Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 6 oktober 2021 (ABRvS 201901690/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen supermarkt, parkeren, parkeernormen, CROW, relativiteitsbeginsel, toetsing aan bestemmingsplan, zie ook ABRvS 201902207/1/R2 (Rb Oost-Brabant 18/2041)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 201902207/​1/​R2): Awb, Wro; bpl herziening supermarkten en parkeren, uitsluiting supermarkten, gemeentelijk beleid, Dienstenrichtlijn, planschaderisicoanalyse, finale geschilbeslechting
* 6 oktober 2021 (ABRvS 201905560/1/A3): Awb, Wm, Wob; openbaarmaking werkprogramma Vermilion, ombouw gasput tot waterinjectieput, begrip milieu-informatie
* 6 oktober 2021 (ABRvS 201906818/​2/​R3): Awb, Wro; bpl, parkeerplaats bij supermarkt, lichthinder, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 6 oktober 2021 (ABRvS 201907503/1/R2): Awb, Wro, Wnb; bpl, 20 woningen, verkeer, stedenbouwkundige opzet, verlies bestaand groen, relativiteitsbeginsel, ladder voor duurzame verstedelijking, provinciale verordening, ecologisch onderzoek, watertoets, belangenafweging
* 6 oktober 2021 (ABRvS 201909272/​1/​R3): Awb, Wro; bpl, schrappen bouwmogelijkheden, vertrouwensbeginsel
* 6 oktober 2021 (ABRvS202001058/​1/​R1 en 202001777/​1/​R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege voor afwijken van bestemmingsplan, horeca, gemeentelijk beleid, Dienstenrichtlijn (Rb Amsterdam 19/195)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202001065/​1/​R4): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, afwijken bestemmingsplan, paardenstal, geen concreet zich op legalisatie, begunstigingstermijn
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202002475/​1/​R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, splitsing woning, kamerverhuur, vergunning van rechtswege (Rb Oost‑Brabant 19/1393)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202002501/1/A3): Awb, Huisvestingswet; boete, onttrekken woonruimte, Huisvestingsverordening, bewoning, inschrijving in Brp, overtreder (Rb Amsterdam 19/2990)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202002606/​1/​R3): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, weigering ontheffing Omgevingsverordening Zuid-Holland, winkel voor dierbenodigdheden, concurrentiebelang, relativiteit, volumineuze goederen, Dienstenrichtlijn, brancheringsregeling (Rb Den Haag18/7060)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202003042/​1/​R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning tweede fase voor afwijken bestemmingsplan, vleeskuikenstal, bestaande intensieve veehouderij, exceptieve toetsing bestemmingsregeling, Dienstenrichtlijn, eigendomsrecht (Rb Overijssel 18/1964)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202003093/​1/​R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, rijhal met paardenstal, geen rechtstreeks beroep, niet-ontvankelijk, besluit na eerdere uitspraak ABRvS
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202004615/​1/​R2): Awb, Wro; bpl, herinrichting Kwistbeek, voorkomen wateroverlast, dubbelbestemming “Waarde Beekdal en natuur”, waardevermindering
