Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 27 oktober 2021 (ABRvS 202100389/1/R1 en 202100391/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, appartementen met uitrit, Bouwbesluit/afstanden, parkeren (Rb Noord-Holland 19/3127 en 19/3433)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202100318/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassingen garage in gebouw, belanghebbende (Rb Amsterdam 20/415)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202100063/1/R3): Awb, Wro; inpassingsplan, Natura 2000-gebied, Chw, wateroverlast, tussenuitspraak
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202006680/1/R3): Awb, Wro; bpl, facetregeling geitenhouderijen, VGO-onderzoeken, voorzorg, GGD-richtlijn, risico’s gezondheid
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202006127/1/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, woningen met parkeerplaatsen, bezonning/herstel, geluid, licht, verkeer, parkeren
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202006045/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, noodzaak, Bro
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202005952/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfswoning, noodzaak, strijd met bpl (Rb Noord-Holland 19/4733)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202005854/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, stedelijk gebied, provinciale verordening (Rb Noord-Holland 19/3218)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202005786/1/R1): Awb, Wabo; handhaving/verzoek om intrekking vergunning, balkon, Bouwbesluit, geen overtreding (Rb Amsterdam 18/3308 en 19/4031)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202005418/1/A3): Awb, Hvw; handhaving, bestuurlijke boete, invordering, onttrekken woning, tijdelijke bewoning (Rb Amsterdam 19/3765)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202004809/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen chalet, geen trekkershut, strijd met bpl  (Rb Noord-Holland 19/4144)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202004712/1/R3): Awb, Wro; bpl, woning, “ruimte voor ruimte” regeling
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202004351/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, pretpark met evenemententerrein, regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie, pre-/afterparty, belanghebbenden, geluid, BBT, beoordelingspunten, slaapverstoring (Rb Midden-Nederland 19/2762)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202003724/1/R2): Awb, Wro; uitwerkingsplan, woningen, parkeren, ontsluiting/verkeer, waterberging, herstelbesluit
* 27 oktober 2021 (ABRvS 202003664/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, LED-schermen, geen verandering bestaand bouwwerk, vergunningplicht, voeren van reclame/APV (Rb  Rotterdam 18/3976)
* 27 oktober 2021 (ABRvS 201907474/1/R2): Awb, Wro; bpl, toe- en afrit verkeersweg, belanghebbenden, stikstof, PAS/voortoets, verkeersmodellen, bodem/grondwater, motivering
* 27 oktober 2021 (ABRvS201906673/2/R1): Awb, Wro; bpl, retailpark, Chw, beleidsregel, brancheringsregeling, schaarse rechten, gebodsbepalingen, Dienstenrichtlijn, open normen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 27 oktober 2021 (ABRvS 201903001/5/R3): Awb, Wro; bpl, natuurgebieden, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
# 27 oktober 2021 (ABRvS 201809457/2/R3): Awb, Wro; bpl, Natura 2000-gebied, passende beoordeling, intrekking bpl, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 26 oktober 2021 (Rb Gelderland AWB 21/4538 en 21/4544): Awb, Wvw; vovo, verkeersbesluit, fysieke afsluiting voor gemotoriseerd verkeer, alternatieven, opheffing ordemaatregel
* 25 oktober 2021 (ABRvS 202103542/2/R3): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor vellen bomen, APV, monumentale bomen, bomenstructuurvisie, spoedeisendheid (Rb Rotterdam 21/1107, 21/1495, 21/638 en 21/1494)
* 25 oktober 2021 (ABRvS 202104520/2/R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, silohotel, termijn nemen nieuw besluit (Rb Oost-Brabant 21/213, 21/184, 21/185 en 21/241)
* 22 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3288 en 21/3517 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, feitelijk appartementencomplex (gestapelde bouw) vergund
* 22 oktober 2021 (ABRvS 202105246/3/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementen voor beschermd en beschut wonen, verkeershinder/-veiligheid
* 22 oktober 2021 (ABRvS 202105490/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, hotel/resort, Natura 2000-gebied/Wnb, belanghebbenden/relativiteit, provinciale omgevingsverordening
* 22 oktober 2021 (Rb Gelderland AWB 20/4328): Awb, Wnb; verzoek om intrekking vergunning, biomassacentrale, effecten op natuurwaarden, passende maatregelen, PAS, belangenafweging
* 22 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4123): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, schietincident, noodbevel, proportionaliteit
* 22 oktober 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten SXM202101073): BW; kort geding, onrechtmatige geluidhinder, schending voorwaarden exploitatievergunning, muziek
* 21 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3503 WABOM VV en BRE 21/4207 WABOM): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning milieu, veranderen pluimveehouderij, emissiearme huisvesting/Beh, ammoniak/stof, gezondheid
* 21 oktober 2021 (ABRvS 202105507/2/A3): Awb, DHW, Gmw; vovo, handhaving, intrekking DHW- en exploitatievergunningen, openbare orde/woon- en leefklimaat, Wet Bibob, belangenafweging (Rb Amsterdam 21/3289, 21/3290, 21/3291, 21/3292, 21/3389 en 21/3390)
* 21 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1851): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen steiger, geen vergunning, strijd met bpl, overtreders
