Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 2 maart 2022 (ABRvS 202103500/1/R3): Awb; herziening, bpl, geen nieuwe feiten of omstandigheden
* 2 maart 2022 (ABRvS 202103410/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, herinrichten bijgebouw voor B&B (Rb Midden-Nederland 20/2594)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202101687/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, trap naar en hekwerk voor dakterras, begrip achtergevel, privacy, vluchtroute (Rb Midden-Nederland 19/3174)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202100754/1/R2): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen bouwwerken en staken strijdig gebruik, duidelijkheid last, hoogte dwangsom (Rb Limburg 20/104)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202100288/1/A2): Awb, Wro; planschade, planvergelijking, taxatie, tussenuitspraak (Rb Oost-Brabant 19/842)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202007072/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakkapel in voorgebied, strijd met bpl (Rb Midden-Nederland 20/57)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202006983/1/R2 en 202007086/1/R2): Awb, Wro; bpl-en, woningen, zorgcomplex, bouwhoogte, verkeer, parkeren
* 2 maart 2022 (ABRvS 202006918/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiden restaurant, VNG-brochure (Rb Gelderland 19/2938)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202006566/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, HOP, toegankelijkheid gebied, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/6603)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202006393/1/R2): Awb, Wro; bpl, bestemming tuin voor nieuwe woningen, spuitzone/max gebruiksmogelijkheid perceel, motivering, voorwaardelijke verplichting, privaatrechtelijke belemmering
* 2 maart 2022 (ABRvS 202006110/1/R4): Awb, Wro; bpl, compensatiewoning, VAB-beleid, bodemverontreiniging
* 2 maart 2022 (ABRvS 202005929/1/R4): Awb, Wabo; handhaving, planregels, bosperceel, storten tuinafval, ophoging, hagen (Rb Midden-Nederland 19/4732 en 20/3303)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202005545/1/R3 en 202005839/1/R3): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woningen, geluid/relativiteit, woonvisie, geurbelasting/veehouderij, normstelling geurverordening, bebouwde kom, motivering
* 2 maart 2022 (ABRvS 202005027/1/A2): Awb, Wro; planschade (Rb Gelderland 19/5663)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202004749/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antennemast, natuur/relativiteit, welstand, alternatieve locatie (Rb Noord-Nederland 20/2405 en 20/660)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202003684/1/A2): Awb, Wro; planschade, belanghebbende, waardevermindering woning, normaal maatschappelijk risico, taxatie, zelf in de zaak voorzien (Rb Midden-Nederland 18/2353)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202003602/3/R3 en 202105506/3/R3): Awb, Wro; bpl, camping, kwantitatieve behoefte, motivering, omgevingsplan buitengebied, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
# 2 maart 2022 (ABRvS 202002760/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakterras op uitbouw winkel, dakconstructie, Bouwbesluit, heropening onderzoek, nader onderzoek (Rb Den Haag 18/2543 en 18/2544)
* 2 maart 2022 (ABRvS 202000022/1/R2): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning, door brand verwoeste recreatiewoning, geen bouwwerkzaamheden, openbaarmaking uitspraak rechtbank, belanghebbende, mandatering, bevoegdheid, belangenafweging (Rb Oost-Brabant 18/2489)
* 2 maart 2022 (ABRvS 201907135/1/R1): Awb, Wro; bpl, woonwijk, Ladder/Bro, behoefte, provinciale verordening, verkeer, waterberging
* 1 maart 2022 (CBb 20/608): Awb, Msw; vaststelling fosfaatrecht, schadevergoeding
* 1 maart 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 22/37): Awb, Gmw; vovo, handhaving, sluiting pand, openbare orde
* 28 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1088): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfspand met hallen en kantoor, geen aanhaken Wnb, woon- en leefklimaat
* 28 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1079): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, bedrijfspand met hallen en kantoor, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 28 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1364): Awb, Gmw; handhaving, dwangsommen, verbod gebruik maken van openbare weg, drugsuithaler, APV, verkeerde grondslag
* 28 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 22/47 en 22/48): Awb, Wnb; vovo en kortsluiten, opdracht tot doden heckrunderen en zieke of gebrekkige Konikpaarden, Oostvaarderplassen, belanghebbenden, alternatieve oplossing, motivering
* 28 februari 2022 (ABRvS 202107416/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woning, geen spoedeisend belang
* 28 februari 2022 (ABRvS 202200536/2/R3): Awb, Wabo; vovo, handhaving, bestuursdwang, staken met bpl strijdig gebruik van rijksmonument voor woondoeleinden, evenredigheid (Rb Den Haag 20/1187, 20/1206 en 20/6436)
* 25 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/9572 WABOM en BRE 20/9638 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, varkenshouderij, geur, EVRM, geurbeheersplan, Wgv, geurrendementsmeting luchtwassers, zelf in de zaak voorzien
* 25 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/3153 en SHE 22/5): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunningen voor zonneparken, belangenafweging
* 25 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 22/1005): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, preventieve last onder dwangsom, voorgenomen en dreigende overtreding niet laten plaatsvinden, verbouwing, flitsbezorgdienst, strijd met bpl
* 24 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3446 WABOA, 21/3447 GEMWT en 21/3448 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dichtmaken binnetrap/splitsen woning, termijn besluitvorming/dwangsom/vergunning van rechtswege
* 24 februari 2022 (CBb 21/1016): Awb, Wet dieren; vovo, last onder bestuursdwang, overtredingen, houden van honden in benches
* 24 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1957 WATER): Awb, Waterwet; vergunning, brug over a-watergang, beleidsregels/Keur, alternatief, motivering
