Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 24 november 2021 (ABRvS 202102595/1/R4, 202103299/1/R4, 202103645/1/R4, 202103846/1/R4 en 202104175/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, grote doos naast afvalcontainer, afvalstoffenverordening, overtreder
* 24 november 2021 (ABRvS 202101775/1/A2): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden/invulling, panel van deskundigen, herstelmethodieken (Rb Noord-­Nederland 20/2521)
* 24 november 2021 (ABRvS 202101594/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing ondergrondse locaties voor restafvalcontainers, divers
* 24 november 2021 (ABRvS 202101440/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, gebruik van gronden als waterberging, niet geregeld in bpl, geen overtreding, EVRM (Rb Overijssel 18/955)
* 24 november 2021 (ABRvS 202101037/1/A2): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, herstelmethodiek, verhuiskosten (Rb Noord-Nederland 20/1763)
* 24 november 2021 (ABRvS 202100325/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting bijgebouw, drugsfabricage (Rb Oost-Brabant 20/797)
* 24 november 2021 (ABRvS 202006558/1/A3): Awb, Hvw; boete, woningonttrekking, ontvankelijkheid (Rb Amsterdam 19/1699)
* 24 november 2021 (ABRvS 202006031/1/A3): Awb, Arbowet; intrekking asbestverwijderingscertificaat, Arboregeling, herhaling
* 24 november 2021 (ABRvS 202005763/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen, riolering/grondwerk en weg op recreatieterrein, belanghebbende, uitweg/APV (Rb Noord-Holland 19/5233)
* 24 november 2021 (ABRvS 202003211/1/R3): Awb, Wro; weigering bpl vast te stellen, woning
* 24 november 2021 (ABRvS 201908476/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, detailhandel , vestigingsbeleid, Dienstenrichtlijn(Rb Noord-Nederland 19/1963)
* 24 november 2021 (ABRvS 201908048/1/R4): Awb, Mbw; winningsplan, gasveld, actualisatie, gecoördineerde besluitvorming, opsporings-/winningsvergunning, detailniveau informatie, bodemdaling, trillingen, beleid kleien velden, gaslekkages
* 24 november 2021 (ABRvS 201907864/1/R3): Awb, Wro; exploitatieplan, inbrengwaarden, referentietransacties, residuele waardebepaling
# 24 november 2021 (ABRvS 201906131/1/R4): Awb, Wro; bpl, recreatieve voorzieningen, evenementenhal/hotels, bestaand stedelijk gebied/Bro, nieuwe stedelijke ontwikkeling, geluid/bodem/dB(C), natuur/relativiteit
* 24 november 2021 (ABRvS 201901732/1/R3): Awb, Wro; bpl, verbrede reikwijdte, Chw, herstelbesluit, opknippen, bestaande bedrijfsactiviteiten, woningen, motivering, open normen, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, geluid, veiligheid/LPG, overgangsrecht
* 24 november 2021 (ABRvS 201805874/1/R2): Awb, Wro, Wnb, Wegenwet; inpassingplannen/projectplan/ontheffing/onttrekking op- en afritten, belanghebbenden, verkeer/model/verkeersintensiteit, MER/alternatieven/varianten, natuur/passende beoordeling/AERIUS/Natura 2000, relativiteit, depositieberekeningen, motivering, provinciale verordening, saldobenadering, geluid, Milieu-GezondheidsRisico-tool, tussenuitspraak
* 23 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/654): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, kantoorpand, wettelijk bewijsvermoeden
* 23 november 2021 (Rb Midden-Nederland  UTR 20/4153): Awb, Wob; openbaar maken stukken, milieu-informatie, granuliet
* 23 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2439, SHE 21/2440, SHE 21/2441 en SHE 21/2442): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, commercieel aanbieden van parkeerplaatsen nabij luchthaven, strijd met bpl, Unierecht/bevoegdheid
* 23 november 2021 (CBb 19/1587): Awb, Msw; handhaving, boete, afvoer mest, documenten/administratie, bewijslast (Rb Oost-Brabant 18/3091)
* 23 november 2021 (CBb 20/845): Awb, Wtw; intrekking verruiming opentijden, overtredingen, ernst, stappenplan, horen
* 23 november 2021 (CBb 20/687): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, knelgevallenregeling
* 23 november 2021 (CBb 19/1642): Awb, Msw; verzoek herziening pluimveerecht, geen besluit, ontvankelijkheid, geen dwangsom
* 22 november 2021 (ABRvS 202106740/2/R4): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor slopen, kappen en bouwen, uitbreiding woonzorgcentrum, onomkeerbare situatie (Rb Midden-Nederland 21/3568 en 21/3569)
