Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 29 september 2021 (ABRvS 202100771/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, belanghebbende, privaatrechtelijke belemmering, onteigening (Rb Gelderland 19/4822)
* 29 september 2021 (ABRvS 202100594/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen in woontorens, uitwerkingsplicht bpl, bevoegdheid, bouwhoogte, parkeren, windhinder
* 29 september 2021 (ABRvS 202100026/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen
* 29 september 2021 (ABRvS 202005975/1/A2): Awb, Wro; planschade, beperking uitbreiding veehouderij (Rb Oost-Brabant 20/1043)
* 29 september 2021 (ABRvS 202005366/1/R1): Awb, Wm; plaatsingsplan, ondergrondse afvalcontainers, herstelbesluit, richtlijnen, noodzaak, verkeersveiligheid
* 29 september 2021 (ABRvS 202005257/1/R1 en 202101189/1/R1 en 202005258/1/R1 en 202100737/1/R1): Awb, Wbb; vaststelling geval van ernstige bodemverontreiniging, (deel) saneringsplan, omvang, risico van verspreiding, omvang toets
* 29 september 2021 (ABRvS 202005184/1/A2): Awb, Wro; planschade, overgangsrecht, zelf in de zaak voorzien (Rb Noord-Nederland 19/2180)
* 29 september 2021 (ABRvS 202004958/1/A2): Awb, Wro; planschade, geluidsscherm (Rb Noord-Holland 19/68 en 19/69)
* 29 september 2021 (ABRvS 202004210/1/R2): Awb, Wro; bpl, appartementencomplex, zichtlijnen, ruimtelijke inpassing, motivering, bezonning en daglichttoetreding
* 29 september 2021 (ABRvS 202003288/1/A2 en 202003353/1/A2): Awb, Wro; planschade, verkeersweg, voorzienbaarheid (Rb Limburg 19/899 en 19/1116)
* 29 september 2021 (ABRvS 202003084/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing clusterplaatsen voor afvalcontainers, verdeling, verkeer, motivering, tussenuitspraak
* 29 september 2021 (ABRvS 202002507/1/R2): Awb, Wro; bpl, restaurant, B&B en speeltuin, belanghebbenden, planregels/bezoekers, NNB/omgevingsverordening, motivering, tussenuitspraak
* 29 september 2021 (ABRvS 202002132/1/R2): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, belanghebbende/milieugevolgen, Natura 2000/relativiteit, procesbelang (Rb Noord-Nederland 19/1416)
* 29 september 2021 (ABRvS 202000136/2/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassing serre, gemeentelijk beschermd stadsgezicht, welstandsadviezen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Den Haag 18/2316 en 18/2430)
* 29 september 2021 (ABRvS 201909072/1/R3): Awb, Wro; bpl, woning, slachterij, beperking bedrijfsvoering, geur, representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden, beoordeling geur/Activiteitenbesluit/NeR, geluid/RBS, cumulatie, indirecte hinder, tuin
* 28 september 2021 (ABRvS 202104263/2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, bouwwerken en werkzaamheden op perceel, geen vergunning, strijd met bpl, bevoegdheid (Rb Midden-Nederland 21/1289 en 21/1317)
* 28 september 2021 (ABRvS 202105045/2/R4): Awb, Wro; vovo, uitwerkingsplan, bedrijventerrein, verkeersbewegingen
* 28 september 2021 (CBb 20/543): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, jongvee, redelijke termijn/schadevergoeding
* 27 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1289): Awb, Gmw; handhaving, overtreding geluidsnormen festival, geen adequate vaststelling, motivering
* 27 september 2021 (ABRvS 202105630/2/R1): Awb, Wabo, Gmw; vovo, dreiging verbeurte dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, begunstigingstermijn, belangenafweging
* 24 september 2021 (ABRvS 202103030/2/R3): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/ omgevingsvergunning voor bouwen en handelingen monument, zorgwoningen in voormalig gemeentehuis, Ladder/Bro/stedelijke ontwikkeling, parkeren
* 24 september 2021 (ABRvS 202104292/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementen, cultuurhistorische waarden van beschermd dorpsgezicht
* 24 september 2021 (HR 20/01411): BW; afvalstoffenverordening, APV/ NEE/NEE-sticker, vrijheid van meningsuiting, EVRM, conclusie AG gevolgd
* 24 september 2021 (HR 19/05872): BW; afvalstoffenverordening, Wm/Gmw, ongeadresseerd reclamedrukwerk, Kaderrichtlijn afvalstoffen/LAP, bevoegdheid, conclusie AG gevolgd
* 23 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5217): Awb, Gmw; vovo, tijdelijke terrasvergunning op parkeervak, hinder in verband met bruikbaarheid en aanzien weg
