Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 20 april 2022 (ABRvS 202107111/1/R2): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor bouwen, vervangend zwembad, welstand
* 20 april 2022 (ABRvS 202106334/1/R2): Awb; verzoek om handhaving, ontvankelijkheid
* 20 april 2022 (ABRvS 202105968/1/R1): Awb, Waterwet, Wabo; projectplan, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dijkverbetering en vervangen damwanden, belanghebbende, Chw/beroepsgronden, relativiteit, alternatieven, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel
* 20 april 2022 (ABRvS 202105520/1/R4): Awb, Wro; bpl, woonwijk, brandstoffenhandel, geluid, Activiteitenbesluit, externe veiligheid, Bevt, motivering, VNG-brochure, ASVV, verkeersveiligheid, parkeren, tussenuitspraak
* 20 april 2022 (ABRvS 202104840/1/R4 en 202104841/1/R4): Awb, Wro, Wgh; bpl/HGW, woningen, bouwhoogte, motivering, parkeren/CROW, geluid/bodem/relativiteit, tussenuitspraak bpl, nachtelijk verkeer, voorwaardelijke verplichting
* 20 april 2022 (ABRvS 202104238/1/R1): Awb, Wbr; handhaving, afwijking vergunning, bouwwerken (Rb Gelderland 20/2964)
* 20 april 2022 (ABRvS 202103631/1/R1): Awb, Wro; verzoek om bpl vast te stellen, woningen, invulling perceel
* 20 april 2022 (ABRvS 202102461/1/R1): Awb, Wro; bpl, gebouw, belanghebbende
* 20 april 2022 (ABRvS 202100104/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkend gebruik, vervanging tandartsenpraktijk door wooneenheden, leefbaarheid (Rb Oost-Brabant 20/1170)
* 20 april 2022 (ABRvS 202006645/1/R3): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, dakkapel, bpl bevat geen afzonderlijke regels, welstandstoets, motivering (Rb Den Haag 19/6923)
* 20 april 2022 (ABRvS 202006599/1/R4): Awb, Wro; bpl, (compensatie)woningen, beleidsnota en regionale beleidsinvulling, provinciale omgevingsverordening/Ladder, tussenuitspraak
* 20 april 2022 (ABRvS 202006583/1/R4 en 202100265/1/R4): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woning, ontvankelijkheid, verschoonbaarheid termijnoverschrijding, niet tijdig nemen besluit (Rb Gelderland 18/3521)
* 20 april 2022 (ABRvS 202005754/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, sluiting clubhuis, openbare orde, bestuurlijke rapportage, bevoegdheid, evenredigheid (Rb Noord-Holland 20/1269)
* 20 april 2022 (ABRvS 202005490/1/R2): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning voor bouwen veestal, niet gebouwd, belangenafweging (Rb Oost-Brabant 20/541)
* 20 april 2022 (ABRvS 202003079/1/A2): Awb, Wro; planschade, woonschepenligplaats (Rb Midden-Nederland 19/3508)
* 20 april 2022 (ABRvS 202002530/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, veldschuur/wonen, persoonsgebonden overgangsrecht bpl (Rb Oost-Brabant 19/2857)
* 20 april 2022 (ABRvS 202002366/1/R2): Awb, Wro, Wabo; bpl/omgevingsvergunning voor vellen bomen, golfbaan, Chw/beroepsgronden, dassen leefgebied/cumulatie effecten, dassenplan, alternatieven, marktonderzoek, relativiteit
* 19 april 2022 (CBb 20/881 en 20/880): Awb, Wet dieren; handhaving, dwangsom, overtredingen, dierenwelzijn, Bhd, bevoegdheid
* 15 april 2022 (ABRvS 202200684/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementengebouwen, woonzorgcomplex en integraal kind centrum, Natura 2000-gebied, passende beoordeling, activiteiten van bouwsector/Wnb/ontheffing/programma, onomkeerbare situatie
* 15 april 2022 (ABRvS 202201128/2/R3): Awb, Wro; vovo, bpl, inbreidingslocatie, woningen en gezondheidscentrum, geen spoedeisend belang
* 15 april 2022 (ABRvS 202201505/2/A3 en /1/A3): Awb, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, hinder van terras met parasols en overkapping, belanghebbende, ontvankelijkheid (Rb Gelderland 21/5627 en 21/5628)
* 14 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1608): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, appartementen in kantoor, ontvankelijkheid
* 14 april 2022 (ABRvS 202108095/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, kindcentrum met sportvoorzieningen, Ladder/Bro, provinciaal omgevingsplan, landschapszone, geluid, Activiteitenbesluit
* 14 april 2022 (ABRvS 202108209/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woningen in voormalig kantoorpand, omgevingsverordening, horeca, verkeer, parkeren, natuur, bezonning, geluid, Ladder/Bro
* 14 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 22/882): Awb, Wnb; vovo, verzoek passende maatregelen te treffen omver de uitstoot van stikstof van luchthaven, geen vergunning, Natura 2000 en beschermde soorten in en deelpopulaties buiten gebied, belanghebbende, relativiteit, belangenafweging
* 14 april 2022 (Rb Overijssel AWB 22/568): Awb, Wabo, Gmw; opheffing vovo, handhaving, dwangsom, verwijderen stacaravans, sanitaire en gemeenschapsruimte, opvang vluchtelingen, beleidsvrijheid, alternatieve huisvesting aanwezig
* 14 april 2022 (Rb Overijssel 84.194829.21): Sr, Wm, WED; ter beschikking stellen van zwaar professioneel vuurwerk en het opslaan van een aanzienlijke hoeveelheid zwaar professioneel vuurwerk in een garagebox, Vuurwerkbesluit
* 13 april 2022 (Rb Overijssel ZWO 21/762 en ZWO 21/780): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, kamerverhuurpand, planregels, bevoegdheid
* 13 april 2022 (Rb Midden-Nederland 9732617 MV EXPL 22-44 HLT/1298): BW; kort geding, vordering tot ontruiming woning, na sluiting woning buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst, geen onderzoek naar álle bij de huurovereenkomst betrokken belangen
* 12 april 2022 (Rb Amsterdam AMS 22/1159): Awb, Wvw 1994; vovo, verkeersbesluit, éénrichtingsverkeer op brug, leefbaarheid, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid, belangenafweging
* 12 april 2022 (Rb Den Haag SGR 20/6443, SGR 20/6448, SGR 20/6445 en SGR 20/6375): Awb; immateriële schadevergoeding, chroom-6, BW, angstschade
