Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 26 januari 2022 (ABRvS 202104752/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse afvalcontainers, alternatieve locaties
* 26 januari 2022 (ABRvS 202103115/1/R1, 202104987/1/R1 en 202104999/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainers, zienswijze, alternatieve locatie
* 26 januari 2022 (ABRvS 202102662/1/A3): Awb, Wob; openbaarmaking stukken Belgische en Nederlandse Staat, ontpoldering Hedwigepolder, zoektermen, STAB
* 26 januari 2022 (ABRvS 202102556/1/R4): Awb, Wm, Gmw; spoedeisende bestuursdwang, aanbieden afval, afvalstoffenverordening, overtreder, motivering
* 26 januari 2022 (ABRvS 202101528/1/R4): Awb, Wro; bpl, herstructurering buitenplaats, Ladder/Bro, behoefte aan woningen/kantoren, parkeren, verkeer, NNN
* 26 januari 2022 (ABRvS 202101456/1/R2): Awb, Nbw; wijziging tenaamstelling vergunning, procesbelang, schade (Rb Noord-Nederland 20/1361)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202101341/1/A2): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, aanwijzing betaalde parkeerplaatsen, aantal, motivering (Rb Gelderland 19/4040)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202100969/1/A3): Awb, Arbowet; schorsing procescertificaat asbestverwijdering, afwijking risicoklasse/werkwijze, certificatieschema, overtredingen (Rb Limburg 19/2220)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202100149/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, renoveren en uitbouwen woonhuis, feitelijke/kadastrale perceelsgrens (Rb Oost-Brabant 20/1226)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202100121/1/R1): Awb, Wbb; handhaving, bodemonderzoek, saneringsmaatregelen/melding
* 26 januari 2022 (ABRvS 202006821/1/R1): Awb, Wbb; instemming evaluatieverslag bodemsanering, werkzaamheden
* 26 januari 2022 (ABRvS 202005079/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, landschappelijke inpassing, veehouderij, andere wasser, afwijkende locatie stal, bijzondere omstandigheden (Rb Oost-Brabant 19/2119)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202004587/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen afrastering/grensmarkeringen, camping, begrenzing/natuur, bevoegdheid (Rb Noord-Nederland 19/4172)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202004514/1/R2): Awb, Wro; bpl, woningen, flora en fauna, motivering, tussenuitspraak
* 26 januari 2022 (ABRvS 202004101/1/R3): Awb, Wro; bpl, woningen, provinciale verordening, structuurvisie/open ruimten, tussenuitspraak
# 26 januari 2022 (ABRvS 202003421/1/R4): Awb, Wro; bpl, intensieve veehouderij, dierziekten
* 26 januari 2022 (ABRvS 202003298/1/R3): Awb, Wro; bpl, werelderfgoedcentrum, bouwhoogten, Ladder/Bro, behoefte, landschap, Barro, parkeren, zelf in de zaak voorzien
* 26 januari 2022 (ABRvS 202002884/1/A2): Awb, Wro; planschade, taxaties, normaal maatschappelijk risico, drempel (Rb Oost-Brabant 19/2108)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202002626/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, gemeenschapshuis, archeologisch onderzoek, hardheidsclausule, kruimelbeleid, welstand (Rb Limburg 19/1539)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202001670/3/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, aanpassing school, verhoogde speeldekken, stemgeluid kinderen, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak, zelf in de zaak voorzien (Rb Den Haag 18/3081 en 18/3072)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202000977/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen paardenbakken, lichtmasten, materiaal, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 18/4259)
* 26 januari 2022 (ABRvS 202000567/1/A2): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, belangenafweging, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, motivering, tussenuitspraak (Rb Gelderland 19/1777)
* 26 januari 2022 (ABRvS 201909257/1/A2): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, gedeeltelijk wegafsluiting, procesbelang (Rb Noord­-Nederland 19/2223)
* 26 januari 2022 (ABRvS 201909129/2/R3): Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, belanghebbende, opnieuw bespreken van beroepsgronden, supermarkt, laden en lossen, verkeer, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak,. Zelf in de zaak voorzie, voorwaardelijke verplichting
* 26 januari 2022 (ABRvS 201810138/3/R4): Awb, Mbw; instemming gaswinningsplan, diverse kleine gasvelden, aanvullende motivering, bodemtrillingen, SRA-methodiek, matrix, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 25 januari 2022 (Rb Overijssel AWB 20/1923, AWB 20/1926, AWB 20/1933 en AWB 20/1929): Awb, Wnb; handhaving, biomassa-installatie, geen vergunning, natuurbelangen, motivering
* 25 januari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/5518): Awb, Wnb; vovo, (preventieve) handhaving, informatiecentrum verstoring voortplantings- en rustplaats van bever, aantasting burcht, verstoringsgevoeligheid, motivering
* 25 januari 2022 (HvJ EU C-181/20): Prejudiciële verwijzing, Tsjechië, verplichting tot financiering van de kosten van beheer van afvalstoffen afkomstig van fotovoltaïsche panelen, onjuiste omzetting van een richtlijn, aansprakelijkheid van de lidstaat
* 25 januari 2022 (ABRvS 202107155/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, microwoningen, belangenafweging
# 24 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 20/494): Awb, Nbw; wijzigingen in natuurbeheerplan, jacht, verstoring kraanvogel, drainage/invloedsafstand, motivering
* 24 januari 2022 (ABRvS 202107086/2/R3): Awb, Wro; vovo, uitwerkingsplan, ontwikkeling woonwijk, Natura 2000/relativiteit, Wnb/steenuilen, waterberging
* 21 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3256): Awb, Nbw; vergunning, uitbreiding/ wijziging destructiebedrijf, ongebruikte stikstofruimte, PAS, referentiesituatie, intern salderen, passende beoordeling
* 21 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/4933): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiten woning, bevoegdheid, evenredigheid
* 21 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2636 T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, horecabedrijf, parkeren, motivering, tussenuitspraak
# 20 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 19/4668 WABOA en BRE 19/4675 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, hondensportcentrum in agrarische bedrijfsgebouwen, VNG-brochure, richtafstand/besluitvak, geluid, motivering
* 20 januari 2022 (ABRvS 202107431/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, recreatieterreinen, duidelijkheid permanente bewoning, geen spoedeisend belang
* 20 januari 2022 (HvJ EU C-165/20): Prejudiciële verwijzing, handel in broeikasgasemissierechten, stopzetting van de activiteiten van een vliegtuigexploitant wegens insolventie, besluit nationale autoriteit tot  weigering emissierechten te verlenen aan de curator van de onderneming in liquidatie
* 20 januari 2022 (Conclusie AG HvJ EU C-430/21): Prejudiciële verwijzing, Roemenië, rechterlijke onafhankelijkheid, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, bevoegdheid rechter om te onderzoeken of een bij beslissing van het grondwettelijk hof grondwettig verklaarde nationale bepaling verenigbaar is met het Unierecht, tuchtprocedure
