Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 23 maart 2022 (ABRvS 202107860/1/A2): Awb; schadevergoeding, derving woon- en levensgenot vanwege het niet handhaving permanente bewoning van recreatiewoningen, motivering, immateriële schade, inkomensschade
* 23 maart 2022 (ABRvS 202105829/1/R4, 202105954/1/R4, 202106077/1/R4, 202106376/1/R4, 202106466/1/R4, 202106720/1/R4, 202106795/1/R4 en 202106902/1/R4): Awb, Wm; handhaving, spoedeisende bestuursdwang, ontdoen van huisvuil/papier, afvalstoffenverordening, overtreder
* 23 maart 2022 (ABRvS 202105145/1/R4): Awb, Wro; bpl, woningen, Ladder/Bro, verkeer en parkeren, CO2, water, soortenbescherming
* 23 maart 2022 (ABRvS 202105030/1/R4): Awb, Wro; bpl, uitbreiding winkelcentrum, belanghebbenden, privacy, schaduwwerking, windhinder/onderzoeksrapport, kwaliteitsklasse, parkeren, tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 202104466/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, beschermd stadsgezicht, verkeer en parkeren, woon- en leefklimaat
* 23 maart 2022 (ABRvS 202104126/1/R1): Awb, Wlv; niet tijdig nemen luchthavenbesluit, ontvankelijkheid, opleggen dwangsom aan Kroon
* 23 maart 2022 (ABRvS 202103621/1/R1): Awb, Wm, Gmw; handhaving, dwangsom, verwijderen tarragrond van perceel, Bbk, melding
* 23 maart 2022 (ABRvS 202103566/1/R1): Awb, Wabo, Ww, Gmw; handhaving, sluiting appartementen, brandveiligheid, Bouwverordening, Bouwbesluit, short stay, bevoegdheid (Rb Amsterdam 20/2715)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202102900/1/R4): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, overtreding voorschrift milieuvergunning, mestverwerkingsinstallatie met co-vergisting,  onderscheid dierlijke mest en co-substraten (Rb Oost-Brabant 20/3282)
# 23 maart 2022 (ABRvS 202102880/1/R4): Awb, Wabo; aanpassing omgevingsvergunning milieu, mestverwerkingsinstallatie met co-vergisting, wijziging voorschriften, onderscheid dierlijke mest en co-substraten, wijzigen grondslag van de aanvraag vergunningen, geur (Rb Oost-Brabant 20/2575, 20/2579 en 20/2593)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202101672/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, dwangsom, kroegentochten, geen ontheffing, APV, bevoegdheid, evenredigheid (Rb Amsterdam 19/4243)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202100581/1/R3): Awb, Wabo; handhaving, bewoning bedrijfswoning, meerdere bedrijven op perceel, geen overtreding bpl (Rb Overijssel 20/53)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202100523/2/R1): Awb, Wro; bpl, loon- en verhuurbedrijf, provinciale verordening, agrarisch aanverwant bedrijf, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 202100271/1/R1): Awb, Wbb; handhaving, dwangsom, invordering, tankstation, bodemverontreiniging, uitvoering saneringsbevel, actualiserend bodemonderzoek, verjaring
* 23 maart 2022 (ABRvS 202007076/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, boerenbondwinkel, detailhandelsvisie, vvgb, relativiteit (Rb Limburg 19/2170)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202006742/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, mestopslag en kadaverbak, strijd met bpl (Rb Overijssel 19/1604)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202006734/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, nieuwe loods en schuur, vervanging, planregels, uitzicht, bezonning (Rb Gelderland 19/3369)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202006271/1/R3): Awb, Wro; bpl, paraplu wonen, begripsbepalingen
* 23 maart 2022 (ABRvS 202006119/1/A3): Awb, Wabo, Hvw, Gmw; handhaving, boete/dwangsom, onttrekking woning, gebruik in strijd met bpl, bevoegdheid, overtreders (Rb Den Haag 19/7433, 19/7434, 19/7435, 19/7436 en 19/7437)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202005844/2/R1): Awb, Wro; wijzigingsplan, supermarkt, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 202005026/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, wijzigen deur appartementencomplex, Bouwbesluit, zelf in de zaak voorzien
* 23 maart 2022 (ABRvS 202004542/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, zonnepark, Chw, natuur- en landschapswaarden, motivering, vvgb, beleid, provinciale verordening, geluid (Rb Oost-Brabant 19/3198)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202003979/2/R2): Awb, Wro; bpl, buitengebied, recreatie/tuinen, parkeren/CROW, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 202003459/4/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, horeca op bovenverdieping, overgangsrecht/APV, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Zeeland-West-Brabant 19/4947)
* 23 maart 2022 (ABRvS 202002545/1/R3): Awb, Wro; bpl, buitengebied, verbrede reikwijdte, Chw, functieaanduidingen, tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 201908978/2/R1): Awb, Wro; bpl, camping, persoonsgebonden overgangsregeling, Bro, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 23 maart 2022 (ABRvS 201900182/3/R3): Awb, Wro; wijzigingsplan, buitengebied, paardenfokkerij, provinciale omgevingsverordening, einduitspraak na eerder tussenuitspraak
* 22 maart 2022 (ABRvS 202101198/2/A3): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, doden van vossen, bodembroeders, noodzakelijkheid, motivering (Rb Den Haag 19/374)
* 22 maart 2022 (ABRvS 202107810/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, natuur, speelplaatsen, kinderboerderij, parkeren/CROW, ontsluiting
* 22 maart 2022 (ABRvS 202200602/2/R3): Awb, Wro; vovo, wijzigingsplan, woning, beeldkwaliteitsplan, provinciale verordening, motivering
# 18 maart 2022 (Rb Rotterdam ROT 19/4362 en ROT 19/4388, ROT 19/4365 en ROT 19/4385, ROT 19/4372, ROT 19/4371, ROT 19/4367 en ROT 19/4380, ROT 19/4374, ROT 19/4364 en ROT 19/4384, ROT 19/4360 en ROT 19/4382, ROT 19/4361 en ROT 19/4386, ROT 19/4363 en ROT 19/4389, ROT 19/4373, ROT 19/4366 en ROT 19/4387 en ROT 19/4373) : Awb, Wro; planschade, hoge woontoren, voorzienbaarheid/actieve risicoaanvaarding, schadefactoren windhinder, licht- en geluidsoverlast, de wet van de afnemende meeropbrengst en dynamische grootstedelijke omgeving, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel, zelf in de zaak voorzien
* 18 maart 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/493): Awb, AWR; leges, omgevingsvergunning, geen wijzigingen die van ondergeschikte aard zijn; nieuw bouwplan
