Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 1 december 2021 (ABRvS 202104518/1/R1): Awb, Wro; bpl, uitwerking kavels/kantoren, procesbelang
* 1 december 2021 (ABRvS 202104169/1/R4): Awb; verzoek om herziening
* 1 december 2021 (ABRvS 202101249/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, bedrijf, VNG-brochure
* 1 december 2021 (ABRvS 202100790/1/A2): Awb, Wvw; verkeersbesluit, geslotenverklaring (Rb Midden-Nederland 20/3158)
* 1 december 2021 (ABRvS 202100613/1/A2): Awb. Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, omvang geding, schades, deskundigen, herstelmethodieken, calculatiemodel, bewijsvermoeden, herstelplan/kosten (Rb Noord-Nederland 19/3756)
* 1 december 2021 (ABRvS 202100326/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Noord-Holland. 19/5714)
* 1 december 2021 (ABRvS 202100208/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca, woon- en leefklimaat, motivering, vergelijking met hinder van voorgaande horeca (Rb Oost-Brabant 19/3212)
* 1 december 2021 (ABRvS 202006764/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, bedrijf, geluid
* 1 december 2021 (ABRvS 202006540/1/A2): Awb, Wvw; verkeersbesluit, parkeerverbodszone, belangenafweging (Rb Den Haag 19/7509)
* 1 december 2021 (ABRvS 202006148/1/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning, supermarkt, woon- en leefklimaat
* 1 december 2021 (ABRvS 202006102/1/A3): Awb; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, in bewaring nemen vogels, CITES, fysiek onderzoek, herkomstdocumentatie (Rb Amsterdam 19/6707)
* 1 december 2021 (ABRvS 202004699/1/R4, 202004700/1/R4 en 202004889/1/R4): Awb; verzoek om herziening
* 1 december 2021 (ABRvS 202004277/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting winkel, smartshop, illegale gokactiviteiten/cash center, APV, motivering (Rb Midden-Nederland 20/377)
* 1 december 2021 (ABRvS 202003271/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, Ladder/Bro, woon- en leefklimaat, divers/relativiteit
* 1 december 2021 (ABRvS 202002863/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, teelt van mais, bonen en groenbemester, strijd met bestemming natuur, omvang van geding (Rb Limburg 19/323)
* 1 december 2021 (ABRvS 202001771/1/A2): Awb, Wvw; verkeersbesluit, afsluiting voor gemotoriseerd verkeer (Rb Den Haag 18/8307)
* 1 december 2021 (ABRvS 202001626/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, diverse bouwwerken, overkapping, belanghebbende, bijbehorend bouwwerk/Bor (Rb Noord-Nederland 18/3873)
* 1 december 2021 (ABRvS 202001413/1/R2): Awb, Wro; bpl, herinrichting dal, MER, natuurbestemming, provinciaal waterplan, begrenzing NNB, woningen/glastuinbouw, VNG-brochure, geluid, lichthinder
* 1 december 2021 (ABRvS 202001075/1/R4): Awb, Mbw; instemming gaswinningsplan, belanghebbenden/Aarhus, bodemdaling/monitoring, bodemtrillingen, schade
* 1 december 2021 (ABRvS 202000161/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Noord-Nederland 19/1516)
# 1 december 2021 (ABRvS 201806799/1/A2): Awb; nadeelcompensatie, inkomensschade door peilbesluiten, inschakeling deskundigen (Rb Gelderland 14/1839, 14/1842, 14/1844, 14/1846, 14/1848 en 14/3188)
* 30 november 2021 (ABRvS 202105522/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, hotel met voorzieningen, belanghebbende, kwalitatieve behoefte/onderbouwing
* 30 november 2021 (ABRvS 202105607/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementengebouwen, verkeer, parkeren, planologische inpassing/motivering
* 30 november 2021 (ABRvS 202105628/4/R1): Awb, BP; vovo, gedoogplicht, aanleg hoogspanningsverbinding, inkorten en kappen van bomen, vorderen onteigening, belangenafweging
* 30 november 2021 (CBb 20/42, 20/553, 20/635, 20/769 en 19/1593 ): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, grondgebondenheid, feitelijke beschikkingsmacht over gronden, registratie van dieren in I&R-systeem, jongvee/diercategorie, onrechtmatige besluitvorming/schadevergoeding
* 29 november 2021 (ABRvS 202105574/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, aanpassing verkeersstructuur, 30 km-weg, geen borging snelheid en geluid, woon- en leefklimaat