* 12 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/3519 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik en reclame, ontvankelijkheid
* 11 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/476): Awb, Gmw; standplaatsvergunning, verzoek om tijdelijke vervanging op markt, uitoefening van een dienstenactiviteit, geen strijd met Dienstenrichtlijn, evenredigheid, tussenuitspraak
* 11 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/6749): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, opslag voorraad coffeeshop, bevoegdheid, noodzaak
* 8 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1426 WET en 21/1427 WET en BRE 20 /7758 WET, 20 /7759 WET en 20 /9579 WET): Awb, Wro; planschade, planvergelijking, normaal maatschappelijk risico, drempel
* 8 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1016 WET, BRE 21/1017 WET en BRE 21/1062 WET): Awb, Wvw 1994; verkeersbesluit, 30 km zone/verplichte rijrichting, belangenafweging
* 8 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 20/5103): Awb, Wet dieren; boete, kadavers onttrokken aan verwerking
* 8 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 22/1567): Awb, Gmw; vovo, buiten behandeling stellen aanvraag evenementenvergunning Koningsdag, termijnen, bevoegdheid
* 7 april 2022 (Rb Gelderland ARN 19/3839 en 19/3845): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, metaalrecycling, aanvraag, bevoegd gezag, IPPC-inrichting, overschrijding termijn/EVRM/schadevergoeding
* 7 april 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 22/389 en SHE 22/390): Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik, openbaar gebruik van een privé zwembad, beoordeling alle gevolgen, motivering, aanwijzingen
* 7 april 2022 (Rb Oost-Brabant SHE 22/512): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen, afwijken bpl, maken uitweg en reclame, distributiecentrum met kantoor, geluid, VNG-brochure, Activiteitenbesluit
* 7 april 2022 (Rb Den Haag SGR 22/869): Awb, Wnb; vovo, opdrachten, aanpakken bevers, risico’s voor openbare veiligheid, waterkeringen, beverprotocol/waterschappen, noodzaak, motivering
* 6 april 2022 (Rb Limburg ROE 22/554): Awb, Opiumwet, Gmw; vovo, handhaving, sluiting woning, bevoegdheid, noodzaak, evenredigheid
* 6 april 2022 (Rb Limburg ROE 22/560): Awb, Wnb; vovo, ontheffing, sloop kerk, vleermuizen, geen gebruik van ontheffing, geen spoedeisend belang
* 6 april 2022 (Rb Noord-Holland C/15/322097 / HA ZA 21-598): BW; vordering tot verwijdering bouwwerk, schade bestaande uit psychisch letsel levert geen onrechtmatige daad op, geen onrechtmatige hinder
* 5 april 2022 (Rb Den Haag SGR 19/5945): Awb, Wabo; handhaving, gebruik binnenplaats achter panden, opslag, rapportage toezichthouders, waarschuwing, onderbouwing, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 1 april 2022 (Hof Den Bosch 23-001840-21) Sr, WED, Wm; aanwezig hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, Vuurwerkbesluit
# 31 maart 2022 (Rb Den Haag SGR 19/1803): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico
* 31 maart 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 22/910): Awb, Wabo; vovo, handhaving, aanleg van busperrons, verhardingen en voetgangersoversteekplaats langs provinciale weg, strijd met planregels, bouwwerk, eerder verkeersbesluit, motivering, belangenafweging
* 31 maart 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2238): Awb, Wnb; ontheffing, doden zwanen, belanghebbende, ontvankelijkheid
* 29 maart 2022 (Rb Den Haag C/09/615801 HA ZA 21/681): BW; dwangsom, terugbrengen dakterras tot eerder afmetingen balkon, te korte afstand erfgrens, verruiming gebruiksmogelijkheden en meer inkijk op naburig erf
* 25 maart 2022 (Rb Amsterdam AMS 20/2846): Awb, Wabo; handhaving, parkeren objecten in openbare ruimte, mededeling voornemen is geen besluit, motivering, termijn, dwangsom aan bevoegd gezag
* 25 maart 2022 (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao CUR202200762): BW; kort geding, verhuur van jetski’s, hinderverordening/begrenzing/geen hindervergunning nodig, wegblijven vissen in baai, causaal verband
* 24maart 2022 (Rb Amsterdam AMS 20/3952 en AMS 20/3953): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkend gebruik/aanpassing besluit, “creatieve industrie’, VNG-brochure, milieucategorie, parkeerdruk, woon- en leefklimaat, motivering
* 21 maart 2022 (Rb Den Haag SGR 21/987): Awb, Gmw; exploitatievergunning, horeca met terras, sluitingstijd, schade
* 21 maart 2022 (Rb Den Haag SGR 21/1736): Awb, Gmw; waarschuwing, woonoverlast, beleidsregel, nog niet bekend gemaakt, geen besluit, ontvankelijkheid
* 18 maart 2022 (Rb Rotterdam 9510873 VZ VERZ 21-16625): Rv; geschil tussen buren over schutting, Rotterdamse Regelrechter
* 15 maart 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/3610): Awb, Wm; verzoek om geluidsbelastingskaart, Richtlijn omgevingslawaai, provincie heeft aan wettelijke verplichting voldaan, gemeentelijk weggedeelte
* 18 februari 2022 (Rb Limburg ROE 20/2399): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, noodzaak, evenredigheid
* 27 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/1420): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen, grasland, verordening, taxatierichtlijn, uitvoering taxatie/schade/meetmethode, motivering
*! 25 januari 2022 (Rb Limburg ROE 19/3449 en ROE 19/3453): Awb, Waterwet, Wabo; lozingsvergunning en omgevingsvergunning voor afwijken bpl en milieu, mestbe- en verwerkingsinstallatie, belanghebbenden, Chw/beroepsgronden, m.e.r.-(beoordelings)plicht, gezondheid, emissies, stikstofdepositie/relativiteit, beleidsregel provincie, BBT, stof, geur, VNG-brochure, milieucategorie, lozing/relativiteit/BBT