* 24 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1996): Awb, Wnb; ontheffing, afschieten van reeën in belang van de verkeersveiligheid, effect op de populatiedichtheid, geen andere bevredigende oplossingen
* 24 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1911): Awb, Wnb; ontheffing, afschieten wilde zwijnen, nulstand, schadebestrijding/verkeersveiligheid, motivering
* 24 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2200): Awb, Wnb; ontheffing afschot van knobbelzwanen en uitvoeren legselreductiemaatregelen, begrip belangrijke schade, Vogelrichtlijn, motivering, schade aan grasland/uitvoeren legselreductiemaatregelen
* 24 februari 2022 (HvJ EU C‑463/20): Prejudiciële verwijzing, m.e.r.-plicht, , verhouding tussen beoordelings- en vergunningsprocedure en een nationale procedure tot afwijking van de in richtlijn 92/43/EEG bedoelde maatregelen ter bescherming van de soorten
* 23 februari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/1209): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, strijd met bpl, bewijslast/BRP
* 23 februari 2022 (Rb Rotterdam C/10/623194 / HA ZA 21-689): BW; knallende dakplaten, geluidsoverlast, deskundigenrapport, conformiteit woning, referentiekader
* 23 februari 2022 (Gerecht EU T‑636/19): Arrest, REACH, op kandidaatslijst zetten van 2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluorpropoxy)propionzuur, zouten daarvan en acylhalogeniden daarvan, zeer zorgwekkende stoffen, beoordeling, evenredigheid
* 23 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/233 OPIUMW VV): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepkwekerij, bevoegdheid, noodzaak, evenredigheid
* 22 februari 2022 (Rb Limburg ROE 21/3278): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, afhaalcentrum/bezorgen sushi, horeca, strijd met bpl, planregels, overtreder
* 22 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/2019): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijkend gebruik, opslag groente en fruit ten behoeve van markten, structuurvisie, Dienstenrichtlijn, evenredigheid, motivering, aanwijzingen voor nieuw besluit
* 22 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/3784): Awb, Wnb; vergunning, varkenshouderij, referentiesituatie, transportemissies, geen toename ammoniakemissies/vergunningplicht
* 22 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8431 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, op- en overslag van containers, trailers auto’s en stukgoederen, geluidzone, maximale geluidsniveaus, geluidwal, lichthinder
* 22 februari 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7210 WABO en 20/7226 WABO): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antennedrager, strijd met bpl, welstand, vrijheid van meningsuiting, EVRM
* 22 februari 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/924): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en strijdig gebruik, kunstwerk in vorm van tram, geen gebouw, geluid, hangjongeren, ontmoetingsplek, motivering
* 22 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/6598): Awb, Gmw; handhaving, sluiting hotel, overtreding Noodverordening, zelf in de zaak voorzien
* 22 februari 2022 (CBb 20/825 en 20/945): Awb; verstrekking van subsidie voor het saneren van varkenshouderijlocaties in verband met geurhinder, proceskosten, schade
* 21 februari 2022 (Rb Overijssel ZWO 21/363): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, kapschuur, relatie bpl/grondgebondenheid, motivering
* 21 februari 2022 (Rb Overijssel AWB 20/2292 en AWB 20/2334): Awb, Wabo; handhaving, bijgebouw, vergunningvrij, Bor, krijtstreepmethode, evenredigheid, motivering
* 18 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/1041): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbouw woning met dakopbouw, privaatrechtelijke belemmering, nooddeur/uitzicht/BW
* 18 februari 2022 (Rb Limburg ROE 22/242): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, hennepplantage in kelder, bevoegdheid, evenredigheid
* 18 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/320): Awb, Wabo; buiten behandeling laten omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en milieuneutrale verandering, wijzigen schoorsteen mestinstallatie, m.e.r.-beoordelingsplicht, toename verwerkingscapaciteit
* 18 februari 2022 (Rb Limburg ROE 22/131): Awb, Wabo; opheffing vovo, omgevingsvergunning voor supermarkt met hoge muur, gewijzigd besluit/novum, belangenafweging, geen kortsluiting
* 18 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 22/472 en SGR 22/471): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor kappen bomen, herinrichting tramlijn, boom effect analyse, APV, motivering
* 18 februari 2022 (Rb Amsterdam AMS 22/486): Awb, Gmw; vovo, last onder bestuursdwang, verwijderen woonboot uit openbaar water, gevaar voor veiligheid en gezondheid van personen
* 17 februari 2022 (Rb Gelderland ARN 21/5793 en 21/5794): Awb, Wabo, Wm, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, papierfabriek, luchtemissies, Activiteitenbesluit/-regeling, RBS, onduidelijkheid, motivering
* 16 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/3180): Awb, Wnb; handhaving, varkenshouderij, PAS-melder, geen vergunning, geen zicht legalisatie, belangenafweging en bijzondere omstandigheden die daarbij moeten worden betrokken
* 16 februari 2022 (Rb Amsterdam AMS 20/1802): Awb, Gmw; last onder dwangsom, gebruik perceel, auto met caravan, strijd met bpl, APV, EHRM
* 15 februari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/67): Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder bestuursdwang, ontbreken melding brandveilig gebruik, geen spoedeisend belang
* 9 februari 2022 (CBb 22/78): Awb, Wet dieren; vovo, spoedbestuursdwang, inbeslagname en afvoeren dieren
* 24 december 2021 (Rb Limburg ROE 18/1094, ROE 18/1167 en ROE 17/2275): Awb, AWR; rioolheffing, opbrengstlimiet, onderbouwing, verbindendheid verordening
* 30 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/5423):Awb, AWR; leges omgevingsvergunning
* 30 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/4794): Awb, Wabo; niet in behandeling nemen aanvraag omgevingsvergunning, ontbreken gegevens, Mor

