Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 22 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4197, UTR 20/4090, UTR 20/4074, UTR 20/4075, UTR 20/4359, UTR 20/4269, UTR 20/1926, UTR 20/4157, UTR 20/1221, UTR 20/3596 en UTR 20/1823): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, Natura 2000-gebied, intern salderen, Rav-emissiefactoren, vergunningplicht weiden van vee
* 22 september 2021 (ABRvS 202101427/1/R4): Awb, Wro; bpl, ontsluiting/inritten, uitvoerbaarheid, APV
* 22 september 2021 (ABRvS 202006313/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie en alternatieven
* 22 september 2021 (ABRvS 202005828/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, kamergewijze verhuur woning, gebruiksoppervlakte, woon- en leefklimaat (Rb Overijssel 20/29)
* 22 september 2021 (ABRvS 202005171/1/A2): Awb, Wro; planschade en nadeelcompensatie, winkels, herinrichting openbaar gebied, voorzienbaarheid (Rb Limburg 19/783 en 19/784)
* 22 september 2021 (ABRvS 202004971/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, te hoge kap schuur, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, evenredigheid (Rb Rotterdam 20/3365)
* 22 september 2021 (ABRvS 202003870/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, staken zelfstandige bewoning object en verwijderen woonvoorzieningen, strijd met bpl, overgangsrecht (Rb Limburg 19/1438)
* 22 september 2021 (ABRvS 202002442/4/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, bouwhoogte, wijzigingsbevoegdheid, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 22 september 2021 (ABRvS 202001157/1/R3): Awb, Wro; bpl, horeca, procesbelang, ontvankelijkheid
* 22 september 2021 (ABRvS 202000706/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, koelmotoren en schutting, melding Abm, onlosmakelijke samenhang, geluid (Rb Noord-Nederland 19/911)
* 22 september 2021 (ABRvS 202000695/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, saneren grond/ophogen maaiveld/insteekhavens/oeverbeschoeiing, compensatie verlies waterberging, boezemland/vergunningplicht Keur, onderhoud (Rb Amsterdam 18/7680)
# 22 september 2021 (ABRvS 202000687/1/A2): Awb, Wro; planschade, in natura, glastuinbouw (Rb Den Haag 17/4337)
* 22 september 2021 (ABRvS 201909361/1/A2): Awb, Wro; planschade, afwijkingsbevoegdheid bpl, taxatie, normaal maatschappelijk risico, tussenuitspraak
* 22 september 2021 (ABRvS 201905826/1/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, veegplan, woonbestemming, bedrijfsbestemming, agrarisch bouwvlak, plattelandswoning
* 22 september 2021 (ABRvS 201904017/1/R2): Awb, Wro; bpl, boven- en ondergrondse 150 kV-hoogspanningsleidingen/transformatorstation, landschappelijke inpassing, provinciale verordening, motivering
* 21 september 2021 (CBb 21/227 en 20/303): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, EP/geen sprake van individuele en buitensporige last, soorten koeien, knelgevallenregeling, procesbelang, grondgebondenheid, herziening
* 20 september 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/211): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen, wasautomaat bij een LPG-tankstation, milieuvergunningplicht/Abm/Bor, stikstof/AERIUS-berekening
* 17 september 2021 (Rb Overijssel AWB 20/2408): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en wijzigen monument, uitbreiding horeca, stikstofdepositie/Wnb, geen vergunningplicht, relativiteit/Aarhus
* 17 september 2021 (Rb Overijssel AWB 21/430): Awb, Wabo, Wm; handhaving, horeca, relatie bpl, geluid/Abm
* 17 september 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1630): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassingen voorgevel pand, geen strijd met bpl
* 17 september 2021 (Rb Oost-Brabant C/01/372763 / KG ZA 21-423): BW; kort geding, coffeeshop, extra voorwaarde in gedoogverklaring over openingstijden, oneigenlijk middel, Horecaverordening, verkeers- en parkeeroverlast, onrechtmatig handelen
* 17 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/242 CHWA en BRE 21/164, 21/192 en 21/209 CHWA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl, aanleggen en maken uitrit, zonnepark, vvgb, zonneladder/noodzaak/behoefte, locatie, motivering, divers
* 16 september 2021 (ABRvS 202104214/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, dakopbouw, welstand(snota) (Rb Midden-Nederland 20/4396)
* 16 september 2021 (ABRvS 202105059/1/R4 en /3/R4): Awb, Wabo, Gmw; opheffing vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen/handhaving/dwangsom, schuifpoort en erfafscheidingen, eendenslachterij, strijd met bpl, begunstigingstermijn (Rb Gelderland 20/4854 en 20/4855)
* 16 september 2021 (Conclusie AG EH C-300/20): Prejudiciële verwijzing, milieu, windparken, voortborduren op arrest Nevele, SMB-richtlijn, begrip ‚plannen en programma’s, ontbreken strategische milieubeoordeling, bevoegdheid nationale rechter
* 16 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2511): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 15 september 2021 (ABRvS 202001546/1/R3 en /2/R3): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, Ladder/Bro/behoefte, provinciale omgevingsverordening, maatschappelijke meerwaarde (Rb Overijssel 19/2240 en 19/2241)
* 15 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2774): Awb, Mbw; verzoek om intrekking instemming gaswinningsplan, geen wezenlijk gewijzigde inzichten over seismisch risico, belangenafweging
* 15 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/106): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, hoogte bouwkosten, schatting
* 14 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9636 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen boom, gemeentelijke lijst van monumentale bomen, APV
* 14 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7585 WET): Awb, Msw; boete, overtreding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen en de fosfaatgebruiksnorm
* 14 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3239): Awb, Wabo: vovo, omgevingsvergunning voor aanleg riolering en nutsleidingen, archeologische waarden, omvang aanvraag/grondwal/vergunningvrij, ambtshalve gegeven bestuurlijk rechtsoordeel
