Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 2 februari 2022 (ABRvS 202105473/1/R1): Awb, Wm; aanwijzen afvalinzamellocaties, afstanden
* 2 februari 2022 (ABRvS 202103422/1/R1): Awb, Wm; aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer, alternatieve locatie
* 2 februari 2022 (ABRvS 202103264/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, vissteiger (Rb Amsterdam 20/3896)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202102890/1/R1): Awb, Wbb; handhaving, dwangsom, opslag metalen zonder maatregelen ter voorkoming van bodemverontreiniging, geen bodemonderzoek, begunstigingstermijn
* 2 februari 2022 (ABRvS 202102261/1/R1): Awb, Wro; bpl, woongebouw met appartementen, Chw, beroepsgronden, parkeren
* 2 februari 2022 (ABRvS 202101213/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanpassen schuur, vergunning ziet niet op gebruik, ontvankelijkheid (Rb Gelderland 20/401)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202100643/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkend gebruik, dakopbouw (Rb Amsterdam 20/886)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202007023/1/R1): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen uitbouw, Bor, niet vergunningvrij, geen bijzondere omstandigheden, gelijkheidsbeginsel, motivering (Rb Amsterdam 19/4787)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202006979/1/R4): Awb, Wro; bpl, parapluplan wonen
* 2 februari 2022 (ABRvS 202006932/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting pand, conclusie AG’s, evenredigheid (Rb Noord-Nederland 20/3298 en 20/3299)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202006314/1/R1): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, stationsgebied, verkeer, geluid/cumulatie, geluiddempende laag wegdek/niet in plan geregeld, coffeeshop, Dienstrichtlijn
* 2 februari 2022 (ABRvS 202006141/1/R4): Awb, Wro; bpl, uitbreiding woonwijk, begrenzing, ontwikkelingen
* 2 februari 2022 (ABRvS 202005619/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, gebruik woning door meer dan één huishouden, bewijslast, genummerde kamers, strijd met bpl, hoogte dwangsom, invordering (Rb Gelderland 20/414)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202005172/1/R4 en 202002844/1/R4): Awb, Wabo; gedeeltelijke intrekking milieuvergunningen , varkenshouderij, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, IPPC/Besluit huisvesting (Rb Oost-Brabant 18/1724)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202004925/1/R2): Awb; waarschuwingsbrief overtredingen Wabo, beleidsregels, geen besluit, ontvankelijkheid  (Rb Limburg 19/2691)
# 2 februari 2022 (ABRvS 202004770/1/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, glastuinbouw, bedrijfswoningen, recreatiepark, recreatieve onderkomens, beheersverordening, ondergeschikte horeca, caravan- en camperstalling, manege, niet-agrarische functies in buitengebied, paintballcentrum en bescherming Rijksmonument
* 2 februari 2022 (ABRvS 202003084/6/R1): Awb, Wm; aanwijzing clusterlocatie rolcontainers voor huishoudelijk afval, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 2 februari 2022 (ABRvS 202002668/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, beleidsregel, geen terughoudende toetsing, conclusie AG’s, evenredigheid, noodzaak sluiting, verwijtbaarheid, gevolgen (Rb Gelderland 20/1242 en 20/1247)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202002575/1/R2): Awb, Wnb; vaststelling Natura 2000-beheerplan beperkingen beroepsvisserij , Aarhus, nader onderzoek (Rb Oost-Brabant 19/646 en 19/656)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202002245/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, samenvoegingen panden, staken gebruik studio en terugbrengen pand in oude staat, strijd met bpl, geen vergunning, verjaring bevoegdheid invordering (Rb Noord-Nederland 19/2473)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202000617/2/R2): Awb, Wro; bpl, aanwezige paardenbak, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 2 februari 2022 (ABRvS 202000475/1/A3): Awb, Hvw, Gmw; handhaving, dwangsom, woonfraude, bewijslast, hoogte dwangsom (Rb Amsterdam 19/1047)
* 2 februari 2022 (ABRvS 202000293/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, graansilo’s bij veevoederbedrijf, elektronische verzending van de kennisgeving, tijdig bezwaar maken, Aarhus, ontvankelijkheid (Rb Overijssel 19/778)
* 2 februari 2022 (ABRvS 201909389/1/R4): Awb, Wro; bpl, paardensportcentrum/recreatie, Natura 2000-gebied, nut en noodzaak, passende beoordeling/planregels, stikstofrapport geen deugdelijke voortoets, landschappelijke inpassing
* 2 februari 2022 (ABRvS 201901401/2/R3): Awb, Wnb; vergunning/ontheffing, ontgronding, herstelbesluit, herhaling gronden waarop tussenuitspraak ziet/geen uitzonderlijk geval, bestaand gebruik, aanpassing voorschriften, einduitspraak
* 1 februari 2022 (ABRvS 202107528/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, Aarhus, bekendmaking/belangenschading, windmolens
* 1 februari 2022 (CBb 20/452, 20/774, 20/615 en 20/618 en 20/809): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht/verzoek om herziening/vervangingsbesluit, diercategorie, bijzondere omstandigheden, EVRM, schadevergoeding
* 1 februari 2022 (CBb 20/794 en 19/1780): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, opstartende biologische veehouderij, derogatie, EP, evenredigheidsbeginsel
* 1 februari 2022 (CBb 20/451): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, alternatieve peildatum, dierziekte, bijzondere omstandigheid, EP, compensatie
* 31 januari 2022 (ABRvS 202105299/3/R3): Awb, Wro; verzoek om opheffing vovo, bpl, herstelbesluit, woongebouwen, parkeren, deelauto’s/-bakfietsen, planregels, bezonning, structuurvisie groen, lichthinder, sedumdakdekking
* 31 januari 2022 (ABRvS 202107298/2/R1): Awb, Wro, Wabo; vovo, bpl en omgevingsvergunning voor bouwen en brandveilig gebruik, uitbreiding hotel met ondergrondse parkeergarage, privaatrechtelijke belemmering, recreatief nachtverblijf
* 28 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/10331 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antenne-installatie, afwegingskader, dekkingsgraad, gezondheid
* 28 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/3036): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid
* 28 januari 2022 (Rb Overijssel AWB 20/360 en AWB 20/1715): Awb, Wabo, Gmw; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl/handhaving, dwangsom, invordering, legaliseren afwijkend chalet, opp./hoogte, motivering
* 28 januari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/5605 en 21/5607): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, mantelzorgwoning, geen vergunning
* 28 januari 2022 (ABRvS 202107181/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen
* 28 januari 2022 (ABRvS 202107201/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, sportvelden, bomenkap, dempen watergangen
* 28 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3386E): Awb, Wnb; handhaving, uitgangspunt referentiesituatie, pretpark, berekeningen verkeerssituatie AERIUS, overschrijding vergund aantal bezoekers, salderingsmaatregelen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 27 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/642 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, tuinmuur en berging, peil/hoogte, Bor, vergunningvrij
* 27 januari 2022 (Conclusie AG EH C-43/21): Verzoek om een prejudiciële beslissing, geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, verlenging van de periode voor het storten van afvalstoffen op een stortplaats”
