Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 9 februari 2022 (ABRvS 202105952/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitvoeren werk en afwijken bpl, zonnepark, noodzakelijke natuurtoestemming, dassenburcht, relativiteit, brandveiligheid, herstelbesluit/aanhaakplicht (Rb Gelderland 20/6516)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202104875/1/R1): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, woongebouw, extra verdiepingen, parkeren/CROW, motivering, tussenuitspraak
* 9 februari 2022 (ABRvS 202103664/1/R1): Awb, Wro; herziening rijksinpassingsplan, windpark, beslisboom slagschaduw, belanghebbende
* 9 februari 2022 (ABRvS 202103214/1/R1): Awb, Wro; bpl, woonboten, maatvoering, afwijkingsbevoegdheid
* 9 februari 2022 (ABRvS 202101915/1/A3): Awb, Gmw; exploitatievergunning, kamerverhuurbedrijf, arbeidsmigranten, geen strijd met bpl, openbare orde, motivering (Rb Gelderland 19/3128)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202101821/1/A3): Awb, Hvw; in ere herstellen ingetrokken omzettingsvergunning
* 9 februari 2022 (ABRvS 202101688/1/R4): Awb, Wro; bpl, vervanging agrarische bijgebouwen door woon bijgebouwen, B&B
* 9 februari 2022 (ABRvS 202100803/1/R3): Awb, Wro; afwijzing verzoek om herziening bpl, dakopbouw, straatprofielen/-wanden
* 9 februari 2022 (ABRvS 202100632/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, aanbouw bereikbaar via doorgang met hoofdgebouw, vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 20/1030)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202100080/1/R3): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, innemen ligplaats, strijd met bpl, bevoegdheid, evenredigheid (Rb Noord-Nederland 19/2887)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202100057/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en gevolgen voor beschermd monument, airco aan voorgevel op luifel , geen strijd met bpl (Rb Den Haag 18/8259)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202100024/1/R3): Awb, Wro; bpl, parapluplan archeologische erfgoed gemeentelijk grondgebied, schakelbepaling, tussenuitspraak
* 9 februari 2022 (ABRvS 202006986/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden woning, vergroten hoofdgebouw/Bor, welstand (Rb Oost-Brabant 20/1711)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202006853/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor gewijzigd gebruik, verplaatsen garagebedrijf, parkeren (Rb Den Haag 19/1136)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202006204/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen bouwwerken, geen vergunning, onduidelijkheid overtreden voorschriften bpl, motivering, proceskosten/Bpb/EHRM (Rb Overijssel 19/2480)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202005857/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor B&B, belanghebbende, ontvankelijkheid, verstoring parkeerbalans geen gevolg vergunning (Rb Oost-Brabant 19/2946)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202005689/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, terugbrengen opp. recreatiewoning en verwijderen gebouwen, strijd met bpl, andere standpunt verweerder (Rb Gelderland 19/6950)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202005314/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, geen afwijkingen van omgevingsvergunning voor B&B en atelier (Rb Rotterdam 18/5706)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202005104/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, APV, verhandelen drugs op straat, bevoegdheid (Rb Noord-Holland 19/5097)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202004208/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en aanleggen inrit, winkelruimte, geen supermarkt/strijd met bpl
* 9 februari 2022 (ABRvS 202003841/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken gebruik perceel voor opvang cliënten met een verstandelijke beperking/repartie motorvoertuigen, woonvorm, geen hobbymatig karakter, strijd met bpl, evenredigheid, hoogte dwangsom (Rb Overijssel 19/600)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202003476/1/A2): Awb, Wro; planschade, passieve risicoaanvaarding, tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 19/1868)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202002776/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, verzegelen pand, overtreding Bouwbesluit, geen brandpreventieve voorzieningen, huisvesting arbeidsmigranten, begrip wonen/bpl (Rb Rotterdam 16/6213)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202002454/1/A2): Awb, Waterwet; nadeelcompensatie, gewasschade, regenval, maatregelen projectplan, bypass, causaal verband (Rb Oost-Brabant 19/1341)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202002119/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, ombouwen pluimveestal naar volière-huisvesting met wintergarten, grondentrechter omgevingsrechtzaken, keuze procedure/Aarhus, m.e.r.-plicht (Rb Overijssel 19/1339)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202001882/1/R3): Awb, Wro; bpl, vakantiepark, recreatiewoningen en stacaravans, behoefte/Bro, verkeer, landschap/provinciale omgevingsvisie, Natura 2000/ relativiteit, borging/motivering