* 22 november 2021 (Rb Gelderland ARN 21/4499): Awb, Waterwet; vovo, vergunning, vervanging damwanden, reflecterende golven, alternatieven
* 19 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1244 WET): Awb, Wvw; verkeersbesluit, ontvankelijkheid
* 19 november 2021 (Rb Gelderland AWB 21/4343): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, woningen, verstoren steenuilennest, belanghebbenden, mitigerende/compenserende maatregelen, noodzaak
* 19 november 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/2885): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting lokalen, bevoegdheid, noodzaak, evenredigheid
* 19 november 2021 (ABRvS 202106735/2/R1): Awb, Wbr; vovo, intrekking vergunning, tankstation, Tracébesluit, overeenkomst
* 19 november 2021 (ABRvS 202106846/2/R2): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, foerageergebied dassen (Rb Noord-Holland 21/4191 en 21/3026)
* 19 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3289): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting bedrijfspand, assortiment hoofdzakelijk bestemd zijn beroeps- en bedrijfsmatige grootschalige hennepteelt, bevoegdheid, evenredigheid
* 18 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/5311): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik stacaravan en verwijderen, geen vergunning, strijd met beheersverordening
* 18 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3980): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, staken huisvesting arbeidsmigranten, belanghebbende, strijd met bpl
* 18 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/3641 en HAA 21/3031): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, exploitatievergunning, shishalounge, beleid, overgangsrecht
* 18 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2911): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, natuurcompensatiegebied als gevolg aanleg woningen, tegenstrijdige deskundigenrapporten
* 18 november 2021 (ABRvS 202103297/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, burgerwoning in bollenteeltgebied, gezamenlijke structuurvisie van gemeenten, openheid gebied, doorkruising beleid
* 18 november 2021 (ABRvS 202105904/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, woningbouw, geen spoedeisend belang
* 18 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2634): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, recreatief zonnepark, belanghebbende, natuur/relativiteit, gemeentelijke visie
* 17 november 2021 (ABRvS 202102098/2/R3): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, afwijkende kozijnen, Bor, beeldbepalend pand, omschrijving last/onvoldoende duidelijk
* 17 november 2021 (ABRvS 202103428/1/A3 en /2/A3): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, bestuursdwang, geen standplaats innemen zonder vergunning, loempiakraam, vertrouwensbeginsel, evenredigheid (Rb Rotterdam 21/1164 en 21/1660)
* 17 november 2021 (ABRvS 202106098/1/R2 en /2/R2): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, herontwikkeling kantoorpand woonappartementen, leefbaarheidsadvies, beleidsregels/afstand
* 17 november 2021 (ABRvS 202106531/2/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, andere woning problematisch (Rb Rotterdam 21/4795 en 21/4791)
* 17 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3689T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijkend gebruik, Bed & Breakfast, alsmede tijdelijk verkooppunt en  proeflokaal voor vleesproducten, droog- en opslagruimte hammen niet genoemd, tussenuitspraak
* 17 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3188-T): Awb, Wvw; verkeersbesluit, verkeersbord/oplaadpalen/parkeerplaatsen, beleidsregels, belangafweging, tussenuitspraak
* 16 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2797): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bijgebouw, bouwvlak, Bor, motivering
* 16 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/195): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, verbreden dakkapel, welstand, motivering bpl
* 16 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1260 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor wijzigen van mountainbikeroute, ontvankelijkheid