* 27 januari 2022 (HvJ EU C-238/20): Prejudiciële verwijzing, Handvest EU, compensatie voor de schade die door beschermde in het wild levende vogels is aangericht aan aquacultuur in een Natura 2000-gebied
* 26 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/712 WABOA): Awb, Wabo; aanvulling bouwvergunning woning, peil, brief is besluit, ontvankelijkheid
* 26 januari 2022 (ABRvS 202100833/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, afvalinzameling, geen spoedeisend belang
* 26 januari 2022 (ABRvS 202107569/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, woongebied, verkeer
* 26 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/3222): Awb, Wabo; vovo, handhaving/ omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, tijdelijke opvang voor dak- en thuislozen, alternatieve locaties, goede ruimtelijke ordening
* 26 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 22/58): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, evenredigheid
* 25 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/326): Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnorm, mest
* 25 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1676 ACTMIL en BRE 21/1689 WABOM en BRE 21/1662 WABOM): Awb, Wabo, Wm; omgevingsvergunning voor straalcabine/ handhaving, geluid-/stofoverlast, Activiteitenbesluit, bevoegdheid
* 25 januari 2022 (Rb Limburg ROE 21/3263): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, verwijderen woonwagen, strijd met bpl
* 24 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8307 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitwegen, bedrijfsverzamelgebouw, APV, beleidsregels, motivering
* 21 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 19/4466): Awb, Wro; planschade, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 21 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/4887 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk bewonen van bijgebouw, verzoek om proceskosten
* 21 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9288 OPIUMW): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting garagebox, drugs/hennepteelt, bevoegdheid
* 21 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8528 GEMWT): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, overtreding noodverordening COVID-19, bewijslast
* 21 januari 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/5654 en ROT 21/2014 en ROT 20/5602): Awb, Wet dieren; boetes, dierenwelzijn, transportmiddelen
* 20 januari 2022 (Rb Amsterdam AMS 20/6050 en AMS 20/6066, 20/3556 en 20/1053): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, muziekevenementen, belanghebbende, procesbelang, ontvankelijkheid, locatieprofiel, broedvogels, bodem, geluid, mobiliteit
* 20 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 21/8024 en SGR 21/8023): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw, bezonning, kruimelgeval
* 18 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 18/600): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, inzicht geraamde opbrengsten en lasten/opbrengstlimiet
* 17 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 20/5292): Awb, Gmw; ontheffing ligplaatsverbod, APV, gelijkheidsbeginsel
* 13 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 20/2977): Awb, Msw; boete, overschrijding gebruiksnormen, mest, proportionaliteit, matiging boete
* 12 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1266 en UTR 20/1267): Awb, Wnb; vaststelling compensatiegebied herplant bomen na kap, nieuw beleid, toeslag, vertrouwensbeginsel
* 7 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 21/8250): Awb, Wabo; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning voor aarden wal langs natuurschaatsbaan, wal reeds gerealiseerd
* 6 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 19/8075): Awb, Mbw; opsporingsvergunning aardwarmte, winningsgebied/Franse methode, winningstermijn, tussenuitspraak
* 6 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 18/7870 en SGR 19/4353): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, bouwen, aanleggen en afwijken bpl, kantoor naar wooneenheden incl. parkeren, belanghebbende, verkeer, aantal parkeerplaatsen/bomenkap
* 6 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 21/7854): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken beheersverordening en aanpassen monument, uitbreiden restaurant, parkeren, cultuurhistorie
* 24 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3312): Awb, Wro; planschade, detailhandel, verkeer, geluid, planvergelijking, motivering
* 24 december 2021 (Rb Noord-Holland HAA 20/6412): Awb, Wabo, Hvw, Gmw; handhaving, dwangsom/boetes, particulier verhuren van woningen/onttrekken van woonruimten, strijd met bpl en Huisvestingsverordening, verbindendheid verordening
* 16 december 2021 (Rb Overijssel AWB 20/2511 en AWB 20/2524): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen wijzigen uitweg, motivering
* 3 december 2021 (Rb Den Haag SGR 21/4343): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor uitweg, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 2 december 2021 (Rb Den Haag SGR 20/3534): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, sportschool in loods, strijd met bpl
* 30 november 2021 (Rb Den Haag SGR 21/6067): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bedrijfsverzamelgebouw en in-/uitrit, geen spoedeisend belang
* 29 november 2021 (Rb Limburg ROE 20/2900): Awb, Gmw; verzoek om plaatsing op indelingsplan voor pleinterras, buiten behandeling stelling, terrasverordening, loodlijncriterium, schaarse vergunning, Dienstenrichtlijn
* 25 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4775 en UTR 20/246): Awb, Wm; verzoek om intrekking maatwerkvoorschriften geluid, windpark, Activiteitenbesluit, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 22 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1146): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van bpl, woningen, geitenhouderij, gezondheidsrisico, goede ruimtelijke ordening
* 22 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1093): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning en nieuwe brug, versmallen oprit
* 19 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 18/583): Awb, Wm; handhaving, geluid, horeca met terras, stemgeluid terras/luifel, Activiteitenbesluit, muziek, limiter
* 16 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5105): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen en aanleggen, fiets- en voetpad, belanghebbende, woon- en leefklimaat
* 15 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/1825): Awb, Wabo, Hvw, Gmw; handhaving, dwangsom, verhuur kamers, geen omzettingsvergunning, relatie met WOZ, bovenverdieping, motivering
* 19 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/780): Awb, Waterwet; handhaving, vergunning voor gedeeltelijk dempen watergang, afrastering/windsingel
* 13 januari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5034): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 2 februari 2022 (ABRvS 202002668/1/A3): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, beleidsregel, geen terughoudende toetsing, conclusie AG’s, evenredigheid, noodzaak sluiting, verwijtbaarheid, gevolgen (Rb Gelderland 20/1242 en 20/1247)
In deze zaak vroeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak eerder juridisch advies aan de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven over hoe intensief de bestuursrechter aan het evenredigheidsbeginsel moet toetsen. Zij kwamen in hun zogenoemde conclusie van 7 juli 2021 met een aantal aanbevelingen voor de bestuursrechter.

