Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 22 december 2021 (ABRvS 202105878/​2/​R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijking bestemmingsplan, vernietiging rechtbank, bouw tien woningen, uitsluitend financieel belang (Rb Oost-Brabant 19/2504, 19/2604, 19/2610 en 19/2620)
* 22 december 2021 (ABRvS 202106452/​3/​R2): Awb, Wabo, Wro; vovo, bpl, omgevingsvergunning, 18 woningen en 11 appartementen, spoedeisend belang
* 22 december 2021 (ABRvS 202107150/​2/​R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning kap, coördinatieregeling, apv, compensatieverplichting
* 22 december 2021 (ABRvS 202107196/​2/​R4): Awb, Wro; vovo, bpl, droogloods, woningen, erfdienstbaarheid, uitvoerbaarheid
* 22 december 2021 (ABRvS 202107288/​2/​R2): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, loods met uitrit, strijd met bestemmingsplan, belangenafweging (Rb Zeeland-West-Brabant 21/4091, 21/4092, 21/2522 en 21/2524)  
* 22 december 2021 (ABRvS 201901165/1/R1): Awb, Wro, Wet verduidelijking voorschriften woonboten, Wabo; bpl, Grensmaasproject, hoogwaterbescherming, grindwinning en natuurontwikkeling, overlaatgebied, woonboten, bijboot, ponton, uniforme uitstraling
* 22 december 2021 (ABRvS 201907171/​2/​A2): Awb; nadeelcompensatie, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 22 december 2021 (ABRvS 201908139/​2/​R3): Awb, Wabo, Ww; handhaving, bestuursdwang, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, Bouwbesluit, bouwkundige staat
* 22 december 2021 (ABRvS 202001956/​2/​R3): Awb, Wro; bpl, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, buitenzwembad, positief bestemmen
* 22 december 2021 (ABRvS 202002914/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, EVRM onafhankelijkheid of (on)partijdigheid deskundige, planvergelijking, redelijke termijn (Rb Rotterdam 18/4810 en 18/4811)
* 22 december 2021 (ABRvS 202002916/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, , EVRM, onafhankelijkheid of (on)partijdigheid deskundige, planvergelijking, redelijke termijn (Rb Rotterdam 18/4808)
* 22 december 2021 (ABRvS 202003963/1/A2): Awb; ontheffing voor rijden in gesloten gebied, beleidsregels, gelijkheidsbeginsel (Rb Midden­Nederland 19/4595)
* 22 december 2021 (ABRvS 202004222/1/R1): Awb, Wro; bpl, Bor, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, ontsluitingsweg, geluids- en lichtoverlast, VNG-brochure, tuin, vergunningvrij bouwen, bouwvoornemen

# 22 december 2021 (ABRvS 202004703/1/R4): Awb, Wro, Chw, Wm; bpl, 121 woningen op deel bedrijventerrein, mengvoerbedrijf, beperking bedrijfsvoering, geuremissiekengetallen, milieuvergunde rechten, geluid

* 22 december 2021 (ABRvS 202004721/​1/​R2): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, gebruik als onzelfstandige woonruimte, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, (Rb Limburg nr. 19/3499)
* 22 december 2021 (ABRvS 202004748/​1/​R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouw, dakopbouw achter voordakvlak, EVRM, Natura 2000, relativiteitsbeginsel, beheersverordening (Rb Noord­Nederland nr. 19/3890)
* 22 december 2021 (ABRvS 202004890/​1/​R4): Awb, Wabo; verzoek handhaving, doorzending rechtbank, onbevoegd
* 22 december 2021 (ABRvS 202005065/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan en aanlegactiviteit, bevoegdheid, Rijnlandroute, tijdelijk verleggen N206, Wnb, relativiteit, ontheffing Ffw, vleermuizen, luchtkwaliteit, verkeerslawaai, WHO-richtlijnen, trillinghinder, externe veiligheid, verkeersveiligheid, stikstofdepositie, PFAS, alternatieven
* 22 december 2021 (ABRvS 202005082/​1/​R3) Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kap 122 bomen, tijdelijk verleggen N206, RijnlandRoute, Wnb, vleermuizen, APV, onlosmakelijke samenhang
* 22 december 2021 (ABRvS 202005095/​1/​R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, tijdelijk verleggen N206, RijnlandRoute, bereikbaarheid bedrijf, verkeersveiligheid,  noise barrier, Wnb, relativiteit
* 22 december 2021 (ABRvS 202005540/​1/​R4): Awb, Wabo; verzoek handhaving, dam met duiker, beschoeiing, bouwwerk, vergunningvrij bouwen, beschermd stads- of dorpsgezicht (Rb Midden-Nederland 19/1108 en 20/323)
* 22 december 2021 (ABRvS 202005541/​1/​R4): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, vervangen en uitbreiden bedrijfsgebouw, algemene verklaring van geen bedenkingen, stedenbouwkundig advies, Provinciale Ruimtelijke Verordening (Rb Midden-Nederland 19/4601)
* 22 december 2021 (ABRvS 202005687/​1/​R3): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, verruimen openingstijden wijnbar, horecacategorie, e-mail, pro-forma bezwaarschrift,  (Rb Den Haag 19/5156)

* 22 december 2021 (ABRvS 202005693/​1/​R3): Awb; exploitatievergunning horeca‑inrichting, apv, strijd met bestemmingsplan, wijziging van ondergeschikte aard (Rb Den Haag 20/3550)
* 22 december 2021 (ABRvS 202006221/1/R3): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, wijziging woonfunctie 17 studentenwoningen in logiesfunctie, short-stay, belang kleinschalige wooneenheden voor studenten (Rb Den Haag  19/2533)
* 22 december 2021 (ABRvS 202006516/​1/​A2): Awb; aanwijzing als monument, Villa Helvetia, Erfgoedverordening (Rb Den Haag 18/3604)
* 22 december 2021 (ABRvS 202006639/1/R1): Awb, Wro; bpl, camping en villapark, 26 watersuites op steigers, Omgevingsverordening Zeeland 2018, aantasting landschappelijke waarden, soortenbescherming, quickscan, instanhoudingsdoelstelling Natura 2000-gebied, natuurtoets, Natuur Netwerk Zeeland, definitie circulair bouwen
* 22 december 2021 (ABRvS 202006746/​1/​R3): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, trijd met voorbereidingsbesluit, bewoning door arbeidsmigranten, gebruiksverbod (Rb Overijssel 19/2465)
* 22 december 2021 (ABRvS 202006776/​1/​R2): Awb, Wro; bpl, bodemonderzoek, relativiteit, herhalen zienswijze

* 22 december 2021 (ABRvS 202006844/​1/​A2): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, investeringsbeslissing, samenwerkingsovereenkomst (Rb Noord-Nederland 20/1078)

* 22 december 2021 (ABRvS 202006943/​1/​R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, woning in samenhang met molenromp, kenbare belangenafweging, stedenbouwkundige inpassing, woon- en leefklimaat (Rb Gelderland 20/1335)

* 22 december 2021 (ABRvS 202007062/1/A2): Awb, Wegenverkeerswet 1994; heropening viaduct voor lichte motorvoertuigen, toename verkeer, geluidsoverlast (Rb Midden‑Nederland 20/1265)
* 22 december 2021 (ABRvS 202007139/​1/​R1): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, rijksmonument, hotel, inpandige liftinstallatie, dakopbouw, vergunning van rechtswege, uitgebreide voorbereidingsprocedure, ingrijpend wijzigen (Rb Amsterdam 19/5878)
* 22 december 2021 (ABRvS 202100129/​1/​A3, 202100127/​1/​A3, 202100126/​1/​A3, 202100105/​1/​A3, 202100102/1/A3 en 202100065/​1/​A3): Awb; exploitatievergunning rondvaartboot, Dienstenrichtlijn, vergunning van rechtswege (Rb Amsterdam 19/4136, 19/4129, 19/4131, 19/4135, 19/4132 en 19/1290)
* 22 december 2021 (ABRvS 202100064/1/A, 202100066/​1/​A3 en 202100131/​1/​A3):
Awb; exploitatievergunning rondvaartboot, Dienstenrichtlijn, datum aanvraag, volumebeleid, Unierecht, effectieve rechtsbescherming, vergunning van rechtswege
(Rb Amsterdam 19/1275, 19/1282 en 19/1286)
* 22 december 2021 (ABRvS 202100546/​1/​A3) Awb, HvW; boete, splitsing in onzelfstandige woningen zonder vergunning, matiging boete (Rb Amsterdam 19/4602 en 19/4626)
* 22 december 2021 (ABRvS 202100817/​1/​R1): Awb, Wm, aanwijzing inzamellocatie grof afval
* 22 december 2021 (ABRvS 202101024/​1/​R1): Awb, Wm, aanwijzing inzamellocatie grof afval
* 22 december 2021 (ABRvS 202101368/​1/​R3): Awb, Wro; bpl, huisvesting arbeidsmigranten, bestaand gebruik
* 22 december 2021 (ABRvS 202102507/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, zonnepark, camping, belanghebbende, belangenafweging (Rb Midden-Nederland 20/2649)
* 22 december 2021 (ABRvS  202102631/​1/​R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ORAC, verkeer, trilling
* 22 december 2021 (ABRvS 202103014/1/R4): Awb, Wro, Chw; bpl, technische actualisatie
* 22 december 2021 (ABRvS 202104685/1/R3): Awb, Wro; bpl, grootschalige detailhandel sportartikelen, vernietigde reactieve aanwijzing, provinciale ontheffing, publicatie in Staatscourant, foutieve passage, geen verschoonbare termijnoverschriding
* 22 december 2021 (ABRvS 202105246/1/R4): Awb, Wro; bpl, zorgappartementen, horecavoorziening voor bewoners, stedenbouwkundige inpassing, behoefte, Omgevingsvisie, afwijkingsbevoegdheid onduidelijk
* 21 december 2021 (ABRvS 202102638/3/R4): Awb; vovo, verzoek om schade wegen onrechtmatige besluitvorming, spoedeisend belang
* 21 december 2021 (ABRvS 202105281/1/R3 en 202105281/2/R3): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, tussenuitspraak bpl, vijf woningen, behoefte nieuwe woningen, landschappelijke inpassing, voorwaardelijke verplichting, parkeren, relativiteit
* 21 december 2021 (ABRvS 202106851/1/R4, 202106852/1/R4, 202106853/1/R4 en 202106854/1/R4): Awb, EVOA; vovo, bezwaar tegen overbrenging afvalgranulaat, belangenafweging, bedrijfseconomisch belang, verwerking vergund
* 20 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3642 en SGR 21/2017): Awb, Wabo, Monumentenwet, Erfgoedwet; handhaving, last onder bestuursdwang, bouwstop, herstel rijksmonument, normaal onderhoud, gedeeltelijke restauratie, waarborgen instandhouding
* 20 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/1187, SGR 20/1206 en SGR 20/6436): Awb, Wabo; handhaving, bewoning gekraakt rijksmonument, strijd met bestemmingsplan, overtreder, bijzondere omstandigheden
* 17 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1928: Awb, Wabo; mijnbouwschade, verzakkingschade, wettelijk bewijsvermoeden, alternatieve schadeoorzaak, deskundigenadviezen
* 17 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/30 en 21/87): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijken bestemmingsplan, zonnepark, verklaring van geen bedenkingen, Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, soortenbescherming Wnb, quickscan, geluid
* 16 december 2021 (Rb Overijssel AK_21_1039_21_1137): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken bestemmingsplan, B & B, vergunningvrij, letterlijke tekst planregel, Van Dale
* 16 december 2021 (Rb Overijssel AK_20_1299_20_1356): Awb, Wabo: omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan en milieu, zeugenbedrijf,  belanghebbende, ‘Aarhus-besluit’, relativiteit, plan-mer, niet toepassen uitgebreide mer‑procedure
* 16 december 2021 (HvJ EU C‑575/20): prejudiciële beslissing, Richtlijn 2003/87/EG Systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten, installaties voor het verbranden van brandstoffen, totaal nominaal thermisch ingangsvermogen, berekeningswijze,  aggregatieregel
* 15 december 2021 (Gerecht EU T‑569/20): richtlijn 2008/50/EG, luchtkwaliteit, verzoek om herziening, N65, Verdrag van Aarhus
* 15 december 2021 (Rb Noord-Holland 21/430): Awb, Wabo; revisievergunning, maatwerkvoorschriften, PGS 29, vloeistofkerende voorziening tankputbodems, acceptatiebeleid, ZZS, ’technische kenmerken van de installatie’
* 15 december 2021 (Rb Amsterdam C/13/710651 / KG ZA 21-989): BW; burgerlijk recht, kort geding, Tweede Kamerlid, berichten op social media, vergelijking met Holocaust, artikel 8 EVRM, artikel 10 EVRM)
* 15 december 2021 (Rb Midden-Nederland C/16/513584 / HL ZA 20-357): BW; civiel recht, aanleg fiets- en voetgangersbrug, opdracht van provincie, overeengekomen maximumprijs, meerkosten
* 15 december 2021 (ABRvS 202107041/2/R1): Awb, Belemmeringenwet privaatrecht; vovo, gedoogplicht, aanleg rioolwaterpersleiding, landschappelijke waarden, alternatief tracé, belangenafweging
* 15 december 2021 (ABRvS 202107040/2/R1): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, leidingentracé, afvalwater, spoedeisend belang, schorsing gedoogplicht
* 15 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8197, 20/9598 en 21/2705 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, bouwstop, last onder dwangsom, invordering, verbouw bedrijfspand, bouwen in afwijking van vergunning, hoogte dwangsom
* 14 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3408): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouw, erfafscheidingsmuur en bloembak, spoedeisend belang
* 14 december 2021 (Gerechtshof Den-Bosch 200.246.724_01): BW; burgerlijk recht, wateroverlast landbouwbedrijf, zorgplicht waterschap, schade, causaal verband
* 14 december 2021 (Gerechtshof Arnhem 200.276.168/01): BW; burgerlijk recht, weigering lidmaatschap, vereniging die windmolenpark exploiteert, statutaire voorwaarden
* 14 december 2021 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 200.279.686/01): BW; burgerlijk recht, burengeschil, descente, uitzicht door ramen en vanaf balkons, erfdienstbaarheid van uitzicht door verjaring, 5:50 BW
* 14 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1973 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, als burgerwoning bewonen bedrijfswoning, uitbreiding  werkzaamheden, noodzaak bewoning
* 14 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9353 GEMWT en BRE 20/9390 GEMWT): Awb, Wabo; verzoek handhaving, teeltondersteunende voorzieningen, hekwerk met winddoeken, volledige besluitvorming, concreet zicht op legalisatie
* 13 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/645): Awb; vergoeding waardedaling door aardbevingen, Atlas-model
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2294 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, kamerverhuur hoofdgebouw, zelfstandige woning in bijgebouw, strijd met bpl, overgangsrecht, authenticiteit huurovereenkomsten, BRP
* 10 december 2021 (Rb Overijssel  ZWO_ 21 _ 369): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, wijziging bouwtekening, wijziging van ondergeschikte aard, ruimtelijke uitstraling, parkeerdruk, vertrouwensbeginsel
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1555 ACTMIL): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, invordering, geluidsnormen, Activiteitenbesluit, eetcafé, muziekgeluid, stemgeluid
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/155 WABOA): Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, verbouwen appartementen, gestapelde bewoning, gebruiksovergangsrecht, bouwovergangsrecht, vergroten afwijking
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4479 WABOA VV en BRE 21/4480 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, acht appartementen, vijf appartementen als bijbehorend bouwwerk, niet functioneel verbonden
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9588 WET): Awb, Wabo; handhaving, invordering, huisvesting arbeidsmigranten op vakantiepark
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8699 WET): Awb, Wnb; tussenuitspraak, intrekking jachtakte, weigering medewerking politie-ambtenaar, proces-verbaal, getuigenverklaringen
* 10 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/2981): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, stalling, belanghebbende
* 9 december 2021 (Rb Oost-Brabant 20/3808): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouw, supermarkt, overgangsrecht, vernietigde vergunning
* 9 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/2960): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, voorschriften omgevingsvergunning milieu, varkenshouderij, staat van onderhoud stallen, energie-audit, ontbreken luchtwasser
* 8 december 2021 (Rb Noord-Holland C/15/309473 / HA ZA 20-709): burgerlijk recht, bindend advies, overeenkomst in programma Frank Visser, burengeschil, boete
* 8 december 2021 (Rb Limburg C/03/289179 / HA ZA 21-118): BW; burgerlijk recht, burengeschil, erfgrens, geen onrechtmatige hinder door houtstook
* 7 december 2021 (Rb Overijssel ak_20_1598): Awb, Wnb; herplantplicht houtopstanden, leges, ‘afhandelen en besluitvorming’, Van Dale
* 6 december 2021 (Rb Amsterdam C/13/693557 / HA ZA 20-1184): BW; burgerlijk recht, overstapaanbod naar eeuwigdurende erfpacht door gemeente, niet onrechtmatig, berekening onbezwaarde waarde
* 6 december 2021 (Rb Amsterdam 13-994017-19, 13-994023-15, 13-994019-19, 13‑994020‑19, 13-994018-19, 13-845009-16, 13-994021-19, 13-846024-16, 13-845025-16, 13‑994084-17, 13-846013-17): WvSr, Wed, Meststoffenwet, Wbb; strafrecht, verhandelen en in de bodem brengen van digestaat als meststof, feitelijk leiding geven, medeplegen, afvalstof, dierlijk bijproduct, verhandelen meststoffen, vervoers- en handelsdocumenten
* 6 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/2784): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan, aanbouwen aan woning, evidente privaatrechtelijke belemmering
* 3 december 2021 (Rb Rotterdam ROT-21_06000 ROT-21_06036): Awb, Wabo; vovo, afwijzing verzoek intrekking omgevingsvergunning, windturbines, Unierecht, Nevele-arrest
* 3 december 2021 (Rb Amsterdam 19/2396, 19/3987, 19/5537, 19/5538, 20/1431, 20/1215): Awb, Wet beheer rijkswaterstaatwerken; vergunning motorbrandstoffenverkooppunt, basisvoorziening, aanvullende voorziening, criterium ondergeschiktheid, voldoende rekening gehouden met mogelijke andere aanvragen
* 2 december 2021 (Rb Rotterdam 9216878 CV EXPL 20-2083): BW; burgerlijk recht, plaatsing dakterras, 5:50 BW
* 2 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/80): Wb, Wob; verzoek om asbestinventarisatierapportage bij omgevingsvergunning, convenant, opvragen stukken die bij verweerder hadden moeten berusten
* 2 december 2021 (Rb Noord-Holland  21/1554): Awb; handhaving, invordering, last onder dwangsom, verwijdering vaartuig, Verordening Fysiek Domein, bolder, aanmeervoorziening
* 1 december 2021 (Rb Overijssel C/08/272633 / KG ZA 21-233): BW; burgerlijk recht, kort geding, overeenkomst over woningbouwproject, starterswoningen, gemeente vordert verbod verhuur
* 4 november 2021 (Rb Midden-Nederland 21/2261): Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, omgevingsvergunning, aanbouw, balkon en dakterras, stedenbouwkundig advies
* 11 oktober 2021 (Rb Amsterdam  AMS 21/4585): Awb, Wabo; vovo, weigering coronaterras, doorloopruimte, gelijkheidsbeginsel
* 7 oktober 2021 (Rb Amsterdam AMS 19/6793 en AMS 19/6794): Awb, HvW; omzettingsboete, zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, matiging wegens redelijk termijn

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 22 december 2021 (ABRvS 201901165/1/R1): Awb, Wro, Wet verduidelijking voorschriften woonboten, Wabo; bpl, Grensmaasproject, hoogwaterbescherming, grindwinning en natuurontwikkeling, overlaatgebied, woonboten, bijboot, ponton, uniforme uitstraling
In artikel 1.108 van de planregels is een ‘woonboot’ omschreven als “een vaartuig, tevens een gebouw te water, dat hoofdzakelijk is ingericht als of is bestemd tot woonverblijf voor één huishouden.” Het begrip ‘woonboot’ is niet gedefinieerd in de Wabo. In de memorie van toelichting bij de Wvvw [Wet verduidelijking voorschriften woonboten] wordt gesproken over “drijvende objecten waarop primair wordt gewoond zoals op een woonboot“. (Kamerstukken II 2015/16, 34 434, nr. 3, p. 1.) Dit sluit ook aan bij definitie in het plan. Dekschuiten en pontons zijn niet hoofdzakelijk ingericht of bestemd om daarop te wonen en kunnen daarom op zichzelf niet als woonboot worden aangemerkt. Het zijn aparte drijvende objecten die niet bedoeld zijn om als woning te functioneren. Niettemin kunnen de dekschuit of ponton en de woonboot zodanig bouwkundig en functioneel met elkaar zijn verbonden dat, hoewel oorspronkelijk sprake is van twee casco’s, het geheel ten tijde van de inwerkingtreding van de Wvvw als één woonboot moest worden aangemerkt. Op basis van wat partijen naar voren hebben gebracht, komt de Afdeling tot de conclusie dat dit zich in de aan de orde zijnde situaties niet voordoet. Weliswaar is in een aantal gevallen de dekschuit of ponton al dan niet met lasverbindingen aan de woonboot gebouwd en is op de woonboot een verblijfsruimte of een berging met voorzieningen ten behoeve van de woonfunctie geplaatst, maar in deze gevallen zijn de woonboot onderscheidenlijk de dekschuit of ponton niet zodanig bouwkundig met elkaar verbonden dat zij niet meer van elkaar kunnen worden gescheiden noch zodanig functioneel met elkaar verbonden dat zij niet meer afzonderlijk als zodanig herkenbaar zijn. (…)

Over de onder a opgenomen planregel betogen de Vereniging en anderen dat de waterbeheerder bepaalt of een ligplaatsvergunning nodig is. De waterbeheer kan bepalen dat in een voorkomend geval met een melding kan worden volstaan. In dat geval is toch sprake is van planologisch strijdig gebruik.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad met deze planregel het toegelaten gebruik afhankelijk gemaakt van een nader afwegingsmoment door een ander bevoegd gezag ter behartiging van andere belangen en moet deze planregel daarom in strijd met de rechtszekerheid worden geacht.

* 22 december 2021 (ABRvS 202004222/1/R1): Awb, Wro; bpl, Bor, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, ontsluitingsweg, geluids- en lichtoverlast, VNG-brochure, tuin, vergunningvrij bouwen, bouwvoornemen

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, kan in een planregeling niet het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor worden uitgesloten. Ingevolge artikel 2.3, tweede lid, van het Bor geldt namelijk voor de in artikel 2 van bijlage II van het Bor vermelde categorieën gevallen het volgende. Voor zover wordt voldaan aan de in artikel 2 van bijlage II van het Bor gestelde eisen, zijn bouwwerken uitgezonderd van de vergunningplicht voor zowel de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo als de activiteit gebruiken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c. Dit laatste betekent dat zodanige bouwwerken niet getoetst kunnen worden aan het bestemmingsplan. Deze bouwwerken zijn dus, ongeacht wat in zoverre in de bestreden planregel is bepaald, ingevolge artikel 2.3, tweede lid, van het Bor vergunningvrij en kunnen dus zonder vergunning gebouwd en gebruikt worden (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0166, onder 9.5 en 8 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3911, onder 2.8.2).

De raad kan bijvoorbeeld wel, zo heeft de Afdeling eerder overwogen in bijvoorbeeld de uitspraak van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:571, in een concreet geval, wanneer locatie-specifieke omstandigheden hiertoe aanleiding geven en dit strekt tot een goede ruimtelijke ordening, een planregeling opnemen die vergunningvrij bouwen inperkt. Op grond van artikel 1, eerste lid, van bijlage II van het Bor en de daarin opgenomen definitie van “erf” kan de planwetgever vergunningvrije bebouwing uitsluiten door de inrichting van het erf ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw te verbieden. De raad had er in dit geval voor kunnen kiezen om in de planregels op te nemen dat de strook grond niet wordt aangemerkt als erf, in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Bor. Onder die omstandigheden zouden de bepalingen die vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in de zin van artikel 2 van bijlage II van het Bor mogelijk maken, niet van toepassing zijn.

* 22 december 2021 (ABRvS 202100064/1/A, 202100066/1/A3 en 202100131/1/A3):
Awb; exploitatievergunning rondvaartboot, Dienstenrichtlijn, datum aanvraag, volumebeleid, Unierecht, effectieve rechtsbescherming, vergunning van rechtswege
(Rb Amsterdam 19/1275, 19/1282 en 19/1286)

Ten tijde van de aanvraag van [appellante] voerde het college een volumebeleid. Op grond van dat beleid werden exploitatievergunningen voor passagiersvervoer uitsluitend verleend nadat het college had besloten tot een uitgifteronde waarbij het aantal te verlenen vergunningen per segment voor een vergunninggebied werd vastgesteld. Het college had besloten tot een uitgifteronde in 2016 voor exploitatievergunningen voor vaartuigen in het segment bemand groot. Daartoe was een uitgiftereglement vastgesteld waarin criteria waren opgenomen waaraan aanvragen werden getoetst. In haar uitspraak van 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:160, heeft de Afdeling geoordeeld dat het volumebeleid in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

Op 13 juni 2017 heeft het college artikel 1.3 van de Regeling passagiersvaart Amsterdam 2013 gewijzigd en daarin een vergunningstop voor onbepaalde tijd opgenomen. Op grond van die vergunningstop werden met ingang van die datum geen exploitatievergunningen meer verleend. De vergunningstop is ingevoerd om tijd te scheppen om nieuw beleid te ontwikkelen om de strijd met de Dienstenrichtlijn weg te nemen. Bij het besluit van 12 februari 2018 heeft het college de aanvraag op grond van de vergunningstop afgewezen en dat besluit op 13 juni 2018 gehandhaafd. Bij uitspraak van 13 december 2018 heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van 13 juni 2018 gegrond verklaard, omdat de Afdeling in haar uitspraak van 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2958, de vergunningstop voor onbepaalde tijd onredelijk heeft geacht. Het college heeft het besluit van 22 januari 2019 genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft het college de Regeling 2022 toegepast, die ter vervanging van de vergunningstop is vastgesteld en die op dat moment gold. Die regeling houdt in dat aanvragen om een exploitatievergunning voor passagiersvaart die zijn ingediend buiten de periode van 1 maart 2020 tot 31 maart 2020, worden afgewezen.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof wordt het in Unierechtelijke zaken toepasselijke procesrecht bij gebreke van Unierechtelijke voorschriften beheerst door de beginselen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en effectieve rechtsbescherming. Op grond van het beginsel van effectieve rechtsbescherming moet een particulier de bescherming van zijn door het Unierecht toegekende rechten doeltreffend in rechte kunnen afdwingen (arresten van 18 maart 2010, Alassini e.a., ECLI:EU:C:2010:146, punten 47 tot en met 49 en 22 december 2010, DEB, ECLI:EU:C:2010:811, punten 29 tot en met 31). Door de Regeling 2022 ook toe te passen in lopende procedures tegen afwijzingen van aanvragen die reeds vóór de vergunningstop zijn gedaan, zijn die procedures namelijk zinledig gemaakt. In de kern wordt daarmee immers bewerkstelligd dat geen inhoudelijke heroverweging in een al lopende procedure plaatsvindt, maar wordt de aanvrager tegengeworpen dat hij niet alsnog een nieuwe aanvraag heeft ingediend. Toepassing van de Regeling 2022 op die procedures is daarmee niet verenigbaar met het beginsel van effectieve rechtsbescherming.

Omdat toepassing van de Regeling 2022 in dit geval niet verenigbaar is met het beginsel van effectieve rechtsbescherming, moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat bij het nemen van een besluit op bezwaar het recht moet worden toegepast zoals dat ten tijde van dat besluit op bezwaar geldt. Niet valt in te zien hoe het afdoen van bezwaren tegen de afwijzing van oude aanvragen met toepassing van de regels die daarvoor golden ten tijde van de aanvraag, in de weg staat aan een procedure voor de verdeling van vergunningen die transparant is en aanvragers gelijke kansen op een exploitatievergunning biedt. Omdat de aanvraag van [appellante] was ingediend voor de vergunningstop en omdat de Afdeling in haar uitspraak van 27 januari 2016 heeft geoordeeld dat het volumebeleid in strijd is met de Dienstenrichtlijn zodat de criteria van het Uitgiftereglement geen toepassing kunnen vinden, had het college moeten beoordelen of die aanvraag in overeenstemming was met de voorschriften voor vergunningverlening op grond van de Vob. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

* 20 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3642 en SGR 21/2017): Awb, Wabo, Monumentenwet, Erfgoedwet; handhaving, last onder bestuursdwang, bouwstop, herstel rijksmonument, normaal onderhoud, gedeeltelijke restauratie, waarborgen instandhouding
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat artikel 10.18 van de Erfgoedwet ten aanzien van rijksmonumenten de norm vastlegt dat de eigenaar de plicht heeft om het monument zodanig te onderhouden dat instandhouding gewaarborgd is. Door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is hierover gesteld dat de verplichtingen van eigenaren om te voldoen aan deze instandhoudingsplicht proportioneel moeten zijn en ook op die manier moeten worden gehandhaafd. Dat betekent dat de gemeente niet bij het ontbreken van elk likje verf op de stoep moet staan, maar ook dat het niet bedoeling is dat de gemeente wacht met het aanspreken van een eigenaar tot het moment waarop instandhouding alleen nog te realiseren is met een alomvattende restauratie.

Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een alomvattende restauratie van het rijksmonument, waarvoor artikel 10.18 van de Erfgoedwet volgens de wetsgeschiedenis geen grondslag biedt. De rechtbank overweegt dat onder een alomvattende restauratie moet worden verstaan het volledig terugbrengen in de oude toestand. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat daarvan geen sprake is. Verweerder heeft toegelicht dat de maatregelen strekken tot gedeeltelijke restauratie van de buitenschil van het rijksmonument. In dat verband heeft verweerder als voorbeeld gegeven dat de scheuren in de gevels weliswaar gevuld zijn, maar dat geen nieuwe laag pleisterwerk is aangebracht, zodat deze scheuren nog steeds zichtbaar zijn. Dit standpunt hebben MRWH en MIM niet gemotiveerd betwist. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de opgelegde herstelmaatregelen strekken tot een gedeeltelijke restauratie.

De rechtbank overweegt voorts dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat op grond van artikel 10.18 van de Erfgoedwet de last verder mag gaan dan normaal onderhoud en ook een gedeeltelijke restauratie mag inhouden. Volgens vaste jurisprudentie mogen herstelmaatregelen die aan de overtreder worden opgelegd niet verder gaan dan nodig is voor het beëindigen van de overtreding. MRWH en MIM hebben jarenlang het onderhoud, zijnde noodzakelijke, reguliere werkzaamheden, aan het rijksmonument onthouden en dat heeft er toe geleid dat de instandhouding niet meer is gewaarborgd. De rechtbank overweegt dat de overtreding van artikel 10.18 pas is beëindigd als de instandhouding van het rijksmonument weer is gewaarborgd. De rechtbank overweegt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat dit niet kan worden bereikt door alleen herstelmaatregelen op te leggen die niet verder strekken dan normaal onderhoud. De schade aan het rijksmonument is door het jarenlang onthouden van onderhoud zodanig, dat er verderstrekkende maatregelen nodig zijn om de instandhouding te waarborgen en zo een einde te maken aan de overtreding van artikel 10.18 van de Erfgoedwet

* 16 december 2021 (Rb Overijssel AK_20_1299_20_1356): Awb, Wabo: omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan en milieu, zeugenbedrijf,  belanghebbende, ‘Aarhus-besluit’, relativiteit, plan-mer, niet toepassen uitgebreide mer‑procedure
Gelet op deze overwegingen kan Stichting Omgevingsrecht (SO) niet worden aangemerkt als belanghebbende bij het thans voorliggende bestreden besluit. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat deze rechtbankuitspraak dateert van voor de voornoemde Aarhus-uitspraken. Het enkele feit dat een (rechts)persoon niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij een besluit, betekent sinds deze Aarhus-uitspraken niet meer automatisch dat een ingesteld beroep niet-ontvankelijk is. Daartoe is immers bepalend of de niet-belanghebbende al dan niet een zienswijze tegen het ontwerpbesluit heeft ingediend.

SO heeft geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit ingediend. Dit kan haar redelijkerwijs niet worden verweten, omdat het ontwerpbesluit zag op een weigering van de gevraagde omgevingsvergunning. Het bestreden besluit betreft daarentegen een verlening van de gevraagde omgevingsvergunning.

SO is daarom een niet-belanghebbende die verschoonbaar geen zienswijze heeft ingediend. Dit heeft tot gevolg dat SO in haar beroep kan worden ontvangen. Het succes van het door haar ingestelde beroep zal evenwel afhangen van het relativiteitsvereiste.

Gelet hierop en gelet op de meermaals genoemde uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, zal de rechtbank beoordelen of het relativiteitsvereiste aan SO, zijnde een niet‑belanghebbende die verschoonbaar geen zienswijze heeft ingediend, kan worden tegengeworpen.

De beroepsgronden van SO zien op strijd met het Verdrag van Aarhus en het EVRM, het niet aanhaken van een natuurtoestemming (gebiedsbescherming), bodemvervuiling, luchtvervuiling, lawaai, aantasting drinkwatervoorziening, het niet voldoen aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening en strijd met niet nader gespecificeerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
In een eerdere zaak heeft de rechtbank geoordeeld dat SO het rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang niet krachtens haar statutaire doelstelling in het bijzonder behartigt. Ook ontplooit SO geen feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Hierdoor behartigt SO geen belangen die geheel of ten dele samenvallen met de belangen die de in beroep ingeroepen normen beogen te beschermen. De rechtsregels die volgens SO zijn geschonden, strekken daarom niet kennelijk tot bescherming van het belang van SO.

Het relativiteitsvereiste staat daarom in de weg aan vernietiging van het bestreden besluit op basis van de door SO aangevoerde beroepsgronden. De rechtbank zal daarom de beroepsgronden van SO niet inhoudelijk beoordelen, maar volstaan met het ongegrond verklaren van het beroep van SO.

* 15 december 2021 (
Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8197, 20/9598 en 21/2705 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, bouwstop, last onder dwangsom, invordering, verbouw bedrijfspand, bouwen in afwijking van vergunning, hoogte dwangsom
Gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden heeft het college in het besluit van

13 mei 2020 (primaire besluit I) de bouwwerkzaamheden stilgelegd en eiseres een last onder dwangsom opgelegd van € 35.000,00 per constatering dat eiseres verder gaat met de bouwwerkzaamheden, met een maximum van € 280.000,00. (…)
Hangende het beroep tegen bestreden besluit I heeft het college in het bestreden besluit II wederom de bouwwerkzaamheden stilgelegd en een tweede last onder dwangsom opgelegd. De tweede last onder dwangsom betreft € 50.000,00 per constatering, met een maximum van € 400.000,00.
Het college heeft de hoogte van de opgelegde dwangsommen gebaseerd op de zogenaamde Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen (verder: Handreiking). Een van de uitgangspunten in de Handreiking is dat uit de hoogte van de dwangsom een prikkel moet volgen om de overtreding te staken. In de bijlage bij de handreiking is als uitgangspunt aangegeven dat voor de hoogte van de maximale dwangsom het bedrag van de herstelkosten verhoogd wordt met een toeslag van 25%. De rechtbank constateert dat het college heeft aangesloten bij de door eiseres begrote bouwkosten voor de vergunde activiteit bouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank ziet de hoogte van de dwangsom niet alleen op de beoogde nakoming van de bouwstop, maar moet deze ook in verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang. De kosten van de vergunde verbouwing van het bedrijfspand tot een supermarkt zijn vele malen hoger dan de kosten van de bouw van de koelcel en de emballage. De rechtbank acht het niet redelijk om die bouwkosten als uitgangspunt te nemen om de hoogte van de dwangsommen te bepalen. De rechtbank neemt verder in ogenschouw dat de Handreiking verwijst naar de herstelkosten, maar deze niet zijn onderzocht.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de opgelegde dwangsommen te hoog zijn vastgesteld.

* 15 december 2021 (
Rb Noord-Holland 21/430): Awb, Wabo; revisievergunning, maatwerkvoorschriften, PGS 29, vloeistofkerende voorziening tankputbodems, acceptatiebeleid, ZZS, ’technische kenmerken van de installatie’
Verweerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de grondslag voor het opleggen van het maatwerkvoorschrift 1 vormen de “technische kenmerken van de betrokken installatie” alsmede dat het gaat om het stellen van “andere eisen” als bedoeld in artikel 2.4, achtste lid en onder a, van het Activiteitenbesluit.

Verweerder acht het, zo is in het bestreden besluit vermeld, wenselijk om bij brandbare vloeistoffen die in de vloeistoffase 5% of meer ZZS bevatten, extra maatregelen te treffen ter beperking van emissies. Dat die emissies niet leiden tot een overschrijding van het VR en MTR neemt volgens verweerder niet weg dat het gerechtvaardigd is strengere eisen te stellen voor de emissies, vanwege de minimalisatieverplichting die geldt voor ZZS. (…)

De rechtbank maakt uit het bestreden besluit op dat verweerder het maatwerkvoorschrift stelt vanwege de hoeveelheid ZZS die brandbare vloeistoffen kunnen bevatten. Daarmee vormt, zoals eiseres ook betoogt, de aard van de vloeistoffen de basis voor het maatwerkvoorschrift. Op eerdergenoemde pagina uit het bestreden besluit legt verweerder zelf uitdrukkelijk een link tussen de aard van de stoffen en de grondslag “technische kenmerken van de installatie” als bedoeld in artikel 2.4, achtste lid, van het Activiteitenbesluit. De rechtbank vermag echter, zonder nadere motivering van de zijde van verweerder, niet in te zien waarom de aard van de brandbare vloeistoffen als technisch kenmerk van de installatie is te beschouwen.

Verweerder heeft daarnaast niet gemotiveerd waarom hij het maatwerkvoorschrift nog aangewezen acht in het belang van de bescherming van het milieu, nu het niet meer ziet op (p)ZZS. Juist de grote hoeveelheden (p)ZZS-houdende stoffen die binnen de inrichting worden verwerkt vormden blijkens voornoemde aangehaalde passage uit het bestreden besluit immers de reden om het maatwerkvoorschrift te stellen.

STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Coline Norde, advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten, schreef een noot bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 oktober 2021 over een geweigerde omgevingsvergunning voor een supermarkt. In de noot gaat zij in op de vraag wanneer bij de berekening van de parkeerbehoefte meg worden gesaldeerd met een bestaand tekort aan parkeerplaatsen. Zie STAB OGR Updates.