Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

* 4 mei 2022 (ABRvS 202105887/1/A2): Awb, Wro; planschade, normaal maatschappelijk risico, drempel, gelijkheidsbeginsel (Rb Oost-Brabant 20/1818)
* 4 mei 2022 (ABRvS 202105731/1/R1): Awb, Wro; bpl, woningen, kantoren en commerciële voorzieningen, verzoek om meer maatschappelijke voorzieningen
* 4 mei 2022 (ABRvS 202105072/1/A2): Awb, Wro; planschade, geluid- en lichthinder, taxatie, normaal maatschappelijk risico, drempel (Rb Gelderland 20/6232)
* 4 mei 2022 (ABRvS202104017/1/A3): Awb, Gmw; handhaving, last onder bestuursdwang, verwijderen boot, geen vergunning, kostenverhaal (Rb Noord-Holland 20/3313)
* 4 mei 2022 (ABRvS 202104004/1/R1): Awb, Wro; geen bpl vaststellen, woning, ruimte-voor-ruimteregeling, omvang bebouwing op perceel, ruimtelijke kwaliteitswinst, verstening, omgevingsverordening
* 4 mei 2022 (ABRvS 202101332/1/R1): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, bouwen, afwijken bpl en maken uitweg, woningen, parkeren/CROW, alternatieven, welstand, geen vergunningplicht voor kappen (Rb Noord-Holland 19/2322, 19/2323 en 19/2324)
* 4 mei 2022 (ABRvS 202100590/1/R3); Awb, Wro; inpassingsplan, verbeteren Natura 2000, gevolgen waterpeil, grondwaterstanden, gevolgen omliggende gebieden
* 4 mei 2022 (ABRvS 202100075/1/R3): Awb, Wro; bpl, kernen, woningen, woonvisie, wijzigingsbevoegdheid, cultuurhistorische en archeologische waarden, melkveehouderij, woon- en leefklimaat
* 4 mei 2022 (ABRvS 202004950/1/R2): Awb, Wro; niet vaststellen bpl, uitbreiding camping, natuurwaarden
* 4 mei 2022 (ABRvS 202002592/2/A2, 202002593/2/A2, 202002594/2/A2, 202002596/2/A2, 202002597/2/A2 en 202002598/2/A2): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen/grasland, eigen risico van 20%, geen gegevens overgelegd, niet aantonen onevenredig zware last, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 19/3157, 19/3158, 19/3159, 19/3160, 19/3161)
* 4 mei 2022 (ABRvS 201905423/3/R4): Awb, Nbw; instemming gaswinningsplan, herstelbesluit, geen hydraulische stimulatie, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 3 mei 2022 (Rb Overijssel Awb 20/566): Awb, AWR; leges, bouwkostenraming/NEN 2699/2631, niet van toepassing verklaard in Legesverordening en Tarieventabel, motivering
* 3 mei 2022 (ABRvS 202200792/2/R3, 202200796/2/R3 en 202200798/2/R3): Awb, Wabo; vovo, weigering, omgevingsvergunning voor afwijken bpl, supermarkt met parkeervoorziening en in/uitrit, verzoeken te verstrekkend (Rb Noord-Nederland 19/1003, 19/4023 en 21/280)
* 3 mei 2022 (ABRvS 202201770/2/A3, 202201799/2/A3 en 202201803/2/A3): Awb, Gmw; vovo, exploitatievergunningen, passagiersvervoer over water, spoedeisend belang
* 3 mei 2022 (CBb 20/837, 20/80 en 20/280,): Awb, Wgb; prejudiciële vragen, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, beoordeling hormoonontregelende eigenschappen, alleen op Europees niveau of ook nog op nationaal niveau, toelating op basis van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het moment van de toelating of een eerder moment, bijvoorbeeld het moment van de aanvraag.
* 3 mei 2022 (CBb 20/467): Awb, Wet dieren; boete, dierenwelzijn, geen geschikte transportmiddelen, pluimvee, ziekte, bevoegdheid, motivering
* 3 mei 2022 (CBb 20/1162, 20/1185, 20/1161, 21/152, 20/616 en  20/1102): Awb, Msw; schadevergoeding, toekenning fosfaatrechten, onrechtmatige besluitvorming
* 3 mei 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 22/1446 en UTR 22/1447): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, woongebouw en plaatsen bouwvoorzieningen, parkeren, welstand
* 3 mei 2022 (Rb Gelderland ARN 22/2107):Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, asfaltcentrale, afwijking milieuvergunning, schuim bitumen unit niet vergund, geuronderzoek
* 29 april 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3543): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, methode van Atlas, geen waardedaling
* 29 april 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3605): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling, proceskosten
* 29 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/710 WABOM): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor wijzigen varkenshouderij, archeologie, cumulatie van geurhinder, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak
* 29 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/847 GEMWT): Awb; schadevergoeding, onterecht opgelegde dwangsom, schadebeperkingsplicht, immateriële schade
* 29 april 2022 (Rb Overijssel AWB 21/728 en AWB 21/784): Awb, Wnb; handhaving, loswal, geen vergunning, omvang van project, evenredigheid
* 29 april 2022(Rb Rotterdam ROT 20/1006): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, ombouw garage en kantoorruimte tot woning, strijd met bpl, motivering
* 28 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/345 WET): Awb; niet tijdig beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, geen Awb-besluiten, geen nadeelcompensatieverordening, feitelijk handelen, Rb niet bevoegd om kennis te nemen van beroep
* 28 april 2022 (ABRvS 202103163/1/R2 en 202103163/3/R2 en 202103163/4/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, vergroting glastuinbouwbedrijf, geurgevoeligheid, nieuw besluit, planregel
* 28 april 2022 (ABRvS 202201097/2/R2): Awb, Wro; vovo, bpl, woningen, Ruimte-voor-Ruimte-regeling/provinciale verordening/verbindendheid, belangenafweging
* 28 april 2022 (EH C-286/21): Niet-nakoming, systematische en aanhoudende overschrijding van de grenswaarden voor microdeeltjes (PM10) in bepaalde gebieden van Frankrijk, passende maatregelen
* 28 april 2022 (EH C-510/20): Niet-nakoming, Bulgarije, niet vaststellen van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu
* 28 april 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 22/1322 en UTR 22/1323): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, overtreding voorschrift milieuvergunning, geur, luchtwasser, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom
* 26 april 2022 (ABRvS 202107285/1/R2 en /2/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, woningen, belanghebbende, afwijking ruimtelijke visie, woonvisie, motivering
* 26 april 2022 (ABRvS 202200146/1/R3 en /2/R3): Awb, Wabo; vovo en korstluiten, omgevingsvergunning voor bouwen, supermarkt, aantal benodigde parkeerplaatsen, CROW, reparatieregeling/plan, welstand (Rb Overijssel 20/2400)
* 26 april 2022 (ABRvS 202201176/1/R4 en /2/R4): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, verwijderen mantelzorgwoning, geen vergunning, strijd met bpl, geen zicht op legalisatie (Rb Gelderland 21/5605 en 21/5607)
* 26 april 2022 (ABRvS 202201787/2/R1): Awb, Wro; vovo, bpl, herinrichting trainingscomplex en begrenzing, relatie met structuurvisie en groter gebied met woningen en volkstuinen
* 26 april 2022 (ABRvS 202202513/2/R4): Awb, Wm; vovo, vergunning voor ontbranden vuurwerk, Vuurwerkbesluit, festival, belangenafweging
* 26 april 2022 (Rb Gelderland ARN 21/1783): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, meerdere woningen in pand, bevoegdheid, alleen voor zover sprake is van afwijkend gebruik, overgangsrecht, overtreder/bouwen, bijzondere omstandigheden, motivering, belangenafweging
# 26 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/2118, HAA 20/2174 en HAA 20/2184): Awb, Wnb; vergunning, motorsportcircuit incl. wijzigingen op terrein, Natura 2000, stikstofemissies, referentiesituatie, beleidsregel, in- en extern salderen, handhaafbaarheid
* 26 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1885 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, B&B in blokhut, overgangsrecht, strijd met bpl
* 26 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/1382 WABOA): Awb, Wabo; intrekking omgevingsvergunning voor verbouwen pand, Wet Bibob, feiten en omstandigheden na vergunningverlening, evenredigheid
* 25 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/2976): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw tussen twee kappen, nieuwe bouwlaag/zolder, planregels, motivering
* 25 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/3256): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, noodzaak, Damocles
* 25 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 21/3013): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, onderbouwing gevaar voor omgeving, herplantplicht
* 25 april 2022 (Rb Gelderland AWB 20/4847): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, pastorie, splitsing perceel is geen aantasting monument, bevoegdheid
* 22 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/1363 VV): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, dakkapel op bijgebouw van recreatief nachtverblijf, geen vergunning, strijd met bpl