In navolging van een van de aanbevelingen gaat de bestuursrechter bij het toetsen aan het evenredigheidsbeginsel onderscheid maken tussen de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van het overheidsbesluit. Als daarvoor aanleiding is, toetst de bestuursrechter (1) of het besluit geschikt is om het doel te bereiken, (2) of het een noodzakelijke maatregel is of dat met een minder vergaande maatregel kon worden volstaan en (3) of de maatregel in het concrete geval evenwichtig is. Daarmee wordt expliciet afstand genomen van het zogenoemde ‘willekeur’-criterium dat al sinds 2015 minder werd toegepast.

De vraag of en zo ja, hoe intensief de bestuursrechter aan het evenredigheidsbeginsel toetst, hangt van veel factoren af en zal van geval tot geval verschillen. Anders dan de staatsraden advocaat-generaal voorstelden, is de variëteit in toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet terug te brengen tot drie standaardsituaties. Het is veel meer een glijdende schaal waarbij de bestuursrechter alle varianten tussen vol en terughoudend kan toepassen. De intensiteit van die toets wordt bepaald door de mate van beleidsruimte die de overheid heeft om een besluit te nemen, maar ook door het doel dat het besluit dient en wat het gewicht daarvan is. Verder is van belang of en in welke mate daardoor belangen van betrokken burgers en bedrijven worden geraakt. Naarmate die belangen zwaarder wegen, de nadelige gevolgen van het besluit ernstiger zijn of het besluit inbreuk maakt op de mensenrechten, zal de bestuursrechter intensiever toetsen.