* 17 maart 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1141): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijken bpl, woningen en appartementen, belanghebbende, vvgb, goede ruimtelijke ordening
* 17 maart 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/77): Awb, Wnb, vovo, handhaving, dwangsom, overtreding diverse artikelen Wnb, verwijderen groenstrook, geen onderzoek, opgelegde herstelplicht
* 17 maart 2022 (ABRvS 202200412/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, bedrijventerrein, milieucategorie, bestaande activiteiten/beheersverordening, belangenafweging
* 17 maart 2022 (Rb Gelderland ARN 22/481): Awb, Wnb; vovo/opheffing ordemaatregel, vergunning, uitbreiding geitenstal/ruimer zetten dieren, verleasing/tijdelijke vorm van extern salderen, beleidsregel, passende maatregel
* 16 maart 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/1353): Awb, Mbw; mijnbouwschade, aardgaswinning, fysieke schade, alternatieve calculatie, motivering
* 16 maart 2022 (ABRvS 202003559/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woontoren, bezonning, tussenuitspraak in hoofdzaak, schorsing
* 16 maart 2022 (ABRvS 202106789/1/R4 en 2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, gebouwen/gebruik perceel, geen vergunning, strijd met bpl, bevoegdheid, geen bijzondere omstandigheden, gelijkheidsbeginsel, hoogte dwangsom (Rb Gelderland 20/5103)
* 16 maart 2022 (ABRvS 202107759/1/R1 en 2/R1): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, uitbreiding parking recreatiecentrum
* 16 maart 2022 (ABRvS 202200151/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, bouwvlakken, geluid, VNG-brochure, cultureel erfgoed
* 16 maart 2022 (ABRvS 202200320/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementencomplex met parkeerplaatsen, parkeerdruk, planregels
* 16 maart 2022 (ABRvS 202200394/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, uitbreiding bedrijventerrein en toevoeging van sportvoorzieningen, hinder voorbereidende werkzaamheden, belangenafweging
* 16 maart 2022 (ABRvS 202200714/1/R1): Awb, Wm, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, illegale grondwal, buiten inrichting raken van paintballkogels, ontvankelijkheid
* 16 maart 2022 (Rb Amsterdam AMS 21/3752): Awb, Wabo, Wm; handhaving, geur- en geluidoverlast van bedrijventerrein met voedselbereidende en cateringbedrijven, Activiteitenbesluit-en -regeling, certificering van neuzen/eNoses
* 15 maart 2022 (Conclusie PG HR 20/01803): Sr, Wm, WED; op- en overslaan van gevaarlijke afvalstoffen, Wm-inrichting, vergunningplicht, algemene regels, aanvraag deels onderdeel van vergunning, tegenspraak met Wvo-vergunning, voorschriften, afvalwater
* 15 maart 2022 (Hof Arnhem-Leeuwarden 200.212.227/01): BW; schadevergoeding, studentenflat, onrechtmatige hinder
* 15 maart 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/7504 GEMWT en 20/9870 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, verhuur van woning aan seizoenarbeiders, strijd met bpl
* 15 maart 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 20/8728 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, elektrakast, watermeter met waterput en berging, recreatief gebruik van perceel, strijd met bpl
* 9 maart 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/1848): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakterras, nota
* 9 maart 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/5300): Awb, Waterwet; vergunning, in open ontgraving aanleggen van elektrakabels in de kernzone- en lengterichting van de regionale waterkering, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 8 maart 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 20/661): Awb, Wabo, Ww, Gmw; handhaving, dwangsommen, bierbrouwerij, afwijken van bpl, terras, exploitatievergunning, bevoegdheid
* 4 maart 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1836): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, onbemand tankstation, veiligheid/risico’s, plasbrand/warmtestraling, QRA, breekkoppeling, tankauto
* 24 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 20/5615): Awb, WVW 1994; verkeersbesluit, reconstructie straat/maatregelen, belangenafweging
* 22 februari 2022 (Rb Amsterdam AMS 21/1635, AMS 21/1770, AMS 21/1695, AMS 21/1523, AMS 21/1502, AMS 21/777 en AMS 21/1646): Awb, Gmw; omzetting exploitatievergunningen, passagiersvaart, verordening van onbepaalde naar bepaalde tijd
* 18 februari 2022 (Rb Rotterdam 9586609 / VZ VERZ 21-17904): BW; Rotterdamse regelrechter, schadevergoeding, schade auto door verzakking straat
* 3 februari 2022 (Rb Amsterdam AMS 20/5367): Awb, Waterwet; vergunning, dempen van delen van watergangen, Keur/beleidsregels, chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, motivering
* 2 februari 2022 (Rb Den Haag SGR 20/6944): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, van bedrijventerrein naar wonen, strijd met bpl, overgangsrecht
* 27 januari 2022 (Rb Limburg ROE 20/2173): Awb, Wabo; omgevingsvergunning milieu, afvalbe- en verwerking, opslagcapaciteit, incidentele opslaghoeveelheid/tijdelijkheid, bestaande rechten, motivering
* 20 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3332): Awb, Wabo; handhaving, berging, vergunningplicht, omvang achtererfgebied, overtreding, motivering
* 16 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1216): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, preventieve last onder dwangsom, illegale verbouwing kippenstal, intrekking, procesbelang
* 15 april 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 19/3309): Awb, Gmw; uitweg, melding, fictieve toestemming, APV
* 31 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/4142): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, bouwstop/dwangsom, perceelafscheiding, geen vergunning, strijd met bpl