* 9 februari 2022 (ABRvS 202001365/2/R3): Awb, Wro; bpl, woningen op locatie voormalige kerk, geluid, VNG-brochure, bezonning, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 9 februari 2022 (ABRvS 202001205/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken gebruik als supermarkt, geen strijd met bpl (Rb Oost-Brabant 19/413 en 19/626)
* 9 februari 2022 (ABRvS 202001149/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitrit, supermarkt, verbeelding/geen strijd met bpl, gewijzigd bouwplan, overgangsrecht/Reparatiewet (Rb Oost-Brabant 18/3168 en 18/3205)
* 9 februari 2022 (ABRvS 201906343/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor aanleggen/werk, verharding met betonpuin, buitenloop van varkens/samenhang, omvang van geding (Rb Overijssel 18/2246)
* 9 februari 2022 (ABRvS 201903497/3/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, tuin/agrarische grond, beperken vergunningvrij bouwen
* 8 februari 2022 (ABRvS 202106877/2/R1): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, woonbestemming, bedrijfsactiviteiten, motivering
* 8 februari 2022 (CBb 19/1958): Awb, Msw; wijzigingsbesluit, fosfaatrechten, EHRM, schadevergoeding
* 4 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/2947): Awb, Gmw; sluiting café, COVID-19 verordening, overtredingen
* 4 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/3491): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, last onder bestuursdwang, verwijderen vrachtwagentrailer, APV, parkeren op openbare weg, verhaal kosten, taxatie
* 4 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/2189): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, exploiteren seksinrichting, geen vergunning
* 4 februari 2022 (ABRvS 202103163/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, uitbreiding glastuinbouwbedrijf, geurcontour
* 4 februari 2022 (Rb Gelderland 21/5856): Awb, Wob; vovo, openbaarmaking gegevens, dierenaantallen van veehouders in provincie, milieu-/emissiegegevens, geen uitzonderingsgronden van toepassing
* 3 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9351 GEMWT): Awb, Wabo; handhaving, verplichte aanleg en onderhoud van groenstrook, bomenkap zonder vergunning
* 3 februari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/5625): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting pand, drugs, bevoegdheid, geen bijzondere omstandigheden
* 3 februari 2022 (ABRvS 202200172/4/R3): Awb, Wabo; vovo, intrekking omgevingsvergunning voor windpark, bevoegdheid kennis te nemen van beroep, uitspraak in bodemprocedure (Rb Rotterdam 21/6000 en 21/6026)
* 3 februari 2022 (HvJ EU C-121/21): Niet-nakoming, verlenging van mijnbouwvergunning voor mijn in Polen nabij Tsjechische grens, grensoverschrijdende milieueffecten, MEB-besluit en mijnbouwvergunning in strijd met Unierecht”
* 3 februari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3698): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bpl en aanleggen, mountainbike-route in Natura 2000-gebied, procedure/Aarhus, Wnb/vvgb/vergunning, opleggen maatregel
* 3 februari 2022 (Rb Overijssel 84-220018-21): Sr, WED, Wm; illegaal bezit van professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
* 2 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9210, 20/9211, 20/9212, 20/9213 en 20/9283 WET): Awb, Hvw; omzettingsvergunning, woon- en leefmilieu, verordening, motivering
* 2 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 21/7205 en SGR 21/8246): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, steiger in binnenhaven, bevoegdheid
* 2 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 21/8064): Awb, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, overtreding geluidsnorm, Activiteitenbesluit, afzuiginstallatie restaurant
* 2 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 22/294): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, wijzigen indeling aantal aangrenzende woningen, welstand, geen strijd met bpl
* 2 februari 2022 (ABRvS 202101930/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, buitengebied, attractiepark, samenhang/m.e.r.-plicht, verkeer, monitoring
* 2 februari 2022 (ABRvS 202106639/1/R1 en /2/R1): Awb, Wbb; vovo en kortsluiten, vaststelling geval van ernstige bodemverontreiniging en noodzaak tot spoedige sanering, bronlocatie, noodzaak
* 2 februari 2022 (ABRvS 202107033/2/R1): Awb, Waterwet; vovo, projectplan, dijkversterking, bomenkap
* 2 februari 2022 (ABRvS 202107506/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, bedrijf, VNG-brochure, milieucategorie, zone