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202005211/1/A3): Awb, Opiumwet; sluiting pand voor zes maanden, noodzakelijkheid, evenredigheid, verwijtbaarheid, bijzondere omstandigheden, beleidsregel, 4:84 Awb (Rb Rotterdam 19/2414)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202005313/​1/​R4): Awb, Wm; maatwerkvoorschriften supermarkt, verlichtingssterkte, rechtszekerheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/2710)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202005417/​1/​A3): Awb, Wnb; intrekking jachtakte, Circulaire wapens en munitie, rijden onder invloed, ruimte om af te wijken, waarschuwing (Rb Limburg 20/423)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202006311/​1/​R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, airco-units, afwijkingsbevoegdheid in bestemmingsplan, aantasting daklandschap (Rb Amsterdam 19/877, 19/3250 en 20/1718)  
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202006521/​1/​R2): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, loods bij bloemenhandel, gebruik als bar aannemelijk (Rb Limburg 19/1681)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202006962/​1/​R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, woning met berging en carport, exploitatie jachthaven (Rb Amsterdam 20/5375 en 20/5495)
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202100301/​1/​R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, paardenstal, paddock, twee paarden, woonbestemming, concrete kenmerken van het perceel, besluit na eerdere uitspraak ABRvS
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202100637/1/R3): Awb, Chw, Wro; inpassingsplan provincie, verbetering wegprofiel, wijzigingsbevoegdheid, verplaatsing bedrijfsopstallen, geluid, trillingen, luchtkwaliteit, uitzivht, voorwaardelijke verplichting houtsingels
* 6 oktober 2021 (ABRvS 202102819/1/R4): Awb, Wro; bpl, patiowoningen en appartementencomplex, verplaatsing tankstation, bouwvolume
* 5 oktober 2021 (ABRvS 202104888/2/R1): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, zorginstelling op landgoed, extra woningbouw als kostendrager, aantasting natuurwaarden en monumentale waarden, woon- en leefklimaat, stikstof, archeologie, relativiteitsbeginsel, watertoets, parkeren
* 4 oktober 2021 (ABRvS 202105095/2/R4): Awb, Wro; vovo, uitwerkings- en wijzigingsplan, feitelijke inrichting, parkeerplaatsen en groenvoorziening
* 1 oktober 2021 (Rb Overijssel ak_20_2099 en ak_20_2132 en ak_20_2133): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik bedrijfspanden voor bewoning, overgangsrecht, vertrouwensbeginsel
* 1 oktober 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/596): Awb, Wet Dieren; boete, lijnzaad, gehalte blauwzuur
* 1 oktober 2021 (Rb Gelderland AWB – 21_4084): Awb, Wro; vovo, handhaving, last onder dwangsom, huisvesting arbeidsmigranten, strijd met bpl, legalisatie, overgangsrecht
* 1 oktober 2021 (Gerechtshof Den-Bosch 20/00444): Awb, Wet WOZ; recreatieterrein, in hoofdzaak tot woning dienen, 75% WOZ-waarde
* 30 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2446): Awb, Wet Dieren; boete, slachterij, vangletsel
Zie ook Rb Rotterdam ROT 20/1581, ROT 20/2444, ROT 20/2582, ROT 20/2583 en ROT 20/2586
* 30 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3950): Awb; vovo, mondelinge usp, Tijdelijke regeling covid-19, sluiting restaurant, weigering controle corona-toegangsbewijs, exceptieve toetsing, beperking grondrechten, gerechtvaardigd onderscheid, proportionaliteit, redelijke afweging
* 30 september 2021 (Rb Gelderland ARN 21/4345): Awb, Gemeentewet; vovo, bevel sluiting, ingetrokken