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 20 april 2022 (ABRvS 202105520/1/R4): Awb, Wro; bpl, woonwijk, brandstoffenhandel, geluid, Activiteitenbesluit, externe veiligheid, Bevt, motivering, VNG-brochure, ASVV, verkeersveiligheid, parkeren, tussenuitspraak
5.7.    Ingevolge artikel 1 van het Bevt is een transportroute een basisnetroute of weg, niet zijnde een basisnetroute, in beheer bij, voor zover hier van belang, de gemeente, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een basisnetroute is een krachtens artikel 13 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aangewezen weg. Niet is gebleken dat de Kerkweg krachtens dit artikel is aangewezen. Het Bevt is daarom alleen van toepassing als over de Kerkweg gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dat zijn volgens artikel 1 van het Bevt stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. In beroep heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de stoffen die over de Kerkweg van en naar het bedrijf van [appellante] vervoerd worden (LF1 en LF2 stoffen), gevaarlijke stoffen zijn als hiervoor bedoeld. Dat zou betekenen dat de Kerkweg een transportroute is als bedoeld in het Bevt. Het is de Afdeling daarom niet duidelijk waarom de Kerkweg niet bij de beoordeling van de externe veiligheid (paragraaf 5.4 van de plantoelichting) betrokken hoefde te worden. Anders dan de raad heeft betoogd, is de toelichting in paragraaf 5.13, waarin alleen op de veiligheid van de omgeving van het plangebied in zijn algemeenheid is ingegaan, zoals de bereikbaarheid van het gebied voor hulpverleningsdiensten, daarvoor niet toereikend. Het bestreden besluit is gelet hierop in zoverre genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.