* 23 september 2021 (ABRvS 202103478/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, centrum, supermarkten
* 23 september 2021 (Conclusie AG EH C-165/20): Verzoek om een prejudiciële beslissing, broeikasgasemissierechten, kosteloze toewijzing van luchtvaartemissierechten, beëindiging  luchtvaartactiviteiten wegens insolventie vliegtuigexploitant, intrekking emissierechten
* 23 september 2021 (Rb Overijssel AWB 20/723): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, herbouw van door brand verwoeste stallen, belanghebbende, intern salderen, referentiesituatie, beleidsregel, wijziging Wnb, rendement combiwassers, gebruikt voer, motivering, tussenuitspraak
* 23 september 2021 (Rb Overijssel ZWO 21/229): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, herbouw schuur, welstand
* 23 september 2021 (Rb Overijssel ZWO 20/2349): Awb, Wabo; handhaving, ontsluitingsweg vanaf perceel, planregels/ondergeschiktheid aan agrarisch gebruik, geen aanlegvergunning nodig
* 23 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3163 en 21/3025): Awb, Wm; vovo en kortsluiten, ontheffing, provinciale milieuverordening, aardkundig monument op landgoed, vervanging door omgevingsverordening, procesbelang, ontvankelijkheid
* 22 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2785): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor verbreden uitrit
* 22 september 2021 (Rb Rotterdam C/10/614703 / HA ZA 21-219):: BW; onrechtmatige lichthinder, felle buitenverlichting, maatregelen
* 20 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3216 en 21/3217): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijkend gebruik, bewonen schuur in verband met verbouwing woning
* 20 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10388 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanbouw garage en vrijstaande berging, bebouwingsoppervlak, archeologisch onderzoek
* 20 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9139 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, opbouw op bestaande aanbouw woning
* 20 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3233): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen hekwerk met buitenhaard, belangenafweging
* 20 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3388): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, noodzaak
* 20 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3402 en 21/3401): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, bewoning van bedrijfspand, strijd met bpl
* 17 september 2021 (Rb Gelderland ARN 19/4866): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en veranderen rijksmonument, appartementen, monumentale waarden/welstand
* 17 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3014 WABOA): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning voor bouwen, hotel, niet tijdig beslissen, dwangsom
* 17 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3117 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, niet tijdig beslissing, geen ingebrekestelling, ontvankelijkheid
* 16 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2336): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, bevoegdheid
* 16 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5372): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, evenredigheid
* 16 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5000): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor werk, voorbelasting gebied voor woningbouw, stikstof/Wnb/Wsn, soortenbescherming, vvgb
* 16 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3955): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen/legaliseren, bouwwerken voor hobbymatig houden van paarden, afwatering, schrikreacties
* 15 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1864): Awb, Wro; planschade, overgangsbepalingen, motivering
* 15 september 2021 (Rb Limburg ROE 20/3044): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca met terras, APV, geen strijd met bpl
* 15 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1508): Awb, Mbw; mijnbouwschade, ontvankelijkheid
* 13 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5358 en SGR 21/5132 en SGR 21/5723): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 3 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/865, ROT 20/873 en ROT 20/2717): Awb, Wvw; verkeersbesluiten, éénrichtingsverkeer, motivering