* 16 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4044 WABOA VV en BRE 21/3622 WABOA BRE 21/4043 GEMWT VV en BRE 21/3621 GEMWT): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving/omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en brandveilig gebruik, tijdelijk huisvesten arbeidsmigranten, belanghebbende, APV, goede ruimtelijke ordening, relativiteit
* 15 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1100 WET): Awb, Wro; planschade
* 15 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1090 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en aanleggen, kantoorruimte, gevelwijziging en afrastering alsmede inritten en terreinverharding, bedrijf, geen strijd met bpl
* 15 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1971 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, voorschriften, scheepswerf, geluid, meetpunten,
pneumatisch bikken/gebruik hellingmotoren, piekniveaus, zelf in de zaak voorzien
* 15 november 2021 (Rb Den Haag SGR 19/7562): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassen gevel monument, belanghebbende, welstand
* 12 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2572): Awb, AWR; leges omgevingsvergunning, geen sprake van wijzigingen die van ondergeschikte aard zijn, nieuw bouwplan
* 11 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2714): Awb; vovo, handhaving, gevaar omvallende boom, bevoegdheid, Woningwet, onderzoek naar mate van gevaarzetting
* 10 november 2021 (Rb Oost Brabant SHE 20/3129): Awb, Wnb; vergunning, paardenhouderij, onvoldoende gegevens referentiesituatie en beoogde situatie
* 4 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/2185): Awb, Gmw; handhaving dwangsom, illegale steiger, Vob, vertrouwensbeginsel
* 3 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1063): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, scheidingswand in horeca, planvoorschriften, strijd met bpl, oppervlakten
* 3 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2709): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, erfverharding, begunstigingstermijn
* 3 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6955): Awb, Hvw; bestuurlijke boete, verhuren woning aan toeristen, onttrekking aan woningvoorraad
* 3 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2912): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en aanleggen, appartementen met uitrit, Chw, privacy, bezonning, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 2 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1712): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, schade rookgaskanaal, causaal verband
* 27 oktober 2021 (Rb Gelderland ARN 20/4833): Awb, BP; gedoogplicht, aanleg rioolpersleiding, algemeen nut
* 22 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/2356): Awb, Hvw; omzettingsvergunning, nieuw besluit/regelgeving op dat moment, quotum-vereiste
* 22 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/3908, AMS 20/3909 en AMS 20/3910): Awb, Hvw, bestuurlijke boete, verhuren aan studenten, beleid, woongroepen
* 18 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1236): Awb, Wabo; bekend maken van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor aanbouw
* 7 oktober 2021 (Hof Amsterdam 20/00235): Awb, AWR; leges omgevingsvergunning, geen strijd met Gmw
* 8 juni 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1341): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding bedrijfsgebouw, ruimtelijke onderbouwing, motivering
* 16 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 20/4624; SGR 20/4615; SGR 20/4618; SGR 20/4622; SGR 20/4625; SGR 20/4626; SGR 20/4627; SGR 20/4628; SGR 20/4629; SGR 20/4630 en SGR 20/4632): Awb, Waterwet; vergunning, projectplan, oeververvanging, m.e.r.-beoordeling, Chw/bezwaren, gedoogplichtprocedure/coördinatie, ontwerpen/onderbouwing
* 4 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/941): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, illegale crossbaan
* 23 december 2020 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5227 en UTR 20/2294): Awb, Wabo, handhaving/dwangsom/omgevingsvergunning voor verplaatsen uitweg, bouwwerken zonder vergunning
* 17 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4320): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, meer dan één huishouden in woning, geen spoedeisend belang