* 20 januari 2022 (Rb Overijssel AWB 21/2297): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting horecabedrijf, geweigerde DHW-vergunning, Wet Bibob
* 20 januari 2022 (Rb Overijssel ZWO 21/2352 en 21/2372): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen, verordening, scorelijst
* 20 januari 2022 (Rb Amsterdam AMS 22/177): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, motivering
* 19 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/4752 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning, griffierecht, ontvankelijkheid
* 19 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/4193): Awb, Gmw; spoedsluiting woning, APV, exploitatie seksbedrijf, geen vergunning, bevoegdheid, evenredigheid
* 19 januari 2022 (ABRvS 202105662/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, omgevingsvergunning voor bouwen verleend
* 19 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1854): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, bewijsvermoeden schades, trillingen, zelf in de zaak voorzien
* 17 januari 2022 (PG bij HR 21/00185): Europees recht, kort geding, terugnameplicht afval afkomstig uit andere EU-lidstaat (art. 22 EVOA)/baggerspecie, horizontale werking in privaatrechtelijke rechtsverhouding, criteria
* 17 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1606): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning in geval oude woning is gesloopt en er nieuwe woning is
* 17 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1963 WABOA V): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning, verbouwen schuur, ontvankelijkheid, verzet
* 14 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/631): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor slopen beschermd stadsgezicht, bouwen en afwijken bpl, appartementen met commerciële ruimten, weglaten kappen
* 14 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9758 en 21/387 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, fruitboomgaard, wel/geen strijd met bpl, belanghebbenden, ontvankelijkheid, niet tijdig beslissen
* 14 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/7232 WABO en BRE 20/247 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor het aanleggen en asfalteren van tijdelijke toegangsweg voor bouwverkeer, intrekking, procesbelang, ontvankelijkheid, proceskosten
* 14 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/7264 WABO): Awb, Wabo; proceskosten
* 14 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/5286 en ROT 20/5956): Awb, Wet dieren, boetes, dierenwelzijn, vervoerstransport
* 14 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/2949): Awb, Wgb; boete, gebruik middel niet toegestaan bij vegetatie in sloottalud
* 13 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1435): Awb, Wnb; vergunning, pluimveehouderij, intern salderen, referentiesituatie, emissiegegevens, RAV-code/juistheid, positieve weigering/Habitatrichtlijn
* 12 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/2612 en HAA 21/2614): Awb, Gmw; intrekking exploitatievergunning voor coffeeshop en intrekking gedoogverklaring, Wet Bibob, slecht levensgedrag
* 5 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1616): Awb, Wro; planschade, verkeershinder, gewijzigde milieucategorie, normaal maatschappelijk risico, drempel, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 30 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6520): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakopbouw, geen weigeringsgronden
* 28 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/7416): Awb, Wabo; vovo, handhaving, paardenhouderij, strijd met bpl
* 28 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/2661): Awb, Waterwet; projectplan, ophogen waterkering, Chw, sparen bomen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 27 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 21/2142): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden slaaptrein met extra slaaprijtuig, goede ruimtelijke ordening
* 24 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/244): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor dakterras, strijd met bpl, geen bouw- en gebruiksovergangsrecht
* 24 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/1980): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfsgebouw, geen bijgebouw, strijd met bpl, EVRM
* 23 december 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/2403 en 20/6361): Awb, Hvw, Wabo; omzettings- en/omgevingsvergunning, studentenhuisvesting, brandveilig gebruik, compartimentering
* 23 december 2021 (Rb Den Haag SGR 19/3761 en SGR 20/2503): Awb, Wabo, Gmw; handhaving en omgevingsvergunning voor strijdig gebruik, bpl vernietigd, overtreder, Tegelen-jurisprudentie
* 15 december 2021 (Rb Den Haag SGR AWB 21/7207 en SGR AWB 21/7314): Awb, Waterwet; vovo, vergunning, oeverconstructie/dempen/compensatie en graven in waterkering, belangenafweging
* 14 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/6506 T): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, verbouwen pand, welstand, strijd met bpl, tussenuitspraak
* 14 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/5912): Awb, Wabo; handhaving, sloop van deel pand waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend, monument
* 1 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6700): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen, belangenafweging
* 29 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/846): Awb, Gmw; bestuursdwang, verwijderen fietsen, herzien besluit, ontvankelijkheid, schadevergoeding
* 22 november 2021 (Rb Den Haag SGR 20/7986): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, reclamemast, welstand
* 22 november 2021 (Rb Den Haag SGR 19/5010): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, reclamemast, geen vvgb
* 19 november 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/1950): Awb, Gmw; bestuursdwang, wegslepen auto, parkeerverbodszone, spoedeisende omstandigheden niet aannemelijk gemaakt
* 19 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/1763): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, windpark, Chw/beroepsgronden/Activiteitenbesluit, , m.e.r.-beoordelingsbesluit, cumulatie van geluid van alle windmolens, STAB, motivering, tussenuitspraak
* 2 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 20/1045, ROT 20/1060 en 20/1061): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, plaatsen douanehek/afmeren cruiseschip, geen kruimelgeval, verkeerde procedure
* 20 oktober 2021 (Rb Den Haag SGR 20/1946): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakterras en zonnepanelen, welstand, relatie bpl, motivering, nieuw besluit, geen schadevergoeding
* 15 april 2021 (Rb Den Haag SGR 21/1756 en SGR 21/1766): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen, APV, reconstructie provinciale weg
* 4 maart 2021 (Rb Den Haag SGR 21/386): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, aanbouw, geen spoedeisend belang