* 20 april 2022 (ABRvS 202002530/1/R2): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen, veldschuur/wonen, persoonsgebonden overgangsrecht bpl (Rb Oost-Brabant 19/2857)
6.2.    Nu het bouwen van de veldschuur, gelet op het beoogde gebruik daarvan, in strijd is met het bestemmingsplan, moet de aanvraag van [vergunninghouder] op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo mede worden aangemerkt als een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft dat ten onrechte niet onderkend. Het besluit van 22 september 2020 is daarom in strijd met artikel 2.10, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de Wabo genomen.
8.       Met het oog op de finale beslechting van dit langlopende geschil en gelet op artikel 8:41a van de Awb zal de Afdeling hierna uitleggen wat de gevolgen van deze uitspraak zijn. Zo lang de hoogbejaarde [vergunninghouder] en zijn eveneens hoogbejaarde echtgenote in de veldschuur blijven wonen kan voor de veldschuur geen omgevingsvergunning voor het bouwen van de schuur worden gegeven. Nadat de bewoning door hen is beëindigd kan de veldschuur in beginsel als veldschuur worden vergund en daarmee gelegaliseerd. Gebruik van de veldschuur voor bewoning is dan niet legaal. Tot die tijd is het gebruik van de veldschuur als woning door [vergunninghouder] en zijn echtgenote toegestaan omdat het bestemmingsplan voor hen in persoonsgebonden overgangsrecht voorziet.