* 14 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/365): Awb, Mbw; mijnbouwschade, plafond/trillingen, deskundige, aantoonbare andere oorzaak, omvang herstel
* 14 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3298 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor vervangen rasters in natuurgebied, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 14 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3034 GEMWT VV en BRE 21/1592 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, gebruik van ruimte, strijd met bpl
* 14 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3408 WABOA VV en BRE 21/3409 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, verbouwen woning, geen strijd met bpl, welstand
* 10 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/4587): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, ontbreken materiële connexiteit, ontvankelijkheid
* 9 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/367): Awb, Mbw; mijnbouwschade, bijkomende kosten na vergoeding
* 9 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3049 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementencomplex voor huisvesting studenten, belanghebbende, behoefte
* 7 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/629): Awb, Mbw; mijnbouwschade, bewijsvermoeden, bewijsaanbod, deskundigen, andere oorzaak
* 7 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3032 WABOA VV en BRE 21/1575 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en handelingen voor monument, hotel naar appartementen, geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in Besluit m.e.r.
* 6 september 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1696 en SHE 21/1697): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, sluiting woning, drugs, motivering
* 3 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/824): Awb, Waterwet; projectplan, verbetering waterkering, waterveiligheid, gevolgen derden
# 1 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2523 en LEE 20/2534): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl, kappen en uitvoeren werk, uitbreiding melkveehouderij, gewijzigde aanvraag/veebestand/Abm, gewijzigd besluit niet in ontwerpfase ter inzage gelegd, toepassing geurverordening, m.e.r.-beoordelingsbesluit
* 1 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/1405): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bouwwerk met uitweg, UOV, geen van rechtswege verleende vergunning, ontvankelijkheid
* 31 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7784 WABOA): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag om omgevingsvergunning, afsluiten van weg, geen reactie op verzoek aanvullende gegevens
* 31 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7675 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, kappen van bomen
* 31 augustus 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/100 en LEE 20/1251): Awb, Wro; planschade, windmolenpark, normaal maatschappelijk risico, licht- en schaduwhinder
* 27 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3509): Awb, Wro; planschade, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 27 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1036): Awb, Wro; planschade, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 27 augustus 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1635 PROCES-VERBAAL): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor plaatsen en behouden vlechthaag binnen beschermingszone, voornemen handhaving, geen spoedeisend belang
* 27 augustus 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3660): Awb, Gmw; uitbreiding exploitatievergunning, bevoegdheid, voorwaarden
* 26 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 21/598): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, woning, niet tijdig beslissen, weigeren dwangsom, procedure, UOV, ontvankelijkheid
* 24 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1954): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, provinciale verordening/leidraad, gemeentelijk beleid, vvgb, motivering, Wbb/Nrb
* 24 augustus 2021(Rb Noord-Holland  HAA 20/1693): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen wand, veranderen brandcompartimentering, WBDBO, geen vergunning
* 4 augustus 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3598): Awb, Gmw; vovo, exploitatievergunning, overtredingen in verleden, gebrek aan vertrouwen/ondernemingsplan
* 15 juli 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3615): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 12 mei 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/2466): Awb, Wnb; vergunning, motorenwerkplaats en een testcel op vliegbasis, stikstofdepositie, Natura 2000-gebied, intern salderen, effectbeoordeling, cumulatie
* 12 mei 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/2639): Awb, Nbw; vergunning, herinrichting en gebruik vliegbasis, stikstof, Natura 2000-gebied, verkeer/saldering/afstandsgrens
* 26 april 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/5503 WABOA en BRE 20/88 WABOA , BRE 19/6245 WABOA en BRE 20/87 WABOA en BRE 20/845 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, huisvesten arbeidsmigranten in woningen, beleidsregels
* 22 april 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7034 GEMWT en 20/8530 WABO): Awb, Wabo, Gmw; omgevingsvergunning voor bouwen/handhaving, aanpassen gevel en plaatsen airco-units, welstand, motivering
* 16 maart 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/911): Awb, spoedeisende bestuursdwang, asbestverontreiniging door brand, kostenverhaal
* 14 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/436): Awb, Gmw; intrekking exploitatievergunning, restaurant, openbare orde, slecht levensgedrag
* 11 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4731): Awb; invordering dwangsommen, overtreding Verordening natuur en landschap, borden en spandoek/geen ontheffing
* 18 mei 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/2903): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en uitvoeren werk, zonnepark, bevoegdheid/nominaal vermogen, coördinatie-regeling, provinciale verordening, landschap