* 21 oktober 2021 (Rb Gelderland ARN 20/4308): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting winkelpand, drugs, evenredigheid
* 21 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 21/2170, 21/2171, 21/2172, 21/2174 en ROE 21/2235, 21/2236, 21/2239, 21/2315): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken huisvesting arbeidsmigranten, recreatiepark, strijd met bpl, bewijslast/bungalows
* 21 oktober 2021 (Conclusie AG EH C-463/20): Verzoek prejudiciële beslissing, M.e.r.-richtlijn,  steengroeve, verplichting raadplegen publiek voordat vergunning voor project wordt verleend, natuurlijke habitats en van wilde flora en fauna, uitzondering
* 20 oktober 2021 (ABRvS 202006958/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, bouwvlak, veehouderij met kaasmakerij, VNG-brochure, mogelijke bouw mantelzorgwoning
* 20 oktober 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/561): Awb, Mbw; mijnbouwschade, herstel voegen
* 19 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3416): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, erfafscheiding/stallingsruimte, geen vergunning, verlenging begunstigingstermijn, geen spoedeisend belang
* 18 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9132 WET en BRE 20/9143 WET): Awb, Wvw; verkeersbesluit, geslotenverklaring wegen, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 15 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3956): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, horeca in park, parkeren, geen spoedeisend belang
* 15 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2942): Awb, Wabo; vovo, buiten behandeling laten van omgevingsvergunning voor bouwen, kiosk, geen grondhuurovereenkomst, belanghebbende
* 14 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 21/2587): Awb, Wabo; vovo, niet tijdig bekend maken vergunning van rechtswege, inmiddels uitspraak in hoofdzaak
* 14 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 21/2585): Awb, Wabo; niet tijdig bekend maken vergunning van rechtswege, geen sprake van opschorting termijn, geen rechtsgevolg, dwangsom
* 14 oktober 2021 (Hof Den Bosch 20/00643 en 20/00644): Awb, AWR; leges, in behandeling nemen aanvraag omgevingsvergunning, verrichte diensten
* 8 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5391): Awb; invordering dwangsom, afwijken bouwvergunning, geen bijzondere omstandigheden
* 8 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2861): Awb, Wabo; handhaving, afwijking bouwvergunning, dakkapellen, geringe overschrijding, geen reële hinder
* 8 oktober 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/4827): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 5 oktober 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2052): Awb, Msw; handhaving, bestuurlijke boete, mestverwerkingsplicht
# 4 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2630): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, op- en overslag van ammoniak, raccordement, ongewoon voorval/Wm, metingen, aangifte, bodem, blusaansluiting, gevaarlijke stoffen
* 27 september 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3381): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, staken gebruik pand voor horeca-activiteiten, strijd met bpl, gebruiksovergangsrecht, bewijslast
* 23 september 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3588 GEMWT VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen tuinmuur, vergunning van rechtswege, motivering
* 30 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 19/8023): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor vellen bomen, procesbelang, herplant
* 30 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2664): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning met aanbouw
* 30 augustus 2021 (Rb Den Haag SGR 20/5374): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, recreatiewoningen, publicatie vvgb, goede ruimtelijke ordening
* 16 juni 2021 (Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba AUA202101260): BW; kort geding, onrechtmatige hinder, geluidsoverlast van muziek en rook- en /of geuroverlast van restaurant
* 26 mei 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7462 WABOA): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten schuilschuur, geen goede ruimtelijke ordening/natuurwaarden
* 15 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1023 T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, beschoeiing, tuinvlonders en steigers bij woningen, deels strijd met bpl, tussenuitspraak
* 15 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3831): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken en staken gebruik als hondenpark, strijd met bpl, geen vergunning, verlengen begunstigingstermijn/invordering
* 13 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1068): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, niet tijdig beslissen, alsnog besluit genomen, ontvankelijkheid,, ingebrekestelling, dwangsom
* 6 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3910 T): Awb, DHW, Gmw; DHW- en exploitatievergunning, terras, verordening, geen strijd met bpl, doorgang verkeer, motivering, tussenuitspraak
* 31 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/796): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor plaatsen parasols op terras, geen strijd met bpl
* 29 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5414-T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, meerder appartementen in woning, strijd met bpl, parkeren, motivering, tussenuitspraak
* 28 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4310): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, geen bijzondere omstandigheden
* 3 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/926): Awb, Wro; planschade, taxatie, omgevingsvergunning, WOZ, normaal maatschappelijk risico