* 25 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 20/2369): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, noodzaak, evenredigheid
* 25 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 20/2750): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, pinkiosk, veiligheid, parkeren
* 23 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3426 VV en BRE 21/3427 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, afwijking bouwvergunning, schuilschuur, bevoegdheid
* 20 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 20/2684): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, woning, provinciaal omgevingsplan
* 18 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 20/2734): Awb Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, pinkiosk, veiligheid, parkeren
* 18 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3202 VV): Awb, Msw; vovo, voornemen tot opleggen boete, overtreding Msw, geen Awb-besluit
* 17 augustus 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/245): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakterras, ruimtelijke kwaliteit, privacy, privaatrechtelijke belemmering
* 17 augustus 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/5749): Awb; invordering dwangsom, funderingsherstel, geen bijzondere omstandigheid
* 17 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/2765): Awb, Wabo; handhaving, illegale (recreatieve) bewoning van pand, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, overlast geen structureel probleem
* 13 augustus 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3472 HOREC VV): Awb, Gmw; vovo, intrekking terrasvergunning, APV, belangenafweging
* 30 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/585): Awb, Mbw; mijnbouwschade, betonrot, sterkte trillingen
* 16 juli 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/563): Awb, Mbw; mijnbouwschade, toegepaste korting ‘nieuw voor oud’
* 21 juni 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1092): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en brandveilig gebruiken, containerhotel, welstand, parkeren
* 27 mei 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1334): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 25 maart 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1432 en AMS 21/1015): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en veranderen monument, strijd met bpl, welstand, binnenterrein/vergunningplicht, motivering
* 27 januari 2021 (Rb Den Haag SGR 20/149): Awb, Gmw; terrasvergunning, APV, beperkte toets, geen koppeling met exploitatievergunning
* 19 januari 2021 (Rb Limburg ROE 19/2114): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, erfafscheiding, openbaar toegankelijk gebied, hoogte erfafscheiding, vergunningplicht
* 11 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/528): Awb, DHW, Gmw; DHW- en  exploitatievergunning, café, voorschriften, strafbaar feit/gevaar
* 4 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3628, 20/3629 en 20/3643): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, zorgwoningen, relatie bpl, belangenafweging
* 2 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/2515): Awb, Gmw; weigering/intrekking exploitatievergunning, afhaal- en bezorgrestaurant, horecaverordening, slecht levensgedrag, Dienstenrichtlijn, motivering, evenredigheid, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 10 november 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3471-T en UTR 20/3357): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, mantelzorgwoning, verwijzing naar eerdere ontheffing bpl niet juist, tussenuitspraak
* 8 september 2020 (Rb Noord-Holland HAA 19/5037): Awb, Wabo; handhaving, zeecontainers in achtererfgebied, omvang verzoek, geen beroepsmatige exploitatie of van bedrijfsmatige commerciële activiteiten, bevoegdheid
* 21 juli 2020 (Rb Amsterdam AMS 19/4619): Awb, Wbr; vergunning, afrit rijksweg, ontvankelijkheid
* 8 juli 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/92): Awb, Wabo; handhaving, detailhandel in elektrische fietsen, ondergeschikt bestanddeel van totale bedrijfsvoering van autobedrijf, bevoegdheid