* 26 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/800 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning oor de aanleg van tijdelijke boogkassen, tunnels en stellingen met regenkap en wandelkappen, ontvankelijkheid
* 26 november 2021 (Rb Gelderland ARN 21/3266 en 21/4504): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, tijdelijk gebruik bedrijfsverzamelgebouw als supermarkt, verbouwing, omgevingsverordening, relativiteit
* 26 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1207): Awb, Gmw; opnemen voorschrift exploitatievergunningen, cafés, lachgasverbod, openbare orde, APV, Opiumwet/rijksbeleid
* 26 november 20212 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3414): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, woning, noodzaak, evenredigheid
* 26 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3550): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, eerder gemelde schades, bevoegdheid
* 26 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/3882, SGR 21/3907, SGR 21/3910, SGR 21/3978, SGR 21/3980, SGR 21/3983, SGR 21/4018, SGR 21/4081 en SGR 21/4083): Awb, Mbw, Wabo; vovo, winningsplan magnesiumzout/omgevingsvergunning voor uitbreiden locatie en diepboringen, verontreiniging/lekkage, bodemdaling, belangenafweging
* 25 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9583 WABOM, BRE 20/9584 WABOM, BRE 20/9587 WABOM, BRE 20/9590 WABOM, BRE 20/9514 WABOM, BRE 20/9515 WABOM en BRE 20/9516 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en reclame, distributiecentrum met perceelafscheiding, inzicht toename verkeer en geluid vergroting t.o.v. beoordeling bpl, herstelbesluit
* 25 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/2280): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, verhogen enkele hoogspanningsmasten, bestaand gebruik /beheersverordening
* 25 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9926 WET): Awb, Hvw; omzettingsvergunning, kamerverhuur studenten
* 25 november 2021 (EH C-271/20): Prejudiciële beslissing, handel in broeikasgasemissie­rechten, brandstofbenchmarkinstallatie, productie van primair koper door middel van levitatiesmeltproces, nog niet toegewezen emissierechten
* 24 november 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/2889): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, huisvesting arbeidsmigranten, overbewoning, motivering
* 24 november 2021 (ABRvS 202103783/1/R2 en /3/R2): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verlagen erfafscheiding, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel (Rb Zeeland-West-Brabant 20/6434)
* 24 november 2021 (ABRvS 202105937/1/A3 en /2/A3): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, dwangsom, verwijderen hijsbok, Vob/aanwijzingsbesluit, bedrijfsvaartuig/ligplaats (Rb  Amsterdam 21/3884 en 21/3885)
* 24 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3635): Awb, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, afsluiting pad langs landgoed, belanghebbenden, APV, Wegenwet, motivering
* 24 november 2021 (Rb Overijssel AWB 21/564 en AWB 21/997): Awb, Wnb; vergunning/ handhaving/dwangsom, zand- en grindbedrijf, stikstof, AERIUS, referentiedatum, bestaande rechten, motivering, bevoegdheid
* 23 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2778): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, vervangende huisvesting
* 23 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/267): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, dakterras op schuur, strijd met bpl, geen vergunning, overtreder, bevoegdheid
* 22 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6838 WET): Awb, Msw; bestuurlijke boete, fraude met dierlijke meststoffen, tussenuitspraak
* 22 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/2665 V): Awb; verzet, beslistermijn aanvraag omgevingsvergunning, verbeuring dwangsom bij niet tijdig nemen besluit
* 19 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/881): Awb, Wm; handhaving, openingstijd ijsbaan, Activiteitenbesluit, zorgplicht
* 19 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2215): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitweg, appartementen, parkeren, archeologie, motivering
* 19 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2553 en SHE 21/2554): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, bouw appartementen, gemeentelijke herindeling, uitleg reikwijdte Bomenverordening, APV, onlosmakelijke samenhang