* 21 april 2022 (Rb Den Haag SGR 22/1846): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, ongedaan maken van bouwkundige splitsing, belangenafweging
* 21 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/1265): Awb, Wabo; handhaving, niet tijdig beslissen, bouwen zonder vergunning, termijn loopt nog, ontvankelijkheid
* 21 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/1142 GEMWT VV en BRE 22/1144 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, gebruik voormalige schaapskooi voor recreatieve doeleinden, geen vergunning
* 21 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/1140 GEMWT VV en BRE 22/1141 GEMWT): Awb, Wabo, Gmw; vovo en kortsluiten, handhaving, dwangsom, gebruik van autoboxen als recreatiewoning, strijd met beheersverordening, overgangsrecht, motivering
* 20 april 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 22/1639): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsommen, biogasinstallatie, geen vergunningen, staken werkzaamheden, begunstigingstermijn, evenredigheid
* 19 april 2022 (Rb Limburg ROE 22/429): Awb, Ww, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, witte daken van stallen grijs maken, welstandsexces, asbestplaten hadden vroeger zelfde kleur, belangenafweging, motivering
* 19 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 21/2061 WABOA): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, uitbreiding teeltbedrijf met kas en huisvesten van seizoenarbeiders, Bor/verkeerde procedure, natuurwaarden
* 19 april 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 22/622): Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, geitenhouderij, geen vergunning, zicht op legalisatie, luchtzuiveringsinstallatie/OBM, GGD-advies/VGO-rapporten, belangenafweging
* 15 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1745): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting bedrijfspand, noodzaak, termijn, evenredigheid, schadevergoeding
* 14 april 2022 (Rb Rotterdam ROT 21/1418): Awb, Gmw; spoedsluiting, horeca, schietincident, motivering
* 14 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/2981): Awb, Wro; planschade, planvergelijking, taxatie, WOZ, voorzienbaarheid, normaal maatschappelijk risico, compensatie in natura
* 7 april 2022 (Rb Noord-Nederland LEE 21/3335): Awb, Mbw; mijnbouwschade, gaswinning, waardedaling, ontvankelijkheid
* 25 januari 2022 (Rb Limburg ROE 19/3449 en ROE 19/3453): Awb, Waterwet, Wabo; lozingsvergunning en omgevingsvergunning voor afwijken bpl en milieu, mestbe- en verwerkingsinstallatie, belanghebbenden, Chw/beroepsgronden, m.e.r.-(beoordelings)plicht, gezondheid, emissies, stikstofdepositie/relativiteit, beleidsregel provincie, BBT, stof, geur, VNG-brochure, milieucategorie, lozing/relativiteit/BBT
* 18 januari 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2662): Awb, Wabo, Gmw; handhaving, dwangsom, staken woningsplitsing, geen vergunning, strijd met bpl, bevoegdheid, klare taal
* 20 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/346): Awb; verzoek om opheffing lasten onder dwangsommen, gebruik pand, motivering
* 20 juli 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/590): Awb, Opiumwet, Gmw; handhaving, sluiting woning, drugs, bevoegdheid, noodzaak
* 19 juli 2022 (Rb Midden-Nederland UTR 21/103): Awb, Wabo; omgevingsvergunning voor kappen, bouwen, aanleggen inrit/uitweg, schoolgebouw, afwijking beheersverordening, geluid/kinderen, geluidwering woningen, geluidscherm, verkeer, parkeren
* 17 december 2021 (Rb Noord-Nederland LEE 20/3395): Awb; mededeling dat woning niet in het kader van versterkingsprogramma zal worden beoordeeld, overgang CVW/NCG, vertrouwensbeginsel
* 13 juli 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/2399 en UTR 21/1558): Awb; vovo en kortsluiten, invordering dwangsom, staken bewoning bebouwing, verjaring, overtreder
* 29 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1170): Awb, Wabo, Gmw; vovo, bouwstop, afwijking bouwvergunning, geen bijzondere omstandigheden
* 29 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 21/1038): Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken bpl, dakopbouw en -kapel
* 26 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1697): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, onderhoudswerkzaamheden aan spooremplacement, verwijderen raaiplant, zorgplicht, last strekt verder dan doel