* 2 februari 2022 (ABRvS 202108028/2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, staken gebruik als (recreatie)woning, verwijderen van verwijderen van faciliteiten (Rb Gelderland 21/4466 en 21/4467)
* 2 februari 2022 (Rb Den haag C/09/597554/HA ZA 20-794): BW, overheidsaansprakelijkheid, schade door fosfaatreductieplan en tekort aan fosfaatrechten
* 2 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/2322): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding APV, onnodig hinder en overlast veroorzaken, openbare orde
* 2 februari 2022 (Rb Gelderland ARN 20/4433 en 20/4459): Awb, Wabo; tijdelijke omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, schuilgelegenheid  en afrastering, opvang ven reeën, Wnb/NNN, natuurwaarden
* 1 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/966): Awb, Wabo; verzoek om intrekking milieuvergunning, stallen afgebrand, belangenafweging, motivering
* 1 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1378 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verhuur kamers voor logies, geen vergunning, strijd met bpl
* 31 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 19/4040 en LEE 19/4031): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, m.e.r.-beoordeling, woongenot, overlast, duurzaamheid/energietransitie
* 31 januari 2022 (Rb Limburg ROE 21/3307): Awb; opheffen vovo, verwijderen chalet, dwangsom, uitleg planregels, oppervlak trekkershut, sanitaire voorzieningen, motivering, verlengen ordemaatregel
* 28 januari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3389 WET): Awb, Wro; niet tijdig beslissen op verzoek planschade, ontvankelijkheid
* 28 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1585): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, zoutcavernes, bevoegdheid, calculatiemodel
* 28 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1762): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning
* 26 januari 2022 (Rb Gelderland AWB 21/3836): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang zonder kostenverhaal, gebouwd chalet zonder vergunning, overtreder, afwijzing verzoek om uitvoering last
* 26 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2190): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, effectgebied/bewijsvermoeden, fair play-beginsel
* 21 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/2565 en 21/2566): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning, Atlas-model
* 14 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1428): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning, bevingsgeschiedenis, cessie van vorderingen
* 14 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1336 en 21/1337): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling woning, Atlas-model, grenswaarde opgetreden trillingssnelheid
* 13 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 19/7929): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl en inrichting/mijnbouwwerk, actualiseren vergunning voor exploiteren van geothermiebron, geluid, veiligheid
* 12 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1498 en LEE 21/1499): Awb, Mbw; mijnbouwschade, waardedaling woning, taxatierapport, ontbreken info trillingssnelheden, motivering, imago-effect
* 12 januari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1639): Awb, Mbw; mijnbouwschade, waardedaling woning, imago-effect, bevingsgeschiedenis
* 7 januari 2022 (Rb Den Haag SGR 20/4575 en SGR 20/6539): Awb, Waterwet; handhaving, dwangsom, onvoldoende onderhoud aan waterkering, verjaring bevoegdheid tot invordering, ontvankelijkheid
* 13 december 2021 (Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba AUA202100255): Lar, Bwv; bouwvergunning, woning, ontheffing aantal bouwlagen, motivering, zelf in de zaak voorzien
* 12 november 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/1888): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, drijvend zonnepark, foeragerende ganzen
# 3 november 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/799): Awb, Waterwet; peilbesluit, veehouderij, gierkelders, profiel watergang, onderzoek naar feitelijke gevolgen, onderbouwing
* 17 september 2021 (Rb Amsterdam AMS 20/6810 en 21/3373): Awb, Wabo, Gmw; omgevingsvergunning voor bouwen, woningen, procesbelang, handhaving, dwangsom afwijking omgevingsvergunning, terras, peil
* 26 juli 2021 (Rb Gelderland ARN 20/1733): Awb, Gmw; exploitatievergunning, speelautomatenhal, APV/duur van vergunning, beleidsregel, motivering
* 4 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1647): Awb, Wabo; handhaving, bouwstop, afwijking omgevingsvergunning, brandcompartimenten, belanghebbenden, overtreder
* 25 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1743): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, niet vergunde windsingel en uitbreiding fruitboomgaard, motivering
* 18 februari 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/3723): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor kappen, geen spoedeisend belang

