Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 5 januari 2022 (ABRvS 202105451/1/R4, 202105883/1/R4 en 202106180/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, doos/papier naast afvalcontainer, afvalstoffenverordening, overtreder
* 5 januari 2022 (ABRvS 202102356/1/R4): Awb, Wro; wijzigingsplan, woningen, beleidsplan, verkeersveiligheid, parkeren
* 5 januari 2022 (ABRvS 202006592/1/R4): Awb, Wro; bpl, manege, geen milieugevoelig object, parkeren
* 4 januari 2022 (ABRvS 202106805/2/R3): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, kinderopvang, stemgeluid, geluidscherm, akoestisch onderzoek, VNG-brochure, Activiteitenbesluit (Rb Noord-Nederland 20/3153)
* 4 januari 2022 (ABRvS 202107347/2/R3): Awb, Wro; bpl, vovo, transformatorstation, inrit, verkeersveiligheid, magneetveldcontour
* 31 december 2021 (ABRvS 202106135/2/R1, 202106138/2/R1 en 202106201/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl-en met verbrede reikwijdte, woningen, dassen, geen spoedeisend belang
* 31 december 2021 (ABRvS 202107158/1/R1): Awb, Wbb, Ww, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, lozing/dumping drugsafval, saneringsplan/tegengaan verspreiding, begunstigingstermijn
* 31 december 2021 (ABRvS 202107192/1/R1 en /2/R1): Awb, Wm; vovo en kortsluiten, aanwijzing locatie voor plaatsen ondergrondse restafvalcontainer, ontvankelijkheid
* 30 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9684 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, extra dakverdieping op woningen, welstand, privaatrechtelijke belemmering
* 30 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2387 en SHE 21/3046): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, mobiele transportband, strijd met bpl, zicht op legalisatie, overtreder, begunstigingstermijn
# 28 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2363 en SHE 20/2490): Awb, Wnb; vergunning, uitbreiden vleesverwerkend bedrijf, AERIUS-berekening, geen toename stikstofdepositie, geen vergunning nodig
# 28 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2364 en SHE 21/2740): Awb, Wm; verzoek om maatwerkvoorschrift, productie isolatiepanelen, pentaanemissie, Activiteitenbesluit, emissiegrenswaarden voor gO.2, BBT, motivering
* 24 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/6051): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting coffeeshops., overtreding gedoogverklaring, maken reclame/overlast, belangenafweging
* 23 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/3173): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zwembad in tuin, strijd met bpl, motivering
* 23 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2717, 20/865 en 20/873): Awb, WVW 1995; verkeersbesluiten, breedte weg/verkeersveiligheid, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/3087): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, persoonlijke situatie van moeder en zoon, onderzoek/motivering
* 23 december 2021 (Rb Limburg AWB/ROE 21/2887): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen camperplaatsen, geen vergunning, toezegging/inspannings-verplichting omgevingsvergunning, gedogen
* 23 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3501 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijk zorggebouw, bevoegdheid, Bor
* 23 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4322 WABOA VV en BRE 21/3831 WABOA): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, fitnessstudio, buitentrap, privaatrechtelijke aspecten, parkeren, motivering
* 21 december 2021 (Rb Gelderland ARN 20/4385): Awb, Wm; handhaving houtstook in recreatiebedrijf, primaire toetsing geuroverlast Activiteitenbesluit, daarna pas toetsing Bouwbesluit, motivering
* 21 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/5283 GEMWT VV en 21/5285 GEMWT VV): Awb, Wm; vovo, handhaving, staalverwerkend bedrijf, geluidhinder, onderzoek naar maatwerkvoorschriften
* 21 december 2021 (Rb Limburg ROE 21/3084): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, vergroten winkelpand, geen spoedeisend belang
* 21 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/5057 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 20 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/491): Awb, Wnb; opdracht, reductie omvang damhertenpopulatie op termijn, begrip ‘verwilderde dieren’, motivering, noodzaak, verkeersveiligheid, schade aan gewassen
