Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 19 januari 2022 (ABRvS 202105599/1/R4): Awb, Wro; bpl, appartementencomplexen, Chw, VNG-brochure, Activiteitenbesluit, parkeren, brandwerendheid, geluid
* 19 januari 2022 (ABRvS 202104910/1/R1 en 202105097/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, afvalstoffenverordening, alternatieve locatie
* 19 januari 2022 (ABRvS 202104554/1/A3): Awb, Wob; openbaarmaking van agrarische bedrijven, PAS-meldingen, milieu-informatie, geen misbruik van procesrecht, dwangsom (Rb Noord-Nederland 20/1980 en 20/1981)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202104201/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, belanghebbende, bedrijventerrein, VNG-brochure, bouwhoogte, bezonning
* 19 januari 2022 (ABRvS 202103720/1/R1): Awb Wro; inpassingsplan, brug, verkeer, CROW, voetgangerstunnel
* 19 januari 2022 (ABRvS 202103582/1/R1): Awb, Wro; bpl, parallelweg langs N286, verbeteren verkeersveiligheid
* 19 januari 2022 (ABRvS 202103313/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken bewoning, overtreder (Rb Midden-Nederland 20/1903)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202102884/1/A2): Awb, Wro; planschade, bedrijventerrein achter woningen, partijdigheid deskundige (Rb Oost-Brabant 20/1569, 20/1570 en 20/1571)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202102724/1/R1): Awb, Wabo; handhaving, uitweg, APV, relativiteit (Rb Noord-Holland 19/4782)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202102510/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, functiemenging, maatwerk, motivering (Rb Amsterdam 19/5696)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202102232/1/R1): Awb, Ww, WRO; bouwvergunning/vrijstelling, jachthaven/watersportcentrum, schadevergoeding/bevoegdheid rechtbank (Rb Noord-Holland 18/5437)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101904/1/A2): Awb, Wro; planschade, onpartijdigheid (Rb Oost-Brabant 19/2468)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101844/1/R1): Awb, Wro; bpl, transformatie recreatieparken, structuurvisie, parkeerbehoefte, motivering, tussenuitspraak
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101811/1/R1): Awb, Wro; bpl, ondergrondse parkeergarage, parkeeranalyse, verkeersveiligheid
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101637/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, werkplaats naar detailhandel, overgangsrecht/bewijslast, Dienstenrichtlijn (Rb Amsterdam 19/5650)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101553/1/R1): Awb, Wabo< Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, afwijkend gebruik woning, geen vergunning, recreatieve verhuur, planregels, omgevingsvergunning (Rb Zeeland-West-Brabant 19/5898)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101488/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunningen voor bouwen en afwijken bpl, balkons/splitsen benedenwoning, welstand/Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit, advies CRK (Rb Amsterdam 19/5778 en 19/5777)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202101235/1/R1): Awb, Wro; afwijzen wijziging bpl, woning/nieuw bouwvlak, wijzigingsvoorwaarde/beëindiging agrarisch bedrijf
* 19 januari 2022 (ABRvS 202100820/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie voor ondergrondse afvalcontainers, afvalstoffenverordening, alternatieve locatie, motivering
* 19 januari 2022 (ABRvS 202100775/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen privacyscherm aan leilindebomen, geen vergunning, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 20/3439 en 20/3797)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202100506/1/A3): Awb, DHW, Wok; intrekking vergunningen, slecht levensgedrag, witwassen (Rb Oost-Brabant 20/1821)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202006719/1/R4): Awb, Wro; bpl, evenement/circus/kermis, alternatieve locaties stallingen woonwagens
* 19 januari 2022 (ABRvS 202006496/1/R3): Awb, Wabo; niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning, strijd met bpl, UOV, geen van rechtswege vergunning (Rb Overijssel 20/982)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202006494/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, gebruik bijgebouw als woning (Rb Overijssel 20/841)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202006335/1/R3): Awb, Wro; bpl, mantelzorgwoning
* 19 januari 2022 (ABRvS 202005987/1/R1): Awb, Wro; bpl, bebouwing bij fruitboomgaard, provinciale omgevingsverordening, motivering
* 19 januari 2022 (ABRvS 202005767/1/A3): Awb, Wegenwet; handhaving, aan openbaarheid onttrekken van een gedeelte van perceel, motivering (Rb Midden­Nederland 19/3389
* 19 januari 2022 (ABRvS 202005306/1/R2): Awb, Wro; bpl, bedrijfswoning naar plattelandswoning, woon- en leefklimaat, endotoxine, motivering
* 19 januari 2022 (ABRvS 202002966/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, mestbak, belanghebbende, geen strijd met bpl, welstand, melding Activiteitenbesluit (Rb Rotterdam 18/6529)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202002933/1/A2): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, doodlopende weg (Rb Limburg 18/3202)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202001968/1/R2): Awb, Wro; niet vaststellen wijzigingsplan
* 19 januari 2022 (ABRvS 202001783/2/A2): Awb, Wro; planschade, passieve risicoaanvaarding, motivering, tussenuitspraak (Rb Overijssel 19/1129)
* 19 januari 2022 (ABRvS 202000973/3/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, kerk, voorschrift luidklok, Activiteitenbesluit, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Zeeland-West-Brabant 19/1515)
* 18 januari 2022 (ABRvS 202106783/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, supermarkt, geen spoedeisend belang
* 18 januari 2022 (ABRvS 202107111/2/R2): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen, zwembad, parkeren, welstand
* 18 januari 2022 (ABRvS 202107386/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, ruimte-voor-ruimte-woningen met bijgebouwen, omgevingsvisie
* 18 januari 2022 (ABRvS 202107618/2/R2): Awb, Wnb; vovo, opheffing ordemaatregel, dwangsom, habitats Natura 2000-gebied, complexiteit, afwijzing (Rb Overijssel 21/997)
* 18 januari 2022 (ABRvS 202101048/6/R2): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, ontvankelijkheid
* 18 januari 2022 (CBb 20/526, 20/513 en 20/508): Awb, Msw; vaststelling/melding overdracht fosfaatrechten, verzoek om schadevergoeding, causaal verband
* 17 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4580 en UTR 21/4585): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, afmeren schip/drijvende steiger , golfbreker en parkeerplaatsen, belanghebbende, tijdelijkheid, belangenafweging
* 14 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1642 WET): Awb, Gmw; aanwijzing parkeerplaatsen voor opladen elektrische auto’s, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 14 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1783): Awb, Gmw; sluiting horeca, Noodverordening COVID-19, bevoegdheid, motivering, bewijslast
* 13 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/5202); Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding warmbandwalserij, geluidzone, luchtkwaliteit, SO2/NOx, ZZS, motivering
* 13 januari 2022 (Rb Gelderland AWB 19/5155): Awb; invordering dwangsom/last onder bestuursdwang, geen vergunning, verwijderen toiletgebouw