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 2 maart 2022 (ABRvS 202006566/1/R2): Awb, Wabo; handhaving, HOP, toegankelijkheid gebied, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Zeeland-West-Brabant 19/6603)
4.1     ……………………………….

Dat de Stichting in eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling als belanghebbende is aangemerkt, biedt evenmin grond voor het oordeel dat de Stichting ook in deze zaak belanghebbende is. In iedere zaak dient immers opnieuw te worden beoordeeld of zij belanghebbende is. De situatie in deze handhavingszaak is anders dan in de vorige zaken, in die zin dat, anders dan toen, ten tijde van het verzoek om handhaving van de stichting het perceel niet meer vrij toegankelijk was en geen sprake meer was van een HOP.

De door de Stichting genoemde uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021 over het Varkens in Nood-arrest van het Hof van Justitie gaat over een situatie die hier niet aan de orde is. Die uitspraak gaat over de toegang van een niet-belanghebbende partij tot de bestuursrechter bij toepasselijkheid van de uniforme voorbereidingsprocedure. In deze handhavingszaak is de uniforme voorbereidingsprocedure niet toegepast, zodat om die reden al de uitspraak van 4 mei 2021 niet kan leiden tot de conclusie dat de Stichting in deze zaak ontvankelijk moet worden verklaard.

* 2 maart 2022 (ABRvS 202004749/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, antennemast, natuur/relativiteit, welstand, alternatieve locatie (Rb Noord-Nederland 20/2405 en 20/660)
Grondentrechter tussen beroep en hoger beroep

  1. [appellant] en anderen betogen dat de locatiekeuze in strijd is met het “Afwijkingsbeleid kruimelgevallen”.