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 22 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4197, UTR 20/4090, UTR 20/4074, UTR 20/4075, UTR 20/4359, UTR 20/4269, UTR 20/1926, UTR 20/4157, UTR 20/1221, UTR 20/3596 en UTR 20/1823): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, Natura 2000-gebied, intern salderen, Rav-emissiefactoren, vergunningplicht weiden van vee
8.   De rechtbank doet vandaag uitspraak in meerdere zaken van MOB en Leefmilieu in de provincie Utrecht, over de toepassing van regelgeving uit de Wnb voor Natura 2000-gebieden. In deze zaken spelen verschillende rechtsvragen die zijn ontstaan na de ‘stikstofuitspraken’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2019 – en soms ook al daarvoor. Het gaat over de stikstofuitstoot van emissiearme stallen, over de vraag of het bemesten van gronden en het weiden van vee nog is toegestaan, over de illegale situatie van ‘PAS-melders’ en over de vraag of de natuurvergunning van bestaande bedrijven kan blijven bestaan. In alle zaken komt de rechtbank tot de conclusie dat de besluiten van gedeputeerde staten geen stand kunnen houden en zij nieuwe besluiten moeten nemen. Hoewel de rechtbank tracht zoveel mogelijk knopen door te hakken, kan zij niet vooruit lopen op besluitvorming die nog moet volgen. Dat heeft tot gevolg dat er voor MOB en Leefmilieu, maar ook voor de bedrijven die bij deze zaken zijn betrokken, nog steeds geen duidelijkheid is over de afloop.