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 27 oktober 2021 (ABRvS 202006680/1/R3): Awb, Wro; bpl, facetregeling geitenhouderijen, VGO-onderzoeken, voorzorg, GGD-richtlijn, risico’s gezondheid
5.1.    De door Kannes B.V. genoemde rechtspraak betreft zaken over omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waarin appellanten betogen dat het bevoegd gezag de ontwikkeling van een geitenhouderij of andere veehouderij niet mogelijk had mogen maken vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden. In dat kader heeft de Afdeling overwogen dat de rapporten VGO I en II geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten bevatten over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen. Dit betekent – kort gezegd – dat op basis van deze rapporten niet in algemene zin geconcludeerd kan worden dat het ontoelaatbaar is dat het bevoegd gezag de ontwikkeling van een veehouderij mogelijk maakt.

Anders dan Kannes B.V. betoogt, sluit deze rechtspraak niet uit dat de raad op basis van deze rapporten ertoe besluit om uit voorzorg de ontwikkeling van geitenhouderijen in een bestemmingsplan niet langer mogelijk te maken vanwege mogelijke risico’s voor de volksgezondheid. Zoals hiervoor onder 4 is vermeld, heeft de raad immers beleidsruimte bij het vaststellen van het bestemmingsplan en moet hij de betrokken belangen afwegen. Het effect dat veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben is één van deze belangen (zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3435, en 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2704). Voor zover dit effect onzeker is en nader onderzoek nodig is, volgt evenzeer uit de beleidsruimte die de raad heeft dat hij ertoe mag besluiten om uit voorzorg bepaalde ontwikkelingen niet toe te staan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2189). Het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico is primair een bestuurlijke taak (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4210, r.o. 29-29.3).

* 27 oktober 2021 (ABRvS 202005854/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woningen, stedelijk gebied, provinciale verordening (Rb Noord-Holland 19/3218)
7.1.    De Afdeling heeft in haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 overwogen dat de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro, kan worden aangemerkt, volgens de Nota van toelichting (2017) afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving.

Bij de beantwoording van deze vraag dient volgens de jurisprudentie van de Afdeling te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, dan wel of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Wanneer het voorgaande plan een zodanig samenstel van bebouwing mogelijk maakt, of het gebied als behorend bij zodanig bestaand stedenbouwkundig samenstel kan worden aangemerkt, ziet het nieuwe plan op een gebied dat als bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, en artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is aan te merken. Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd.

Wanneer het voorgaande plan een zodanig samenstel van bebouwing niet mogelijk maakt, of het gebied niet als behorend bij zodanig bestaand stedenbouwkundig samenstel kan worden aangemerkt, kunnen omstandigheden als bijvoorbeeld de situering van het plangebied aansluitend aan bebouwing en omgeven door een doorgaande weg, de aanduiding van het plangebied in de toepasselijke provinciale verordening als bestaand stedelijk gebied en de vermelding van het gebied in een structuurvisie, er in beginsel niet aan afdoen dat het plangebied niet voldoet aan de eisen die artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Bro stelt om als bestaand stedelijk gebied te kunnen worden aangemerkt.

7.2.    In haar uitspraak van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:299 over de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de Afdeling overwogen dat het onder de in die uitspraak geschetste omstandigheden niet realistisch is om bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, de voorheen geldende agrarische bestemming doorslaggevend te laten zijn.

7.3.    In het voorliggende geval gaat het niet om de vaststelling van een bestemmingsplan maar om de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo. Op grond van artikel 5.20 van het Bor is artikel 3.1.6 van het Bro van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo. De in 7.1 en 7.2 genoemde jurisprudentie is daarom ook van toepassing op een geval als hier aan de orde.
7.4.    Niet in geschil is, en ook de Afdeling stelt vast, dat met het realiseren van de vijf woningen sprake is van een kleinschalige ontwikkeling, als bedoeld in artikel 5c van de PRV, in samenhang bezien met artikel 2 onder y, van de PRV. Op grond van artikel 5c van de PRV mag een kleinschalige ontwikkeling alleen gerealiseerd worden binnen bestaand stedelijk gebied.
………………………………………………….
De conclusie is dus, dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de woningen [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] niet zijn gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Van strijd met artikel 5c van de PRV is dan ook geen sprake.

Het betoog slaagt.

* 27 oktober 2021 (ABRvS 202004351/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, pretpark met evenemententerrein, regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie, pre-/afterparty, belanghebbenden, geluid, BBT, beoordelingspunten, slaapverstoring (Rb Midden-Nederland 19/2762)
6.3.    De Afdeling is van oordeel dat wat zij in haar uitspraak van 4 mei 2021 over niet-belanghebbenden heeft overwogen ook van toepassing is op de colleges, voor zover zij geen belanghebbenden bij het besluit zijn. Anders dan Walibi stelt, bestaat geen grond voor het oordeel dat bestuursorganen geen deel kunnen uitmaken van ‘het publiek’ als bedoeld in artikel 2, punt 4, van het Verdrag van Aarhus. De Afdeling stelt voorop dat zij in overweging 4.4 van haar uitspraak van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786, uit het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021, in het bijzonder uit de punten 58 tot en met 60 daarvan, heeft afgeleid dat het oordeel van het Hof van Justitie over toegang tot de rechter bij besluiten die binnen de werkingssfeer van artikel 6 van het Verdrag van Aarhus vallen, niet alleen geldt voor non-gouvernementele organisaties, maar voor ‘het betrokken publiek’ in het algemeen. De Afdeling concludeerde daarom in die uitspraak dat op basis van dat arrest in ieder geval het recht van belanghebbenden om beroep in te stellen tegen ‘Aarhus-besluiten’ niet afhankelijk mag worden gesteld van deelname aan de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Die conclusie betreft alle belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb, dus ook bestuursorganen die ingevolge artikel 1:2, tweede lid, van de Awb als belanghebbend kunnen worden aangemerkt. Het Hof van Justitie heeft in punt 47 van zijn arrest van 8 november 2016, ECLI:EU:C:2016:838, geoordeeld dat een lid van ‘het betrokken publiek’ tevens onder ’het publiek’ in de zin van het Verdrag van Aarhus valt. Omdat belanghebbende bestuursorganen als ‘het betrokken publiek’ kunnen worden aangemerkt, concludeert de Afdeling dat bestuursorganen ook deel kunnen uitmaken van ‘het publiek’. Deze ruime uitleg, waarbij ook publiekrechtelijke rechtspersonen en hun organen tot ‘het publiek’ kunnen behoren, is in overeenstemming met artikel 2, punt 4, van het Verdrag van Aarhus en sluit aan bij de in artikel 1 van het Verdrag van Aarhus vervatte doelstelling van dat verdrag. De colleges zijn organen van krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen die naar aanleiding van het ontwerpbesluit dat aan het besluit ten grondslag lag, een zienswijze naar voren hebben gebracht in een voorbereidingsprocedure waarin eenieder op grond van artikel 3.12, vijfde lid, van de Wabo een zienswijze naar voren heeft kunnen brengen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank aan haar oordeel dat de colleges niet als belanghebbenden bij het besluit kunnen worden aangemerkt ten onrechte de conclusie verbonden dat het door de colleges ingestelde beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Alleen al daarom heeft de rechtbank de inhoudelijke beoordeling van het door de colleges tegen het besluit ingestelde beroep ten onrechte achterwege gelaten.

Het betoog slaagt.

* 27 oktober 2021 (ABRvS 202003664/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, LED-schermen, geen verandering bestaand bouwwerk, vergunningplicht, voeren van reclame/APV (Rb  Rotterdam 18/3976)
3.2.    De rechtbank heeft het betoog van Badkamerwinkel Rotterdam B.V. dat geen omgevingsvergunning is vereist voor het vervangen van de reclame-uitingen op de reclamezuil door de LED-schermen buiten bespreking gelaten. De Afdeling gaat er van uit dat de rechtbank heeft verondersteld dat het niet-vergunningplichtig zijn van de vervanging van de reclame-uitingen door de LED-schermen verband houdt met omstandigheden van na het bestreden besluit van 19 juni 2018. Dat is gelet op het voorgaande niet het geval. De rechtbank heeft daarom het betoog van Badkamerwinkel Rotterdam B.V. en de notitie van 16 december 2019 ten onrechte buiten bespreking gelaten.

3.3.    Gelet op de hiervoor genoemde notitie van het college en wat op de zitting is besproken, staat vast dat met de vervanging van de reclame-uitingen op de reclamezuil door de LED-schermen de al bestaande constructie en de brandcompartimentering niet worden gewijzigd en dat de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume niet zullen worden uitgebreid, als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 8, van bijlage II bij het Bor. Daarom is de Afdeling van oordeel dat voor het vervangen van de reclame-uitingen op de reclamezuil door de LED-schermen geen omgevingsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Het betoog slaagt.
5.1.    Voorop staat dat het college moet beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend. De door Badkamerwinkel Rotterdam B.V. ingediende aanvraag heeft alleen betrekking op de activiteit bouwen en niet ook op het maken of voeren van handelsreclame als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder h, van de Wabo in samenhang met artikel 4:15 van de APV. Deze bepalingen liggen ook niet aan het besluit van 19 juni 2018 ten grondslag. Er was daarom geen reden voor de rechtbank om hierop in te gaan.

Overigens wijst de Afdeling erop dat op grond van artikel 4:15, eerste lid, van de APV het weliswaar verboden is op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren die vanaf de weg zichtbaar is als sprake is van een van de gevallen genoemd onder a tot en met f, maar  volgens het zevende lid van artikel 4:15 van de APV gelden de in het eerste lid onder b en d genoemde verboden niet voor bouwwerken. Het gaat in dit geval om een bouwwerk, zodat de twee genoemde verboden in ieder geval niet van toepassing zijn. Of en hoe de andere verboden in artikel 4:15, eerste lid, in dit geval moeten worden toegepast, zal moeten blijken als Badkamerwinkel Rotterdam B.V. een aanvraag zou doen die daarop betrekking heeft of als het college zou besluiten handhavend op te treden tegen een gestelde overtreding.

* 22 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3288 en 21/3517 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, feitelijk appartementencomplex (gestapelde bouw) vergund
7.2   …………………………………….

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is dit bouwplan, zowel bouwtechnisch gezien als naar uiterlijke verschijningsvorm, feitelijk een gestapeld gebouw met drie aparte, zelfstandige wooneenheden. Er is geen sprake van één vrijstaande woning ten behoeve van de vestiging van één huishouden. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de begripsbepalingen van het geldende bestemmingsplan “ [naam bestemmingsplan] ”. Dat vergunninghoudster nu alleen met haar partner in de woning wil gaan wonen, laat onverlet dat het college feitelijk een appartementencomplex heeft vergund.

Er bevinden zich immers nog steeds op elke verdieping een aparte entree, een badkamer, diverse leefruimtes, aansluitingen voor keukens en wasmachines en een buitenruimte. Door het enkele weghalen van twee keukens uit de bouwtekeningen en het veranderen van enkele benamingen van ruimtes, is niet ineens een vrijstaande woning vergund. Dat vergunninghoudster vooralsnog van plan is om alleen met haar partner ter plaatse te gaan wonen, maakt niet dat het gebouw in de toekomst of door eventuele rechtsopvolgers niet vrij eenvoudig in gebruik is te nemen als drie zelfstandige appartementen, die door drie huishoudens kunnen worden bewoond of aan toeristen kunnen worden verhuurd.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college dit niet heeft onderkend. Dat sprake is van één huisnummer en één meterkast, is in het ruimtelijk toetsingskader niet voldoende voor het oordeel dat sprake zou zijn van een vrijstaande woning.

Dat betekent dat het college de omgevingsvergunning niet op deze manier heeft kunnen verlenen en dat de verwachting bestaat dat deze in de bezwaarprocedure geen stand zal houden. De voorzieningenrechter zal het verzoek om voorlopige voorziening daarom toewijzen.

* 22 oktober 2021 (Rb Gelderland AWB 20/4328): Awb, Wnb; verzoek om intrekking vergunning, biomassacentrale, effecten op natuurwaarden, passende maatregelen, PAS, belangenafweging
14. De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling in de PAS-uitspraak heeft geoordeeld dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn voortvloeien. De Afdeling heeft het PAS onverbindend verklaard, waarbij erop is gewezen dat natuurvergunningen die in rechte onaantastbaar zijn hun rechtsgevolg behouden.13 De natuurvergunning van de biomassacentrale is daarom ook na de PAS-uitspraak van kracht gebleven. De rechtbank overweegt dat dit echter niet wegneemt dat een onverbindendverklaring jegens eenieder geldt en niet beperkt is tot de in die uitspraak voorliggende zaak: zij heeft in zoverre terugwerkende kracht. Dit betekent dat het PAS niet in de wet had mogen worden opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is de vergunning, ondanks dat deze in rechte onaantastbaar is, dan ook verleend in strijd met wettelijke voorschriften en doet de in artikel 5.4, eerste lid, onder c, van de Wnb genoemde omstandigheid zich voor.
18. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de belangenafweging in redelijkheid in het nadeel van eiseres heeft kunnen laten uitvallen.

Verweerder heeft de gevolgen van de intrekking voor vergunninghoudster afgezet tegen de effecten die de intrekking heeft voor de natuurwaarden. Daarbij is verweerder terecht uitgegaan van een sterke uitgangspositie van vergunninghoudster aangezien het gaat om een onherroepelijke natuurvergunning waaraan rechtszekerheid kan worden ontleend. De rechtbank verwijst ter ondersteuning van dat standpunt naar de Logtsebaan-uitspraak.14

Verder heeft verweerder van belang mogen vinden dat een intrekking van de natuurvergunning verstrekkend zou zijn omdat vergunninghoudster de biomassacentrale niet meer zou kunnen (laten) exploiteren en deze reeds in werking is. De stelling van eiseres dat intrekking van de natuurvergunning in dit concrete geval een lichte maatregel is, volgt de rechtbank niet. Hoewel eiseres er terecht op wijst dat de biomassacentrale ten tijde van het verzoek om intrekking en het bestreden besluit nog niet was gerealiseerd, beschikte vergunninghoudster op dat moment al wel over een onherroepelijke vergunning. Alleen al omdat zij aan het onherroepelijke karakter van die vergunning rechtszekerheid mocht ontlenen, is intrekking geen lichte maatregel.

Ook heeft verweerder mogen betrekken dat niet is gebleken dat intrekking van de natuurvergunning een relevante stikstofwinst zou opleveren. Uit de resultaten van de AERIUS-berekening van 24 april 2018 blijkt dat de hoeveelheid stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden de Rijntakken en de Veluwe respectievelijk maximaal 0,19 en 0,09 mol/ha/jaar bedraagt. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat deze hoeveelheden in de categorie van inrichtingen die vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb, als laag worden aangemerkt en de rechtbank volgt dat standpunt.

Verder zijn in het betoog van eiseres geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die maken dat verweerder aan het belang van vergunninghoudster niet meer gewicht heeft kunnen toekennen dan aan het algemeen belang waar eiseres voor opkomt.

Het betoog van eiseres slaagt niet.

* 21 oktober 2021 (Conclusie AG EH C-463/20): Verzoek prejudiciële beslissing, M.e.r.-richtlijn,  steengroeve, verplichting raadplegen publiek voordat vergunning voor project wordt verleend, natuurlijke habitats en van wilde flora en fauna, uitzondering
77.      Gezien het bovenstaande geef ik het Hof in overweging het verzoek om een prejudiciële beslissing te beantwoorden als volgt:

„Het is verenigbaar met richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten om reeds vóórdat het basisbesluit wordt vastgesteld waarbij de opdrachtgever het recht verkrijgt een project uit te voeren en vóórdat in het kader van de milieueffectbeoordeling van dit project inspraak wordt verleend aan het publiek, een voorlopig besluit te nemen waarbij bepaalde nadelige effecten op beschermde soorten wegens dat project worden toegestaan.

Overeenkomstig de artikelen 3, 5, 6 en 7 van richtlijn 2011/92 moet de milieueffectbeoordeling zich echter ook uitstrekken tot de effecten van het project op beschermde soorten, zelfs als daarover reeds een voorlopig besluit is genomen. Bovendien moeten de bevoegde instanties de in artikel 2, lid 1, van de richtlijn bedoelde vergunning weigeren, ongeacht het vooraf genomen besluit, voor zover uit de beoordeling blijkt dat het project onverenigbaar is met de Unierechtelijke bepalingen ter bescherming van soorten. Ten slotte moet de voor het project toegestane afwijking van de eisen inzake de bescherming van soorten op basis van de milieueffectbeoordeling kunnen worden aangevochten overeenkomstig artikel 11 van de richtlijn.”

# 4 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 19/2630): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, op- en overslag van ammoniak, raccordement, ongewoon voorval/Wm, metingen, aangifte, bodem, blusaansluiting, gevaarlijke stoffen
15. In voorschrift 3.6.8 is opgenomen dat bij constatering van een brand of incident met gevaarlijke stoffen hieraan automatisch of zo spoedig mogelijk mondeling een melding moet worden gedaan bij een voortdurend bemande meldpost op de inrichting. Vanuit de meldpost moet aansluitend de (CIN-)melding aan GMK-VRR doorgegeven worden.

15.1   Eiseres stelt dat voorschrift 3.6.8 een herhaling is van de verplichtingen die reeds volgen uit titel 17.1 van de Wm. Het is voorts niet haar taak, maar die van verweerder om de (voorzitter van de) veiligheidsregio op de hoogte te stellen van een ongewoon voorval.

15.2   Ingevolge artikel 17.2, derde lid, aanhef en onder c, van de Wm geeft het bestuursorgaan dat een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid ontvangt, van die melding en de daarbij verstrekte gegevens onverwijld kennis aan de voorzitters van de betrokken veiligheidsregio’s in de gevallen dat de gevolgen van het voorval zich voordoen dan wel kunnen voordoen buiten de grenzen van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen.

15.3   De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat met voorschrift 3.6.8 de verplichtingen uit titel 17.1 van de Wm worden herhaald. Het gaat hier om het alarmeren van de interne noodorganisatie bij een brand of incident met gevaarlijke stoffen, waarna een CIN-melding moet worden gedaan aan de gemeenschappelijke meldkamer van de VRR (GMK-VRR). Deze voorgeschreven werkwijze betreft een nadere invulling van artikel 17.2, eerste lid, van de Wm. Van strijd met artikel 17.2, derde lid, aanhef en onder c, van de Wm is geen sprake, nu de VRR geen bestuursorgaan is als bedoeld in artikel 17.2, eerste lid, van de Wm. Het gaat bij dit voorschrift dus om een verplichting in aanvulling op de verplichting uit artikel 17.2, eerste lid, van de Wm om ongewone voorvallen te melden bij verweerder. Steun voor dit oordeel vindt de rechtbank in de uitspraak van de Afdeling van 20 maart 2013.

Annotaties

STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Jan-Eelco Dijk (Vos & Vennoten Advocaten) schreef een noot bij de uitspraken van de rechtbank Midden Nederland van 22 september 2021 (ECLI:NL:RBMNE:2021:4505 e.a.) over de toetsing van de emissie van stalsystemen in het kader van de Wet natuurbescherming, het vervallen van de vergunningplicht bij intern salderen en wanneer een verandering in het beweiden of bemesten voor interne saldering kan worden aangewend. Zie STAB OGR updates.