5.1.    In omgevingsrechtelijke zaken is het uitgangspunt dat de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep toepassing blijft vinden. Alleen indien is uitgesloten dat het toestaan van één of meer nieuwe gronden in hoger beroep leidt of kan leiden tot benadeling van derde-belanghebbenden, maakt de Afdeling een uitzondering op dat uitgangspunt en past zij de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep niet toe. Vgl. de uitspraak van 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:362.

5.2.    In dit geval gaat het om een omgevingsrechtelijke zaak waarin niet is uitgesloten dat het toestaan van een nieuwe grond in hoger beroep tot benadeling van een derde-belanghebbende kan leiden. [appellant] en anderen hebben deze grond en de daaraan ten grondslag liggende feiten voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Er is geen reden waarom zij deze grond niet al bij de rechtbank aan de orde hadden kunnen stellen. Met het oog op de rechtszekerheid van de derde-belanghebbende hadden zij dit wel moeten doen. De Afdeling zal deze grond dan ook niet inhoudelijk bespreken.

* 28 februari 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1364): Awb, Gmw; handhaving, dwangsommen, verbod gebruik maken van openbare weg, drugsuithaler, APV, verkeerde grondslag
3.2   In afdeling 14 van de APV is een aantal bepalingen opgenomen die erop zijn gericht om overlastgevende aspecten van gebruik van en handel in drugs op straat te voorkomen. Artikel 2:74 van de APV is specifiek gericht op het bestrijden van overlast die wordt veroorzaakt door drugshandel op straat, bijvoorbeeld door groepsvorming van drugsgebruikers en -handelaren. Dat volgt uit de tekst en de toelichting op dat artikel en uit de titel van het artikel. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 2:74 van de APV niet is geschreven voor een situatie als hier aan de orde, waarbij een persoon niet op de openbare weg maar op privéterrein wordt aangetroffen met de kennelijke bedoeling drugs uit containers te halen. Hoewel uithalers onmiskenbaar een onderdeel vormen van de drugshandel, vindt het uithalen van drugs niet plaats op de openbare weg en levert die handeling op zichzelf geen overlast op straat op. Ook het gebruik van de openbare weg om naar het havengebied te reizen leidt, ook als dat gebeurt met het kennelijke doel om daar drugs uit containers te halen, niet tot overlast op de openbare weg. Dat de drugs die uit de containers worden gehaald mogelijk ook in Rotterdam worden verhandeld, betekent evenmin dat het gebruik van de openbare weg tot overlast op straat leidt. Bovendien staat de mogelijkheid dat de uitgehaalde drugs uiteindelijk op straat in Rotterdam worden verkocht en dat dat tot overlast kan leiden, in een te ver verwijderd verband tot het gebruik van de openbare weg door uithalers om te reizen naar en van het haventerrein. Dit betekent dat het uithalen van drugs zoals beschreven in de rapportage dan wel het reizen naar het haventerrein om daar drugs uit te halen, geen overtreding oplevert van artikel 2:74 van de APV. De rechtbank begrijpt goed dat verweerder de problematiek van uithalers van drugs in de Rotterdamse haven (bestuursrechtelijk) wenst aan te pakken, maar daarvoor kan dit artikel dus geen grondslag bieden. De aan eiser opgelegde last onder dwangsom kan geen standhouden omdat eiser met de in de rapportage beschreven gedragingen artikel 2:74 van de APV niet heeft overtreden.

* 25 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 22/1005): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, preventieve last onder dwangsom, voorgenomen en dreigende overtreding niet laten plaatsvinden, verbouwing, flitsbezorgdienst, strijd met bpl
9.2   Verweerder wenst geen medewerking te verlenen aan een afwijking van het bestemmingplan voor de vestiging van een flitsbezorgdienst ter plaatse, omdat op basis van de bestemmingen die gelden voor [adres] wordt getracht een prettige winkelstraat te creëren. Deze winkelstraat wordt gekenmerkt door kleinschalige winkels in het luxere en hogere segment. De winkelvoorzieningen moeten daarnaast goed passen binnen het bestaande woonmilieu en moet goed aansluiten op het kleinschalig dorpskarakter en het rustige karakter van het omliggende woongebied. Een gebruik zoals hier aan de orde valt hier niet onder. Verweerder is daarom ook niet bereid tot legalisering. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan niet gezegd worden dat die motivering kennelijk onhoudbaar is.

9.3   Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, zie onder meer de uitspraak van 26 november 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:2306) en van 25 februari 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BH3983), is een bestuursorgaan slechts bevoegd tot het aanzeggen van preventieve bestuursdwang indien overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat op 10 februari 2022 nog een controle in het pand heeft plaatsgevonden, waarbij gebleken is dat het beoogde gebruik niet is gewijzigd ten opzichte van de eerdere controle. Tevens is tijdens dat bezoek aangekondigd dat de vestiging op 11 februari 2022 open zou gaan, hetgeen verweerder wilde voorkomen. Daarom is verweerder er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht vanuit gegaan dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overtreding van artikel 4.1 van de planregels zou plaatsvinden en was verweerder bevoegd een preventieve last op te leggen. Vanwege de aangekondigde openingsdatum heeft verweerder naar voorlopig oordeel het primaire besluit nog diezelfde dag, op 10 februari 2022, mogen nemen.

9.4   Dat in het primaire besluit geen begunstigingstermijn is gesteld acht de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk, omdat nog geen overtreding was geconstateerd. De voorzieningenrechter volgt verzoekster verder niet in haar stelling dat het besluit onredelijk laat is verstuurd. Verzoekster kon op grond van de inhoud van de brief van 26 januari 2022 ook verwachten dat verweerder handhavend zou gaan optreden als de vestiging zou opengaan.

* 24 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2200): Awb, Wnb; ontheffing afschot van knobbelzwanen en uitvoeren legselreductiemaatregelen, begrip belangrijke schade, Vogelrichtlijn, motivering, schade aan grasland/uitvoeren legselreductiemaatregelen
Het provinciebestuur verleende een ontheffing voor het afschieten van knobbelzwanen om belangrijke schade aan grasland door begrazing te voorkomen. De rechtbank moest in deze zaak dus de vraag beantwoorden wanneer sprake is van ‘belangrijke schade’. De vaste lijn in de rechtspraak is dat dat schade is van € 250,- per geval, per bedrijf, per jaar. De rechtbank oordeelt nu echter dat die lijn niet meer gevolgd moet worden. Het begrip ‘belangrijke schade’ komt uit de Europese Vogelrichtlijn. Volgens de Europese Commissie moet het gaan om belangrijke schade aan een economisch belang. Er moet dus meer aan de hand zijn dan gewoon ongemak. Daarom kan het volgens de rechtbank niet zo zijn dat € 250,- schade aan grasland in álle gevallen onder ‘belangrijke schade’ valt. Enkel het argument dat een ontheffing voor het afschieten van knobbelzwanen nodig is om belangrijke schade aan grasland te voorkomen, is onvoldoende onderbouwing.

* 24 februari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1911): Awb, Wnb; ontheffing, afschieten wilde zwijnen, nulstand, schadebestrijding/verkeersveiligheid, motivering
Al sinds 1991 bestaat in Nederland het zogenoemde ‘nulstandbeleid’, dat inhoudt dat er buiten de Veluwe en twee gebieden in Limburg geen groepen van wilde zwijnen mogen leven. Het Utrechtse provinciebestuur wees bij het verlenen van de ontheffing tot afschot van wilde zwijnen op dat nulstandbeleid. Gevreesd wordt dat als er eenmaal wilde zwijnen in Utrecht zijn, zij zich zó snel voortplanten dat ze schade gaan aanrichten en ziektes kunnen verspreiden. De rechtbank is het met de stichtingen eens dat die aanname onvoldoende onderbouwd is en dat het nulstandbeleid niet altijd gehanteerd hoeft te worden. In Gelderland en Limburg komen dan wel grote groepen wilde zwijnen voor die schade veroorzaken, maar dat betekent nog niet dat in Utrecht een kleinere populatie óók schade zou aanrichten. De provincie moet daarvoor eerst beter onderbouwen dat het nulstandsbeleid nodig is om schade te voorkomen, bijvoorbeeld omdat het te veel geld of inspanning kost om de populatie wilde zwijnen op zo’n lager niveau te houden.

* 23 februari 2022 (Gerecht EU T‑636/19): Arrest, REACH, op kandidaatslijst zetten van 2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluorpropoxy)propionzuur, zouten daarvan en acylhalogeniden daarvan, zeer zorgwekkende stoffen, beoordeling, evenredigheid
44    Volgens de rechtspraak beschikken de bevoegde autoriteiten van de Unie in een complexe technische context met een evolutief karakter zoals in casu over een ruime beoordelingsbevoegdheid, met name wat de beoordeling van zeer complexe wetenschappelijke en technische feitelijke elementen betreft, om de aard en de omvang van de door hen vastgestelde maatregelen te bepalen, overwegende dat de toetsing door het Hof van de Unie beperkt moet blijven tot het onderzoek of de uitoefening van een dergelijke bevoegdheid niet aangetast is door een kennelijke vergissing of misbruik van bevoegdheid, dan wel of deze autoriteiten de grenzen van hun discretionaire bevoegdheid niet kennelijk hebben overschreden (zie zaak C-15/10 Etimine, EU: C:2011:504, punt 60, en de aangehaalde rechtspraak, en zaak T-134/13, Polynt en Sitre/ECHA, niet gepubliceerd, EU:T:2015:254, punt 52, en de aangehaalde rechtspraak).

45    In die omstandigheden moeten, volgens vaste rechtspraak, om aan te tonen dat een dergelijke autoriteit bij de beoordeling van complexe feiten een kennelijke fout heeft begaan die de nietigverklaring van de betrokken handeling rechtvaardigt, de door de verzoeker aangevoerde bewijzen toereikend zijn om de beoordelingen van de feiten in die handeling ongeloofwaardig te maken (zie zaak T-257/07, Frankrijk/Commissie, EU:T:2011:444, punt 86, en aangehaalde rechtspraak).

46    In een dergelijke context kan het Hof van de Unie zijn beoordeling van de wetenschappelijke en technische feitelijke elementen niet in de plaats stellen van die van de autoriteiten van de Unie, aan wie het VWEU deze taak alleen heeft opgedragen (zie zaak C-15/10, Etimine, EU: C:2011:504, punt 60, en de aangehaalde rechtspraak, en van 30 april 2015, Polynt en Sitre/ECHA, T-134/13, niet-gemeld, EU:T:2015:254, punt 52, en de aangehaalde rechtspraak).

47    Nog steeds volgens de rechtspraak geldt de ruime beoordelingsbevoegdheid van de autoriteiten van de Unie, die een beperkte rechterlijke toetsing van de uitoefening ervan impliceert, niet uitsluitend voor de aard en de draagwijdte van de vast te stellen bepalingen, maar ook, tot op zekere hoogte, voor de vaststelling van de basisgegevens. Een dergelijke rechterlijke toetsing, ook al is zij beperkt van omvang, vereist evenwel dat de autoriteiten van de Unie, de opstellers van de betrokken handeling, voor het Hof van de Unie kunnen aantonen dat de handeling is vastgesteld door de daadwerkelijke uitoefening van hun discretionaire bevoegdheid, hetgeen veronderstelt dat rekening is gehouden met alle relevante elementen en omstandigheden van de situatie die de handeling beoogde te regelen (zie zaak C-343/09 Afton Chemical, EU: C:2010:419, punten 33 en 34, en de aangehaalde rechtspraak, en zaak T-134/13, Polynt en Sitre/ECHA, niet gepubliceerd, EU:T:2015:254, punt 53, en de aangehaalde rechtspraak).

48    Het staat dan ook aan de rechter van de Unie om, wat het door verzoekster aangevoerde bewijs betreft, de materiële juistheid van het aangevoerde bewijs, de betrouwbaarheid en de samenhang ervan te verifiëren en na te gaan of dit bewijs alle relevante gegevens bevat die bij de beoordeling van een complexe situatie in aanmerking moeten worden genomen, en of het de daaruit getrokken conclusies kan dragen (zaak C-525/04 P, Spanje/Cenzing, EU: C:2007:698, punt 57; van 6 november 2008, Nederland/Commissie, C-405/07 P, EU:C:2008:613, punt 55, en van 9 september 2011, Frankrijk/Commissie, T-257/07, EU:T:2011:444, punt 87).

* 18 februari 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 21/320): Awb, Wabo; buiten behandeling laten omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en milieuneutrale verandering, wijzigen schoorsteen mestinstallatie, m.e.r.-beoordelingsplicht, toename verwerkingscapaciteit
4.3   Op basis van de aanwijzing in categorie D 18.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden opgesteld bij de activiteit ‘wijziging van een installatie voor de verwijdering van afval’ in het geval de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer. De door de HAC genoemde uitspraak van de Afdeling van 11 mei 20117 betreft een besluit waarop een oudere versie van het Besluit m.e.r van toepassing was. Destijds moest worden beoordeeld of een milieueffectrapport moest worden opgesteld voor een wijziging van de installatie in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op het beheer van afvalstoffen in een hoeveelheid van 100 ton per dag of meer. De Afdeling heeft in de door eisers en verweerder genoemde rechtspraak overwogen dat voor de vraag of een milieueffectrapport moet worden opgesteld in een geval niet de toename van het grondstoffengebruik bepalend is, maar of de installatie zodanig wordt gewijzigd dat het vermogen om grondstoffen te verwerken met meer dan 100 ton per dag toeneemt. Het Besluit m.e.r. is na die uitspraak gewijzigd door het besluit van 21 februari 2011 tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage). Nu staat in categorie D 18.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. dat de activiteit betrekking moet hebben op een ‘installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer’.

4.4   De rechtbank stelt vast dat de mestdrooginstallatie zelf een capaciteit heeft van ruim meer dan 50 ton per dag. Dat kan niet anders bij een ontwerpcapaciteit voor de waterverdamping van 4.000 liter per uur (en dus 98.000 liter per dag). De rechtbank is in navolging van verweerder van oordeel dat de bestaande situatie moet worden betrokken bij de bepaling van de omvang van de capaciteit van de installatie om salamitactieken te voorkomen. Dit volgt ook uit de Nota van Toelichting bij het Besluit m.e.r. Verder staat vast dat de capaciteit van de inrichting wordt beperkt door de aangevraagde en vergunde productiecapaciteit. De rechtbank kan uit de stukken niet afleiden dat in de aanvraag voor een omgevingsvergunning van 5 december 2014 een maximum hoeveelheid aan te voeren afval is bepaald. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat eisers zelf hebben gesteld dat door inname van mest met een hoger gehalte droge stof (in dit geval uitsluitend kippenmest) meer mest in de installatie kan worden verwerkt. Verweerder neemt ook aan dat bij invoer van mest met een hoger droog stofgehalte meer mest moet worden ingevoerd om het eindproduct dezelfde kwaliteit te geven.

4.5   In de door eisers aangehaalde rechtspraak werd door de Afdeling beoordeeld of de wijziging van de installatie leidde tot een toename van de technische capaciteit. Uit het huidige Besluit m.e.r. kan een dergelijke eis volgens de rechtbank niet zonder meer worden afgeleid. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat, voor zover haar bekend, de Afdeling geen uitspraken heeft gedaan overeenkomstig de door eisers aangehaalde oudere rechtspraak inzake besluiten daterend van na de hierboven genoemde wijziging van het Besluit m.e.r. De rechtbank ziet echter ook geen aanleiding voor een te ruime uitleg van het begrip wijziging, in die zin dat ieder onderdeel dat wordt vernieuwd in de installatie moet worden beschouwd als een wijziging van de installatie en een m.e.r.-beoordelingsplicht bij installaties met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen aansluiten bij de reden waarom de installatie in het Besluit m.e.r. is opgenomen en heeft kunnen kijken of de innamecapaciteit wijzigt. Het is immers een installatie bedoeld voor de verwijdering van afval. Als de installatie meer afval zal verwijderen met dezelfde technische capaciteit, ziet de rechtbank met verweerder voldoende aanleiding om te oordelen dat deze wijziging nadelige gevolgen voor het milieu zou kunnen hebben. De rechtbank is wel van oordeel dat er in beginsel wel sprake moet zijn van een substantiële wijziging. De rechtbank vindt het dan ook belangrijk of sprake is van een wijziging die slechts kan worden vergund met een vergunning die is voorbereid met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierna zal worden beoordeeld of sprake is van wijzigingen die slechts kunnen worden vergund met een vergunning die is voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb. De rechtbank concludeert dat deze beroepsgrond niet slaagt.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 2 februari 2022 Uitspraak van de grote kamer na conclusie van twee AG’s over de wijze en intensiteit van toetsing van een besluit aan het evenredigheidsbeginsel
ABRvS 9 februari 2022 De Afdeling zal de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep alleen nog in omgevingsrechtelijke zaken hanteren
ABRvS 2 februari 2022 Bestemmingsplan ten behoeve van transformatie van het stationsgebied in Hilversum, bestaande hoge geluidbelasting, borging geluiddempende wegdeklaag