Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 12 januari 2022 (ABRvS 202105095/1/R4): Awb, Wro; uitwerkings- en wijzigingsplan, woningen, parkeren
* 12 januari 2022 (ABRvS 202103971/1/R4): Awb, Wro; bpl, woonwijk met daarin appartementengebouw
* 12 januari 2022 (ABRvS 202103617/1/A2): Awb, Gmw; aanwijzing boerderij als gemeentelijk monument, Erfgoedverordening (Rb Amsterdam 20/3499)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202102552/1/R1): Awb, Wm; locatieplan ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, onduidelijkheid locaties
* 12 januari 2022 (ABRvS 202101475/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie inzameling ondergrondse restafvalcontainers, afvalstoffenverordening, klikokantelaar/geluid, alternatieve locatie
* 12 januari 2022 (ABRvS 202100821/1/R1 en 202103127/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie inzameling grof afval, afvalstoffenverordening, geschiktheid locatie, motivering
* 12 januari 2022 (ABRvS 202100375/1/R1): Awb, Wro; bpl, bedrijventerrein, kantoren, milieucategorie, zelf in de zaak voorzien
* 12 januari 2022 (ABRvS 202100306/1/R1 en 202100690/1/R1): Awb, Wbb, Wm; handhaving, lasten onder bestuursdwang, bodemverontreiniging door drugsproductie, overtreder
* 12 januari 2022 (ABRvS 202006664/1/R1): Awb, Wro; bpl, supermarkt, detailhandelsbeleid, Dienstenrichtlijn
* 12 januari 2022 (ABRvS 202006088/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en wijzigen rijksmonument, welstand, inspraakprocedure, parkeren, ruimtelijke onderbouwing, onderzoek zwaluwen/vleermuizen, motivering, tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 20/839)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202006026/1/R1): Awb; invordering dwangsom, niet-recreatieve gebruik van recreatiewoning (Rb Midden-Nederland 19/2108)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202005684/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, onherroepelijke omgevingsvergunning, erfafscheiding, bevoegdheid (Rb Zeeland-West-Brabant  20/5412)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202005649/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, chalets voor huisvesting van arbeidsmigranten, geen noodzaak eigen perceel (Rb Midden-Nederland 19/3377)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202004708/1/R3): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, onderwijsgebouwen, Ladder/Bro, waterhuishouding, soortenbescherming, tussenuitspraak
* 12 januari 2022 (ABRvS 202004654/1/A2): Awb, Gmw; aanwijzing als gemeentelijk monument, advies CRK (Rb Oost-Brabant 19/2973)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202003219/1/A2): Awb, Wro; planschade
* 12 januari 2022 (ABRvS 202002396/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bed & breakfast bij een woning, ontvankelijkheid, VvE/BW/geen mogelijkheid geboden om gebrek te herstellen (Rb Den Haag 19/400)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202000760/1/R2): Awb, Wnb; vergunning, bedrijf, relativiteit (Rb Oost-Brabant 19/1768 en 19/1799)
* 12 januari 2022 (ABRvS 202000148/1/R1 en 202102257/1/R1): Awb, Wro; bpl, actualisering, gebruiksfuncties, wonen/tuinen
* 12 januari 2022 (ABRvS 201908176/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, overtreding voorschrift, verwerking hoogovenslakken, visueel waarneembare stofemissie bij storten in slakputten, koelen van de slakken, geen opslagen/bevoegdheid (Rb Noord-Holland 19/1215 en 19/1584)
* 12 januari 2022 (ABRvS 201905439/1/R2): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, supermarkt en appartementen, belanghebbenden, Ladder, Bro/nieuwe stedelijke ontwikkeling, verkeer/laden en lossen/relativiteit, toename verkeer, CROW, parkeren, geluid/Activiteitenbesluit/VNG-brochure
* 12 januari 2022 (ABRvS 201705745/3/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen tankstation met LPG, aanvullend voorschriften, externe veiligheid, Bevi/Revi, LPG-vulpunt/hittewerende bekleding tankwagen, QRA, conclusie Staatraad AG, prejudiciële vragen (Rb Noord-Holland 16/1246)
* 12 januari 2022 (ABRvS 201701963/1/R1): Awb, Wro; bpl, LPG-tankstation, externe veiligheid, Bevi/Revi, LPG-vulpunt/hittewerende bekleding tankwagen, QRA, conclusie Staatraad AG, prejudiciële vragen
* 11 januari 2022 (ABRvS 202200071/2/R1): Awb; vovo, invordering dwangsommen, bodemverontreiniging perceel, brand drugslaboratorium, ordemaatregel
* 11 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3743 T): Awb, Wnb; vergunning, veehouderij, Natura 2000, referentiesituatie, rendement luchtwassers, Wav, monitoring/controle en onderhoud, verzekering beschermingsmaatregelen, tussenuitspraak
* 11 januari 2022 (CBb 21/302): Awb, Msw; boete, veehouderij, mestverwerkingsplicht, evenredigheid (Rb Oost-Brabant SHE 20/831)
* 11 januari 2022 (CBb 20/448, 20/546, 21/148 en 20/587): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, geen sprake van een individuele en buitensporige last, startersregeling, niet kunnen verleasen/schade, jongvee/diercategorie, geen schending EP, EVRM/schadevergoeding
* 10 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1736): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, waardedaling woning
* 10 januari 2022 (Rb Overijssel 08-997031-18): Sr, WED, Wm; val se vervoersbewijzen dierlijke meststoffen en afgifte vrachten met uien- en proceswater aan bedrijf dat niet bevoegd was om afvalstoffen te ontvangen
* 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4298 GEMWT): Awb, Gmw; handhaving, voorschriften terrasvergunning, conflictsituatie
* 6 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/2310): Awb, Wet dieren; boete, vervuilde container, bevindingenrapport
* 6 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/3215): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, busbaan, verkeersveiligheid, belangenafweging
* 5 januari 2022 (ABRvS 202101048/5/R2): Awb, Wro, Wabo, Wnb, Wgh; inpassingplan/omgevings- en natuurvergunning en HGW, uitbreiding automobielfabriek, geen spoedeisend belang vanwege eerdere schorsing soortenbeschermingsontheffing
* 31 december 2021 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/5402 GEMWT VV): Awb; vovo, verzoek handhaving bpl, wonen, wettelijke termijn nog niet verstreken
* 30 december 2021 (Rb Overijssel AWB 21/41):
* 30 december 2021 (Rb Overijssel AWB 21/83 en 21/41): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, onduidelijkheid locatie hekwerk en transformatoren, landschappelijke inpassing, motivering, belangen, capaciteit elektriciteitsnet, relativiteit, tussenuitspraak
* 28 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3149): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor splitsen bovenwoning in twee woningen, strijd met bpl, parkeren/onderzoek, Canadees parkeren, legaal beschikbare plaatsen
* 28 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 21/464): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, bedrijfsdoeleinden naar wonen, bevoegdheid
* 24 december 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/2358): Awb, Wet dieren; boete, vangletsel
* 24 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1670): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor nieuwbouw appartementen, aanvullend parkeeronderzoek, parkeernorm, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 24 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/2480): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bedrijfsverzamelgebouw met o.a. hotel, parkeren
* 23 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3752): Awb, Wro; planschade, voorzienbaarheid, tussenuitspraak
* 23 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1474): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, woning in aanbouw, strijd met bpl, broers, bijzondere omstandigheid, evenredigheid
* 22 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2009): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, schadevergoeding, bewijsvermoeden, herstelmethodes, EVRM/equality of arms
* 22 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/5413): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, laadpaal, motivering locatie
* 22 december 2021 (Rb Overijssel ZWO 21/393): Awb; invordering dwangsom, overtreding opgelegde bouwstop, overtreder, calculerend handelen, evenredigheid
* 21 december 2021 (Hof Amsterdam 23-002130-19 en 23-002129-19): Sr, Wnb, Wet dieren; overtreding Bnb, onder zich hebben van schildpadden, onthouden nodige verzorging aan dieren
* 21 december 2021 (Rb Limburg ROE 20/2952): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, vakantiewoning, geurcirkel melkveehouderij
* 20 december 2021 (Rb Limburg ROE 20/3518): Awb; zeer spoedeisende bestuursdwang, aanvoer en opslag geuremitterend kunststofafval; sloten op poort bedrijf, belanghebbende, geen vergunning voor type afval, Activiteitenbesluit, bevoegdheid, evenredigheid
* 16 december 2021 (Rb Den Haag SGR AWB 21/7207 en SGR AWB 21/7314): Awb, Waterwet; vovo, projectplan/vergunning, baggerwerkzaamheden, deels dempen, nieuwe oeverconstructie, geen acuut gevaar
* 6 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6876): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, splitsing woning en dakopbouw, parkeren
* 21 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/146 en UTR 21/148): Awb; vovo en kortsluiten, verzoek om preventief handhaven, vervoer chalet over weg, evenredigheid

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 12 januari 2022 (ABRvS 201705745/3/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, veranderen tankstation met LPG, aanvullend voorschriften, externe veiligheid, Bevi/Revi, LPG-vulpunt/hittewerende bekleding tankwagen, QRA, conclusie Staatraad AG, prejudiciële vragen (Rb Noord-Holland 16/1246)
* 12 januari 2022 (
ABRvS 201701963/1/R1): Awb, Wro; bpl, LPG-tankstation, externe veiligheid, Bevi/Revi, LPG-vulpunt/hittewerende bekleding tankwagen, QRA, conclusie Staatraad AG, prejudiciële vragen
Het gaat om twee samenhangende besluiten; een omgevingsvergunning en een bestemmingsplan. Wat betreft de omgevingsvergunning gaat het om een twee nieuwe voorschriften bij een vergunning voor een tankstation in Purmerend dat ook LPG verkoopt. Eén van die voorschriften houdt in dat voor het bevoorraden van het tankstation met LPG alleen tankwagens mogen worden gebruikt met hittewerende bekleding. Volgens een omwonende is dat veiligheidsvoorschrift in strijd met het Europees recht. Zij wil dat de Afdeling bestuursrechtspraak beide besluiten vernietigt om te bereiken dat op het tankstation niet langer LPG mag worden geleverd en verkocht.