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 24 november 2021 (ABRvS 202101775/1/A2): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden/invulling, panel van deskundigen, herstelmethodieken (Rb Noord-­Nederland 20/2521)
34.     De Hoge Raad heeft in de prejudiciële beslissing van 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, geoordeeld dat uit de tekst en de strekking van artikel 6:177a lid 1 BW, alsmede uit de bedoeling van de wetgever, volgt dat de exploitant het in die bepaling bedoelde vermoeden alleen dan met succes weerlegt, als hij erin slaagt te bewijzen dat de schade niet is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk. De Hoge Raad heeft daarbij opgemerkt dat voor bewijs in het burgerlijk procesrecht niet is vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan. Voor bewijs kan volstaan dat de te bewijzen feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk worden. Voor weerlegging van het vermoeden van art. 6:177a lid 1 BW is het dus niet voldoende dat de exploitant twijfel zaait over de oorzaak van de schade (r.o. 2.9.5).

Indien de exploitant niet erin slaagt te bewijzen dat de schade niet is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk, draagt hij daarvan het risico. Dat geldt dus ook indien onduidelijk blijft of de schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk. In die gevallen moet op grond van art. 6:177a lid 1 BW ervan worden uitgegaan dat de schade is veroorzaakt door de aanleg of de exploitatie van het mijnbouwwerk (r.o. 2.9.6).
39.     In het kader van de vergewisplicht toetst het Instituut aan de hand van welke feiten en omstandigheden de deskundige tot de conclusie is gekomen dat  met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak van de schade valt aan te wijzen. De deskundige dient de motivering in zijn adviesrapport hiervoor voldoende begrijpelijk en specifiek te maken. Het Instituut acht het bewijsvermoeden pas weerlegd indien de deskundige een hoge mate van zekerheid heeft over de oorzaak van de door hem aangewezen schade. Dit sluit aan bij de bedoelingen van het Panel van Deskundigen, nu dat heeft opgemerkt dat met het criterium ‘evident en aantoonbaar’ de lat voor het weerleggen van het bewijsvermoeden ‘tamelijk hoog’ is gelegd. Van de deskundige wordt niet gevergd dat hij met 100% zekerheid kan uitsluiten dat de schade is ontstaan en/of verergerd door bodembeweging door mijnbouwactiviteiten.

