Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 13 oktober 2021 (ABRvS 202002564/​1/​A3): Awb, Wabo; APV, horecaexploitatievergunning, omgevingsvergunning voor afwijken beheersverordening, restaurant, voorwaarde, gebruik verdieping (Rb Oost-Brabant 19/1098)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202003210/​1/​A3): Awb, Arbeidsomstandighedenwet; Arbeidsomstandighedenbesluit, boete, arbeidsongeval, wegslepen boom, onveilige werkwijze, Risico-Inventarisatie en Evaluatie, matiging boete (Rb Noord-Holland 19/2943)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202003218/1/R3): Awb, Wro; bpl, parapluherziening, kamerbewoning, woningsplitsing, EVRM, Wet basisregistratie personen, ontvankelijkheid, vertrouwensbeginsel, gemeentelijke woonbeleid, verbod op discriminatie
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202003980/​1/​R2): Awb, Wabo; verzoek handhaving, last onder dwangsom, invordering, uitvoering last onder bestuursdwang, verschillende verzoeken, termijnen (Rb Oost­Brabant 20/311)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202003993/1/R4): Awb, Wro; bpl, appartementencomplex, draagvlak, woon- en leefklimaat, verkeer
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202004213/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, dakterras (Rb Zeeland­West­Brabant 19/6178)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202004581/​1/​R3) Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, splitsen woning, parkeerbehoefte, garageboxen (Rb Den Haag 19/3539)
# 13 oktober 2021 (ABRvS 202004635/1/R1): Awb; Besluit bodemkwaliteit, verzoek om handhaving, verondiepen met granuliet, kwalibo-regelgeving, productcertificaat, belang gemeente, grond of bouwstof, nuttige toepassing, ontwikkelen natuurwaarden, wijzigingsrichtlijn Kaderrichtlijn afvalstoffen, richtlijnconforme interpretatie, polyacrylamide, acrylamide, overtreding, zorgplicht, milieuhygiënische kwaliteit
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202004733/1/A3): Awb, Huisvestingswet; boete, last onder bestuursdwang, huurder, onttrekken woonruimte, bed & breakfast, hoofdverblijf, meer dan vier gasten (Rb Amsterdam 19/3453 en 19/3458)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202004797/​1/​A3): Awb, Huisvestingswet; boete, eigenaar, onttrekken woonruimte, bed & breakfast, hoofdverblijf huurder, meer dan vier gasten, bestemming tot bewoning overheersend, overtreder, matiging, financiële draagkracht, zelf in de zaak voorzien (Rb Amsterdam 19/3995)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005032/​1/​R4): Awb; gespreksverslag, publiekrechtelijke rechtshandeling, besluit (Rb Gelderland19/6658)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005056/​1/​R3): Awb, Wro; bpl, vergroting bouwvlak melkveebedrijf, noodzaak, advies Agrarische Beoordelingscommissie, beperking mogelijkheden, concreet verzoek, landschappelijke inpassing, noodzaak voorwaardelijke verplichting
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005477/​1/​R1): Awb, Wm; plaatsing ORAC
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005601/​1/​R1): Awb, Wm; plaatsing ORAC
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005802/​1/​R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, gezondheidscentrum, beroep huisarts, relativiteitsvereiste, relevante leegstand, verkeer (Rb Gelderland 19/6397)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202006472/​1/​A2): Awb; verzoek om schadevergoeding, bestuursdwang, slopen woonschip, parate executie, 5:30 Awb, feitelijk handelen (Rb Noord‑Holland 20/1308)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202006492/​1/​R1): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik in strijd met bestemmingsplan, fastfoodrestaurant, overgangsrecht (Rb Amsterdam 20/2249)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202100062/​1/​R1): Awb, Wm; inzamellocatie afval, alternatieven
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202100494/​1/​R1): Awb, Waterwet; projectplan, dijkverbetering, alternatieven, bodemopbouw, waterhuishouding, trillinghinder, MER, m.e.r.-beoordeling (Rb Amsterdam 19/3954)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202100549/​1/​R1): Awb, Wm; plaatsing ORAC, alternatieven
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202101274/​1/​A2): Awb; verzoek om schadevergoeding, parkeren tegenover woning, bevoegdheid handhaving, mededeling niet gericht op rechtsgevolg (Rb Midden-Nederland 20/3560)
* 13 oktober 2021 (ABRvS 202103331/​1/​A2): Awb; verzoek om herziening uitspraak, planschade, feiten of omstandigheden als bedoeld in 8:119 Awb, kennelijke verschrijving
* 12 oktober 2021 (ABRvS 202005985/​3/​R2): Awb; Wro; vovo, bpl, herontwikkeling, natuurbad, eerdere uitspraak, nieuwe omstandigheden, terrasoverkapping
* 12 oktober 2021 (ABRvS 202104971/​1/​R4): Awb; vovo, EG-Verordening overbrenging afvalstoffen (EVOA), bezwaar minister, CRT-beeldbuizen, toepassing in betonproducten, ZZS, belangenafweging
* 12 oktober 2021 (CBB 20/289): Awb, Elektriciteitswet; verzoek eigen aansluiting windturbines, aansluitplicht, verschillende ondernemingen
* 12 oktober 2021 (CBB 20/447): Awb; Uitvoeringsregeling rechtstreekse betaling, randvoorwaardekorting, emissiearm verwerken van mest
* 12 oktober 2021 (HR 20/02693): WvSr; strafrecht, ontzegging toegang op grond van Woningwet, Fort Oranje, eigenaar, wederrechtelijk vertoeven