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 9 februari 2022 (ABRvS 202105952/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, uitvoeren werk en afwijken bpl, zonnepark, noodzakelijke natuurtoestemming, dassenburcht, relativiteit, brandveiligheid, herstelbesluit/aanhaakplicht (Rb Gelderland 20/6516)
5.2.    Voor de inroepbaarheid van de schending van de procedurele normen, zoals de norm in artikel 2.2aa van het Bor, is het beschermingsbereik van de onderliggende materiële norm bepalend (zie de overzichtsuitspraak van de Afdeling over het relativiteitsvereiste van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, onder 8.1 en 8.2). Die materiële norm is hier de Wnb.

Als een natuurlijke persoon zich beroept op de bepalingen van de Wnb die strekken tot de bescherming van diersoorten beroept hij zich op een algemeen belang waarvoor hij niet in rechte kan opkomen. Niet in alle gevallen hoeft echter op voorhand uitgesloten te worden geacht dat de Wnb met de bescherming van diersoorten ook bescherming biedt aan het belang bij het behoud van een goede kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving van natuurlijke personen. De belangen van omwonenden bij het behoud van een goede kwaliteit van hun directe woon- en leefomgeving kunnen zo verweven zijn met het algemeen belang dat de Wnb beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Wnb kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.

Bij de beantwoording van de vraag of verwevenheid als hiervoor bedoeld kan worden aangenomen, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de afstand tussen de woning van de natuurlijke persoon en de locatie waarop het in een omgevingsvergunning voorziene project, dan wel andere handelingen worden uitgevoerd. In een geval waarin een omgevingsvergunning voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling op gronden waarop uit hoofde van de Wnb beschermde diersoorten voorkomen en de afstand van de woning van de betrokken appellant tot die gronden hemelsbreed meer dan 100 m bedraagt, zal in zijn algemeenheid niet zo’n verwevenheid worden aangenomen. De kwaliteit van de directe leefomgeving van de natuurlijke persoon houdt dan onvoldoende verband met de bescherming van de volgens hem op de gronden, waar de ruimtelijke ontwikkeling is voorzien, levende beschermde diersoorten.

5.3.    De woning van [partij] ligt om en nabij de 100 m van het essentiële foerageergebied van de das. Het bij haar woning behorende perceel grenst aan dit gebied. De afstand van haar woonperceel tot de locatie waar de handeling waarvoor de natuurtoestemming nodig is, is daarom kort genoeg om verwevenheid aan te nemen. Dat de burchten verder weg liggen, is gelet op het voorgaande niet van belang. [partij] kan zich dus beroepen op de bepalingen over soortenbescherming in de Wnb.

Nu de rechtbank terecht niet het relativiteitsvereiste aan [partij] heeft tegengeworpen en de Vereniging samen met [partij] beroep heeft ingesteld, ziet de Afdeling geen aanleiding om in te gaan op de vraag of het relativiteitsvereiste aan de Vereniging had kunnen worden tegengeworpen. Het betoog faalt.

* 9 februari 2022 (ABRvS 202006204/1/R3): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, invordering, verwijderen bouwwerken, geen vergunning, onduidelijkheid overtreden voorschriften bpl, motivering, proceskosten/Bpb/EHRM (Rb Overijssel 19/2480)
7.5.    De in overweging 6 vermelde hoogte van de vergoeding van advocaatkosten betekent dat [appellant A] en [appellant B] een deel van de advocaatkosten die zij vergoed willen krijgen, zelf moeten betalen. Dit is een beperking van het door artikel 6 van het EVRM beschermde recht op toegang tot de rechter (vergelijk het arrest Zustović t. Kroatië, par. 99). Volgens vaste rechtspraak van het EHRM (zie onder meer het arrest van 18 februari 2020, Černius and Rinkevičius t. Litouwen, ECLI:CE:ECHR:2020:0218JUD007357917, par. 66), is een beperking van het recht op toegang tot de rechter niet in strijd met artikel 6 van het EVRM, indien deze beperking dat recht niet in essentie schaadt, een gerechtvaardigd doel dient en proportioneel is.

7.6.    Het forfaitaire vergoedingenstelsel heeft tot doel de overheidsuitgaven te beperken (Stb. 1993/763, p. 5-6). Dit is een gerechtvaardigd doel. Vergelijk het hiervoor vermelde arrest Černius and Rinkevičius t. Litouwen, par. 69. Het stelsel heeft ook tot doel de toepassing van de regels over proceskostenveroordeling eenvoudig te houden en daarmee om de bestuursrechter te ontlasten (Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 153). Ook dit is een legitiem doel (vergelijk het arrest van het EHRM van 18 oktober 2016, Miessen t. België, 31517/12, par. 71). Dergelijke wettelijke forfaitaire vergoedingenstelsel zijn ook aanwezig in bijvoorbeeld Duitsland, België en Oostenrijk, en in Frankrijk geldt een forfaitair vergoedingensysteem in het bestuursrecht op basis van vaste rechtspraak.