* 13 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4535): Awb, Gmw; vovo, weigering exploitatie- en terrasvergunning, Wet Bibob, motivering
* 13 januari 2022 (HvJ EU C-110/20): Prejudiciële verwijzing, Italië, vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen, specifiek geografisch gebied, aangrenzende gebieden, vergunningen, cumulatie, m.e.r.-beoordeling
* 13 januari 2022 (HvJ EU C-683/20): Niet nakoming, Slowakije, omgevingslawaai, geen actieplannen opgesteld voor belangrijke (spoor)wegen en geen samenvattingen van die actieplannen aan de Commissie
* 13 januari 2022 (HvJ EU C‑177/19 P tot en met C‑179/19 P): Hogere voorziening, typegoedkeuring van motorvoertuigen, vaststelling van de uitstootwaarden voor stikstofoxide die niet mogen worden overschreden bij tests die worden uitgevoerd in reële rijomstandigheden
* 13 januari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/5821, 21/5836, 21/5857 en 21/5863): Awb, WVW 1994; vovo, verkeersbesluit, belanghebbenden, omrijkosten, effecten op nabijgelegen natuurgebieden, belangenafweging. motivering
* 13 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4935): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, gebouw voor fustenopslag voor pompoenenverwerkingsbedrijf, motivering
* 13 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2044 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor verbreden uitrit, APV, verlies openbare parkeerplaats
* 12 januari 2022 (Rb Gelderland ARN 20/2162): Awb, Wnb; vergunning, zonnepark, aantasting leefgebied van de wespendief en boomleeuwerik, passende beoordeling, mitigerende maatregelen
* 12 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1220): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen met inrit, behoefte, doorgang
# 12 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/271 en SHE 21/285): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en milieu, verplaatsing en uitbreiding varkenshouderij, geurgevoelig object, provinciale verordening/VrNB/IOV, cumulatie van geur/GGD, sanering, staldering, luchtwasser/rendement/BBT, geluid
* 11 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3144): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, Activiteitenbesluit, lozen, CZV
* 10 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/5546 en 21/5601 WABOA VV): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kapen naaldbomen, geen spoedeisend belang
* 10 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8657 GEMWT en BRE 20/8658 GEMWT): Awb; niet tijdig nemen besluiten op handhavingsverzoeken/verschuldigde dwangsom, autoschadebedrijf, autowrakken op open terrein, omgevingsvergunning, ontvankelijkheid
* 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4189 HOREC en BRE 19/4190 HOREC): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca, tenaamstelling, verdeling terrassen, tijdsduur vergunning
* 7 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/4924 en HAA 21/5925): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, APV, geen weigeringsgronden
* 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/460 WET): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico/drempel
* 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/6672 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitbreiden winkel, belanghebbende, ontvankelijkheid
# 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/5040 WET en BRE 18/5222 WET): Awb, Wro; planschade, gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van diverse gebieden, taxatie, zelf in de zaak voorzien
# 7 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/5115 WET en BRE 18/5226 WET): Awb, Wro; planschade, gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van diverse gebieden, taxatie, zelf in de zaak voorzien
* 4 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1044 en UTR 21/1045): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor omzetten, kamerverhuur, procedure, leefbaarheid, parkeerdruk, motivering
* 31 december 2021 (Rb Gelderland AWB 18/4021, 18/4039 en 18/4040): Awb, Wnb; ontheffing, verstoring das, belanghebbende, nieuwe activiteiten op landgoed, reikwijdte art. 3.10 Wnb, Conventie van Bern, foerageergebied, uitvoering plan, ontvankelijkheid
* 31 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/7984): Awb, Wvg; vovo, instemming met verkoop van diverse percelen, geen besluit
* 27 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/1316): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen, bouwen, afwijken bpl en aanpassing Rijksmonument, wonen in kantoorgebouw, parkeren, motivering, tussenuitspraak
* 27 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5768): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, meerlaags uitbreiden van woning, Bouwbesluit, welstand, geen strijd met bpl
* 27 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2216): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, nulmeting, schades, motivering, calculatiemodel
* 23 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/3062): Awb, Wnb; handhaving, overtreding, uitzetten van dieren, dagelijks ara’s laten losvliegen, ontvankelijkheid
* 22 december 2021 (Rb Noord-Nederland  LEE 20/2909 en LEE 20/2912): Awb, Wet WOZ; waardevaststelling woning, aardbevingsschade, rompslompschade
* 22 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1567): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, deskundigen, Charter van Venetië, overlastvergoeding
* 20 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3673): Awb, Gmw, Opiumwet; vovo, tijdelijke sluiting coffeeshop, overschrijding maximaal toegestane handelsvoorraad c.q. handelshoeveelheid
* 10 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1246): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, schades, ondertekeningen deskundigenrapport
* 2 december 2021 (Rb Gelderland AWB 19/4350 en AWB 19/4352): Awb, AWR; afvalstoffen- en rioolheffing, opbrengstlimiet, verordeningen, verbindendheid
* 26 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3285): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid, evenredigheid
* 12 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/4149): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, natuurovernachtingen, procedure, geen vergunning van rechtswege, ontvankelijkheid
* 9 november 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3547 en SGR 21/3449): Awb, Gmw; handhaving/aanwijzing hondenlosloopgebied, omvang, groenbeleidsplan
* 8 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/7093): Awb, Wm, Gmw; dwangsom, horeca, Activiteitenbesluit, geluid, belanghebbenden, ontvankelijkheid
* 8 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6342): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken beheersverordening, vergroten woning, privacy
* 26 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5933): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, vergroten woning, geen spoedeisend belang
* 24 juni 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1851 en UTR 21/1853): Awb, Wabo, Gmw; vovo, omgevings- en exploitatievergunning, tijdelijk terras in binnentuin, afwijking beleidsregel, motivering
* 20 augustus 2020 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1451 en 20/2061): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, opp. ondergeschikte bebouwing en opp. gebruikt door bedrijf, planregels