* 29 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/37): Awb, Wet Dieren; boete, Transportverordening, ontsteking achterpoot, verantwoordelijkheid vervoerder
* 29 september 2021 (ABRvS 202105628/2/R1): Awb, Belemmeringenwet Privaatrecht; vovo, gedoogplicht aanleg en instandhouding hoogspanningsverbinding, huidige gebruik niet grotendeels onmogelijk
* 29 september 2021 (ABRvS 202105274/2/R1): Awb, Wm; vovo, plaatsing GFE-container, nabij ORAC, 1,5 m van slaap- of woonkamerraam, alternatieve locaties
* 29 september 2021 (ABRvS 202105246/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, ladder voor duurzame verstedelijking, parkeerbehoefte
* 29 september 2021 (ABRvS 202102464/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, structuurvisie, woon- en leefklimaat
* 29 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/4144): Awb; vovo, apv, exploitatievergunning, herhaald verzoek
* 29 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/4145): Awb; vovo, apv, heropening hotel voor onderhoud
* 29 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3684): Awb; vovo, vaststellen RES, referendabel
* 28 september 2021 (Rb Overijssel 8998012 \ EJ VERZ 21-43): BW; Overijsselse Overlegrechter, burengeschil, geluidsoverlast, leefgeluiden
# 28 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/907 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, terras, geluidsoverlast, omgevingstype, gemengd gebied, bezettingsgraad
* 28 september 2021 (Rb Limburg ROE 21/2059, ROE 21/2058, ROE 21/2266 en ROE 21/2265): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, 24 woningen en 2 appartementengebouwen, vovo, nieuw bestemmingsplan
* 28 september 2021 (Rb Noord-Holland 20/6331): Awb; verzoek overdracht deel van vergunning voor aal- en schubvisserij, exceptieve toets, Uitvoeringsregeling visserij buiten toepassing
* 28 september 2021 (Gerechtshof Den Haag 200.278.672/01): BW; civiel recht, vordering verwijdering woonark uit openbaar vaarwater, misbruik privaatrechtelijke bevoegdheid, doorkruising
* 27 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_476): Awb, Wnb; ontheffing afschot vos, noodzaak
* 24 september 2021 (Rb Oost-Brabant 20/3418): Awb; Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderijen 2005, intrekking en terugvordering subsidie
* 24 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2353, LEE 21/2354 en LEE 21/2355): Awb, Wnb; vovo, weigering jachtakte, nieuwe aanvraag, e-screener
* 23 september 2021 (Rb Limburg ROE 21/1901 en 21/1960): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning fase 2 voor afwijken bestemmingsplan, varkenshouderij met mestverwerking, regionale mest
* 22 september 2021 (Rb Gelderland C/05/376152 / HA ZA 20-510): BW; civiel recht, Tata Steel, vergoeding schade vanwege stroomonderbreking, exoneratie, gebonden aan oordeel CBB in bestuursrechtelijke procedure
* 22 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2801): Awb, Wet Dieren; boete, pluimveeslachthuis, vangletsel, bevindingen toezichthouder, bloedingen
* 22 september 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/1376): Awb; Arbobesluit, boete, hijsen betonnen trap, letsel werknemer, verwijtbaarheid, evenredigheid, beleidsregel
* 22 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2483): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, aanlegsteigers, afweging Wnb
* 21 september 2021 (Rb Gelderland AWB 19/616): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning, beperking feitelijke bedrijfsvoering
* 20 september 2021 (Rb Oost-Brabant 20/1376): Awb; bouwleges, legesverordening, 16% bouwkosten
* 17 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 19 _ 7561): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, weigering, dakopbouw, welstand
* 17 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 19 _ 7236): Awb, Wabo; omgevingsvergunning aanbouw, weigering, overgangsrecht
* 17 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 19 _ 8099): Awb, Wabo; aanvraag buiten behandeling, keuze tussen twee bouwlannen
* 16 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 19 _ 4266): Awb; apv, verzoek om handhaving, parkeerbeugels zonder verkeersbesluit, openbare weg
* 12 augustus 2021 (Rb Oost-Brabant 21/358): Awb, Wro; planschade, vertrouwensbeginsel, uitlating wethouder