# = betrokkenheid STAB
!  = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 29 september 2021 (ABRvS 202100771/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, belanghebbende, privaatrechtelijke belemmering,  onteigening (Rb Gelderland 19/4822)
7.1.    Bij de beoordeling van de belanghebbendheid geldt de hoofdregel dat degene die een verzoek om vergunning indient in beginsel wordt verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op het verzoek.

Dit kan anders zijn als het verzoek om het verlenen van een vergunning betrekking heeft op gronden die bij een ander in eigendom zijn of waarop een ander zakelijke rechten heeft. Als aannemelijk is gemaakt dat de voorgenomen activiteit niet kan worden verwezenlijkt omdat de rechthebbende hiervoor geen toestemming wil geven en er geen mogelijkheid bestaat om de activiteit te verwezenlijken tegen de wens van de rechthebbende in (bijvoorbeeld via onteigening of het opleggen van een gedoogplicht), dan is de verzoeker geen belanghebbende. In dat geval is het verzoek om vergunning geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2002, over het bouwen van een bouwwerk, de uitspraak van 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3048, over het vellen van een houtopstand, de uitspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:198, over een vergunning als bedoeld in de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de uitspraak van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:846, over een activiteit waarvoor een watervergunning nodig is.

7.2.    In de aangevallen uitspraak is de rechtbank er ten onrechte van uitgegaan dat de hiervoor weergegeven jurisprudentielijn toepassing mist als het gaat om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraken van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:616, en 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1369, is deze rechtspraak immers ook van toepassing op een verzoek om het verlenen van een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in afwijking van het bestemmingsplan.

* 29 september 2021 (ABRvS 202002132/1/R2): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, belanghebbende/milieugevolgen, Natura 2000/relativiteit, procesbelang (Rb Noord-Nederland 19/1416)
4.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271) is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit – zoals een bestemmingsplan of een vergunning – toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het betrokken besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

4.2.    Voor de vraag of [partij] belanghebbende is, is niet de afstand tot het Natura 2000-gebied Lauwersmeer bepalend, maar is van belang of ter plaatse van het perceel of de woning van [partij] gevolgen kunnen worden ondervonden van de uitbreiding van de melkrundveehouderij waarvoor de Wnb-vergunning is verleend (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1781, onder 18). Omdat de woning van [partij] is gelegen op een afstand van ruim 100 m van de melkrundveehouderij van de maatschap en de Wnb-vergunning uitbreiding van het bedrijf mogelijk maakt met de bouw van een nieuwe stal, is [partij] belanghebbende bij het besluit van 29 maart 2019.

Het betoog slaagt niet.
5.1.    De bepalingen in de Wnb over de beoordeling van projecten en andere handelingen die gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied, zijn daarin opgenomen ter bescherming van het behoud van de natuurwaarden in deze gebieden. Uit overweging 10.51 van de uitspraak van de Afdeling van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, volgt dat de individuele belangen van burgers bij het behoud van een goede kwaliteit van hun leefomgeving, waarvan een Natura 2000-gebied deel uitmaakt, zo verweven kunnen zijn met het algemene belang dat de Wnb beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Wnb kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.

[partij] woont op een afstand van ongeveer 500 m van het Natura 2000-gebied Lauwersmeer en in het tussenliggende gebied bevinden zich twee dijken. Gelet hierop maakt het Natura 2000-gebied geen deel uit van de woon- en leefomgeving van [partij] en bestaat er geen verwevenheid tussen de belangen van [partij] bij het behoud van een goede kwaliteit van zijn woon- en leefomgeving en de algemene belangen die de Wnb beoogt te beschermen. De stelling van [partij] dat in de directe omgeving van zijn woning vogels voorkomen die hun leefgebied hebben in het Natura 2000-gebied Lauwersmeer, maakt niet dat dit gebied deel uitmaakt van zijn leefomgeving. Het voorgaande betekent dat [partij] zich, gelet op artikel 8:69a van de Awb, niet op de normen van de Wnb kan beroepen. De rechtbank heeft niet onderkend dat het beroep van [partij] om die reden niet kan leiden tot vernietiging van het besluit van 29 maart 2019.

Het betoog slaagt.