7.7.    Het door [appellant A] en [appellant B] ingeroepen arrest Zustović t. Kroatië leidt niet tot een ander oordeel. …………………………………….

Het Bpb voldoet in algemene zin aan het proportionaliteitsvereiste. Hiervoor is allereerst relevant dat burgers in dit stelsel in de praktijk geen of nauwelijks risico lopen om in de proceskosten te worden veroordeeld en voorts dat de hoogte van het griffierecht in bestuursrechtelijke zaken beperkt is en daarvan bij onvermogen vrijstelling kan worden verleend. Verder is relevant dat het Bpb, anders dan het geval was in de door appellanten aangehaalde zaak Zustović t. Kroatië, wél voorziet in een vergoeding. De forfaitaire vergoeding waarin het Bpb voorziet, is in de regel voldoende om burgers die procederen met een toevoeging en die dus voor de toegang tot de rechter op steun van overheidswege zijn aangewezen indien zij zich door een advocaat laten bijstaan, in belangrijke mate te compenseren voor de door hen betaalde eigen bijdrage. In gevallen waarin rechtzoekenden zonder een toevoeging procederen en zij dus geacht kunnen worden over voldoende middelen te beschikken om zich van rechtsbijstand te voorzien, mag er in beginsel van worden uitgegaan dat de forfaitaire vergoeding geen disproportionele beperking van het recht op toegang tot de rechter vormt. Bij het vaststellen van de forfaitaire vergoeding moet de rechter rekening houden met het aantal proceshandelingen, met de complexiteit van de zaak en met het gewicht van de belangen die in het geding zijn (Stb. 1993/763, p. 8). Indien zich bijzondere omstandigheden voordoen waarin de forfaitaire vergoeding wél een disproportionele beperking van het recht op toegang tot de rechter vormt, biedt artikel 2, derde lid, van het Bpb de mogelijkheid om een hoger bedrag toe te kennen.

Het betoog dat het Bpb in strijd is met artikel 6 van het EVRM, slaagt niet. Dit betekent dat het college de proceskosten zoals bepaald aan de hand van de regeling in het Bpb moet vergoeden.

* 9 februari 2022 (ABRvS 202002119/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, ombouwen pluimveestal naar volière-huisvesting met wintergarten, grondentrechter omgevingsrechtzaken, keuze procedure/Aarhus, m.e.r.-plicht (Rb Overijssel 19/1339)
7.       De Afdeling heeft in haar uitspraak van heden (ECLI:NL:RVS:2022:363) overwogen dat zij ter bevordering van de rechtseenheid en om redenen van rechtsbescherming aanleiding ziet de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep te verlaten. In die uitspraak is ook overwogen dat dit niet geldt voor het omgevingsrecht. De Afdeling zal in omgevingsrechtelijke zaken de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep blijven hanteren. De reden daarvoor is dat in zaken over omgevingsrechtelijke besluiten in het merendeel van de gevallen belangen van derden zijn betrokken. Daarin verschillen omgevingsrechtelijke zaken van niet-omgevingsrechtelijke zaken, waarin in het merendeel van de gevallen sprake is van tweepartijengeschillen. Vanuit een oogpunt van rechtszekerheid voor die derden is het van belang dat de bestuursrechter niet alleen waakt over de (proces)positie van de partij(en) die hoger beroep instelt c.q. instellen, maar ook voor de procespositie van de overige partijen waaronder die van vergunninghouders en voor belangen van derden zoals degenen die om optreden tegen een gestelde overtreding hebben gevraagd. Daar komt bij dat het in omgevingsrechtelijke zaken vaker gaat om zaken met grote maatschappelijke belangen zoals infrastructurele projecten, woningbouw en energietransitie met korte wettelijke afdoeningstermijnen waarvoor een efficiënte rechtsgang extra van belang is. Ook daarom is het nodig dat de omvang van het geding in die zaken tijdig wordt afgebakend.

In zaken over het omgevingsrecht geldt daarom als uitgangspunt dat de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep toepassing blijft vinden. Alleen indien is uitgesloten dat het toestaan van één of meer nieuwe gronden in hoger beroep leidt of kan leiden tot benadeling van derde-belanghebbenden, kan de bestuursrechter een uitzondering maken op genoemd uitgangspunt. Voor zaken die onder het procesrecht van de Crisis- en herstelwet (Chw) vallen, geldt echter dat de grondentrechter steeds wordt toegepast.

