Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 10 november 2021 (ABRvS 202103667/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen
* 10 november 2021 (ABRvS 202102905/1/R4, 202103212/1/R4, 202103862/1/R4 en 202103976/1/R4): Awb, Wm, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, vuilniszak, afvalstoffenverordening, overtreder, motivering
* 10 november 2021 (ABRvS 202102044/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark met voorzieningen, Chw, middenspanningskabels, EVRM, geluid/versterking, bodem (Rb Gelderland 19/6830 en 19/6901)
* 10 november 2021 (ABRvS 202101544/3/R4): Awb, Wro; bpl, Chw, woningen, woonschip, parkeren, privacy
* 10 november 2021 (ABRvS 202101544/2/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, Wnb/ relativiteit
* 10 november 2021 (ABRvS 202101221/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen woongebouw, parkeren/aanwezigheidspercentages/beleidsregels, welstand  (Rb Midden-Nederland 19/5231)
* 10 november 2021 (ABRvS 202101006/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen woning en garage, geen vergunning, overtreder (Rb  Noord-Holland 20/6720 en 20/6721)
* 10 november 2021 (ABRvS 202100773/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, erfafscheidingen, motivering
* 10 november 2021 (ABRvS 202100627/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkend gebruik, bedrijf naar bedrijfswoning, herhaalde aanvraag, procedure (Rb Noord-Holland 20/892)
* 10 november 2021 (ABRvS 202100523/1/R1): Awb, Wro; bpl, loonbedrijf, provinciale verordening/agrarisch aanverwant bedrijf, motivering, werelderfgoed, tussenuitspraak
* 10 november 2021 (ABRvS 202100123/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijf voor vervaardigen van biopellets, bouwhoogte/noodzaak, landschappelijke inpassing (Rb Overijssel 20/928)
* 10 november 2021 (ABRvS 202007147/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, wijzigen distributieruimte (Rb Limburg 19/2930)
* 10 november 2021 (ABRvS 202006697/1/R3): Awb, Wro; inpassingsplan, fietspad, verkeersveiligheid, nut en noodzaak, CROW, bomen, alternatieven
* 10 november 2021 (ABRvS 202006213/1/A3): Awb, Arbowet; handhaving, bestuurlijke boete, onvoldoende rekening houden met asbest tijdens sloopwerkzaamheden (Rb Gelderland 19/4130)
* 10 november 2021 (ABRvS 202006200/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, overkapping insteekhaven boot, beleidsregel (Rb Noord-Nederland 20/1181)
* 10 november 2021 (ABRvS 202005867/1/R4): Awb, Wro; bpl, transformatie naar woningbouw, schakelbepaling
* 10 november 2021 (ABRvS 202004678/1/R3): Awb, Wro; wijzigingsplan, woning, glastuinbouw, VNG-brochure, gemengd gebied
* 10 november 2021 (ABRvS 202003975/1/R2): Awb, Wro; bpl, caravanstalling
* 10 november 2021 (ABRvS 202003113/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, zonnepark, arbeidsmigranten, verkeer, stikstof/relativiteit
* 10 november 2021 (ABRvS 201909089/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl en milieu, opslag puin, asfalt en grond en breken, toepassing LAP2/3, Wnb/relativiteit, geluid/loods, goede ruimtelijke ordening, bodem/nulsituatie, ZZS (Rb Midden-Nederland 18/2564 en 18/2934)
* 10 november 2021 (ABRvS 201908441/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; verzoeken om handhaving, veehouderij, vergunningsituatie, geluid, motivering (Rb Noord-Nederland 18/2728)
# 10 november 2021 (ABRvS 201908438/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veehouderij, vergunningsituatie, geluid, geluidscherm, bronniveaus materieel, monitoring, BBT, trillingen, stof, endotoxinen, geur, ammoniak (Rb Noord-Nederland 18/517)
* 10 november 2021 (ABRvS 201904297/1/R4): Awb, Wro; reactieve aanwijzing, bpl, buitengebied, provinciale verordening, grondgebonden landbouw
* 10 november 2021 (ABRvS 201903497/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, agrarisch, plattelandswoning, historisch schip, wonen, handel in bouwstoffen/loswal, VNG-brochure, afwijkingsbevoegdheid, woonschip
* 8 november 2021 (Rb Overijssel 08-997032-18 en 08-997043-18): WSr, Wm, WED: illegale opslag van vervuild tomatenloof, afvalstoffen, geen omgevingsvergunning, Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen
* 5 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1192): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, deskundigenrapporten, schades, trillingen, bewijsvermoeden
* 5 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3299 HOREC VV): Awb, DHW, Gmw; vovo, intrekking DHW- en exploitatievergunning, opschorting, onderzoek Wet Bibob, proceskosten
* 5 november 2021 (ABRvS 202105151/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woning, woon- en leefklimaat, bezonning