 

# = betrokkenheid STAB

! = (nog) niet gepubliceerd

Bijzondere overwegingen

* 4 mei 2022 (ABRvS 202100075/1/R3): Awb, Wro; bpl, kernen, woningen, woonvisie, wijzigingsbevoegdheid, cultuurhistorische en archeologische waarden, melkveehouderij, woon- en leefklimaat
10.3.  Tussen partijen is niet in geschil, en de Afdeling gaat daar ook van uit, dat de woning aan de [locatie 3] binnen de bebouwde kom staat. Dat betekent dat voor de melkrundveehouderij van de maatschap de afstandsnorm zoals opgenomen in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wgv en artikel 3.117, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit van toepassing is. De Afdeling stelt verder vast dat de maatschap op 16 juli 2020 een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft ingediend voor het uitbreiden van haar melkveestal.

In het stelsel van de Wro is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid kan worden beoordeeld.

De Afdeling is van oordeel dat vanwege de voornoemde aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de melkveestal van de maatschap, ten tijde van de vaststelling van het plan sprake was van een concreet bouwvoornemen. Naar het oordeel van de Afdeling had de raad dit bouwvoornemen in de besluitvorming met betrekking tot het plan moeten betrekken en had de raad in dat kader moeten beoordelen hoe een aan het perceel [locatie 3] toe te kennen woonbestemming zich daarmee verdraagt. De raad heeft die beoordeling in het bestreden besluit ten onrechte niet gemaakt. Voor zover de raad vraagtekens heeft gezet bij het nut van de beoogde uitbreiding, omdat geen toename van het aantal te houden dieren mag plaatsvinden, overweegt de Afdeling dat de raad dit standpunt niet nader heeft onderbouwd met concrete gegevens. Niet uitgesloten is bijvoorbeeld, zoals de maatschap op de zitting heeft gesteld, dat een uitbreiding noodzakelijk is vanwege het welzijn van de veestapel.

Verder heeft de raad niet inzichtelijk gemaakt welke consequenties de toegekende woonbestemming heeft voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het perceel [locatie 3], in het licht van het door de maatschap geëxploiteerde melkrundveebedrijf en de uitbreidingsbehoefte daarvan. De enkele stelling van de raad dat de woning sinds 2000 zonder klachten als burgerwoning wordt bewoond, acht de Afdeling in dat kader onvoldoende.

Het betoog slaagt.

* 4 mei 2022 (ABRvS 202002592/2/A2, 202002593/2/A2, 202002594/2/A2, 202002596/2/A2, 202002597/2/A2 en 202002598/2/A2): Awb, Wnb; faunaschade, ganzen/grasland, eigen risico van 20%, geen gegevens overgelegd, niet aantonen onevenredig zware last, einduitspraak na eerdere tussenuitspraak (Rb Noord-Nederland 19/3157, 19/3158, 19/3159, 19/3160, 19/3161)
7.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat zij het college kan volgen in zijn standpunt dat een schadelast die neerkomt op 20% van 2,25% van de gemiddelde jaaromzet in de regel niet onevenredig zwaar op een grondeigenaar zal drukken. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling dan ook kunnen kiezen voor een forfaitair normaal maatschappelijk risico van 20%. Op het college rust evenwel de plicht om, ingeval een schadelijdende grondeigenaar aantoont dat hij, ondanks dat het in het algemeen redelijk is dit normaal maatschappelijk risico van 20% te hanteren, een onevenredig zware last te dragen heeft als gevolg van de toepassing van de forfaitaire korting, deze grondeigenaar verder tegemoet te komen. De Afdeling heeft vastgesteld dat [appellante sub 2] dit tot dusver niet heeft aangetoond. De Afdeling is er in de tussenuitspraak evenwel niet toe overgegaan het geschil definitief te beslechten. De reden hiervoor is dat het college pas bij zijn brief van 31 maart 2021 een standpunt heeft ingenomen over de hoogte van het normaal maatschappelijk risico dat de rechterlijke toets kan doorstaan en dat [appellante sub 2] geen gelegenheid heeft gehad aan te tonen dat zij ondanks de in het algemeen redelijk te achten tegemoetkoming toch onevenredig zwaar wordt getroffen.
14.     Voor zover [appellante sub 2] betoogt dat uit de door het college opgevraagde gegevens niet kan worden afgeleid of haar bedrijf onevenredig zwaar wordt getroffen door de toepassing van het forfaitair normaal maatschappelijk risico, deelt de Afdeling dit standpunt niet. Naar het oordeel van de Afdeling zouden juist een jaarrekening en een aangifte inkomstenbelasting inzichtelijk kunnen maken welke invloed de besluitvorming van het college heeft of heeft gehad op de bedrijfsvoering van [appellante sub 2]. Het stond [appellante sub 2] verder vrij andere financiële stukken over te leggen ter onderbouwing van haar standpunt, maar ook dit heeft [appellante sub 2] nagelaten.

  1. Omdat [appellante sub 2] niet heeft aangetoond dat zij onevenredig zwaar wordt getroffen omdat het college niet meer dan 80% van de door haar geleden schade vergoedt, heeft het college het door [appellante sub 2] gemaakte bezwaar bij zijn besluit van 30 september 2021 terecht ongegrond verklaard.


* 3 mei 2022 (Rb Gelderland ARN 22/2107):Awb, Wabo, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, asfaltcentrale, afwijking milieuvergunning, schuim bitumen unit niet vergund, geuronderzoek
De gemeente Nijmegen legt APN een last onder dwangsom op omdat zou worden gehandeld in afwijking van de in 2002 verleende milieuvergunning. In deze milieuvergunning en de bijbehorende aanvraag is niet duidelijk of de productie van asfalt met toepassing van gemodificeerd bitumen is aangevraagd. Deze onduidelijkheid komt voor risico van de gemeente. Het gebruik van een schuim bitumen unit door APN is niet aangevraagd. APN had aannemelijk moeten maken dat dit gebruik past binnen de destijds verleende vergunning met de bijbehorende voorschriften. Verder heeft verweerder onvoldoende beoordeeld of de gevolgen van de last onder dwangsom onevenredig zijn. Daarom schorst de voorzieningenrechter de last gedeeltelijk. APN mag asfalt met toepassing van gemodificeerd bitumen van het type PA16 met PMB en PA8 met PMB (dus niet met andere types) produceren voor het herasfalteren van knooppunt Velperbroek (dus niet ten behoeve van andere projecten). Deze productie moet wel van te voren worden gemeld en er moet een geuremissiemeting plaatsvinden zodat er meer inzicht komt in het mogelijke verband tussen geuroverlast en de toepassing van gemodificeerd bitumen.

* 28 april 2022 (ABRvS 202103163/1/R2 en 202103163/3/R2 en 202103163/4/R2): Awb, Wro; vovo en kortsluiten, bpl, vergroting glastuinbouwbedrijf, geurgevoeligheid, nieuw besluit, planregel
5.3.    De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad met de beperkingen in de planregels in het plan zoals vastgesteld op 8 februari 2022 heeft uitgesloten dat een geurgevoelig object als bedoeld in artikel 1 van de Wgv wordt opgericht.