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel, in navolging van het Hof van Justitie, dat het niet is toegestaan om in Nederland strengere eisen te stellen aan LPG-tankwagens dan in Europees verband is afgesproken. Achtergrond van dit Nederlandse veiligheidsvoorschrift was dat met extra veiligheidsvoorschriften voor het bevoorraden van LPG tankstations een minder grote afstand hoeft te worden aangehouden tussen het tankstation en gevoelige objecten, zoals woningen. In de uitspraak van vandaag staat dat de Europese lidstaten niet zelf strengere veiligheidsvoorschriften mogen stellen aan het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg dan die de lidstaten onderling hebben afgesproken. Om die reden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dit specifieke veiligheidsvoorschrift in de vergunning vernietigd.

Daardoor kwam de vraag op of, zonder dat veiligheidsvoorschrift, de verkoop van LPG op deze locatie nog wel aanvaardbaar was. Daar heeft de gemeente Purmerend tijdens de procedure aanvullend onderzoek naar laten doen. Daarbij is ook onderzocht hoe de zogenoemde risicocontour komt te liggen als het tankstation bevoorraad wordt door tankwagens zonder hittewerende bekleding. Tussen partijen is niet in geschil dat uit dat onderzoek blijkt dat de woningen in de omgeving van het tankstation buiten deze risicocontour liggen. Daarmee is de levering en verkoop van LPG op dit tankstation planologisch aanvaardbaar, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

De uitspraken zijn het sluitstuk van een lange juridische procedure waarin de Afdeling

* 12 januari 2022 (ABRvS 202002396/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, bed & breakfast bij een woning, ontvankelijkheid, VvE/BW/geen mogelijkheid geboden om gebrek te herstellen (Rb Den Haag 19/400)
3.3.    De Afdeling ziet aanleiding om in deze uitspraak te verduidelijken wat de gevolgen zijn van een mogelijk gebrek in de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die namens een vereniging van eigenaars als bedoeld in afdeling 2 (‘De vereniging van eigenaars’), van titel 9 (‘Appartementsrechten’) van Boek 5 (‘Zakelijke rechten’) van het BW beroep heeft ingesteld, voor de ontvankelijkheid van het beroep van zo’n vereniging in een bestuursrechtelijke procedure. Daartoe overweegt de Afdeling het volgende.