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 6 oktober 2021 (ABRvS 201905560/1/A3): Awb, Wm, Wob; openbaarmaking werkprogramma Vermilion, ombouw gasput tot waterinjectieput, begrip milieu‑informatie

8.1.    De definitie van het begrip milieu-informatie staat in artikel 19.1a, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Deze definitie is ontleend aan artikel 2 van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB 2003, L 41). Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het begrip milieu-informatie een ruime betekenis heeft (zie de uitspraak van de Afdeling van 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2709). Het gaat in deze zaak specifiek om onderdeel c van artikel 19.1a, eerste lid, van de Wet milieubeheer. In dat onderdeel gaat het over informatie over “maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen”. In deze zaak gaat het met name om het element ‘bodem’. De vraag is dus specifiek of het werkprogramma informatie bevat over maatregelen of activiteiten:

– die een uitwerking hebben of kunnen hebben op de bodem,

– die een uitwerking hebben of kunnen hebben op het vrijkomen van stoffen in het milieu waardoor de bodem wordt aangetast of waarschijnlijk wordt aangetast of

– ter bescherming van de bodem.

8.2.    In het geciteerde onderdeel c van artikel 19.1a, eerste lid, staan voorbeelden van maatregelen: beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s en milieuakkoorden. Daarbij kan worden gedacht aan maatregelen die door de overheid zijn vastgesteld. Bij wetgeving is dat bijvoorbeeld altijd het geval. Mede gezien de ruime betekenis die het begrip milieu-informatie volgens rechtspraak van het Hof heeft, is de betekenis van het begrip maatregelen echter niet beperkt tot maatregelen die door de overheid zijn vastgesteld. Ook maatregelen die door bedrijven worden genomen, kunnen onder het bereik van deze bepaling vallen. Naast maatregelen vallen ook activiteiten onder het geciteerde onderdeel. Het begrip activiteiten is evenmin beperkt, in die zin dat het alleen zou gaan om activiteiten van de overheid. Voor toepassing van de Wob is vanzelfsprekend wel vereist dat de informatie bij een bestuursorgaan berust. In dit geval gaat het om een werkprogramma dat aan de inspecteur-generaal is verstrekt zodat hij toezicht kan houden op de naleving van de mijnbouwregelgeving, die onder meer de bescherming van het milieu dient.

8.4.    Vermilion stelt op zichzelf terecht dat per zelfstandig onderdeel van het werkprogramma moet worden beoordeeld of het milieu-informatie betreft. Het werkprogramma is echter een samenhangend geheel van informatie over de reparatie van de boorput, dat mede ter bescherming van de bodem is opgesteld. Enkele onderdelen van het werkprogramma, zoals de informatie over organisatie van Vermilion, bevatten op zichzelf geen heel concrete informatie over de bescherming van de bodem. Ze kunnen echter niet los worden gezien van andere onderdelen die wel zulke informatie bevatten. Nu het begrip milieu-informatie bovendien een ruime betekenis heeft, heeft de rechtbank terecht het gehele werkprogramma als milieu-informatie aangemerkt.

* 6 oktober 2021 (ABRvS202001058/1/R1 en 202001777/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege voor afwijken van bestemmingsplan, horeca, gemeentelijk beleid, Dienstenrichtlijn (Rb Amsterdam 19/195)

4.2.    (…)

Uit de hiervoor weergegeven overweging uit de uitspraak van 26 februari 2020 volgt dat in een procedure zoals deze, exceptief wordt getoetst of de toepasselijke bestemmingsplanregeling in strijd is met de Dienstenrichtlijn. In deze procedure is namelijk een besluit van het college tot weigering van een omgevingsvergunning om van een vastgesteld en in werking getreden bestemmingsplan af te wijken aan de orde. Dat betekent dus dat er ook geen plaats is voor een volle toets of het bestemmingsplan aan de voorwaarden van artikel 15 van de Dienstenrichtlijn voldoet. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2864, heeft overwogen strekt de mogelijkheid om in een procedure die is gericht tegen een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning, de gelding van de toepasselijke bestemmingsplanregeling aan de orde te stellen, niet zover dat deze regeling aan dezelfde toetsingsmaatstaf wordt onderworpen als de toetsingsmaatstaf die wordt gehanteerd in het kader van de beoordeling van beroepen tegen een vastgesteld bestemmingsplan. In een procedure als deze waarin wordt aangevoerd dat de bestemmingsregeling in strijd is met een hogere regeling, moet de bestemmingsregeling slechts onverbindend worden geacht of buiten toepassing worden gelaten, als de bestemmingsregeling evident in strijd is met de hogere regeling. Voor evidentie is onder meer vereist dat de hogere regelgeving zodanig concreet is dat deze zich voor toetsing daaraan bij wijze van exceptie leent. De Afdeling heeft in dit verband verwezen naar de uitspraak van 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:520, waarin is verwezen naar vaste rechtspraak van de Afdeling over de exceptieve toets.