De voorzieningenrechter stelt in dat verband vast dat het plan wat betreft fase 3 slechts kassen toestaat, die gelet op de toegekende aanduidingen op grond van artikel 3.4.1 van de planregels niet mogen worden verwarmd en waarin ook geen assimilatieverlichting wordt toegepast. Deze functieaanduidingen leiden indirect tot een beperking van de verblijfsduur van medewerkers van het glastuinbouwbedrijf in de voorziene kas. Aanvullend hierop is in artikel 8.5 van de planregels expliciet bepaald dat er ter plaatse van de gebiedsaanduiding “milieuzone – geurzone” geen geurgevoelige objecten mogen worden gebouwd. Ook zijn verschillende in verblijfsduur uitgedrukte en direct werkende beperkingen opgenomen in zowel artikel 8.5 als 9.1, aanhef en onder p, van de planregels ten aanzien van het gebruik van de voorziene kas. In artikel 9.1, aanhef en onder p, is het (laten) gebruiken van de gronden ter plaatse van de aanduiding “Milieuzone-geurzone” als geurgevoelig object als strijdig gebruik gekwalificeerd, en zijn eveneens beperkingen opgenomen voor het verblijf van medewerkers in de kas.
De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de laatste volzin in artikel 9.1 van de planregels niet zelfstandig de ruimte biedt voor gebruik als geurgevoelig object. De in deze volzin opgenomen uitzondering geldt alleen voor gebruik dat blijkens de regels is toegestaan. Zoals hiervoor omschreven, is uitdrukkelijk bepaald dat een geurgevoelig object is uitgesloten.

* 28 april 2022 (Rb Zeeland-West-Brabant BRE 22/345 WET): Awb; niet tijdig beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, geen Awb-besluiten, geen nadeelcompensatieverordening, feitelijk handelen, Rb niet bevoegd om kennis te nemen van beroep
3. Nadeelcompensatie is een vergoeding voor (onevenredige) schade als gevolg van rechtmatig publiekrechtelijk handelen door de overheid. Beroep bij de bestuursrechter tegen een beslissing op een verzoek tot nadeelcompensatie is alleen mogelijk

  • als het verzoek is gebaseerd op een wettelijke grondslag of gepubliceerde beleidsregels;
  • als het geleden nadeel het gevolg is van een besluit in de zin van artikel 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In alle andere gevallen is de burgerlijk rechter bevoegd.

  1. De rechtbank stelt vast dat de gemeente Breda ten tijde van de aanvraag op 2 juli 2021 geen nadeelcompensatieverordening had. Het college heeft geen beleidregels over nadeelcompensatie gepubliceerd.
  2. Volgens het college zijn in de door eiseres genoemde periode in haar straat de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
  • vervanging waterleiding in opdracht van Brabant Water;
  • aanleg glasvezelkabel in opdracht van KPN;
  • werkzaamheden openbare ruimte Nelson Mandelaplein in opdracht van de gemeente;
  • vervanging riolering in opdracht van de gemeente.

Het college stelt dat aan deze feitelijke werkzaamheden geen besluiten of vergunningen ten grondslag hebben gelegen.

  1. De rechtbank stelt vast dat in opdracht van de gemeente rioolwerkzaamheden en werkzaamheden in de openbare ruimte hebben plaatsgevonden, waar geen besluiten (bijvoorbeeld omgevingsvergunningen) aan ten grondslag lagen. Eiseres heeft ook niet gesteld dat daar wel besluiten in de zin van artikel 1.3 van de Awb aan ten grondslag liggen of zouden moeten liggen. Tegen feitelijke handelingen staat geen beroep open bij de bestuursrechter.
  2. Dit betekent dat ook tegen de beslissing van het college op het verzoek om financiële compensatie van geleden nadeel door die werkzaamheden, geen beroep bij de bestuursrechter open staat.
  3. En dat betekent dat de bestuursrechter ook niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek om nadeelcompensatie. 

    * 26 april 2022 (ABRvS 202202513/2/R4): Awb, Wm; vovo, vergunning voor ontbranden vuurwerk, Vuurwerkbesluit, festival, belangenafweging
    5. …………………………….
    De door de vereniging gestelde nadelige gevolgen van het ontbranden van het vuurwerk acht de voorzieningenrechter op voorhand gering. In een door het college overgelegde interne e-mail van 25 april 2022, die kennelijk is verzonden aan ambtenaren belast met handhaving, staat dat het hier gaat om zogenoemd “theatervuurwerk”, dat op zeer korte afstand van het publiek tot ontbranding kan worden gebracht. Dit vuurwerk kent nauwelijks een fall-out (brandende deeltjes), hitte of rook (fijnstof). Het vuurwerk wordt tijdens de optredens tot ontbranding gebracht, op en naast het podium, aldus de e-mail van 25 april 2022. Uit de bij de aanvraag behorende “schietlijst” volgt dat het “zwaarste” vuurwerk dat zal worden gebruikt een maximaal hoogte-effect heeft van 30 m. De voorzieningenrechter wijst verder op de bij de vergunning behorende tekening van de ontbrandingslocatie. Uit deze tekening volgt dat het vuurwerk op of bij het podium tot ontbranding wordt gebracht en dat de zogenoemde “fall-out-zone” zich beperkt tot het centrale deel van het podium.

Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de vereniging bij de door haar verzochte voorlopige voorziening minder zwaar weegt dan het belang van de organisator om het festival te laten plaatsvinden overeenkomstig de beoogde opzet.

  1. Over de gestelde gevolgen van het ontbranden van het vuurwerk voor beschermde diersoorten in het licht van de verbodsbepalingen van de Wnb overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende. Het college heeft vergunninghouder erop gewezen dat voor het tot ontbranding brengen van het vuurwerk mogelijk ook andere toestemmingen noodzakelijk zijn, waaronder een ontheffing krachtens de Wnb. Het besluit dat in deze procedure voorligt, is de vergunning krachtens het Vuurwerkbesluit. De omstandigheid dat voor het ontbranden van het vuurwerk ook andere vergunningen of toestemmingen noodzakelijk zouden kunnen zijn, is in beginsel niet van belang voor de rechtmatigheid van de bij besluit van 17 maart 2022 verleende vergunning.# 26 april 2022 (Rb Noord-Holland HAA 20/2118, HAA 20/2174 en HAA 20/2184): Awb, Wnb; vergunning, motorsportcircuit incl. wijzigingen op terrein, Natura 2000, stikstofemissies, referentiesituatie, beleidsregel, in- en extern salderen, handhaafbaarheid
    De rechtbank stelt vast dat in de oude situatie het circuitterrein het hele jaar gebruikt mocht worden voor auto- en motorsportactiviteiten en andere grote evenementen, waaronder de Formule 1.

In de verleende vergunning is het gebruik van het circuitterrein beperkt tot een aantal dagen. Ook is in de vergunning een emissieplafond opgenomen; dit was in de oude situatie niet het geval.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de stikstofdepositie en emissie door de verleende vergunning altijd minder zal zijn dan in de oude situatie was toegestaan. Omdat de verleende vergunning niet leidt tot meer stikstofdepositie, is het uitgesloten dat het gebruik en het uitvoeren van werkzaamheden op het circuitterrein significante gevolgen heeft voor het nabijgelegen Natura2000-gebied, oordeelt de rechtbank.

De rechtbank concludeert verder dat het in de vergunning voorgeschreven registratiesysteem voldoende is om te controleren of het emissieplafond wordt overschreden. Ook de andere argumenten die de natuurorganisaties naar voren hebben gebracht, zijn voor de rechtbank geen aanleiding om de vergunning te vernietigen.

* 19 april 2022 (Rb Limburg ROE 22/429): Awb, Ww, Gmw; vovo, handhaving, dwangsom, witte daken van stallen grijs maken, welstandsexces, asbestplaten hadden vroeger zelfde kleur, belangenafweging, motivering
Verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van het bezwaar tegen een besluit tot het opleggen van de verplichting en last onder dwangsom om “witte” daken van agrarische stallen uit te voeren in een antracietgrijze kleur. Verweerder acht ten aanzien van de “witte” daken sprake van een welstandsexces en baseert dit standpunt op het advies van de omgevingscommissie. De argumenten van verzoeker en het door hem overgelegde tegenrapport leveren, mede gelet op de in de welstandsnota vermelde criteria voor het aannemen van een welstandsexces, voldoende aanknopingspunten op om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het advies van de omgevingscommissie. Verweerder had daar dus niet op mogen afgaan en moet nader onderzoeken of sprake is van een welstandsexces. Verzoeker heeft er groot belang bij de kleur van de daken voorlopig niet te hoeven aanpassen. Bij één van de daken is al vijf jaar sprake van een “wit” dak zonder dat verweerder daartegen is opgetreden. De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op het bezwaar.