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 19 januari 2022 (ABRvS 202104554/1/A3): Awb, Wob; openbaarmaking van agrarische bedrijven, PAS-meldingen, milieu-informatie, geen misbruik van procesrecht, dwangsom (Rb Noord-Nederland 20/1980 en 20/1981)
5.2.    De Afdeling heeft zich in haar uitspraak van 27 januari 2021 uitgelaten over de locatiegegevens in de PAS-meldingen. Zij heeft in de PAS-meldingen vier categorieën van locatiegegevens genoemd. Het gaat om i) het adres van de persoon of rechtspersoon voor wie de melding is gedaan; ii) een kaartje genaamd “Locatie Situatie 1” en de bijbehorende locatiegegevens van de “Emissie (per bron) Situatie 1”; iii) een kaartje genaamd “Locatie Situatie 2” en de bijbehorende locatiegegevens van de “Emissie (per bron) Situatie 2” en iv) locatiegegevens in de vorm van een kaartje over de “Depositie natuurgebieden” (zie overweging 6.1 van de uitspraak van 27 januari 2021). Het gaat in deze zaak om de gegevens die onder categorie i) vallen. Ook die gegevens heeft de Afdeling in haar uitspraak aangemerkt als locatiegegevens. Dat betekent dat de minister ook die gegevens openbaar moet maken, tenzij het verstrekken van deze gegevens, zoals de Afdeling in overweging 7 e.v. van haar uitspraak van 27 januari 2021 duidelijk heeft gemaakt, niet opweegt tegen de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage, als bedoeld in artikel 10, zevende lid, aanhef en onder b, van de Wob.

5.3.    Wél heeft de Afdeling, zoals de minister terecht stelt, in overweging 6.2 (en ook in overweging 6.6) de kanttekening gemaakt dat voor het locatiegegeven dat bestaat uit het adres van de natuurlijke of rechtspersoon voor wie de melding is gedaan, geldt dat dit adres alleen milieu-informatie is als het adres gelijk is aan de locatie van de activiteiten waarvoor de melding is gedaan. Deze kanttekening betekent, anders dan de minister betoogt, niet dat bedrijfsadresgegevens niet onder locatiegegevens vallen, omdat de bedrijfswoning van de agrariër niet de locatie van de stikstofemissie is. Deze lezing van de minister betekent in essentie dat als op het bedrijfsadres ook een bedrijfswoning staat, hij de gegevens in categorie i) nooit openbaar zou hoeven maken, omdat de bedrijfswoning niet de exacte locatie van de stikstofemissie is. Dat is een onjuiste lezing van de uitspraak van de Afdeling. De kanttekening die de Afdeling bij categorie i) heeft gemaakt, betekent dat het adres van degene voor wie de melding is gedaan geen locatiegegeven is, als het adres van de PAS-melder niet gelijk is aan het locatieadres van de (bedrijfs)activiteiten. Dat, zoals de minister stelt, met alleen de X- en Y-coördinaten voldoende kan worden gecontroleerd of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies door het bestuursorgaan juist is – deze stelling heeft MOB overigens bestreden – maakt dit oordeel niet anders. De Afdeling heeft in haar eerdere uitspraak van 27 januari 2021 ook geoordeeld dat de onder i) tot en met iv) omschreven locatiegegevens dusdanig met elkaar samenhangen dat geen mogelijkheid bestaat om het ene locatiegegeven wel en het andere locatiegegeven niet aan te merken als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat de bedrijfsadresgegevens van de PAS-meldingen als locatiegegevens moeten worden beschouwd. Daaruit volgt, zoals de rechtbank ook terecht heeft geoordeeld, dat deze bedrijfsadresgegevens in de PAS-meldingen als emissiegegevens moeten worden aangemerkt.