Artikel 5:124, derde lid, van het BW is opgenomen in afdeling 2 van titel 9 van boek 5 van het BW. Dit artikellid bepaalt dat de regels uit titel 2 van boek 2 van het BW slechts van toepassing zijn voor zover deze afdeling daarnaar verwijst. Artikel 2:45, derde lid, van het BW maakt deel uit van titel 2 van boek 2 van het BW. Naar dit artikel wordt niet verwezen in de afdeling over de vereniging van eigenaars. Anders dan voor verenigingen als bedoeld in titel 2 van boek 2 van het BW, is artikel 2:45, derde lid, BW dan ook niet van toepassing op een vereniging van eigenaars. In geval van een vereniging van eigenaars staat de wet er dus niet aan in de weg dat interne afspraken, waaronder die over de vertegenwoordigingsbevoegdheid, ook ingeroepen worden door anderen dan de vereniging.

Dit betekent dat de bestuursrechter in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid van een beroep van een vereniging van eigenaars als bedoeld in afdeling 2 van titel 9 van boek 5 van het BW, wanneer een partij stelt dat aan het instellen van beroep geen rechtsgeldig intern besluit ten grondslag ligt, moet onderzoeken of aan dat beroep een rechtsgeldig intern besluit van de vereniging ten grondslag ligt.
……………………
3.7.    De rechtbank had op grond van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb, de VvE in de gelegenheid moeten stellen het gebrek te herstellen voordat zij het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Die gelegenheid heeft de rechtbank niet geboden. Dat de VvE op 20 november 2018 (8 dagen voor de zitting) op de hoogte was van het gebrek, betekent niet dat de rechtbank de VvE niet zelf in de gelegenheid had moeten stellen het gebrek te herstellen.

De rechtbank heeft daarom ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

* 11 januari 2022 (ABRvS 202200071/2/R1): Awb; vovo, invordering dwangsommen, bodemverontreiniging perceel, brand drugslaboratorium, ordemaatregel
6.       De voorzieningenrechter stelt met het college vast dat hoewel [verzoeker] al op 7 juni 2021 beroep had ingesteld, hij pas op 30 december 2021, in het zicht van de executoriale verkoop, om een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat die verkoop een zekere voorbereidingstijd heeft gehad en dat ook [verzoeker] daarvan vanaf een bepaald moment op de hoogte is geweest. In zoverre had het dan ook op de weg van [verzoeker] gelegen om het verzoek eerder in te dienen. Daar staat tegenover dat aan de kant van [verzoeker] zeer grote belangen op het spel staan, waarbij in het bijzonder het dreigende verlies van zijn woning in het oog springt. Verder biedt artikel 8:81 van de Awb een partij de mogelijkheid in beginsel in elke stand van de beroepsprocedure een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter geen grond om het verzoek af te wijzen om de enkele reden dat het op een laat moment is ingediend.

Voorts merkt het college met juistheid op dat de bestuursrechter niet belast is met het beslechten van executiegeschillen. Dat neemt niet weg dat met het invoeren van de huidige artikelen 5:25, zesde lid, en 5:37, eerste lid, van de Awb op 1 juli 2009 is beoogd om geschillen over de kosten van bestuursdwang en het al dan niet verschuldigd zijn van een dwangsom aan de bestuursrechter te kunnen voorleggen. Een dwangbevel wordt niet rechtstreeks geraakt door een eventuele schorsing van de in deze procedure aan de orde zijnde besluiten, maar de voorzieningenrechter sluit niet uit dat wanneer een voorlopige voorziening wordt getroffen, dat wel indirect consequenties kan hebben voor de houdbaarheid van het bevel. Overigens heeft deze uitspraak alleen betrekking op het besluit van 18 mei 2021 en de daarbij in stand gelaten besluiten van 5 oktober 2020 en 26 februari 2020. Voor zover [verzoeker] schulden heeft die voortvloeien uit het eerdere bestuursdwangbesluit van 11 november 2019 en uit het besluit van 4 februari 2020 waarbij de kosten van die bestuursdwang zijn vastgesteld, gaat dit het bestek van deze procedure te buiten. In verband met het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter ook in wat het college op dit punt aanvoert geen grond om op voorhand van het treffen van een voorlopige voorziening af te zien.