* 26 maart 2021 (Rb Midden-Nederland UTR 20/1697): Awb, Wnb; handhaving, dwangsom, onderhoudswerkzaamheden aan spooremplacement, verwijderen raaiplant, zorgplicht, last strekt verder dan doel
9.1   De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat de last niet aansluit bij de geconstateerde overtreding. Uit vaste rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), die door de ABRvS wordt gevolgd, volgt dat bij de beantwoording van de vraag of een last strekt tot voorkoming van herhaling van een eerdere overtreding verschillende omstandigheden op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien een rol spelen. Het gaat om omstandigheden die een beeld geven van de mate van continuïteit in de aan orde zijnde overtredingen, zoals de aard van de overtreding, de mate van overeenkomst – bijvoorbeeld wat betreft de plaats ervan – met de eerdere geconstateerde overtredingen en het tijdsverloop sinds die overtreding. Voor de aard van de overtreding is – wil het gaan om een herhaling – onder meer van belang dat het gaat om overtredingen van hetzelfde voorschrift met dezelfde strekking. Om tot de conclusie te komen dat de last strekt ter voorkoming van een herhaling, is vereist dat de omstandigheden ten tijde van het opleggen van de last op één lijn kunnen worden gesteld met de omstandigheden ten tijde van de eerdere overtreding.5 Uit de eerder genoemde rechtspraak van het CBb volgt dat een overeenkomst wat betreft de locatie van de overtreding daarbij een rol kan spelen, maar dat dit niet vereist is. De door de minister geconstateerde overtreding ziet op het verwijderen van de groeiplaats van de smalle raai in de Waalhaven Oost in Rotterdam, bij werkzaamheden aan het spoorbed. Dit betreft overtreding van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wnb, kort gezegd: het is verboden om beschermde planten te vernielen. Deze bepaling heeft de minister ook aan de opgelegde last ter voorkoming van herhaling ten grondslag gelegd. Gelet op het voorgaande was het niet vereist dat de minister zijn last ter voorkoming van herhaling zou beperken tot de smalle raai in de Waalhaven Oost in Rotterdam. De last zou bovendien zonder betekenis zijn als deze zich zou beperken tot de Waalhaven Oost, aangezien de groeiplaats daar juist is verwijderd. Verweerder hoefde de last daarom niet te beperken tot de smalle raai en ook niet tot de Waalhaven Oost. Het gevaar van herhaling zit hem nu juist volgens de minister in de werkzaamheden die eiseres pleegt te verrichten in of naast het spoorbed en het feit dat daar nu juist beschermde vaatplanten groeien. Die werkzaamheden kunnen op alle plekken in Nederland verricht worden waar spoor loopt. In die zin kunnen de omstandigheden ten tijde van het opleggen van de last op één lijn gesteld worden met de omstandigheden ten tijde van de eerdere overtreding.

9.2.   De rechtbank volgt eiseres wel in haar stelling dat de last verder strekt dan het doel waarvoor de last is opgelegd. Een last onder dwangsom, of andere sanctie, dient zorgvuldig te worden geformuleerd zodat voor de overtreder duidelijk is op welke wijze hij kan voorkomen dat een dwangsom wordt verbeurd en mag niet verder strekken dan noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling te voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank ziet de opgelegde last ten onrechte op het voorkomen van de herhaling van een overtreding op alle groeiplaatsen van beschermde plantensoorten in heel Nederland. In zijn aanvullend verweer van 1 februari 2021 geeft de minister een nadere invulling aan de opgelegde last. Ook ter zitting heeft de minister toegelicht dat de strekking van de opgelegde last, gelet op de taak van eiseres, uitsluitend ziet op beschermde plantensoorten die op het spoorbed of in de directe nabijheid daarvan (kunnen) voorkomen. Nu de minister alleen beoogt op te treden ter bescherming van vaatplaten in en nabij het spoorbed, is de rechtbank van oordeel dat de opgelegde last in dat licht bezien verder strekt dan nodig is om herhaling van de overtreding te voorkomen. De beroepsgrond slaagt.