De Afdeling merkt als omgevingsrechtelijke zaken aan de zaken over besluiten op grond van de:

* Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

* Wet milieubeheer

* Wet ruimtelijke ordening

* Tracéwet

* Wet geluidhinder

* Wet natuurbescherming

* Ontgrondingenwet

* Waterwet

* Wet bodembescherming

* Wet luchtvaart

* Mijnbouwwet

* Kernenergiewet

* Wet inzake de luchtverontreiniging

* Wet bescherming Antarctica, en

* andere wetten en regelingen op het gebied van het milieu en de ruimtelijke ordening.

* 9 februari 2022 (ABRvS 202001149/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en maken uitrit, supermarkt, verbeelding/geen strijd met bpl, gewijzigd bouwplan, overgangsrecht/Reparatiewet (Rb Oost-Brabant 18/3168 en 18/3205)
8.2.    Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014, 458) in werking getreden. Bij deze wet is onder meer de Woningwet gewijzigd. Ingevolge artikel XXIII, onder C, van de Reparatiewet is artikel 8, vijfde lid, van de Woningwet vervallen. Dit artikel maakte het mogelijk om in de bouwverordening voorschriften van stedenbouwkundige aard op te nemen. Een dergelijke voorschrift is artikel 2.5.30 van de bouwverordening, waarin voorschriften staan over parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen. Artikel 133, eerste lid, van de Woningwet, zoals dit is toegevoegd ingevolge artikel XXIII, onder H, van de Reparatiewet BZK 2014 luidt:

“Voor gebieden waar op het tijdstip van inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014 een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is, blijven de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, 7b, eerste lid, 8, vijfde en zevende lid, 9, 10 en 12, derde lid, zoals die laatstelijk luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014, van toepassing tot het tijdstip van wijziging van het bestemmingsplan voor het gebied, doch uiterlijk tot 1 juli 2018”.

8.3.    In dit geval gold op het tijdstip van inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK het bestemmingsplan. Dit betekent dat ingevolge het in artikel 133, eerste lid, van de Woningwet opgenomen overgangsrecht vanaf 1 juli 2018 de voorschriften in artikel 2.5.30 van de bouwverordening niet meer golden. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat ingevolge dit overgangsrecht het aangepaste bouwplan niet meer kon worden getoetst aan artikel 2.5.30 van de bouwverordening. De rechtbank heeft haar oordeel, waarbij zij heeft overwogen het door haar weergegeven standpunt van het college te volgen, voldoende gemotiveerd.

Het betoog van Plus en anderen slaagt niet.

* 4 februari 2022 (Rb Gelderland 21/5856): Awb, Wob; vovo, openbaarmaking gegevens, dierenaantallen van veehouders in provincie, milieu-/emissiegegevens, geen uitzonderingsgronden van toepassing
5.1.   De minister betoogt dat gezien het belang van het openbaar maken van emissiegegevens, om een succesvol beroep te kunnen doen op de uitzonderingsgrond van het voorkomen van sabotage, volgens de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 202119, sprake moet zijn van concrete aanknopingspunten voor daadwerkelijke schade, die ontstaat door openbaarmaking van de emissiegegevens. Er is niet gebleken dat sprake is van een concrete dreiging waarbij de beveiliging van de betreffende bedrijven in het geding is of een aanwijzing van mogelijke sabotage zou zijn. Dat betekent dat in dit geval het belang van openbaarheid van overheidsinformatie moet prevaleren en de informatie openbaar gemaakt moet worden.

5.2.   Dit betoog van de minister slaagt. In haar eerder aangehaalde uitspraak van 27 januari 2021 heeft de Afdeling overwogen dat:

“Dit alles betekent dat de minister bij het inroepen van de in artikel 10, zevende lid, aanhef en onder b, van de Wob neergelegde uitzonderingsgrond aannemelijk moet maken dat openbaarmaking van de desbetreffende milieu-informatie daadwerkelijk schade zou toebrengen aan het met geheimhouding gediende belang, te weten de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. Daarvoor moeten ook concrete aanknopingspunten bestaan. Met andere woorden: voor een beroep op de uitzonderingsgrond in dit soort zaken, waarin het gaat om openbaarmaking van milieu-informatie over emissies, ligt de bewijsrechtelijke en motiveringsdrempel hoger dan in andere zaken.”.