  1. Deze uitkomst is onbevredigend, terwijl de procespositie van alle betrokken partijen te begrijpen is. MOB en Leefmilieu komen op voor het belang van de bescherming van Natura 2000-gebieden en zien sinds de uitspraken uit 2019 nog steeds niet de door hen gewenste structurele oplossing van de kant van de politiek op nationaal en provinciaal niveau. De (agrarische) bedrijven willen – ook met het oog op de nodige (financiële) planning – zekerheid over de vraag of hun activiteiten kunnen worden voortgezet en of uitbreiding mogelijk is. Die zekerheid is er nu niet. Gedeputeerde staten moeten als bevoegd gezag besluiten over vergunningaanvragen en handhavingsverzoeken en zijn daarbij gebonden aan de geldende wet en aan de rechtspraak daarover.
  2. Uit de uitspraken van vandaag blijkt dat de stappen die sinds 2019 door kabinet en wetgever zijn gezet nog geen uitsluitsel geven. Deze ontwikkelingen op nationaal niveau lijken soms tot een ongewenst resultaat te leiden: door de Spoedwet aanpak stikstof is de discussie over emissies van stallen nu naar het handhavingsspoor verschoven. Bij het beweiden en bemesten is het advies van de commissie Remkes een eerste stap, maar nog niet voldoende juridische basis. En voor de PAS-melders ligt er nog steeds geen definitieve oplossing, terwijl daarop al lang gewacht wordt. De rechtbank kan hier niet de oplossing bieden. Zij moet beslissen op concrete zaken, op basis van de voorliggende beroepsgronden en niet meer dan dat. Het is bovendien te voorzien dat met de uitspraken van de rechtbank niet het laatste juridische woord is gezegd en dat hogerberoepsprocedures zullen volgen.
  3. Het lijkt erop alsof iedereen elkaar nu afwachtend aankijkt, terwijl de stikstofproblematiek een maatschappelijk vraagstuk is dat een individuele zaak bij de rechtbank overstijgt. Als hiervoor een oplossing wenselijk wordt geacht die verder gaat dan die individuele zaak, dan is het aan de overheid om nu in actie te komen. Aan het kabinet en aan de wetgever, om met goed doordachte generieke maatregelen te komen waar natuurorganisaties, bedrijven, burgers en lokale overheden mee verder kunnen in concrete gevallen. Zodat de rechtbank daar weer over kan oordelen.* 22 september 2021 (ABRvS 202000706/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, koelmotoren en schutting, melding Abm, onlosmakelijke samenhang, geluid (Rb Noord-Nederland 19/911)
    2.2. Tussen partijen is niet in geschil dat op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor het plaatsen van de koelmotoren bij Het Theehuis een melding moest worden ingediend. Op 17 juli 2018 heeft [vergunninghouder] een melding ingediend op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor het plaatsen van vijf koelmotoren en een schutting. Het college heeft deze melding geaccepteerd op 14 augustus 2018. Op grond van het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken die deel uitmaken van de vergunning, stelt de Afdeling vast dat een omgevingsvergunning is verleend voor acht koelmotoren. De Afdeling verwijst daarbij naar de aanvraag en de tekst die is opgenomen op tekening B-01 van 26 mei 2018. Daarop is te lezen dat een groep van vijf koelmotoren en een groep van drie koelmotoren is aangevraagd. Voor drie vergunde koelmotoren is dus geen melding gedaan op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dat in een akoestische rapport van 8 oktober 2018 een andere situatie is beoordeeld, wat daar ook van zij, maakt dit niet anders, nu dit rapport geen onderdeel uitmaakt van de melding van 17 juli 2018. Dit akoestische rapport dateert immers van na de acceptatie van de melding. Dit betekent dat op het moment van het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning, te weten 27 juli 2018, geen sprake was van een volledige melding. In dat geval had het, gelet op artikel 8:41a, tweede lid, van de Wet milieubeheer, op de weg van het college gelegen om de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid zou hebben gehad binnen een door het college gestelde termijn alsnog te melden voor de drie in de melding ontbrekende koelmotoren.

Het betoog slaagt.

* 20 september 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/211): Awb, Wabo; buiten behandeling laten aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen, wasautomaat bij een LPG-tankstation, milieuvergunningplicht/Abm/Bor, stikstof/AERIUS-berekening
5.1  ……………………
Artikel 2.4 van het Bor is daarna nog enkele malen gewijzigd. In de bijlage bij deze uitspraak staan enige voor deze procedure relevante passages uit de nota’s van toelichting. Het artikel luidt nu als volgt:

Lid 1: In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet (rechtbank: bedoeld wordt de Wabo) is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan die in overeenstemming zijn met de voor de inrichting verleende vergunning en de daaraan verbonden voorschriften.

Lid 2: In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2°, van de wet is geen omgevingsvergunning vereist met betrekking tot veranderingen van de inrichting of van de werking daarvan voor zover die veranderingen betrekking hebben op een activiteit die geen deel uitmaakt van een IPPC-installatie en op die activiteit hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is, tenzij het betreft veranderingen:

  1. waarop paragraaf 3.5.8 van dat besluit van toepassing is, of
  2. van een activiteit, aangewezen in bijlage I, onderdeel C, categorie 1.4, onder a.

5.2   De bestaande omgevingsvergunning milieu voor het LPG-tankstation is niet verleend voor de textielwasserette. De wijziging is dus niet in overeenstemming met de werking (de bedrijfsvoering) van het tankstation waarvoor een vergunning is verleend. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen beroep kan doen op de uitzondering in artikel 2.4, eerste lid, van het Bor.

5.3   Er staan regels in hoofdstuk 4 van het Abm over wasserettes. Er staan echter geen regels in hoofdstuk 3 van het Abm over wasserettes. Eiseres kan dus ook geen beroep doen op de uitzondering in artikel 2.4, tweede lid, van het Bor.

5.4   Toch blijft dit vreemd. De bedoeling van de wetgever is steeds geweest om meer bedrijven onder de werkingssfeer van het Abm te laten vallen en het eenvoudiger te maken om deze bedrijven te wijzigen zonder omgevingsvergunning. In dit geval pakt het anders uit. Voor een betrekkelijk eenvoudige wijziging van de inrichting, waarvoor zelfs regels zijn opgenomen in het Abm is, naar de letter van de wet (artikel 2.4 van het Bor), toch een omgevingsvergunning milieu noodzakelijk. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om artikel 2.4 van het Bor buiten toepassing te laten. Uit de wetsgeschiedenis blijkt volgens de rechtbank voldoende dat de wetgever niet op voorhand kan uitsluiten dat een wijziging toch een beoordeling vereist van het bevoegd gezag in de vorm van een vergunning. De rechtbank vindt dit niet zo onredelijk of onevenredig dat zij artikel 2.4 van het Bor buiten toepassing laat. Ook de rechtbank kan niet op voorhand de gevolgen van zo’n uitspraak overzien. Bovendien kan de rechtbank niet uitsluiten dat voor een wasserette bij een LPG-tankstation wel een specifieke beoordeling (en een vergunning) van het bevoegd gezag is vereist, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsrisico’s. Als de wetgever van mening is dat bij de uitbreiding van een vergunningplichtige inrichting met activiteiten die alleen in hoofdstuk 4 van het Abm staan, kan worden volstaan met een melding, dan moet de wetgever het Bor wijzigen. Overigens merkt de rechtbank op dat een wasserette bij een tankstation mogelijk geen andere of nadelige gevolgen voor het milieu heeft, zodat wellicht kan worden volstaan met een milieuneutrale wijziging via de gewone (reguliere) procedure ingevolge artikel 3.10, derde lid, van de Wabo.

5.5   Deze beroepsgrond van eiseres slaagt dus niet.

* 17 september 2021 (Rb Oost-Brabant C/01/372763 / KG ZA 21-423): BW; kort geding, coffeeshop, extra voorwaarde in gedoogverklaring over openingstijden, oneigenlijk middel, Horecaverordening, verkeers- en parkeeroverlast, onrechtmatig handelen
4.6.   Vast staat dat de gemeente niet eerder een gedoogverklaring heeft afgegeven aan Chip’ndale. De gemeente geeft dat zelf ook aan in haar brief van 2 juni 2021 waar zij schrijft: “Tot op heden heb ik er niet voor gekozen om het gedogen van de verkoop van softdrugs vast te leggen in een brief van mijn kant. Ik ben echter voornemens om het coffeeshopbeleid te wijzigen. Een van de onderdelen van deze wijziging is het verstrekken van gedoogbrieven aan de coffeeshop-exploitanten.”

Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de gemeente kort na het gesprek met Chip’ndale van 7 mei 2021 voor het eerst een dergelijke gedoogverklaring afgeeft aan Chip’ndale, zonder dat Chip’ndale deze overigens had aangevraagd. Volgens de gemeente heeft Chip’ndale wel degelijk, zij het impliciet, een gedoogverklaring aangevraagd omdat zij in het verleden op enig moment de aanvraag heeft gedaan om een coffeeshop te mogen exploiteren. Wat hiervan ook zij, Chip’ndale exploiteert de coffeeshop al sinds 2001. Het gaat dan niet aan om twintig jaar later, kort na het litigieuze gesprek tussen de gemeente en Chip’ndale, opeens een gedoogverklaring af te geven met daarin de extra voorwaarde dat de coffeeshop na 21.00 uur ‘s avonds gesloten dient te zijn. Het afgeven van een gedoogverklaring met een beperking van de openingstijden is dan een oneigenlijk middel om het kennelijke doel van de gemeente, te weten het vertrek van Chip’ndale uit de Hinthamerstraat , te bereiken. Immers, op deze manier is de coffeeshop deels (vanaf 21.00 uur in de avond) al niet meer operatief. Bovendien is aannemelijk dat Chip’ndale bij een beperking van de openingstijden een aanzienlijk deel van haar omzet verliest omdat klanten ervoor kiezen naar een coffeeshop te gaan (net) buiten de binnenstad die wel tot laat open mag blijven. Voorstelbaar is dat Chip’ndale dan uiteindelijk zelf de beslissing neemt om met haar coffeeshop uit de Hinthamerstraat te vertrekken.

4.7.   Daarnaast is de beperking van de openingstijden van de coffeeshop in strijd met het bepaalde in artikel 5.1 van de Horecaverordening waarin openingstijden zijn toegestaan van 07.00 uur tot 02.00 uur. Daarvan mag in de gedoogverklaring in beginsel niet worden afgeweken.

* 16 september 2021 (Conclusie AG EH C-300/20): Prejudiciële verwijzing, milieu, windparken, voortborduren op arrest Nevele, SMB-richtlijn, begrip ‚plannen en programma’s, ontbreken strategische milieubeoordeling, bevoegdheid nationale rechter
1.        In deze prejudiciële verwijzing zijn soortgelijke vragen over de strategische milieubeoordeling (hierna: „SMB”) van plannen en programma’s aan de orde als die waarover het Hof zich heeft gebogen in het arrest van 25 juni 2020 met betrekking tot windturbines in Aalter en Nevele(2).

  1. In mijn conclusie in die zaak heb ik verklaard dat de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde „projecten” of bepaalde „plannen en programma’s” een van de belangrijkste instrumenten van het Unierecht is om een hoog milieubeschermingsniveau te bereiken.(3)
  2. De milieubeoordeling van projecten wordt geregeld in richtlijn 2011/92/EU(4), die van plannen en programma’s in richtlijn 2001/42/EG(5). Deze twee richtlijnen vullen elkaar aan: „De [SMB-richtlijn] beoogt de milieueffectbeoordeling vroeger te laten plaatsvinden, in de fase van de strategische planning van de acties van de nationale instanties. Het door die richtlijn voorgeschreven onderzoek van milieueffecten is dus ruimer of omvattender dan dat voor een specifiek project”.(6)
  3. Zoals ik destijds heb aangegeven „[bestaat] [d]aarvan uitgaande […] de moeilijkheid erin om precies te bepalen hoe ver het [uit de SMB-richtlijn voortvloeiende] vereiste inzake de SMB kan gaan. Het is duidelijk dat het verder gaat dan de beoordeling van individuele projecten, maar ook dat het niet mag worden uitgebreid tot alle regelgeving van een lidstaat die gevolgen heeft voor het milieu.”(7)
  4. Deze zaak is een goed voorbeeld van die moeilijkheid, die blijkbaar blijft bestaan ondanks de verduidelijkingen in het arrest Windturbines in Aalter en Nevele. Er zal nog duidelijker moeten worden afgebakend wanneer een plan of programma een referentiekader bevat voor het opzetten van projecten als bedoeld in de bijlagen I en II bij de MEB-richtlijn, en er derhalve eerst een SMB moet worden uitgevoerd.
    ………………………………………………………..
    135. Gezien het bovenstaande geef ik het Hof in overweging om de vragen van het Bundesverwaltungsgericht als volgt te beantwoorden:

1)      Artikel 3, lid 2, onder a), van richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s moet aldus worden uitgelegd dat een besluit ter bescherming van natuur en landschap dat voorziet in algemene verbodsbepalingen (met vrijstellingsmogelijkheid) en vergunningsvereisten maar geen voldoende gedetailleerde regels over de inhoud, voorbereiding en uitvoering van projecten als bedoeld in de bijlagen I en II bij richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten bevat, niet binnen de werkingssfeer van dit artikel valt, ook al is er sprake van enkele maatregelen met betrekking tot activiteiten die onder dergelijke projecten vallen.

2)      Artikel 3, lid 4, van richtlijn 2001/42 moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een besluit ter bescherming van natuur en landschap dat niet kan worden aangemerkt als een plan of programma met aanzienlijke milieueffecten in andere dan de in lid 2 van dat artikel genoemde sectoren omdat het geen voldoende gedetailleerde regels over de inhoud, voorbereiding en uitvoering van projecten als bedoeld in de bijlagen I en II bij richtlijn 2011/92 bevat.”

# 1 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2523 en LEE 20/2534): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl, kappen en uitvoeren werk, uitbreiding melkveehouderij, gewijzigde aanvraag/veebestand/Abm, gewijzigd besluit niet in ontwerpfase ter inzage gelegd, toepassing geurverordening, m.e.r.-beoordelingsbesluit
5.4.2.   In dit geval dateert de oorspronkelijke aanvraag van 22 oktober 2015 en heeft de ontwerpvergunning ter inzage heeft gelegen van 23 juni 2016 tot 4 augustus 2016. Deze aanvraag is bij brief van 27 januari 2020 gewijzigd, in de zin dat vergunninghouder een gewijzigd stalsysteem heeft aangevraagd en dat een dierenbestand van maximaal 200 koeien en 140 stuks jongvee is aangevraagd, in plaats van 250 koeien en 160 stuks jongvee. Er is thans sprake van een gewijzigd besluit, dat niet in de ontwerpfase ter inzage is gelegd. De rechtbank is van oordeel dat de door de AbRS in haar jurisprudentie ontwikkelde uitzonderingen ten aanzien van de plicht tot ter inzagelegging zich hier niet voordoen. Door het verminderen van het aantal dieren is thans geen vergunning voor het onderdeel milieu meer nodig. Alleen al daarom is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een wijziging van ondergeschikte aard. Voorts is er niet alleen sprake van een behoorlijk gewijzigde situatie, er is ook sprake van een groot tijdsverloop tussen de ter inzagelegging en de thans verleende vergunning. Er is bovendien sprake van inbreng van nieuwe stukken, onder meer een nieuw ingebrachte ruimtelijke onderbouwing en een nadere onderbouwing van de grondgebondenheid door vergunninghouder en gewijzigde regelgeving. Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat het niet ter inzage leggen van een nieuwe ontwerpvergunning onzorgvuldig moet worden geacht: verweerder heeft niet in redelijkheid eenzijdig aan kunnen nemen dat derden door het niet ter inzage leggen van de gewijzigde ontwerpvergunning en de gewijzigde onderbouwing niet worden benadeeld.
6.3.1.   De rechtbank overweegt dat omdat belanghebbende geen vergunning voor het onderdeel milieu hoeft te hebben, de Geurverordening Dantumadiel 2020 niet rechtstreeks van toepassing is. Dit betekent evenwel niet dat de verordening geen enkele werking heeft voor het voorliggende besluit. Aangezien het onderdeel milieu ook getoetst moet worden in het kader van de beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, werkt de Geurverordening door als toepasselijk beleid. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat er voor wat betreft geur sprake is van een goed woon- en leefklimaat omdat de ontwikkeling voldoet aan de normen van de Geurverordening. De rechtbank stelt echter vast dat in de toelichting van de verordening door de Raad is opgenomen dat om een leefbaar platteland te houden, het het niet de bedoeling kan zijn om van oudsher aanwezige bedrijven nabij de enkele verspreid liggende woningen te saneren. Wel dient een mogelijke uitbreiding de milieusituatie gunstiger te maken dan voor de uitbreiding. Deze uitbreiding is gelegen van de bestaande geurgevoelige objecten af. Door invulling te geven aan deze randvoorwaarde wordt de leefkwaliteit van de omliggende woningen niet nadelig beïnvloed. De rechtbank stelt vast dat de onderhavige ontwikkeling hier niet aan voldoet: vast staat dat de nieuw te bouwen stal dichterbij de woningen van onder andere eisers wordt gesitueerd. Verweerder heeft nagelaten te motiveren waarom dat in dit geval wel is toegestaan. De enkele stelling dat de ammoniakuitstoot in de nieuwe situatie verminderd, is daartoe onvoldoende. Dit laat immers onverlet dat de geuroverlast voor eisers ernstiger kan zijn doordat de nieuw te bouwen stal dichterbij hun woningen komt.

7.4.   De rechtbank overweegt dat uit het wettelijk stelsel volgt dat een mer-beoordelingsbesluit moet worden genomen voordat bijvoorbeeld het vergunningstraject voor een bouwplan wordt ingezet. Het mer-besluit dat verweerder op 30 maart 2021 heeft genomen is daarom te laat. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit gebrek met artikel 6:22 van de Awb te passeren omdat ook inhoudelijk gebreken kleven aan het beoordelingsbesluit. Zo heeft verweerder bij de beoordeling ten aanzien van geluid verwezen naar het akoestisch rapport van 3 februari 2017. Dit rapport is echter achterhaald omdat vergunninghouder een ander stalsysteem heeft aangevraagd. Niet inzichtelijk is of de akoestische resultaten van het rapport ook hebben te gelden voor het andere stalsysteem.

* 24 augustus 2021(Rb Noord-Holland  HAA 20/1693): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen wand, veranderen brandcompartimentering, WBDBO, geen vergunning
5.6   De rechtbank is gelet op wat op de genoemde tekeningen en in het besprekingsverslag is vermeld van oordeel, dat de gedeeltes “Supermarkt 1.550 m2” en “Luxe en huishoudartikelen 496 m2” binnen het gebouw elk als een brandcompartiment als omschreven in de NvT zijn aan te merken.

De rechtbank overweegt daartoe dat de twee ruimtes worden begrensd door een wand (scheidingsconstructie) die blijkens de aanduiding “60” op basis van de bouwvergunning een WBDO van 60 minuten dient te bezitten en daarmee de voortplanting van brand en rook naar aanliggende compartimenten gedurende een bepaalde tijd dient te beletten.

Uit het besprekingsverslag valt daarnaast af te leiden dat uitgangspunt is geweest dat de verschillende winkels binnen het gebouw een brandcompartimentgrootte van in beginsel 1.000 m2 hebben (de destijds geldende grenswaarde) en dat deze, onder omstandigheden, kan worden vergroot. Hieruit valt naar het oordeel van de rechtbank op te maken dat bij de bouwvergunningverlening is beoogd de verschillende winkels als afzonderlijke brandcompartimenten in te richten en aan te merken.

5.7   Het voorgaande leidt tot de conclusie dat als gevolg van het verwijderen van de wand door eiseres sprake is geweest van een verandering van de brandcompartimentering. De brandcompartimentering is als gevolg van het verwijderen van de wand vergroot. Voor het verwijderen van de wand was dan ook een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo vereist. Nu deze ontbreekt, is verweerder ter zake bevoegd handhavend op te treden.

5.8   De beroepsgrond slaagt niet.