In die uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2020 is verder overwogen dat het evidentiecriterium in dit geval inhoudt dat alleen indien sprake is van evidente strijd met de Dienstenrichtlijn een planregel onverbindend wordt verklaard of buiten toepassing wordt gelaten. Een planregel is alleen evident in strijd met hoger recht als de rechter zonder nader onderzoek kan vaststellen dat zich strijd met de hogere rechtsnorm voordoet. Dit is bijvoorbeeld het geval als iedere motivering ontbreekt. Indien beargumenteerd strijd met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn wordt aangevoerd en een motivering dat aan de in dat artikellid genoemde vereisten is voldaan ontbreekt, kan desondanks geen evidente strijd met de Dienstenrichtlijn worden aangenomen als het college (alsnog) een onderbouwing geeft dat aan de vereisten van artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn is voldaan.

4.3.    Uit wat onder 4.2 is overwogen volgt dat de rechtbank in overweging 27 van de aangevallen uitspraak niet van de juiste toetsingsmaatstaf is uitgegaan. De rechtbank heeft ten onrechte een volle toets toegepast en heeft ten onrechte geoordeeld dat het college met betrekking tot het beroep op artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn een motivering had moeten geven die was toegespitst op dit specifieke geval.

5.2.    (…)

Bij de beantwoording van de vraag of een eis noodzakelijk is in de zin van artikel 15, derde lid, onder b, van de Dienstenrichtlijn, moet worden bezien of deze eis gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang. Uit artikel 4, aanhef en onder 8, van de Dienstenrichtlijn volgt dat hiervan sprake kan zijn als een eis wordt gesteld met het oog op de bescherming van het stedelijk milieu (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) van 30 januari 2018, Visser Vastgoed, ECLI:EU:C:2018:44, punt 134 en 135). Naar het oordeel van de Afdeling is aan deze voorwaarde voldaan, gelet op de motivering van het college ter zake. Het college tracht door het beperken van horeca mono-functionaliteit en aantasting van het woon- en leefklimaat door overlast te voorkomen.

Het college heeft verder met het in beroep gegeven verweer voldoende gemotiveerd dat de regeling met betrekking tot het toestaan van horeca geschikt is om de nagestreefde doelen te bereiken, niet verder gaat dan nodig is, en dat deze maatregel nodig is om mono-functionaliteit en overlast voor omwonenden tegen te gaan. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 december 2020 in dit verband ook verwezen naar vaste rechtspraak van het Hof dat een maatregel al voor de evenredigheidstoets slaagt, indien hij kan bijdragen aan de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling en dat deze niet noodzakelijkerwijs zelfstandig deze doelstelling behoeft te kunnen verwezenlijken, en de uitspraak van de Afdeling ter zake van 18 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4196.

Uit het voorgaande volgt dat er geen grond is voor het oordeel dat artikel 13.1 van de planregels evident in strijd is met artikel 15, derde lid, onder b en c, van de Dienstenrichtlijn.

