is, laat onverlet dat zij tijdens [plaatsnaam 2] Kermis in ieder geval inkomsten heeft uit de kaartverkoop voor [naam dansfeest] en uit consumpties. Hoewel eisers niet kunnen worden gevolgd in hun stelling dat het college inzage had moeten vragen en krijgen in de begroting van vergunninghouder, had het naar het oordeel van de rechtbank in het licht van artikel 3:2 van de Awb op de weg van het college gelegen kennis te vergaren over de relevante feiten en omstandigheden, alvorens de hoogte van de dwangsom te bepalen.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

Vzr Rb Rotterdam 15 juni 2021 Handhaving, maakt de omschrijving die met de aanvraag is ingediend deel uit van de op basis van die aanvraag verleende omgevingsvergunning milieu?
ABRvS 4 augustus 2021 Bestemmingsplan, beoordeling geluid van warmtepompen op basis van artikel 3.8, tweede lid, Bouwbesluit is niet voldoende, ook cumulatie moet worden onderzocht.
ABRvS 11 augustus 2021 Bestemmingsplan, uitbreiding geitenhouderij is in strijd met provinciale omgevingsverordening