* 19 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2256): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen, woning met opstallen, procesbelang, ontvankelijkheid
* 19 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2113 en 21/2114): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, realiseren Bed and Breakfast in oude schuur, geen zelfstandige woning
* 16 november 2021 (Rb Limburg C/03/297878 / KG ZA 21-382): BW; kortgeding, bouwstop, onrechtmatige hinder, ontnemen licht/verkokering/NEN, bouwvergunning
* 16 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 19/6477): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting winkel, goederen voor gebruik, verwerking, bereiding, transport en handel van verdovende middelen, bevoegdheid
* 12 november 2021 (Rb Overijssel Awb 21/1376): Awb, AWR; verontreinigingsheffing, bedrijfsruimte met Individueel behandelingssysteem afvalwater (IBA), geen zuiveringstechnisch werk/Waterwet, sprake van lozing en belastbaarheid
* 12 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2160 en 21/2480): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, woning, belanghebbende, overgangsrecht/gebruik eerder verleende vrijstelling
* 11 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2988 en UTR 21/2657): Awb, Hvw, Wabo; onttrekkingsvergunning en omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, tijdelijke huisvesting minderjarige asielzoekers, woon- en leefklimaat, verkeer en parkeren
* 9 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3680): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, Natura 2000-gebied, geen toename stikstofdepositie/significante gevolgen t.o.v. referentiesituatie, geen vergunning noodzakelijk
* 9 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2910): Awb, Gmw; aanwijzing gebied waarvoor exploitatievergunningplicht niet geldt, procesbelang, ontvankelijkheid
* 4 november 2021 (Rb Rotterdam 83/023501-21): WSr, WED, Wm; voorhanden hebben en opslaan professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit, ter beschikking stellen aan particulier
* 4 november 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/2890): Awb, Ww; vovo, handhaving, lasten onder bestuursdwang, geheel of gedeeltelijk herstel gebreken woning, Bouwbesluit, begunstigingstermijn
* 29 oktober 2021 (Rb Limburg ROE 21/2729): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten supermarkt, bouwhoogte muur magazijn
* 29 oktober 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1154): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, afsluiting wandelpaden op landgoed, wegenlegger/APV, openbaar/bewijslast
* 29 oktober 2021 (Rb Noord-Holland LEE 21/243): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, terugbrengen gebouw in staat waarvoor vergunning is verleend, evenredigheid
* 18 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6147): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, steiger, inlaatduiker
* 18 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/539): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, wijzigen gemeentelijk monument, welstand, dakkapel, kozijnen/gelijkheid, dubbele leges
* 1 oktober 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1417): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding maatwerkvoorschriften, geluid, Activiteitenbesluit, horeca, geen bezwaargronden, ontvankelijkheid, emailpraktijk/verzending brief/onduidelijkheid
* 28 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/4513): Awb; bestuurlijke waarschuwing, harddrugs, beleidsmatige keus, geen wettelijke voorschrift, geen besluit, termijn/appellabel, motivering
* 27 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/1336): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor verwijderen, aanbrengen en hebben van een op- en afrit op de primaire waterkering en een uitweg naar de openbare weg, Keur, Wegenwet/-verordening, verkeersveiligheid, geen advies verkeersdeskundige, motivering
* 28 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4550 en 20/4390-T): Awb, Wabo; vovo en tussenuitspraak, omgevingsvergunning voor bouwen, appartementsgebouwen, parkeervoorzieningen, motivering