* 19 januari 2022 (ABRvS 202005306/1/R2): Awb, Wro; bpl, bedrijfswoning naar plattelandswoning, woon- en leefklimaat, endotoxine, motivering
3.4.    Uit de plantoelichting blijkt dat de raad voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid uitsluitend heeft bezien of en in hoeverre het plan een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt. Daarbij is de raad ervan uitgegaan dat het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning geen nieuwe ontwikkeling is. Bovendien is de raad ervan uitgegaan dat een plattelandswoning geen bescherming op milieuhygiënisch gebied heeft ten opzichte van een agrarisch bedrijf.

Zoals hiervoor is overwogen, betekent de regeling voor plattelandswoningen niet zonder meer dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is bij de plattelandswoning of dat het bedrijf van [appellant] geen problemen zal ondervinden bij zijn bedrijfsvoering of uitbreidingsplannen. Bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat is in de plantoelichting niet ingegaan op de maximale planologische mogelijkheden. Zo is het niet uitgesloten dat de veehouderij op nummer 2 haar stallen kan uitbreiden, of over kan schakelen naar het houden van een andere diersoort. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op het woon- en leefklimaat bij de plattelandswoning. Daarnaast is relevant dat de betrokken woning niet alleen nabij de veehouderij op nummer 2 staat, maar cumulatief met deze gevolgen hinder kan ondervinden van de veehouderij op nummer 6. De wettelijke regeling voor de plattelandswoning geldt niet voor andere inrichtingen dan de inrichting waarbij de voormalige bedrijfswoning hoorde.

Over het standpunt van [appellant] dat de raad rekening had moeten houden met het Endotoxine toetsingskader, overweegt de Afdeling als volgt. Bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid is het aan het bestuursorgaan om te bepalen op welke wijze de emissies van endotoxinen bij de besluitvorming betrokken worden, of er maatregelen nodig zijn, en zo ja, welke dat zijn. De raad heeft in dit verband terecht gewezen op de uitspraken van de Afdeling van 25 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2496) en van 27 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:644). Ook bestaat er thans geen plicht om een toetsingskader toe te passen, zoals het Endotoxine toetsingskader waarop [appellant] heeft gewezen. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling van 27 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:619) en 23 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1332). Dit laat echter onverlet dat de raad het beroep van [appellant] op mogelijke gevolgen van endotoxinen bij de beoordeling moet betrekken.

Omdat een afweging over een goed woon- en leefklimaat bij de woning, rekening houdend met de maximale planologische mogelijkheden die invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat, met mogelijke gevolgen voor de geluidbelasting en gezondheid, achterwege is gebleven terwijl deze gelet op het voorgaande wel had moeten plaatsvinden, heeft de raad het plan vastgesteld in strijd met de bij de voorbereiding van het besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Het betoog slaagt.

* 19 januari 2022 (ABRvS 202002966/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, mestbak, belanghebbende, geen strijd met bpl, welstand, melding Activiteitenbesluit (Rb Rotterdam 18/6529)
7.2.    [appellant] voert terecht aan dat de inhoud van de mestbak niet duidelijk is omschreven in de aanvraag. De inhoud van de mestbak is daarna komen vast te staan. Gelet op de inhoud van de mestbak is de oprichting daarvan meldingsplichtig. De Afdeling stelt vast dat op grond van 8.41a, eerste lid, van de Wet milieubeheer die melding gedaan had moeten worden voor de aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling kon worden genomen. Een dergelijke melding is niet gedaan voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Dit betekent dat [appellant] terecht betoogt dat ten onrechte niet op grond van artikel 8.41a, eerste lid, van de Wet milieubeheer gelijktijdig met de vergunningaanvraag een melding is gedaan. Na het in behandeling nemen door het college is een dergelijke melding alsnog gedaan door [appellant]. In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat deze melding ontoereikend zou zijn.

Het betoog slaagt in zoverre.

* 13 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/5202); Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, uitbreiding warmbandwalserij, geluidzone, luchtkwaliteit, SO2/NOx, ZZS, motivering
9.4.1   Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd dat in de nieuwe situatie geen grotere hoeveelheid cokesovengas zal worden gebruikt dan in de bestaande situatie, zodat de emissie van SO2 in de nieuwe situatie niet zal toenemen. De rechtbank volgt verweerder ook in diens stelling dat het door eiseres genoemde (Arbo)veiligheidsvoorschrift, in de onderhavige situatie toepassing mist omdat deze ziet op het risico voor werknemers bij een directe blootstelling aan een uitstoot van SO2 op de werkvloer.

9.4.2   De rechtbank is evenwel van oordeel dat verweerder niet onder verwijzing naar gelijkblijvende emissies van SO2 en de voor Nederland en in de IJmond gemeten lage jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor (onder meer) SO2 heeft kunnen afzien van een toetsing (middels een verspreidingsberekening; imissieberekening) aan de – immissie – grenswaarden (de luchtkwaliteitseisen) voor SO2, als neergelegd in voorschrift 1.1 van bijlage 2 bij titel 5.2 van de Wm. Daartoe is redengevend dat met de vergunde verandering een nieuw emissiepunt (de oven) wordt opgericht, welke verandering ook bij een gelijkblijvende emissie tot een andere verspreiding en dus tot een andere immissie van SO2 zou kunnen leiden. De rechtbank wijst er op dat verweerder hier voor wat betreft de immissie van NOx ook van is uitgegaan. Immers, ondanks een gemodelleerde afname van de emissie is voor wat betreft dit aspect wel middels een verspreidingsberekening getoetst aan de grenswaarden uit titel 5.2 van de Wm,. Verweerder heeft niet afdoende gemotiveerd waarom niet op dezelfde wijze de immissie van SO2 hoefde te worden beoordeeld. Van belang is verder dat de grenswaarden SO2 uit titel 5.2 van de Wm geen betrekking hebben op jaargemiddelde concentraties. Dit betoog van eiseres slaagt derhalve.

10.3   De rechtbank stelt vast, zoals ook door derde-partij is aangegeven en door verweerder ter zitting is bevestigd, dat uit de aanvraag en de vergunning blijkt dat als gevolg van de verandering de emissie van stof toeneemt. Dat geldt evenwel alleen voor lood en nikkel. Derde-partij heeft naar het oordeel van de rechtbank immers afdoende gemotiveerd dat – anders dan eiseres stelt – de ZZS lood en nikkel wel, maar de andere door eiseres genoemde ZZS niet aanwezig zullen zijn in het stof dat als gevolg van de verandering extra wordt uitgestoten. Van een onderzoek naar de gevolgen voor de aspecten lood en nikkel als gevolg van de beoogde verandering is in de besluitvorming evenwel geen sprake geweest. Deze lacune kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden ondervangen door de jaarlijkse metingen door GGD-Amsterdam waarop verweerder wijst, nu deze metingen niet zien op de beoogde verandering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook ten onrechte geen onderzoek verricht naar de gevolgen van de gevraagde verandering op de aspecten lood en nikkel. Dat verweerder heeft aangegeven dat op dit moment door derde-partij wordt onderzocht of voor wat betreft ZZS normen worden overschreden en dat de verwachting is dat van een mogelijke verhoging van ZZS in de buitenlucht in de IJmond geen sprake zal zijn, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Het betoog van eiseres slaagt derhalve.