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 26 januari 2022 (ABRvS 202101456/1/R2): Awb, Nbw; wijziging tenaamstelling vergunning, procesbelang, schade (Rb Noord-Nederland 20/1361)
6.1.    De rechtbank heeft terecht gesteld dat de natuurvergunning die hier aan de orde is een zaaksgebonden vergunning is (vergelijk de uitspraak van 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:667, r.o. 5.3). Dat de natuurvergunning door [appellante] is aangevraagd en aan hem is verleend nadat de eigendom van het bedrijf was overgedragen aan de gemeente, doet anders dan hij stelt, geen afbreuk aan de zaaksgebondenheid van de vergunning. De natuurvergunning verleent bovendien, anders dan [appellante] veronderstelt, geen stikstofrechten aan een persoon. De natuurvergunning geeft – in dit geval – het recht om 90.000 vleeskuikens en 10 paarden te houden op het adres [locatie] in Assen. Dat is een relevant verschil met fosfaatrechten die op grond van de Meststoffenwet verhandelbaar zijn. Omdat het gebruiksrecht dat [appellante] had op de gronden en opstallen aan de [locatie] op 1 mei 2020 is vervallen, kan hij de vergunde activiteit na die datum op die locatie niet meer uitoefenen. De behandeling van het beroep brengt daar, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, geen verandering in.

6.2.    Belang bij beoordeling van een beroep kan toch bestaan als een appellant stelt schade te hebben geleden door de bestuurlijke besluitvorming. Daarvoor is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat deze schade daadwerkelijk is geleden als gevolg van het bestreden besluit. Dat is hier niet aan de orde. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de wijziging van de tenaamstelling van de natuurvergunning gevolgen heeft gehad voor de uitoefening van zijn recht van gebruik van de locatie. Daarbij betrekt de Afdeling (1) dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat [appellante A] de bedrijfsactiviteiten in het voorjaar van 2018 op het perceel [locatie] heeft beëindigd, (2) dat [appellante] de locatie vervolgens in gebruik heeft gegeven aan de [bedrijf], die de agrarische activiteiten nog enige tijd heeft voortgezet, en (3) dat [appellante] de locatie zelf vanaf 2019 op sommige momenten voor het stallen of weiden van paarden heeft gebruikt.

* 26 januari 2022 (ABRvS 202100149/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, renoveren en uitbouwen woonhuis, feitelijke/kadastrale perceelsgrens (Rb Oost-Brabant 20/1226)
6.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraken van 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:699, en 11 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2749), is bij de vaststelling van de omvang van een bouwperceel de actuele situatie bepalend, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van kadastrale percelen. In afwijking van dit uitgangspunt kan een wijziging in eigendomsverhouding, die na de vaststelling van het bestemmingsplan is ontstaan, van belang zijn voor de vraag of de omvang van het bouwperceel is gewijzigd.