* 24 september 2021 (ABRvS 202103030/2/R3): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl/ omgevingsvergunning voor bouwen en handelingen monument, zorgwoningen in voormalig gemeentehuis, Ladder/Bro/stedelijke ontwikkeling, parkeren
5.4.    De voorzieningenrechter stelt vast dat het bouwvlak in het nu voorliggende plan in ieder geval groter is dan in het voorgaande plan en, anders dan in het voorgaande plan, mag worden overschreden door een overbouwing. Verder maakt het nu voorliggende plan ten opzichte van het voorgaande plan hogere bebouwing mogelijk. Hoewel de exacte maatvoering niet is komen vast te staan, is het naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gelet op de toename van de bebouwingsmogelijkheden niet onwaarschijnlijk dat het plan in vergelijking met het voorgaande plan voorziet in een toename van de bestaande bebouwing met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 500 m2. Daarbij acht de voorzieningenrechter ook van belang dat in de aanvraag om de omgevingsvergunning staat dat de bruto-vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing 726 m2 is en van de nieuwe bebouwing 1.626 m2. De raad heeft geen uitsluitsel gegeven over de vraag of dit overeenkomt met wat het voorgaande plan toeliet onderscheidenlijk het nu vastgestelde plan mogelijk maakt. Daargelaten de vraag of wordt voorzien in een functiewijziging ten opzichte van het voorgaande plan, acht de voorzieningenrechter het daarom niet uitgesloten dat in de bodemprocedure zal worden geconcludeerd dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is. In dat geval bevat het plan ten onrechte geen beschrijving van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling en is het in strijd met die bepaling vastgesteld.
7.3.    In artikel 3.2.1 van de planregels is voor hoofdgebouwen op gronden met de bestemming “Centrum-2” bepaald dat de gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd, dat het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – overbouwing” mag worden overschreden door een overbouwing en dat het bouwvlak volledig mag worden bebouwd.

7.4.    Niet duidelijk is of het bouwplan aan deze planregels voldoet. De mededeling van het college op de zitting dat het bouwvlak een omvang heeft van ongeveer 700 m2 is daarvoor niet voldoende, omdat deze bewering van het college niet is onderbouwd met gegevens over de omvang van het bouwplan in relatie tot de bouwmogelijkheden waar het bestemmingsplan in voorziet. De voorzieningenrechter betrekt daarbij ook dat in de omgevingsvergunning in onderdeel C onder het kopje “Planologische toets” het volgende staat vermeld: “Naar ons oordeel is voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvraag niet in strijd is met het bestemmingsplan.” Het college lijkt zich er gelet op deze passage niet van vergewist te hebben of de aanvraag in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

* 24 september 2021 (ABRvS 202104292/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementen, cultuurhistorische waarden van beschermd dorpsgezicht
6.4.    Zoals in de toelichting bij de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht staat, betekent deze aanwijzing niet dat veranderingen niet mogelijk zijn. De Afdeling heeft ook eerder overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 18 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4277, dat de aanwijzing tot een beschermd stads- of dorpsgezicht er niet toe strekt de bestaande situatie te bevriezen. Het is echter wel van belang dat bij de verdere ontwikkeling, of noodzakelijk geachte veranderingen, aan de waarde van het geheel geen, althans zo weinig mogelijk schade wordt toegebracht.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied niet onevenredig worden aangetast door het plan. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat in het plan is voorzien in de dubbelbestemming “Waarde-Beschermd dorpsgezicht” en dat in artikel 10.3 van de planregels een vergunningvereiste is opgenomen voor handelingen op gronden waaraan die dubbelbestemming is toegekend. De omstandigheden dat, zoals op de zitting naar voren is gebracht, de groene oever plaats moet maken voor een houten beschoeiing langs het Winsumerdiep en de oude lindes langs het Winsumerdiep niet kunnen blijven staan op de bestaande locatie, doen daar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aan af. Op de zitting is door Eco Vastgoed en Tandem Ontwikkeling naar voren gebracht dat een kademuur moet worden aangelegd om de ruimtelijke structuur van de wierden, die ook zijn genoemd in de toelichting bij de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht, te behouden. Verder zal de strook tussen de nieuwe bebouwing en het Winsumerdiep een groene invulling krijgen. Daarnaast staat in de Bomeneffectanalyse, die als bijlage 5 bij de plantoelichting is gevoegd, dat de te verplaatsen lindes niet op de waardevolle bomenlijst staan en dat in de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht geen aandachtspunten zijn opgenomen voor bomen. De lindes blijven echter wel behouden voor de directe omgeving van het plangebied, omdat zij, zo staat in de plantoelichting en is op de zitting bevestigd, kunnen en ook zullen worden verplaatst naar een locatie ten westen van de nieuwe bebouwing, ook langs het Winsumerdiep.