Omdat zolang [vergunninghouder] en zijn echtgenote gebruik maken van hun persoonsgebonden overgangsrecht van artikel 44.3 van de planregels en in de veldschuur blijven wonen en geen omgevingsvergunning voor het bouwen van de veldschuur kan worden afgegeven, is de veldschuur juridisch bezien een illegaal bouwwerk. Tegen een illegaal bouwwerk kan handhavend worden opgetreden. Als [wederpartij] als belanghebbende het college zou vragen daartegen op te treden, zal het college daarover een gemotiveerd besluit moeten nemen.  Daarbij zal het college moeten bezien of aan de beginselplicht tot handhaving – gelet op de voorgeschiedenis en de bijzondere omstandigheden van het geval – in de weg staat dat handhaving tot zodanig onevenredige gevolgen voor [vergunninghouder] en zijn echtgenote leidt dat van handhaving moet worden afgezien. De Afdeling wijst in dit verband als voorbeeld naar haar uitspraak van 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2350.

  1. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting ziet de Afdeling aanleiding om partijen op te roepen om in overleg of via mediation een einde te maken aan hun geschil, waarbij van college mag worden verwacht dat het daarbij een initiërende en regisserende rol op zich neemt. De in dat kader te maken afspraken zouden onder meer in kunnen houden dat het college en [vergunninghouder] aan [wederpartij] zekerheid bieden dat na beëindiging van de bewoning door [vergunninghouder] en zijn echtgenote, de veldschuur niet langer als woning kan worden gebruikt, bijvoorbeeld door verwijdering van alle woonvoorzieningen en een expliciete toezegging van het college dat tegen nieuwe bewoning handhavend zal worden opgetreden.* 15 april 2022 (ABRvS 202200684/2/R4): Awb, Wro; vovo, bpl, appartementengebouwen, woonzorgcomplex en integraal kind centrum, Natura 2000-gebied, passende beoordeling, activiteiten van bouwsector/Wnb/ontheffing/programma, onomkeerbare situatie
    4. [verzoeker] en anderen betogen onder meer dat de door de raad voor het plan gemaakte passende beoordeling als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming onvolledig is, omdat de raad daarbij ten onrechte activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing heeft gelaten op grond van de vrijstelling in artikel 2.9a van die wet, gelezen in samenhang met artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming. Volgens [verzoeker] en anderen heeft die vrijstelling geen betrekking op plannen, maar alleen op projecten. Bovendien moet het met die vrijstelling samenhangende programma stikstofreductie en natuurverbetering nog worden vastgesteld en is een vrijstelling vooruitlopend op de vaststelling van dat programma in strijd met artikel 6 van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB 1992 L 2006), zo betogen [verzoeker] en anderen.

4.1.    De rechtsvragen die met dit betoog worden opgeworpen, lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Daarom zal de vraag of vooruitlopend op de beoordeling van het beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, worden beantwoord aan de hand van een belangenafweging.
5.   …………………….
De belangen die pleiten voor een spoedige start van de bouw van de woonvoorziening van De Luwte, het ikc en de scholen leggen aanzienlijk gewicht in de weegschaal, maar geven uiteindelijk niet de doorslag. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat het belang van [verzoeker] en anderen om te voorkomen dat hangende de bodemprocedure een onomkeerbare situatie ontstaat, zwaarder weegt dan de ter zitting toegelichte belangen bij de onmiddellijke inwerkingtreding van het plan.

* 14 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 22/882): Awb, Wnb; vovo, verzoek passende maatregelen te treffen omver de uitstoot van stikstof van luchthaven, geen vergunning, Natura 2000 en beschermde soorten in en deelpopulaties buiten gebied, belanghebbende, relativiteit, belangenafweging
9.    ……………………………..
Niet in geschil is dat de exploitatie van [naam vergunninghoudster] leidt tot stikstofemissie. Met het oog op de vergunningprocedure in het kader van de Wnb zijn op basis van de berekende emissies de stikstofdepositie-berekeningen met AERIUS Calculator (versie 2020) uitgevoerd. Daarbij is op hexagoon niveau inzichtelijk gemaakt dat er geen Natura 2000-gebieden zijn die een toename van stikstofdepositie kunnen verwachten. Voorts volgt daaruit dat de depositie die in die gebieden neerdaalt zeer gering is. Deze berekeningen zijn in het kader van de zienswijzenprocedure door [naam verzoekster] (en MOB) betwist. Hoewel over de exacte uitkomsten nog enige discussie kan bestaan, staat voorshands niet vast dat hetgeen [naam verzoekster] met haar verzoek om voorlopige voorziening wenst te bereiken, namelijk het geheel stopzetten van [naam vergunninghoudster] dan wel het gedeeltelijk beperken van haar activiteiten, tot gevolg heeft dat er een meer dan marginale stikstofwinst wordt bereikt, zodanig dat dit binnen afzienbare tijd een positief ecologisch effect heeft, als dit al zichtbaar is voor de bewoners rondom [naam vergunninghoudster], voor wie [naam verzoekster] opkomt.