Zie tevens 202006932/1 en 202000475/1).

* 2 februari 2022 (ABRvS 202004925/1/R2): Awb; waarschuwingsbrief overtredingen Wabo, beleidsregels, geen besluit, ontvankelijkheid  (Rb Limburg 19/2691)
2.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld uitspraak van 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2816), is een waarschuwing in beginsel geen besluit. Uit voornoemde uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2018 volgt dat dit anders kan zijn als het gaat om een op een wettelijk voorschrift gebaseerde waarschuwing die een voorwaarde is voor het toepassen van een sanctiebevoegdheid. In die zaak was sprake van een op de wet gebaseerde waarschuwing. In de onderhavige zaak is de waarschuwing gebaseerd op gemeentelijke beleidsregels zoals neergelegd in het beleidsplan toezicht en handhaving 2017-2022. Het beleidsplan is geen wettelijke regeling. De waarschuwing is dus niet op de wet gebaseerd. De situatie in deze zaak is daarom niet vergelijkbaar met de situatie die aan de orde was in genoemde uitspraak van 2 mei 2018. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3484) in navolging van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249, zijn op beleidsregels gebaseerde of informele waarschuwingen geen besluiten in de zin van de Awb en kunnen daartegen in zoverre geen rechtsmiddelen worden aangewend.