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 26 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1207): Awb, Gmw; opnemen voorschrift exploitatievergunningen, cafés, lachgasverbod, openbare orde, APV, Opiumwet/rijksbeleid
In januari 2020 besloot de burgemeester van Veenendaal de regels voor exploitatievergunningen van horeca aan te scherpen. Hij wilde het bezit en de verkoop van lachgas in de horeca verbieden omdat hij bang is voor gezondheidsschade bij jongeren door het gebruik van lachgas. Volgens de uitbaters van cafés Het Dak van de Markt en de Heeren van Ruysdael is de burgemeester bij wet niet bevoegd deze restrictie om die reden op te leggen. Daarnaast wordt volgens hen het lachgasverbod niet gerechtvaardigd door het belang van de openbare orde. Die zou namelijk niet verstoord worden. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Veenendaal zei eerder al dat de burgemeester niet bevoegd is dit verbod in te stellen, maar de burgemeester legde dit advies naast zich neer.

Ook de rechtbank oordeelt nu dat de burgemeester niet bevoegd is om het lachgasverbod op te leggen. Hij mág voorschriften opleggen aan een exploitatievergunning, maar alleen in het belang van de openbare orde. De rechtbank is het met de uitbaters van de cafés eens dat die openbare orde momenteel niet verstoord wordt. Een burgemeester mag voorschriften aan een vergunning verbinden, ook om veiligheidsrisico’s te voorkomen, maar het gaat hier om een al bestaande situatie en er zijn geen incidenten geweest, dus is er volgens de rechtbank geen sprake van een dreigende verstoring van de openbare orde die het opleggen van zo’n verbod kan rechtvaardigen. Daarnaast staat in de Gemeentewet dat een burgemeester ook mag optreden in het belang van de veiligheid en gezondheid, maar dat is beperkt tot acute situaties waarin ingrijpen nodig is en daarvan is geen sprake. Lachgas is bovendien vooralsnog legaal en niet in strijd met de Opiumwet. Dat betekent ook dat het voorhanden hebben en de verkoop van lachgas op zich geen inbreuk vormen voor de openbare orde.

