Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 8 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2229, SHE 20/342 en SHE 20/923): Awb, Wnb; handhaving/intrekking/vergunning, elektriciteitscentrale, passende beoordeling, referentiesituatie, stikstof, intern salderen, motivering
* 8 december 2021 (ABRvS 202102336/1/R1): Awb, Wm; locatie voor ondergrondse restafvalcontainers, woon- en leefklimaat, geluid, geur
* 8 december 2021 (ABRvS 202102272/1/R1): Awb, Wro; bpl, appartementen, divers
* 8 december 2021 (ABRvS 202102099/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, provinciale omgevingsverordening/NNB, ecologische verbindingszone
* 8 december 2021 (ABRvS 202101883/1/R1): Awb, Waterwet; vergunning, bouw dijkwoningen/keerwanden, Keur, bijzondere omstandigheden (Rb Gelderland 19/7199)
* 8 december 2021 (ABRvS 202101396/1/R3): Awb, Wro; bpl met verbrede reikwijdte, woonappartementen en nieuwe voorzieningen, belanghebbenden, parkeren, beleidsregels
* 8 december 2021 (ABRvS 202100257/1/R2 en 202104115/1/R2): Awb, Wnb; vergunningen, veehouderijen, PAS/Habitatrichtlijn, proceskosten (Rb Noord-Nederland 19/2598, 19/2599, 19/2600, 19/2601, 19/2602, 19/2604, 19/2605, 19/2606, 19/2607, 19/2608, 19/2609, 19/2610, 19/2611, 19/2612, 19/2613, 19/2615, 19/2616, 19/2617, 19/2618, 19/2619, 19/2620, 19/2621, 19/2622, 19/2623, 19/2625, 19/2626, 19/2627, 19/2629, 19/2631, 19/2632, 19/2633, 19/2634, 19/2635, 19/2636, 19/2637, 19/2638, 19/2639, 19/2640, 19/2642, 19/2643, 19/2645, 19/2646, 19/2647, 19/2648, 19/2649, 19/2650, 19/2651, 19/2652, 19/2654, 19/2655, 19/2656, 19/2657, 19/2658, 19/2659, 19/2660, 19/2661, 19/2662, 19/2663, 19/2664, 19/2665, 19/2666, 19/2667, 19/2668, 19/2669, 19/2670, 19/2671, 19/2673, 19/2674, 19/2678, 19/2681, 19/2682, 19/2683, 19/2684, 19/2686, 19/2687, 19/2689, 19/2690, 19/2691, 19/2630, 19/2641, 19/2644, 19/2672, 19/2676, 19/2679, 19/2680 en 19/2688)
* 8 december 2021 (ABRvS 202100122/1/R2): Awb, Wro; uitwerkingsplan, woningen, relatie met moederplan, parkeren, verkeer, geluid, tussenuitspraak
* 8 december 2021 (ABRvS 202007150/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, meewegen cultuurhistorische waarden (Rb Noord-Holland 19/5218)
* 8 december 2021 (ABRvS 202006824/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakterras op aanbouw, strijd met bpl, privacy, finale beslechting (Rb Den Haag 19/4707)
* 8 december 2021 (ABRvS 202006443/1/R1): Awb, Wro; bpl, bloembollenbedrijf, provinciale verordening, landschappelijke inpassing, nut en noodzaak
* 8 december 2021 (ABRvS 202006337/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting pand, saunaclub, beoordeling noodzaak sluiting na verstrijken van lange periode (Rb Limburg 19/3169)
* 8 december 2021 (ABRvS 202006289/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, kantoorgebouw, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Noord-Holland 19/4609)
* 8 december 2021 (ABRvS 202005603/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, zelfstandige woningen in pand, Bouwbesluit, overtreding/bevoegdheid (Rb Oost-Brabant 20/1951 en 20/1962)
* 8 december 2021 (ABRvS 202005223/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen illegale bouwwerken, verkleinen opslag en inperken geluid, bevoegdheid, zicht op legalisatie (Rb Noord-Nederland 20/1451 en 20/2061)
* 8 december 2021 (ABRvS 202004959/1/A2): Awb, Wvw; verkeersbesluit, fietspad/voorrang, verkeersveiligheid, belangenafweging (Rb Den Haag 19/5870)
* 8 december 2021 (ABRvS 202004716/3/R3): Awb, Wro; bpl, geur/gelui, verplaatsen activiteiten, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 8 december 2021 (ABRvS 202004410/1/R2): Awb, Wro; parapluplan, parkeren
* 8 december 2021 (ABRvS 202002988/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, rundveestal, provinciale verordening/vvgb, motivering, tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 18/2299)
* 8 december 2021 (ABRvS 202000528/1/R2): Awb, Wro; bpl, landgoed, woningen, natuurwaarden, provinciale omgevingsverordening, NNB
# 8 december 2021 (ABRvS 201906328/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, bedrijven, geluid, belemmeringen, verkeersveiligheid, Activiteitenbesluit, maximale geluidniveaus
* 7 december 2021 (ABRvS 202105576/2/R4): Awb, Wro; vovo, provinciaal inpassingsplan, railterminal, voorbereidende werkzaamheden
* 7 december 2021 (ABRvS 202105899/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, politiekantoor, provinciale omgevingsverordening, noodzaak, alternatieve locatie, motivering
* 7 december 2021 (CBb 21/228): Awb, Msw; weigering tot herziening, vaststelling fosfaatrechten, zoogkoeien
* 7 december 2021 (CBb 20/595): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, stierkalveren, niet tijdig beslissen, dwangsom, EVRM
* 7 december 2021 (CBb 20/814): Awb, Msw; weigering herziening boetebesluit, geen veranderde omstandigheid (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/5579)
* 7 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1730): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden bedrijfshal, milieucategorie, parkeren
* 6 december 2021 (ABRvS 202105896/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, verplaatsing LPG-tankstation, relatie met gelijktijdig vastgestelde beheersverordening, onomkeerbare situatie
* 3 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4899): Awb, Wro; goedkeuring projectplan, windturbines, provinciale omgevingsverordening, geen besluit, bevoegdheid rechtbank
* 3 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4054 en 20/4072): Awb, Wro; wijziging provinciale omgevingsverordening, aanpassing plaatsingszones windturbines, geen concretiserend besluit van algemene strekking, bevoegdheid rechtbank
* 3 december 2021 (Rb Overijssel ZWO 21/710): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en aanleggen, mtb-route met fietsbruggen, Wnb/aanhaken, inspraak
* 3 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/40 WET): Awb, Waterschapswet; handhaving, dwangsom, onderhoud waterlichaam, toereikende afwatering
* 2 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8790 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijken bpl, botenopslag, ontvankelijkheid
* 2 december 2021 (Rb Overijssel AWB 20/1116): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, veehouderij, geur/wasser, geluid, motivering, besluitvorming/dwangsom
* 2 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/4115): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting pand, drugs, bevoegdheid
* 2 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1949): Awb, Mbw; mijnbouwschade, al eerder uitgekeerde vergoeding
* 2 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1768): Awb, Mbw; mijnbouwschade, afwijkende standpunten deskundigen, alternatieve oorzaak van funderingsschade, nadere onderzoek nodig, tussenuitspraak
* 1 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 19/1500): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, tankenpark voor natuurlijke oliën en vetten, milieucategorie/-belasting, einduitspraak na eerdere tussenuitspraken
* 1 december 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao CUR201700068 en CUR201700200): Lar; ontwikkelingsplan/landsverordening, belanghebbende, bevoegdheid, Lvgro, bestemmingsvoorschriften, EROC, ontvankelijkheid
* 1 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/5239): Awb. Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, goederen voor maken drugs, bevoegdheid
* 1 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4569 GEMWT VV en BRE 21/174 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, kamerverhuur aan migranten, strijd met beheersverordening, zicht op legalisatie
* 30 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6908): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken beheersverordening en veranderen monument, garage en botenhuis, inclusief gastenverblijf, Bor/bijbehorend bouwwerk/bevoegdheid
* 30 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7643 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, bijgebouw als recreatief verblijf, precedentwerking
* 30 november 2021 (Rb Rotterdam 10/997517-15): WSr, WED, Wm; uitvoer schip, afvalstof, EVOA, binnen EU gezonken
* 30 november 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden 200.299.539/01): BW; kort geding, overeenkomst, plaatsing windmolen, SMB-richtlijn, onrechtmatige hinder
* 30 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/5609): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen bomen, noodzaak
* 30 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/5194): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, stappenplan parkeernormen, bezonning, motivering
* 26 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6599): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, kamerstudio’s, Bouwbesluit/hoogte/aantal personen, overtreder, begunstigingstermijn
* 26 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10272 GEMWT): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, gebruik woning door arbeidsmigranten, handhaving, ontvankelijkheid
* 26 november 2021 (Rb Gelderland ARN 20/6584): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken permanente bewoning recreatiewoning, termijn, vertrouwensbeginsel, evenredigheid
* 26 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4827 WABO VV): Awb, Wabo; vovo, buiten behandeling laten aanvraag omgevingsvergunning, teeltondersteunende voorzieningen, vergunningplicht
* 25 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6576): Awb, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, kolen-/biomassacentrale, geen rapportage driejaarlijkse kalibratie van continue automatische meetsysteem/NEN, plan van aanpak, Activiteitenbesluit/-regeling
* 25 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/1043 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, aanpassing pluimveestal, ventilatoren, tonaal geluid, motivering
* 25 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3049): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, overtreding maximale hoeveelheid opgeslagen thermisch gereinigde grond, afvalstof, opslagtermijn, Bbk, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom, motivering
* 24 november2021 (Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba SXM2021H00042): Lar, Bmv, handhaving, bouwstop, werkzaamheden aan fundering voor zeecontainer, geen bouwvergunning
* 23 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/5136): Awb, Waterwet; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, stilleggen waterkrachtcentrale, geen vergunning, gedogen, vissterfte schieraal, evenredigheid
* 22 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1922): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, toegangspoort met penanten/trap, welstand, privacy
* 19 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2747): Awb, Hvw; splitsingsvergunning, Wet Bibob, motivering
* 19 november 2021 (CBb 20/455 en 20/791): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrechten, jongvee/koeien, EVRM
* 18 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6214): Awb, Gmw; terrasvergunning, nieuw besluit, bevoegdheid rechtbank
* 15 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/5485): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, strijdig gebruik perceel voor niet productiegebonden detailhandel
* 15 november 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten SXM202100502-LAR00032/2021): Lar, Bwv; bouwvergunning, woning, belanghebbenden, motivering
* 15 november 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten SXM202101037-LAR00114/2021): Lar, Bwv; bouwstop, garage, zicht op legalisatie
* 10 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4076 VV en BRE 21/4053 WABO): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, sportschool, stem-, sport- en contactgeluiden, Activiteitenbesluit
* 8 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4091, 21/4092, 21/2522 en 21/2524): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunningen voor bouwen, woning met bijgebouw, loods en uitrit, relatie bpl/grondgebondenheid/productie sedum
* 5 november 2021 (Rb Den Haag SGR 20/5365): Awb, DHW, Gmw; DHW- en exploitatievergunning, horeca, Wet Bibob
* 5 november 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4512 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting pand, drugs, bevoegdheid
* 29 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/4850, AMS 21/4851, AMS 21/4852, AMS 21/4853 en AMS 21/4854 alsmede AMS 20/854, AMS 20/856, AMS 20/1676, AMS 20/1677 en AMS 20/1678): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder bestuursdwang, woonboten, geen vergunning, overgangsrecht, gedogen, bevoegdheid
* 27 oktober 2021 (Rb Gelderland ARN 21/4809): Awb, Wbr; vovo, intrekken vergunning, tankstation, herhaald verzoek
* 22 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3923 VV en 21/3924 VV): Awb, Wabo; vovo, verzoek actualisatie milieuvergunning/handhaving, scheepswerf, geluid
* 19 oktober 2021 (Rb Gelderland ARN 21/1787, 21/4238 en 21/4239): Awb, Wbr; vovo en kortsluiten, intrekken vergunning/handhaving, dwangsom, tankstation, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 18 oktober 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4435 WABO VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, overkapping rijbak, gevolgen natuur
* 29 september 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/878): Awb, Ww; handhaving, stookoverlast houtkachels, Bouwbesluit/Wm, onderzoek, gezondheid/geur, StAB Kennisdocument 2019, geurgevoelig object, recreatiewoning, wisselende bewoner
* 11 augustus 2021 (Rb Den Haag 8630133 / 20-11627): BW; schadevergoeding, fosfaatrechten
* 25 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4533): Awb, Gmw; vovo, handhaving, noodbevel, sluiting bedrijfspand, opslag illegaal vuurwerk, noodzaak

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 8 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 19/2229, SHE 20/342 en SHE 20/923): Awb, Wnb; handhaving/intrekking/vergunning, elektriciteitscentrale, passende beoordeling, referentiesituatie, stikstof, intern salderen, motivering
Deze uitspraak gaat over drie zaken rondom de Amercentrale: een beroep tegen een weigering om te handhaven, een beroep tegen een weigering om een oude natuurvergunning uit 2011 in te trekken en een beroep tegen een nieuwe vergunning. Hierbij gaat de rechtbank in op de gevolgen van de wijziging van de Wet natuurbescherming (Wnb) per 1 januari 2020. De rechtbank ziet geen reden om nu handhavend op te treden tegen de Amercentrale. De rechtbank is van oordeel dat verweerder had moeten nagaan of er aanleiding bestond om de oude vergunning gedeeltelijk in te trekken. De rechtbank vernietigt de nieuwe vergunning omdat deze is verleend in strijd met het provinciale beleid in 2019. De rechtbank brengt een nuancering aan op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over intern salderen. Indien het gaat om niet benutte emissieruimte vanwege een activiteit die in het verleden weliswaar is vergund maar niet passend is beoordeeld, en waarbij voor het hervatten van die activiteit een nadere vergunning op basis van de Wnb of de Wabo is vereist, mag volgens de rechtbank hiermee slechts worden gesaldeerd als verweerder inzichtelijk maakt met welke andere passende maatregelen een daling van de stikstofdepositie voor dit Natura 2000-gebied kan worden gerealiseerd. Zonder deze nuancering zou, als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2020, tot in de lengte der dagen worden gesaldeerd met niet passend beoordeelde emissieruimte uit het verleden. Dat verdraagt zich volgens de rechtbank niet met artikel 6, tweede lid van de Habitatrichtlijn en wringt met rechtsoverweging 85 van het PAS arrest. In dit geval is er een Nbw vergunning verleend voor AC-8 maar is AC-8 daarna gestopt en niet meer vergund in een latere revisievergunning (Wabo).De rechtbank kan niet beoordelen of het aangevraagde project voorziet in een toename ten opzichte van de revisievergunning. Daarom moet verweerder een nieuw besluit nemen op de aanvraag.

* 8 december 2021 (ABRvS 202006337/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting pand, saunaclub, beoordeling noodzaak sluiting na verstrijken van lange periode (Rb Limburg 19/3169)
5.       De Afdeling ziet naar aanleiding van dit betoog aanleiding om duidelijkheid te bieden voor de rechtspraktijk over hoe moet worden omgegaan met tijdsverloop na het nemen van een bestuursdwangbesluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Tijdsverloop kan ertoe leiden dat sluiting van een pand op grond van deze bepaling redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Als een burgemeester een pand nog niet feitelijk heeft gesloten en daar nog wel toe wil overgaan, moet hij daarom opnieuw een beoordeling maken van de noodzaak van het alsnog sluiten als meer dan één jaar is verstreken sinds de datum dat de sluiting volgens het bestuursdwangbesluit in zou zijn gegaan. De burgemeester heeft gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1259. In die zaak was echter binnen een jaar na de ingangsdatum die genoemd stond in het bestuursdwangbesluit tot sluiting overgegaan. De burgemeester daarnaast op gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2229. In die uitspraak merkte de Afdeling een brief die afspraken weergeeft over de feitelijke sluiting en die zijn gemaakt na het nemen van het bestuursdwangbesluit niet aan als een besluit. Deze uitspraak is niet onverenigbaar met het hiervoor overwogene. Voor zover bij bedoelde brief een afwijkende ingangsdatum was gekozen, was deze ook hier namelijk gelegen binnen een jaar na de oorspronkelijke ingangsdatum.

De beoordeling van de noodzaak om na het verstrijken van meer dan een jaar als hiervoor aangegeven alsnog te sluiten is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Als er nog een procedure loopt tegen het bestuursdwangbesluit, moet ingevolge artikel 6:19 van de Awb een besluit waarin de noodzakelijkheid opnieuw is beoordeeld van rechtswege worden meegenomen in die procedure. Als er geen procedure loopt, kan tegen dit besluit bezwaar worden gemaakt.

* 1 december 2021 (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao CUR201700068 en CUR201700200): Lar; ontwikkelingsplan/landsverordening, belanghebbende, bevoegdheid, Lvgro, bestemmingsvoorschriften, EROC, ontvankelijkheid
2.2   Artikel 13, derde lid, van de Landsverordening grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning (Lvgro) bepaalt dat voor belanghebbenden die bij de eilandsraad tijdig bezwaren hebben ingediend tegen het ontwerp van de bestemmingsvoorschriften, tegen de beschikking van de eilandsraad binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven, beroep open staat bij het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen.

2.3   Volgens het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (zie de uitspraak van 12 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:65) volgt uit artikel 13, derde lid, van de Lvgro dat tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan beroep openstaat bij de Lar-rechter. Het Hof overweegt in deze uitspraak kort gezegd dat deze bepaling na 10 oktober 2010 is bestendigd, omdat de Lvgro niet wordt vermeld in de bijlage, genoemd in artikel 1, tweede lid, van de Landsverordening algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur (hierna: de overgangsregeling). Verder overweegt het Hof dat de Staten in de plaats zijn getreden van de Eilandsraad. En dat in artikel 13, derde lid, het woord ”beschikking” staat, moet in dit verband aan voorbij worden gegaan. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling blijkt volgens het Hof, dat de wetgever heeft beoogd tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan rechtsbescherming te bieden bij de bestuursrechter op dezelfde procedurele wijze als in de Lar is geregeld voor beschikkingen, dus bij de Lar-rechter in twee instanties. Volgens het Hof kan dus, binnen de in artikel 13, derde lid, van de Lvgro, vermelde termijn van zes weken na vaststelling van een ontwikkelingsplan, daartegen door belanghebbenden bij de Lar-rechter beroep worden ingesteld. Wel zal de Lar-rechter, omdat het nu gaat om een landsverordening, bij de behandeling van het beroep artikel 101 van de Staatsregeling en de daaruit voortvloeiende beperkingen van zijn toetsingsbevoegdheid in acht hebben te nemen.
……………..
2.7.3   Dat effectieve rechtsbescherming tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan een wassenneus is geworden, deelt het Gerecht niet met eisers 1. Dat de Lar-rechter in dit geval beperkte toetsingsmogelijkheden heeft, is naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende voor die conclusie. In de eerste plaats biedt artikel 11 van de Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning Curaçao (EROC) rechtsbescherming. Naar het oordeel van het Gerecht is dit artikel van toepassing, ook al gaat het hier om de totstandkoming van een landsverordening. Daarvoor gelden niet alleen de regels uit de Staatsregeling, maar ook de regels uit de EROC als het gaat om het vaststellen van een ontwikkelingsplan. Hoewel de Lar-rechter dat in het concrete geval niet kan toetsen, dient de wetgever de regels uit de EROC wel te volgen. Artikel 11, vijfde lid, van de EROC, biedt de mogelijkheid aan een ieder om tegen het ontwerp-ontwikkelingsplan schriftelijke bezwaren in te dienen en het zesde lid van dat artikel biedt de mogelijkheid aan belanghebbenden om tegen de ontwerp-bestemmingsvoorschriften schriftelijke bezwaren in te dienen. In deze artikelen staat dat de schriftelijke bezwaren moeten worden ingediend bij de Eilandsraad. Die bestaat niet meer. Het is aan de wetgever om aan te geven waar de schriftelijke bezwaren dan moeten worden ingediend. In ieder geval bieden die mogelijkheden dus rechtsbescherming. En vervolgens biedt de Lar-rechter rechtsbescherming in twee instanties: in eerste aanleg bij het Gerecht en in hoger beroep bij het Hof.

* 30 november 2021 (Rb Rotterdam 10/997517-15): WSr, WED, Wm; uitvoer schip, afvalstof, EVOA, binnen EU gezonken
4.2.10 ……………….
– Oordeel van de rechtbank

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank aanleiding om in deze zaak, bij de beoordeling van de vraag of sprake is een verwijderingshandeling of een handeling van nuttige toepassing, aanknoping te zoeken bij het tweede door het Hof van Justitie geformuleerde uitgangspunt. Het belangrijkste doel van de handelingen die aan de schepen worden verricht is het terugwinnen van de vele tonnen staal voor hergebruik/recycling. Deze handeling, genoemd onder code R4 van Bijlage II bij de Richtlijn 2008, is een handeling van nuttige toepassing en daaraan kan doorslaggevende betekenis worden toegekend. Weliswaar bevonden zich in [naam schip] ook aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen, waaronder asbest die verwijderd dienden te worden, maar dat kan niet opwegen tegen de overweldigende hoeveelheid staal die vrijkomt voor hergebruik. Bovendien kan ten aanzien van [naam schip] , anders dan in de door de officier van justitie aangehaalde Otapan zaak waar sprake was van een sloopplan waarin de volgorde van handelingen was beschreven, niet worden vastgesteld wat de eerste handeling is die [naam schip] na overbrenging zou hebben ondergaan. Overigens ook naar maatschappelijke opvattingen wordt het slopen van schepen in de regel niet anders begrepen dan dat dit tot doel heeft om het staal te recyclen, terwijl eveneens in relevante wet- en regelgeving het slopen van schepen rechtstreeks in verband wordt gebracht met recycling.24

De rechtbank concludeert dat [naam schip] in de onderhavige zaak is aan te merken als een afvalstof die bestemd is voor nuttige toepassing.

* 30 november 2021 (Hof Arnhem-Leeuwarden 200.299.539/01): BW; kort geding, overeenkomst, plaatsing windmolen, SMB-richtlijn, onrechtmatige hinder
5.9   Het hof stelt bij de beoordeling van dit betoog het volgende voorop:

– Tussen partijen staat (terecht) niet ter discussie dat, gelet op het Nevele-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof van Justitie) van 25 juni 20207, bij de vergunningverlening voor het project ten onrechte, want in strijd met de SBM-richtlijn, geen plan-MER is gemaakt, zoals de ABRvS ook heeft beslist in de zaken betreffende de windparken Delfzijl Zuid en Goyerbrug Houten.

– Uit dat arrest volgt ook dat de strijdigheid met de SMB-richtlijn ook gevolgen kan hebben voor al verleende en onherroepelijke vergunningen. Het Hof van Justitie overwoog op dit punt onder meer:

“83 Volgens het in artikel 4, lid 3, VWEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking zijn de lidstaten verplicht de onwettige gevolgen van een dergelijke schending van het Unierecht ongedaan te maken. Hieruit volgt dat de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de nationale rechterlijke instanties waarbij beroep is ingesteld tegen een nationale handeling die in strijd met het Unierecht is vastgesteld, verplicht zijn om in het kader van hun bevoegdheden alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling te herstellen. Dit kan er, voor een „plan” of „programma” dat is vastgesteld zonder rekening te houden met de verplichting een milieubeoordeling te verrichten, bijvoorbeeld in bestaan dat maatregelen tot opschorting of nietigverklaring van dit plan of programma worden vastgesteld (zie in die zin arrest van 28 juli 2016, Association France Nature Environnement, C379/15, EU:C:2016:603, punten 31 en 32) en dat een reeds verleende vergunning wordt ingetrokken of opgeschort teneinde een dergelijke beoordeling alsnog te verrichten [zie in die zin arrest van 12 november 2019, Commissie/Ierland (Windturbinepark te Derrybrien), C261/18, EU:C:2019:955, punt 75 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

(…)

89 Die nietigverklaring zou volgens de in punt 83 van het onderhavige arrest aangehaalde beginselen ook moeten plaatsvinden indien blijkt dat de uitvoering van het windturbineparkproject al is gestart of zelfs al is afgerond.”

Gelet op het voorgaande kan er niet van worden uitgegaan dat de voor het project verleende vergunningen onherroepelijk en onaantastbaar zijn. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is gebleken dat ook Swifterwint c.s. daar ook niet vanuit gaan. Een van hun advocaten heeft toen verklaard dat er naar verwachting een herstelvergunning zal komen.

– Dat de verleende vergunningen voor het project hersteld of aangevuld zullen worden, betekent niet, en zeker niet zonder meer, dat de inhoudelijke normen in die vergunningen (substantieel) zullen afwijken van die van de verleende vergunningen. De procedure die gevolgd is om tot de vergunningen te komen, voldoet niet aan de SMB-richtlijn, omdat geen plan-MER is gemaakt, maar dat betekent nog niet dat indien alsnog een plan-MER wordt gemaakt dat resulteert in andere, strengere normen. [appellant] heeft dat wel gesteld, maar in het licht van het gemotiveerde verweer van Swifterwint c.s. onvoldoende onderbouwd. Het hof kan daar in het kader van dit kort geding niet vanuit gaan.
5.12   De voorzieningenrechter heeft de stelling van [appellant] dat de tussen hem en Swifterwint c.s. gesloten overeenkomsten in strijd zijn met materiële normen strekkende tot bescherming of verbetering van gezondheid en het milieu die deel uitmaken van het Handvest, het VWEU en het Verdrag van Aarhus verworpen, omdat [appellant] niet heeft onderbouwd waarom de door hem aangehaalde bepalingen horizontale werking hebben. [appellant] komt weliswaar op tegen dit oordeel, maar heeft ook in hoger beroep nagelaten zijn, door Swifterwint c.s. uitvoerig bestreden, stelling op dit punt te onderbouwen. [appellant] heeft ook in hoger beroep niet duidelijk gemaakt dat de door hem ingeroepen bepalingen een nauwkeurige, duidelijke en onvoorwaardelijke verplichting inhouden, die niet op nationaal of Europees niveau moet worden uitgewerkt11. Dat is alleen anders voor het beroep van [appellant] op artikel 47 Handvest, maar niet valt in te zien waarom die bepaling – over het recht op een doeltreffende voorziening in rechte – eraan in de weg staat dat Swifterwint c.s. [appellant] aan de tussen partijen gesloten overeenkomsten houdt.

* 23 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/5136): Awb, Waterwet; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, stilleggen waterkrachtcentrale, geen vergunning, gedogen, vissterfte schieraal, evenredigheid
6.1.   De Afdeling heeft de aan Vattenfall verleende watervergunning op 9 december 2020 vernietigd. Tot op heden is er door verweerder nog geen uitvoering is gegeven aan de uitspraak van de Afdeling, waarin is bepaald dat verweerder een nieuw besluit moet nemen op de aanvraag van Vattenfall. Evenmin heeft verweerder actie ondernomen om te komen tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur die in de uitspraak wordt genoemd, naar de rechtbank begrijpt omdat verweerder het in wezen niet eens is met de desbetreffende overwegingen van de Afdeling. Zelfs al zou moeten worden gezegd dat die uitspraak verweerder ruimte laat om te komen tot andere oplossingen, blijft staan dat voortvarendheid aan de zijde van verweerder in de besluitvorming daarbij dan gelet op de voorgeschiedenis is geboden. Daarvan is echter niet gebleken.

Het gebrek aan voortvarendheid is echter geen grond voor schorsing van het bestreden besluit.

6.2.   Dat verweerder formeel bevoegd is om over te gaan tot handhaving is niet in geschil, evenmin als dat sprake is van een overtreding.

De voorzieningenrechter ziet zich wel gesteld voor de vraag of handhaving in de onderhavige zaak evenredig is. In dat kader overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
……………….
11. Met de door Vattenfall voorstelde maatregelen komt de vissterfte van schieraal nog steeds uit ook boven de door verweerder op papier gehanteerde maximale bovengrens van 10%. Dit betekent ook dat de door Vattenfall voorgestelde maatregelen geen oplossing bieden binnen de ecologische beoordelingskaders van verweerder en een voldoende objectief ecologisch fundament missen.

* 19 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2747): Awb, Hvw; splitsingsvergunning, Wet Bibob, motivering
Wet bibob, weigering splitsingsvergunning. Wetsuitleg van artikel 3a lid 3 Wet bibob, dat bepaalt dat de mate van gevaar na een vonnis van de strafrechter tot vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging niet op die overtreding wordt gebaseerd. De rechtbank oordeelt dat de bepaling in dezelfde zin moet worden toegepast op uitspraken van de bestuursrechter waarbij een bestuurlijke boete vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid is vernietigd of op nihil is gesteld. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de keuze van de wetgever voor strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sanctionering moet doorwerken in de uitkomst van een Wet bibob-beoordeling. De wetgever heeft de situatie waarbij de bestuursrechter in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de verwijtbaarheid bij een bestuurlijk beboetbare overtreding ontbreekt klaarblijkelijk niet voorzien. De rechtbank oordeelt dat een redelijke wetsuitleg van artikel 3a, derde lid, van de Wet bibob meebrengt dat een bestuursorgaan de mate van gevaar in die situatie evenmin op grond van die overtreding mag vaststellen.

* 19 oktober 2021 (Rb Gelderland ARN 21/1787, 21/4238 en 21/4239): Awb, Wbr; vovo en kortsluiten, intrekken vergunning/handhaving, dwangsom, tankstation, belanghebbende, ontvankelijkheid
3.3.   In deze conclusie van Widdershoven is als uitgangspunt geformuleerd dat de derde toegang moet hebben tot de bestuursrechter en dus als belanghebbende moet worden aangemerkt als hij door het besluit wordt geraakt in een recht of een rechtens beschermd belang. Widdershoven heeft een vijftal vuistregels geformuleerd voor de toepassing van het leerstuk van het afgeleid belang. Partijen beroepen zich op de eerste vier vuistregels.

Ingevolge vuistregel 1 is een afgeleid belang niet aan de orde als de derde (daarnaast) een eigen zelfstandig belang bij het besluit heeft. Dat eigen belang kan bestaan in een andere hoedanigheid, vanwege de reële mogelijkheid van schending van zijn aan een zakelijk of fundamenteel recht ontleend belang en mogelijk ook in andere gevallen.

Ingevolge vuistregel 2 moet een afgeleid belang de derde niet worden tegengeworpen als zijn belang bij een besluit materieel niet parallel loopt met dat van eerst betrokkene.

Ingevolge vuistregel 3 moet een afgeleid belang de derde niet worden tegengeworpen als de betrokkenheid van zijn rechts- of belangenpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt.

Ingevolge vuistregel 4 kan een afgeleid belang aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang parallel loopt met dat van de eerst betrokkene en zijn belang uitsluitend via een contractuele relaties met die eerst berokken bij het besluit betrokken is.

3.3.1.   De Wbr-vergunning is vergund aan [vergunninghouder] De (gebruiks)rechten die [vergunninghouder] heeft uit hoofde van onder meer deze vergunning mogen door [eiseres] worden uitgevoerd op basis van haar huurovereenkomst met [vergunninghouder] De vergunning is nadien niet op naam gezet van [eiseres] . Zonder de overeenkomst met [vergunninghouder] zou [eiseres] geen enkel belang hebben bij de Wbr-vergunning of andere daarop betrekking hebbende rechten. De later aan [eiseres] verleende vergunningen voor het ‘omkleuren’ van het tankstation en het ‘keuren’ van brandstoftanks maken dit niet anders, omdat dit gaat om materieel uitgewerkte vergunningen en [eiseres] niet heeft onderbouwd dat die vergunningen alleen kunnen worden verstrekt aan de houder van de Wbr-vergunning. Uit de ‘omkleur’ en ‘keur’ vergunning blijkt ook niet dat de Wbr vergunning van [vergunninghouder] is ingetrokken of van naam is gewijzigd. Dat het voor een ieder duidelijk was dat [vergunninghouder] de Wbr-vergunninghouder was blijkt ook wel uit de verklaring van [eiseres] ter zitting dat zij weliswaar aan verweerder opgave doet van het aantal afgenomen liters brandstof, maar dat verweerder daarover vervolgens afrekent met [vergunninghouder] en niet met [eiseres] . Dat [eiseres] , zoals zij stelt, ook zonder het contract met [vergunninghouder] nog gebruik maakt van het brandstofpunt maakt dat niet ook niet anders. [eiseres] gebruikt het terrein op dit moment nog wel, maar niet op grond van de ingetrokken Wbr-vergunning en evenmin op grond van een huurovereenkomst met [vergunninghouder] De omstandigheid dat een niet-belanghebbende zich niet neerlegt bij een besluit, maakt haar niet alsnog belanghebbend, maar vormt slechts reden voor handhaving. Op grond van vuistregel 4 leidt het voorgaande tot de conclusie dat sprake is van een afgeleid belang.

3.3.2.  De drie overige vuistregels vormen geen reden om daar anders over te denken.
……………..
3.3.5.   Dat verweerder in de voorfase van het intrekkingsbesluit de belangen wel heeft meegewogen maakt evenmin dat [eiseres] nu als belanghebbende moet worden aangemerkt. De voorzieningenrechter moet ambtshalve beoordelen of iemand al dan niet terecht als belanghebbende is aangemerkt en het staat verweerder vrij in de voorfase te verkennen wie als belanghebbende bij het besluit moeten worden aangemerkt.