  1. De Afdeling is van oordeel dat het Instituut hiermee een aanvaardbare bestuursrechtelijke invulling heeft gegeven aan het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a lid 1 BW. Dit betekent dat het Instituut het bewijsvermoeden met succes weerlegt als het aan de hand van een adviesrapport aantoont dat de schadeoorzaak evident en aantoonbaar uitsluitend een andere is dan bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk. In dat geval wordt voldoende aannemelijk gemaakt dat de schade niet is veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. De Afdeling is van oordeel dat het Instituut de uitleg van het bewijsvermoeden in het voordeel van degenen die schade lijden, heeft verscherpt ten opzichte van de uitleg die door de Hoge Raad is gegeven in zijn arrest van 19 juli 2019. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de doelstelling van een ruimhartige en voortvarende afhandeling van de schade onder publiekrechtelijke regie (Kamerstukken II, 2017-2018, 33 529, nr. 423).

    * 17 november 2021 (ABRvS 202102098/2/R3): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, afwijkende kozijnen, Bor, beeldbepalend pand, omschrijving last/onvoldoende duidelijk
    6.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in haar uitspraak van 20 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1316, vereist het rechtszekerheidsbeginsel dat een last zodanig duidelijk en concreet geformuleerd wordt dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen.

In de omschrijving van de last staat dat [verzoeker] de overtreding kan beëindigen door de betreffende kozijnen te vervangen door kozijnen met dezelfde detaillering, profilering en vormgeving als de vorige kozijnen. Uit het dossier kan echter niet worden opgemaakt hoe deze vorige kozijnen er precies uit hebben gezien. Hoewel op de foto’s die deel uitmaken van het constateringsrapport wel zichtbaar is dat er verschillen zitten in de detaillering en profilering van de huidige kozijnen ten opzichte van de vorige kozijnen, zijn deze foto’s niet duidelijk genoeg om hieruit op te maken hoe de vorige kozijnen er precies uit hebben gezien. Anders dan de rechtbank, is de voorzieningenrechter daarom op voorhand van oordeel dat op grond van deze foto’s niet kan worden vastgesteld hoe de kozijnen er precies uit moeten komen te zien. Het college heeft dit op de zitting ook niet kunnen toelichten. Het college heeft op de zitting en in het verweerschrift gesteld dat, hoewel de gemeente niet beschikt over bouwtekeningen van het pand, vermoedelijk vanwege de stadhuisbrand in 1929, het mogelijk moet zijn om van de laatst vergunde situatie tekeningen te laten maken door een architect met aantoonbare kennis van restauratietechniek. Deze tekeningen moeten vervolgens door het college worden beoordeeld. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee onvoldoende duidelijk of het college de situatie van vlak voor de aanpassing in 2017 voor ogen heeft. Daarbij is van belang dat [verzoeker] naar voren heeft gebracht dat er gedurende de jaren eerder aanpassingen aan de kozijnen zijn gedaan. Verder is van belang dat het college in het besluit waarbij de last is opgelegd, en die in het besluit op bezwaar is gehandhaafd, voor zijn standpunt over bepaalde verschillen in detaillering tussen de oude en nieuwe situatie, volstaat met een verwijzing naar het advies van Erfgoed Leiden en Omstreken, terwijl [verzoeker] aangeeft dat die verschillen er juist niet zijn. De toelichting die in dit verband op de zitting door een woordvoerder van Erfgoed Leiden en Omstreken is gegeven, heeft daarover ook geen duidelijkheid gegeven, nu daarin naar het oordeel van de voorzieningenrechter vooral werd gesproken over andere aanpassingen dan de aanpassingen aan de kozijnen waar de last op ziet.

Gelet daarop is het naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voor [verzoeker] niet duidelijk welke herstelmaatregelen hij moet nemen om aan de last te voldoen, zodat het college de last onvoldoende duidelijk heeft omschreven.

* 17 november 2021 (ABRvS 202106098/1/R2 en /2/R2): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, herontwikkeling kantoorpand woonappartementen, leefbaarheidsadvies, beleidsregels/afstand
6.2.    Volgens het college is de directe woon- en leefomgeving vastgesteld aan de hand van de nabij het pand gelegen woningen, zoals woningen die in hetzelfde bebouwingsblok, direct tegenover of aan weerszijden van het pand in aangrenzende straten liggen. In het geval van [locatie 1] behoren de panden aan de Strijpsestraat 80 t/m 60, gelegen aan de rechterzijde van en in hetzelfde bebouwingsblok als het pand, Strijpsestraat 51 t/m 37, gelegen recht(s) tegenover het pand, en Merovingersweg 6, 8 en 10, gelegen in hetzelfde pand als Strijpsestraat 37, tot de directe woon- en leefomgeving, aldus het college. Ook zijn vier panden aan de Hastelweg 2 t/m 8, gelegen links van het pand, en de panden die om de hoek van het pand aan de linker- en rechterkant van de naar boven afbuigende Strijpsestraat liggen, te weten Strijpsestraat 53 t/m 69 en Strijpsestraat 54 t/m 94, in de leefbaarheidstoets betrokken. Omdat het pand zich bevindt in een bebouwingsblok met een aaneengesloten rij woningen is ervoor gekozen om de directe woon- en leefomgeving aan de rechterzijde van en recht tegenover het pand bij respectievelijk de straten Den Bult en de Merovingersweg te begrenzen.

Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd wat de directe woon- en leefomgeving van het pand is en hoe dit is bepaald. De stelling van [appellanten] dat een aantal woningen die op korte afstand van het pand liggen niet in de leefbaarheidstoets zijn betrokken, en dat het college woningen met een negatieve invloed op de leefbaarheid daardoor kan uitsluiten, leidt niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college voldoende onderbouwd dat het bepalen van de directe woon- en leefomgeving afhankelijk is van de situatie ter plaatse en dat in dit geval is gekeken naar de specifieke ligging van het pand, de indeling/inrichting van zowel de omgeving als het bebouwingsblok en het verloop van de Strijpsestraat. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft het college zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de panden die weliswaar in de Strijpsestraat liggen, maar voorbij Den Bult en de Merovingersweg, niet tot de directe woon- en leefomgeving van het pand behoren.

Het betoog slaagt niet.
.2.    De Afdeling is verder met de rechtbank van oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat het pand op het perceel en het pand aan de Strijpsestraat 58 wezenlijk van elkaar verschillen en dat deze verschillen gevolgen hebben voor de uitkomst van de leefbaarheidstoets. Zoals het college heeft toegelicht, zijn in het pand aan de Strijpsestraat 58 weliswaar appartementen voorzien, maar gaat het daar om een pand met winkelruimte, en geen kantoorruimte, in een ander deel van de Strijpsestraat en, anders dan bij het pand op het perceel, ligt naast het winkelpand een ééngezinswoning die aan beide zijden door kamerverhuur en/of appartementen zou worden ingesloten. Het college heeft ter zitting toegelicht dat het bouwplan geen vergelijkbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse veroorzaakt, omdat het pand op een groter perceel ligt, het bouwplan in grotere appartementen voorziet en omdat er in dit deel van de Strijpsestraat geen overlast is van het café aan de Strijpsestraat 23. De Afdeling acht deze motivering niet onredelijk. De rechtbank heeft daarnaast terecht overwogen dat het negatieve leefbaarheidsadvies voor het pand aan de Strijpsestraat 58 niet betekent dat het positieve leefbaarheidsadvies voor het pand op het perceel onvolledig of onjuist is of gebreken bevat, zodat het college hier in zijn besluitvorming niet vanuit mocht gaan.

* 11 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2714): Awb; vovo, handhaving, gevaar omvallende boom, bevoegdheid, Woningwet, onderzoek naar mate van gevaarzetting
7.2.   De voorzieningenrechter is het met verweerder eens dat artikel 7:22, onder d, van het Bouwbesluit 2012 geen grondslag lijkt te bieden om handhavend op te treden tegen een (al dan niet gevaarlijke) boom op het erf van de buren. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het verbod ziet op het hebben van, of nalaten handelingen te verrichten, ten aanzien van “voorwerpen, stoffen, of werktuigen”. Een boom valt in ieder geval niet onder de categorie stoffen of werktuigen en naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet onder de categorie voorwerpen. Een voorwerp is immers volgens het algemeen spraakgebruik een “niet-levend” ding, door de mens gemaakt.

7.3.   Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zou de gevaarlijke boom wel kunnen vallen onder de reikwijdte van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet. In dit artikel wordt immers niet gesproken van voorwerpen, maar over de “staat” van een open erf of terrein. De eigenaar van een open erf of terrein moet er zorg voor dragen dat die staat zodanig is, dat er geen gevaar voor de veiligheid ontstaat of voortduurt. Onder de staat van het erf of terrein valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook de beplanting die hierop staat.

7.4.   De voorzieningenrechter betrekt hierbij tevens dat in de genoemde bepaling het gebruik van een open erf of terrein apart wordt vermeld, naast het gebruik van een bouwwerk. Die aparte vermelding zou geen toegevoegde waarde hebben als hiermee alleen bedoeld zou zijn dat handhavend opgetreden kan worden tegen (delen van) bouwwerken, zoals verweerder ter zitting heeft betoogd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet daarom grondslag bieden om handhavend op te treden tegen de mogelijke gevaarzetting van de acaciaboom.