Daarentegen is met de exploitatie van [naam vergunninghoudster] een groot (algemeen) maatschappelijk belang gemoeid, niet alleen voor de passagiers in de regio Rotterdam en Den Haag, maar ook voor de maatschappelijke instellingen en overheidsinstellingen die gebruik maken van het vliegveld, zoals de traumahelikopters. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet hierop maar ook gelet op de belangen die betrokken zijn bij de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van [naam vergunninghoudster], de belangen van [naam vergunninghoudster] in deze stand van de procedure zwaarder wegen dan de gestelde belangen van [naam verzoekster].

Daarbij heeft de voorzieningenrechter tevens laten meewegen dat, afgezien van de enkele verwijzing van [naam verzoekster] naar de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71, waaruit ten aanzien van het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen volgt dat er passende maatregelen dienen te worden getroffen, [naam verzoekster] in haar aanvraag ten aanzien van de activiteiten van [naam vergunninghoudster] niet zelf met concrete aanknopingspunten is gekomen, bijvoorbeeld onderbouwd door een deskundigenrapport, op basis waarvan aangenomen kan worden dat [naam vergunninghoudster] op een specifiek gebied stikstof deponeert, zodanig dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of verstoring. Daarentegen heeft verweerder in het verweerschrift gewezen op de genomen en te nemen maatregelen zoals die zijn gepresenteerd in de Contourennota Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering, die volgens hem zorgen voor een stikstofdepositiereductie, en op de provinciale stikstofaanpakken die volgens hem binnen afzienbare termijn zorgen voor de noodzakelijke daling van de stikstofdepositie.

De voorzieningenrechter ziet derhalve aanleiding het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen.

* 7 april 2022 (Rb Den Haag SGR 22/869): Awb, Wnb; vovo, opdrachten, aanpakken bevers, risico’s voor openbare veiligheid, waterkeringen, beverprotocol/waterschappen, noodzaak, motivering
8.3   Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het de bedoeling is om de bever alleen te bestrijden in de werkgebieden van de waterschappen binnen de Provincie Zuid-Holland waar de bever een gevaar voor de waterveiligheid kan betekenen. Artikel 3.18, eerste lid, van de Wnb spreekt over het beperken van de omvang van een populatie als dat nodig is.

In de Memorie van Toelichting bij de Wnb (MvT) is over populatiebeheer in paragraaf 7.3.3 het volgende vermeld:

“Het populatiebeheer van damherten, edelherten, reeën en wilde zwijnen dient ook te geschieden door faunabeheereenheden en wordt beschreven als het reguleren van het aantal grote hoefdieren, niet alleen gemotiveerd door de schadehistorie ter plaatse en het omringende gebied, maar ook door kennis omtrent de relatie tussen maximale populatieomvang en de draagkracht van het terrein waarop de dieren zich bevinden.”

Uit de beschrijving van populatiebeheer in de MvT volgt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat artikel 3.18 van de Wnb slechts van toepassing is op diersoorten waarbij er een directe relatie is tussen de omvang van de populatie en de schadehistorie.

8.4    Toegepast op de bever betekent dit naar voorlopig oordeel het volgende. Dat er een causaal verband is tussen de omvang van de beverpopulatie en de door specifieke bevers op specifieke locaties veroorzaakte schade, zoals verweerder stelt, staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet vast. De kans dat bevers schade aanrichten aan waterkeringen hangt – anders dan bij andere diersoorten – in belangrijke mate af van de locatie waar de bevers zich bevinden en hun natuurlijke gedrag, en niet zozeer van de omvang van de populatie. Vergelijking van de bever in dit opzicht met invasieve soorten als de muskusrat en de beverrat, zoals de Faunabeheereenheid doet, gaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op, reeds omdat daarbij sprake is van (over het algemeen grote aantallen) schadelijke dieren.