2.2.    Er zijn situaties waarin op beleidsregels gebaseerde waarschuwingen of informele waarschuwingen voor de rechtsbescherming met een besluit moeten worden gelijkgesteld, zodat zij wel in rechte kunnen worden bestreden. Die situaties doen zich voor als de alternatieve route om een rechterlijk oordeel over die waarschuwingen te krijgen onevenredig bezwarend of afwezig is (vergelijk de conclusie van staatsraad advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 24 januari 2018, onderdeel 5.13). Geen van de in de conclusie genoemde situaties doet zich hier voor. In de door [appellant] gestelde omstandigheid dat de brief van 17 juli 2019 reeds uitvoerig ingaat op de vraag welke bouwwerken niet kunnen worden gelegaliseerd en dat ook uit uitlatingen van bestuurders, waaronder die van de burgemeester, zou blijken dat die bouwwerken niet legaliseerbaar zijn, zodat de besluitvorming om handhavend op te treden al vaststond, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de waarschuwing dient te worden gelijkgesteld met een besluit omdat de alternatieve route om rechtsbescherming te krijgen onevenredig bezwarend zou zijn. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het college het bezwaar van [appellant] tegen de brief van 17 juli 2019 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

* 1 februari 2022 (ABRvS 202107528/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, Aarhus, bekendmaking/belangenschading, windmolens
5.5.    Nu in de kennisgeving van het ontwerpbesluit wel voor alle initiatieven de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling is weergegeven maar niet is vermeld dat het plan daarnaast ook voorziet in de mogelijkheid om bij een groot aantal bestemmingen windmolens te realiseren, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden uitgesloten dat anderen dan Stichting Omgevingsrecht en anderen en Stichting Leefbaar Buitengebied en anderen door deze publicatie op het verkeerde been zijn gezet. Het kan daardoor niet worden uitgesloten dat anderen geen aanleiding hebben gezien om een zienswijzen over het ontwerpplan naar voren te brengen en in zoverre in hun belangen zijn geschaad. Het plan is daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter vastgesteld in strijd met artikel 3:12, eerste lid, van de Awb.
7.       Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 5.5 ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek van Stichting Omgevingsrecht en anderen en Stichting Leefbaar Buitengebied en anderen in te willigen voor zover het betreft de planologische mogelijkheid voor windmolens. Dit betekent dat totdat er uitspraak is gedaan in de bodemprocedure op grond van dit plan windmolens niet bij recht zijn toegestaan. De voorzieningenrechter zal daartoe de hierna te melden voorlopige voorziening treffen.

* 1 februari 2022 (CBb 20/794 en 19/1780): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, opstartende biologische veehouderij, derogatie, EP, evenredigheidsbeginsel
4.3.5   Appellante heeft vóór de peildatum haar plannen ontwikkeld en een boerderij gekocht. Vlak daarna, ook nog vóór de peildatum, heeft zij haar bedrijf aangemeld bij Skal. Tijdens de omschakelperiode naar biologische landbouw moet aan alle voorwaarden voor biologische productie worden voldaan. Pas na een omschakelperiode, die afhankelijk van het type bedrijf een à twee jaar duurt, mag het bedrijf het predicaat ‘biologische melk’ voeren. In het geval van appellante kwam daar nog bij dat de bestaande stal niet voldeed aan de eisen voor Skal-registratie, zodat er eerst een nieuwe stal gebouwd moest worden. Uiteindelijk is appellante in oktober 2016 gestart met de productie van biologische melk. Zoals het College al heeft geoordeeld in de uitspraak van 16 maart 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:264) is de keuze van appellante om het bedrijf niet direct na aankoop vol te zetten met runderen begrijpelijk en kan haar in redelijkheid niet worden tegengeworpen dat zij op de peildatum nog geen dieren hield. Deze keuze heeft echter zeer nadelige gevolgen voor appellante gehad: zij heeft geen fosfaatrechten toegekend gekregen. Vast staat dat als appellante geen ontheffing krijgt, haar bedrijf failliet gaat. Zij heeft dus een zeer zwaarwegend belang bij het verkrijgen van een ontheffing.

4.3.6   Wat in 4.3.1 tot en met 4.3.5 is overwogen maakt dat het belang van het behoud van derogatie in dit geval minder zwaar weegt dan het belang van appellante. Het bestreden besluit doorstaat de toets aan het evenredigheidsbeginsel niet en is daarom in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Verweerder heeft ten onrechte geweigerd aan appellante een ontheffing te verlenen tot het niveau van de Nbw-vergunning die al op het bedrijf rustte. Deze beroepsgrond slaagt.