* 30 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3950): Awb; vovo, mondelinge usp, Tijdelijke regeling covid-19, sluiting restaurant, weigering controle corona-toegangsbewijs, exceptieve toetsing, beperking grondrechten, gerechtvaardigd onderscheid, proportionaliteit, redelijke afweging
Exceptieve toetsing

  1. De regeling die restaurants verplicht om bezoekers te controleren op een coronatoegangsbewijs staat in artikel 4.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De burgemeester heeft haar besluit op de overtreding van die bepaling gebaseerd. In de procedure tegen zo’n besluit kan dan aan de rechter worden gevraagd om te beoordelen hoe de bepaling zich verhoudt tot hogere regels. Dat heet exceptieve toetsing en dat is waar [verzoekster] ook bij de voorzieningenrechter om vraagt.
    Grondrechten en onderscheid
  2. Het is duidelijk dat het coronatoegangsbewijs grondrechten beperkt, wat [verzoekster] als vaccinatiedwang ervaart. In de toelichting bij de Tijdelijke regeling wordt gewezen op de persoonlijke levenssfeer, het recht van vergadering, de bewegingsvrijheid, het eigendomsrecht, de lichamelijke integriteit en de privacy. [verzoekster] wijst daarnaast ook op het recht op vrij ondernemerschap. Dat deze inperking plaatsvindt is dus op zichzelf geen punt van discussie.
  3. Discriminatie is het maken van verboden onderscheid. Dát onderscheid wordt gemaakt vindt de voorzieningenrechter ook voldoende duidelijk. In de eerste plaats gaat het om het onderscheid tussen – onder andere – restaurants enerzijds, en andere bedrijven en instellingen, zoals supermarkten en warenhuizen, anderzijds. Daarnaast wijst [verzoekster] op het onderscheid tussen bezoekers aan een restaurant die gevaccineerd zijn enerzijds, en bezoekers die dat niet zijn anderzijds. Ook hier ziet de voorzieningenrechter een onderscheid, want hoewel ook niet-gevaccineerden nog naar een restaurant kunnen, worden zij wel met de beperkingen van een test geconfronteerd. [verzoekster] voert aan dat van haar niet gevraagd kan worden om haar gasten te discrimineren.
    Is de maatregel redelijk?
  4. De afweging die de minister heeft gemaakt is terug te vinden in de toelichting bij de wijziging van de Tijdelijke regeling. Die heeft de voorzieningenrechter gelezen. Uit diverse passages daarin blijkt dat de minister een afweging heeft gemaakt waarbij hij de voordelen van het laten vervallen van de anderhalvemeter-regel heeft laten opwegen tegen het verplichten van coronatoegangsbewijzen in onder meer de horeca. Daarbij is onder ogen gezien dat die verplichting een beperking van grondrechten met zich meebrengt en dat de gelijke behandeling in het geding is. De afweging die is gemaakt komt er kort gezegd op neer dat het wenselijk is om de anderhalvemeter voor iedereen, ook voor restaurants, te laten vervallen, maar dat dat alleen op een veilige manier kan als in risicovolle settings op tijdelijke basis het coronatoegangsbewijs wordt ingevoerd.
  5. [verzoekster] stelt hierbij wel terechte vragen. In haar restaurant wordt namelijk nog steeds vastgehouden aan de anderhalve meter. De voorzieningenrechter twijfelt er niet aan dat het inderdaad zo is dat de situatie binnen hetzelfde is als vorige week. [verzoekster] zegt: wij zijn niet de risicovolle setting zoals die in de toelichting bij de regeling genoemd wordt. De minister heeft die situatie ook onderkend. In de toelichting staat daarover dat er verschillen voorstelbaar zijn. Als de tafels in een café verder uit elkaar staan zal het risico kleiner zijn. In de meeste gevallen ziet de minister echter wel die risicovolle setting, en hij heeft de voorkeur uitgesproken voor een eenduidige norm.
  6. Bij deze voorlopige toets op hoofdlijnen oordeelt de voorzieningenrechter dat de minister een redelijke afweging heeft gemaakt. Er is bewust voor gekozen om van onder andere restaurants nu te vragen het coronatoegangsbewijs te checken, om zo in de hele samenleving de anderhalve meter te kunnen laten vervallen. Het coronatoegangsbewijs is bovendien een tijdelijke maatregel. Er is ingezien dat dat iets vraagt van restaurants en hun gasten. En je kunt hierover discussiëren. Maar op basis van wat [verzoekster] aanvoert kan niet worden gezegd dat de grens van de redelijkheid is overschreden. Dat geldt ook voor het niet maken van onderscheid tussen restaurants die wél, en restaurants die níet de anderhalve meter blijven hanteren. De minister heeft de wens van eenduidig beleid en van het vervallen van de regel van anderhalve meter voor kunnen laten gaan. De conclusie is dat het coronatoegangsbewijs inderdaad leidt tot onderscheid tussen restaurants en andere bedrijven en instellingen. Er is daarnaast sprake van het inperken van diverse grondrechten. Dit is echter gerechtvaardigd met het oog op het beheersen van de coronapandemie en het coronatoegangsbewijs is een proportioneel middel om dat doel te bereiken.# 28 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/907 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, terras, geluidsoverlast, omgevingstype, gemengd gebied, bezettingsgraad
    9. De rechtbank heeft in de verschillende uitgangspunten en conclusies van de deskundigen aanleiding gezien om de StAB om advies te vragen.

Concreet heeft de rechtbank de StAB gevraagd om advies voor wat betreft de volgende uitgangspunten:

* omgevingstype (‘rustige woonwijk’ (OMWB) of ‘gemengd gebied’ ( [naam adviesbureau] ));

* bezettingsgraad terras (volledige bezetting tijdens openingstijden met 14 personen en van met verheven stem sprekende personen (worstcasescenario), waarbij ervan is uitgegaan dat iedere persoon gedurende 50% van de tijd aan het woord is (OMWB), of spreken met normale stem waarbij het onlogisch is om van een 100% bezettingsgraad (14 hotelgasten) uit te gaan ( [naam adviesbureau] )).

9.1.         De StAB heeft met betrekking tot het uitgangspunt ‘omgevingstype’ geconcludeerd dat het perceel [adres] in het omgevingstype ‘gemengd gebied’ ligt, waarbij een etmaalwaarde van 50 dB(A) hoort.

De StAB heeft zich ervan vergewist dat het bestuursorgaan, bij de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, een zekere beleidsruimte heeft en dat het college in dit geval heeft aangesloten bij de richtwaarden uit de VNG-brochure. Uitgaande van de omschrijvingen ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’ in de VNG-brochure, sluit het gebied van en rond de [adres] in de optiek van de StAB aan bij het type ‘gemengd gebied’, waarin sprake is van een matige tot sterke functiemenging. Ten aanzien van de overweging van de OMWB, dat de bestaande situatie in de achtertuinen rustig te noemen is, merkt de StAB op dat dit niet ongebruikelijk hoeft te zijn in gemengd gebied. Het komt volgens de StAB vaker voor dat het achtererfgebied rustiger is dan het gebied aan de voorzijde. Dat maakt volgens de StAB niet dat er aan de achterzijde sprake is van een ander gebiedstype. Daarbij heeft de StAB tevens opgemerkt dat bij toetsing aan het type gebied het bestaande geluidsniveau niet relevant is. Het gaat erom wat aanvaardbaar geacht kan worden in een bepaalde type gebied.

De StAB heeft uit de toelichting van het college afgeleid dat het de bestaande situatie en het behoud daarvan in dit geval wel van belang acht, dat het college hierover toezeggingen heeft gedaan aan omwonenden en dat dit ook verankerd is in het bestemmingsplan ‘ [bestemmingsplan] ’. De StAB heeft opgemerkt dat de gemeente Moerdijk geen gemeentelijk geluidbeleid voor vergunningverlening heeft. Wel is een lijn over het hebben van terrassen op achtererven bij horeca in het bestemmingsplan neergelegd. Omdat de gemeente de gevolgen voor het woon- en leefklimaat als gevolg van de realisatie van terrassen op achtererven niet bij voorbaat en in zijn algemeenheid kan beoordelen, is het realiseren van (horeca)terrassen op achtererven in het geldende bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. Alleen de reeds bestaande terrassen zijn toegestaan. Welke terrassen dit precies zijn, volgt uit een kaart die als bijlage bij de planregels is gevoegd. De StAB heeft vastgesteld dat het achtererf van [naam B.V.] niet daarop is vermeld.