* 13 januari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/5821, 21/5836, 21/5857 en 21/5863): Awb, WVW 1994; vovo, verkeersbesluit, belanghebbenden, omrijkosten, effecten op nabijgelegen natuurgebieden, belangenafweging. motivering
10.1.   De voorzieningenrechter is van oordeel dat, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 8 maart 2017, het college niet hoeft mee te wegen of een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. De vraag of wel of geen sprake is van een nieuw project en of daar in dit geval een vergunning of ontheffing voor is vereist op grond van de Wet natuurbescherming is een kwestie van handhaving en ligt in eerste instantie ter beoordeling van het daartoe bevoegde gezag.

Echter, zoals de Afdeling in dezelfde uitspraak ook heeft overwogen betekent het voorgaande niet dat het college bij het verkeersbesluit de effecten op nabijgelegen natuurgebieden naast zich neer mag leggen. Hij zal deze wel moeten onderzoeken en wegen in de algehele belangenafweging zoals die volgt uit artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

10.1.1.   In zijn verweerschrift laat het college weten dat natuurwaarden in het betreffende gebied niet worden aangetast omdat er geen sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen maar om een verplaatsing van de verkeersintensiteit. Het college heeft geconstateerd dat er op de Pomphulweg, de omrijroute waar het de werkgroep om te doen is, een toename zal zijn van ongeveer 300-500 voertuigen ten opzichte van de 1.000-2.000 voertuigen die nu per etmaal over de Pomphulweg rijden. Voor de Pomphulweg geldt, wat betreft de stikstofberekening, een maximale capaciteit van 3.000-4.500 per etmaal. Ook met de toename van verkeer wordt deze maximale capaciteit niet gehaald, aldus het college.

10.1.2.   Zowel de Hoog Buurloseweg als de omrijroute over de Pomphulweg liggen in het Natura 2000-gebied de Veluwe. De door het college genoemde capaciteitsaantallen zijn een schatting die is gemaakt in het kader van de verkeersveiligheid, het college heeft deze aantallen niet onderbouwd. Ook is de voorzieningenrechter er vooralsnog nog niet van overtuigd dat een verplaatsing van verkeer, waardoor op de Pomphulweg het verkeer toeneemt, geen nadelige effecten zou kunnen hebben op het natuurgebied. Daarbij komt dat niet blijkt dat het college heeft meegewogen dat er, door het omrijden, meer kilometers worden gereden in het natuurgebied. Door het college is wel overwogen dat een alternatief noodviaduct geen optie is gelet op regelgeving in het kader van Natura-2000 gebied (zonder toe te lichten waarom), maar de effecten op het natuurgebied van de wegafsluiting worden in het besluit niet genoemd.

Er is dus op dit moment onvoldoende duidelijkheid over de effecten op de natuur. Het is daarom op voorhand niet te zeggen of het college in redelijkheid, gelet op de betrokken belangen, tot de wegafsluiting heeft kunnen komen.

Daarmee zegt de voorzieningenrechter niet dat de wegafsluiting per definitie geen doorgang zou kunnen vinden, maar wel dat het college de betrokken (natuur)belangen beter had moeten onderzoeken en inzichtelijk had moeten maken. Dit betekent dat naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het college het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid.12

10.1.3.   Hoewel het college dit gebrek met een aanvullende motivering in bezwaar mogelijk kan herstellen is op voorhand niet duidelijk wat daarvan de uitkomst zal zijn. Dit betekent dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

Gelet op de onomkeerbare gevolgen die het besluit heeft is dit ook aanleiding om het verzoek van de werkgroep toe te wijzen en het besluit te schorsen tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist. Deze schorsing ziet alleen op het afsluiten van de weg en het voetpad over het viaduct voor alle voertuigen en voetgangers door middel van het plaatsen van verkeersborden.

* 31 december 2021 (Rb Gelderland AWB 18/4021, 18/4039 en 18/4040): Awb, Wnb; ontheffing, verstoring das, belanghebbende, nieuwe activiteiten op landgoed, reikwijdte art. 3.10 Wnb, Conventie van Bern, foerageergebied, uitvoering plan, ontvankelijkheid
Wat is de reikwijdte van het verbod van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb?

  1. Artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb verbiedt het om de vaste voortplantings- of rustplaatsen van in het wild levende zoogdieren, genoemd in bijlage A bij de Wnb, opzettelijk te beschadigen of te vernielen. De das is vermeld in deze bijlage bij de Wnb. Het juridische kader staat verder in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

Ontheffing is alleen vereist als de handeling waarvoor ontheffing is gevraagd een overtreding van dat verbod oplevert.

7.1.   Over de reikwijdte van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb heeft de Afdeling op 7 juli 2021 uitspraak gedaan.4 Hieruit volgt dat foerageergebieden in beginsel niet worden beschermd. Hierop zijn twee uitzonderingen geformuleerd. De eerste uitzondering betreft gevallen waarbij een foerageergebied samenvalt met een vaste voortplantings- of rustplaats. Vaststaat dat deze uitzondering zich hier niet voordoet. De tweede uitzondering betreft gevallen waarbij essentiële foerageergebieden die niet samenvallen met een vaste voortplantings- of rustplaats, zodanig worden aangetast dat daardoor de functionaliteit van de vaste voortplantings- of rustplaatsen van de betrokken diersoort wordt aangetast. Onder een essentieel foerageergebied wordt daarbij verstaan: een foerageergebied dat van wezenlijk belang is voor het functioneren van de voortplantings- of rustplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen.

Concreet betekent dit dat sprake is van een overtreding, indien door aantasting van het foerageergebied een dassenclan in één keer vertrekt, of als de aantasting tot gevolg heeft dat de omvang van de dassenclan geleidelijk afneemt.

7.2.   [eiseres 2] stelt zich op het standpunt dat het gehele territorium foerageergebied is, en dat iedere verslechtering daarvan een overtreding van art. 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb is.

De rechtbank volgt dit standpunt niet en verwijst naar de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 7 juli 2021. In rechtsoverweging 6.7. wordt onder meer overwogen:

“Voor zover Das en Boom en anderen betogen dat ook sprake kan zijn van een overtreding van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb als foerageergebied wordt aangetast zonder dat dit tot gevolg heeft dat het aantal dieren dat van de vaste voortplantings- of rustplaatsen gebruik kan maken afneemt, ziet de Afdeling geen grond om dit standpunt te volgen. Dit valt niet af te leiden uit de uitspraak van 10 januari 2018 en artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb biedt voor die uitleg ook anderszins geen aanknopingspunten.”.

In rechtsoverweging 7.8. is onder meer overwogen:

“Het door Das en Boom en anderen bepleite uitgangspunt is gebaseerd op de passage in paragraaf 1.4 van het Kennisdocument Das dat “de grootte van een territorium [afhankelijk is] van het voedselaanbod en dus van de kwaliteit van het leefgebied.” Deze paragraaf bevat een beschrijving van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en (functionele) leefomgeving van de das. De paragraaf gaat niet over de specifieke vraag wanneer sprake is van een essentieel foerageergebied. De passage sluit bovendien niet uit dat binnen het territorium zowel foerageergebieden liggen die de eerste voorkeur hebben als die in eerste instantie niet de voorkeur hebben. Dat het bestaande foerageergebied precies genoeg voedsel levert waardoor elke afname een tekort betekent, kan uit de passage niet worden afgeleid.”.

7.2.1.   De rechtbank ziet in wat overigens nog door de eisende partijen is aangevoerd geen reden om nu anders te oordelen dan de Afdeling.