7.6.   Nu er een grondslag is voor verweerder om handhavend op te treden, had verweerder het handhavingsverzoek niet mogen afwijzen zonder onderzoek te doen naar de situatie ter plaatse. Het bestreden besluit berust daarom niet op een deugdelijke motivering en kan naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter daarom niet in stand blijven.

* 4 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/2185): Awb, Gmw; handhaving dwangsom, illegale steiger, Vob, vertrouwensbeginsel
Stap 1: kan de uitlating van Waternet worden gezien als een toezegging?

4.2    De rechtbank oordeelt dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat bij hem de indruk is gewekt dat hij de steiger mocht bouwen en dat hiertegen niet handhavend zou worden opgetreden. Daarvoor vindt de rechtbank het volgende van belang.

4.3   Vooropgesteld zijn de verklaringen van eiser dat hij heeft geïnformeerd naar de procedures om een steiger te mogen bouwen en dat hij vervolgens is doorverwezen naar Waternet als bevoegde instantie overtuigend. Verweerder heeft dit niet onderbouwd betwist en heeft zelf ook geen onderzoek gedaan naar hoe het voortraject eruit zag. Dit had, gelet op wat eiser hierover heeft aangevoerd, wel op de weg van verweerder gelegen. Dat dit is nagelaten komt dan ook voor rekening en risico van verweerder.

4.5   Het voorgaande betekent dat de uitlating van Waternet een toezegging is. Eiser mocht erop vertrouwen dat hem was toegezegd dat hij de steiger mocht bouwen. De beroepsgrond van eiser die ziet op deze stap slaagt.

Stap 2: kan de toezegging van Waternet aan verweerder worden toegerekend?

5.1   Vervolgens moet worden bekeken of de toezegging van Waternet aan verweerder kan worden toegerekend. Hiervoor is van belang dat de Afdeling, anders dan voorheen, van oordeel is dat aan de precieze bevoegdheidsverdeling minder belang toekomt.3 Dat houdt in dat als eiser op goede gronden mocht veronderstellen dat de medewerker van Waternet die de toezegging heeft gedaan de opvatting van verweerder vertolkte, de toezegging aan verweerder kan worden toegerekend.

5.2   De rechtbank is van oordeel dat de toezegging aan verweerder kan worden toegerekend. Eiser is namelijk door verweerder zelf doorverwezen naar Waternet als bevoegde instantie. Ook staat in de e-mail van 12 maart 2014 expliciet dat Waternet onder de gemeente valt.4 Zoals eisers gemachtigde op zitting heeft opgemerkt staat in het primaire besluit dat Waternet namens verweerder handelt. Op zitting heeft verweerder bevestigd dat Waternet inderdaad in naam van verweerder handelde vanwege een samenwerkingsverband. Alles in samenhang bezien vindt de rechtbank daarom dat eiser ervan mocht uitgaan dat namens het bevoegde bestuursorgaan werd gehandeld. Daarvoor is niet vereist dat de toezegging expliciet is ondertekend door het bevoegde bestuursorgaan. De toezegging wordt dus toegerekend aan verweerder. Eisers beroepsgrond die ziet op deze stap slaagt ook.

Stap 3: moet het bij eiser gewekte vertrouwen worden nagekomen?

6.1   Tot slot moet worden beoordeeld of het gewekte vertrouwen moet worden nagekomen. Dat is het geval als er geen zwaarder wegende belangen zijn die het nakomen van de gewekte verwachtingen in de weg staan.5 Eiser stelt dat zijn belangen zwaarder wegen dan het algemene handhavingsbelang van verweerder. Zo is er vooraf een toezegging gedaan, zijn er geen derden-belangen die spelen, zijn er nooit problemen of klachten over de steiger geweest, zou eiser geconfronteerd worden met aanzienlijke kosten als hij de steiger moet verwijderen en is er drie en een half jaar lang niet gehandhaafd door verweerder terwijl er geregeld boten (van verweerder en Waternet) langs de steiger kwamen. Verweerder stelt daar het algemene belang om te handhaven tegenover.