* 28 januari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3386E): Awb, Wnb; handhaving, uitgangspunt referentiesituatie, pretpark, berekeningen verkeerssituatie AERIUS, overschrijding vergund aantal bezoekers, salderingsmaatregelen, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
In 2017, 2018 en 2019 bezochten meer dan 5 miljoen bezoekers de Efteling. Een aantal omwonenden verzocht de provincie Noord-Brabant om handhaving. De provincie wees dit verzoek eerst af, omdat het onevenredig zou zijn de Elfteling te sluiten gelet op de grote organisatorische en bedrijfseconomische gevolgen voor het park, de bezoekers, werknemers en toeleveranciers. In het besluit op het bezwaar van de omwonenden wijst de provincie erop dat het attractiepark in september 2020 een nieuwe aanvraag voor een natuurvergunning heeft ingediend, voor een bezoekersaantal van 6 miljoen per jaar, waarmee concreet zicht zou zijn op legalisatie. In die aanvraag van de Efteling wordt er van uitgegaan dat de toename van de stikstofdepositie door meer bezoekers wordt voorkomen door een aantal maatregelen.

In een tussenuitspraak heeft de rechtbank kort gezegd overwogen dat vaststaat dat in 2018 en 2019 de Efteling meer bezoekers heeft gehad dan 5 miljoen per jaar waarvan is uitgegaan bij de verlening van de geldende natuurvergunning. Als niet kan worden uitgesloten dat deze toename van het aantal bezoekers leidt tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen is een natuurvergunning nodig waarin deze gevolgen passend worden beoordeeld. Volgens de rechtbank had de provincie moeten beoordelen of de Efteling al maatregelen heeft getroffen en of het effect daarvan blijvend is.

De provincie lichtte in het herstelbesluit (oktober 2021) toe dat de Efteling blijvende maatregelen heeft genomen waardoor geen sprake is van een toename van stikstofdepositie of overige verstoringseffecten, ondanks de toename van het aantal bezoekers tot boven de 5 miljoen. In december werd de zaak opnieuw behandeld op een zitting bij de rechtbank.

De rechtbank heeft in de uitspraak kritiek op de berekeningen van de stikstofdepositie in het herstelbesluit. Met name omdat andere cijfers zijn gebruikt dan in de bestaande natuurvergunning. Verder is de rechtbank van oordeel dat de provincie beter moeten onderzoeken of er echt maatregelen zijn genomen. De rechtbank ziet in de gewijzigde aanvraag geen concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Dit is wel een aanwijzing dat de Efteling niet van plan is om zich te beperken tot het toelaten van 5 miljoen bezoekers per jaar (en dus een vrees voor herhaling van de overtreding).

Al met al heeft de provincie voor de derde keer onterecht geweigerd om handhavend op te treden. Daarom voorziet de rechtbank nu zelf in deze zaak. De rechtbank vernietigt de beslissingen van de provincie op het handhavingsverzoek van omwonenden én het bezwaar op de afwijzing daarvan. De rechtbank draagt de provincie op een nieuw besluit te nemen op het handhavingsverzoek. Hiervoor heeft zij 10 weken de tijd.

* 26 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/712 WABOA): Awb, Wabo; aanvulling bouwvergunning woning, peil, brief is besluit, ontvankelijkheid
5.   …………..
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij brief van 22 april 2020 aan vergunninghouder heeft bericht dat de aangeleverde gegevens en bescheiden akkoord zijn en dat deze stukken bij de omgevingsvergunning worden gevoegd en daar onderdeel van uitmaken. Onder deze stukken bevond zich de constructietekening, waarin een vloerpeil van 5,60+NAP is opgenomen.

De rechtbank overweegt dat de brief van 22 april 2020 aan vergunninghouder, waarin onder andere is aangegeven dat de constructietekening met het genoemde vloerpeil door verweerder akkoord is bevonden, wél als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is aan te merken. Het besluit heeft immers tot gevolg dat er gebouwd mag worden vanaf het in de constructietekening opgenomen vloerpeil. Nu de goot- en bouwhoogte van een bouwwerk worden berekend vanaf het vloerpeil heeft dit gevolgen voor de totale bouwhoogte van het te bouwen bouwwerk.