* 11 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3438): Awb, Wob; stint, futiele informatie, inhoudelijk gelijke informatie, persoonlijke beleidsopvattingen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 11 oktober 2021 (Rb Den Haag C/09/614654 / KG ZA 21/645): BW; civiel recht, kort geding, herontwikkeling winkelcentrum, aanbestedingsrecht, staatssteun
* 11 oktober 2021 (Rb Overijssel ak_21_87): Awb, Wabo; weigering kapvergunning
* 11 oktober 2021 (Rb Overijssel ak_21_100): Awb, Wnb; verzoek handhaving, soortenbescherming, belanghebbende, niet-ontvankelijk 
* 8 oktober 2021 (Rb Oost Brabant 21/1526): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, Bouwverordening, verontreinigde grond, relativiteitsvereiste
* 8 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_3190 VV): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, opslag thermisch gereinigde grond, legalisatie, beleid, begunstigingstermijn
* 7 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 20_5761): Awb, Msw; bestuurlijke boete, strafrechtelijk onderzoek, matiging, zelf in de zaak voorzien
* 6 oktober 2021 (Rb Den Haag C-09-618078-KG ZA 21-892): BW; civiel recht, coronatoegangsbewijs, wettelijke grondslag, legitiem doel, discriminatie, noodzaak
* 5 oktober 2021 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 200.275.155): BW; civiel recht, uitvoering rood voor roodregeling, inleveren agrarische gebouwen ten behoeve van uitbreiding elders, nakoming, schadevergoeding, kans op onherroepelijk bestemmingsplan
* 5 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 18/2282): Awb; Wabo; omgevingsvergunning milieu, cumulatie geurhinder, uittreesnelheid, extra vergunningvoorschrift, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 1 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_3180 VV): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, bouwen zonder omgevingsvergunning, legalisatie
* 1 oktober 2021 (Rb Noord-Holland 20/3918 en 20/3917): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid
* 1 oktober 2021 (Rb Overijssel ak_20_459): Awb; Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts, medische commissie voor Q-koortszaken, rapport behandelend specialist
* 30 september 2021 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden GEMW 200.276.293/01): boete, overtreding afvalstoffenverordening
* 30 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 21 _ 4832): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning, huisvesting statushouders en spoedzoekers, toepassing hardheidsclausule beleidsregel kruimelgevallen, sociale veiligheid, parkeren, verkeersveiligheid, brandveiligheid, relativiteit
* 29 september 2021 (Rb Limburg AWB 21/2255): Awb, Wabo; vovo, preventieve last onder dwangsom, tijdelijke bewoning woonunit
* 28 september 2021 (Rb Limburg ROE 19/3426 en 20/61): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, stal voor melkgeiten, geur, toetsingskader Wgv, geuremissiefactoren Rgv, geitenstop, gezondheidsrisico’s
* 28 september 2021 (Rb Limburg ROE 20/3489): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, stedelijke ontwikkeling, woon- en leefklimaat bedrijven, beperking gebruiksmogelijkheden
* 28 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 21 _ 5114): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, begunstigingstermijn, uitbouw, lopende geschillen, medewerking omwonende
* 28 september 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3337 en HAA 21/3338): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, mondelinge uitspraak, omgevingsvergunning voor transformeren gebouwen, belanghebbende, niet-ontvankelijk
* 28 september 2021 (Gerechtshof Amsterdam 20/00228): Awb; belasting, leges omgevingsvergunning, uitleg legesverordening
# 24 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 19/241): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, pluimveehouderij, verklaring van geen bedenkingen Wnb, geur, cascade-gestuurde ventilatie, gekozen meteo-station, volksgezondheid, voorschriften ten behoeve van handhaafbaarheid, bodem, externe veiligheid
* 23 september 2021 (Rb Den Haag AWB – 21 _ 3024 en AWB – 21 _ 3888): Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege, buiten behandeling stellen
* 22 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3450, UTR 20/3990 en UTR 21/370): Awb, Wvw; verkeersbesluit, verplaatsen bushalte, fietsstraat, verkeersveiligheid
* 22 september 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/448): Awb, Wvw; handhaving, schrikhek, noodzaak verkeersbesluit
* 22 september 2021 (Rb Den Haag SGR 21/4485): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning oprichten woning, spoedeisend belang
* 20 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_2906 VV en AWB- 21_2909): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, opslagboxen
* 8 september 2021 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Wahv 200.276.684/01): boete, grasterrein naast openbare weg, berm of groenstrook
* 23 augustus 2021 (Rb Limburg ROE 21/2051): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, supermarkt, ondergeschikte horeca
* 30 juli 2021 (Rb Limburg ROE 21/1913 en ROE 21/1914): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, overtreding niet geringe aarde en ernst, evenredigheid, conclusie AG
* 4 mei 2021 (Rb Amsterdam AWB – 19 _ 6802): Awb, Wabo; handhaving, omgevingsvergunning, kruimelregeling, dakterras, evidente privaatrechtelijke belemmering omgevingsvergunning