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 23 maart 2022 (ABRvS 202104126/1/R1): Awb, Wlv; niet tijdig nemen luchthavenbesluit, ontvankelijkheid, opleggen dwangsom aan Kroon
4.2.    Naar het oordeel van de Afdeling is het beroepschrift van VOLE, ondanks het grote tijdsverloop tussen het moment waarop zij beroep had kunnen instellen en het moment waarop zij dit feitelijk heeft gedaan, niet onredelijk laat ingediend in de zin van artikel 6:12, vierde lid, van de Awb. Hiertoe overweegt de Afdeling dat VOLE, naar zij heeft toegelicht, in verwarring is gebracht door het feit dat in correspondentie van de kant van de minister steeds is benadrukt dat de termijn in de Wlv alleen een termijn van orde is. Zij wijst daarbij op een brief van de minister aan GAE van 17 december 2015 over het uitblijven van het luchthavenbesluit en een brief van de minister aan VOLE van 20 mei 2021. Pas naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:866, over luchthaven Teuge, is het VOLE duidelijk geworden dat aan het verstrijken van de termijn consequenties kunnen worden verbonden. Ook heeft VOLE toegelicht dat en waarom het er in 2017 op leek dat de procedure voortvarend werd opgepakt, waardoor zij de Kroon niet toen al in gebreke heeft gesteld.