De rechtbank benadrukt in de uitspraak heel goed te begrijpen dat de burgemeester zich zorgen maakt over het lachgasgebruik onder jongeren en de schadelijkheid daarvan voor de gezondheid. Hij wil iets doen zolang er landelijk niets geregeld is. Maar het is volgens de rechtbank niet aan de burgemeester om op deze manier het lachgasgebruik een halt toe te roepen. Dat is aan de wetgever in Den Haag.

* 24 november 2021 (Rb Overijssel AWB 21/564 en AWB 21/997): Awb, Wnb; vergunning/ handhaving/dwangsom, zand- en grindbedrijf, stikstof, AERIUS, referentiedatum, bestaande rechten, motivering, bevoegdheid
9.4   De rechtbank overweegt dat de referentiedatum het moment is waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen. Zie bijvoorbeeld de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7. De rechtbank is van oordeel dat dat in dit geval 10 juni 1994 is, omdat stikstofgevoelige habitattypen die met de aanwijzing als Habitatrichtlijn worden beschermd ook leefgebied zijn voor de beschermde vogelsoorten. Steun voor dit oordeel ziet de rechtbank in de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604, r.o. 22.3. Daarin concludeerde de Afdeling dat artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn ook geldt voor gebieden die ter uitvoering van de Vogelrichtlijn zijn aangewezen en dat voor deze gebieden 10 juni 1994 de referentiedatum is. Verder blijkt ook specifiek uit de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:857, r.o. 5.1, dat het Vogelrichtlijngebied Engbertsdijksvenen vóór 10 juni 1994 als zodanig is aangewezen, zodat die datum daarvoor als referentiedatum geldt. Verweerder heeft dus terecht geconcludeerd dat 10 juni 1994 in dit geval als referentiedatum moet worden gehanteerd.
10.2   Het is aannemelijk dat in de Hinderwetvergunning toestemming is verleend voor activiteiten die stikstofuitstoot tot gevolg hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet duidelijk geworden wat de omvang van de vergunde activiteiten destijds precies is geweest en welke stikstofdepositie op het gebied Engbertsdijksvenen die tot gevolg heeft gehad. Het is aan eiseres om dit in concreto aan te tonen. Dat heeft zij onvoldoende gedaan. In de oplegnotitie bij haar aanvullende zienswijze van 12 oktober 2020 heeft eiseres weliswaar een opsomming gegeven van activiteiten en installaties waarvoor met de Hinderwetvergunning toestemming is verleend. Evenwel kan ook uit deze opsomming de exacte omvang van de vergunde activiteiten en de aanwezige installaties alsmede de stikstofdepositie die die tot gevolg hebben niet worden afgeleid. Ook desgevraagd ter zitting bleek eiseres hiertoe niet in staat. Anders dan eiseres, is de rechtbank van oordeel dat eiseres met de door haar overgelegde stukken niet aannemelijk heeft gemaakt wat de omvang van de vergunde bedrijfsvoering, en daarmee de omvang van de vergunde stikstofruimte, op de referentiedatum was.

10.3   Uit het voorgaande volgt dat niet duidelijk is geworden welke gevolgen de bedrijfsactiviteiten op de locatie in de referentiesituatie hadden op het gebied Engbertsdijksvenen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de aangevraagde situatie leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit betekent dat niet op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat de aangevraagde bedrijfsactiviteiten op de locatie significante gevolgen hebben voor het gebied Engbertsdijksvenen. In zoverre heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht geconcludeerd dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond te beschikken over bestaande stikstofrechten.

* 19 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/881): Awb, Wm; handhaving, openingstijd ijsbaan, Activiteitenbesluit, zorgplicht
4.2   De aanvraag uit 2003 heeft betrekking op een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning voor een kunstijsbaan. In zowel de aanvraag van 8 juli 2003 als in de aanvulling uit 2004 is bij vraag 5f op het aanvraagformulier bij de opgave van de bedrijfstijden dan wel perioden dat de inrichting en de onderscheiden onderdelen daarvan in bedrijf zullen zijn het volgende opgenomen: “uitsluitend in de winterperiode van begin oktober tot half maart, zomers zeer incidenteel onderhoudswerk alleen daguren op werkdagen en in zomer incidenteel skeeleren”. Daarbij verwijst de stichting naar een bijlage getiteld “Overzicht evenementen op de ijsbaan in het winterseizoen”. Daaronder staat de tekst “Winterseizoen van begin oktober tot half maart” en daaronder staat een overzicht van evenementen. De bijlage sluit af met de tekst “Verder nog enige evenementen nader in te vullen tot een maximum van totaal 12 evenementen per jaar”. Uit dit alles blijkt dat ten tijde van de aanvraag de ijsbaan alleen open zou zijn voor schaatsen in het winterseizoen, meer concreet in de periode van begin oktober tot half maart. De ijsbaan is volgens de aanvraag en de bijlagen ook open in de zomer, maar niet voor schaatsen in de zomermaanden. In de melding uit 2008 wordt schaatsen ook niet genoemd. Omdat in de vergunning is opgenomen dat de aanvraag daar deel van uit maakt, ziet de vergunning wat het schaatsen betreft alleen op schaatsen in de aangevraagde periode en dus op de periode van begin oktober tot half maart. Hieruit volgt dat de vergunning wat het maken van ijs betreft, ook alleen ziet op die periode.