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 13 oktober 2021 (ABRvS 202003980/1/R2): Awb, Wabo; verzoek handhaving, last onder dwangsom, invordering, uitvoering last onder bestuursdwang, verschillende verzoeken, termijnen (Rb Oost­Brabant 20/311)

De Afdeling stelt vast dat in de brief van 26 september 2019 niet alleen een verzoek is opgenomen om handhavend op te treden, maar ook om de opgelegde last onder bestuursdwang toe te passen. Voor het verzoek tot het toepassen van bestuursdwang is in artikel 5:31a van de Awb een specifieke rechtsgrondslag opgenomen. Deze verschilt van de grondslag van een verzoek om handhaving door oplegging van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Op het verzoek tot het toepassen van bestuursdwang heeft het college in zijn besluit van 17 december 2019 niet gereageerd. Gezien het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat in dit geval er geen sprake is van één verzoek om handhavend op te treden, maar van verschillende verzoeken. Het gaat daarom om een andere situatie dan de situatie die aan de orde was in de uitspraak van de Afdeling van 12 april 2017, waar de rechtbank naar verwijst. Daar ging het uitsluitend om een verzoek om handhaving, dat bestond uit meerdere onderdelen. Het verzoek op grond van artikel 5:31a van de Awb is evenwel een aparte aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, waarop het college zelfstandig moet beslissen. Dat is, als gezegd, niet gebeurd. Overigens heeft het college nadien met het besluit van 8 oktober 2020 alsnog onderkend dat het op het verzoek als bedoeld in artikel 5:31a van de Awb nog diende te beslissen.

Het voorgaande betekent dat het college op grond van artikel 4:13, eerste lid, van de Awb gehouden was binnen de in artikel 5:31a, derde lid, van de Awb opgenomen wettelijke termijn van vier weken een besluit te nemen op het verzoek tot het toepassen van bestuursdwang. De rechtbank is hier ten onrechte aan voorbij gegaan.

# 13 oktober 2021 (ABRvS 202004635/1/R1): Awb; Besluit bodemkwaliteit, verzoek om handhaving, verondiepen met granuliet, kwalibo-regelgeving, productcertificaat, belang gemeente, grond of bouwstof, nuttige toepassing, ontwikkelen natuurwaarden, wijzigingsrichtlijn Kaderrichtlijn afvalstoffen, richtlijnconforme interpretatie, polyacrylamide, acrylamide, overtreding, zorgplicht, milieuhygiënische kwaliteit
Anders dan de raad en het college betogen, heeft een besluit van de minister en de staatssecretaris over handhaving van de artikelen 16 en 18 van het Besluit met betrekking tot het productcertificaat dus geen invloed op de uitoefening van in de Wro, de Wabo, het Bro en het Bor aan de raad en het college toegekende bevoegdheden op het gebied van de ruimtelijke ordening. Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling geen aan de raad en het college toevertrouwd belang geraakt.

(…)

Gelet op al het voorgaande kan het verzoek van zowel de raad en het college, als de gemeente als rechtspersoon, om handhavend op te treden, voor zover het betrekking heeft op de artikelen 16 en 18 van het Besluit, niet worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende en dus niet als een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Hieruit volgt dat het bezwaar van de gemeente tegen het hiermee overeenstemmende oordeel in de brief van 22 april 2020 niet was gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De minister en de staatssecretaris hebben het tegen dit oordeel gerichte bezwaar in het besluit van 13 juli 2020 daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De kwalificatie “grond” of “bouwstof” is van belang omdat hieruit onder meer volgt onder welke voorwaarden een bepaald materiaal toegepast kan worden onder het Besluit. De Afdeling ziet zich met het oog op de vraag of granuliet rechtmatig wordt toegepast in de plas voor de vraag gesteld of granuliet dient te worden beschouwd als “grond” in de zin van artikel 1, in samenhang gelezen met artikel 34, tweede lid, van het Besluit, of als “bouwstof” als bedoeld in artikel 1 van het Besluit.