De Afdeling stelt vast dat tussen partijen in geschil is of de kadastrale perceelgrens nabij de uitbouw een juiste weergave is van de eigendomsverhoudingen, omdat de erfafscheiding niet op de kadastrale perceelgrens staat. Anders dan [appellant] betoogt, heeft [vergunninghouder] niet erkend dat [appellant] door verkrijgende verjaring eigenaar van het stuk grond is geworden. [vergunninghouder] heeft alleen aangegeven dat de erfafscheiding niet volgens de kadastrale perceelgrens is gerealiseerd en dat hij bereid is om dit in het Kadaster te laten wijzigen, mits voor het stuk grond een vergoeding wordt betaald. De vraag of de kadastrale perceelgrens door verjaring is gewijzigd is een kwestie van privaatrechtelijke aard die in deze procedure over het bouwplan niet ter beoordeling staat. Deze vraag is aan de burgerlijke rechter voorgelegd door [appellant] en omdat de burgerlijke rechter zal moeten beoordelen of de eigendomsverhoudingen zijn gewijzigd, maakt de enkele aanwezigheid van objecten die behoren bij het aangrenzende perceel en die in afwijking van de kadastrale grenzen zijn geplaatst, niet dat het kadastrale perceel niet langer als de actuele situatie heeft te gelden.

Gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling terecht geoordeeld dat het college bij de beoordeling van het bouwplan niet vooruit hoefde te lopen op de uitkomst van de procedure bij de burgerlijke rechter en in dit geval niet hoefde uit te gaan van de feitelijke perceelgrens.

6.2.    De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd verder, net als de rechtbank, geen aanleiding voor het oordeel dat de perceelsgrenzen, zoals op de bij het besluit van 19 maart 2020 behorende bouwtekeningen weergegeven, niet overeenkomen met de kadastrale begrenzing van het perceel, zodat het college niet van onjuiste gegevens is uitgegaan. Anders dan [appellant] betoogt, hoefde het college voor het bepalen van de kadastrale perceelgrenzen, zoals in deze procedure aan de orde, niet de openbare registers te raadplegen. Uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA0396, waarnaar [appellant] verwijst, volgt slechts dat het raadplegen van de openbare registers van belang kan zijn voor de vaststelling of iemand te goeder trouw eigenaar door verjaring is geworden.

Het betoog slaagt niet.

* 26 januari 2022 (ABRvS 202005079/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, landschappelijke inpassing, veehouderij, andere wasser, afwijkende locatie stal, bijzonder omstandigheden (Rb Oost-Brabant 19/2119)
3.1.    De Afdeling stelt voorop dat, hetgeen niet in geschil is, in strijd met de revisievergunning van 21 december 2009 een andere combiluchtwasser is geplaatst dan vergund, zodat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen deze overtreding.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

3.2.    De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die zouden moeten leiden tot het oordeel dat handhaving in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college daarvan heeft kunnen afzien. Daartoe wordt overwogen dat de rechtbank in de omstandigheid dat volgens het college met de thans aanwezige combiluchtwasser dezelfde of betere resultaten zouden kunnen worden behaald dan met de vergunde combiluchtwasser – wat daarvan ook zij – terecht geen grond heeft gezien voor het oordeel dat van handhaving kon worden afgezien. Daartoe acht de Afdeling van belang dat de revisievergunning van 21 december 2009  uitsluitend zag op de gevraagde combiluchtwasser met chemische wasser. Voor de gerealiseerde combiluchtwasser met een watergordijn en biologische wasser is destijds geen omgevingsvergunning aangevraagd en die combiluchtwasser is aldus niet vergund. Verder is van belang dat vergunninghouder ook nadien geen omgevingsvergunning voor deze combiluchtwasser heeft aangevraagd en dat de milieugevolgen van deze combiluchtwasser derhalve niet zijn beoordeeld.

Verder heeft de rechtbank ook in de gestelde omstandigheid dat handhaving ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben en zou kunnen leiden tot het faillissement van de vergunninghouder, geen aanleiding hoeven zien voor het oordeel dat handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college daarvan kon afzien. Daargelaten dat het college naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat handhavend optreden zal leiden tot het faillissement van de vergunninghouder, heeft vergunninghouder door een andere luchtwasser te plaatsen dan is vergund het risico genomen dat daartegen handhavend zou worden opgetreden met de financiële consequenties van dien.

Het betoog faalt.