4.3   Zoals verweerder terecht stelt, is de vergunning zelf niet beperkt tot een bepaalde periode in het jaar. De hiervoor genoemde activiteiten zijn dat wel. De vergunning ziet alleen op schaatsen in de winter en opening voor andere activiteiten dan schaatsen in de zomer, niet ook op schaatsen in andere maanden dan die zijn genoemd in de aanvraag. Verweerder heeft dit miskend.

de betekenis van het Activiteitenbesluit in deze situatie

5.1   Het oordeel dat het zomerschaatsen en het maken van ijs daarvoor niet onder de milieuvergunning vallen, is in dit specifieke geval onvoldoende om te kunnen concluderen dat sprake is van een overtreding. De vereniging heeft immers niet bestreden dat de ijsbaan na wijziging van de koelinstallatie, een type B bedrijf is in de zin van het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat voor de niet-vergunde activiteiten, meer specifiek voor de vraag of het zomerschaatsen en het maken van ijs daarvoor is toegestaan, gekeken moet worden naar de regels van het Activiteitenbesluit. Omdat de ijsbaan een type B bedrijf is, hoeft voor activiteiten die buiten de milieuvergunning vallen, geen wijziging van de vergunning te worden aangevraagd.

5.2   Verweerder betoogt dat het Activiteitenbesluit niet in de weg staat aan het maken van ijs in de zomerperiode en ook niet aan de opening van de ijsbaan voor schaatsen in die periode. Dit is door de vereniging niet bestreden. In zoverre is er dus geen sprake van een overtreding van een wettelijk voorschrift waartegen verweerder handhavend zou moeten optreden.

* 19 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2553 en SHE 21/2554): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, bouw appartementen, gemeentelijke herindeling, uitleg reikwijdte Bomenverordening, APV, onlosmakelijke samenhang
De bomen reeds zijn gekapt, maar de stobben zitten nog in de grond. Voor het verwijderen van de stobben is een aanlegvergunning vereist die onlosmakelijk is verbonden met de kapvergunning. Verweerder heeft niet onderkend dat hij de aanvrager (derde-partij) na de ontvangst van de aanvragen voor kapvergunningen in de gelegenheid moeten stellen om ook een toestemming te vragen voor het uitvoeren van werkzaamheden. De kapvergunningen zijn daarom genomen in strijd met artikel 2.7 van de Wabo. In de bezwaarprocedure heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat er geen kapvergunningen nodig waren omdat op grond van artikel 28 van de Wet algemene regels herindeling (Wet Arhi) de APV van de fusiegemeente Veghel niet meer van kracht is omdat er na de fusie op 1 januari 2017 twee jaar zijn verstreken. De voorzieningenrechter overweegt dat dit zou betekenen dat in Veghel geen enkele boom meer beschermd zou zijn tegen kap omdat de Groene Kaart van de gemeente Meijerijstad (die bescherming biedt ongebreidelde kap) nog niet onherroepelijk is. In de artikel 19, derde lid, van Bomenverordening gemeente Meierijstad wordt naar de vervallen APV van Veghel verwezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat artikel 19 van de Bomenverordening zo moet worden uitgelegd dat met de vaststelling daarvan ook de tekst van artikel 4, afdeling 3, van de APV Veghel opnieuw is vastgesteld. Artikel 28 van de Wet Arhi is niet van toepassing op een Verordening die is vastgesteld na de fusie in 2017. De kap was dus wel vergunningplichtig. Verweerder heeft dat niet onderkend. De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De voorzieningenrechter schorst de primaire besluiten tot twee weken na de beslissing op bezwaar.

* 12 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/2160 en 21/2480): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, woning, belanghebbende, overgangsrecht/gebruik eerder verleende vrijstelling
19.   Voordat de voorzieningenrechter ingaat op de concrete beroepsgronden van eiseres, maakt de voorzieningenrechter eerst ter verduidelijking enkele algemene opmerkingen over de besluitvorming zoals deze heeft plaatsgevonden en de betekenis van het hiervoor weergegeven overgangsrecht.

  1. Voor het perceel geldt nog een bestemmingsplan uit 1978. In 2004 heeft verweerder vrijstelling verleend van dit bestemmingsplan voor de bouw van twaalf woningen, uitgaande van de destijds geldende (wettelijke en jurisprudentiële) vereisten. Een vrijstellingsbesluit zoals het onderhavige (die ziet op bouwvergunningplichtige bouwwerken) werd/wordt ingevolge de toen geldende wetgeving pas appellabel (er staat pas beroep tegen open) via bouwvergunningen die met gebruikmaking van die vrijstelling worden verleend en kan op die manier in delen appellabel en onherroepelijk worden.
  2. Gelet op het overgangsrecht (dat mede omdat sprake is van een stapeling van overgangsrecht niet geheel sluitend is) heeft het vrijstellingsbesluit inmiddels te gelden als een omgevingsvergunning eerste fase (voor de activiteit ‘bouwen in strijd met het bestemmingsplan’), met dien verstande dat dit ‘als omgevingsvergunning eerste fase aan te merken vrijstellingsbesluit’ geacht moet worden pas appellabel te worden bij verlening van de omgevingsvergunning tweede fase en dus niet zelfstandig appellabel is zoals een ‘gewone’ omgevingsvergunning eerste fase. Het bestreden besluit is dan de omgevingsvergunning tweede fase (voor de activiteit ‘bouwen’). Omdat het vrijstellingsbesluit niet voldoet aan de eisen die nu ingevolge wet en jurisprudentie gelden voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, heeft verweerder bij het bestreden besluit het vrijstellingsbesluit moeten actualiseren en dat ook kunnen doen op grond van artikel 2.5, zesde lid, van de Wabo (zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 18 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:5121, over hetzelfde vrijstellingsbesluit).
  3. De voorzieningenrechter stelt vast dat er feitelijk (en eigenlijk ook juridisch) vrijwel geen verschil is tussen de door verweerder gevolgde werkwijze (verlenen van een omgevingsvergunning tweede fase, met gebruikmaking van het oude, geactualiseerde vrijstellingsbesluit die als omgevingsvergunning eerste fase heeft te gelden) en de werkwijze waarin het bestreden besluit (van 14 juli 2021) niet alleen op de activiteit ‘bouwen’ had gezien maar ook op de activiteit ‘strijd met het bestemmingsplan’, zonder gebruikmaking van het verouderde vrijstellingsbesluit. In beide gevallen geldt immers voor het bestreden besluit de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure en het vereiste van een actuele goede ruimtelijke onderbouwing en bovendien is in onderhavig geval voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (gelet op de daartoe door de gemeenteraad vastgestelde lijst) niet opnieuw een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. Enerzijds betekent dit dat de keuze om het vrijstellingsbesluit uit 2004 te gebruiken wellicht niet de meest voor de hand liggende keuze is geweest, anderzijds betekent het echter ook dat er in het algemeen geen aanleiding is voor de conclusie dat die werkwijze niet gevolgd had kunnen of mogen worden. Op wat eiseres meer concreet over de bruikbaarheid van het vrijstellingsbesluit heeft aangevoerd, gaat de voorzieningenrechter hierna nader in.* 9 november 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3680): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, Natura 2000-gebied, geen toename stikstofdepositie/significante gevolgen t.o.v. referentiesituatie, geen vergunning noodzakelijk
    De zaak gaat over een omgevingsvergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor een veehouderij. De rechtbank stelt vast dat vergunninghouder niet heeft beoogd om een natuurvergunning te vragen voor een uitbreiding van het project ten opzichte van het bedrijf zoals dat is vergund in de revisievergunning uit het jaar 2019. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een toename van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden vanwege de veehouderij in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Ook zijn significante gevolgen vanwege de overige effecten in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. Daarom is voor de aangevraagde situatie géén vergunning noodzakelijk. Verweerder had de aangevraagde natuurvergunning dan ook niet mogen verlenen, maar moeten weigeren. Zolang de inrichting van vergunninghouder in werking is volgens de revisievergunning van 1 april 2019, is er geen natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vereist.

* 28 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/4513): Awb; bestuurlijke waarschuwing, harddrugs, beleidsmatige keus, geen wettelijke voorschrift, geen besluit, termijn/appellabel, motivering
3.3   De rechtbank stelt vast dat de waarschuwing in dit geval is gebaseerd op een beleidsregel van verweerder3 en dus niet op een wettelijk voorschrift. Ook volgt uit artikel 13b van de Opiumwet dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om een woning te sluiten als er een handelshoeveelheid aan drugs wordt aangetroffen, wat in eisers situatie het geval is. Dat betekent dat er op grond van de wet niet eerst een waarschuwing moet worden gegeven voordat de burgemeester tot sluiting kan overgaan. De waarschuwing is daarmee dus ook geen essentieel onderdeel van een sanctieregime, maar een beleidsmatige keuze van verweerder. Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden die de Afdeling schetst, is de rechtbank van oordeel dat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Awb is. Zo oordeelt de Afdeling ook in haar uitspraak van 27 november 2019 in een vergelijkbare zaak. De beroepsgrond faalt.
…………..
4.5   In sommige gevallen kan de termijn die is verbonden aan zo’n waarschuwing reden zijn voor gelijkstelling met een appellabel besluit. Als de mogelijk negatieve gevolgen van de waarschuwing namelijk lang boven iemands hoofd blijven hangen, kan het onevenredig bezwarend zijn om de rechtsbescherming uit te stellen (tot het moment dat er een ‘echte’ sanctie wordt opgelegd die appellabel is). De rechtbank stelt allereerst vast dat de waarschuwing in deze zaak drie jaar lang geldt, wat aanzienlijk langer is dan de maximale termijn van twee jaar, die volgens de advocaat-generaal in de regel moet gelden. Zoals uit de conclusie van de advocaat-generaal ook volgt, ligt de bewijslast bij verweerder om aannemelijk te maken dat deze langere termijn niet tot bewijsproblemen van de zijde van eiser kan leiden.9

4.6   Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daar in dit geval niet in geslaagd, nu niet concreet is gemaakt waarom eiser geen bewijsproblemen kan ondervinden als hij over een paar jaar de rechtmatigheid van de waarschuwing wil bestrijden. De verwijzing van verweerder naar de uitspraak van de Afdeling van 25 november 202010 slaagt niet, want in die zaak waren de eventuele negatieve gevolgen van de waarschuwing in tijd beperkt en hadden slechts in de nabije toekomst gelding.11 Dat is bij eiser juist niet het geval, nu de waarschuwing op grond van het beleid drie jaar lang gevolgen kan hebben.

4.7   De rechtbank is daarom van oordeel dat uit de conclusie van de advocaat-generaal en de rechtspraak kan worden afgeleid, dat eiser onevenredig kan worden benadeeld als hij drie jaar lang niet bij de bestuursrechter de rechtmatigheid van de waarschuwing kan bestrijden. Dat betekent dat de bestuurlijke waarschuwing om redenen van rechtsbescherming moet worden gelijkgesteld met een Awb-besluit. De rechtbank merkt daarbij op dat een waarschuwing formeel-juridisch gezien geen appellabel besluit is, zoals de Afdeling ook benadrukt, maar dat dit een uitzondering is die wordt gemaakt voor de effectieve rechtsbescherming van de burger. Het beroep van eiser slaagt.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 10 november 2021 Bestemmingsplan, woonschip is in dit geval een bouwwerk
Rb Noord-Holland 22 oktober 2021 Bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen die zien op het rapporteren over reductiemogelijkheden en de emissies van diffuse bronnen
Rb Zeeland-West-Brabant 5 november 2021 Omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan, onderzoek naar verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen