Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

# 15 december 2021 (ABRvS 201808652/​1/​R2): Awb, Wgh; besluit hogere waarden,  inpassingsplan N279, onzorgvuldig geluidsonderzoek
# 15 december 2021 (ABRvS 201900309/1/R2): Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, N279, verdubbeling rijstroken, kruisingen ongelijkvloers, nieuw tracé, globaal eindplan, goede ruimtelijke ordening, rechtszekerheid, maximale mogelijkheden, voorwaardelijke verplichting, hinder, onzorgvuldig geluidsonderzoek, verkeersmodel, verkeersprognoses
* 15 december 2021 (ABRvS 201902476/1/A2); Awb; tussenuitspraak, uitnodiging voor zitting, onvolledig onderzoek
* 15 december 2021 (ABRvS 201904649/1/R2): Awb, Wnb; herinrichting/in gebruik nemen fiets- en wandelpad, Natura 2000-gebied, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, Grijze duinen en duinbossen, ruimtebeslag, natuurtoets (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/487)
* 15 december 2021 (ABRvS 201906190/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied,
champignonkwekerij, substraatbereiding, stikstofuitstoot, intensieve veehouderijen, beleidsregel, provinciale verordening
# 15 december 2021 (ABRvS 201908108/1/R3): Awb, Wro; bpl, motorcrossterrein, tijdstippen trainingen en wedstrijden, geluidsoverlast, alternatieven, provinciale verordening, gemeentelijke structuurvisie, MER, akoestisch onderzoek, bronvermogen, tonaal geluid, voorwaardelijke verplichting
* 15 december 2021 (ABRvS 201909075/2/R4): Awb, Wro; bpl, termijn uitsterfregeling, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 15 december 2021 (ABRvS 202000319/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouw en milieuneutrale verandering, geluidscherm bij motorcrossterrein (Rb Noord-Nederland 18/3533)
* 15 december 2021 (ABRvS 202000678/1/R4): Awb, Wm; NEA, jaarverplichting hernieuwbare energie, Richtlijn hernieuwbare energie, Richtlijn brandstofkwaliteit, terugwerkende kracht
* 15 december 2021 (ABRvS 202001643/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken beheersverordening, splitsen winkels, toestaan café-restaurant, exceptieve toetsing beheersverordening, rechtszekerheid (Rb Den Haag 18/5921)
* 15 december 2021 (ABRvS 202002628/​1/​A2): Awb, Wegenverkeerswet 1994; verkeersbesluit, opheffing vrijliggend fietspad, advies verkeerskundige (Rb Gelderland 19/2942)
* 15 december 2021 (ABRvS 202002755/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, geluidhinder (Rb Oost‑Brabant 19/190)
* 15 december 2021 (ABRvS 202003511/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik woning door meer dan één huishouden, overgangsrecht (Rb Oost‑Brabant 19/1282)
* 15 december 2021 (ABRvS 202003946/​1/​R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, vervangende woning, voorwaardelijke verplichting, Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, kwetsbaar object (Rb Zeeland-West-Brabant 20/6365 en 20/6366)
* 15 december 2021 (ABRvS 202004898/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, verlenging skibaan Snowworld, normaal maatschappelijk risico, ontwikkeling in lijn der verwachtingen (Rb Den Haag 18/5927)
* 15 december 2021 (ABRvS 202005133/​1/​R1): Awb, Wro; herziening exploitatieplan, transformatie landbouwgebied tot 2.750 woningen, omvang gewaarborgd groen en water, sociale huurwoningen
* 15 december 2021 (ABRvS 202005692/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vier appartementen, bosperceel, maatschappelijk belang, monumentale bomen (Rb Zeeland‑West-Brabant 20/131)
* 15 december 2021 (ABRvS 202005812/​1/​A3): Awb, Arbeidsomstandighedenwet; boete, verwerken asbest, preventieve en bronmaatregelen, certificaten, ondertekening boeterapport,  inspanningsverpklichting (Rb Gelderland 19/1835 )
* 15 december 2021 (ABRvS 202006551/​1/​R1): Awb, Wro; tussenuitspraak, bpl, aanleg landbouwweg voor ontsluiting, uitbreiding hoefijzerfabriek, toename verkeer, geluidhinder,  Omgevingsverordening Zeeland 2018, uitzicht
* 15 december 2021 (ABRvS 202006965/​1/​R4): Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijfsactiviteiten, handel in en reparaties van auto’s, geluidhinder
* 15 december 2021 (ABRvS 202100348/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, latere privaatrechtelijke handeling (Rb Oost-Brabant 20/137)
* 15 december 2021 (ABRvS 202100629/​1/​R1): Awb, wabo; last onder dwangsom, handhaving, installatiekast en afvoerpijp, vertrouwensbeginsel (Rb Amsterdam 19/3454 en 19/6848)
* 15 december 2021 (ABRvS 202100650/​1/​R1): Awb, wabo; weigering omgevingsvergunning, frame zonnescherm op dakterras, welstand (Rb Noord-Holland 20/550)
* 15 december 2021 (ABRvS 202100816/​1/​A3): Awb; verzoek handhaving, apv, openbare weg (Rb Noord-Holland 19/4453)
* 15 december 2021 (ABRvS 202101824/​1/​R1): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verdiepen keldervloer, verlagen dag kelder, twee koekoeken kelder en zwembad op dak kelder, zwembad is onderdeel van aanvraag, aanvraag niet onmiskenbaar gesplitst, strijd met bestemmingsplan, Beleidsregels afwijkingen omgevingsvergunning (Rb Amsterdam 20/1758)
* 15 december 2021 (ABRvS 202102009/​1/​R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouw bedrijfshal fruitverwerking, reëel agrarisch bedrijf, grondgebonden agrarisch bedrijf, noodzaak (Rb Midden-Nederland 20/4573, 20/1359, 20/1360 en 20/1362)
* 15 december 2021 (ABRvS 202102055/1/A3): Awb, verzoek om toevoegen van namen aan oorlogsmonument, besluit, feitelijke handeling (Rb Den Haag 20/2906)
* 15 december 2021 (ABRvS 202102321/​1/​R4): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, golfclub, verwijderen zand, puin en betonplaten, verlenging begunstigingstermijn (Rb Midden-Nederland 20/2974)
* 15 december 2021 (ABRvS 202103124/​1/​R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning in- en uitweg, advies deskundige, verkeersveiligheid
* 15 december 2021 (ABRvS 202104281/​1/​A2): Awb; verzoek om herziening uitspraak, schadevergoeding, tracébesluiten, aanvang en duur schadeperiode
* 14 december 2021 (HR 19/05584, 19/05585 en 19/05586): strafrecht, EVOA, afvalstof, overbrenging ‘produced water’ van Angola naar Nederland
* 14 december 2021 (Rb Oost-Brabant 82-221891-21): WvSr, Wed, Wbb; strafrecht, diefstal oliehoudende producten, ondergrondse pijpleiding, overtreding 13 Wbb
* 14 december 2021 (Gerechtshof Den Haag 200.293.171/01): BW; burgerlijk recht, kort geding, mondkapjesplicht, grondrechten, noodzakelijk, proportioneel, adviezen OMT, niet onmiskenbaar onverbindend (Rb Den Haag C/09/605946/KG ZA 21/44)
* 14 december 2021 (Gerechtshof Den Haag 200.297.525/01): BW; burgerlijk recht, kort geding, mondkapjesplicht, grondrechten, noodzakelijk, proportioneel, adviezen OMT, niet onmiskenbaar onverbindend (Rb Den Haag C/09/612244 / KG ZA 21-480)
* 14 december 2021 (CBB 19/874): Awb, Wet Dieren; boete, niet transportwaardig dier, deskundigheidsoordeel toezichthoudend dierenarts, contra-expertise, Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren, recidivebepaling (Rb Rotterdam ROT 17/5287)
* 14 december 2021 (CBB 19/873): Awb, Wet Dieren; boete, niet transportwaardig dier, conclusies verbonden aan waarnemingen, moment ontstaan ontsteking (Rb Rotterdam ROT 17/5288)
* 13 december 2021 (Rb Midden-Nederland C/16/528546 / KG ZA 21-565): burgerlijk recht, kort geding, openbare aanbesteding, licht, geluid, audio voor Floriade 2022, gelijkheids- en transparantiebeginsel, te weinig informatie, gebod heraanbesteding
* 13 december 2021 (ABRvS 202106741/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, 74 woningen in onbebouwd gebied, natuurbescherming, relativiteit, quickscan
* 13 december 2021 (Rb Amsterdam 13/729022-18 en 13/729021-18): WvSr; strafrecht, ambtenaren, fraude gehandicaptenparkeervergunningen, vertrouwen in overheid geschaad
* 10 december 2021 (ABRvS 202107618/3/R2): Awb, Wnb; vovo, buiten zitting, handhaving, last onder dwangsom, zand- en grindbedrijf, schorsing in afwachting van zitting
* 9 december 2021 (EHRM 19925/12 en 47532/13): EVRM; schending artikel 10 EVRM,  toegang tot informatie, publiek belang, omgeving en gezondheid, voormalig militair radarstation, ontbreken wettelijke basis weigering

* 9 december 2021 (ABRvS 202105040/3/A3): Awb, Wob; vovo, GML-invoerbestand PAS met betrekking tot Lelystad Airport, nakoming toezegging ter zitting, verstrekt in ander formaat, inhoudelijke beoordeling na nieuwe beslissing op bezwaar
* 9 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/458): Awb; arbeidsomstandigheden, BRZO, handhaving, nood- en oogdouches
* 9 december 2021 (Rb Oost-Brabant 21/2128 en 21/2129): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor binneplans afwijken bestemmingsplan, minicamping, planregel buiten toepassing
* 9 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 20_10221): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, beoogd gebruik
* 8 december 2021 (Rb Noord-Nederland C/17/178880/HA RK 21-33): landinrichting, Besluit inrichting landelijk gebied, bedrijfskavel, koelcel
* 8 december 2021 (Rb Noord-Nederland C/17/178966 / HA RK 21/58): landinrichting, recht van overpad, één kavel
* 8 december 2021 (Rb Overijssel C/08/263859 / HA ZA 21-136): BW; burgerlijk recht, verplaatsing rederij, toezeggingen gemeente, bestemmingsplanprocedure, schadeplichtig
* 8 december 2021 (ABRvS 202105459/1/R3 en 202105459/2/R3): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen chalet, bouwwerk
* 8 december 2021 (Rb Oost-Brabant 21/2882): vovo, aanwijzing locatie winternoodopvang dak- en thuislozen, gedogen, geen verzoek om handhaving, geen besluit
* 8 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4512): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, afschot knobbelzwanen, schade gewassen, belangenafweging
* 8 december 2021 (Rb Den Haag C/09/597585 / HA ZA 20-797): BW; civiel recht, onrechtmatige uitlatingen over vermeend strafbare feiten in Zembla-uitzending, oud officier van justitie, storting granuliet, rectificatie
* 8 december 2021 (Rb Gelderland AWB 21-6561): Awb, Wnb; verzoek intrekking vergunning, Logtsebaan-criteria, passende maatregelen, artikel 6, tweede lid, Habitatrichtlijn
* 8 december 2021 (Rb Gelderland AWB 20/302 en 20/303): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu geitenhouderij, gefaseerde verlening, onlosmakelijke samenhang, geitenstop, mer-beoordelingsbesluit
* 8 december 2021 (Rb Gelderland AWB 21-1128): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, sleufsilo
* 7 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_1106): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouw rundveestal, verzoek intrekking
* 7 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant AWB- 21_1216): Wab, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico
* 7 december 2021 (Rb Oost-Brabant 20/3556): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, huisvesting arbeidsmigranten, groepsaccomodatie, geurgevoelig object, Wgv, woon- en leefklimaat
* 6 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4626): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, telecommast, belanghebbende
* 6 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/60, 20/593, 20/594, 20/595, 20/596, 20/597, 20/599, 20/600, 20/601 en 20/602): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken bestemmingsplan, legalisatie splitsing woningen, criteria in bestemmingsplan, exceptieve toetsing, parkeren
* 6 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2832): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken bestemmingsplan, toepassingsvoorwaarden, kamerbewoning
* 6 december 2021 (Rb Rotterdam 20/4080): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleg padelbanen, tenniscomplex
* 3 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4899): goedkeuring projectplan windturbines, provinciale omgevingsverordening, financiële participatie, rijksinpassingsplan, geen besluit, onbevoegd
* 3 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4054 en 20/4072): wijziging provinciale omgevingsverordening, plaatsingszones windturbines, algemeen verbindend voorschrift, onbevoegd
* 3 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/225): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijken bestemmingsplan, noodlokalen
3 december 2021 (Rb Oost-Brabant 17/816): Awb, Wnb; thermische reinigingsinstallatie, PAS, nieuwe passende beoordeling, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, overschrijding KDW, artikel 6, tweede en derde lid, Habitatrichtlijn
* 2 december 2021 (Rb Rotterdam 10/994516-19): WvSr, Wed, Wet Dieren, Wnb; strafrecht, onthouden diergeneeskundige zorg, schildpadden, geen microtransponderchip, afstaan gestorven schildpadden aan opruimingsdienst
* 1 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/2584 en ROE 21/2884): Awb; vovo en kortsluiten, apv, exploitatievergunning, strijd met bestemmingsplan, kennelijke misslag, vaststellen feiten
* 25 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA21/2338): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning kappen boom, besluit, mededeling per e-mail, 6:22 Awb
* 22 november 2021 (Rb Amsterdam AWB – 21 _ 1922): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, wijziging aanvraag, privaatrechtelijke belemmering
* 19 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/2232): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, markies, strijd met bestemmingsplan, welstand, overgangsrecht, gelijkheidsbeginsel
* 19 november 201 (Rb Oost-Brabant 20/3290): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, uitbreiding supermarkt, beheersverordening, Wnb, relativiteit, parkeren
* 12 november 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6209): Awb; Marktverordening, dienstenrichtlijn, criterium ‘wangedrag’, ondubbelzinnig
* 3 november 2021 (Rb Noord-Nederland 20-3672): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, opslag en verkoop consumentenvuurwerk, strijd met omgevingsvergunning, Vuurwerkbesluit, vertrouwensbeginsel, gedoogbeschikking
* 13 augustus 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1959): Awb, Wabo; vovo, toepassing artikel 2.5 Wabo, vergunning in fasen, inwerkingtreding

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

# 15 december 2021 (ABRvS 201900309/1/R2): Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, N279, verdubbeling rijstroken, kruisingen ongelijkvloers, nieuw tracé, globaal eindplan, goede ruimtelijke ordening, rechtszekerheid, maximale mogelijkheden, voorwaardelijke verplichting, hinder, onzorgvuldig geluidsonderzoek, verkeersmodel, verkeersprognoses

Met de ruime bestemmingsvlakken voor “Verkeer – 2” maakt het plan het mogelijk om de weg op de betrokken plaatsen te verschuiven ten opzichte van het wegontwerp waarvan provinciale staten zijn uitgegaan. Daarbij is van belang dat provinciale staten het wegprofiel niet bindend in het plan hebben vastgelegd, bijvoorbeeld door de ligging van de rijbanen of van de wegassen op de verbeelding weer te geven. De Afdeling stelt verder vast dat ook over de hoogte van het tracé ten opzichte van de omgeving niets in het plan is bepaald, behalve waar het de hoogte van bouwwerken zoals viaducten betreft. Provinciale staten hebben ter zitting weliswaar duidelijk gemaakt dat het uitgangspunt is dat de weg, behalve bij de kunstwerken, op maaiveldhoogte wordt aangelegd, maar dat ligt niet vast in het plan.

De onderzoeken gaan dan ook niet uit van de maximale planologische mogelijkheden van het plan. Bij een andere invulling van die mogelijkheden kunnen de nadelige gevolgen van de voorziene weg ernstiger zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de geluidbelasting op woningen en andere gevoelige objecten, maar bijvoorbeeld ook voor lichthinder en trillinghinder. Door niet uit te gaan van de maximale mogelijkheden van het plan, hebben provinciale staten de gevolgen van het plan voor de omgeving niet op de juiste manier onderzocht en beoordeeld.

Provinciale staten willen een groot aantal maatregelen treffen, zoals geluidbeperkende voorzieningen, maar hebben dit niet in detail in het plan vastgelegd. Zij hebben ervoor gekozen om de betreffende details grotendeels pas in de uitvoeringsfase nader te bepalen en de precieze aard en omvang  van de terzake te treffen maatregelen contractueel vast te leggen in  overeenkomsten met de uitvoerende marktpartijen. De Afdeling begrijpt de wens van provinciale staten om bij de uitvoering van het plan ruimte te hebben voor het toepassen van bijvoorbeeld innovaties en optimalisaties, maar stelt voorop dat een plan voldoende rechtszekerheid moet bieden voor alle betrokken partijen, in het bijzonder ook voor de omwonenden en bedrijven langs het tracé. (…)

De Afdeling gaat ervan uit dat provinciale staten al deze maatregelen noodzakelijk achten in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dat geldt zowel voor de maatregelen ter voldoening aan de Wet geluidhinder, waarvoor de artikelen 7.3.1 en 8.3.1 van de planregels gelden, als voor de maatregelen waarvoor geen voorwaardelijke verplichtingen in het plan zijn opgenomen. Verder staat vast dat de uitvoering van de maatregelen niet anderszins publiekrechtelijk verzekerd is. Provinciale staten hebben naar voren gebracht dat zij het in hun macht hebben om deze maatregelen uit te voeren, aangezien de provincie eigenaar van de betreffende gronden is of zal worden, en zij hebben toegezegd dat de maatregelen zullen worden uitgevoerd; voorts is niet gebleken van belemmeringen die zich hiertegen verzetten. De Afdeling heeft dit in eerdere uitspraken aanvaard als reden om af te kunnen zien van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in planregels (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2929).

In dit geval konden één of meerdere voorwaardelijke verplichtingen echter niet achterwege blijven voor de aspecten waarvoor het plan in het geheel geen voorwaardelijke verplichting bevat. Voor de geluidaspecten waarop de artikelen 7.3.1 en 8.3.1 betrekking hebben, hadden provinciale staten bovendien een specifiekere voorwaardelijke verplichting in de planregels moeten opnemen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het om een groot aantal maatregelen gaat op grote delen van het tracé, die van wezenlijk belang zijn voor de aanvaardbaarheid van de gevolgen van de voorziene weg voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden en voor bedrijven langs het tracé. Verder is door het geheel ontbreken van een voorwaardelijke verplichting voor bepaalde aspecten niet duidelijk of, wanneer en welke maatregelen zullen worden getroffen en of dat bijvoorbeeld vóór de ingebruikname van de betrokken weggedeelten het geval zal zijn. Voor de geluidbeperkende maatregelen ter voldoening aan de Wet geluidhinder biedt de algemeen geformuleerde voorwaardelijke verplichting in de planregels voorts te weinig duidelijkheid over de aard en omvang van de terzake te treffen maatregelen en over de effectiviteit en de ruimtelijke gevolgen daarvan.

Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het plan vanwege de globale manier van bestemmen, de manier waarop de voorwaardelijke verplichting voor geluid een regeling heeft gevonden in de planregels en het ontbreken van voorwaardelijke verplichtingen voor sommige andere aspecten in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening) en de rechtszekerheid. Omdat in de onderzoeken naar onder meer geluid-, licht- en trillinghinder bovendien niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het plan, is het plan op dat punt bovendien in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

# 15 december 2021 (ABRvS 201908108/1/R3): Awb, Wro; bpl, motorcrossterrein, tijdstippen trainingen en wedstrijden, geluidsoverlast, alternatieven, provinciale verordening, gemeentelijke structuurvisie, MER, akoestisch onderzoek, bronvermogen, tonaal geluid, voorwaardelijke verplichting
Het enkele feit dat op grond van artikel 5.4.2 van de planregels een geluidwaarde van 65 dB(A) geldt, biedt naar het oordeel van de Afdeling in dit geval, gelet op de bij het besluit betrokken belangen en mede op de voorgeschiedenis van de totstandkoming van het besluit, onvoldoende waarborg dat alleen wedstrijden worden gehouden waarbij het berekende maximale geluidniveau van 65 dB(A) realistisch is. Een nadere planregel die dit borgt, bijvoorbeeld door te bepalen dat motoren die deelnemen aan wedstrijden in het plangebied moeten voldoen aan de KNMV-eis van 94 dB(A), of waarin A-wedstrijden worden uitgesloten, ontbreekt.

* 15 december 2021 (ABRvS 201906190/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied,

champignonkwekerij, substraatbereiding, stikstofuitstoot, intensieve veehouderijen, beleidsregel, provinciale verordening

In artikel 3.2.2, onder a, onder 2, van de planregels is vastgelegd dat ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – niet grondgebonden veehouderij” uitsluitend bestaande veestallen zijn toegestaan. Daarvan kan worden afgeweken met toepassing van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 3.3.7 van de planregels. Op grond van het bepaalde onder a is een beperkte uitbreiding met maximaal 500 m² per vijf jaar mogelijk. Bij een verdere uitbreiding moet worden voldaan aan de Beleidsregel Plussenbeleid.

De (redactie van) de afwijkingsbevoegdheid van artikel 3.3.7 van de planregels is afgeleid van artikel 2.31 van de Omgevingsverordening. Uit deze bepaling uit de Omgevingsverordening volgt dat een uitbreiding van de intensieve veehouderij moet voldoen aan de voorwaarden van het zogenoemde “plussenbeleid”, met dien verstande dat provinciale staten in zoverre geen voorwaarden hebben gesteld aan een beperkte uitbreiding, dat wil zeggen een uitbreiding van maximaal 500 m² in vijf jaar. Dit wordt dus verder overgelaten aan de raad. De omstandigheid dat de provinciale omgevingsverordening geen voorwaarden stelt aan een beperkte vergroting van de intensieve veehouderij, laat onverlet dat een in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheid, gelet op artikel 3.6, onder c, van de Wro, door voldoende objectieve normen dient te worden begrensd. In dit geval stelt het plan geen inhoudelijke voorwaarden aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid van artikel 3.3.7, onder a (en artikel 4.4.7, onder a) van de planregels. Het plan voorziet dus niet in een ruimtelijk beoordelingskader dat het college van burgemeester en wethouders in acht moet nemen bij het beslissen op een aanvraag om toepassing van de afwijkingsbevoegdheid. Dit is in strijd met artikel 3.6, eerste lid, van de Wro. Het betoog slaagt.

* 15 december 2021 (ABRvS 202004898/1/A2): Awb, Wro; planschade, verlenging skibaan Snowworld, normaal maatschappelijk risico, ontwikkeling in lijn der verwachtingen (Rb Den Haag 18/5927)
De vraag of schade als gevolg van een planologische ontwikkeling als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de Wro tot het normaal maatschappelijk risico behoort, moet worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. Voor het antwoord op de vraag of schade binnen het normale maatschappelijke risico valt, is onder meer van belang of de desbetreffende planologische ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd, waarmee de aanvrager rekening had kunnen houden in die zin dat die ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag, ook al bestond geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkeling zich zou voordoen. De omstandigheid dat een bepaalde planologische ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling is aan te merken, betekent op zichzelf nog niet dat deze planologische ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag. Of sprake is van een normale maatschappelijke ontwikkeling, wordt namelijk los van de omstandigheden van het geval beoordeeld. Of de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag wordt beoordeeld met inachtneming van de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van de vraag of de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag, komt in ieder geval betekenis toe aan de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402, ov. 7.6-7.7 en ov. 7.11-7.13.

Wat betreft de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving past, is het volgende van belang. De omgeving is landelijk, met bestemmingen die natuur, volkstuintjes en agrarische activiteiten toelaten. De aanwezigheid van SnowWorld, als enige hoogbouw, maakte daar al zeer nadrukkelijk inbreuk op. Door de aard en omvang van de uitbreiding die door de planologische wijziging is mogelijk gemaakt, waarbij de derde skibaan onder andere meer dan twee keer zo hoog is geworden en er een panoramabalkon en een trap-uitkijktoren konden worden gerealiseerd, is die inbreuk aanzienlijk groter geworden. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de ontwikkeling naar haar aard en omvang niet past binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving.

Ter zitting bij de Afdeling heeft het college toegelicht dat de ontwikkeling op zich paste binnen het Beleidskader Leisure en de Visie Buytenpark, maar niet binnen het in de zogenoemde Groenkaart neergelegde beleid. Dit beleid is speciaal aangepast om de verlenging van de skibaan mogelijk te maken, aldus het college. Dit betekent dat de ontwikkeling, anders dan de rechtbank heeft overwogen, naar haar aard en omvang slechts gedeeltelijk in het gedurende een reeks van jaren gevoerde beleid past.

In overweging 7.15 van voormelde uitspraak van 3 november 2021 heeft de Afdeling handvatten gegeven voor het bepalen van de hoogte van de drempel voor het normaal maatschappelijk risico. Die handvatten zijn de volgende:

Indien de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past, mag het bestuursorgaan een drempel van 5 procent van de waarde van de onroerende zaak toepassen.

Indien aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 4 procent in beginsel aangewezen.

Indien aan één van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of indien aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 3 procent in beginsel aangewezen.

Indien slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, of indien aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is in beginsel het toepassen van het minimumforfait van 2 procent, zoals bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro aangewezen.
In het onderhavige geval is slechts aan één van beide indicatoren voor een deel voldaan. Dit betekent dat toepassing van het minimumforfait van 2 procent in dit geval is aangewezen

* 15 december 2021 (ABRvS 202101824/1/R1): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, verdiepen keldervloer, verlagen dag kelder, twee koekoeken kelder en zwembad op dak kelder, zwembad is onderdeel van aanvraag, aanvraag niet onmiskenbaar gesplitst, strijd met bestemmingsplan, Beleidsregels afwijkingen omgevingsvergunning (Rb Amsterdam 20/1758)

De vraag die partijen in hoger beroep verdeeld houdt, is of het college het zwembad heeft mogen betrekken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag en daarmee ook bij de toetsing van het gehele bouwplan aan het bestemmingsplan

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, kan de aanvrager om omgevingsvergunning, indien hij delen van een bouwplan buiten de aanvraag wil laten, omdat deze volgens hem vergunningsvrij kunnen worden gebouwd, dat primair doen door deze delen niet in een aanvraag op te nemen. Indien de onderdelen niettemin in de aanvraag zijn opgenomen, dient uit een oogpunt van rechtszekerheid van derden en ter bepaling van wat het oorspronkelijke hoofdgebouw is, uit de aanvraag om omgevingsvergunning onmiskenbaar te blijken voor welke onderdelen van het bouwplan wel en waarvoor geen omgevingsvergunning wordt aangevraagd en wat de oppervlakte is van het bouwplan waarvoor vergunning wordt gevraagd. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:449.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de aanvraag om omgevingsvergunning niet onmiskenbaar blijkt voor welke onderdelen van het bouwplan wel en waarvoor geen omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Hierbij betrekt de Afdeling dat op de bouwtekeningen bij de aanvraag de vergunde situatie gearceerd is ingetekend met de aanduiding “buiten bouwaanvraag”. Het zwembad is op de bouwtekening “FHS 18 BA-01” van 9 augustus 2018 echter niet als zodanig aangeduid en evenmin ingetekend op een wijze die volgens de legenda inhoudt dat het betreffende deel niet onder de aanvraag valt. Om die reden was het voor het college niet duidelijk dat het zwembad buiten de aanvraag moest worden gelaten. Door deze onduidelijkheid moest het college ervan uitgaan dat de aanvraag om vergunning op het gehele bouwplan betrekking had. De verwijzing van [appellant] naar de op de aanvraag betrekking hebbende brief van 10 augustus 2018 en wat onder het kopje ‘wijziging’ op de bouwtekeningen staat, maakt dit niet anders. Het gegeven dat onder dit kopje en in de brief van 10 augustus 2018 staat dat het zwembad vergunningsvrij is, betekent niet dat het zwembad buiten de aanvraag zou moeten worden gelaten. Omdat er, gelet hierop, van moet worden uitgegaan dat het gehele bouwplan, inclusief zwembad, is aangevraagd, wordt niet toegekomen aan het betoog van [appellant] dat splitsing van het bouwplan in bouwkundig en functioneel opzicht mogelijk is. De vraag of het bouwplan kan worden gesplitst is immers alleen aan de orde als uit de aanvraag onmiskenbaar zou blijken dat een deel van het bouwplan niet is aangevraagd, wat hier niet het geval is.

* 8 december 2021 (Rb Gelderland AWB 21-6561): Awb, Wnb; verzoek intrekking vergunning, Logtsebaan-criteria, passende maatregelen, artikel 6, tweede lid, Habitatrichtlijn
Als verweerder niet voor intrekking of wijziging van de natuurvergunning kiest, moet hij inzichtelijk maken op welke wijze hij invulling heeft gegeven aan zijn beoordelingsruimte. Uit de Logtsebaan-uitspraak volgt dat verweerder dat kan doen door uit te leggen welke andere maatregelen zijn of zullen worden getroffen, binnen welk tijdpad de maatregelen worden uitgevoerd en wanneer verwacht wordt dat die effectief zijn. (…)

De rechtbank stelt vast dat verweerder op zichzelf terecht heeft opgemerkt dat eisers de stelling dat verslechtering of significante verstoring van natuurwaarden in de Rijntakken dreigt, niet hebben onderbouwd. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de hierna te noemen documenten voldoende aanknopingspunten bieden voor de conclusie dat deze verslechtering of significante verstoring dreigt. Hiervoor wijst de rechtbank op het maatregelenpakket dat in het leven is geroepen om natuurwaarden in Natura 2000-gebieden in Nederland en Gelderland in het algemeen, maar ook meer specifiek in het gebied de Rijntakken te beschermen, en de in de volgende documenten beschreven noodzaak voor die maatregelen. (…)

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat intrekking van de natuurvergunning niet strikt noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn omdat verslechtering van de natuurwaarden in de Rijntakken kan worden voorkomen door het treffen van andere passende maatregelen. Verweerder heeft in dit besluit aangegeven dat hij in een breder perspectief onderzoekt welke maatregelen er genomen kunnen worden om met zekerheid verslechtering of significante verstoring in Natura 2000-gebieden in Gelderland tegen te gaan. Volgens verweerder kunnen dit algemene maatregelen en maatregelen op vergunningniveau zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met deze uitleg niet voldaan aan zijn verplichting om inzichtelijk te maken met welke maatregelen uitvoering wordt of zal worden gegeven aan de noodzakelijke daling van stikstofdepositie binnen een afzienbare termijn. De enkele stelling van verweerder dat hij onderzoek doet naar maatregelen en dat deze maatregelen kunnen bestaan uit algemene maatregelen en maatregelen op vergunningniveau is hiervoor onvoldoende concreet. Dit betekent dat het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk is gemotiveerd.

* 8 december 2021 (Rb Gelderland AWB 20/302 en 20/303): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu geitenhouderij, gefaseerde verlening, onlosmakelijke samenhang, geitenstop, mer-beoordelingsbesluit

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit dat aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, dateert van 5 september 2018. Daarin is geen rekening gehouden met het VGO-III rapport dat eveneens in september 2018 is gepubliceerd. Evenmin is rekening gehouden met het advies van de GGD. Dat was ook niet mogelijk, omdat dit advies pas op 11 oktober 2018 is uitgebracht, maar dat heeft niet tot gevolg dat verweerder de bevindingen van het VGO-III rapport en het GGD-advies terzijde kon leggen. Nu het bestreden besluit dateert van 20 november 2019 had verweerder in de publicatie van het VGO-III rapport en het GGD-advies aanleiding moeten zien om nader te motiveren welke betekenis de bevindingen uit deze documenten hadden voor het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Een dergelijke motivering ontbreekt in het bestreden besluit. Daarmee is het bestreden besluit ook op dit punt genomen in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 24 november 2021 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte, transformatie, rechtszekerheid voor bestaande bedrijven, verwijzing naar beleidsregels
Rb Limburg 1 november 2021 Planschade, provinciaal mobiliteitsplan is onvoldoende concreet voor voorzienbaarheid
Rb Limburg 11 november 2021 Artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet kan grondslag bieden om handhavend op te treden tegen de mogelijke gevaarzetting vanwege een boom die kan omvallen