# 26 januari 2022 (ABRvS 202003421/1/R4): Awb, Wro; bpl, intensieve veehouderij, dierziekten
7.   ……………………..
De Afdeling is van oordeel dat de raad zich bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft mogen baseren op de bevindingen van het WUR. In het STAB-verslag plaatst de STAB weliswaar enkele kanttekeningen bij deze bevindingen maar de STAB betwist niet de conclusie van het WUR dat hier sprake is van een zodanig groot risico op verspreiding van dierziekten via een luchtwasser voor houders van rundvee in de directe omgeving van de betreffende stal, dat de raad het bestemmingsplan op grond daarvan zo niet had kunnen vaststellen. Daarbij acht de Afdeling tevens van belang dat de STAB opmerkt dat hoewel er (nog) veel onbekend is over het risico van eventuele overdracht van dierziekten via de lucht vanuit een kalverenstal, niet is gebleken dat zo’n risico binnen de melkrundveesector als een groot bestaand of potentieel probleem wordt beschouwd. De Afdeling kent voorts betekenis toe dat de Wet dieren en de daarop gebaseerde regels, waaronder in het bijzonder het Besluit houders van dieren, welke regelingen onder meer voorzien in maatregelen om verspreiding van dierziekten onder rundvee in en buiten stallen te voorkomen, waaronder het verplicht voorschrijven van een bedrijfsbehandelplannen en bedrijfsgezondheidsplannen voor houders van rundvee.

* 26 januari 2022 (ABRvS 201909129/2/R3): Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, belanghebbende, opnieuw bespreken van beroepsgronden, supermarkt, laden en lossen, verkeer, parkeren, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak,. Zelf in de zaak voorzie, voorwaardelijke verplichtingn
5.3.    De Afdeling overweegt dat zij behalve in uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel.

Naar het oordeel van de Afdeling is hier sprake van een uitzonderlijk geval (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:2598)). De Afdeling heeft namelijk haar rechtspraak over de ontvankelijkheid van beroepen tegen omgevingsrechtelijke besluiten die zijn voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb gewijzigd. Aanleiding daarvoor was het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7. Aan belanghebbenden wordt in omgevingsrechtelijke zaken niet langer tegengeworpen dat zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht over het ontwerpbesluit (uitspraak van 14 april 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:786)). Voor niet-belanghebbenden geldt dat ook zij beroep kunnen instellen tegen omgevingsrechtelijke besluiten, mits zij een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht, of dat het niet naar voren brengen of het te laat naar voren brengen verschoonbaar is (uitspraak van 4 mei 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:953), en van 30 juni 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:1424)). Dit betekent dat bij omgevingsrechtelijke besluiten die zijn voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb, artikel 6:13 van de Awb alleen nog wordt tegengeworpen aan niet-belanghebbenden die (verwijtbaar) geen of te laat een zienswijze naar voren hebben gebracht over het ontwerpbesluit. Voor het antwoord op de vraag of de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en [appellant sub 5] ontvankelijk zijn, is dus beslissend of zij belanghebbenden zijn. Omdat hun percelen direct grenzen aan het plangebied, is de Afdeling van oordeel dat zij belanghebbenden zijn bij het plan. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding om, anders dan in de tussenuitspraak is overwogen, de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en [appellant sub 5] alsnog geheel ontvankelijk te achten.

5.4.    Het voorgaande betekent dat de Afdeling de beroepsgronden over verkeer, parkeerplaatsen en water opnieuw zal bespreken, omdat de beoordeling in de tussenuitspraak is gebaseerd op enkel de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan uit 2017. De Afdeling verwijst op dit punt naar overweging 8 e.v. van deze uitspraak.

* 21 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3256): Awb, Nbw; vergunning, uitbreiding/ wijziging destructiebedrijf, ongebruikte stikstofruimte, PAS, referentiesituatie, intern salderen, passende beoordeling
Intern salderen met PAS vergunningen.