De Afdeling merkt verder op dat de vraag of granuliet als grond of bouwstof in de zin van artikel 1 van het Besluit dient te worden aangemerkt, moet worden onderscheiden van de vraag naar de milieuhygiënische gevolgen van de toepassing van het granuliet. Die vraag wordt hierna behandeld.
De Afdeling overweegt dat granuliet volgens het deskundigenbericht een vast materiaal is met een korrelgrootte van 63 µm en kleiner, afkomstig uit een breekproces van graniet en zandsteen/kwartsiet die meer dan 10% silicium bevatten, en in mindere mate ook calcium en aluminium. Verder bestaat granuliet uit organische stof in een verhouding en met een structuur zoals die van nature in de bodem wordt aangetroffen. In het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat het granuliet daarmee voldoet aan de definitie van grond in artikel 1, gelezen in samenhang met artikel 34, tweede lid, van het Besluit. De Afdeling ziet, mede op basis van het deskundigenbericht, in wat de gemeente hierover heeft gesteld geen aanleiding voor het oordeel dat de minister en de staatssecretaris zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat het granuliet ‘grond’ is als bedoeld in het Besluit. De gemeente verwijst naar de memo “Granuliet na Stab en Arcadis” van 6 mei 2021, opgesteld door Harmsen (hierna: memo van 6 mei 2021). In deze memo van de door de gemeente geraadpleegde deskundige reageert Harmsen zowel op het deskundigenbericht van de STAB als op een onderzoek van Arcadis. Dit is het in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgestelde rapport “Review-onderzoek granuliet Over de Maas” van onderzoeksbureau Arcadis van 16 april 2021 (hierna: onderzoek van Arcadis), dat de minister en de staatssecretaris bij brief van 19 april 2021 hebben overgelegd. Ook wijst de gemeente op de gestelde Kamervragen over granuliet naar aanleiding van paragraaf 4.3.5 van de Nota van Toelichting (Stb. 2007, 469) bij het Besluit (hierna: Nota van Toelichting). De gemeente stelt op basis van de genoemde bronnen dat granuliet door het toevoegen van flocculant als chemische stof geen product meer is met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen. Die stelling leidt naar het oordeel van de Afdeling echter niet tot een andere conclusie. In het deskundigenbericht staat dat het aan granuliet toegevoegde flocculant niet tot doel heeft de uitloging van verontreinigingen te beperken of, zoals de gemeente blijkbaar meent, de constructieve eigenschappen van het materiaal te verbeteren. Deze zelfde bevinding is overigens ook in de brief van de staatssecretaris van 19 mei 2021 naar aanleiding van Kamervragen toegelicht. Het flocculant wordt gebruikt in het productieproces van granuliet met als doel om kleine minerale deeltjes aan elkaar te laten hechten om deze versneld te kunnen scheiden van water. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in het deskundigenbericht staat dat per 10.000 kg granuliet slechts ongeveer 1 kg flocculant wordt toegevoegd. Dit betekent dat in granuliet circa 0,01% flocculant aanwezig is, hetgeen ver onder de grens ligt van ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal, als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van het Besluit. Daarnaast merkt de Afdeling op dat, anders dan de gemeente op basis van de memo van 6 mei 2021 stelt, aan het onderscheid tussen graniet en granietzand in dit verband geen doorslaggevende betekenis toekomt, nu granuliet op zichzelf voldoet aan de definitie van grond, als bedoeld in artikel 1 van het Besluit.

Is sprake van een nuttige toepassing van granuliet als dat in dit geval het karakter van een afvalstof heeft?
De Afdeling stelt voorop dat het begrip ‘nuttige toepassing’ slechts relevant is wanneer iets een afvalstof is. Het zou daarom wellicht voor de hand liggen eerst na te gaan of het granuliet een afvalstof is en pas daarna, als is geconcludeerd dat het granuliet inderdaad als afvalstof moet worden aangemerkt, de (vervolg)vraag te beantwoorden of het granuliet nuttig wordt toegepast. Gelet op de gemotiveerde standpunten van appellanten en verweerders over de vraag of er wel of niet sprake is van een nuttige toepassing van granuliet, ziet de Afdeling aanleiding eerst de vraag te beantwoorden of, áls het granuliet een afvalstof zou zijn, het in dit geval nuttig wordt toegepast. Omdat de Afdeling hierna onder 10.9 tot de conclusie komt dat het granuliet in deze zaak nuttig wordt toegepast, is beantwoording van de vraag of het granuliet op zichzelf beschouwd een afvalstof is, in het nu voorliggende geschil niet langer relevant. De Afdeling zal het antwoord op die vraag daarom in het midden laten.
Het project “Over de Maas” strekt ertoe dat het gebied na het winnen van delfstoffen wordt verondiept om natuurontwikkeling mogelijk te maken. Bij besluit van 18 maart 2009 is een ontgrondingsvergunning verleend. Bij die verlening is, zo staat in het deskundigenbericht, de hoeveelheid te winnen materiaal met de daarop volgende verondieping tezamen met de natuurdoelstelling afgewogen. De verondieping moet volgens de projectovereenkomst tussen de gemeente en Over de Maas worden uitgevoerd met schone of in lichte mate verontreinigde grond en baggerspecie, zodat geen gebruik hoeft te worden gemaakt van primaire grondstoffen.

In het deskundigenbericht staat dat de herinrichting van het projectgebied is getoetst aan de artikelen 5 en 35 van het Besluit om vast te stellen dat de verondieping nuttig is. Hierbij betrekt het deskundigenbericht de Nota van Toelichting, waarin bij artikel 35 van het Besluit – kort samengevat – staat dat bij voormalige winplaatsen ten behoeve van een duurzame en veilige vervulling van gebruiksfuncties het vaak nodig is dat dergelijke winplaatsen weer worden aangevuld met het oog op de veiligheid of herinrichting, ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Door grond te gebruiken voor de aanvulling wordt voorkomen dat onnodig primaire grondstoffen gewonnen moeten worden. Het deskundigenbericht concludeert dat het gebruik van granuliet voor de verondieping van de plas strekt tot vervanging van primaire grondstoffen en de toepassing daarvan de ontwikkeling van natuurwaarden in het gebied niet belemmert. Verder is er volgens het deskundigenbericht geen reden om uit te gaan van het toepassen van grotere hoeveelheden grond of baggerspecie dan volgens gangbare maatstaven noodzakelijk is.

De Afdeling ziet, mede op basis van het deskundigenbericht, in wat de gemeente hierover heeft gesteld geen aanleiding voor het oordeel dat de minister en de staatssecretaris zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat de toepassing van het granuliet voor dit doel een toepassing is als bedoeld in artikel 35, aanhef en onder d of e, van het Besluit, gelezen in samenhang met artikel 5, aanhef en onder a en b van het Besluit. Voor zover de gemeente ter zitting heeft betoogd dat op granuliet niets groeit en het daarom geen primaire grondstoffen kan vervangen om deze doelstelling te bereiken, hebben de minister en de staatssecretaris erop gewezen dat in de Moleneindse Waard in 2016 granuliet is toegepast en daar nu gras groeit. De Afdeling ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen, mede nu, zoals onder 9.4 is overwogen, granuliet organische stof bevat in een verhouding zoals die ook wel in de natuur wordt aangetroffen.

* 13 oktober 2021 (ABRvS 202005802/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, gezondheidscentrum, beroep huisarts, relativiteitsvereiste, relevante leegstand, verkeer (Rb Gelderland 19/6397)
In de overzichtsuitspraak over het relativiteitsvereiste van de Afdeling van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706 is onder meer het volgende overwogen. (…)

Als zodanige concurrent stelt dat het besluit strijdt met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, dienen daarbij feiten en omstandigheden naar voren te komen die het oordeel rechtvaardigen dat de voorziene ontwikkeling tot een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. In dat geval staat het in artikel 8:69a van de Awb neergelegde relativiteitsvereiste niet aan inhoudelijke beoordeling van de gestelde strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in de weg. (…)

De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat eventuele leegstand van het pand van [appellant] door realisering van het gezondheidscentrum niet als “relevante leegstand” kan worden aangemerkt. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien om aan te nemen dat, indien het pand van [appellant] leeg zou komen te staan, andersoortig gebruik niet (of onder zeer bezwarende omstandigheden) tot de mogelijkheden behoort. Daarbij heeft de rechtbank, in navolging van het college, er terecht op gewezen dat op grond van de bestemming die in het vigerende bestemmingsplan op het pand van [appellant] rust andersoortig gebruik goed voorstelbaar is. In dit kader merkt de Afdeling op dat het planologisch toegestane gebruik van het pand van [appellant] volgens het geldende bestemmingsplan niet beperkt is tot een huisartsenpraktijk; ook het gebruik als woning is toegestaan en ook zijn kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Hierbij tekent de Afdeling ook aan dat een planologische wijziging van de gebruiksmogelijkheden van dat pand niet op voorhand uitgesloten is, zoals het college ter zitting heeft bevestigd. Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank terecht vastgesteld dat [appellant] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het oordeel rechtvaardigen dat het realiseren van het gezondheidscentrum tot voor hem relevante leegstand zal leiden. Gelet hierop staat artikel 8:69a van de Awb eraan in de weg om het besluit te vernietigen vanwege de beroepsgrond over artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.

* 12 oktober 2021 (ABRvS 202104971/1/R4): Awb; vovo, EG-Verordening overbrenging afvalstoffen, bezwaar minister, CRT-beeldbuizen, toepassing in betonproducten, ZZS, belangenafweging
In de kennisgeving staat dat de CRT-beeldbuizen door [verzoekster] worden ingenomen in haar inrichting in Son. Daar wordt het materiaal bewerkt. Hierbij worden de beeldbuizen gebroken en wordt het glasafval door middel van een stangenzeef gesplitst in een loodrijke fractie en een loodarme fractie.

Ook wordt het fluorescentiepoeder verwijderd. Het loodrijke deel van het glasafval wordt vanuit de inrichting in Son voor nuttige toepassing afgevoerd naar een stortplaats. Het loodarme deel van het glasafval wordt afgevoerd naar de inrichting van [verzoekster] in Helmond. Daar wordt het glasafval toegepast in betonproducten (in de zogenoemde legioblokken), aldus de kennisgeving.
Volgens de minister volgt uit het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 (hierna: het LAP3) en de uitwerking daarvan in sectorplan 71 (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) dat de “loodrijke fractie” van het CRT-glas moet worden gestort. Het storten is geen nuttige toepassing. Bovendien is een van de uitgangspunten van het afvalstoffenbeleid dat Nederland voor het storten van afvalstoffen zelfvoorzienend wil zijn. Dit betekent dat het storten van buitenlands afval in Nederland niet kan worden toegestaan. De toepassing van de “loodarme” fractie in betonproducten in de inrichting in Helmond kan volgens de minister evenmin worden toegestaan, omdat het gaat om Zeer Zorgwekkende Stoffen. De minister stelt dat de risico’s van het toepassen van dat materiaal in betonproducten op basis van de door [verzoekster] gehanteerde gegevens niet aanvaardbaar zijn. Op grond van het LAP3 kan dus ook die toepassing niet worden toegestaan, aldus de minister.
(…)
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op basis van een belangenafweging.
Daarbij wijst de voorzieningenrechter er op dat de hiervoor weergegeven vragen ook ter beantwoording staan in andere procedures die [verzoekster] bij de Afdeling heeft aangespannen. (…)
De voorzieningenrechter heeft er oog voor dat de minister met het besluit van 21 juli 2021 een zwaarwegend milieubelang beoogt te dienen. Daartegenover staat het belang van [verzoekster] bij het kunnen overbrengen van de CRT-beeldbuizen naar haar inrichting in Son. Deze overbrenging is voor [verzoekster] niet alleen van belang voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, maar is ook van belang voor het behoud van haar WEEELABEX-certificaat (certificering CENELEC-standaard). Om dat certificaat te kunnen behouden, moet [verzoekster] een audit kunnen laten uitvoeren op een moment waarop de inrichting in werking is conform het bepaalde in artikel 11 van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet aan het belang van [verzoekster] in dit geval een doorslaggevend gewicht worden toegekend. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de minister zich weliswaar keert tegen de verwerking van het panelglas in betonproducten in de inrichting in Helmond, maar dat die verwerking inmiddels al meer dan 10 jaar met vergunning in die inrichting plaatsvindt. Bij de eerdergenoemde uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 november 2020 is die vergunning in stand gebleven. Tegen die uitspraak van de rechtbank is geen hoger beroep ingesteld.