5.2.1.   De minister ziet geen grond voor toepassing van die bepaling. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat openbaarmaking van de gegevens schade zal toebrengen aan het met geheimhouding daarvan gediende belang, te weten de beveiliging van de betreffende bedrijven en het voorkomen van sabotage. Daarvoor zijn geen op dit moment geen concrete aanknopingspunten.

5.3.   De minister heeft daarom geen ruimte om de openbaarmaking te weigeren.

* 9 februari 2022 (ABRvS 201903497/3/R4): Awb, Wro; bpl, buitengebied, tuin/agrarische grond, beperken vergunningvrij bouwen!!!
6.3.    Over de vrees van [appellanten] voor de gevolgen van vergunningvrij bouwen op gronden met de bestemming “Tuin – Landschappelijk”, overweegt de Afdeling dat in artikel 22.3 van de planregels is vastgelegd dat deze gronden geen deel uitmaken van het “erf”. Uit de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:571, volgt dat artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor, zich niet verzet tegen een planregeling waarin de omvang en ligging van het “erf” ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw nader wordt gereguleerd. De planwetgever kan in het plan vastleggen dat bepaalde gronden – in de omgeving van het hoofdgebouw – geen deel uitmaken van het erf, zodat de bepalingen, die vergunningvrij bouwen in de zin van artikel 2 van bijlage II van het Bor mogelijk maken, voor deze gronden niet van toepassing zijn. Hierbij geldt dat een planregeling die in zijn algemeenheid, dus zonder acht te slaan op de locatie-specifieke omstandigheden, vergunningvrij bouwen aan banden legt, niet aanvaardbaar is. De raad moet deugdelijk motiveren dat een planregeling die de wettelijke mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen beperkt, gelet op de locatie-specifieke omstandigheden, strekt tot een goede ruimtelijke ordening.

In de plantoelichting staat dat bij het actualiseren van het bestemmingsplan op meerdere locaties is geconstateerd dat voormalige agrarische gronden in gebruik zijn genomen als tuin bij aangrenzende woningen. Omdat het onrealistisch is dat het agrarisch gebruik hier nog terugkeert, is in dit bestemmingsplan de keuze gemaakt om de desbetreffende gronden ook als zodanig te bestemmen. Daarbij weegt mee dat het gebruik als tuin een zeer beperkte invloed heeft op de omgeving. Dat geldt echter niet voor situaties waarin bebouwing wordt gerealiseerd.

Aan de gronden ten zuiden van de percelen [locatie 3], [locatie 2], [locatie 1] en [locatie 4] was in het vorige bestemmingsplan een agrarische bestemming toegekend. Voor die bestemming gold als uitgangspunt dat bebouwing binnen het bouwvlak geconcentreerd diende te worden. De agrarische gronden buiten de bouwvlakken zorgden voor een groot deel voor de kenmerkende openheid van het polderlandschap. De gemeente beoogt deze waarde zorgvuldig te beschermen. Om die reden is voor de desbetreffende stroken grond een specifieke tuinbestemming opgenomen, waarmee wel het gebruik als tuin wordt toegestaan, maar bebouwing slechts zeer beperkt mogelijk wordt gemaakt. In overeenstemming met dit uitgangspunt is voor de bestemming “Tuin – Landschappelijk” vastgelegd dat deze gronden niet als “erf” aangemerkt worden in het kader van vergunningvrij bouwen, aldus de plantoelichting.

De Afdeling is van oordeel dat de raad een deugdelijke verantwoording heeft gegeven van zijn beslissing de gronden met de bestemming “Tuin – Landschappelijk” uit te zonderen van het erf bij de (woon)percelen aan de Nessersluis. In wat [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 22.3 van de planregels niet het door de raad beoogde gevolg heeft. De uitspraak van de Afdeling van 15 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0146, waarop [appellanten] hebben gewezen, ziet op een situatie waarin in het bestemmingsplan juist niet is vastgelegd dat bepaalde gronden niet tot het erf behoren. Het betoog slaagt niet.