Het gaat in deze zaak over een natuurvergunning die in 2020 aan Rendac is verleend. Daarbij is gebruik gemaakt van stikstofruimte in een natuurvergunning uit 2017 die is verleend met verwijzing naar het PAS. De natuurvergunning uit 2017 bood ruimte voor een grotere stikstofemissie dan het bedrijf feitelijk uitstootte. Mag Rendac die ongebruikte stikstofruimte gebruiken voor een nieuwe natuurvergunning? De rechtbank geeft op basis van deze uitspraak en de uitspraak van 8 december 2021 over de Amercentrale een beoordelingskader voor interne saldering. Dit geldt ook voor onderdelen of activiteiten die zijn vergund in een vergunning die is verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling van het PAS

  1. Als onderdelen of activiteiten in de referentiesituatie zijn gerealiseerd of worden uitgevoerd, kan er gewoon mee worden gesaldeerd..
  2. Als de activiteiten niet of niet meer worden uitgevoerd maar kunnen worden gestart respectievelijk hervat zonder nieuwe omgevingsvergunning of natuurvergunning kan hiermee gewoon worden gesaldeerd.
  3. Als onderdelen niet zijn gerealiseerd of activiteiten niet of niet meer worden uitgevoerd en er een nieuwe omgevingsvergunning of natuurvergunning noodzakelijk is om deze alsnog te realiseren of te hervatten, dan kan slechts met deze onderdelen of activiteiten worden gesaldeerd, als de gevolgen van deze onderdelen of activiteiten eerder passend zijn beoordeeld
  4. Als deze (niet gerealiseerde) onderdelen of (niet uitgevoerde) activiteiten niet eerder passend zijn beoordeeld omdat er niet eerder een natuurvergunning is verleend of omdat de onderdelen of activiteiten zijn vergund in een PAS vergunning, dan kan er volgens de rechtbank slechts mee worden gesaldeerd indien verweerder voldoende onderbouwt dat dit niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelstellingen van deze richtlijn, met name de daarmee nagestreefde instandhoudingsdoelstellingen.

Twee onderdelen van Rendac zijn niet gerealiseerd maar wel vergund in een PAS vergunning. Daarom kon verweerder niet zonder meer de PAS-vergunning als referentiesituatie gebruiken. De rechtbank kan niet vaststellen of in de eerdere vergunning de gevolgen van de niet gerealiseerde onderdelen wel passend zijn beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn.

* 17 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1606): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning in geval oude woning is gesloopt en er nieuwe woning is
4.1.   Artikel 2, zesde lid, van de Tijdelijke Wet Groningen draagt verweerder op bij vergoeding van schade een civielrechtelijke toets toe te passen.

4.2.   Voor toepassing van artikel 6:100 van het BW is vereist dat de schade, in dit geval de waardevermindering van de inmiddels gesloopte woning, en het voordeel, in de vorm van de nieuwe woning, het gevolg zijn van dezelfde gebeurtenis. Er is onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat verweerder is uitgegaan van een onjuiste invulling van de term ‘dezelfde gebeurtenis’, zoals eiser in het beroepschrift lijkt te betogen. Ter zitting is ook gebleken dat hierover tussen partijen geen wezenlijk verschil van mening bestaat. De rechtbank acht de door verweerder gegeven invulling ook in overeenstemming met de rechtspraak van de Hoge Raad, zie bijvoorbeeld het arrest van 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483.

4.3.   Verweerder stelt dat de te vergoeden schade nog niet te bepalen is omdat nu nog niet bekend is wat de WOZ-waarde is van de nieuwe woning. De rechtbank onderschrijft deze stelling. De waardedaling wordt, gezien artikel 3.4, eerste lid, van verweerders Procedure en werkwijze, bepaald aan de hand van een vergelijking van de waarde van de woning op de peildatum met de waarde die de woning zou hebben gehad zonder het effect van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten op de peildatum. Deze vergelijking is nog niet mogelijk omdat de marktwaarde van de nieuwe woning nu niet valt vast te stellen. De WOZ-waarde van de nieuwe woning is thans nog niet vastgesteld; evenmin kan deze waarde op dit moment worden teruggerekend naar de peildatum van 1 januari 2019.