* 5 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4299): Awb, Gmw; vovo, noodbevel, sluiting woning, beschieting
* 5 november 2021 (ABRvS 202105628/3/R1): Awb, BP; vovo, gedoogplicht, hoogspanningsverbinding, exploitatie biologisch dynamisch landbouwbedrijf, belangenafweging
* 4 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9049 GEMWT): Awb, Gmw; handhaving, overtredingen vrachtwagenverbod, situatie opgelost, procesbelang, ontvankelijkheid
* 4 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1232): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, geen ontoereikende schadevergoeding, diverse schades
* 4 november 2021 (ABRvS 202106035/2/R4): Awb, Wabo; vovo, handhaving, dwangsom, chalet, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Gelderland 21/2854 en 21/2964)
* 3 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3822 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en maken uitwegen, woningen, locatie ontsluitingsweg geregeld in bpl, parkeren/ASVV
* 3 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/5621): Awb; weigering om woningen aan geluidsaneringsproject toe te voegen, eerder besluit/ontbreken van rechtsmiddelenclausule, geen nieuwe feiten of omstandigheden
* 3 november 2021 (ABRvS 202005131/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, wooneenheden, verbeelding, rechtszekerheid
* 3 november 2021 (ABRvS 202102211/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, steenfabriek, aanpassing bouwvlak, inspraakverordening, geen toename productiecapaciteit
* 3 november 2021 (ABRvS 202104375/1/R2 en /2/R2): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, logies/zorghotel, Bor/combinatie artikel 4 in vergunning, bebouwingspercentage, beschermd dorpsgezicht, bezonning (Rb Zeeland-West-Brabant 21/1727 en 21/1728)
* 3 november 2021 (ABRvS 202105595/3/R4): Awb, Wm, Gmw; opheffing vovo, dwangsommen, overtredingen Activiteitenbesluit, agrarische bedrijf, belangenafweging (Rb Oost-Brabant 21/1443 en 21/1439)
* 2 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10417 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, opslag grote hoeveelheden polystyreen korrels, geen vergunning, brandveiligheid/Bouwbesluit, strijd met bpl
# 2 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4835 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, lichtmasten sportveld Natura 2000-gebied, lichthinder/relativiteit, natuuronderzoek
* 2 november 2021 (Rb Overijssel AWB 21/410 T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, cafetaria in detailhandelspand, dringende noodzaak/planregels, verkeer, parkeren, omgeving, VNG-brochure, motivering, tussenuitspraak
* 2 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/2722): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementengebouw, Chw, belanghebbende, welstand, parkeren, uitbreiden parkeerplaatsen
* 1 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3459 GEMWT H3): Awb, Gmw; handhaving, hanengekraai, APV, geen onaanvaardbare geluidhinder
* 29 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5708 en SGR 21/5709): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, restaurant met bedrijfswoning en parkeerkelder, vvgb , stedelijke ontwikkeling/Ladder/Bro, parkeren, geluid, terras, menselijk stemgeluid, motivering, lichthinder, stikstof
* 29 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9221 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor realiseren corridor, bijbehorend bouwwerk, uitbreiding hoofdgebouw, strijd met bpl
* 28 oktober 2021 (Rb Overijssel AWB 21/1349): Awb, Wnb; mededeling geen vergunning nodig voor veehouderij, niet geschikt voor rechtstreeks beroep, terugverwijzing, behandeling als bezwaarschrift
* 28 oktober 2021 (Hof Den Bosch 806-21): WSv; vovo en kortsluiten, bevel gevangenhouding, storten van drugsafval, ernstige schade aan milieu/gezondheid
* 28 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4042 VV): Awb, Wabo; vovo, handhaving, bouwstop, gebouw te hoog voor vergunningvrij, zicht op legalisatie, afbreken niet realistisch
* 28 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20 / 3398): Awb, Wob; weigering documenten openbaar te maken, geen beoordeling feitelijke gegevens/persoonlijke beleidsopvattingen/ milieu-informatie, oplegging dwangsom
* 27 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5185): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, naleving voorschrift, verouderingstesten/certificaten, gevelbekleding pand
* 27 oktober 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1183): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, herstelmethode, motivering