* 3 februari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3698): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor afwijken bpl en aanleggen, mountainbike-route in Natura 2000-gebied, procedure/Aarhus, Wnb/vvgb/vergunning, opleggen maatregel
6.5.   De voorzieningenrechter overweegt dat niet in algemene zin is aan te geven welke besluiten “Aarhus-besluiten” zijn en dus in een concreet geval onder de werkingssfeer van artikel 6 van het Verdrag vallen. Het gaat om besluiten over het al dan niet toestaan van activiteiten vermeld in bijlage I bij het verdrag (artikel 6, eerste lid, onder a) en om besluiten over niet in bijlage I vermelde activiteiten die een aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben (artikel 6, eerste lid, onder b). Aangezien de aangelegde en nog aan te leggen MTB-route deels door de Natura 2000-gebieden “Het Drents-Friese Wold” en “Het Leggerveld” gaan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning een aanzienlijk effect kan hebben op het milieu. Gelet hierop volgt uit artikel 6, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 6, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus dat verweerder in dit geval gehouden is om vroegtijdige en doeltreffende inspraak te organiseren wanneer alle opties (nog) open zijn (vgl. AbRvS, 14 april 2021, ECLI:NL:RVS: 2021:786). Uit de in rechtsoverweging 6.4. vermelde vaste jurisprudentie van de AbRvS volgt dat de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Afdeling 3.4 van de Awb is in Wabo echter niet van toepassing verklaard op elke voorbereiding van een omgevingsvergunning en evenmin is op andere wijze in de Wabo voorgeschreven dat bij de totstandkoming van elke omgevings-vergunning inspraak wordt geboden. Omdat niet dwingend is voorgeschreven dat een bestuursorgaan inspraak biedt voordat beslist wordt op een aanvraag voor een omgevings-vergunning, is artikel 6, vierde lid, van het Verdrag van Aarhus op dit punt niet correct geïmplementeerd. Van verweerder mag bij een dergelijke incorrecte implementatie op grond van het beginsel van Unietrouw, zoals verwoord in artikel 4, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verwacht worden dat het met toepassing van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb, afdeling 3.4 van die wet van toepassing verklaart op de voorbereiding van de omgevingsvergunning. Nu verweerder dat in dit geval heeft nagelaten, komt aan verzoeksters een rechtstreeks beroep toe op het Verdrag van Aarhus voor zover het gaat om de eis dat inspraak wordt verleend bij een toestemmingsbesluit in het kader van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Het betoog van verzoeksters dat ten onrechte geen inspraak is geboden in het kader van de totstandkoming van het bestreden besluit slaagt. Omdat de Wabo, op basis waarvan de aanvraag nu moet worden voorbereid (zie artikel 3.9, eerste lid, van de Wabo), niet regelt dat voorafgaand aan het nemen van een besluit op de aanvraag inspraak wordt geboden, zal verweerder, gelet op het beginsel van Unietrouw, met toe-passing van artikel 3:10, eerste lid, van de Awb, alsnog moeten besluiten dat die afdeling op de voorbereiding van het besluit van toepassing is.

6.6.   Gelet op rechtsoverweging 6.5. is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder in dit geval ten onrechte de reguliere voorbereidingsprocedure heeft gevolgd bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Gelet hierop zal het bestreden besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in bezwaar geen stand houden, zodat de voorzieningenrechter in beginsel bevoegd is tot het treffen van een voorlopige voorziening en/of het treffen van een maatregel. Voor de beantwoording van de vraag of de voorzieningenrechter dat moet doen, zal de voorzieningenrechter een belangenafweging moeten voltrekken. Daarin zal het inhoudelijke aspect of verweerder in dit geval heeft kunnen volstaan met een voortoets worden betrokken.
7.5.   Nu vast staat dat ten behoeve van de aanleg van de MTB-route geen afzonderlijke aanvraag ingevolge de Wnb of een aanvraag om afgifte van een vvgb bij het college van GS is ingediend, heeft verweerder het bestreden besluit naar het oordeel van de voorzieningen-rechter in strijd met het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, gelezen in verbinding met artikel 2.2aa, eerste lid, en artikel 6.10a, eerste lid, van het Bor genomen. Dit brengt met zich dat de voorzieningenrechter ook om die reden bevoegd is om een voorlopige voorziening te treffen en in dit geval na een belangenafweging gebruik zal maken van die bevoegdheid.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

* ABRvS 15 december 2021 Planschade, uitbreiding van de derde skibaan van SnowWorld in Zoetermeer, handvatten normaal maatschappelijk risico
* ABRvS 26 januari 2022 Omgevingsvergunning bouwen en afwijken bestemmingsplan, voor de vaststelling van de omvang van het bouwperceel mocht het college uitgaan van de kadastrale perceelsgrens
* ABRvS 26 januari 2022 Schorsing procescertificaat asbestsanering door certificerende instelling