De rechtbank merkt verder op dat verweerder ter zitting heeft bevestigd dat in eventuele verdere procedures, zoals handhavingsprocedures, het bouwplan inclusief de vastgestelde en geaccordeerde peilhoogte het vertrekpunt zal zijn voor de beoordeling en niet langer (uitsluitend) de omgevingsvergunning van 25 augustus 2016 zónder de bij brief van 22 april 2020 toegevoegde stukken. De rechtbank stelt vast dat daarmee door verweerder wordt beoogd de constructietekening met vloerpeil publiekrechtelijke binding te geven waardoor er sprake is van het gericht zijn op (een) rechtsgevolg.

  1. De rechtbank concludeert dat verweerder de bezwaren van eisers tegen het primaire besluit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van eisers zal gegrond worden verklaard en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Nu het beroep gegrond is, komt de rechtbank aan het subsidiaire standpunt van verweerder over de tijdigheid van het bezwaar niet meer toe.* 6 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 19/8075): Awb, Mbw; opsporingsvergunning aardwarmte, winningsgebied/Franse methode, winningstermijn, tussenuitspraak
    5.11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er, nu het Alblasserdam laagpakket niet in betekenende mate meeproduceert, geen aanleiding was om bij toepassing van de Franse methode van een andere (mid)reservoir-diepte uit te gaan. Verweerder heeft onweersproken toegelicht dat de productieput in dit laagpakket niet gecompleteerd is. Dit leidt tot een sterk verminderde kans op aanvoer van water uit dit pakket. Daarnaast maakt de aanwezigheid van weinig waterdoorlatende kleilagen in het Alblasserdam laagpakket onaannemelijk dat dit pakket indirect, via het Delft Zandsteen laagpakket, in belangwekkende mate meeproduceert. Tot slot komt de gemeten temperatuur van het productiewater overeen met de diepte van het Delft Zandsteen laagpakket en niet met die van het Alblasserdam laagpakket. Dit duidt eveneens op een hooguit zeer geringe productie vanuit het Alblasserdam laagpakket. Eiseres heeft erkend dat het Alblasserdam laagpakket op dit moment slechts in beperkte mate meeproduceert. De door eiseres niet nader onderbouwde stelling dat een toename in productie vanuit het Alblasserdam laagpakket in de toekomst niet is uit te sluiten, acht de rechtbank een onzekere toekomstige gebeurtenis waar verweerder in redelijkheid geen rekening mee heeft hoeven houden bij het begrenzen van het winningsgebied. Verweerder is terecht uitgegaan van de feitelijke situatie waarin het Alblasserdam laagpakket niet, dan wel in een geringe mate meeproduceert. Gelet hierop heeft verweerder in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om een groter winningsgebied te vergunnen.

5.12.   Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich voor het bepalen van de omvang van het vergunde winningsgebied in redelijkheid heeft kunnen baseren op het advies van TNO en de door TNO gehanteerde Franse methode. De beroepsgrond van eiseres dat verweerder een te klein winningsgebied heeft vergund, slaagt dan ook niet.

5.13.   De rechtbank ziet geen aanleiding voor een ander oordeel in hetgeen eiseres heeft aangevoerd over de verticale begrenzing van het vergunde gebied. Eiseres heeft gesteld dat verticale begrenzing tot een risico op interferentie leidt. Deze stelling heeft eiseres evenwel niet voorzien van een concrete onderbouwing.

Verweerder heeft ter zitting nader toegelicht dat het gebied verticaal is begrensd om de mogelijkheid open te houden om voor verschillende diepten een winningsvergunning te verlenen. Net zoals voor de horizontale begrenzing het geval is, is de gedachte hierachter het optimale gebruik van de ondergrond en daarmee het planmatig beheer van aardwarmte. Wat betreft het risico op interferentie heeft verweerder toegelicht dat de bovengrens van het aan eiseres vergunde gebied 300 meter boven het Delft Zandsteen laagpakket en de ondergrens aan de basis van het Alblasserdam laagpakket is gesteld. Daaronder bevindt zich een kleipakket van een kilometer dik, waaronder zich een nieuw potentieel geothermisch reservoir bevindt. Dit kleipakket functioneert volgens verweerder als een buffer. Daarnaast wordt bij eventuele latere projecten opnieuw getoetst of sprake is van (risico op) interferentie. De rechtbank overweegt dat verweerder met deze toelichting afdoende heeft gemotiveerd waarom het gebied verticaal is begrensd en hoe rekening is gehouden met het risico op interferentie. Daar komt bij dat er in de huidige situatie van interferentie nog geen sprake kan zijn, omdat er nog geen winningsvergunning is verleend voor de grondlagen onder het winningsgebied van eiseres.