* 12 augustus 2021 (Rb Oost-Brabant 21/358): Awb, Wro; planschade, vertrouwensbeginsel, uitlating wethouder
3.1 Eiser heeft tijdens de procedure aangevoerd dat hem door de toenmalige wethouder is toegezegd dat hij in aanmerking komt voor een uitkering van een bedrag aan planschade. Volgens eiser heeft verweerder de toezegging van de toenmalige wethouder resoluut afgewezen, zonder hem te informeren of er navraag is gedaan naar de toezegging van de toenmalige wethouder. Eiser is van mening dat verweerder de voormalige wethouder hierover had moeten horen.

Tijdens het gesprek met eiser heeft de voormalige wethouder volgens eiser gezegd:

“Dit plan kun je niet tegenhouden, niemand wil een AZC in zijn achtertuin, maar ergens moet het komen. Maar u komt in aanmerking voor planschade, dat zal in dit geval een aanzienlijk bedrag zijn. De hoogte van het bedrag maakt de gemeente verder ook niet uit, een dergelijke vergoeding wordt door het COA vergoed. Dat is het enige wat we voor u kunnen doen.”

Eiser heeft zich bereid verklaard om deze verklaring onder ede te bevestigen, wat volgens hem de voormalige wethouder ook zou kunnen doen.

3.3 De rechtbank heeft, gelet op de gedetailleerdheid van eisers beroep op het vertrouwensbeginsel en omdat uit het dossier niet bleek dat verweerder de voormalige wethouder naar de door hem afgelegde verklaring had gevraagd, deze voormalige wethouder bij brief van 2 juli 2021 opgeroepen om ter zitting als getuige te verschijnen.

Uit het bepaalde in artikel 8:60, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat een opgeroepen getuige verplicht is aan de oproeping gevolg te geven. Bij e-mailbericht van 26 juli 2021 heeft de voormalige wethouder de rechtbank echter medegedeeld niet in de gelegenheid te zijn om persoonlijk ter zitting te verschijnen. In het bericht heeft hij aangegeven dat hij nooit toezeggingen zal doen of heeft gedaan over het toekennen van planschade of over de hoogte van eventuele vergoedingen. Een toezegging over het daadwerkelijk toekennen van planschade en/of hoogte van bedragen is, aldus de voormalige wethouder, niet aan hem.
3.9 (…) Omdat de voor de zitting opgeroepen wethouder niet is verschenen, zijn eisers stellingen over de verklaring niet weersproken door de persoon die de uitlating heeft gedaan. Het feit dat de voormalige wethouder in zijn e-mailbericht van 26 juli 2021 heeft verklaard dat door hem geen toezeggingen inzake planschade zijn gedaan, kunnen een verklaring onder ede of belofte ten overstaan van de rechtbank niet vervangen.

3.10 Vanwege het niet verschijnen van de opgeroepen getuige, kan de rechtbank aan eisers verklaring over de uitlating doorslaggevende betekenis toekennen, als voldoende aannemelijk is dat die uitlating de door eiser bedoelde betekenis heeft gehad.

(…) De rechtbank is, gelet op wat partijen over een weer hebben verklaard, van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de voormalige wethouder de uitlating heeft gedaan, zoals deze door eiser is vastgelegd. Als onvoldoende weersproken staat daarmee bovendien vast dat de voormalige wethouder heeft verklaard dat eiser in aanmerking komt voor een planschadetegemoetkoming en de gevolgen hiervan voor rekening van verweerder komen.