Daarom betwijfelt de voorzieningenrechter of in geval van de bever toepassing kan worden gegeven aan artikel 3.18, eerste lid, van de Wnb en daarmee of het besluit in bezwaar in stand kan blijven. Aangezien het primaire besluit hierover geen overwegingen bevat, acht de voorzieningenrechter het primaire besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd.

* 7 april 2022 (Rb Gelderland ARN 19/3839 en 19/3845): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en beperkte milieutoets, metaalrecycling, aanvraag, bevoegd gezag, IPPC-inrichting, overschrijding termijn/EVRM/schadevergoeding
5.3.   De rechtbank gaat er, op basis van de overweging in het bestreden besluit dat de maximale hoeveelheid gevaarlijke afvalstoffen op enig moment nooit meer is dan 50 ton, van uit dat de inrichting een verwerkingscapaciteit heeft van 50 ton gevaarlijke afvalstoffen per dag. De inrichting is een recyclingsbedrijf. Uit artikel 5.1 van de bijlage bij de Richtlijn industriële emissies volgt dat bij de verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton per dag door recycling sprake is van een IPPC-inrichting. In artikel 5.3, onder a, van de bijlage wordt een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag door middel van behandeling in shredders van metaalafval genoemd. Omdat beide capaciteitsgrenzen worden overschreden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een IPPC installatie. Weliswaar staat in het bestreden besluit dat hoeveelheden worden aangevraagd die boven de grenswaarden liggen en dat alleen de niet vergunningplichtige onderdelen worden toegestaan. Maar verweerder ziet over het hoofd dat de aanvraag bepalend is voor de bevoegdheid en dat verweerder dus niet bevoegd is om te beslissen en kennelijk de aanvraag gedeeltelijk te weigeren voor het deel waar verweerder niet bevoegd is. De enkele opmerking in de toelichting op de aanvraag OBM van 14 november 2018 dat de inrichting geen IPPC installatie omvat, leidt niet tot een ander oordeel.

De aanvraag ziet op het op- en overslaan van meer dan 5 autowrakken én op het opslaan en overslaan van (gevaarlijke) afvalstoffen. Op grond van het bepaalde onder 28.4, onder a, van bijlage I bij het Bor is het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland dan het bevoegd gezag. Dit betekent dat verweerder niet bevoegd was om op de aanvraag te beslissen.

* 27 januari 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/1420): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen, grasland, verordening, taxatierichtlijn, uitvoering taxatie/schade/meetmethode, motivering
8.3   Ook met deze nadere toelichting blijft onduidelijk bij welke percelen welke (meet)methode (grashoogtemeter, ganzentelmethode, indien al toegestaan, en/of gegevens van [naam 8] ) is gehanteerd om de schade te bepalen. Ook in de nadere toelichting heeft verweerder niet gemotiveerd waarom beweiding als argument is gehanteerd om niet de meten-is-wetenmethode te hanteren, terwijl beweiding volgens de taxatierichtlijn daarvoor geen argument vormt. Evenmin heeft verweerder met de nadere toelichting gemotiveerd waarom op sommige percelen kennelijk uitsluitend gebruik is gemaakt van de ganzentelmethode, terwijl deze methode volgens de taxatierichtlijn uitsluitend als controlemiddel mag worden gebruikt om de schade te bepalen. Daarnaast, als dat al tot schadebepaling zou kunnen leiden, is niet duidelijk op welke percelen hoeveel ganzen zijn geteld en wanneer. Verder is niet inzichtelijk hoe de ganzentelgegevens zich verhouden tot de eveneens gebruikte [naam 8] gegevens. Ten slotte is geen inzicht verschaft in de hoeveelheden waargenomen ganzenstront.