De minister heeft bij de behandeling van het beroep gesteld dat hij met de woorden “termijn van orde” duidelijk heeft willen maken dat het overschrijden van de termijn niet betekent dat de Omzettingsregeling vervalt en dit ook niet betekent dat de bevoegdheid van de Kroon tot het alsnog vaststellen van een luchthavenbesluit niet langer bestaat. Met de woorden “termijn van orde” is volgens de minister niet bedoeld dat VOLE geen beroep zou kunnen instellen tegen het niet tijdig nemen van een luchthavenbesluit. Naar het oordeel van de Afdeling is het, ook gelet op de stand van de jurisprudentie vóór 21 april 2021, echter begrijpelijk dat VOLE de woorden heeft opgevat in de laatstgenoemde, niet ongebruikelijke betekenis. Voor het overige heeft de minister de toelichting door VOLE niet, of in ieder geval niet afdoende, betwist. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de Afdeling VOLE niet worden tegengeworpen dat zij pas ruim 6,5 jaar na het verstrijken van de termijn van artikel XIII, tweede lid, van de RBML, beroep heeft ingesteld.

4.3.    De conclusie is dat het beroep van VOLE ontvankelijk is.

# 23 maart 2022 (ABRvS 202102880/1/R4): Awb, Wabo; aanpassing omgevingsvergunning milieu, mestverwerkingsinstallatie met co-vergisting, wijziging voorschriften, onderscheid dierlijke mest en co-substraten, wijzigen grondslag van de aanvraag vergunningen, geur (Rb Oost-Brabant 20/2575, 20/2579 en 20/2593)
13.1.  Uit artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo volgt dat het bevoegd gezag voorschriften van een omgevingsvergunning kan wijzigen, voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is.

Dat een wijziging van de voorschriften in het belang van de bescherming van het milieu moet zijn, betekent niet dat dit alleen mogelijk is als de wijziging leidt tot een minder grote milieubelasting. Zoals volgt uit de uitspraken van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3307, en van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2312 (overweging 5.1), is ook een wijziging van voorschriften ten behoeve van de exploitant van een inrichting mogelijk, voor zover het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. Als de exploitant van een inrichting om een wijziging van voorschriften verzoekt, zal het bevoegd gezag – aan de hand van het toetsingskader dat is opgenomen in artikel 2.14 van de Wabo – moeten beoordelen of dit aanvaardbaar is.

13.2.  De rechtbank heeft het bovenstaande niet onderkend. Zij heeft de voorwaarde ‘voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is’ in artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wabo ten onrechte zo uitgelegd dat de milieugevolgen voor de omgeving niet zwaarder of ernstiger mogen worden dan was toegestaan in de vergunde situatie. De wet als zodanig staat dus niet zonder meer aan het vergunnen van de gevraagde wijziging in de weg.

Dit betekent echter niet dat de aangevallen uitspraak om deze reden moet worden vernietigd. Het door het college gevoerde geurbeleid staat namelijk wel aan het vergunnen van de gevraagde wijziging in de weg. De Afdeling overweegt daartoe het volgende.