* 24 september 2021 (HR 19/05872): BW; afvalstoffenverordening, Wm/Gmw, ongeadresseerd reclamedrukwerk, Kaderrichtlijn afvalstoffen/LAP, bevoegdheid, conclusie AG gevolgd
3.1.6   Uit het enkele feit dat een wet de bevoegdheid geeft om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen met betrekking tot een bepaald onderwerp, kan niet worden afgeleid dat deze bevoegdheid uitputtend is bedoeld en dus beoogt de verordeningsbevoegdheid van gemeenten met betrekking tot datzelfde onderwerp in te perken.

3.1.7   Uit de wetsgeschiedenis van art. 9.5.2 Wm, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.10.1 tot en met 5.10.3, blijkt dat de wetgever met deze bepaling het oog heeft gehad op productgerichte maatregelen met betrekking tot afvalstoffen respectievelijk stoffen of producten die problemen in de afvalfase opleveren. De wetsgeschiedenis biedt onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de wetgever daarmee heeft beoogd dat slechts bij AMvB regels kunnen worden gesteld die zien op preventie ten aanzien van de hoeveelheid afvalstoffen die wordt gegenereerd. In zoverre blijkt niet dat art. 9.5.2 Wm uitputtend is bedoeld en beoogt de verordeningsbevoegdheid van gemeenten met betrekking tot de preventie van afvalstoffen in te perken.

3.1.8   Uit het stelsel en de strekking van de Wet Milieubeheer volgt evenmin dat art. 17 Afvalstoffenverordening 2017 in strijd is met deze wet. Art. 21.7 Wm bepaalt dat de bevoegdheid van gemeenteraden tot het maken van verordeningen ten aanzien van het onderwerp waarin hoofdstuk 10 voorziet, gehandhaafd blijft, voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn. Aanvankelijk was de materie van de preventie van afvalstoffen geregeld in titel 10.3 Wm. Weliswaar is deze materie in een later stadium overgebracht naar art. 9.5.2 Wm, maar niet blijkt dat de wetgever daarmee heeft beoogd de regelgevende bevoegdheid van de gemeenteraden op dit punt te beperken.3 Uit de wetsgeschiedenis ten aanzien van een voorganger van art. 9.5.2 Wm blijkt voorts dat de wetgever heeft beoogd het wettelijk kader waarin de taken en bevoegdheden van de verschillende overheden zijn vervat, flexibel op te zetten, opdat de onderscheiden overheden zouden kunnen inspelen op ontwikkelingen in de beleidsvorming en wijzigingen in de afvalverwijderingsstructuur. Daarbij is opgemerkt dat tendensen in de bestaande afvalverwijdering, waaronder een grotere aandacht voor preventie, een daarop toegesneden reactie vragen van de overheden en een daarop passende inzet van instrumentarium. Hieruit volgt dat de wetgever voor de overheden op verschillende niveaus een rol zag weggelegd bij het verwezenlijken van doelstellingen van en het inspelen op tendensen in het afvalstoffenbeleid. De onderdelen 2.4 en 2.6 kunnen dus niet tot cassatie leiden.

3.1.9   Onderdeel 2.5 kan evenmin tot cassatie leiden. Afvalverwijdering behoort tot de huishouding van de gemeente. Preventie ten aanzien van het ontstaan van afval valt daarom binnen de grenzen van de in art. 149 Gem.w. neergelegde bevoegdheid om verordeningen te maken die in het belang van de gemeente nodig worden geoordeeld.

3.1.10   Uit het voorgaande volgt dat art. 17 Afvalstoffenverordening 2017 niet in strijd is met de Wet Milieubeheer. De Gemeente is dan ook bevoegd tot het invoeren van die bepaling, zowel in het geval art. 10.23 Wm daarvoor een grondslag biedt (medebewind) als indien art. 10.23 Wm daarvoor geen grondslag biedt, in welk geval de Gemeente op grond van art. 149 Gem.w. bevoegd is tot het invoeren van die bepaling (autonomie).