* 29 november 2021 (Rb Limburg ROE 20/2900): Awb, Gmw; verzoek om plaatsing op indelingsplan voor pleinterras, buiten behandeling stelling, terrasverordening, loodlijncriterium, schaarse vergunning, Dienstenrichtlijn
10.    De rechtbank stelt vast dat uit het voorgaande volgt het loodlijncriterium is opgenomen om de reden dat de exploitant toezicht moet kunnen houden op het terras vanuit zijn horecalokaliteit om overlast (voor derden) te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat dit een dwingende reden van algemeen belang is omdat daarmee de openbare orde en de (verkeers)veiligheid worden gediend. De rechtbank ziet steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 30 oktober 2019.4 Daarmee heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het loodlijncriterium noodzakelijk is. Het uitgangspunt is bovendien geschikt om dat doel te bereiken, nu met het loodlijncriterium wordt bewerkstelligd dat er een directe verbinding bestaat tussen de horecalokaliteit en het terras en de horecaexploitant in staat is om vanuit de horecalokaliteit toezicht te houden op dit terras. De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat het nagestreefde doel door een minder beperkende maatregel kon worden bereikt. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat uit de toelichting bij de Terrasverordening volgt dat er een balans moet worden gevonden tussen de vele functies van de openbare ruimte. Het standpunt van eiseres dat het loodlijncriterium enkel bedoeld is als selectiecriterium om bij voorbaat bedrijven uit te schakelen omdat er schaarste werd verwacht, kan dan ook niet slagen.

Anders dan eiseres betoogt, is het uitgangspunt van de Terrasverordening voldoende objectief. Uit de door verweerder bij het verweerschrift overgelegde Raadsinformatiebrief van 24 januari 2020 volgt dat verschillende opties (waaronder het zichtcriterium) zijn overwogen als alternatief voor het loodlijncriterium. Het loodlijncriterium bleef echter het beste criterium, omdat deze het best toetsbaar, het meest objectief en het meest transparant is, hetgeen niet gemotiveerd is betwist door eiseres. Dat het loodlijncriterium even zinvol en dienend is als de kleur van een voordeur, volgt de rechtbank dan ook niet. Dat er door het loodlijncriterium op voorhand horecalokaliteiten (waaronder eiseres) worden uitgesloten van het indelingsplan is inherent aan het stellen van criteria en maakt op zichzelf niet dat er sprake is van een onrechtmatig criterium. Bovendien volgt uit de Dienstenrichtlijn niet dat de verdeling van de beschikbare ruimte waar de vergunningaanvragen betrekking op hebben moet plaatsvinden op basis van een evenredige verdeling van het hele gebied. Het standpunt van eiseres dat verweerder bij voorbaat de bevoegdheid c.q. verplichting had om uiteindelijk een gelijke hoeveelheid terrasruimte toe te kennen aan de verschillende aanvragers en hierbij de indeling zelf vast te stellen, kan dan ook niet slagen.

11.   Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het loodlijncriterium zoals opgenomen in de Terrasverordening niet in strijd is met de artikelen 9 en 10 Dienstenrichtlijn. Beantwoording van de vraag of sprake is van een schaarse vergunning is in de onderhavige procedure niet van belang aangezien verweerder, zoals hiervoor overwogen, in deze procedure deugdelijk heeft gemotiveerd en onderbouwd dat het in de Terrasverordening opgenomen loodlijncriterium – anders dan eiseres stelt – geen selectiecriterium betreft ten behoeve van de verdeling van schaarse vergunningen maar een noodzakelijk, evenredig en geschikt criterium dat dient ter behartiging van een dwingende reden van algemeen belang (de openbare orde en de (verkeers)veiligheid) en daarmee voldoet aan de Dienstenrichtlijn. Verweerder heeft dit criterium dan ook aan de onderhavige buiten behandelingstelling ten grondslag mogen leggen. Aan de beoordeling van de overige beroepsgronden komt de rechtbank dan ook niet toe.