  1. De rechtbank ziet naar aanleiding van het verhandelde ter zitting evenmin aanleiding om ter beslechting van het geschil zelf in de zaak te voorzien door zelf een schadebedrag vast te stellen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder ter zitting desgevraagd heeft verklaard ruimte te zien en bereid te zijn om de aan de taxaties klevende gebreken te (laten) herstellen en opnieuw een schadebedrag vast te stellen.* 15 maart 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/3610): Awb, Wm; verzoek om geluidsbelastingskaart, Richtlijn omgevingslawaai, provincie heeft aan wettelijke verplichting voldaan, gemeentelijk weggedeelte
    4.3. Ingevolge artikel 11.6, tweede lid, van de Wm stellen Gedeputeerde staten geluidsbelastingkaarten vast voor de krachtens artikel 11.4, tweede lid, gepubliceerde delen van wegen en spoorwegen.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder a, stellen burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot krachtens artikel 11.5 aangewezen agglomeraties geluidsbelastingkaarten vast die betrekking hebben op de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight vanwege wegen, daaronder begrepen spoorwegen die deel uitmaken van een weg.

4.4.   In de Staatscourant (2020, 60074) is het overzicht van provinciale wegen en spoorwegen (niet zijnde hoofdspoorwegen) met veel verkeer in 2021 (Richtlijn omgevingslawaai) gepubliceerd. In bijlage 2, kaart C2 en bijlage 3 van deze publicatie is het gedeelte van de N200 waar eiser op doelt niet weergegeven of vermeld.

4.5.   In artikel 4, aanhef en onder a, van de Regeling geluid milieubeheer wordt als agglomeratie als bedoeld in artikel 11.5 van de wet aangewezen: de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, omvattende de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad, Zandvoort;

  1. Uit het samenstel van voornoemde regelgeving volgt dat òf Gedeputeerde Staten òf de burgemeester en wethouders van de aangewezen agglomeraties geluidsbelastingkaarten van een weg vast moeten stellen. Verweerder heeft zich gelet op rechtsoverweging 4.4. terecht op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 11.6, tweede lid, van de Wm niet gehouden was een geluidsbelastingkaart op te stellen voor het door eiser bedoelde gedeelte van de N200. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet aan zijn wettelijke verplichting heeft voldaan. Eiser dient zich met vragen over of bezwaren tegen de geluidsbelastingkaart die is vastgesteld voor het gedeelte van de N200 dat ligt in de gemeente Haarlem en/of Bloemendaal, gelet op het bepaalde in de artikelen 11.5 en 11.6, vierde lid, van de Wm te richten tot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem en/of Bloemendaal.

    STAB verzorgt de jurisprudentie voor STAB OGR updates

Jan-Eelco Dijk, advocaat bij Vos & Vennoten Advocaten, schreef een annotatie bij de uitspraak van de rechtbank Limburg van 23 maart 2022 (ECLI:NL:RBLIM:2022:2220) waarin de rechtbank een beroepschrift tegen een besluit van de SVB dat één dag te laat was ingediend toch ontvankelijk achtte. De rechtbank ging hierbij, vanwege specifieke omstandigheden, uit van een minder stringente toepassing van artikel 6:11 Awb dan tot nu toe het geval is geweest. In de noot wordt ingegaan op de vraag of dit misschien het begin is van een periode waarin ook in het omgevingsrecht ruimte is voor een minder stringente toepassing van regels die de toegang tot de rechter beperken. Zie STAB OGR Updates.

Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site
Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.

De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst:
ABRvS 30 maart 2022 Bestemmingsplan, gemeente dient aan vooroverleg met de provincie zodanig vorm te geven dat het van reële betekenis kan zijn in de besluitvorming.
Rb Oost-Brabant 8 april 2022 Wnb-vergunning, voor beoordeling van de stikstofdepositie kan niet zonder meer van de emissiefactoren uit de Rav worden uitgegaan.
vzr Rb Den-Haag 22 maart 2022 Handhaving, naverbrander is wel aan te merken als stookinstallatie, maar hoeft niet te voldoen aan de emissie-eisen voor SO₂ uit paragraaf 5.1.1 van het Activiteitenbesluit.