* 23 maart 2022 (ABRvS 202007076/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, boerenbondwinkel, detailhandelsvisie, vvgb, relativiteit (Rb Limburg 19/2170)
4.3.    De Afdeling is van oordeel dat artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo de strekking heeft om het belang van een goede ruimtelijke ordening te beschermen. Het behoud van een uit ruimtelijk oogpunt goed ondernemersklimaat in het centrum van Horst valt onder dit belang. De omgevingsvergunning is verleend voor de vestiging van een winkel waarin de producten en diensten van de merken Boerenbond, Pets Place en Vets Place onder één dak en op een perifere locatie worden verkocht en aangeboden. Ook is het nieuwe winkelconcept met alle drie de merken en diensten gericht op een particuliere doelgroep. Hierdoor acht de Afdeling het niet uitgesloten dat de vestiging van de winkel een publieksaantrekkende werking en invloed op het ondernemersklimaat in het centrum van Horst heeft. De winkel zal zich weliswaar op een perifere locatie vestigen, maar de Bremweg 2a ligt niet op zodanig grote afstand van het centrum van Horst dat op voorhand valt in te zien dat de nieuwe ontwikkeling geen invloed heeft op de bestaande detailhandelsstructuur daar.

Deze mogelijke gevolgen zijn verbonden met de winkel als geheel en niet met delen van de winkel. Daarom heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de gronden die [appellante sub 3] in beroep tegen het besluit van 16 september 2019 naar voren heeft gebracht over het onderdeel Vets Place afstuiten op het relativiteitsvereiste.

Het betoog slaagt.

* 23 maart 2022 (ABRvS 202005026/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, wijzigen deur appartementencomplex, Bouwbesluit, zelf in de zaak voorzien
8.3.    In de nota van toelichting bij het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416, blz. 133 en 134) staat dat de uitwerking van de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 zoveel mogelijk is gegoten in de vorm van functionele eisen en daarmee samenhangende prestatie-eisen. Wanneer aan een prestatie-eis is voldaan, is daarmee aan de daarbij behorende functionele eis voldaan. Artikel 1.3, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 geeft eigenaren en gebruikers van bouwwerken de mogelijkheid om op een andere wijze te voldoen aan een functionele eis. Van belang is dat het doel van de in het voorschrift neergelegde eis op een andere manier wordt bereikt. Dat doel blijkt uit het onderwerp van het hoofdstuk en de afdeling waarin het voorschrift is opgenomen, uit het in een afdeling opgenomen aansturingsartikel, uit het kopje boven en de inhoud van het voorschrift en uit de op het artikel betrekking hebbende toelichting.

8.4.    In artikel 4.21 van het Bouwbesluit 2012 staat dat een te bouwen bouwwerk voldoende bereikbare en toegankelijke ruimten heeft. Dit is de functionele eis. In de volgende artikelen zijn de prestatie-eisen opgenomen. De minimale vrije hoogte van de doorgang naar een in artikel 4.22, eerste lid, genoemde ruimte is zo’n prestatie-eis. In dit geval is die hoogte, gelet op artikel 4.22, eerste lid, aanhef en onder g, gelezen in samenhang met artikel 4.29 van het Bouwbesluit 2012, 2,30 m. Zoals gezegd is die hoogte in dit geval niet rechtstreeks ontleend aan artikel 4.22, maar het rechtens verkregen niveau als bepaald op grond van artikel 4.29.

8.5.    Als de eigenschappen van de nieuwe vouwdeur en de bestaande draaideur met elkaar worden vergeleken, is het niet onbegrijpelijk dat de Vereniging de draaideur wenst te vervangen door de vouwdeur. Maar bij de vraag of sprake is van een gelijkwaardige oplossing om ruimten bereikbaar en toegankelijk te maken in de zin van artikel 4.21 van het Bouwbesluit 2012 (de functionele eis), gaat het, voor zover in dit geschil relevant, om de doorgang naar die ruimten en niet om de eigenschappen van de deur die in die doorgang is geplaatst.

Sinds het Bouwbesluit 2003 moet een doorgang naar een in het Bouwbesluit genoemde ruimte in een woongebouw een vrije hoogte hebben van 2,30 m in plaats van 2,10 m, zoals tot dat moment werd geëist. De reden van deze verhoging naar 2,30 m is, zo staat in de nota van toelichting bij het Bouwbesluit 2003 (Stb. 2001, 410, blz. 273), de toenemende lengte van de bevolking en het zekerstellen van de gebruikswaarde van woningen voor de toekomst. Gelet hierop valt het niet vol te houden dat de door de Vereniging bedoelde vouwdeur, die ervoor zorgt dat de vrije hoogte van de doorgang 2,18 m is, een gelijkwaardige oplossing is. Dat andere ruimten in het gebouw alleen zijn te bereiken via een doorgang die lager is dan 2,30 m, doet daaraan niet af. Het Bouwbesluit 2012 zelf sluit immers niet uit dat bepaalde doorgangen lager zijn dan 2,30 m. Dus die gedachte heeft de regelgever er niet van afgehouden om vanwege de toenemende lengte van mensen een algemene doorgang van 2,30 m te eisen.

Het betoog slaagt.

* 23 maart 2022 (ABRvS 201908978/2/R1): Awb, Wro; bpl, camping, persoonsgebonden overgangsregeling, Bro, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
5.3.    De Afdeling stelt voorop dat artikel 3.2.3 van het Bro de raad de mogelijkheid biedt om voor een of meer natuurlijke personen een persoonsgebonden overgangsrecht op te nemen. Daartoe kan de raad overgaan in gevallen waarin het bestaande gebruik, gelet op artikel 3.2.2, vierde lid, van het Bro, niet onder de werking van het algemene overgangsrecht zou vallen en handhavend optreden tot een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Bro zou leiden.
5.5.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad voor de bewoners van de stacaravans ter plaatse van de aanduidingen “specifieke vorm van recreatie-10,11”, “specifieke vorm van recreatie-12,13”, “specifieke vorm van recreatie-19,20” en “specifieke vorm van recreatie-25” niet voldoende inzichtelijk gemaakt waarom, gelet op de persoonlijke omstandigheden die in die afzonderlijke situatie aan de orde zijn, is voorzien in persoonsgebonden overgangsrecht. Het opnemen van persoonsgebonden overgangsrecht is in deze situaties dan ook niet zonder meer geoorloofd. Zo blijkt uit de nadere motivering niet wat de leeftijden van deze bewoners zijn of gaat het om relatief jonge mensen. Verder zijn daarin geen bijzonderheden genoemd wat betreft de persoonlijke situaties of zijn de daarin geschetste omstandigheden onvoldoende concreet gemaakt. De Afdeling begrijpt dat de raad momenteel geen aanleiding ziet actief over te gaan tot beëindiging van het gebruik voor permanente bewoning van de stacaravans, maar voor een dergelijke regeling moeten wel redenen bestaan die zijn toegespitst op de omstandigheden van het geval. De enkele omstandigheden dat de bewoner van de stacaravan op de gronden met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie-10,11” mantelzorg verleend aan zijn ouders die ook op de camping blijven, dat de bewoner van de stacaravan ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie-12,13” een sociaal netwerk heeft opgebouwd en dat het verblijven op de camping grote emotionele waarde heeft voor de bewoner van de stacaravan op de gronden met de aanduiding “specifieke vorm van recreatie-25” zijn in dat verband onvoldoende. Wat betreft de bewoners van de stacaravans ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie-19,20” heeft de raad onvoldoende in zijn afweging betrokken dat het om een jong echtpaar met een kind gaat en het gebruik op basis van het toegekende persoonsgebonden overgangsrecht daardoor nog jaren kan voortduren. Deze redenen zijn te algemeen en er is dan nog minder zicht op beëindiging van het (onwenselijke) permanente gebruik van de stacaravans. De raad had in ieder geval kunnen onderzoeken of – mede gelet op de betrokken belangen van [appellante] – aanleiding bestaat de duur van de persoonsgebonden overgangsregeling voor deze bewoners te beperken.

Het betoog slaagt in zoverre.

# 18 maart 2022 (Rb Rotterdam ROT 19/4362 en ROT 19/4388, ROT 19/4365 en ROT 19/4385, ROT 19/4372, ROT 19/4371, ROT 19/4367 en ROT 19/4380, ROT 19/4374, ROT 19/4364 en ROT 19/4384, ROT 19/4360 en ROT 19/4382, ROT 19/4361 en ROT 19/4386, ROT 19/4363 en ROT 19/4389, ROT 19/4373, ROT 19/4366 en ROT 19/4387 en ROT 19/4373) : Awb, Wro; planschade, hoge woontoren, voorzienbaarheid/actieve risicoaanvaarding, schadefactoren windhinder, licht- en geluidsoverlast, de wet van de afnemende meeropbrengst en dynamische grootstedelijke omgeving, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel, zelf in de zaak voorzien
12.4.   De rechtbank overweegt dat de Afdeling met haar uitspraak van 3 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2402) enkele handvatten heeft gegeven voor het bepalen van de drempel bij het nmr:

“(…) 7.15. De Afdeling zal voor het bepalen voor de hoogte van de drempel de volgende handvatten geven. Indien de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past, mag het bestuursorgaan een drempel van 5 procent van de waarde van de onroerende zaak toepassen. Indien aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 4 procent in beginsel aangewezen. Indien aan één van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of indien aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 3 procent in beginsel aangewezen. Indien slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, of indien aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is in beginsel het toepassen van het minimumforfait van 2 procent, zoals bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro aangewezen. (…)”

De rechtbank ziet in het licht van deze uitspraak aanleiding om te beoordelen of de ontwikkeling past in “de ruimtelijke structuur van de omgeving” en “in het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid”.

De rechtbank volgt de StAB in haar advies dat de ontwikkeling deels in de ruimtelijke structuur van de omgeving past. De directe omgeving in ogenschouw nemend past het Zalmhavencomplex naar het oordeel van de rechtbank aan de oostzijde binnen de aard en de omvang van de bestaande ruimtelijke structuur van de omgeving, maar dit geldt niet voor de noord-, zuid- en westzijde aangezien zich daar voornamelijk laagbouw bevindt.

Voor de vraag of de ontwikkeling gedurende een reeks van jaren in het gevoerde ruimtelijke beleid past heeft de StAB geconcludeerd dat dit niet het geval is. In afwijking van de conclusie van de StAB is de rechtbank met [naam eiseres] van oordeel dat dit wel het geval is. Sinds het Hoogbouwbeleid uit het Binnenstadsplan 2000-2010 is het plangebied aangeduid als een overgangszone. Dit betekent dat het plangebied nader onderzocht zou worden om te bepalen op welke wijze dit zou kunnen fungeren als overgangsgebied naar de hoogbouwzone (vanaf 70 meter tot 150 meter). Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de planologische ontwikkeling eerder dan in 2010, wat het uitgangspunt van de StAB is, in de lijn der verwachtingen lag. De rechtbank is daarom van oordeel dat de ontwikkeling gedurende een reeks van jaren in het gevoerde ruimtelijke beleid past.

Op basis van de voornoemde uitspraak van de Afdeling van 3 november 2021 volgt dat indien de ontwikkeling aan één van beide indicatoren maar voor een deel voldoet (in casu “de ruimtelijke structuur van de omgeving”), het hanteren van een drempel van 4% in plaats van 5% in beginsel aangewezen is. In hetgeen [naam eiseres] en [naam eiser 1] hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding hier in positieve dan wel in negatieve zin van af te wijken. Dit brengt de rechtbank daarom op een drempel van 4% van de waarde van de onroerende zaak. Verweerder heeft derhalve ten onrechte een drempel van 5% voor het nmr gehanteerd. Dit betekent dat de beroepsgronden van [naam eiseres] en [naam eiser 1]

* 17 maart 2022 (Rb Gelderland ARN 22/481): Awb, Wnb; vovo/opheffing ordemaatregel, vergunning, uitbreiding geitenstal/ruimer zetten dieren, verleasing/tijdelijke vorm van extern salderen, beleidsregel, passende maatregel
6. Het is dus onzeker of verleasing geschikt is om te gelden als instandhoudings- of passende maatregel, of voorschrift 3 kan worden gesteld en of de gemaakte aerius-berekening voldoende is om als passende maatregel te geleden. Daarom staat het niet vast dat het project geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft. Daarom moet worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om, in afwachting van de bodemprocedure, de bij wijze van ordemaatregel getroffen voorlopige voorziening te handhaven. Daartoe zal de voorzieningenrechter het belang van vergunninghouder bij het voortzetten van de werkzaamheden en het in gebruik nemen van de stallen afwegen tegen het belang van de natuurwaarden die de Wnb beoogt te beschermen.

6.1   [derde-partij] heeft ter zitting aangegeven dat het op zichzelf mogelijk is om het vergunde aantal geiten te houden in de oude stallen. Voor het welzijn van de dieren is het in gebruik nemen van de vergunde stallen echter wenselijk.

Daartegenover staat het belang van de bescherming van de natuurwaarden die de Wnb beoogt te beschermen. Nu onvoldoende zeker is of het project significante gevolgen voor Natura-2000 gebieden zal hebben en vergunninghouder de geiten ook in de oude stal kan houden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de reeds getroffen voorlopige voorziening te handhaven. Het besluit van 18 januari 2022 blijft dus geschorst.
8.   De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het project van vergunninghouder tevens ziet op de bouwwerkzaamheden die nodig zijn om het project te verwezenlijken. Dat in artikel 2.9a, van de Wnb is bepaald dat de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, buiten beschouwing worden gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid,van de Wnb maakt immers niet dat deze bouwwerkzaamheden geen onderdeel uitmaken van het project. De gevolgen worden enkel buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Dat betekent dat de schorsing, die in deze uitspraak wordt gehandhaafd, betrekking heeft op het hele project, inclusief de bouwwerkzaamheden.

* 16 maart 2022 (Rb Amsterdam AMS 21/3752): Awb, Wabo, Wm; handhaving, geur- en geluidoverlast van bedrijventerrein met voedselbereidende en cateringbedrijven, Activiteitenbesluit-en -regeling, certificering van neuzen/eNoses
8.   Met betrekking tot het standpunt van eisers over cumulatie van geur heeft verweerder in zijn verweerschrift aangevoerd dat het verzoek van eisers om handhaving op grond van artikel 2.7a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit niet (meer) past in het initiële verzoek om handhaving van 21 juni 2018, omdat het pas op 8 juni 2021 is gedaan.

  1. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna; de Afdeling) heeft in haar uitspraak van 28 oktober 2020 overwogen dat het bij de heroverweging van herstelsancties erom gaat dat de heroverweging is gericht op een doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige handhaving van de norm. Dat betekent in de eerste plaats dat het bestuursorgaan moet bezien of het op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de beslissing in primo destijds terecht zijn besluit heeft genomen. In de tweede plaats dient het bestuursorgaan feiten en omstandigheden die zich ná de eerdere weigering dan wel oplegging van een herstelsanctie hebben voorgedaan bij zijn heroverweging te betrekken.1
  2. De rechtbank overweegt dat de cumulatie van geur op het [terrein] zich al voordeed vóór het primaire besluit om niet tot handhaving over te gaan. Er is dus geen sprake van feiten en omstandigheden die zich (eerst) na de weigering om te handhaven hebben voorgedaan. Verweerder hoefde de cumulatie van geur dan ook niet bij zijn heroverweging te betrekken.
  3. Voor zover geoordeeld zou moeten worden dat verweerder de cumulatie van geur wél bij zijn heroverweging had moeten betrekken geldt dat over cumulatie niets is geregeld in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Voorts geldt dat handhaving wegens overtreding van artikel 2.7a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit uitsluitend mogelijk is wanneer het handelen of nalaten van de drijver van de inrichting onmiskenbaar in strijd met die bepaling is.2 Die situatie doet zich in het geval van verweerder niet voor. 

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site

Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:

Rb Midden-Nederland 16 februari 2022 Exceptieve toetsing, het opnemen van de algemene vrijstelling voor het doden van de vos in de Regeling natuurbescherming heeft geen wettelijke grondslag en is daarom onverbindend
Rb Oost-Brabant 16 februari 2022 Verzoek om handhaving bij biomassacentrale, noodzakelijke stappen om te komen tot legalisatie PAS-melding, relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling of handhaving onevenredig zou zijn
Rb Oost-Brabant 18 februari 2022 Omgevingsvergunning wijziging mestkorrelfabriek, m.e.r.-beoordelingsplicht, technische capaciteit, milieuneutrale wijziging