6.2   De rechtbank stelt vast dat eiser een aantal concrete persoonlijke belangen heeft genoemd die hij heeft bij het behouden van zijn steiger en dat verweerder daar enkel een algemeen handhavingsbelang tegenover heeft gezet. De Afdeling heeft geoordeeld dat het algemene handhavingsbelang zwaar weegt, maar niet doorslaggevend is als er geen concrete bedreigde belangen van enige betekenis genoemd worden.6 Nu verweerder geen concrete bedreigde belangen heeft gezet tegenover de specifieke belangen van eiser, oordeelt de rechtbank dat het vertrouwensbeginsel in dit geval voor moet gaan. Dit betekent dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.

* 2 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1712): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, schade rookgaskanaal, causaal verband
3.2.   Het bestreden besluit is eerst genomen nadat het dossier is voorgelegd aan vijf deskundigen. Een rapport van de vijfde betrokken deskundige, Dobbe, is voor verweerder bepalend geweest om terug te komen op het primaire besluit.

3.3.   De rechtbank stelt voorop dat verweerder in het primaire besluit van

29 november 2019 -na een nader deskundigenadvies te hebben gevraagd- expliciet te kennen heeft gegeven het advies van deskundige Laanstra van 20 november 2019 over het rookgaskanaal te volgen en de kosten die nodig zijn voor herstel te vergoeden. Laanstra heeft in de op 20 november 2019 uitgebrachte rapportage geconcludeerd dat trillingen of veranderingen in de ondergrond, veroorzaakt door mijnbouw, van invloed kunnen zijn geweest op deze schade. Eiseres heeft tegen voornoemde (door verweerder gevolgde) conclusie geen bezwaar gemaakt en enkel de herstelmethode in bezwaar aan de orde gesteld.

3.4.   De rechtbank stelt vast dat de tweede, in bezwaar, ingeschakelde deskundige Venema in een addendum heeft vermeld dat de conclusie over het causaal verband uit het rapport van Laanstra zal worden gevolgd. Verder zijn de kosten van herstel begroot.

Bij mail van 23 september 2020, en daarmee ruim zeven maanden na het maken van bezwaar, is door verweerder, in reactie op het addendum, niet teruggekomen op voornoemd causaal verband. Door verweerder is bericht dat wordt meegegaan in het door Venema opgestelde nieuwe voorstel voor herstel en de daaraan gekoppelde (hogere) kosten.

3.5.   Op verzoek van de derde betrokken deskundige, Warnaar, is de door Venema geadviseerde herstelmethode nader bekeken. De vierde betrokken deskundige, Hoogland, heeft bij deze opname bevingsschade niet kunnen uitsluiten en heeft geadviseerd over mogelijke herstelmethoden. Dobbe heeft vervolgens een andere visie dan Laanstra gegeven over het causaal verband tussen de gaswinning en de schade aan het rookgaskanaal.

3.6.   De rechtbank is, gelet op het hiervoor geschetste verloop, van oordeel dat het rapport dat Dobbe op 6 januari 2021 heeft opgesteld, niet voldoende is om terug te komen op de beslissing de kosten die nodig zijn voor herstel van de schade aan het rookgaskanaal te vergoeden (schade 13). Verweerder kan hieromtrent -op basis van het overgelegde dossier- geen ander standpunt innemen dan reeds is gedaan in het primaire besluit (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0470, NJ 1992,606).

3.7.   Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 en 7:11 van de Awb gedeeltelijk te worden vernietigd, voor zover dat ziet op schade 13.

STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates
Marieke Kaajan, advocaat bij ENVIR advocaten, schreef een noot bij de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 oktober 2021 over de beoordeling van het verzoek om intrekking van een (op basis van het PAS verleende) Wnb-vergunning. Zie STAB OGR Updates.