4.4.   De rechtbank oordeelt daarom dat verweerder terecht op grond van artikel 6:100 van het BW het standpunt heeft ingenomen dat de te vergoeden schade in de vorm van waardevermindering nog niet te begroten valt.

* 19 november 2021 (Rb Rotterdam ROT 21/1763): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, windpark, Chw/beroepsgronden/Activiteitenbesluit, , m.e.r.-beoordelingsbesluit, cumulatie van geluid van alle windmolens, STAB, motivering, tussenuitspraak
6.   De rechtbank stelt vast dat eisers eerst in de brief van 6 september 2021, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395, hebben aangevoerd dat verweerder vanwege het ontbreken van een milieubeoordeling niet kan terugvallen op de rechtstreeks werkende windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit. Artikel 1.6a van de Crisis- en herstelwet (Chw) staat er niet aan in de weg dat er na afloop van de beroepstermijn een aanvulling op de reeds ingediende beroepsgronden wordt ingediend, maar vormt wel een beletsel voor de indiening van nieuwe beroepsgronden. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde beroepsgrond niet aangemerkt kan worden als een aanvulling van de binnen de beroepstermijn aangevoerde beroepsgronden. De gemachtigde van eiseressen heeft in het beroepschrift immers enkel aangevoerd dat er nadelige gevolgen voor het milieu optreden, omdat de aan het bestreden besluit verbonden voorschriften niet leiden tot het daarmee beoogde beschermingsniveau. De rechtbank zal deze door eisers ingediende (nieuwe) beroepsgrond daarom niet bij de beoordeling betrekken.
7.3.   Uit de notitie van Peutz vloeit voort dat de onder punt 4 opgenomen conclusie van DCMR met betrekking tot de overschrijding van de streefwaarden onjuist is, omdat bij deze berekeningen alleen de geluidsbijdrage van elke windturbine apart is meegeteld. De windturbines, acht in totaal, zijn in beginsel tegelijk in bedrijf, zodat alle windturbines een bijdrage leveren aan de geluidsniveaus bij de woningen. Dit heeft volgens Peutz tot gevolg dat de streefwaarden van de WNC35-curve in de nachtperiode bij de vastgestelde windrichtingen veel vaker en in hogere mate wordt overschreden dan DCMR veronderstelt. Tussen partijen is niet in geschil dat DCMR bij de berekeningen van de overschrijding van de streefwaarden alleen de geluidsbijdrage van elke windturbine afzonderlijk heeft meegeteld. In het bestreden besluit heeft verweerder niet nader gemotiveerd hoe dit standpunt zich verhoudt tot het door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) in haar verslag van 25 april 2019 opgenomen standpunt dat de geluidsbelasting bij de woningen wordt bepaald door het gehele windpark: de 8 windturbines gezamenlijk. Dit klemt te meer daar ook de deskundige M+P in de notitie van 17 september 2020 heeft gewezen op deze problematiek. Het bestreden besluit berust naar het oordeel van de rechtbank op dit punt dan ook niet op een deugdelijke motivering en het besluit is in zoverre in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarbij merkt de rechtbank nog op dat verweerder zijn ter zitting ingenomen standpunt dat de door Peutz voorgestane berekening niet leidt tot meer overschrijdingen van streefwaarden van de WNC35-curve dan die volgen uit de conclusies van DCMR niet heeft onderbouwd.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat. De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

* Rb Limburg 20 december 2021 Handhaving, opslag ongereinigd PMD-afval, geuroverlast, dreigende bodemverontreiniging, overtreding, zeer spoedeisende bestuursdwang
* Rb Oost-Brabant 28 december 2021 Afgewezen verzoek om maatwerkvoorschriften, bbt
* ABRvS 12 januari 2022 Handhaving, grafietregens, last onder dwangsom, vergunningvoorschrift, slakputten, opslag of onderdeel van productieproces