* 30 december 2021 (Rb Overijssel AWB 21/83 en 21/41): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, onduidelijkheid locatie hekwerk en transformatoren, landschappelijke inpassing, motivering, belangen, capaciteit elektriciteitsnet, relativiteit, tussenuitspraak
8.2.2   Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)3 kan bij een beroep tegen een omgevingsvergunning een betoog over de uitvoerbaarheid van het project, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als het college in redelijkheid had moeten inzien dat het project om financieel-economische of andere redenen zonder meer niet uitvoerbaar is.

8.2.3   Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat een eventueel te betalen bedrag aan planschade zo hoog zou kunnen zijn dat het project daardoor zonder meer financieel onuitvoerbaar is. Daarom hoefde verweerder in de eventuele planschade geen reden te zien om de omgevingsvergunning te weigeren.

8.2.4   Op de zitting hebben de gemachtigden van verweerder aangegeven dat hen ook ter ore is gekomen dat de capaciteit van het elektriciteitsnet mogelijk onvoldoende is en dat zij niet met zekerheid kunnen zeggen of dit een probleem oplevert. Daardoor is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk of het project uitvoerbaar is. Het bestreden besluit is wat dit betreft onvoldoende gemotiveerd. In het licht van de gerezen twijfels is de opmerking in de reactie op de zienswijzen dat netbeheerders continu bezig zijn met het verbeteren en uitbreiden van de voorzieningen daartoe onvoldoende. Daarom slaagt deze beroepsgrond.

* 28 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/3149): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor splitsen bovenwoning in twee woningen, strijd met bpl, parkeren/onderzoek, Canadees parkeren, legaal beschikbare plaatsen
6.2   Verweerder stelt zich op het standpunt dat bij de berekening van het aantal beschikbare parkeerplaatsen alleen dient te worden uitgegaan van legaal beschikbare parkeerplaatsen. Canadees parkeren is op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (het reglement) niet toegestaan en het parkeeronderzoek van Meetel is daarom niet toereikend. Zouden de plaatsen waar Canadees wordt geparkeerd wel worden meegenomen in de telling, dan zou dit kunnen betekenen dat aan een illegale situatie rechten kunnen worden ontleend. Dit is vanuit het oogpunt van precedentwerking onwenselijk. Uit de factsheet en de rapportages van Trajan blijkt hoeveel parkeerplekken beschikbaar zijn als het Canadees parkeren niet wordt meegenomen.

6.4   De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in parkeeronderzoeken moet worden gekeken naar de legale situatie. Trajan licht in de factsheet van 25 maart 2021 toe wat het verschil is tussen de methode van Meetel en Trajan en maakt daarbij gebruik van de terminologie ‘formele capaciteit’ en ‘informele capaciteit’. De informele capaciteit is de formele capaciteit vermeerderd met plekken die in de praktijk ook worden gebruikt voor parkeren maar niet voldoen aan de wettelijke bepalingen en aanbevelingen van CROW. Canadees parkeren voldoet niet aan deze wettelijke bepalingen en aanbevelingen. Trajan concludeert in de factsheet dat Meetel met de informele capaciteit heeft gemeten. In de rapportage Meten van capaciteit in Haarlem van 29 maart 2021 wordt een capaciteitsberekening gemaakt per sectie in hetzelfde onderzoeksgebied. Deze rapportage maakt inzichtelijk waar de verschillende cijfers van Meetel en Trajan vandaan komen per sectie en hoeveel parkeerplekken er zijn als wordt gekeken naar formele en informele capaciteit. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deze conclusies aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank hiermee voldoende inzichtelijk gemaakt waarom het onderzoek van Meetel afwijkt van dat van Trajan en waarom uitgegaan dient te worden van legaal beschikbare parkeerplaatsen.

* 24 december 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1670): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor nieuwbouw appartementen, aanvullend parkeeronderzoek, parkeernorm, motivering, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
11.   Verder heeft [adviesbureau] nader onderzoek gedaan naar de parkeervraag van de nabijgelegen sportaccommodaties. Omdat zowel in 2020 als in 2021 vanwege corona beperkingen golden voor het gebruik van de sportfuncties, heeft [adviesbureau] de parkeervraag berekend op basis van de CROW-kengetallen. Het gaat om de parkeervraag ten behoeve van de tennisvelden, de skibaan en de voetbalvelden en [adviesbureau] is uitgegaan van de normen die horen bij ligging in ‘weinig stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. De analyse van de parkeervraag van de sportaccommodaties laat zien dat het parkeeraanbod aan de [straat] in een groot aantal van de mogelijk maatgevende situatie voldoende is. Op drukke zaterdagen in de winter is de parkeervraag hoger dan de parkeercapaciteit aan de [straat] , maar [adviesbureau] concludeert dat ook in situatie na de ontwikkeling van het nieuwe appartementencomplex voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is voor de sportaccommodaties. De rechtbank kan de analyse van [adviesbureau] goed volgen en vindt dat de parkeervraag van de sportaccommodaties voldoende inzichtelijk is gemaakt.

  1. Zoals in de tussenuitspraak al is overwogen, maakt de omstandigheid dat een parkeeronderzoek in coronatijd is gedaan, niet per definitie dat een parkeeronderzoek niet representatief kan zijn. Volgens [adviesbureau] zijn de uitgevoerde parkeeronderzoeken in juni in coronatijd representatief. Juni valt na de meivakantie en voor de zomervakantie, zodat dit onder normale omstandigheden ten opzichte van de rest van het jaar een representatieve maand is om parkeeronderzoek te doen. Datagegevens van TomTom Weekly laten zien dat de congestieniveaus in Utrecht en Amersfoort in de maand juni niet significant afwijken van de weken ervoor of erna. Verder kan uit gegevens van onder meer het CBS en uit mobiliteitsgegevens van de gemeente Zeist worden afgeleid dat in coronatijd meer mensen thuis waren waardoor dus meer auto’s in het gebied geparkeerd stonden. Het aanvullend parkeeronderzoek bevestigt het eerder door [adviesbureau] aangenomen uitgangspunt dat er tijdens de telmomenten vanwege coronamaatregelen meer auto’s in het gebied geparkeerd stonden. De rechtbank ziet geen reden om de onderzoeken niet als representatief aan te merken.
  2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis van de aanvullende motivering en het aanvullend parkeeronderzoek in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik mogen maken om van de parkeernorm af te wijken en uit te gaan van een lagere parkeernorm van 1,3 per woning. Van belang hierbij is dat [adviesbureau] ook in het aanvullend parkeeronderzoek concludeert dat in de directe omgeving van het nieuwe appartementencomplex voldoende parkeercapaciteit aanwezig is om aan de parkeerbehoefte te voldoen.* 20 december 2021 (Rb Limburg ROE 20/3518): Awb; zeer spoedeisende bestuursdwang, aanvoer en opslag geuremitterend kunststofafval; sloten op poort bedrijf, belanghebbende, geen vergunning voor type afval, Activiteitenbesluit, bevoegdheid, evenredigheid
    Betreft beroep tegen een besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg (verweerder) waarbij de toepassing van zeer spoedeisende bestuursdwang wegens binnen de inrichting gepleegde overtredingen van de voor de inrichting geldende omgevingsvergunning en het Activiteitenbesluit milieubeheer op schrift is gesteld en aan één van de eisers is kenbaar gemaakt. De rechtbank overweegt dat sprake is van overtredingen ter zake waarvan verweerder bevoegd was handhavend op te treden. De wijze van vaststelling van de overtredingen was valide en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt volgens de rechtbank niet. De rechtbank is echter van oordeel dat de situatie niet zo spoedeisend was dat die de toepassing van bestuursdwang zonder voorafgaande last en zonder het bestuursdwangbesluit vooraf op schrift te stellen rechtvaardigde. De rechtbank overweegt dat een lichter middel voorhanden was, dat verweerder daarmee had kunnen volstaan en dat aan het besluit een ontoereikende afweging van de in aanmerking te nemen belangen ten grondslag ligt.

    Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 22 december 2021 Bestemmingsplan, pontons en dekschuiten naast woonboten kunnen in dit geval niet worden aangemerkt als woonboot. Planregel, afweging door ander bevoegd gezag op basis van andere belangen, rechtszekerheid.
ABRvS 22 december 2021 Bestemmingsplan, uitsluiten vergunningvrij bouwen op gronden met tuinbestemming.
Rb Noord-Holland 15 december 2021 Revisievergunning en maatwerkvoorschriften, criterium ‘in het belang van de bescherming van het milieu’, grondslag maatwerkvoorschriften.