* 22 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/4191 en HAA 21/3026): Awb, Wnb; vovo en kortsluiten, ontheffing, maatregelen in natuurgebied, belang van de bescherming van de wilde flora en fauna
* 22 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2051): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning milieu, tankenpark brandstoffen, maatwerkvoorschrift, onderzoek VOS/ZZS, Activiteitenbesluit, MTR/VR, rapportageplicht, bevoegdheid
* 22 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/470): Awb, Wabo; handhaving, erfafscheiding/overkapping, Bor/erf/tuin, vergunningvrij
* 21 oktober 2021 (Rb Rotterdam 83-128564-21): WSr, Wm, WED; voorhanden hebben, verkopen en opslag in woonwijk van professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 20 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 19/6483): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, winkel naar woningen, bouwtekening niet juist, erfdienstbaarheid
* 20 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2984): Awb; verzoek om handhaving, gebruik van het fietspad door gemotoriseerd verkeer, verzoek om feitelijk handelen, geen Awb-besluit, bevoegdheid rechtbank
* 19 oktober 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden GEMW 200.293.724/01): Awb, Gmw, WSv; bestuurlijke strafbeschikking, overlast in openbare ruimte, verkeerd aanbieden kartonnen doos, afvalstoffenverordening, overtreder, bewijslast
* 16 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3008): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, vervangende woning, grootte, welstand
* 14 oktober 2021 (Hof Amsterdam 20/00302): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, juist tarief gehanteerd (Rb Noord-Holland HAA 19/4320)
* 13 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 20/2886): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, huisvesting arbeidsmigranten, strijd met bpl
* 12 oktober 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden GEMW 200.277.282/01, 200.277.283/01 en 200.277.284/01): Awb, Gmw, WSv; bestuurlijke strafbeschikkingen, overlast in openbare ruimte, niet aangelijnde hond, bevoegdheid, niet toezenden boetrapport, gedoogbeleid, overschrijden van termijnen van orde
* 8 oktober 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden GEMW 200.272.036/01): Awb, Gmw, WSv; bestuurlijke strafbeschikking, overlast in openbare ruimte, niet aangelijnde hond, niet gewezen op aanlijngebod, etnische profilering
* 7 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/991): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw op geheel woonblok, belanghebbende, goede ruimtelijke ordening
* 4 oktober 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1130): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, herstelmethode, motivering
* 1 oktober 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1083): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden
* 22 september 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1251): Awb, Mbw; mijnbouwschade, ontvankelijkheid
* 21 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6896): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, renovatie winkelruimte/aanpassing gevel en realiseren appartementen, bouwhistorische verkenning, welstand
* 15 september 2021 (Rb Amsterdam AWB 21/4529): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 14 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6525 en AMS 19/6781): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbende, goede ruimtelijke ordening, parkeren, verkeer
* 8 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/140): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ontvankelijkheid, aanvulling bezwaargronden, onderhandelingspositie, motivering
* 11 augustus 2021 (Rb Overijssel AWB 21/1022 en AWB 21/1023): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, verwijderen chalet, geen vergunning, strijd met bpl, geen zicht op legalisatie
* 9 augustus 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3397 en AMS 21/3405): Awb, Wabo; vovo en korstluiten, omgevingsvergunning voor vellen bomen, Bomenverordening, herplantplicht
* 23 juli 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3735): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 7 juli 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3431): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 4 juni 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/2166 en 21/2168): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen, bouwen en afwijken bpl, woningen, cultuurhistorische waarden
* 10 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 20/320): Awb, Gmw; handhaving, haag in tuin van buren, APV, verkeersveiligheid, motivering