* 15 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/1864): Awb, Wro; planschade, overgangsbepalingen, motivering
6.3   Zoals volgt uit rechtspraak van de Afdeling van onder andere 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2420 en 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:793, dienen de mogelijkheden op grond van de overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten te worden bij een planologische vergelijking en een waardebepaling van een object. Het voorgaande geldt ongeacht of verzocht wordt om een tegemoetkoming in indirecte of directe planschade. In de uitspraak van 18 maart 2020 heeft de Afdeling overwogen dat bij inkomensschade voortgezet gebruik op basis van het overgangsrecht een deel van de schade weg kan nemen omdat nog gedurende een bepaalde tijd inkomsten kunnen worden gegenereerd op basis van het bestaande gebruik, maar dat schade in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak naar zijn aard niet kan worden voorkomen door voortzetting van het gebruik van de onroerende zaak onder het overgangsrecht. Het overgangsrecht bij een bestemmingsplan heeft betrekking op een bestaande situatie die afwijkt van de in het plan opgenomen bestemmingsregeling voor de desbetreffende gronden. De omstandigheid dat deze bestaande situatie niet past binnen deze bestemmingsregeling, betekent dat beoogd wordt om aan deze situatie een einde te maken binnen de planperiode. De overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan zijn daarmee van een andere orde dan de planregels over de toegekende bestemmingen.

Uit de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:856, volgt dat het overgangsrecht een rol speelt in de schadetaxatie wanneer dit overgangsrecht direct betrekking of invloed heeft op de schade in de vorm van een inkomensderving. Bij schade in de vorm van een waardevermindering van een onroerende zaak, zoals in dit geval is verzocht, is dit anders. Indien de aanvrager als gevolg van een planologische verandering in een nadeliger positie is komen te verkeren en ten tijde van de inwerkingtreding van de verandering ook schade in de vorm van een waardevermindering van een onroerende zaak lijdt, kan voortgezet gebruik of voortgezette exploitatie van die onroerende zaak op zichzelf niet afdoen aan die schade.

6.4   Gelet op voorgaande uitspraken is de rechtbank van oordeel dat verweerder het advies van SAOZ niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. Eiser heeft verzocht om vergoeding van schade in de vorm van waardevermindering en niet in de vorm van inkomensderving. Bij de taxatie van schade in de vorm van waardevermindering geldt dat overgangsbepalingen buiten beschouwing gelaten moeten worden, ongeacht of sprake is van directe of indirecte schade. SAOZ is bij de waardebepaling onder het nieuwe planologisch regime dan ook ten onrechte uitgegaan van voortzetting van het bestaande gebruik als bedrijfsruimte op grond van het overgangsrecht. De beroepsgrond slaagt.