* 20 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/5440 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij
* 17 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/5855, AMS 21/5856 en AMS 21/5857): Awb, Gmw; vovo, sluiting horecazaken, openbare orde en veiligheid, APV, beleid, bevoegdheid
* 17 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3402): Awb, Gwwd; handhaving, bestuurlijke boete, niet voldoen aan vaccinatieplicht Q-koorts voor geiten
* 17 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3946, ROT 20/4767, ROT 20/5191 en ROT 19/6230): Awb, Wet dieren; handhaving, bestuurlijke boete, dierenwelzijn
* 16 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1134): Awb, Hvw; boete, omzetting woonruimte, geen vergunning, belanghebbenden
* 16 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3008, SGR 20/3009 en SGR 20/3336): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning, aanpassen gevel, procesbelang, ontvankelijkheid
* 16 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3003): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, schending zorgplicht, verwijderen vegetatie langs spoor, ecologisch onderzoek, concreetheid, duur en hoogte last
* 15 december 2021 (Rb Gelderland ARN 21/5514): Awb, Gmw; voor, handhaving, sluiting kapperszaak, mensensmokkel, rapportage, motivering/ openbare orde en veiligheid, APV
* 15 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6781): Awb; handhaving, parkeerproblematiek, geen strijd met bpl of verkeerswetgeving, privaatrechtelijk handelen/koopovereenkomsten  hier niet aan de orde
* 14 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/1161 en AMS 21/1088): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verwijderen warmtepomp achtergevel, geen vergunning/strijd met bpl, geluidhinder
* 10 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4556 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 8 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2856): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen uitweg, APV, precedentwerking
* 7 december 2021 (Hof Amsterdam 200.297.570/01 SKG): BW; kort geding, sluiting woning, drugs, vordering tot ontruiming, toerekenbare tekortkoming/buitengerechtelijke ontbinding
* 6 december 2021 (Rb Overijssel ZWO 21/1882): Awb, Wabo; vovo, handhaving, bewoning bedrijfswoning, strijd met bpl, aanvraag om vergunning, belangenafweging
* 6 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/5085, HAA 21/806 en HAA 21/6267): Awb, Wabo, Gmw; herleving bouwstop, bouw gerealiseerd, procesbelang, ontvankelijkheid
* 6 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3641): Awb, Wet dieren; handhaving, bestuurlijke boete, dierenwelzijn
* 2 december 2021 (Rb Limburg ROE 19/2410, 19/2486, 19/2570 en 19/2746): Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en milieu, uitbreiding inpandige opslag van kunststoffen, belanghebbenden/Aarhus, procesbelang, ontvankelijkheid
* 1 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/3108 en ROT 20/3109): Awb, Wet dieren; handhaving, bestuurlijke boete, dierenwelzijn
* 26 november 2021 (Rb Limburg ROE 20/2140): Awb, Wabo; handhaving, opvang jongeren in woning, strijd met bpl, zorg/woonvorm, belanghebbenden
* 26 november 2021 (Rb Limburg ROE 20/3255): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, tijdelijke chauffeursruimte voor overnachting op bedrijventerrein, motivering
* 22 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/1137): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, sporttoestel, hoogte/privacy
* 30 juni 2021 (Rb Amsterdam AMS 19 /6352): Awb, Hvw; boete, woningonttrekking, geen vergunning, hoogte boete
* 8 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5547): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen, belangenafweging
* 3 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/160): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, pluimveehouderij, wintergarten, gebruik bovenverdieping stal voor het houden en van kippen en gebruik mestdroogtunnel voor die kippen, zicht op legalisatie, belangenafweging
* 10 december 2020 (Rb Limburg AWB/ROE 20/663): Awb, Wabo; handhaving, activiteiten naast het kweken van forellen, geen overtredingen waartegen handhavend kan worden opgetreden

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

# 28 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2363 en SHE 20/2490): Awb, Wnb; vergunning, uitbreiden vleesverwerkend bedrijf, AERIUS-berekening, geen toename stikstofdepositie, geen vergunning nodig
7.9   De rechtbank ziet, in navolging van het StAB-advies, geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de AERIUS-berekeningen die ten grondslag zijn gelegd aan het bestreden besluit. De StAB is nauwgezet ingegaan op alle kritiek en heeft de verschilberekeningen voldoende kritisch bekeken. De rechtbank deelt dan ook niet de kritiek van eiseres 1 op de StAB.

7.10   De vervolgvraag is of op basis van deze berekeningen kan worden vastgesteld dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Eiseres 2 ontleent haar stelling dat dit wel het geval is aan de verschilberekeningen die ten grondslag zijn gelegd aan het bestreden besluit. De rechtbank kijkt naar de laatste berekeningen met de nieuwste versie van AERIUS Calculator die verweerder heeft gevoegd bij het verweerschrift. Hierbij zijn dezelfde inputgegevens gebruikt en is geen sprake van een toename van stikstofdepositie (met 0,01 mol/ha/jaar) op de habitattypes ‘zure vennen’ en ‘stuifzandheiden met struikhei’ of andere habitattypes in Natura 2000-gebied “Kampina & Oisterwijkse vennen”. Dezelfde inputgegevens zijn gebruikt in de berekeningen die ten grondslag zijn gelegd aan het bestreden besluit. Ook zijn significante gevolgen vanwege de overige effecten in de aangevraagde situatie ten opzichte van de referentiesituatie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten.

Conclusie

  1. Er zijn geen significante effecten en dus was het bestreden besluit (de natuurvergunning) voor de aangevraagde situatie niet nodig gelet op artikel 2.7, tweede lid van de Wnb zoals dat luidt na 1 januari 2020. De beroepen van eisers zijn daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
  2. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en wijst de aanvraag van [belanghebbende] voor het project beschreven in het vernietigde bestreden besluit af. Zolang [belanghebbende] in werking is volgens deze beschrijving, is er op basis van de huidige regelgeving geen natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vereist. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit. De rechtbank merkt hierbij nadrukkelijk op dat dit betekent dat, als [belanghebbende] géén gebruik maakt van de elektrische trekker die is beschreven in het vernietigde bestreden besluit, sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Gelet op de omstandigheid dat het bestreden besluit wordt vernietigd, handelt [belanghebbende] in dat geval zonder de benodigde vergunning op basis van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb en is zij in overtreding. Verweerder kan eenvoudig controleren of de elektrische trekker wel of niet wordt gebruikt.

    # 28 december 2021 (Rb Oost-Brabant SHE 20/2364 en SHE 21/2740): Awb, Wm; verzoek om maatwerkvoorschrift, productie isolatiepanelen, pentaanemissie, Activiteitenbesluit, emissiegrenswaarden voor gO.2, BBT, motivering
    Mondeling herstelbesluit. Weigering maatwerkvoorschrift Toepassing 2.7 Abm en 5.4 lid 2 Bor. Verweerder heeft de beslissing op bezwaar gericht aan de verkeerde rechtspersoon. Ter zitting heeft verweerder verklaard een besluit te nemen dat gelijk is aan het bestreden besluit maar dan gericht aan de goede rechtspersoon. Ter zitting heeft de juiste rechtspersoon hier beroep tegen ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep in behandeling genomen. Eiseres had verweerder gevraagd om via een maatwerkvoorschrift de toepasselijke grenswaarde voor pentaanemissies op het bedrijf nihil te stellen. Er gelden geen BBT emissies voor het bedrijf. Verweerder was bevoegd een maatwerkvoorschrift te nemen maar heeft hiervan volgens de rechtbank kunnen afzien. De door verweerder voorgestane techniek om de pentaanemissie te beperken (en te voldoen aan de grenswaarde in het Abm) is een BBT techniek. De door eiseres 2 beoogde integrale afweging op basis van artikel 5.4 derde lid Bor slaat volgens de rechtbank te ver door en doet daarmee afbreuk aan de bescherming voor het milieu tegen de gevolgen van de pentaanemissie die artikel 2.5, tabel 2.5 van het Abm in samenhang met artikel 2.7, derde lid van het Abm beoogt te bieden.

    * 21 december 2021 (Rb Gelderland ARN 20/4385): Awb, Wm; handhaving houtstook in recreatiebedrijf, primaire toetsing geuroverlast Activiteitenbesluit, daarna pas toetsing Bouwbesluit, motivering
    5. In het verweerschrift heeft verweerder aangegeven dat het recreatiebedrijf een (type A-)inrichting betreft waarop het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) van toepassing is. In een aanvullende reactie heeft verweerder toegelicht dat het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit omdat voor de verwarming van de hottubs elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen groter dan 1,5 kW.1 Samen met het verweerschrift heeft verweerder ook een geuronderzoek van de omgevingsdienst regio Arnhem toegezonden van 16 december 2020. Verweerder heeft desgevraagd toegelicht dat dit geuronderzoek alleen ter informatie aan de rechtbank is toegezonden, omdat dit voor het besteden besluit niet van belang is. Ten tijde van het handhavingsverzoek was het recreatiebedrijf immers nog geen inrichting waarop het Activiteitenbesluit van toepassing was, daarom heeft verweerder aan artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 getoetst.
  3. Om te bepalen wanneer het Activiteitenbesluit van toepassing is geworden is op de zitting aan partijen gevraagd wanneer de elektromotoren zijn geïnstalleerd. Deze exacte datum is niet duidelijk geworden, maar niet in geschil is dat dit vóór de beslissing op bezwaar is gebeurd. Het bedrijf viel ten tijde van de beslissing op bezwaar dus al onder de werking van het Activiteitenbesluit. In tegenstelling tot wat verweerder aanneemt is de situatie ten tijde van het nemen van het bestreden besluit bepalend voor het toetsingskader en niet de situatie ten tijde van het doen van het handhavingsverzoek.

De juiste volgorde bij overlast door een inrichting die valt onder het Activiteitenbesluit is om eerst te kijken of handhavend optreden mogelijk is op grond van de bepalingen in het Activiteitenbesluit. Pas als deze bepalingen geen soelaas bieden is een toetsing aan artikel 7:22 van het Bouwbesluit (mogelijk) aan de orde. 2

Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder gelet hierop in de beslissing op bezwaar eerst moeten beoordelen of hij op grond van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit handhavend kan optreden tegen de geurhinder. Blijkens het verweerschrift en het geuronderzoek stelt verweerder zich inmiddels ook op dit standpunt.

* 20 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/491): Awb, Wnb; opdracht, reductie omvang damhertenpopulatie op termijn, begrip ‘verwilderde dieren’, motivering, noodzaak, verkeersveiligheid, schade aan gewassen
7.10.   ………………..

Dat alleen in de Veluwe, de AWD of Zeeland wilde damhertenpopulaties voorkomen, acht de rechtbank dan ook te kort door de bocht. Gelet op wat blijkens de memorie van toelichting bij de Wnb (zie rechtsoverweging 7.6) onder verwilderde dieren moet worden verstaan, bestaat de mogelijkheid dat er ook buiten die gebieden wilde damherten voorkomen. De redenering dat er in de Hoeksche Waard geen wilde damherten voorkomen omdat er vanuit de Veluwe, de AWD of Zeeland geen migratie kan hebben plaatsgevonden, is dus niet sluitend. Verder verdient opmerking dat – zoals in de bijlage bij het bestreden besluit is vermeld – voor wat betreft de damhertenpopulatie in de Kennemerduinen wel door verweerder wordt aangenomen dat sprake is van wilde dieren ‘omdat zij al veel langer in het wild (over-)leven’. Deze uitleg strookt niet met het uitgangspunt van verweerder dat aansluiting wordt gezocht bij de Nota Jacht en Wildbeheer 1993.

7.11.   De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder niet toereikend heeft gemotiveerd dat de damhertenpopulatie in de Hoeksche Waard uitsluitend bestaat uit verwilderde dieren. In het verlengde hiervan blijkt uit de toelichting van verweerder onvoldoende dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Deze waarborg vervalt immers alleen indien vaststaat dat het gaat om verwilderde dieren.
7.19.   Het voorgaande komt erop neer dat de impact van de populatie damherten op de verkeersveiligheid volgens verweerder nu nog te overzien is, maar dat verweerder wil voorkomen dat de populatie groeit en wel grote problemen gaat veroorzaken. Uit de toelichting van verweerder leidt de rechtbank af dat verweerder (ongebreidelde) groei van de populatie wil voorkomen. Het is gelet op deze duiding van verweerder niet duidelijk waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is om de gehele populatie te doden in plaats van te volstaan met een minder verstrekkende opdracht, zoals het beheer van de populatie. Dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat ieder ongeluk er één te veel is en dat daarom de gehele populatie moet worden gedood, verhoudt zich niet met de bij het besluit en ook daarna gegeven toelichting door verweerder. Aangezien voor deze inconsistentie geen verklaring is gegeven, overtuigt deze uitleg niet. Hetzelfde geldt voor het argument van verweerder dat instandhouding dan wel beheer van de huidige populatie op termijn betekent dat er meer dieren worden gedood. Dit is geen dragend argument voor het verstrekken van een opdracht voor het doden van de hele populatie. De opdracht is immers ingegeven door de gronden die verweerder daarvoor heeft aangedragen, waaronder de verkeersveiligheid. De opdracht mag dan ook niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het bereiken van dit doel. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is dat de gehele populatie damherten wordt gedood.

* 16 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3003): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, schending zorgplicht, verwijderen vegetatie langs spoor, ecologisch onderzoek, concreetheid, duur en hoogte last
10.   De rechtbank constateert dat de last niet is beperkt tot een omschrijving van de geschonden norm. De last houdt immers niet slechts in dat herhaling van overtreding van de zorgplicht moet worden voorkomen. De last is geconcretiseerd met drie elementen. In de eerste plaats heeft verweerder de last gekoppeld aan het (laten) uitvoeren van ecologisch onderzoek. In de tweede plaats geldt de last alleen in situaties waarin sprake is van in de last concreet aangegeven werkzaamheden met betrekking tot vegetatie. In de derde plaats is de last beperkt tot situaties waarin ter plaatse van die werkzaamheden mogelijk vogels aan het broeden zijn. Uit de laatste twee elementen volgt dat bijvoorbeeld geen dwangsom wordt verbeurd in situaties van verstoring van beschermde amfibieën in plaats van vogels, of in situaties waarin sprake was van een verstoring in een gebied zonder vegetatie. Deze voorbeelden zijn op de zitting besproken.

  1. ProRail wijst vooral op het eerste element van “voldoende ecologisch onderzoek”. De rechtbank oordeelt dat de strekking daarvan in het licht van de open norm van de zorgplicht voldoende concreet is. Zoals de minister op de zitting heeft toegelicht en zoals ook volgt uit de wetsgeschiedenis gaat het erom dat ProRail zich op de hoogte stelt van de mogelijke gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden in het licht van de op haar rustende zorgplicht. Juist omdat die norm open is, is op voorhand niet concreet te maken wanneer sprake is van voldoende onderzoek. Dat hangt van het specifieke geval af en ProRail heeft daardoor enige mate van vrijheid bij de invulling van haar onderzoeksverplichting. Van de minister kan niet verwacht worden dat zij de last op dit punt concreter maakt. Dit betekent wel dat een discussie kan ontstaan over de vraag of in een specifiek geval de last is overtreden. Dat hangt onvermijdelijk samen met de aard van de zorgplicht maar maakt niet dat de last gebrekkig is of niet voldoet aan de eis van rechtszekerheid.
  2. ProRail vindt ook dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor fouten die de (onder)aannemers die zij inschakelt eventueel maken als zij daarop geen invloed heeft. De rechtbank overweegt echter dat uit de formulering van de last niet volgt dat ieder nalaten van (onder)aannemers voor risico van ProRail komt in die zin, dat daardoor een dwangsom wordt verbeurd. Het opnemen van de aannemers in de last moet naar het oordeel van de rechtbank worden gezien in relatie tot het vereiste van het verrichten van voldoende ecologisch onderzoek. Dat betekent dat ProRail verantwoordelijk blijft als zij het laten verrichten van dat onderzoek aan een (onder)aannemer uitbesteedt. Als de (onder)aannemer het onderzoek dan niet goed verricht in de zin van de last, dan verbeurt ProRail een dwangsom. Ook in zoverre is de last voldoende duidelijk.
  3. De conclusie is dat de last in het licht van de daaraan ten grondslag liggende norm voldoende concreet is geformuleerd. Er is geen strijd met de rechtszekerheid. De beroepsgrond slaagt niet.* 22 november 2021 (Rb Limburg ROE 21/1137): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken, sporttoestel, hoogte/privacy
    5.   De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid kon besluiten om de omgevingsvergunning met gebruikmaking van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid te verlenen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit dus niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

5.1.   Weliswaar is aannemelijk dat eiser enige mate van overlast en verlies van privacy zal ondervinden van het geplaatste sporttoestel, maar niet is aannemelijk dat dit onevenredig is. In tegenstelling tot waar eiser vanuit gaat, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat bij de afweging van belangen moet worden uitgegaan van de aard en functie van het sporttoestel dat is vergund. Het is niet aannemelijk dat het sporttoestel continue zal worden gebruikt en dus constant een privacy inbreuk voor eiser met zich brengt. Bij het sporttoestel in kwestie mag door verweerder in zijn belangenafweging worden uitgegaan van een redelijkerwijs te verwachten frequentie van gebruik. Verweerder heeft uit mogen gaan van een frequentie van gebruik van 3 tot 4 keer per week, waarbij de rechtbank relevant vindt dat eiser ter zitting ook niet heeft betwist dat het sporttoestel tot nu toe vaker dan dat is gebruikt. Het is nu eenmaal niet redelijk ervan uit te gaan dat een sporttoestel in een achtertuin constant wordt gebruikt.

5.2.   Verder heeft verweerder mogen meewegen dat er slechts zicht op het perceel van eiser mogelijk is vanaf de top van het sporttoestel. Het sporttoestel staat namelijk op 15 meter afstand van de erfgrens. Dit betekent dat alleen wanneer een gebruiker van het sporttoestel de top bereikt, eiser hier nadeel in de vorm van verlies van privacy van kan ondervinden. Ook daadwerkelijk gebruik van het sporttoestel levert dus niet altijd inkijk voor eiser op. Inkijk is alleen maar mogelijk op de momenten dat de gebruiker van het sporttoestel zich bovenin het sporttoestel bevindt. Bovendien brengt de aard van het sporttoestel, een toestel dat gebruikt wordt voor beweging, met zich mee dat de gebruiker daarvan niet gedurende langere tijd bovenin dat toestel verblijft en die positie bovendien niet gebruikt om in de tuin van de buren te kijken.

5.3.   De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de bestaande zichtlijnen op het perceel van eiser mocht meewegen. Partijen verschillen van mening over de reikwijdte van die zichtlijnen en dan met name vraag in hoeverre en vanuit welke posities er vanuit de woning van vergunninghouder zicht is op het perceel van eiser. Eiser betwist echter niet dat het in ieder geval mogelijk is om vanuit de woning van vergunninghouder vanuit bepaalde posities zicht op zijn perceel te hebben. De rechtbank stelt dat bovendien ook vast aan de hand van de foto’s die door partijen in het geding zijn gebracht. Eiser is dus al beperkt in zijn privacy doordat er zicht is op zijn perceel vanuit de woning van vergunninghouder. Die privacy was dus niet absoluut voor de plaatsing van het sporttoestel. Verweerder heeft mogen meewegen dat het sporttoestel ten opzichte van die situatie voor de privacy van eiser geen onevenredige nadelige verandering met zich brengt. Dat eiser vanuit zijn perceel op zijn beurt zicht heeft op het sporttoestel doet hier niet aan af.

5.4.   Tevens is de rechtbank van oordeel dat verweerder in de omstandigheid dat de dochter van vergunninghouder niet meer bij vergunninghouder woont geen aanleiding heeft hoeven zien om de omgevingsvergunning te weigeren. De dochter van vergunninghouder kan ondanks haar verhuizing immers nog steeds het sporttoestel gebruiken en daarnaast heeft vergunninghouder onweersproken gesteld ook zelf van het sporttoestel gebruik te maken. Dat het sporttoestel met name ten behoeve van de dochter geplaatst is, betekent niet dat de omgevingsvergunning tot gebruik door de dochter beperkt had moeten worden. Voor een dergelijke beperking is er (mede gelet op hetgeen onder 5.1 en 5.2 is overwogen) geen ruimtelijk argument.