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 10 november 2021 (ABRvS 202102044/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark met voorzieningen, Chw, middenspanningskabels, EVRM, geluid/versterking, bodem (Rb Gelderland 19/6830 en 19/6901)
4.4.    Het college heeft geen aanleiding gezien uit voorzorg nader onderzoek te doen naar het gestelde gevaar van middenspanningskabels. Hierbij heeft het college van belang geacht dat het magneetveldvoorzorgsbeleid niet geldt voor middenspanningskabels, dat middenspanningskabels in heel Nederland voorkomen en dat appellanten in dit geval op ongeveer 200 m afstand van het perceel wonen.

[appellant sub 2] heeft de door het college gegeven uiteenzetting betreffende elektromagnetische straling, waarin het heeft geconcludeerd dat de elektromagnetische straling die het zonnepark zal genereren geen milieubelemmeringen vormt voor omwonenden, niet gemotiveerd weersproken. Ook overigens heeft [appellant sub 2] geen objectieve informatie aangedragen die twijfel over de toelichting van het college doet ontstaan.

Gelet op de door het college gegeven motivering en het niet geconcretiseerde betoog van [appellant sub 2] op dit punt, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college nader onderzoek had moeten doen naar het gevaar van middenspanningskabels.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank dan ook terecht geconcludeerd dat er geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM.

Het betoog slaagt niet.

* 10 november 2021 (ABRvS 201903497/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, agrarisch, plattelandswoning, historisch schip, wonen, handel in bouwstoffen/loswal, VNG-brochure, afwijkingsbevoegdheid, woonschip
43.7.  De wetgever heeft artikel 1, zevende lid, opgenomen in de Woningwet naar aanleiding van de voornoemde uitspraak van de Afdeling van 16 april 2014. De bepaling is toegevoegd bij de “Wet verduidelijking voorschriften woonboten” (Wijziging van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met de verduidelijking van voorschriften voor woonboten). In de toelichting (Kamerstukken II, 2015-2016, 34 434, nr. 3, p. 3-4) staat dat deze bepaling is opgenomen voor de categorie schepen waarvan niet bij voorbaat duidelijk is of deze altijd zouden worden aangemerkt als varend schip. De regering is van mening dat deze schepen niet gekwalificeerd moeten worden als bouwwerk en daarom bevat het wetsvoorstel een uitzondering voor deze schepen. Het betreft de categorie (historische) varende schepen waarop wordt verbleven (wonen, restaurant, museum en dergelijke). Deze schepen liggen veelal langere tijd stil, maar er wordt af en toe mee gevaren. […]. In de Woningwet wordt nu expliciet vastgelegd dat deze groep schepen niet onder de regelgeving voor bouwwerken valt. De omschrijving van de uitzondering, namelijk dat het schip moet zijn bestemd voor de vaart, sluit aan bij de terminologie van de Binnenvaartwet en het Binnenvaartbesluit. De bewoording dat een schip is “bestemd voor de vaart” geeft aan dat het schip is bedoeld om voor de vaart te gebruiken. Uiterlijk en inrichting van dit soort schepen verschilt sterk van elkaar. Bij de bepaling of een schip voor de vaart is bestemd, kan gekeken worden naar:

– de vorm van het casco en het materiaalgebruik;

– de bedoeling waarmee het schip oorspronkelijk is of wordt gemaakt;

– de aanwezigheid van voortstuwing of aandrijving (al dan niet indirect);

– de aanwezigheid van een stuurinrichting;

– de zichtlijn vanuit de stuurinrichting, of

– of het schip gebruikt mag worden om mee te varen op grond van de Binnenvaartwet.

[…].  De hier genoemde kenmerken moeten niet als cumulatief worden aangemerkt, maar zijn bedoeld als handvatten bij de beoordeling of een schip is bestemd voor de vaart en wordt gebruikt voor de vaart, aldus de toelichting.

43.8.  De Afdeling is van oordeel dat artikel 1, zevende lid, van de Woningwet niet van toepassing is op [woonschip]. Uit de hiervoor weergegeven onderdelen van de Memorie van Toelichting van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten volgt dat voldaan moet worden aan twee cumulatieve criteria om een schip als “varend” aan te merken. Het moet gaan om schepen die (1) bestemd zijn voor de vaart en (2) die – al dan niet incidenteel – worden gebruikt voor de vaart. De vraag of een schip bestemd is voor de vaart moet worden beantwoord aan de hand van objectieve criteria, onder meer de bedoeling waarmee het schip oorspronkelijk is gemaakt en – kortheidshalve – de constructieve en mechanische vaargeschiktheid van het schip, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een functionerende voortstuwing en stuurinrichting. De Afdeling volgt het standpunt van de raad dat [woonschip] oorspronkelijk is gemaakt voor de (binnen)vaart. [appellanten sub 8] hebben evenwel onweersproken gesteld dat [woonschip] niet beschikt over een certificaat van onderzoek. Gelet ook op het bouwjaar van het schip (voor 1975) en de omstandigheid dat niet in geschil is dat [woonschip] vanaf (omstreeks) 1975 is afgemeerd op de huidige locatie (als woonschip) en dat nadien niet met het schip is gevaren, is naar het oordeel van de Afdeling aannemelijk gemaakt dat [woonschip] niet wordt gebruikt voor de vaart. De enkele omstandigheid dat het schip incidenteel naar een helling is gebracht voor inspectie en onderhoud doet hier niet aan af. Gelet daarop is niet voldaan aan  de hiervoor genoemde criteria. De Afdeling komt daarom tot de conclusie dat [woonschip] aan te merken is als een bouwwerk. Door voor de afmeerlocatie van [woonschip] niet te voorzien in een planregeling die ter plaatse een gebouw toelaat, heeft de raad gehandeld in strijd met het uitgangspunt dat de feitelijk bestaande situatie als zodanig wordt bestemd. Dit is in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt.

* 3 november 2021 (ABRvS 202104375/1/R2 en /2/R2): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, logies/zorghotel, Bor/combinatie artikel 4 in vergunning, bebouwingspercentage, beschermd dorpsgezicht, bezonning (Rb Zeeland-West-Brabant 21/1727 en 21/1728)
5.4.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:744, is in de Nota van toelichting bij het besluit tot wijziging van het Bor per 1 november 2014 (Stb. 2014, 333, p. 50-51) vermeld dat de verscheidene onderdelen van artikel 4 van bijlage II in één omgevingsvergunning gecombineerd kunnen worden toegepast en dat het zo mogelijk is om tegelijkertijd een omgevingsvergunning te verlenen voor een bepaald gebruik, bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van een bestaand hoofdgebouw en voor de bouw en het gebruik van een bijbehorend bouwwerk, bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel 1.

5.5.    Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het bestaande gedeelte aan de voorzijde van het pand ook in de nieuwe situatie als hoofdgebouw kan worden aangemerkt in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van Bijlage II van het Bor. Ter zitting is onder verwijzing naar de bouwtekening komen vast te staan dat op de begane grond van het bestaande deel in de nieuwe situatie verschillende noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van de logiesfunctie zullen worden ingericht, zoals een kantoor, een gemeenschappelijke ruimte en een keuken. De bovenste verdieping zal overeenkomstig de bestemming “Gemengd – 7” worden gebruikt als appartement. De begane grond dient ook als entree naar de woning. De nieuwbouw aan de achterzijde zal alleen worden gebruikt ten behoeve van de logiesfunctie. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestaande deel aan de voorzijde van het pand kan worden gezien als het deel van het gebouw dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende en toekomstige bestemming en gelet op die gemengde bestemming ook het belangrijkst is.

De stelling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bebouwde oppervlakte of bouwvolume niet wijzigt is onjuist. De betreffende overweging van de rechtbank heeft betrekking op het gebruik van het bestaande deel aan de voorzijde van het pand waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van Bijlage II van het Bor. De rechtbank is er terecht van uitgegaan dat het bebouwde oppervlakte of bouwvolume van at bouwwerk niet wijzigt als bedoeld in die bepaling.

Voor zover [appellant] en anderen verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling van 4 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:338, overweegt de voorzieningenrechter dat in die uitspraak is geoordeeld dat niet op grond van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van Bijlage II van het Bor een vergunning kan worden verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van een gebouw dat niet feitelijk aanwezig en vergund is. Die situatie is hier niet aan de orde, nu onderdeel 9 alleen wordt aangewend voor wijziging van het gebruik in een bestaand deel van het pand waarvan de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume niet wordt vergroot.

Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat uit het besluit van 2 maart 2021 kan worden afgeleid dat het college voor de uitbreiding aan de achterzijde en het daarmee beoogde gebruik in strijd met de bestemming “Gemengd – 7 ” toepassing heeft gegeven aan artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van Bijlage II van het Bor.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan kon worden verleend met een gecombineerde toepassing van artikel 4, aanhef en onderdelen 1 en 9, van Bijlage II van het Bor.

* 28 oktober 2021 (Hof Den Bosch 806-21): WSv; vovo en kortsluiten, bevel gevangenhouding, storten van drugsafval, ernstige schade aan milieu/gezondheid
De milieuverontreiniging die verdachte wordt verweten is een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar gevangenisstraf op staat en waardoor naar het oordeel van het hof, en anders dan de raadsvrouw van verdachte, de rechtsorde ernstig is geschokt. Het afstorten van drugsafval veroorzaakt ernstige schade aan het milieu en vormt een bedreiging voor de gezondheid. Het zou voor de samenleving niet te begrijpen zijn, en die samenleving zou het ook niet accepteren, wanneer degene die waarschijnlijk betrokken is bij een dergelijke grootschalige verontreiniging van het milieu niet onverwijld in voorarrest zou worden genomen en voorlopig gehouden. Dat zou tot maatschappelijke onrust kunnen leiden.

Het hof is voorts van oordeel dat er sprake is van gevaar voor herhaling. De rechter-commissaris heeft het recidivegevaar naar behoren gemotiveerd en het hof voegt daar nog het navolgende aan toe. Jegens verdachte bestaan ernstige bezwaren ter zake betrokkenheid bij de productie van en de handel in synthetische drugs en voorts ernstige verontreiniging van het milieu met drugsafval. Die betrokkenheid is naar alle waarschijnlijk gevoed door enkel geldelijk gewin en verdachte heeft zich daarbij niet bekommerd om de schade die het gebruik van synthetische drugs kan hebben voor de gezondheid van derden. Datzelfde geldt voor de verontreiniging van het milieu. Uit een en ander blijkt van een mentaliteit waarin geen althans weinig ruimte is voor algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen zoals het niet in gevaar brengen van de gezondheid van anderen, en een dergelijke mentaliteit doet ernstig vrezen voor herhaling.

* 22 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/470): Awb, Wabo; handhaving, erfafscheiding/overkapping, Bor/erf/tuin, vergunningvrij
4.3.   Uit de bepalingen van het Bor volgt dat vergunningvrij bouwen alleen mogelijk is op een erf. Als de gronden niet beschouwd kunnen worden als erf, kunnen er geen bouwwerken vergunningsvrij opgericht worden.

4.4.   Op grond van artikel 1, eerste lid van bijlage II bij het Bor wordt onder erf verstaan: “al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden”. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat in deze definitie besloten ligt dat de reikwijdte van de regeling voor het vergunningsvrij bouwen door het bestemmingsplan kan worden beperkt. Met het oog op locatie-specifieke omstandigheden kan in een bestemmingsplanregeling de inrichting van het erf ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw worden verboden. In dat geval zijn de bepalingen uit het Bor die vergunningsvrij bouwen mogelijk maken niet van toepassing.

4.5.   Hoewel in het bestemmingsplan rekening gehouden is met locatie-specifieke omstandigheden door aan een gedeelte van het perceel van eiser de bestemming ‘tuin’ te geven om de zichtbaarheid van de winkel te waarborgen, is met de toekenning van de tuinbestemming dat gedeelte van het perceel van eiser niet uitgesloten van het erf. Ter zitting hebben partijen zich ook op het standpunt gesteld dat het gedeelte van het perceel met de bestemming ‘tuin’ bij het erf hoort. De situatie is daarmee anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 20184. In die zaak was in het bestemmingsplan namelijk expliciet bepaald dat de gronden met de bestemming tuin niet dienden te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II bijbehorend bij het Besluit omgevingsrecht. Een dergelijke bepaling is niet opgenomen in het bestemmingsplan Vogelenzang 2010.

4.6.   Naar het oordeel van de rechtbank is de genoemde uitspraak van de Afdeling daarom in het onderhavige geval niet van toepassing. Dit heeft als gevolg dat in dit geval de reikwijdte van het Bor niet is beperkt door het bestemmingsplan en dat de regels voor vergunningvrij bouwen op grond van het Bor van toepassing zijn.

4.7.   De erfafscheiding voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan het bepaalde in artikel 2, twaalfde lid, van bijlage II van het het Bor en is daarom vergunningsvrij. Om die reden kan daartegen niet handhavend worden opgetreden. De beroepsgrond slaagt. Het bestreden besluit moet worden vernietigd, waardoor het primaire besluit herleeft.

* 20 oktober 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2984): Awb; verzoek om handhaving, gebruik van het fietspad door gemotoriseerd verkeer, verzoek om feitelijk handelen, geen Awb-besluit, bevoegdheid rechtbank
3. Zoals ter zitting ook besproken, stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het verzoek van eiser om op te treden tegen het gebruik van het fietspad door gemotoriseerd verkeer in wezen een verzoek is om feitelijk handelen, namelijk het uitvoeren van (verkeers)controles. De reactie daarop is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:671, waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was.

  1. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan alleen beroep worden ingesteld tegen een besluit of het niet tijdig nemen van een besluit. Omdat in dit geval geen sprake is van een besluit, staat daartegen geen rechtsmiddel open. De rechtbank is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde beroep.* 8 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/140): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, ontvankelijkheid, aanvulling bezwaargronden, onderhandelingspositie, motivering
    10. Nu vast is komen te staan dat [eiser] de bezwaargronden niet binnen de door het college gestelde termijn heeft ingediend, dient de rechtbank te beoordelen of het college in redelijkheid [eiser] zijn bezwaar (kennelijk) ongegrond heeft kunnen verklaren.
  2. Het college heeft niet gereageerd op het voorstel van [eiser] ten aanzien van beide aanvraagprocedures, terwijl [eiser] dit wel tijdig heeft verzocht (het voorstel is gedaan op 15 september 2020 en de termijn liep af op 21 september 2020). De rechtbank vindt dit onzorgvuldig en deze gang van zaken past niet bij wat van een behoorlijk handelend bestuursorgaan mag worden verwacht. Gemeenteambtenaren hebben zich immers tot [eiser] gewend met een verzoek. Het is niet onbegrijpelijk dat [eiser] dan met een tegenvoorstel komt. De rechtbank acht het begrijpelijk dat in de beleving van [eiser] hij zich in een onderhandelingsfase met het college bevond. Het college heeft er in het verweerschrift op gewezen dat het college het voorstel van [eiser] niet aanvaardbaar vindt en dat elke aanvraag op zijn eigen waarde wordt beoordeeld. Dit kan zo zijn, maar dit had het college nu juist tijdig in een reactie op het emailbericht van 15 september 2020 aan hem kenbaar moeten maken. [eiser] had dan tijdig geweten wat hem te doen stond. Het college heeft te formalistisch opgetreden door het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de gronden van bezwaar één dag te laat zijn ingediend. Op de zitting heeft de gemachtigde van het college toegelicht dat [eiser] het voorstel heeft verstuurd aan de heer [naam] , medewerker Vergunningen, in het kader van een lopende aanvraag met betrekking tot het souterrain. De rechtbank overweegt dat van een burger niet verwacht kan worden dat hij het onderscheid maakt dat de onderhavige zaak al in de bezwaarfase was en door een andere afdeling van de gemeente in behandeling was. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat het college in dit geval in redelijkheid niet van haar bevoegdheid heeft mogen maken om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

12. Het beroep is daarom gegrond, de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank draagt het college op om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, waarbij het college de aanvraag van [eiser] inhoudelijk dient te beoordelen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.