* 17 augustus 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/2765): Awb, Wabo; handhaving, illegale (recreatieve) bewoning van pand, strijd met bpl, vertrouwensbeginsel, overlast geen structureel probleem
8.5   De rechtbank stelt vast dat verweerder erkent dat met [naam 1] voorafgaand aan de aankoop (10 januari 2018) van het pand gesprekken zijn gevoerd met de afdeling Omgevingsbeleid van Haarlem/Zandvoort. Verweerder stelt zich op het standpunt dat [naam 3] , juridisch adviseur Ruimtelijke Ordening, daarbij consequent heeft volgehouden jegens [naam 1] dat het pand een recreatiewoning is die ook als zodanig kan worden gebruikt. Op 11 september 2017 heeft [naam 3] een e-mail gestuurd aan Greeven makelaardij (makelaar voormalig eigenaar pand). Uit deze e-mail blijkt dat hij op 5 september 2017 heeft toegezegd ‘om de verleende bouwvergunning voor de recreatiewoning aan de [het perceel] en de toelichting behorende bij het bestemmingsplan van 2003 toe te sturen’. Voorts licht hij de procedure voor ‘het omzetten van een recreatiewoning naar een reguliere woning’ toe. In een e-mail van [naam 3] aan [naam 1] van 15 januari 2018 geeft [naam 3] het volgende aan: ‘Het bestemmingsplan spreekt van de woonbestemming, maar dan zonder bouwvlak. Dat wil zeggen, dat het perceel mag worden gebruikt als woonerf en bijbehorende voorzieningen zoals een schuur. Echter, vanwege de bouwvergunning uit 1923 voor de bouw van een zomerhuis, valt het gebouw en het gebruik van het gebouw als recreatiewoning, onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan’. In een brief van 13 februari 2018 van [naam 3] aan SAOZ geeft [naam 3] vervolgens aan dat ‘het object zal worden gebruikt ten behoeve van een woon- en recreatieve functie’. Uit het voorgaande blijkt dat [naam 3] na de aankoop van het pand heeft medegedeeld aan [naam 1] en SAOZ dat sprake is van een recreatiewoning en het gebruik van het pand als recreatiewoning onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan valt. De rechtbank acht het daarmee aannemelijk dat ook voorafgaand aan de aankoop van het pand is toegezegd aan [naam 1] dat het pand een recreatiewoning is die ook als zodanig kan worden gebruikt, zoals verweerder stelt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat sprake is van concrete toezeggingen jegens [naam 1] , waarbij is toegezegd dat sprake is van een recreatiewoning. [naam 1] heeft hieraan de verwachting kunnen ontlenen dat het pand gebruikt mag worden ten behoeve van recreatieve verhuur. De rechtbank is voorts van oordeel dat de toezeggingen en uitlatingen gedaan door [naam 3] vanuit zijn functie als juridisch adviseur Ruimtelijke Ordening kunnen worden toegerekend aan het bevoegde bestuursorgaan. [naam 1] mocht op goede gronden veronderstellen dat de toezeggingen en uitlatingen van [naam 3] de opvatting van verweerder vertolkte. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan stap één en twee, als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, is voldaan.
8.6   Voor wat betreft de derde stap is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid het belang van [naam 1] om het pand als recreatiewoning te kunnen gebruiken zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het algemeen en eisers belang dat met handhaving is gediend. Daarbij overweegt de rechtbank het volgende.
……………………………………………….
8.6.4   De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van structurele en of frequente overlast voor eiser door de recreatieve verhuur van het pand. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser de enige omwonende is die meldingen heeft gemaakt van overlast. In de melding openbare ruimte van 30 april 2019 heeft eiser slechts in algemene zin geformuleerd dat hij overlast en (brand)gevaar als gevolg van de toeristische verhuur ondervindt. Ter zitting heeft eiser aangegeven dat er ook mensen in de recreatiewoning verblijven waar hij geen overlast van heeft. Hij maakt alleen een melding als sprake is van overlast en dit het melden waard is. De rechtbank leidt daaruit af dat de overlast niet een structureel probleem is. Uit het dossier blijkt niet dat sprake is van zodanige (frequente) overlast dat aan de belangen van eiser een zwaarder gewicht moet worden toegekend.

  1. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan handhavend optreden onevenredig in verhouding staat tot de daarmee te dienen belangen, zodat verweerder van het opleggen van een last heeft kunnen afzien.Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
    Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

    De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

    Rb Zeeland-West-Brabant 17 maart 2021 muziekgeluid afkomstig van één bepaalde horeca-inrichting, omdat dit duidelijk herkenbaar en hoorbaar was door de meting die de Omgevingsdienst verrichtte.

ABRvS 1 september 2021 Omgevingsvergunning biomassacentrale, te verbranden houtsnippers zijn geen afvalstof in de zin van de Wm, categorie 18.4 van onderdeel C besluit m.e.r. niet van toepassing.

ABRvS 8 september 2021 Bestemmingsplan, Toepassing van het beleid van het toenmalige ministerie van VROM bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen.